CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuurlijk stelsel alle adviezen sdc en db

Raadscommissie Kunst Diversiteit en Democratisering 17 februari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Rapport Evaluatie Bestuurlijk Stelsel Nr. VN2021-00341512.352 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Wensen & suggesties Stadsdeelcommissies en stadsdeelbesturen nav rapport Evaluatie bestuurlijk stelsel

NOORD DB Wensen en suggesties stadsdeelbestuurders Noord n.a.v. het rapport Evaluatie Bestuurlijk Stelsel Stadsdeelbestuur Noord herkent zich in de bevindingen van het onderzoeksbureau. En heeft de volgende wensen en suggesties om mee te nemen bij het formuleren van de hoofdlijnen voor het bestuurlijk stelsel 2022-2026: 

Zorg ervoor dat de verdeling van rollen, taken en bevoegdheden waarvoor wordt gekozen in het bestuurlijk stelsel 2022-2026 wordt vertaald in een heldere uitvoeringsopdracht aan de gehele ambtelijke organisatie. Het bestuurlijk stelsel 2022-2026 behoeft een ambtelijke organisatie die toegerust is op het in de praktijk waarmaken ervan, die dienend is aan dat stelsel en die er niet meerdere interpretaties van dat stelsel op na houdt. Zodat alle partners in het stelsel hun rol, hun taken en hun bevoegdheden optimaal kunnen waarmaken, ten dienste van stad, gebieden, wijken en buurten.

Bied in het stelsel 2022-2026 een volwaardige plek aan zowel representatieve als participatieve democratie. In het rapport lijkt het soms alsof het zou gaan om een keus tussen het een of het ander, maar de kracht van beide kan ook heel goed in combinatie worden ingezet. Mits vooraf helder wordt aangegeven wie waarover gaat, wie opkomt voor het algemeen belang en wie voor het lokale belang, wat wordt overgelaten aan bewoners en ondernemers en wat niet.

Bied in het stelsel 2022-2026 ook de volksvertegenwoordigers en/of buurtactivisten op het schaalniveau van stadsdelen en gebieden voldoende ondersteuning. Zoals de griffie die biedt aan de gemeenteraad.

In het rapport wordt maar zeer beperkt aandacht besteed aan het geografisch schaalniveau waarop je de representatie geregeld wilt hebben. Op welke gebieden, wijken en buurten gaat het stelsel zich richten? Dit vraagt om een hernieuwde afweging en een hernieuwde keuze. De huidige indeling in 22 gebieden is bijvoorbeeld in Noord een puur theoretische. Ga opnieuw na op welk geografisch schaalniveau bewoners en ondernemers zich vertegenwoordigd zouden willen zien.

NOORD SDC Wensen en suggesties vanuit Stadsdeelcommissie Noord n.a.v. rapport Evaluatie Bestuurlijk Stelsel Als in de vergadering op 3 februari 2021 collectief onderschreven door de stadsdeelcommissie, met uitzondering van het lid van de SP Vooraf o De inhoud van het rapport wordt herkend en onderschreven door de Stadsdeelcommissie. o Het huidige stelsel werkt op dit moment onvoldoende en moet worden aangepast. o Verschuil je niet achter vernieuwingsmoeheid om dit stelsel niet te verbeteren. Kies voor verbetering. o Door het college benoemde dagelijks bestuurders als verlengd bestuur is goed voor de samenwerking met B&W maar is minder werkzaam voor het effectief organiseren van macht en tegenmacht. o Alle stadsdelen zijn groot genoeg om een eigen bestuurslaag te legitimeren. o Stadsdelen zijn net zo groot als een middelgrote stad maar hebben een minimum aan bevoegdheden. Onderschreven en aangedragen suggesties voor optimaliseren huidige stelsel o Versterk de ambtelijke ondersteuning van de Stadsdeelcommissie. o Richt ‘inwonersloketten’ in per gebied. o Zorg ervoor dat bij door B&W geïnitieerde beleidsonderwerpen de Stadsdeelcommissie in een eerder stadium om advisering gevraagd wordt. o Neem de adviezen van de stadsdeelcommissies serieus en maak het transparant.

Wensen voor stelsel 2022-2026 o De positie van de stadsdelen moet worden versterkt om goed gebiedsgericht te kunnen werken en aan te sluiten bij de lokale situatie. o Ga voor een stevige lokale volksvertegenwoordiging. o De Stadsdeelcommissie moet meer bevoegdheden en instrumenten krijgen om op lokaal niveau tegenwicht te kunnen bieden aan het bestuur. o Macht en tegenmacht hoort erbij in een democratie. o Volksvertegenwoordigers verdienen meer bevoegdheden; geef ze die ook. o In huidig stelsel kunnen we onze bestuurders niet controleren, dat past niet bij een democratisch gekozen volksvertegenwoordiging. o Budgetrecht is een gemis. Geef stadsdeelcommissies budgetrecht om specifieke/spontane behoeftes van het stadsdeel te realiseren. o We pleiten voor lokale bestuurders die in de stadsdelen verantwoording afleggen. o De Stadsdeelcommissie moet niet alleen betrokken worden bij de plannen van het college, maar ook bij de gedelegeerde taken van het lokale bestuur.

Centrum DB Advies bestuurlijk stelsel dagelijks bestuur stadsdeel Centrum Het DB van Amsterdam Centrum is blij met het rapport van Necker van Naem en neemt graag de moeite om daarop te reageren en enkele aanbevelingen te doen voor het toekomstig bestuurlijk stelsel. Wegens grote betrokkenheid bij eerdere debatten over het bestuurlijk stelsel onthoudt Mascha ten Bruggencate zich van een advies. Ilse Griek en Micha Mos komen tot het volgende advies. Allereerst benadrukken wij dat we het van belang vinden dat er een goede democratische representatie bestaat op stadsdeelniveau. De schaalgrootte van de (groeiende) stad en de verschillen tussen de diverse stadsdelen, maken het van belang dat Amsterdammers zich kunnen verhouden tot lokaal gekozen politici die hun leefomgeving kennen en hun belangen vertegenwoordigen. Om die representatieve democratie een goede invulling te kunnen geven is er een aantal ingrediënten nodig. Wij herkennen uit het rapport van Necker van Naem zowel de oproep om een stelsel door te ontwikkelen, als de noodzaak om verkozen politici een helder mandaat te geven. Wij adviseren daarom om vanuit een in de stad bekend stelsel, een optimaliseringsslag te slaan. De adviezen die wij geven betreffen achtereenvolgens de rol van de Stadsdeelcommissie en Dagelijks Bestuur, de beloning van de commissie, en de institutionele ondersteuning van de commissie.

Ten eerste achten wij het daarbij van belang dat de stadsdeelcommissie een uitgebreidere rol krijgt: een waarbij zij ook een controlerende functie krijgt, en besluiten kan nemen die slechts marginaal getoetst worden door de gemeenteraad. Voor het Dagelijks Bestuur geldt dat wij adviseren om de mandatering uit te breiden, net als de mogelijkheid om zelfstandig enige financiële verschuivingen te kunnen doorvoeren. Wij denken dat de kwaliteit van bestuur verder verbetert als stadsdeelcommissieleden worden beloond voor de twee dagen werk per week, die deze functie (minstens) van hen vraagt. Om het werk van Stadsdeelcommissieleden beter te laten landen in de ambtelijke organisatie, raden wij aan om bij de verschillende directies mensen tot vaste liaison van een stadsdeel te benoemen, en daarnaast de ambtelijke ondersteuning in de bestuursondersteuning van de stadsdelen uit te breiden. In het rapport van Necker van Naem wordt ook het belang van participatieve democratie benoemd. Het Dagelijks Bestuur van Amsterdam Centrum benadrukt dat van harte, en adviseert om zowel tijdens de huidige periode stappen te blijven zetten om deze te versterken, als om vanaf 2022 in een vernieuwd stelsel daarin verder te gaan. Wat het DB betreft zouden zowel in digitale als offline werkwijzen nog kansen liggen.

Het houden van (kleinschalige) referenda, al dan niet op basis van loting structureel mensen aan tafel uitnodigen en het uitlichten van onderdelen van de gemeentelijke begroting om door bewoners te laten invullen en/of uitvoeren zijn voorbeelden van denkrichtingen hierbij. Het

Dagelijks Bestuur ziet hierbij een versterkte rol van de stadsdeelcommissie als complementair aan een versterkte participatie in de stadsdelen. Het DB herkent de gebreken die er zijn als het gaat om de toegankelijkheid, uitlegbaarheid en inzicht in de wijze waarop het bestuurlijk stelsel voor bewoners werkt. Het onderzoeksbureau ziet een faciliterende, onafhankelijke en adviserende functie voor een inwonersloket. Het dagelijks bestuur denkt dat nog veel te winnen valt binnen de huidige infrastructuur van de gemeente, zowel online als offline. Daarbij is helder taalgebruik in alle gemeentelijke communicatie een belangrijk aandachtspunt. We gebruiken als gemeente nog teveel jargon en werken met onleesbare besluitenlijsten. Het dagelijks bestuur juicht dan ook de verbeterslagen die stedelijk nu in communicatie worden opgepakt toe, zoals de toegankelijkheid van de website waar –om een belangrijk voorbeeld te noemengebiedsmakelaars voor mensen moeilijk te vinden bleken. In het verlengde daarvan willen we wijzen op het belang van transparantie. Meer informatie over de wijze waarop de gemeente Amsterdam tot beslissingen komt en meer transparantie over welke informatie daarbij gebruikt wordt zal meer draagvlak creëren en buurtrechten als het ‘right to challenge’ beter tot hun recht laten komen.

Centrum SDC Advies gesteund door de hele commissie, met uitzondering van één lid van de PvdA. Geachte Wethouder, We willen de wethouder danken voor de mogelijkheid om in deze fase een eerste reactie op het rapport te formuleren. We hebben ernaar gestreefd om gezamenlijk tot een breed gedragen reactie te komen. We hebben kennis genomen van het rapport en in grote lijnen onderschrijven wij de analyse zoals die te lezen is in het rapport. Veel dank ook voor de inbreng van bewoners, en in het bijzonder buurtorganisatie 1018, die de tijd hebben genomen om hun positie en overwegingen met uitvoerige toelichting en documentatie helder op papier te zetten.

Hieronder volgt onze reactie op de bestuurlijke rapportage van de Evaluatie bestuurlijk stelsel Amsterdam, zoals we die hebben ontvangen.

1 1 Uitgangspunten

Voor de inrichting van de gemeentelijke organisatie willen we ons laten leiden door de volgende principes: 1. Amsterdam is te groot voor centrale besluitvorming op elk beleidsvlak 2. Amsterdam heeft behoefte aan een besluitvormend niveau op stadsdeelniveau 3. De besluitvorming moet zo dicht mogelijk bij de burger plaatsvinden. 4. Deze besluitvorming moet plaatsvinden door een democratische vertegenwoordiging van stadsdeelbewoners 5. Bewoners en andere belanghebbenden moeten direct betrokken worden bij de besluiten die hen aangaan. 6. Toedeling van bevoegdheden over de verschillende gemeentelijke organen moet transparant zijn 2 2 Aanbevelingen uit het rapport

2.1 2.1 Voor de korte termijn We onderschrijven de aanbevelingen uit het rapport. Als aantekening bij de evaluatie willen we graag opmerken de indruk te hebben in stadsdeel centrum tot een relatief goede verstandhouding te leven met SDC, DB en ambtelijke ondersteuning. Ondanks de goede ambtelijke ondersteuning is er ruimte voor versterking daarvan.

2.2 2.2 Voor de lange termijn Uit de gepresenteerde modellen gaat onze voorkeur uit naar het model Decentraal Stadsdeelplus. Als algemene lijn kiezen we voor de representatieve democratie op stadsdeelniveau. Echte participatie is alleen mogelijk als de SDC ook echte verantwoordelijkheid heeft Een deel van de stadsdeelcommissie meent dat nader onderzocht zou moeten worden of dit model aangevuld kan worden met elementen uit het model Decentraal Meervoudige Democratie zodat vormen van directe participatie op buurtniveau verder ontwikkeld kunnen worden. Tot slot blijkt verkiezing per gebiedsdeel in ons stadsdeel niet bij te dragen aan de mate van buurtbinding - de gebiedsdelen sluiten daarvoor te weinig aan bij de realiteit en beleving van bewoners. Tegelijk kleven er aan deze vorm van verkiezingen grote nadelen ten aanzien van werving en behoud stadsdeelcommissieleden (zie hierover ook ons eerdere advies aan de wethouder van 18 december 2018) en proportionaliteit. Dat brengt ons tot de volgende wensen: ● ● ● ● ● ● ●

SDC wordt weer een art 83 GW commissie. SDC wordt democratisch gekozen. DB leden worden aangewezen door SDC DB legt verantwoording af aan SDC SDC heeft een budgetverantwoordelijkheid SDC heeft bevoegdheden die vormen van directe democratie zinvol maken. Verkiezing stadsdeelcommissieleden vindt niet meer plaats op basis van gebiedsdelen, maar middels één stadsdeelbrede verkiezing.

Een deel van de commissieleden pleit daarbij voor een grotere commissie en een oneven aantal leden; een ander deel van de commissie vindt aanpassingen op dit vlak juist onwenselijk.

Nieuw west SDC Gezamenlijke verklaring en adviezen naar aanleiding van het evaluatierapport Bestuurlijk Stelsel Naar aanleiding van de input van de verschillende partijen in Nieuw-West op het evaluatierapport Bestuurlijk Stelsel hebben we een overleg gehad en zijn we tot een gezamenlijke verklaring met adviezen gekomen. We hebben daarnaast nog per fractie een stuk geschreven met een beschouwing en adviezen. Op basis van deze stukken en door overleg zijn we tot het volgende compromis gekomen met voorstellen om direct uit te voeren en voorstellen om mee te nemen voor implementatie in 2022. In het rapport wordt aangeven dat Amsterdam te groot is voor één bestuurslaag. In onze ogen is Amsterdam qua participatie ook te groot voor één bestuurslaag. De Stopera loopt nu vast door het grote aantal insprekers die de stadsdeelcommissie overslaan, de gemeenteraadsleden worden overvoerd met mails en de burgers voelen zich niet gehoord. Dé oplossing is om hierin de stadsdeelcommissies (of hoe ze ook gaan heten in de toekomst) juist een grotere rol te geven, juist zij staan dichterbij de inwoners omdat ze lokaler werken en zouden participatie en inspraak beter kunnen ontvangen en begeleiden. Geef instrumenten als de Stem van meer gewicht en budget. Dan weten de mensen ons wel weer te vinden.

Qua inwoneraantal is Nieuw-West de 11de stad van Nederland (groter dan Haarlem, Enschede en bijvoorbeeld Amersfoort), en dat verdient lokale representatie. Onze stadsdeelcommissie onderschrijft het belang van het zo snel mogelijk invoeren van de voorgestelde verbeteringen die in het huidige stelsel mogelijk zijn. Veel van deze zaken zijn ook al eerder aangegeven en met name het punt dat er een verbetering moet komen betreft hoe de adviezen van de stadsdeelcommissie worden behandeld. Zeker wat betreft de adviezen, daar praten we al bijna drie jaar over, en verder praten hoeft wat ons betreft niet, we weten wat er moet veranderen: borgen plek adviezen, zorgen dat ze een uniforme plek krijgen in de adviesaanvragen, maak er een standaardprocedure van voor alle zeven verschillende stadsdelen en zorg dat de stadsdelen een terugkoppeling krijgen wat er met hun adviezen gebeurt. Maak dit publiekelijk kenbaar zodat ook de bewoners van de stadsdelen zien wat er met de adviezen van hun commissie gedaan wordt en wat de effecten daarvan zijn. Maatregelen om zo snel mogelijk in te voeren: 1. Inwonersloket: goed voorstel dat participatie kan versterken. Nieuw-West is echter veel te groot voor 1 loket. Wij adviseren om de loketten op gebiedsniveau in te richten, inclusief een loket voor Sloterdijk.

Wel is het belangrijk dat dit loket de huidige tools versterkt en dat er niet nieuwe structuren of subsidietools worden ontwikkeld of ingezet naast het scala aan instrumenten en teams dat er nu al is. Qua locatie zou je kunnen denken aan de bestaande huizen van de wijk in samenwerking met de gebiedsteams. 2. Ambtelijke ondersteuning: heel goed dat dit wordt aanbevolen in het rapport Op dit moment is er enkel ondersteuning betreft het organiseren en faciliteren van de

3.

4.

5.

6.

vergaderingen. De ondersteuning voor leden van de stadsdeelcommissies vanuit de organisatie van stadsdelen en/of de gemeente moet structureel worden geregeld, met wellicht een uitgebreidere rol voor bestuursondersteuning of een rol voor een apart secretariaat. Adviesparagraaf raad: wat ons betreft het allerbelangrijkste punt om direct in te voeren (inclusief terugkoppeling wat er met adviezen gedaan is). Betreft de adviezen van de stadsdeelcommissie (gevraagd maar ook juist ongevraagd), daar praten we al bijna drie jaar over, in 2019 was dit ook het belangrijkste punt dat naar voren kwam tijdens de stadsdeelcommissieconferentie die we in Nieuw-West hebben georganiseerd. We hebben toen gepleit voor een digitaal platform waarin de adviezen terug te vinden zijn, wij pleiten er voor dat dit op korte termijn wordt ingericht. Daarnaast wat er nu moet veranderen: borgen van de plaats van de adviezen (ook de ongevraagde), zorgen dat ze een uniforme plek krijgen in de adviesaanvragen, maak er een standaardprocedure van voor alle 7 verschillende stadsdelen en zorg dat de stadsdelen een terugkoppeling krijgen wat er met hun adviezen gebeurt. Maak dit publiekelijk kenbaar zodat ook de bewoners van de stadsdelen zien wat er met de adviezen van hun commissie gedaan wordt en wat de effecten daarvan zijn.

Publiceer de adviezen van de stadsdeelcommissie op de site van het stadsdeel, evenals de terugkoppeling vanuit de Stopera Periodiek overleg raad/SDC: Wij stellen voor om elk half jaar te overleggen, met deze mogelijkheid om dit uit te breiden naar elk kwartaal. Stadsdeelcommissieleden kunnen wel zaken agenderen in de commissies van de raad, maar aangezien dit overdag is, is het voor veel SDC-leden niet mogelijk, door een hogere vergoeding voor het SDC-werk maar je dit in de toekomst wel mogelijk.. Na het bestuursakkoord tussen DB’s en College hebben we een stadsdeelcommissieconferentie georganiseerd en getracht om ook met de raad tot zo’n samenwerking te komen, we hebben met een groep sdc-leden van verschillende commissies ingesproken bij de commissie KDD. Zo’n bestuursakkoord kan ten grondslag liggen aan een succesvollere samenwering tussen raad en commissies vanaf 2022 Afstemming tussen College & Stadsdelen: in het begin van deze termijn was er al een wethouder toegewezen aan elk stadsdeel, in de praktijk is daar weinig van terecht gekomen. Zoals in het rapport ook al aangegeven hangt er veel aan de inzet van de persoon in kwestie. Wij pleiten daarom voor vastleggen van afspraken hieromtrent.

Online participatie stadsdelen: natuurlijk is het goed om dit uit te breiden, maar wel met dezelfde kanttekening als bij het eerste voorstel; namelijk belangrijk dat dit de huidige tools versterkt en dat er niet nieuwe structuren of subsidietools worden ontwikkeld of ingezet naast het scala aan instrumenten en mogelijkheden dat er nu al is.

Naast bovenstaande wijzigingen wil onze Denk fractie nog een stap verder gaan en ook direct de volgende wijziging, op termijn willen we allemaal dat onze commissie weer budgetrecht krijgt op een aantal onderwerpen (zie ook de voorstellen in de volgende paragraaf) ◦ Alleenrecht op het budget omtrent het organiseren van burgerparticipatie. ◦ Alleenrecht op verlening van subsidies in het stadsdeel. ◦ Vrije budget / noodfonds i.v.m. corona

Aanbevelingen om mee te nemen in wijzigingen 2022, door de wethouder democratisering. Belangrijk dat deze aanbevelingen voor de zomer mee worden genomen in het besluitvormingsproces, zodat deze geïmplementeerd kunnen worden voor de start van de nieuwe termijn in 2022. Men (ambtenaren en kandidaten) moet zich goed kunnen voorbereiden, in ieder geval beter dan hoe wij het in 2018 hebben ervaren. Alle partijen in Nieuw-West kiezen voor scenario 4 het stadsdeel plus scenario. Hieronder onze overwegingen en adviezen in deze. Representatie werkt alleen als er ook mandaat is. Stadsdelen moeten wel degelijk iets te zeggen hebben. Zonder dat worden de commissies een wassen neus en haken de bewoners af. Een gedeelte van de macht van de Stopera moet in onze ogen daarom weer terug naar de stadsdelen. Heel duidelijk moet er worden beschreven welke bevoegdheid waar ligt, wie over beleid en budget gaat en waar die per taak en verantwoordelijkheid ligt. Qua slagkracht is het voor de gemeente belangrijk dat een aantal zaken uniform loopt, dan ben je efficienter en kosten zaken minder geld. Een compacte, wendbare en slagvaardige ambtelijke organisatie is essentieel en daarin zijn voor Amsterdam nog een aantal stappen te maken. Dat staat wat ons betreft los van het bestuurlijk stelsel, maar heeft veel meer te maken met de inrichting van het ambtenarenapparaat en de cultuur binnen de gemeente.

De huidige vergoedingen voor SDC-leden zijn een stuk lager dan in het vorige stelsel en zorgen ervoor dat je als commissielid minder tijd kunt vrijmaken om je werk als volksvertegenwoordiger op een goede manier uit te voeren. In het toekomstige stelsel is er macht versus tegenmacht nodig. Daarom vinden wij dat een stadsdeelcommissie het mandaat moet hebben om haar dagelijks bestuur te benoemen en weg te sturen. Op dit moment werken we goed en constructief samen met het dagelijks bestuur in ons stadsdeel. Echter doet de samenstelling van een verlengd bestuur (twee DB leden zijn in het geheel qua politieke achtergrond niet in de SDC vertegenwoordigd) geen recht aan de samenstelling en stemgedrag van ons stadsdeel, daarom hebben we wat dat betreft ook een voorstel tot wijziging bedacht. De verkiezingen op gebiedsniveau in een land als Nederland met representatieve democratie leiden nu tot vreemde situaties. In onze commissie heeft een partij als D66 op stadsdeelniveau meer stemmen gehad dan de PvdA, maar alleen die laatste is nog met 4 mensen vertegenwoordigd. Denk heeft meer stemmen gehaald dan alle andere partijen, maar heeft maar 3 leden. Daarom doen we in de adviezen een voorstel voor een nieuwe hybride vorm. Als uitgangspunt nemen we de volgende criteria: ● ●

● ●

Amsterdam kent democratisch gekozen volksvertegenwoordigers en bestuurders met bijbehorende zeggenschap, taken, bevoegdheden en middelen; Amsterdammers hebben voldoende mogelijkheden om betrokken te zijn respectievelijk invloed uit te oefenen op het bestuur van de stad, stadsdeel, wijk of buurt Het besturen van de stad vindt plaats op basis van een open, transparante en democratische wijze van besluitvorming op alle niveaus. Amsterdam is te groot voor centrale besluitvorming op elk beleidsvlak

●

●

●

Amsterdam heeft behoefte aan een besluitvormend niveau op stadsdeelniveau, deze besluitvorming moet zo dicht mogelijk bij de burger plaatsvinden door een democratische vertegenwoordiging Bewoners en andere belanghebbenden moeten direct betrokken worden bij de besluiten die hen aangaan, participatieve democratische middelen versterken die vanuit de SDC gefaciliteerd en begeleid worden, bijvoorbeeld themagroepen per onderwerp. Toedeling van bevoegdheden over de verschillende gemeentelijke organen moet transparant zijn

Adviezen SDC-NW 1. De tegemoetkoming voor de leden van de stadsdeelcommissies moet meer worden afgestemd op de hoeveelheid werk die gevraagd wordt. Dit zal betekenen dat de vergoedingen moeten worden herzien en verhoogd. Op deze manier kunnen commissieleden meer tijd en energie stoppen in het werk als sdc-lid en zal de kwaliteit worden bevorderd en de lokale democratie worden versterkt. 2. De tegemoetkoming voor leden van de stadsdeelcommissies zal bestaan uit twee bestanddelen. Het eerste bestanddeel is de presentie tijdens vergaderingen van de stadsdeelcommissie, het tweede bestanddeel is een vaste, maandelijkse tegemoetkoming. 3. De aansturing van het buurtgericht werken op basis van de gebiedsagenda en het gebiedsplan, moet allereerst vanuit de stadsdeelcommissies gebeuren, met daarbij voldoende instrumenten en informatie voor de leden van de stadsdeelcommissie om ook tussentijdse sturing mogelijk te maken. 4. Onderzocht moet worden of een mandatering aan de SDC’s met betrekking tot het opstellen van de gebiedsagenda’s, gebiedsplannen en de uitvoering daarvan, mogelijk is binnen een herzien bestuurlijk stelsel. 5. Budgetrecht. Om binnen een stadsdeel aan te kunnen sluiten op specifieke behoeften is het belangrijk om een eigen beleid te kunnen voeren. Dat is alleen mogelijk als een bestuurlijk orgaan de beschikking heeft over een eigen budget.

Binnen het stelsel van 2014-2018 waren er al aanzienlijke beperkingen aangebracht op dit terrein, maar in het huidige stelsel is deze ruimte verder beperkt. Gezocht moet worden naar de ruimte om binnen een nieuw bestuurlijk stelsel voor stadsdeelcommissies op basis van via slimme constructies eigen geoormerkt budget beschikbaar te stellen op basis waarvan lokale keuzes kunnen worden gemaakt. 6. De agenda’s van gemeenteraad, gemeentelijke commissies en de stadsdeelcommissies moeten beter op elkaar worden afgestemd, zodat er haalbare tijdslimieten zijn. Er was een reden waarom onze vergaderingen op de dinsdag ingepland zijn, alle stadsdelen zouden in principe weer op die dag moeten vergaderen zodat we goed in de vergadercyclus van de raad en de commissies passen. 7. De samenstelling van een DB moet zoveel mogelijk aansluiten bij de politieke verhoudingen binnen een stadsdeel. Daarom stellen we voor om op basis van het

aantal stemmen op stadsdeelniveau een DB lid te laten voordragen door elk van de drie grootste partijen. DB-leden hoeven niet op de lijsten te staan, maar moeten wel wonen in het stadsdeel. Voordracht gebeurt aan de stadsdeelcommissie door de drie lokale partijen met de meeste stemmen. En na goedkeuring door meerderheid van de commissie worden deze DB-leden benoemd. De commissie moet ook de mogelijkheid krijgen om een DB-lid weg te sturen. 8. De bestuurders krijgen een bestuursopdracht vanuit de Stopera om beleid te implementeren naar aanleiding van het coalitie-akkoord, maar krijgen de mogelijkheid om samen met de commissie lokale uitvoering te geven aan die beleid. De taken en bevoegdheden die op stadsdeelniveau worden belegd, dienen scherp en duidelijk te worden omschreven en vastgelegd voor de nieuwe termijn,. 9. Verkiezingen blijven op gebiedsniveau plaats vinden, want we erkennen het belang van lokale vertegenwoordiging. In een gebied wonen, voegt enorm toe aan je kennis, je netwerk en versterkt samenwerking over de partijen heen. Nadeel van deze lijsten is dat ze snel uitputten, daarom willen we verhuizen binnen het stadsdeel wel toestaan en partijen de mogelijheid geven om een lijst aan te vullen bij uitputting door leden van andere gebiedslijsten binnen het stadsdeel. Naast de 16 gebiedsleden willen we ook 8 leden die op stadsdeelniveau worden gekozen.

Zo krijg je een hybride vorm van een districtenstelsel met ook representatieve democratie. Leden die op gebiedslijsten staan, kunnen ook terugkomen op de stadsdeellijst. Daarmee stellen we een uitbreiding van de commissie voor van 16 naar 24 leden. 10. De ontwikkelingen in Weesp geven wellicht een basis om kritisch na te denken over de toekomst van het huidige stelsel. In september 2020 heeft de gemeenteraad van Amsterdam besloten dat de bestuurscommissie van Weesp (per 2022) in grote lijnen wordt ingericht zoals gold voor het bestuurlijk stelsel in Amsterdam in de periode 2014-2018. Dus een monistisch model met een Algemeen Bestuur, met besluitvormings- en controlebevoegdheden, dat uit haar midden een Dagelijks Bestuur kiest zoals het voorstel dat we hierboven hebben uitgewerkt.

Zuidoost DB Evaluatie bestuurlijk stelsel. Voor een verbetering. DB Zuidoost. Amsterdam groeit snel naar een stad van 1 miljoen inwoners. Het is vanuit een goed functionerende democratie en effectieve organisatie van de gemeentelijke overheid onwenselijk om de stad volledig centraal aan te sturen. Een volwaardige decentrale, integrale sturing op het niveau van stadsdelen is het beste model om invulling te geven aan een transparante, effectieve, democratische lokale overheid dicht bij de burger. Zoals uit het rapport valt af te leiden is dat op dit moment onvoldoende het geval. Het DB van Zuidoost kan zich dan ook op hoofdlijnen vinden in de analyse in het rapport van Necker van Naem. In het rapport komt ook de vraag aan de orde hoe verder? Hiervoor worden 5 richtinggevende opties beschreven. Het is de vraag welke relevante aanpassingen gemaakt kunnen worden zonder opnieuw een grote discussie over het stelsel te starten. In onze optiek geeft voorstel 4 hiervoor de juiste richting, waarbij elementen van voorstel 5 kunnen worden ingepast. We zullen dit toelichten aan de hand van twee samenhangende elementen: 1. De lokale representatieve democratie. 2. De lokale participatieve democratie. 1. De lokale representatieve democratie Conform de gemeentewet kan de bestuurscommissie worden belast met meer taken, bevoegdheden en een budgetrecht passend bij deze taken en bevoegdheden.

De gemeenteraad en het College van B&W kunnen dit mandateren en beleggen bij een direct gekozen commissie. Door de bestuurscommissie een volwaardig mandaat te verschaffen komen zij in positie om op stadsdeelniveau ook een volwaardige bijdrage te leveren aan de representatieve democratie. Het is aan gemeenteraad en College van B&W om te bepalen welke taken, bevoegdheden en bijbehorend budgetrecht hier het best passend is. Dit vereist een nadere uitwerking. DB. De door B&W aangestelde Dagelijkse Besturen (verlengd bestuur) worden in het rapport als een van de weinige positieve ervaringen in het huidige stelsel aangemerkt. B&W is via het DB beter in staat uitvoering te geven aan het coalitieakkoord op stadsdeelniveau en er is meer een eenduidig beleid. Andersom kunnen de Dagelijks Besturen B&W voeden met de praktijk in de stadsdelen. Hierdoor is er een nuttige wisselwerking tussen ideeën, plannen en uitvoering die bijsturing in theorie op tijd mogelijk maakt. Tegelijkertijd heeft een proces van centralisatie van de ambtelijke organisatie plaatsgevonden. Er zijn een aantal grote diensten gevormd die de gedachte van één Amsterdam dienen uit te voeren. Echter om de opgave te kunnen realiseren werken de diensten meer en meer gebiedsgericht. De ingezette beweging van de centrale diensten om gebiedsgericht te gaan werken moet verder worden versterkt.

Het DB is in de positie om namens B&W de opgave gebiedsgericht uit te werken. Om dit te verbeteren wordt het volgende voorgesteld. In de Verordening op het Lokaal Bestuur in Amsterdam zou veel scherper moet worden geformuleerd wat de bevoegdheden van het DB zijn ten opzichte van de centrale diensten. Bijlage 2 van de verordening zou op dit onderdeel moeten worden herzien. In Bijlage 3 zijn de bevoegdheden ten opzichte van de burgers uitgewerkt. Dit zijn grotendeels weggemandateerd naar ambtenaren. Er dient te worden geregeld op welke wijze het DB toezicht kan houden op de uitvoering door de het ambtelijk

apparaat. Bij het hierboven geschetste model met een meer gedecentraliseerd bestuur van de stad hoort ook een gedecentraliseerd trekkingsrecht van de stadsdelen (dagelijks besturen) van de diensten op basis van de opgave in de stadsdelen. Dit trekkingsrecht dient onderdeel van de begroting te zijn en een volwaardige plek in de P&C cyclus te hebben waardoor er integrale afwegingen kunnen worden gemaakt op de inzet van middelen (geld en mensen). Dit brengt de stadsdelen beter in positie om haar taken goed uit te voeren. Tot slot kan in een bestuursakkoord tussen B&W en de DB-en afgesproken worden waarbij de specifieke opgaven per stadsdeel vastgelegd worden en er ook afspraken worden gemaakt over de bijbehorende middelen (geld en mensen) om deze opgave te realiseren. Maatwerk per gebied/stadsdeel binnen het kader van het coalitieakkoord en stedelijk beleid. Stadsdeelcommissie/gemeenteraad. Bij een sterker DB hoort een betere democratische controle van dat DB. Op dit moment is dat onvoldoende geregeld. Een gezonde duale verhouding tussen uitvoerende en controlerend organen geeft een gezonde check-and-balances relatie in het gemeentelijk openbaar bestuur. In de eerste plaats moeten de gekozen leden van de BC controlerende bevoegdheden ten opzichte van het DB.

In de tweede plaats moet de relatie tussen de commissie op stadsdeelniveau (een commissie van de gemeenteraad) en de gemeenteraad beter geregeld worden. Dit zou kunnen door hiervoor een aantal zaken vast te leggen. Zoals bijvoorbeeld; Een by pass procedure om in het ultieme geval om een dagelijks bestuurder te kunnen wegsturen. - Een commissie van de gemeenteraad voor de stadsdelen te installeren om de relatie tussen de bestuurscommissies en de gemeenteraad te verbeteren. Hier kunnen ook de specifieke gebiedsgerichte opgaven (gebiedsplannen) geagendeerd worden. 2. De Participatieve democratie. In deze bestuursperiode zijn veel nieuwe vormen van participatieve democratie ingezet (programma democratisering). Hierbij worden nieuwe ervaringen opgedaan. De opbrengst hiervan zal in deze periode al haar beslag krijgen in resultaten en beleid (bijvoorbeeld het kader buurtbudgetten). In het volgend coalitieakkoord kan dit verder vorm en inhoud krijgen. Het DB is samen met de Stadsdeelcommissie in de uitgelezen positie om deze democratisering verder vorm te geven. Beide kunnen elkaar versterken. Dit zou verder uitgewerkt dienen worden. Dagelijks bestuur Zuidoost, 19 januari 2021.

West DB Wensen en aanbevelingen naar aanleiding van de Evaluatie Bestuurlijk Stelsel Het DB van West heeft het onderzoeksrapport Evaluatie Bestuurlijk Stelsel aan de hand van haar eigen positie in het stelsel, zowel ten opzichte van het college, de stadsdeelcommissie en ten opzichte van de ambtelijke organisatie, besproken en hieruit wensen en aanbevelingen geformuleerd. Hieronder staat een uitgebreidere toelichting op deze wensen en aanbevelingen. Deze punten worden meegegeven aan het bestuurlijk kernteam, ten behoeve van de voorbereiding van het Hoofdlijnenbesluit. Het DB van West is het erover eens dat wat haar betreft een scheiding tussen de participatieve en de representatieve democratie niet wenselijk is. Het zou volgens het DB geen keuze van of-of maar juist en-en moeten zijn: voor een sterke participatieve democratie is een sterke representatieve democratie nodig. De collectieve belangenafweging (in het algemeen belang) moet binnen de representatieve democratie plaatsvinden. Hiervoor is het wel belangrijk dat beter beschreven moet worden wie waar over gaat (participatie kaders). In het advies over het bestuurlijk stelsel zou de focus moeten liggen op de representatieve democratie zowel op het niveau van de stad als de stadsdelen.

De participatieve democratie is daar een belangrijke aanvulling op en kan, wat het DB van West betreft, niet zonder een goed functionerende representatieve democratie. Een volgend punt is de huidige interpretatie van het stelsel. Ten onrechte leeft in een deel van de organisatie het beeld dat de Stadsdeelcommissie deel van de participatieve democratie zou zijn. Omdat de leden van de stadsdeelcommissie gekozen vertegenwoordigers zijn van West, beschouwen wij de SDC als onderdeel van de representatieve democratie. Omdat het lijkt alsof hier soms verwarring over bestaat, lijkt het ons aanbevelenswaardig om hier duidelijk over te zijn. Rol DB in het stelsel We ondersteunen de conclusie in het rapport dat de samenwerking tussen dagelijks bestuurders en het college soepeler verloopt dan in het vorige stelsel. Tegelijkertijd missen we instrumenten om in onze rol als bestuurder aandacht te hebben en vragen voor wat er in de stadsdelen nodig is. Een belangrijk punt daarbij is het veel duidelijker definiëren van de kaders van het mandaat van het DB: wanneer het stadsdeel ergens over gaat, moet zij er ook op kunnen sturen. Dat betekent dat bepaalde budgetten weer naar de stadsdelen moeten en duidelijk zou moeten zijn welke verantwoordelijkheid en ruimte de stadsdelen hebben. Welke stedelijke kaders zijn hard en van welke kaders kan binnen het mandaat van de stadsdelen worden afgeweken.

Alleen dan is een daadwerkelijke couleur locale in aansluiting bij de gebiedsopgave mogelijk. We doen verder graag de suggestie om meer duidelijkheid te verschaffen over de politiek bestuurlijke rol van het DB binnen het stelsel. Eén van de mogelijke manieren om dat te bewerkstelligen is de benoeming te laten verlopen via de gemeenteraad. In het verlengde van dit thema speelt ook de invloed van de SDC. Het DB van West zou graag meer invloed en ruimte willen geven aan de SDC. Hoe dit er wat ons betreft uit kan zien, leggen we in het volgende kopje uitgebreider uit. Tegelijkertijd mag duidelijk zijn dat het ook de opdracht aan de SDC’s is om binnen de stedelijke kaders de couleur locale te bewerkstelligen. Dit is belangrijk te benadrukken omdat de politieke kleur van de SDC nogal kan verschillen van die van de coalitie. Zo komen wij tot de volgende wensen en aanbevelingen:  Duidelijkere kaders van het mandaat: welke verantwoordelijkheden en bewegingsruimte ten opzichte van het college en stedelijke kaders  Duidelijkere sturingsmogelijkheden van het DB, waaronder budgetten  In het verlengde van bovenstaande: meer invloed en ruimte voor advies van de SDC

Versterking rol Stadsdeelcommissie Het DB van West is van mening dat in het verlengde van een duidelijker mandaat voor DB zelf, ook de rol van de SDC in het stelsel verduidelijking en versteviging behoeft. Zowel in de organisatie als bij de college en raad zou het mandaat van de stadsdeelcommissies duidelijker omschreven moeten worden. Wij adviseren om spelregels op te stellen waarin duidelijk wordt aangegeven waar de SDC over gaat en waarover niet. Dit zo dat ook de ruimte en verantwoordelijkheid van de SDC beter tot haar recht komt. Vanzelfsprekend zijn wij van mening dat adviezen van de SDC moeten worden doorgestuurd naar het college en de gemeenteraad. Dat is nu ook al de afspraak, maar dit wordt naar ons idee nog te weinig nageleefd. Verder vindt het DB van West dat de vergoeding van de stadsdeelcommissie verhoogd zou moeten worden om hen beter in staat te stellen hun werk goed te doen. Verder zou de commissie ook beter ondersteund kunnen worden: door het instellen van een griffie, of – bij voorkeur – door het organiseren fractieondersteuning. Een openstaande vraag is wat ons betreft nog wat er met de ‘gebiedsvertegenwoordiging’ zou moeten gebeuren: terwijl de vergaderingen eerder langs fractielijnen worden gevoerd, is de basis nu nog steeds het gebied.

Wij denken dat het beter is om woordvoerders/ambassadeurs per gebied aan te stellen en de (te strikte) regel los te laten dat je in je eigen gebied moet wonen. Zo komen wij tot de volgende wensen en aanbevelingen:  Duidelijkere kaders van het mandaat met spelregels over waar de SDC wel en niet over gaat  Versterking adviezen SDC: opvolging en terugkoppeling  Versterking (fractie-) ondersteuning  Woordvoering per gebied  Vergoeding SDC leden verhogen om hen beter in staat te stellen hun werk te doen Rol DB ten opzichte van ambtelijke organisatie Het DB is het erover eens dat zij de aansturing van ambtenaren graag anders willen vormgeven voor dossiers waar het DB verantwoordelijk voor is. Nu is het te vaak zo dat de aansturing via wethouders en stedelijke (programma) teams verloopt, in plaats van door het DB. Dit leidt tot vraagtekens in hoeverre er een echte bereidheid tot couleur locale en maatwerk bestaat. Ook de controle op de uitvoering wordt hierdoor bemoeilijkt. Eigen budgetten, duidelijkere afspraken over mandaat en verantwoording en voldoende ambtelijke ondersteuning in de stadsdelen zouden helpen. Schuring zal blijven bestaan, hoe goed de afspraken ook zijn. Maar de discussie moet wat ons betreft wel op het juiste niveau gevoerd worden: van portefeuillehouder tot wethouder en niet van portefeuillehouder tot ambtenaar.

Het DB is zich er echter ook van bewust dat op dit moment ook niet alle ruimte voldoende wordt benut. Zo zou er meer mogelijk zijn als de portefeuillehouders van verschillende stadsdelen elkaar beter weten op te zoeken en die horizontale lijnen veel sterker worden gevormd, gefaciliteerd en benut. Wanneer alle bestuurders met een eigen lijstje aankomen bij directies en wethouder, is het te makkelijk om eruit te pikken wat bevalt óf er helemaal niets mee te doen. Zo komen wij met betrekking tot dit punt tot de volgende wensen en aanbevelingen:  Meer sturingsmogelijkheden van DB ten opzichte van ambtelijke organisatie  Eigen budgetten om sturingsmogelijkheden kracht bij te zetten  Sterkere DB samenwerking tussen stadsdelen  Een voldoende toegeruste ambtelijke ondersteuning in de stadsdelen

West SDC Het bestuurlijk stelsel: reactie stadsdeelcommissie Amsterdam – West Unaniem advies namens: VVD, DENK, GroenLinks, D66, PvdA Bevindingen Necker van Naem Met grote belangstelling heeft de stadsdeelcommissie Amsterdam-West kennis genomen van de rapportage Evaluatie bestuurlijk stelsel Amsterdam door Necker van Naem en de resultaten onderling met elkaar besproken. De stadsdeelcommissie herkent tot haar spijt de bevindingen die door de onderzoekers zijn gepresenteerd: 1. Het adviesrecht van de stadsdeelcommissies komt onvoldoende tot zijn recht en de manier waarop het nu wordt ingezet, geeft de stadsdeelcommissie te weinig slagkracht. 2. De benoeming van dagelijks bestuurders is goed voor de samenwerking, maar minder werkzaam voor het effectief organiseren van macht en tegenmacht. 3. Stadsdelen worden relatief weinig invloed toegedicht door Amsterdammers en professionals. 4. De gemeenteraad staat op afstand van de stadsdelen, is beperkt aangesloten op wat er in de dagelijks besturen en stadsdeelcommissies gebeurt en heeft weinig zicht op adviezen van de stadsdeelcommissies. 5. Eén Amsterdam betekent in de praktijk nog te veel het centraliseren van de ambtelijke organisatie en nog te weinig een gebiedsgerichte focus. De stadsdeelcommissie onderschrijft deze bevindingen vanuit de eigen praktijk.

Eind vorig jaar heeft de stadsdeelcommissie unaniem blanco gestemd in het kader van de gebiedsplannen, onder meer als protest tegen het gebrek aan de gebiedsgerichte focus. Tegelijkertijd heeft de SDC Amsterdam-West meermalen aangegeven te weinig terug te zien van de (aangenomen) uitgebrachte adviezen deels veroorzaakt door een (te) afwachtende houding van de bestuurlijke en ambtelijke organisatie in de Centrale Stad. Ook de afstand tot de gemeenteraad wordt herkend. Slechts éénmaal is een SDC-vergadering bezocht door een zittend raadslid. Leden van het college van B&W heeft de stadsdeelcommissie de afgelopen jaren in zijn geheel niet mogen verwelkomen. Stadsdeelcommissieleden moeten op dit moment te vaak gebruik maken van de eigen partijlijnen om stadsdeelzaken onder de aandacht te brengen binnen de gemeenteraad waar de besluiten genomen worden. Dit speelt onnodige partijpolitiek in de hand en beperkt de vrijheid van stadsdeelcommissies in de mogelijkheden om tot ongebonden opvattingen te komen. Participatieve democratie De stadsdeelcommissie is er trots op dat Amsterdam-West behoort tot koploper in Nederland als het gaat om innovatie op digitale participatie. Met Stem van West en West Begroot heeft Amsterdam-West de afgelopen jaren een pioniersrol vervuld in dit opzicht. In 2021 wil de stadsdeelcommissie met nieuw ontwikkelde initiatieven deze koploperspositie versterken.

Tegelijkertijd maakt de stadsdeelcommissie zich zorgen dat de bewoners vanwege de ‘participatiepolonaise’ straks door de bomen het bos niet meer zien en verdwalen binnen bestuurlijk Amsterdam. Het college zet in op tal van plannen om de participatieve democratie te versterken, maar de stadsdeelcommissie West oordeelt dat de eerste prioriteit van het college op dit moment het versterken van de representatieve democratie zou moeten zijn. De stadsdeelcommissie verzoekt het college dan ook om de komende bestuursperiode de positie van de representatieve democratie in feite nieuw leven in te blazen. Representatieve democratie: laag vertrouwen en slecht functionerend stelsel De stadsdeelcommissie is geschrokken dat slechts 17% van de Amsterdammers zegt vertrouwen te hebben in de stadsdeelcommissies. De bevindingen en de ongekend lage vertrouwenscijfers wijzen erop dat het stelsel met de stadsdeelcommissies in een ernstige crisis verkeert. De toegevoegde

waarde van de stadsdeelcommissies in huidige vorm wordt in te beperkte mate door de Amsterdammer ingezien. De stadsdeelcommissies worden nu door burgers niet serieus genomen, vanwege gebrek aan bevoegdheden en budget. Dat is de bijl aan de wortel van de waardering van de burger voor de representatieve democratie. Een van de oorzaken hiervan is dat het de stadsdeelcommissies ontbreekt aan controlerende/corrigerende bevoegdheden. In het huidige bestuurlijk stelsel zijn deze taken weggenomen van de stadsdeelcommissie en leggen de Dagelijkse Bestuurders verantwoording af aan de gemeenteraad. Gezien de eerder vastgestelde grote afstand tussen raad en stadsdelen, kan er gesteld worden dat er niet voldoende controle vanuit de raad plaatsvindt op de werkzaamheden van de DB’ers en zou ons inziens deze taak in de toekomst weer bij de stadsdelen dienen worden teruggebracht. Directe gevolgen van het ontbreken van deze bevoegdheden zijn op stadsdeelniveau duidelijk zichtbaar: zonder laagdrempelig en benaderbaar democratisch orgaan met slagkracht, laten bewoners, juist wanneer het gaat om (hyper)lokale casuïstiek, de stadsdeelcommissies als het ware links liggen en kloppen zij direct aan bij de centrale stad.

De stadsdeelcommissie Amsterdam-West roept het college op om zo spoedig mogelijk werk te maken van de aanbevelingen die door de onderzoekers gedaan zijn om het huidige stelsel te verbeteren. Met bijzondere aandacht voor de volgende aanbevelingen: 1. Maak en benut een standaardprocedure voor het opnemen van een adviesparagraaf met het standpunt van het stadsdeel (dagelijks bestuur en/of stadsdeelcommissie) in raadsvoorstellen. Van groot belang is hierbij de transparantie: openbare beantwoording van individuele adviezen per stadsdeel heeft sterk de voorkeur boven een algemene beantwoording van de stadsdeeladviezen. Standpunten van alle stadsdeelcommissies worden zo op waarde geschat en daadwerkelijk meegenomen of afgewogen bij de totstandkoming van stedelijk beleid. 2. Versterk de ambtelijke ondersteuning van de stadsdeelcommissies om hen daarmee steviger te positioneren in hun adviesrol ten opzichte van de dagelijks besturen, de beoogde rol van ongevraagde adviezen beter tot gelding te laten komen en het ophalen van signalen uit de buurt meer armslag te geven. Met het oog op de toekomst (na 2022) benadrukt de stadsdeelcommissie Amsterdam-West dat er voldoende tegenwicht geboden moet kunnen worden vanuit de vertegenwoordigende organen. Het uitgangspunt is dat Amsterdam te groot is voor één bestuur.

Een terechte vrees is momenteel dat stadsdeelbelangen op onvoldoende bestuurlijke aandacht kunnen rekenen. De stadsdeelcommissie Amsterdam-West is unaniem van mening dat de stadsdeelcommissies en het Dagelijks Bestuur weer ‘meer tanden’ (meer gemandateerde bevoegdheden en middelen) moeten krijgen, om zo te kunnen functioneren als volwaardige democratische organen die gebiedsspecifieke uitdagingen kunnen aanpakken en oplossen. Concluderend is de stadsdeelcommissie West het erover eens dat niet het experimenteren in de geest van de participatieve democratie het einddoel zou moeten zijn, maar dat in eerste instantie het fundament van de representatieve democratie toe is aan verbetering -cultureel en inhoudelijk. De conclusies van het rapport van Necker van Naem onderstrepen ons inziens deze noodzaak.

Oost DB Inhoudelijke reactie Het DB onderschrijft de bevindingen in de evaluatie en concludeert, in lijn met de evaluatie, dat er een evidente noodzaak is om tot verbeteringen in het huidige stelsel te komen. Wij gaan daarbij uit van een aantal belangrijke waarden die het fundament vormen van een goed werkende democratie. Bij aanvang van de huidige bestuursperiode formuleerden wij als DB van Oost de ambitie om als dagelijks bestuur dicht bij de leefwereld van bewoners te staan en vanuit inzicht in die leefwereld te werken aan betere buurten. We gebruiken daarvoor de term “buurtbouwen”. Vanuit het besef dat je sterke buurten niet alleen bouwt voor, maar juist mét mensen, vinden we als DB een sterke lokale democratie belangrijk. Daar horen democratische legitimatie, toegankelijkheid en afrekenbaarheid bij. Wij zijn dan ook voorstander van een stelsel met meerdere bestuurslagen waarbij lokale vertegenwoordiging zichtbaar is én waarbij we, dankzij een stevig mandaat en beslissingsbevoegdheid, directer en met meer resultaat lokale opgaven kunnen aanpakken. Wij zijn voorstander van het verder versterken van de participatieve democratie, cf. de ambitie in het huidige coalitieakkoord, door onder meer voort te bouwen op de initiatieven en instrumenten die de afgelopen jaren zijn ontwikkeld.

Dit kan maar in beperkte mate vastgelegd worden in een bestuurlijk stelsel maar vraagt wel de nodige aandacht. Dit laat onverlet dat wij van mening zijn dat versterking van de representatieve (lokale) democratie nodig is, met een steviger mandaat voor zowel DB als stadsdeelcommissie én de daarbij benodigde menskracht en middelen. Wij onderschrijven niet de gedachte dat een volwaardige rol voor DB en stadsdeelcommissie teveel zou schuren met de verantwoordelijkheid om stedelijk beleid goed ten uitvoer te brengen, het zogenaamde dubbelmandaat. Tussen elke bestuurslaag kan het schuren maar in een evenwichtig democratisch stelsel leidt dit eerder tot glans dan afbraak. Zoals het rapport ook schrijft is veel afhankelijk van houding en gedrag. En houding en gedrag laten zich slecht dwingen door regels en stelsels. Het beleid, op hoofdlijnen, maakt men stedelijk door college van B&W en de gemeenteraad. Laat hierbij ruimte voor het lokaal inkleuren, hierbij valt te denken aan het ‘staatsecretarismodel’. Het beter uitwerken van de bevoegdheden en mandaten kan hierbij helpen om onnodig dubbel werk en niet productieve schuring te voorkomen. Het is bijvoorbeeld de vraag of alle adviesaanvragen ten aanzien van stedelijk beleid een productieve taak voor de stadsdelen is.

Een gekozen stadsdeelcommissie met een uit haar midden gekozen dagelijks bestuur voorziet ons inziens veel beter in het organiseren van deze lokale inkleuring én het nodige tegenwicht binnen de bestuurlijke, en niet te vergeten ambtelijke, organisatie. Met de beschikking over eigen middelen zou een stevige bestuurslaag op stadsdeelniveau naast het realiseren van stedelijk beleid, veel beter lokaal maatwerk kunnen leveren en dit zou de transparantie en legitimatie ten goede komen. Hierbij adviseren wij dan ook om de stadsdeelcommissie weer instemmingsrecht in plaats van adviesrecht te geven. Dit doet recht aan hun betrokkenheid, maar bovenal zorgt het voor tegenwicht, transparantie en is het uitlegbaar aan de bewoners van Amsterdam. We zien voor- en nadelen aan de huidige samenstelling van de stadsdeelcommissie op gebiedsniveau. Toch spreken wij de voorkeur uit voor het samenstellen van de stadsdeelcommissie op stadsdeelniveau. De stadsdeelcommissie functioneert en adviseert veelal als één en dat zou hier recht aan doen. Tevens voorkom je hiermee al te veel

wisselingen door bijvoorbeeld verhuisbewegingen en versnipperde lijsten. De kwaliteit van democratie en bestuur kan versterkt worden door mensen hier ook ruimte voor te bieden. De vergoeding van stadsdeelcommissie leden zou daarom ons inziens verhoogd moeten worden zodat zij daadwerkelijk tijd kunnen vrijmaken om hun taak te vervullen. Ten aanzien van de Dagelijks Bestuurders merken wij op dat bij de Dagelijks Bestuurders vanwege de gemeentewet formeel geen sprake is van ambtsdrager is met bijbehorende rechtspositie en ondersteuning maar verder wel vergelijkbaar, het is passend als gemeente Amsterdam dit gat in goed werkgeverschap op enige wijze zou repareren. Keuzes in de bestuurlijke structuur en werkwijze werken door in de ambtelijke organisatie. Nog steeds zien en ervaren we vrijwel dagelijks de worsteling vanuit de stadsdelen om te zorgen dat lokale belangen gezien en gehoord worden bij directies en ook zichtbaar worden in de uitvoering. De wens en noodzaak om gebiedsgericht te werken heeft in de afgelopen jaren steeds meer voet aan de grond gekregen in alle geledingen van de organisatie. Maar tot vandaag ervaren veel medewerkers op bestuurlijk en ambtelijk niveau dat de praktijk weerbarstig is. Hierin duurzame en zichtbare verandering brengen vraagt om een gewijzigde visie op waar en door wie beleid wordt gemaakt, nl.

minder vanuit een centralistische blik en meer voor en vanuit lokale behoeften. Zoals in de evaluatie benoemd vraagt dit, misschien meer dan om aanpassingen in het systeem zelf, om een andere houding en gedrag van de mensen die samen het systeem vormen. Dat in de afgelopen tijd de stadsdelen steeds meer zijn “uitgekleed”, waarbij mensen, middelen en verantwoordelijkheden juist zijn gecentraliseerd werkt volgens ons meer bureaucratie in de hand en minder slagkracht daar waar die juist nodig is: in de stadsdelen, gebieden en buurten. De centralisatie van zowel beleid als uitvoerende diensten heeft ertoe geleid dat het steeds moeilijker wordt om gebiedsgericht te opereren. De veelal complexe keuzes waar en hoe veelal schaarse middelen in te zetten moeten nog steeds gemaakt worden. Alleen gebeurt dat nu niet meer daar waar de directe kennis voorhanden is en daar waar de lokale contacten het warmst zijn, maar verder weg van burgers, bij stedelijke directies. In ‘the bigger picture’ wordt een poging ondernomen deze keuzes te objectiveren maar de keuze waar de inzet van middelen en menskracht landt is inherent politiek/bestuurlijk. Voor een soepeler uitvoering die recht doet aan lokale opgaven moeten stedelijk opererende en centraal gerichte directies zich meer instellen op en openstellen voor de stadsdelen.

Tot slot willen wij niet onvermeld laten dat het terugbrengen van de mogelijkheden van een decentrale bestuurslaag met volledige verantwoordelijkheden zoals voorheen vastgelegd in de Gemeentewet ons inziens de beste oplossing zou zijn voor een volwaardige lokale democratie, zowel voor een stad als Amsterdam maar bijvoorbeeld ook voor gemeentes in het land met veel en uiteenliggende kernen. Een pleidooi hiervoor vanuit Amsterdam in samenwerking met andere gemeentes zouden wij van harte ondersteunen.

Oost SDC Inbreng D66 - SC Pleno -26 januari 2021 Vernieuwingsmoeheid is geen excuus om slechtste stelsel tot nu toe onveranderd te laten. We laten ons niet beperken door de scenario’s van het onderzoek. We willen doen wat we kunnen tot 2022 (en ook daarna) ter verbetering om de rol van de stadsdelen relevanter en effectiever te maken. Daarmee valt scenario 2 (Raad plus) in het onderzoek af. Met betrekking tot de optimalisatie van het huidig stelsel tot 2022 kunnen wij ons in grote lijnen vinden in de aanbe velingen. Echter de inrichting van een inwonersloket achten wij op dit moment niet opportuun omdat daarmee het huidige stelsel geen rijpingsperiode wordt gegund. Er wordt een participatief instrument toegevoegd, terwijl de representatie als zodanig geen tijd heeft gehad om in te klinken. Dit werkt verwarring en grotere onduidelijkheid in de hand. De frequentie van een overleg van een vertegenwoordiging van de SC met de commissie KDD is te laag als deze slechts jaarlijks zou zijn. Beter is om roulerend steeds twee vertegenwoordigers met spreekrecht naar de verschillende Raadscommissies af te vaardigen en andersom roulerend een vertegenwoordiger van de KDD een keer per twee maanden de SC Pleno te laten bijwonen. Daarnaast is dan een jaarlijks overleg tussen de voltallige Stadsdeelcommissie en de Raadscommissie een voorwaarde voor het streven naar optimalisatie.

Nu dus nog begin 2021 en begin 2022! Onze wensen willen we niet in steen beitelen en ook niet laten begrenzen door de scenario’s van het adviesbureau. We hebben wel twee uitgangspunten: 1. Maak duidelijk onderscheid tussen representatieve democratie via verkiezingen en alternatieve bewonersinitiatieven en participatievormen vanuit burgers. 2. Decentrale representatie op stadsdeelniveau, dichtbij de burger, heeft de voorkeur boven enkel representatie op centraal stadsniveau. Dit betekent voor stadsdelen: - Meer dan alleen recht om te adviseren, bijvoorbeeld moties kunnen indienen en een eigen budget. - Meer ambtelijke ondersteuning voor stadsdelen. - Machtsbalans met het centrale ambtenarenapparaat moet gevonden worden, rekening houdend met efficiëntie, slagkracht en representatie van Amsterdam(mers). - Gemeenteraad benoemt het dagelijks bestuur zodat zij het dagelijks bestuur op de vingers kan tikken. Ook de optie dat de Stadsdeelcommissie weer het DB uit haar eigen midden kiest c.q. kan wegsturen, dient te worden overwogen. We zien weinig heil in het meervoudig democratiescenario. Daarin worden representatieve en participatieve democratie zodanig door elkaar gehaald, dat er een weinig slagvaardig monstrum wordt gecreëerd.

Het vier keer in een bestuursperiode moeten inwerken van weer nieuw ingelote bewoners is een extra inspanning, die niet van de Stadsdeelcommissie kan worden gevraagd.

Reactie GroenLinks Evaluatie Bestuurlijk Stelsel, Stadsdeelcommissievergadering 26 januari 2021 Wij zijn een voorstander van een sterke lokale democratie, ook op het niveau van het stadsdeel. We vinden het belangrijk dat bewoners, organisaties en ondernemers in Oost actief kunnen bijdragen, zich goed gehoord en vertegenwoordigd weten in het stadsdeel. Het rapport van Necker van Naem doet een aantal concrete suggesties voor verbeteringen op de

korte termijn, nog binnen het huidige stelsel (paragraaf 3.1). Over deze suggesties zijn we positief: ze dragen bij aan de toegankelijkheid en transparantie voor bewoners (inwonersloket), aan het functioneren van de SDC (versterken ambtelijke ondersteuning), en versterkt de link tussen het stedelijke en lokale niveau (overige maatregelen). Aan de genoemde suggesties zouden we nog een aandachtspunt willen toevoegen: het vroegtijdig informeren en betrekken van SDC’s bij het maken van plannen en maatregelen die specifiek gericht zijn op (een onderdeel van) het betreffende stadsdeel ook als de verordening daartoe niet verplicht, zodat lokale kennis en inzichten van de SDC hieraan kunnen bijdragen. Waar het de toekomstscenario’s betreft, heeft onze fractie een voorkeur voor scenario 4, het ‘stadsdeelplus’ scenario, aangevuld met thematische en projectmatige participatieve initiatieven (zoals in scenario 5). We zouden de taken van de SDC graag uitgebreid zien, zoals in het stadsdeelplus scenario staat beschreven. De rol van oren en ogen in de buurt verdient het, dat de leden meer tijd en goede ondersteuning krijgen, en een adequate vergoeding, die niet volledig van deelname aan vergaderingen afhangt. We zijn een sterk voorstander van participatieve initiatieven waarin buurtbewoners actief betrokken worden.

Voorbeelden hiervan zijn buurtbudgetten, via loting bewoners laten deelnemen aan de ontwikkeling van specifieke plannen (bijvoorbeeld een herinrichting, een jeugdraad etc.), en meer gebruik maken van digitale deliberatie. Daarvoor zien we een rol naast, samen met en in aanvulling op de SDC, maar niet binnen één stadsdeelcommissie met deels gekozen, deels gelote leden. Voor de samenstelling van de SDC zouden we willen blijven vasthouden aan vertegenwoordiging vanuit politieke partijen, omdat dit voor kiezers herkenbare standpunten en visies biedt. Daarbij zouden we kieslijsten op stadsdeelniveau voorstaan, met DB-ers die uit deze lijsten komen. We hechten wel aan de laagdrempelige gebiedsvergaderingen, met een duidelijke, concrete focus op de wijk, en denken dat daar ook in de volgende periode een vorm voor gevonden kan worden. Voor GroenLinks is het belangrijk om lokale democratie op stadsdeelniveau voort te zetten. Het huidige stelsel is verre van ideaal, en daarom zijn we positief over de voorgestelde verbeteringen. Dit heeft voor ons de voorkeur boven een nieuwe volledige stelselherziening. Deze voorstellen leiden ertoe dat de SDC nog beter de bewoners van Oost kan vertegenwoordigen en kan bijdragen aan het behouden van de prettige woon-, verblijf- en werkomgevingen. Meerbelangen.

Reactie op Rapport Evaluatie Bestuurlijk Stelsel 22 januari 2021 Méérbelangen heeft kennis genomen van het rapport en zoals afgesproken in de vergadering van de stadsdeelcommissie wordt hieronder concreet, op een aantal voorstellen uit het rapport gereageerd door een voorkeur uit te spreken, voorzien van korte argumentatie. Het rapport vinden wij qua bevindingen adequaat al moet vastgesteld worden dat vrijwel geen van de bevindingen niet al voorafgaand aan de invoering van dit stelsel in 2018, was te voorspellen en ook voorspeld is. Maar de evaluatie brengt ook aan het licht dat zelfs op punten die niet uit het stelsel zelf voorvloeien maar meer uit een fatsoenlijk gebruik van beschikbare middelen en een luisterend oor voor de inbreng van de bewoners, het centrale bestuur de stadsdeelcommissies zo goed als negeert. Gedoeld wordt op de wijze waarop (niet) wordt omgegaan met de adviezen. Dit past ook geheel bij het beeld dat ook oud ombudsman prof. Brenninkmeijer (geen onbekende voor de gemeente als het om stadsdelen gaat) in Trouw heeft gezegd over het overheidsbestuur, dat is nog steeds regentesk: er is een gesloten politieke cultuur. Dat is hier

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9762157/1