CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestuur VrAA 20251215 - Kadernota 2027.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 12 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kadernota 2027, Indexering gemeentelijke bijdrage van Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (VN2026-001404)4.802 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota 2027 Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland

Auteur(s):

CIF en D&C

Datum:

11-11-2025

Versienummer:

1.0

Kadernota 2027 VrAA

Revisiehistorie Versie Datum

Omschrijving

0.1

16-09-2025

Versie CIF/D&C met input verschillende sectoren

0.2

04-11-2025-

Oordeelsvorming MT VrAA

1.0

11-11-2025

Besluitvorming MT VrAA

2

Kadernota 2027 VrAA

Preambule Geacht Bestuur, De kadernota 2027 geeft u als bestuur een vooruitblik op de inhoudelijke zwaartepunten en de daaraan gebonden financiële effecten. Daarmee biedt dit document de mogelijkheid om reeds in een vroeg stadium richting te geven aan de thema’s die in de programmabegroting 2027-2030 verder worden uitgewerkt. Wij hechten grote waarde aan een zorgvuldige totstandkoming van deze zwaartepunten. Daarom is ervoor gekozen om de inhoud van de programma’s vanuit de organisatie en de programmaverantwoordelijken te laten ontstaan. Als managementteam van de Veiligheidsregio leggen wij focus aan en bieden u de punten aan waarop wij bestuurlijke nadruk willen leggen. De balans tussen onze wettelijke taken en de financiële impact op de organisatie en de deelnemende gemeenten blijft daarbij een belangrijk uitgangspunt. De actualiteiten in de wereld onderstreept het belang van een robuuste veiligheid, weerbaarheid, paraatheid en slagkracht. In deze kadernota leest u hoe wij deze uitgangspunten vertalen naar onze inzet voor de komende jaar, onder meer door innovatie en versterking van de organisatie. Tegelijkertijd zijn wij ons bewust dat de financiële positie van gemeenten onder druk staat. Bij het ontwikkelen van nieuw beleid streven wij er dan naar om dit, waar nodig, te dekken binnen de bestaande middelen van de organisatie.

Met deze kadernota 2027 zetten wij de lijn voort die vorig jaar is ingezet met de introductie van de kadernota. Daarmee versterken wij onze Planning & Control-cyclus. Dit document draagt bij aan meer transparantie, betere informatievoorziening en versterkte samenwerking op zowel inhoudelijke als financiële thema’s. Deze ontwikkeling sluit aan bij onze kernwaarden en leest u terug in de opbouw en inhoud van deze kadernota. Hoogachtend,

M.T.C. van Lieshout Commandant Brandweer Amsterdam – Amstelland/ Directeur Veiligheidsregio Amsterdam – Amstelland

3

Kadernota 2027 VrAA

Inhoudsopgave Preambule ................................................................................................................................... 3 1.

Inleiding .......................................................................................................................... 5

2.

Beleidsontwikkelingen 2027 ............................................................................................. 6

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

Programma Veilige leefomgeving .............................................................................................. 6 Programma Verbrede en veilige inzet ....................................................................................... 6 Programma Paraatheid en slagkracht........................................................................................ 7 Programma Crisisbeheersing ..................................................................................................... 7 Programma Vakmanschap en Leiderschap ................................................................................ 8 Programma Informatiegestuurde Veiligheid ............................................................................. 9 Programma GHOR ...................................................................................................................... 9 Hoofdstuk Organisatie ............................................................................................................... 9

3.

Autonome ontwikkelingen ............................................................................................. 11

3.1 3.2 3.3

Ontwikkeling lonen en prijzen ................................................................................................. 11 Ontwikkelingen BDuR .............................................................................................................. 11 Ontwikkeling rente .................................................................................................................. 12

4.

Financiën ....................................................................................................................... 13

4.1 4.2 4.3

Gemeentelijke bijdragen.......................................................................................................... 13 Exploitatie 2027 ....................................................................................................................... 15 Investeringen 2027 .................................................................................................................. 16

4

Kadernota 2027 VrAA

1. Inleiding Voor u ligt de kadernota VrAA voor 2027. Deze kadernota is inmiddels een vast onderdeel binnen de planfiguren van VrAA en vormt de schakel tussen bestaand beleid en de op te stellen meerjarenbegroting 2027-2030. Met dit document stelt het Dagelijks Bestuur VrAA (DB VrAA) de kaders vast. Zij geeft hiermee richting aan het op te stellen meerjarenprogrammabegroting 2027-2030. Basis voor deze kadernota vormen het bestaand beleid, de goedgekeurde meerjarenprogrammabegroting 2026-2029, het Beleidsplan 2025-2028 en het inmiddels vastgestelde Crisisplan 2025-2028. De impact van beleidsontwikkeling wordt, waar relevant, financieel vertaald naar het kader voor 2027. Conform het hoofdlijnenakkoord zijn de budgettaire kaders vanaf 2026 aangepast. De structurele korting van 10% op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) is daarbij doorgevoerd. Het negatieve effect van deze korting wordt vanaf 2027 deels gecompenseerd via de extra middelen die het Rijk bij Voorjaarsnota beschikbaar heeft gesteld. In het kader van de Landelijke Agenda Crisisbeheersing intensiveert het kabinet de inzet op het versneld versterken van de voorbereiding, paraatheid en weerbaarheid van de samenleving op het terrein van crisisbeheersing. In de Voorjaarsnota is hiervoor vanaf 2027 structureel € 70 miljoen vrijgemaakt.

De afgelopen periode is op ambtelijk niveau, tussen het ministerie van Justitie en Veiligheid, de VNG en de veiligheidsregio’s (RCDV), een verdelingsvoorstel uitgewerkt en op 6 oktober jl. vastgesteld in het veiligheidsbestuur. De uitkomst hiervan is, waar mogelijk, reeds verwerkt in deze kadernota en wordt verder aangescherpt bij de opstelling van de meerjarenprogrammabegroting 2027– 2030. In deze kadernota worden tevens enkele nieuwe initiatieven gepresenteerd. Dekking voor nieuwe initiatieven wordt in beginsel gezocht binnen de bestaande begroting. Waar dit niet mogelijk blijkt, wordt het bestuur expliciet meegenomen in de afweging tussen urgentie en financiering. In sommige gevallen kan dekking worden gevonden door vervanging van oud beleid door nieuw beleid. De totale afweging en verwerking hiervan vindt plaats bij het opstellen van de ontwerp-programmabegroting 20272030.

5

Kadernota 2027 VrAA

2. Beleidsontwikkelingen 2027 Het beleidsplan Buiten Gewoon Veilig 2025-2028 is opgebouwd uit vier inhoudelijk en vier ondersteunende programma’s. Hieronder worden de belangrijkste thema’s per programma behandeld. 2.1 Programma Veilige leefomgeving Grootstedelijke- en ruimtelijke ontwikkelingen De gemeenten binnen VrAA hebben grote ambities op het gebied van grootstedelijke en ruimtelijke ontwikkeling. Om hierbinnen passende brandweerzorg te kunnen blijven leveren, moet de brandweer zich mee ontwikkelen, conform de bestuurlijke kaders. Het eerste concrete ontwikkelvraagstuk is Strandeiland. In 2026 vindt onderzoek plaats naar nieuwe brandweerconcepten voor dit gebied, die substantieel afwijken van de traditionele brandweerzorg. Dit onderzoek moet duidelijk maken wat er in 2031 nodig is om op Strandeiland effectieve brandweerzorg te kunnen bieden, en of dit haalbaar is met een nieuw uitrukconcept. We werken hierbij langs twee sporen: samenwerking met (veiligheids)partners en het ontwikkelen van nieuwe uitrukconcepten. De grootstedelijke- en ruimtelijke ontwikkelen hebben ook impact op de reeds bestaande kazernes. Concreet raakt de ontwikkelingen van strandeiland, gecombineerd met de verplaatsing van specialismen tussen kazernes, het uitrukgebied van kazerne Victor.

Er wordt in aanloop naar de nieuwbouw van de kazerne onderzocht of een verblijfsvoorziening voor de nacht weer noodzakelijk en wenselijk is. Afhankelijk van de uitkomsten wordt duidelijk welke middelen, voor 2027 en daarna, nodig zijn en welke keuzes aan het bestuur moeten worden voorgelegd. De inzichten uit dit traject zullen ook direct impact hebben op de inrichting van de brandweerzorg voor andere nieuw te ontwikkelen gebieden, zoals De Nieuwe Kern, ArenA-poort en Havenstad. Klimaatverandering/ energietransitie We hebben te maken met de impact van klimaatverandering. Dit brengt nieuwe type risico’s met zich mee, zoals langdurige hittegolven en extreme wateroverlast. Er worden verschillende maatregelen genomen om of het tempo van de klimaatverandering nog te beinvloeden of ermee om te gaan. Bijvoorbeeld de overgang van fossiele naar hernieuwbare energiebronnen (energietransitie) en meer ruimte voor vergroening en waterberging in de gebouwde omgeving (klimaatadaptatie). De innovaties binnen deze gebieden volgen elkaar op en de maatregelen brengen met regelmaat nieuwe risico’s met zich mee voor de veiligheid van de fysieke leefomgeving. Zo kunnen het gebruik van waterstof, accu’s of zonnepanelen invloed hebben op de brandveiligheid en kan droogte van groen op een gebouw leiden tot brand.

In de bouwsector vindt verduurzaming plaats en de ambities om te bouwen in hout en andere biobased materialen zijn groot. Dat brengt brandveiligheids- vraagstukken met zich mee waar een antwoord op gezocht wordt.

2.2 Programma Verbrede en veilige inzet Op dit thema verwachten wij vooralsnog geen grote wijzigingen of ontwikkelingen die hier in de kadernota genoemd zouden moeten worden.

6

Kadernota 2027 VrAA

2.3 Programma Paraatheid en slagkracht Paraatheid (vrijwilligers) Wat zien zowel regionaal als landelijk een aantal ontwikkelingen op het gebied van brandweervrijwilligers die van invloed zijn op de toekomstige paraatheid en bedrijfsvoering van onze organisatie. Regionaal Brandweer Amsterdam-Amstelland streeft naar een minimum beschikbaarheid van 95%.1 Het organiseren van voldoende personeel is kwetsbaar en vraagt flinke inspanning. Bij personeelstekort is de brandweer momenteel soms genoodzaakt voertuigen van vrijwillige posten buiten dienst te stellen. De beschikbaarheid en instroom van vrijwilligers behoeft continue aandacht. De brandweer onderzoekt maatregelen om de beschikbaarheid van vrijwillige eenheden te versterken. Voor de kazernes Weesp en Duivendrecht wordt in 2026 een nader onderzoek ingesteld om te kijken hoe de paraatheid van deze posten verbeterd kan worden en welke middelen daarvoor op de korte- en lange termijn noodzakelijk zijn. Landelijke ontwikkelingen Europese en nationale wet- en regelgeving vereist dat er voldoende onderscheid wordt gemaakt tussen vrijwillige en beroepsbrandweer (Bouwsteen Verplichtend Karakter voor Vrijwilligers). In de regio zijn organisatievormen waarin deelname van vrijwilligers een verplichtend karakter heeft, zoals het kazernerings- en consignatiemodel.

Deze zijn naar aanleiding van deze wet- en regelgeving in de toekomst niet langer mogelijk op basis van een vrijwillige aanstelling. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft ineen eerste ambtelijke reactie op dit proces aangegeven dat de financiële claim als “een onontkoombare uitgave naar aanleiding van gewijzigde regelgeving” kan worden meegenomen in de kabinetsformatie. Het is op dit moment nog niet duidelijk hoe de kabinetsformatie zal verlopen, waardoor de financiële gevolgen en het moment waarop dit van kracht gaat worden niet in beeld zijn. De noodzaak van de omvorming van gekazerneerde en geconsigneerde brandweervrijwilligers naar parttime beroepsmedewerkers en het belang hiervan volgen we in 2026 nauwlettend. Er zal gewerkt worden aan een impactanalyse waarin de financiële consequenties voor de VrAA in beeld gebracht worden. 2.4 Programma Crisisbeheersing Weerbaarheid Het vooruitzicht is dat de geopolitieke instabiliteit en de daaruit voortvloeiende hybride dreigingen zullen voortduren. Daarom blijft het vergroten van de weerbaarheid van de samenleving ook in 2027 onverminderd belangrijk. De extra middelen die het kabinet-Schoof heeft toegezegd aan de veiligheidsregio’s bereiken in 2027 een substantieel niveau.

Eind 2026 wordt geëvalueerd of de toegezegde middelen voldoende zijn voor de weerbaarheidsopgave en wordt de verdeelsleutel voor verdeling van die middelen over de veiligheidsregio’s vastgesteld. Dan wordt duidelijk op hoeveel geld VrAA kan rekenen. Dat is medebepalend voor het ambitieniveau. Risicocommunicatie is het belangrijkste instrument om onze inwoners aan te zetten tot een goede voorbereiding op ontwrichtende verstoringen van het dagelijks leven. VrAA faciliteert gemeenten bij hun lokale voorlichtingsactiviteiten.

7

Kadernota 2027 VrAA

In 2025 en 2026 lopen er pilots met coördinatie- en noodsteunpunten. Op basis van de landelijke evaluatie van de pilots maken we in 2027 alle 18 coördinatiepunten in VrAA operationeel inzetbaar. En we hebben goede afspraken over de samenwerking met de lokale noodsteunpunten. Er is een goed werkend continuïteitsplan dat geïmplementeerd is. Aan verschillende deeltafels brengen we effecten van stroomuitval en knelpunten in beeld. De deeltafels bereiden oplossingsrichtingen en sleutelbesluiten voor. Deze borgen we in de crisisorganisatie en de staande organisatie. Het programma weerbaarheid wordt structureel geborgd in de organisatie (zowel qua mensen als qua middelen), waarbij risicocommunicatie goed geborgd is in de organisatie. 2.5 Programma Vakmanschap en Leiderschap Onderwijs Onderweg Het programma Onderwijs Onderweg van het NIPV vormt een belangrijke schakel in de landelijke ontwikkeling van toekomstgericht en flexibel vakbekwaamheidsonderwijs binnen de veiligheidsregio’s. We zetten in onze regio in op verdere versterking van dit programma, zodat brandweerprofessionals altijd en overal toegang hebben tot actueel, praktijkgericht en adaptief leren. De focus ligt op blended en modulair onderwijs, ondersteund door digitale leertechnologieën zoals mobiele leeromgevingen, scenario-simulaties en AI-ondersteunde feedback.

Door te investeren in Onderwijs Onderweg dragen we bij aan een duurzaam stelsel van leven lang leren binnen de publieke veiligheid. We stimuleren interregionale samenwerking en kennisdeling, waardoor leren in de praktijk en reflectie op incidenten structureel onderdeel worden van de beroepsontwikkeling. Ter vervanging van de Brancherichtlijn Leidraad Oefenen bouwen wij tot en met 2027 een Systeem van Leermiddelen voor vakbekwaam blijven. Dit systeem biedt leerlijnen, structuur en flexibiliteit voor het bevorderen van de vakbekwaamheid en stimuleert interregionale en landelijke samenwerking.

Doorontwikkeling BOCAS Het Brandweer Opleidingscentrum Amsterdam-Amstelland (BOCAS) speelt een centrale rol in de vakbekwaamheid, veiligheid en professionalisering van onze brandweermedewerkers. De komende jaren staan in het teken van een verdere doorontwikkeling van BOCAS, met als doel het opleidingsaanbod toekomstbestendig, duurzaam en regionaal verbindend te maken. De bestuurlijke portefeuillehouders Brandweer en Financiën zijn nauw betrokken bij de ontwikkelingen. Deze doorontwikkeling kent locatiekeuze, kwaliteitsversterking, duurzame infrastructuur en regionale samenwerking als hoofddoelen. Per 2027 wordt ingezet op een gefaseerde uitvoering van deze doorontwikkeling. Hierbij worden de financiële consequenties per fase inzichtelijk gemaakt met een daarbij horende afschrijvingstermijn. Er wordt een gefaseerde toepassing gehanteerd om investeringen in infrastructuur te koppelen aan innovaties in onderwijs, samenwerking en landelijke ontwikkelingen. Een eerste blijk van financiële consequenties, uitgaande van verblijf op de huidige locatie met een afschrijvingstermijn van 15 jaar, betreft een investering van ca. 18 miljoen euro. De financiële consequenties van een eventuele andere locatie zullen worden meegenomen bij de verkenningsfase van de doorontwikkeling. 8

Kadernota 2027 VrAA

2.6 Programma Informatiegestuurde Veiligheid Door de toename van dreigingen op diverse terreinen—zoals stroomvoorziening, extreem weer en cyberveiligheid—is het essentieel om voortdurend een zo volledig mogelijk beeld te hebben van de omstandigheden in onze regio. Informatiegestuurde Veiligheid stelt ons in staat om te analyseren, anticiperen en adequaat te reageren op wat er om ons heen gebeurt. De digitale tweeling die oorspronkelijk is ontwikkeld voor Sail wordt nu voorbereid om breder ingezet te worden op deze maatschappelijke thema’s. 2.7 Programma GHOR Weerbaarheid (en Zorgrisicoprofiel) Weerbaarheid is hèt thema van de komende jaren, zowel voor de VrAA als voor de (landelijke) GHOR. Vanuit de taakopdracht van de DPG - verbinden tussen zorg en openbaar bestuur en binnen de zorgketen – zorgen we dat de crisisvoorbereiding van zorginstellingen zich ontwikkelt van individuele instelling via sectorsamenwerking naar een ketenbenadering. De continuïteit van zorg moet op deze wijze worden gegarandeerd. In 2026 wordt dit vooral benaderd vanuit langdurige stroomuitval; in 2027 zal het ook benaderd worden vanuit de thema’s van het zorgrisicoprofiel van de GHOR. 2.8 Hoofdstuk Organisatie Diversiteit en Inclusie Het programma Diversiteit en Inclusie blijft de komende jaren een van de focuspunten van de organisatie.

We streven continu naar een werkklimaat waar iedereen zich thuis voelt. Leidinggevenden worden waar nodig geholpen en getraind om ervoor te zorgen dat niemand buiten de boot valt. Medewerkers weten dat ze zichzelf kunnen zijn en wat er van ze verwacht wordt. Onze procedures zijn upto-date en duidelijk. Mocht er toch wat misgaan, weten medewerkers dat zij hier eventueel melding van kunnen maken bij onze vertrouwenspersonen of het externe meldpunt. Voor onze vacatures geldt dat het streven naar meer diversiteit op alle niveaus centraal staat. Ziekteverzuim en Duurzame Inzetbaarheid De organisatie, en vooral de brandweerorganisatie kent een te hoog ziekteverzuim. Onze ambitie is duidelijk. Het verzuim moet met 1% per jaar dalen. In 2027 zetten wij ons, met het meerjarig programma ‘Duurzame Inzetbaarheid’, ook nog steeds extra in voor de daling van het verzuim met een psychosociale oorzaak. Zoals posttraumatische stressstoornis (PTSS). We maken onze nieuwe collega’s weerbaarder voor het soms mentaal zware werk, we helpen collega’s om te voelen en te erkennen wanneer zij (even) hulp nodig hebben om mentaal fit aan het werk te blijven. Ondanks alle inspanningen zullen er toch collega's zijn die de diagnose PTSS krijgen. Hiervoor is de landelijke regeling die in 2026 ingevoerd wordt beschikbaar.

Een deel van de collega's houdt de werkgever aansprakelijk voor die diagnose en daarmee ook voor alle kosten (en misgelopen inkomsten) die daarmee te maken hebben. De omvang van de aansprakelijkheid is nu nog onduidelijk. Ook de effecten op onze verzekering hierover en de premie. Bedrijfscontinuïteit

9

Kadernota 2027 VrAA

Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland zal zich blijven inzetten op continuïteit van de operatie in geval van stroomuitval. Hierbij is het uitgangspunt dat sprake is van 100% beschikbaarheid van de kazernes waarbij deze ook kunnen fungeren als coördinerende punten. De beschikbaarheid is van toepassing op mensen, middelen en gebouwen. De verwachting is namelijk niet of, maar wanneer zich dit gaat voordoen gezien de geopolitieke dreigingen en ontwikkelingen rondom cybercrime. Met de beschikbare kennis en ervaring bereidt Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland zich voor op de uitval of verstoring van de kritische processen die de operatie mogelijk moeten maken. Financiële risico's zijn voor 2027 dat voorzieningen moeten worden vervangen, geüpdatet of hersteld na gebruik. Een ander onderdeel van continuïteit is onder meer de realisatie van mitigerende maatregelen om de 'te beschermen belangen' te waarborgen. De implementatie van de mitigerende maatregelen kan mogelijke onvoorziene kosten met zich meebrengen om ervoor te zorgen dat de belangen 1) 'continuïteit van de incidentbestrijding, risicobeheersing en crisisbeheersing' en 2) 'reputatie en imago' worden beschermd. Tot slot kan de daadwerkelijk uitval van medewerkers extra inzet vragen waarbij in een later stadium (na herstel) een tegemoetkoming wordt verwacht.

10

Kadernota 2027 VrAA

3. Autonome ontwikkelingen De Veiligheidsregio heeft te maken met een aantal ontwikkelingen die zich (grotendeels) buiten onze invloedssfeer afspelen en waar we niet of nauwelijks op kunnen sturen. Het zijn wel ontwikkelingen met de nodige impact op onze organisatie. In dit hoofdstuk beschrijven we die autonome ontwikkelingen. 3.1 Ontwikkeling lonen en prijzen In 2025 heeft het Algemeen Bestuur de Nota Indexatiesystematiek 2026 vastgesteld. Daarmee is een vaste en transparante methodiek geïntroduceerd voor de jaarlijkse loon- en prijscompensatie, gebaseerd op de ramingen ven het Centraal Planbureau (CPB). Deze systematiek is voor het eerst toegepast bij het opstellen van de Ontwerp-programmabegroting 2026-2029 in het voorjaar van 2025. Conform de vastgestelde werkwijze wordt jaarlijks, voorafgaand aan het begrotingsjaar, een voorlopig indexatiepercentage bepaald op basis van de Macro Economische Verkenning (MEV) van het CPB. Daarnaast wordt nacalculatie toegepast op het gerealiseerde prijspeil uit de voorgaande jaar, zoals vastgesteld in het Centraal Economische Plan (CEP). Voor de kadernota 2027 is de indexatie berekend op basis van deze systematiek. Dit resulteert in een cumulatief percentage van 4,34%, bestaande uit: • Een nacalculatorisch effect over 2025 van 0,90% (conform CEP 2025), en • Een voorlopige indexatie voor 2027 van 3,41% (op basis van MEV 2026).

Deze indexatie is verwerkt in de kadernota als actualisatie op de raming 2027 uit de Programma-begroting 2026-2029. De kadernota bouwt voort op deze eerdere raming, waarbij de loon- en prijsontwikkelingen zijn herzien conform de meest recente CPB-ramingen. 3.2 Ontwikkelingen BDuR De rijksbijdrage voor 2027 wordt € 2,1 miljoen hoger geraamd dan in de meerjarenraming 2026-2029. De mutaties zijn als volgt te verklaren: 1. De structurele korting van 10% (€ 1,4 miljoen) is met ingang van 2026 in de rijksbijdrage verwerkt. Deze korting was in afwachting van de definitieve besluitvorming nog niet eerder in de eerdere raming opgenomen. 2. De Loon- en Prijsbijstelling over 2025 (€ + 0,2 miljoen) valt hoger uit dan waarmee in de eerdere meerjarenraming rekening is gehouden. 3. Het rijk stelt in 2027 in totaal € 35 miljoen beschikbaar voor de inrichting van noodsteunpunten en burgerhulpverlening. De verdeling tussen de Veiligheidsregio’s wordt in 2026 vastgesteld op basis van de pilotfase. In deze kadernota is uitgegaan van een voorzichtige raming van € 1,4 miljoen op basis van een evenredige verdeling over alle veiligheidsregio’s. De deelnemende gemeenten kunnen mogelijk eveneens aanspraak maken op een deel van deze middelen. Voor de jaren 2025 en 2026 ligt reeds een verdeelvoorstel voor tussen de VrAA en de deelnemende gemeenten. 4.

Vanaf 2027 stelt het Rijk structureel € 25 miljoen per jaar beschikbaar voor de versterking van de veiligheidsregio’s (in 2026 incidenteel € 8 miljoen). De middelen worden toegevoegd aan de BDuR en verdeeld conform de verdeelsleutel uit bet Besluit Veiligheidsregio’s. Op basis hiervan wordt de aanvullende rijksbijdrage voor VrAA geraamd op circa € 1,4 miljoen. 11

Kadernota 2027 VrAA

5. Voor 2027 is een eigen index voor de verwachte loon- en prijsbijstelling 2027 toegepast van 3,64%. Dit percentage is gebaseerd op het gerealiseerde indexcijfer over 2025. Deze leidt tot een geraamde extra rijksbijdrage van circa € 0,5 miljoen. 3.3 Ontwikkeling rente De rekenrente blijft voor 2027 ongewijzigd vastgesteld op 1,75%. De hernieuwde berekening bevestigt dat dit percentage aansluit bij de actuele ontwikkelingen en past binnen een verantwoord financieel kader. De stijgende rente heeft de afgelopen periode geleid tot hogere kapitaallasten, waardoor de druk op de voorzieningen voor kapitaallasten toeneemt.

12

Kadernota 2027 VrAA

4. Financiën 4.1 Gemeentelijke bijdragen De financiële basis is de vastgestelde programmabegroting 2026-2029 voor het jaar 2027. De gemeentelijke bijdragen voor 2027 zijn opgebouwd uit een aantal ontwikkelingen die hieronder worden toegelicht: 1. Conform paragraaf 3.1 is de Nota Indexatiesystematiek vastgesteld en toegepast. De daaruit voortvloeiende cumulatieve index van 4,34% is overeenkomstig verwerkt in de gemeentelijke bijdragen om deze op prijspeil 2027 te brengen. 2. In 2026 is een incidentele bijdrage toegekend voor de verkenning van een mogelijke brandweerkazerne op Strandeiland. Op basis van de uitkomsten van deze verkenning kan dit in de toekomst leiden tot vervolgstappen, zoals de realisatie van een kazerne. Dit zou kunnen resulteren in een hogere structurele maatwerkbijdrage door de gemeente Amsterdam. Voor 2027 is een incidentele bijdrage van € 0,28 miljoen geraamd, waarvan € 0,18 miljoen voor projectleiding en € 0,1 miljoen voor proeftuinen. Hiermee is de uitvoering van eventuele vervolgactiviteiten geborgd. Als de vervolgactiviteiten niet nodig zijn, vervalt deze reservering. 3. De geplande renovatie van kazerne Victor schuift door naar 2027. De huidige raming valt circa € 4,9 miljoen hoger uit dan het eerder aangevraagde investeringskrediet.

De hogere raming is gebaseerd op het definitieve ontwerp, waarin diverse tegenvallers zijn verwerkt en waarin rekening is gehouden met de mogelijke realisatie van verblijfsvoorzieningen voor de nacht. In samenhang met de in paragraaf 2.1 beschreven ontwikkelingen wordt onderzocht of een 24uursfunctie vanuit die kazerne noodzakelijk is. Vooruitlopend op de besluitvorming is deze mogelijkheid in het investeringskader verwerkt. De verwachte hogere investering is reeds in deze kadernota opgenomen om het bestuur tijdig te informeren over de mogelijke financiële consequenties. De businesscase met de financiële onderbouwing en dekking wordt in 2026 uitgewerkt en ter besluitvorming voorgelegd. Indien tot realisatie wordt besloten, is het aannemelijk dat de hogere investering en de daaruit voortvloeiende kapitaallasten niet volledig binnen de reguliere egalisatievoorziening kunnen worden opgevangen. De nieuwbouw van kazerne Aalsmeer schuift eveneens door naar 2027 vanwege de projectplanning. De benodigde goedkeuringen zijn reeds verleend. Vanaf 2028 leidt dit tot een aanvullende maatwerkbijdrage door de gemeente Aalsmeer. 4. Voor de bekostiging van het project Duurzame Inzetbaarheid (PTSS) ligt een voorstel bij de gemeente Amsterdam om ook na 2025 de lopende inspanningen te blijven financieren.

De VrAA heeft in 2024 en 2025 in totaal € 1,6 miljoen ontvangen; hiervan resteert eind 2025 circa € 0.9 miljoen. Het voorstel is dit restant in te zetten in de periode 2026-2029, circa € 0,3 miljoen per jaar, ter dekking van programmalasten. Over de exacte vormgeving vindt nog overleg plaats met de gemeente Amsterdam. Deze inzet van het resterende budget heeft geen effect op de gemeentelijke bijdragen. 5. In het Belastingplan 2026 is voorgesteld de pseudo-eindheffing voor Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) boven de drempelbedrag stapsgewijs te verhogen: van 52% naar 65% in 2028. Hierdoor zullen de bruto-lasten binnen de FLO-regeling de komende jaren toenemen. De VrAA berekent deze lasten één-op-éen door aan de deelnemende gemeenten (voor Amstelveen) en/of dekt deze uit de egalisatiereserve FLO (voor Amsterdam). Hoewel dit voor de VrAA geen direct financieel nadeel oplevert, leidt het tot een versnelde uitputting van de egalisatiereserve en/of hogere doorbelastingen aan de betreffende gemeenten. Momenteel wordt in 13

Kadernota 2027 VrAA

kaart gebracht wat de exacte financiële gevolgen zullen zijn voor de meerjarenraming. Na goedkeuring van het Belastingplan 2026 zullen de effecten worden verwerkt in de Ontwerpprogrammabegroting 2027-2030.

14

Kadernota 2027 VrAA

4.2 Exploitatie 2027 Het nieuwe beleid leidt niet tot een substantiële toename van het budget. Wel is in de raming een beperkte bijstelling van circa € 0,28 miljoen opgenomen, samenhangend met de toelichting onder paragraaf 4.1 (Strandeiland). Onderstaand overzicht van baten en lasten laat de mogelijke impact zien, inclusief een nadere toelichting. bedragen x € 1.000

VrAA

prijspeil

Raming 2027 bestaand beleid

Kader 2027 bestaand beleid

Mutaties 2027 nieuw beleid

Kader 2027 totaal

2026

2027

2027

2027

Baten Uitgeleend personeel

465

483

-

483

Huren

531

542

-

542

Overige goederen en diensten

2.692

2.752

-

2.752

Inkomensoverdrachten - Rijk

15.580

17.718

-

17.718

Inkomensoverdrachten - Gemeenten

112.549

117.434

280

117.714

1.250

1.250

-

1.250

-

-

-

-

133.067

140.179

280

140.459

90.783

94.943

-

94.943

Vennootschapsbelasting

30

30

-

30

Duurzame goederen

52

53

-

53

Ingeleend personeel

3.240

3.363

280

3.643

Overige goederen en diensten

29.486

31.907

-

31.907

Rente

2.401

2.171

-

2.171

Mutatie egalisatievoorziening

3.806-

2.017-

-

2.017-

Afschrijvingen

10.827

10.157

-

10.157

-

-

-

-

133.013

140.607

280

140.887

54

428-

-

428-

Onttrekkingen

588

642

-

642

Dotaties

642

214

-

214

Mutaties in reserves

54-

428

-

428

Resultaat

-

-

-

-

Inkomensoverdrachten - Gemeenschappelijke regeling Rente Totale baten Lasten Salarissen en sociale lasten

Overige verrekeningen Totale lasten Saldo van baten en lasten Reserves

* de toegepaste indexering 2027 is overeenkomstig nota indexatiesystematiek 2026.

15

Kadernota 2027 VrAA

De gemeentelijke bijdrage komt met dit kader hoger uit dan eerder gepresenteerd voor het jaar 2027 in de programmabegroting 2026-2029. In die begroting bedroeg de totale gemeentelijke bijdrage € 112,5 miljoen (prijspeil 2026). In deze kadernota is de raming geactualiseerd met een loon- en prijsbijstelling van € 4,9 miljoen, overeenkomend met een cumulatief indexpercentage van 4,34% (zie paragraaf 3.1). Het hogere niveau van de gemeentelijke bijdrage vloeit daarmee volledig voort uit de toepassing van uit de toepassing van de vastgestelde Nota Indexatiesystematiek 2026 en de meest recente CPB-ramingen. 4.3 Investeringen 2027 In het najaar van 2025 vindt actualisatie van de investeringsagenda plaats. In dat kader is ook het strategisch huisvestingsplan geactualiseerd en is de impact daarvan op de investeringen doorgerekend. Voor alle lopende en nog te plannen projecten zijn de prioriteiten herijkt op basis van actualiteit, uitvoerbaarheid en beschikbare capaciteit. De renovatie en nieuwbouw van de kazernes Hendrik en Duivendrecht zijn in 2025 afgerond. Op basis van de geactualiseerde planning is een indicatieve doorrekening gemaakt van het investeringsvolume voor 2027 en de daarbij behorende ontwikkeling van de kapitaallasten. Op dit moment is een volgende investeringsbegroting 2027 voorzien: bedragen x € 1.000 Investeringen

1 Gronden, bedrijfsgebouwen en installaties 2 Inventaris gebouwen 3 Vervoer 4 Overig Totaal

Initieel 2027

150 6.904 2.081 9.135

Begroot Begroot Begroot 2025 door- 2026 door- 2027 doorschuiven schuiven schuiven 2027 2027 2026 133 133

12.563 500 1.300 103 14.466

-1.100 -1.100

Prijsverschil

4.687 4.687

Vrijval

Nieuw

-

500 500

Begroting 2027

17.400 1.000 7.237 2.184 27.821

* de toegepaste indexering 2026 is indicatief. De werkelijk toe te passen indexering wordt in afstemming met gemeenten uitgewerkt begin 2025.

De kolom initieel bevat de investeringen 2027 zoals opgenomen in de Programmabegroting 20262029. Binnen de activacategorie Vervoer betreft dit met name de grote voertuigen. Een deel van de investeringen is doorgeschoven van 2026 naar 2027 vanwege uitloop in aanbestedings- en levertijden; een ander deel is juist naar voren gehaald van 2027 naar 2026 als gevolg van herprioritering op basis van de geactualiseerde investeringsplanning. Het totaal van de investeringskredieten voor “gronden, bedrijfsgebouwen en installaties” en “inventaris gebouwen” in 2027 bedraagt respectievelijk € 17,4 miljoen en € 1,0 miljoen. Onderstaand is een specificatie opgenomen per kazerne:

16

Kadernota 2027 VrAA

Locatie

Victor Aalsmeer Algemeen (stelpost) Subtotaal gronden, bedrijfsgebouwen en inst. Victor Aalsmeer Subtotaal inventaris gebouwen Totaal 2027

Bouwjaar

Initieel 2027

1912 1990 150 150

0 150

Begroot Prijsverschil 2026 doorschuiven 2027 3.863 4.937 8.700 -250

Nieuw

Herzien 2027

12.563 500

4.687

0

500 13.063

0 4.687

500 500 500

8.800 8.450 150 17.400 500 500 1.000 18.400

De investeringskredieten zijn gepresenteerd op prijspeil van het begrotingsjaar. De volgende uitgangspunten gelden bij dit pakket van investeringen: 1. Kazerne Victor De renovatie van kazerne Victor is reeds opgenomen in de begroting 2026, waarvoor een investeringskrediet van € 3,9 miljoen is toegekend. De uitvoering, oorspronkelijk voorzien in 2026, is doorgeschoven naar 2027. Op basis van het definitieve ontwerp wordt een aanvullend investeringskrediet van € 4,9 miljoen aangevraagd om de renovatie grootschaliger te kunnen uitvoeren. In samenhang met de in paragraaf 2.1 beschreven ontwikkelingen wordt onderzocht of een verblijfsvoorziening (24-uursfunctie) opnieuw noodzakelijk en wenselijk is. De hiermee gepaard gaande extra kapitaallasten kunnen niet volledig binnen de bestaande voorziening worden opgevangen. De besluitvorming over het aanvullende krediet en de financiële dekking vindt plaats op basis van de nog op te stellen businesscase (zie toelichting paragraaf 4.1). 2. Kazerne Aalsmeer (nieuwbouw) Het investeringskrediet voor de nieuwbouw van kazerne Aalsmeer is reeds goedgekeurd in de begroting 2026. Deze investering leidt vanaf 2028 tot ophoging van de gemeentelijke bijdrage van de gemeente Aalsmeer, aangezien de toekomstige kapitaallasten via de voorziening worden gedekt.

In aanvulling op het eerder goedgekeurde krediet wordt een extra krediet van € 0,5 miljoen aangevraagd voor de inrichting en inventaris van de nieuwbouw. Tegelijkertijd worden de bouwkosten op basis van de meest recente raming € 0,25 miljoen lager ingeschat dan eerder geraamd. Per saldo leidt dit tot een beperkte verhoging van het totale investeringskrediet. 3. Stelpost Voor algemene en onvoorziene investeringsuitgaven is standaard een stelpost opgenomen van € 0,15 miljoen.

17

Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland Bezoekadres: Ringdijk 98, 1097 AH Amsterdam Postadres: Postbus 92171, 1090 AD Amsterdam Telefoon: 020 555 6550 Website: veiligheidsregioaa.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16549820/1