CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestedingsplan aanpak wachtenden aanvullende jeugdhulp Amsterdam versie 3.3 opm THB en MCS

RAAD 18 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met de uit de Jeugdvisie voortvloeiende richtinggevende uitspraken in het hoofdlijnenbesluit Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038 (VN2025-011575)6.685 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestedingsplan 2023-2025 Aanpak wachtenden aanvullende jeugdhulp Amsterdam

Versie 3.3 d.d. 28 november 2023

Inhoud 1. Context.....................................................................................................................3 A. Ontwikkelagenda Jeugd.........................................................................................3 B. Extra middelen vanuit gemeente Amsterdam.......................................................3 2. Uitgangspunten en doelen (en indicatoren).............................................................5 A. Uitgangspunten.....................................................................................................5 B. Doelen (en indicatoren)........................................................................................6 3. Bestedingsplan.........................................................................................................8 A. Ontwikkelen..........................................................................................................8 1. Design thinking sessies werkwijze (kosten: p.m.)..............................................8 2. Ontvangen aanmeldingen per stadsdeel (kosten: € 400.000)............................8 B. Uitvoeren..............................................................................................................8 1. Herstelondersteunend wachten (kosten: € 15.000)...........................................8 2.

Casus-voor-casusaanpak, Amsterdamse maatwerkmethode.............................8 2a. Scholing in de Amsterdamse Maatwerkmethode (AMM) (kosten: € 68.000). 9 2b. Inzet procesbegeleiders AMM (kosten: € 1.069.000)....................................9 2c. Inzet maatwerkbudgetten (kosten: € 1.000.000)..........................................9 3. Inzet middelen voor collectieve oplossingen (kosten: € 5.800.000)...................9 4. Communicatie (kosten: € 118.000)..................................................................10 C. Leren en evalueren.............................................................................................11 1. Anders kijken, anders samenwerken (kosten: € 150.000)................................11 2. Inzicht in aanmeldingen (kosten: p.m.)............................................................11 3. Evaluatie (kosten: € 80.000)............................................................................11 4. Organisatiestructuur..............................................................................................12 A.

Algemeen............................................................................................................12 Projectteam..........................................................................................................12 Adviescommissie..................................................................................................12 Uitvoering in de gebieden....................................................................................13 B. Uitwerking per onderdeel....................................................................................13 C. Verantwoording en evaluatie..............................................................................14 5. Meerjarenraming....................................................................................................15 Bijlage 1. Werkagenda Gebiedsgericht samenwerken, wachtenden en toegang........18 Bijlage 2. Casus-voor-casusaanpak, de Amsterdamse maatwerkmethode & inzet maatwerkbudgetten...................................................................................................19 Bijlage 3. Proces & criteria inzet collectieve aanpakken wachtenden........................21 Bijlage 4. Risicoparagraaf...........................................................................................24

1

2

1. Context Het voorliggende bestedingsplan Aanpak wachtenden aanvullende jeugdhulp Amsterdam moet bezien worden in de context van de Ontwikkelagenda Jeugd – en daarbinnen met name de werkagenda Gebiedsgericht samenwerken, Toegang en wachtenden (A) en het besluit van de gemeenteraad Amsterdam om incidenteel extra middelen beschikbaar te stellen voor de aanpak Wachtenden (B).

A. Ontwikkelagenda Jeugd De Ontwikkelagenda Jeugd schetst de beoogde ontwikkelingen in het jeugddomein Amsterdam-DUO, specifiek binnen de hoog specialistische jeugdhulp (HSJH). Onderdeel daarvan is de werkagenda Gebiedsgericht samenwerken, Toegang en Wachtenden (zie bijlage 1 voor een schematisch overzicht). Daarin staan de inhoudelijke lijnen beschreven waarlangs de Stuurgroep Gebiedsgericht samenwerken, Toegang en Wachtenden het proces richt en vormgeeft. Dat is een iteratief en dynamisch proces waarin praktijk en beleid nauw samen optrekken. Het is een agenda op hoofdlijnen die periodiek wordt aangescherpt en bijgesteld. De Stuurgroep stuurt, ondersteunt en faciliteert het werk van verschillende werkgroepen, die op maat ingesteld en weer opgeheven worden, en die werk verrichten langs de inhoudelijke lijnen van de werkagenda. De Stuurgroep is onderdeel van het Prestatiedialoogniveau 2 (PD2), waarin gemeenten en partners het gesprek voeren over de Ontwikkelagenda. Door het PD2 in juni is een volgende stap in het gebiedsgericht samenwerken overeengekomen. Vanaf 1 oktober zullen alle aanmeldingen voor aanvullende jeugdhulp 1 ontvangen worden in de gebieden en van daaruit opgepakt worden. In het najaar 2022 en voorjaar 2023 is onder de Stuurgroep een werkgroep Wachtenden actief geweest.

De opbrengst daarvan is geland in het document Opbrengst werkgroep wachtenden SJH en advies voor vervolg (8 juni 2023). Het advies van de werkgroep plus het globale voorstel voor de besteding van de middelen, is door de Stuurgroep Gebiedsgericht werken, Toegang en wachtenden, vastgesteld. De lessen vormen aanleiding voor het instellen en aanscherpen van verschillende lijnen in de werkagenda gebiedsgericht samenwerken. De aanpak Wachtenden is integraal onderdeel van hierboven geschetste structuur. Er wordt daarom ook niet een apart plan van aanpak Wachtenden gemaakt vanuit de gemeente. Op onderdelen is deze aanpak gebaat bij een financiële versterking. De keuzes hiervoor staan beschreven in dit bestedingsplan.

B. Extra middelen vanuit gemeente Amsterdam De gemeenteraad Amsterdam heeft op 16 maart 2023 naar aanleiding van informatie over de aanbesteding ESJH een motie aangenomen (motie 115 Van der Veen c.s.). Hierin wordt het college verzocht “te onderzoeken welke extra inzet en interventies kunnen worden toegevoegd aan de aanpak wachtenden om uiteindelijk zoveel mogelijk te doen om kinderen en gezinnen die te maken hebben met 1

In het vervolg wordt gesproken over ‘aanvullende jeugdhulp’, waarmee bedoeld wordt alle specialistische jeugdhulp die toegevoegd wordt aan de basiszorg geboden door het gezin, omgeving, sociale basis en Ouder- en Kindteam. Met de term ‘aanvullend’ bedrukken we dat deze hulp nooit op zich staat.

3

complexe problemen te ondersteunen, en daarbij aandacht te besteden aan de communicatie hierover met ouders en/of opvoeders.” De motie wordt door het college beantwoord worden middels een raadsbrief. Deze brief zal na behandeling van het bestedingsplan in het college aangeboden worden aan de gemeenteraad. De gemeenteraad Amsterdam heeft met de voorjaarsnota (juli 2023) extra middelen ter beschikking gesteld voor de aanpak Wachtenden. Het gaat om incidentele middelen: € 4,5 miljoen in 2023 en € 4,5 miljoen in 2024. Het is de bedoeling om deze middelen conform de plannen van de stuurgroep Gebiedsgericht samenwerken, Toegang en Wachtenden tot besteding te brengen. Aangezien deze middelen niet toegevoegd worden aan de lump sums van de kernpartners, dient hiervoor een apart bestedingsplan opgesteld te worden. Te meer daar de verwachting is dat € 4,5 miljoen die begroot was voor 2023 naar verwachting niet volledig gebruikt zal worden in dat jaar. Om middelen voor de aanpak Wachtenden in de jaren daarna te behouden is een uitgewerkt bestedingsplan nodig, wat als onderlegger dient om deze middelen te mogen toevoegen aan de reserve Jeugd en daarmee mee te nemen naar 2024 en wellicht ook nog deels 2025.

4

2. Uitgangspunten en doelen (en indicatoren) Wanneer we spreken over de Aanpak wachtenden dan bedoelen we een aanpak die onnodig wachten voorkomt én het wachten ‘herstel ondersteunend’ benut. Het is niet een aanpak die gericht is op het oplossen van alle wachtlijsten. Theorie en praktijk hebben ons geleerd dat dat onmogelijk is, en alleen maar leidt tot een verhoging van de totale kosten. Zonder overcapaciteit op alle onderdelen moeten we accepteren dat er soms sprake is van wachten. Waar we op inzetten is dat wachten in contact gebeurt én dat de wachttijd ‘nuttig’ of draaglijk wordt gemaakt. Ervaring leert ook dat soms de aanvullende hulp dan niet meer nodig is, of korter geboden kan worden. De aanpak valt uiteen in twee delen: ten eerste wordt het gebiedsgericht samenwerken verder versterkt, en ten tweede worden nieuwe collectieve (innovatieve) aanpakken via een subsidieregeling gestimuleerd. Versterking gebiedsgericht samenwerken In de aanpak wordt in de nieuwe vorm van gebiedsgericht werken (vanaf 1 oktober 2023) gewerkt aan het ontwikkelen van een nieuwe werkwijze, waarbij ook een andere manier van omgaan met wachtenden wordt uitgewerkt. Een wachtende wordt een wachtende van het gebied en niet meer van een jeugdhulpaanbieder, waarbij er altijd wordt geboden wat nodig is om de wachttijd goed door te komen of te benutten.

Het doel is om als professionals werkzaam in een gebied gezamenlijk aan de lat te komen staan en eenieder bereid is zich hiervoor verantwoordelijk te maken. Het gaat over actief samenwerking opzoeken. Het gaat dus vooral over houding en gedrag en hoe samenwerking nog meer mogelijk gemaakt kan worden. Voor jeugdigen en gezinnen gaat het erom gezien en gehoord te worden, je verhaal niet elke keer op nieuw te moeten vertellen, weten waar je aan toe bent en in contact zijn en blijven met iemand die echt weet hoe het zit. Voor wachtenden op aanvullende jeugdhulp wordt specifiek gewerkt met de maatwerkmethode in de casus-voorcasusaanpak. Stimuleren van innovatie collectieve oplossingen Het hierboven beschreven gebiedsgerichte samenwerken richt zich vooral op het bieden van een vernieuwende aanpak voor specifieke gevallen (vandaar de naam casus-voor-casus). Soms is een collectieve oplossing voor een groep van wachtende jeugdigen echter effectiever. In die gevallen kan het ook nodig zijn om tijdelijk een extra financiële impuls te geven aan een initiatief. In de aanpak is bedacht dat partners hiervoor dan (bij voorkeur in gezamenlijkheid) een aanvraag kunnen doen, waarop de gemeente een tijdelijke subsidie verleent.

A. Uitgangspunten In het advies van de werkgroep Wachtenden staan een aantal uitgangspunten voor de besteding van dit budget geformuleerd. Deze zijn hieronder herhaald en aangescherpt.  Het grootste deel van de middelen komt (rechtstreeks) ten goede aan de wachtenden jeugdigen en hun gezinnen, middels een casus-voor-casusaanpak per stadsdeel, met voorrang voor jeugdigen/gezinnen in de meest kwetsbare posities. Met aandacht voor collectieve oplossingen, en breed kijkend, dus niet alleen aanvullende jeugdhulp.  Deze aanpak wordt uitgevoerd in de gebieden in samenwerking met de belangrijkste partners daar, zoals het Ouder- en Kind team, de aanvullende jeugdhulp, het buurtteam en vertegenwoordiging uit de sociale basis. 5

 

  

Alle wachtenden worden bediend met de casus-voor-casusaanpak. Een deel wordt ingezet voor het ontwikkelen van een nieuwe werkwijze gebiedsgericht samenwerken. Daarin worden de opbrengsten van de werkgroep wachtenden en de lessen van de casus-voor-casusaanpak meegenomen. In de nieuwe werkwijze zal wachten niet verdwenen zijn, maar altijd gebeuren in daadwerkelijk contact tussen gezin, verwijzer en aanbieder. Op basis van de wachtlijsten en de casus-voor-casus aanpak leren we ook wat structureel anders moet. Het gaat dan met name om inzichten in wat wel en wat ook niet jeugdhulp is en wat wel en ook niet helpt tijdens het wachten. De middelen mogen ook worden ingezet voor het ontwikkelen van collectieve oplossingen, dit past in het uitgangspunt van leren en experimenteren. De beschikbare middelen worden niet ingezet om een de reguliere financiering (lumpsum) van een kernpartner HSJH op te hogen. Wanneer vanuit de casus-voor-casusaanpak of collectieve oplossingen besloten wordt om een kernpartner incidenteel middelen te verstrekken, wordt hierbij ook altijd in acht genomen wat dit betekent voor de lumpsumverdeling in de toekomst.

B. Doelen (en indicatoren) De aanpak wachtenden kent voor de periode 2023-2025 de volgende doelen. Aan de doelen zijn ook indicatoren gekoppeld. Deze worden de komende tijd nader uitgewerkt in samenhang met de bredere monitoropgave (van het gebiedsgericht samenwerken). De gemeente neemt hierin het voortouw. 1. Alle jeugdigen die aanvullende jeugdhulp nodig hebben worden aangemeld in de zes gebieden (stadsdelen: centrum zuid samen) Aanmeldingen voor aanvullende jeugdhulp lopen nu nog rechtstreeks van de verwijzers naar de jeugdhulpaanbieders. Zij hebben vervolgens ieder hun eigen aanmeldprocedures en -teams. Door de aanmeldingen via de zes gebieden te laten lopen zorgen we voor een beter afstemming met lokaal aanbod, een beter beeld van de vraag naar aanvullende jeugdhulp, en kan de matching sneller en beter verlopen. Indicatoren: -

% percentage aanmeldingen aanvullende jeugdhulp dat wel/niet via de zes gebieden loopt. Doorlooptijd van melding bij gebiedsknooppunt tot match met jeugdhulpaanbieder.

2. Alle jeugdigen die wachten op aanvullende jeugdhulp worden ondersteund Wanneer duidelijk is dat aanvullende jeugdhulp nodig is, maar de jeugdige (en ouders) moeten wachten op de start daarvan, is het belangrijk dat het contact behouden blijft en er tijdens het wachten ondersteuning geboden wordt die problemen die samenhangen met de vraag naar jeugdhulp verlichten (herstelondersteunend wachten). Indicatoren: -

Aantal jeugdigen dat wacht op aanvullende jeugdhulp met ondersteunend aanbod. Tevredenheid jeugdigen en ouders over de wachtperiode.

6

3. Door de inzet vanuit andere domeinen, worden jeugdigen sneller en beter geholpen Jeugdhulpproblematiek komt vaak voor in combinatie met andere sociale problematiek. Doordat ondersteuning vaak nog te smal vanuit jeugdhulp georganiseerd wordt, is deze onvoldoende effectief. Indicatoren: -

Aantal maatwerkplannen voor wachtende jeugdigen. Soorten maatwerk (wat voor soort hulp wordt ingezet). Aantal jeugdigen bereikt met innovatieve projecten vanuit de subsidieregeling. Aantal jeugdigen dat wacht op aanvullende jeugdhulp (langer dan x weken).

4. We verbeteren het Lerend systeem en meer integraal werken De incidentele middelen zijn bedoeld als leergeld, zodat de kwaliteit van het werken structureel kan worden verbeterd. Dat leren gebeurt in de concrete casuïstiek en vanuit de innovatieprojecten. Indicatoren: - Aantal jeugdhulpprofessionals getraind in de Amsterdamse maatwerkmethode. - Evaluatieonderzoek aanpak wachtenden (zie 3C3).

7

3. Bestedingsplan In dit bestedingsplan zijn de onderdelen van de aanpak Wachtenden die extra financiële inzet behoeven nader uitgewerkt. Hierbij hebben we een indeling gekozen naar: A. Ontwikkelen, B. Uitvoeren, en C. Leren en evalueren. NB hiermee is niet een strikte volgordelijkheid in de tijd bedoeld. We zullen al doende moeten ontwikkelen en leren. Hieronder worden de onderdelen kort beschreven, voor een nadere onderbouwing van de financiën verwijzen we naar hoofdstuk 5.

A. Ontwikkelen 1. Design thinking sessies werkwijze (kosten: p.m.) Om de nieuwe werkwijze Gebiedsgericht werken ook logistiek goed uit te denken en praktisch uitvoerbaar te maken (klantroute & administratieve route), wordt de gehele route uitgetekend. Een deel van de middelen wordt ingezet om dit methodisch en met ondersteuning te doen. De aangestelde informatiemanager is organisator. Uitvoering in Q4 2023. 2. Ontvangen aanmeldingen per stadsdeel (kosten: € 400.000) Om het gebiedsgericht werken te versnellen moeten aanmeldingen (aanvullende jeugdhulp) in de gebieden kunnen landen, met respect voor de privacy van de gezinnen die het betreft. Zodat er per stadsdeel één centraal punt is met zicht op het geheel. Momenteel gaan aanmeldingen nog per verwijzer naar tien kernpartners apart. We starten in alle stadsdelen tegelijk en koppelen dit aan de casus-voorcasusaanpak, omdat de nieuwe werkwijze rondom aanmeldingen en rondom wachtenden vergelijkbaar is en vergelijkbare vraagstukken kent rondom bijvoorbeeld privacy en operationalisering van de werkwijze. Het streven is om een portaal in de vorm van een ICT-toepassing in januari 2024 gereed te hebben. Het centraal aanmelden per gebied starten we per 1 oktober 2023.

Om deze majeure veranderopgave voor elkaar te krijgen is een informatiemanager aangetrokken die een werkwijze en benodigde ICT-ondersteuning daarbij ontwikkelt in samenspraak met de werkgroep Gebiedsgericht samenwerken. De gemeente stelt haar IV/ICT-expertise (informatieanalist, privacy officer) beschikbaar om mee te denken.

B. Uitvoeren 1. Herstelondersteunend wachten (kosten: € 15.000) Er wordt door de cockpits (bestaande uit kwartiermaker, OKT-teamleider en GIvertegenwoordiger) in de zes gebieden een overzicht gemaakt van ‘versterkende mogelijkheden tijdens het wachten’, plus ondersteuning in de implementatie van de werkwijze hierbij per gebied (stadsdeel). Aan de gebiedsteams de taak om de lijst van herstelondersteunend wachten concreet per stadsdeel te maken en integraal onderdeel te laten zijn van hun werkwijze. Extra kosten worden naar verwachting gemaakt voor de ondersteuning bij het verzamelen van de informatie en het deelbaar maken hiervan. 2. Casus-voor-casusaanpak, Amsterdamse maatwerkmethode De casus-voor-casusaanpak (zie bijlage 2) wordt uitgebreid naar alle wachtende jeugdigen in Amsterdam. Per stadsdeel organiseren we werksessies die de lijst

8

wachtenden casus-voor-casus langsgaan en oplossingen bedenken vanuit: wat kan er nu al wel? Er wordt gezocht naar oplossingen buiten de jeugdhulp, naar versterking en verbreding van de consulatie- en adviesfuncties. Waar mogelijk wordt er geclusterd (qua problematiek) en gezocht naar collectieve oplossingen (bijv. groepsaanbod), en oplossingen door verschillende aanbieders samen. De cockpits stemmen onderling af ten behoeve van stadsdeel aangrenzende, of overstijgende oplossingen. 2a. Scholing in de Amsterdamse Maatwerkmethode (AMM) (kosten: € 68.000) De training AMM (1 dag) wordt kosteloos beschikbaar gesteld voor alle professionals werkzaam in het gebiedsgericht werken, inclusief, en met name, voor gedragswetenschappers, werkbegeleiders en direct leidinggevenden in het jeugddomein (jeugdhulpaanbieders, Ouder- en Kindteam en gecertificeerde instellingen). Van de organisaties wordt verwacht dat zij hun mensen vrijstellen als zij de training willen (of moeten, zie onder) volgen. Vanaf november beschikbaar. De bedoeling is dat in 2 jaar tijd iedereen getraind is die daarvoor in aanmerking komt. Er wordt daarnaast nagedacht over een ‘lean’ invulling rond de AMM ten behoeve van de uitvoerende professionals (bijvoorbeeld middels aansluiting bij huidige intervisie/supervisie structuren). 2b.

Inzet procesbegeleiders AMM (kosten: € 1.069.000) Er zijn op dit moment twee procesbegeleiders AMM voor de aanpak wachtenden actief, nu nog alleen voor de GI-jeugdigen. We maken het mogelijk dat er – naast deze twee procesbegeleiders – in ieder stadsdeel een procesbegeleider AMM is op de aanpak wachtenden, conform bovenstaande uitgangspunten, casus voor casus (dus enkele gezinnen). De ambitie is om per januari 2024 deze nieuwe procesbegeleiders te hebben geworven. Vanaf 2024 worden ook de twee zittende procesbegeleiders bekostigd uit de aanpak Wachtenden (voorheen liep dit via de innovatiemiddelen HSJH). 2c. Inzet maatwerkbudgetten (kosten: € 1.000.000) Het maatwerkbudget dat wordt ingezet is bedoeld om eventuele financiële hobbels vlot te kunnen nemen. Mogelijk leidend tot een kwestie (wanneer de vraag rijst: wie moet dit betalen?) met als adagium: eerst doen, dan uitzoeken. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de bestaande methoden van het mini-maatwerkbudget en inzet van het maatwerkbudget op basis van een maatwerkplan, zoals ontwikkeld door het Doorbraakteam (zie bijlage 2). 3. Inzet middelen voor collectieve oplossingen (kosten: € 5.800.000) Naast het maatwerkbudget zal het soms behulpzaam zijn om voor een collectieve oplossing van een groep jeugdigen een opdracht en bedrag naar een uitvoerende partij te brengen.

In het kader van het project Jonge kind zijn daarover al plannen uitgewerkt (te weten: virtueel spreekuur en uitrol diagnostiek voor ++-groepen). De middelen worden aan de uitvoerende instellingen verstrekt middels een incidentele subsidie. Proces en criteria (zie bijlage 3) zijn vastgelegd in een subsidieregeling vanuit de gemeente. Wanneer deze incidentele middelen (buiten de lumpsum HSJH om) naar een kernpartner HSJH gaan, worden eventuele consequenties ook altijd besproken in het kernteam Lumpsum.

9

4. Communicatie (kosten: € 118.000) Er wordt een communicatieadviseur ingezet (8-12 uur per week), gekoppeld aan de grotere opgave van de Ontwikkelagenda en de PD2. Uitbreiding naar 20-30 uur is gewenst. Plan is om per februari 2024 een fulltime communicatieadviseur (vanuit de gemeente) beschikbaar te hebben. Er wordt een communicatiestrategie ontwikkeld richting inwoners, betrokken partners in het gebiedsgericht werken, en andere partners, zodat het glashelder wordt wat de bedoeling is, en wat men wel en niet kan verwachten. Alle professionals en inwoners, en ook beleid, bestuur & politiek moeten snappen wat de bedoeling is, breed denken en handelen, en nadenken over normaliseren. Het Jeugdplatform Amsterdam wordt gevraagd om een grote rol te nemen in het laden van de inhoud en de leidende principes. Opgenomen kosten betreffen materialen en kosten voor het organiseren van bijeenkomsten en dergelijke. In ieder geval wordt gedacht aan een visual over lessen wachtenden ten behoeve van alle professional.

10

C. Leren en evalueren 1. Anders kijken, anders samenwerken (kosten: € 150.000) De werkvloer wordt versterkt en ondersteund in de nieuwe werkwijze in de gebieden. Eenvoud in taal en methodiek is daarbij belangrijk, met in achtneming van al bestaande werkwijzen en richtlijnen (afspraken bij regie, richtlijn complexe zorg, TOP3). We richten ons op ‘samenwerken doen we zo, normaliseren, breed kijken en handelen doen we zo’. Er wordt ingezet op scholing en begeleiding van de professionals in de gebiedsteams. Hierbij is de Amsterdamse Maatwerk Methode de basis (zie B2a) om tot domein overstijgende samenwerking te komen. 2. Inzicht in aanmeldingen (kosten: p.m.) Gemeente Amsterdam ontwikkelt samen met de kernpartners een dashboard met betrekking tot wachten o.l.v. een dataspecialist. Het dashboard zorgt voor inzicht in wachtenden van aanmelding tot de start van de zorg. Daarmee maakt dit dashboard ook onderdeel uit van het gebiedsgericht samenwerken. Naast aantallen, wachttijd, zorgvormen en dergelijke, levert dit ook inzicht op in de knelpunten in het proces, in het verloop van de klantreizen, in waar triage plaatsvindt en dus weer wachttijd en waar de beslismomenten zitten. Voorloper van het dashboard is een gebiedsfoto per gebied. Deze zullen gereed zijn in Q3 2023. 3. Evaluatie (kosten: € 80.000) Er wordt groot belang gehecht aan een goede evaluatie van de aanpak wachtenden.

In ieder geval wordt het dashboard ook ontwikkeld om zicht te houden op de effecten van de aanpak. Er is mogelijk nog meer nodig, wat we nu nog niet in beeld hebben. Er wordt elk kwartaal gerapporteerd aan de stuurgroep Gebiedsgericht samenwerken en de Prestatiedialoog 2. Tevens wordt er verantwoording afgelegd aan de wethouder Jeugd van Amsterdam. Voor meer kwalitatieve onderzoeken zal ook contact gelegd worden met het Netwerk Effectief Jeugdstelsel Amsterdam. Het gereserveerde budget is vooral bedoeld om in 2024 en 2025 onderzoeken uit te kunnen zetten.

11

4. Organisatiestructuur Hieronder wordt kort geschetst hoe we de uitvoering van het bestedingsplan voor ons zien en hoe hierover verantwoording wordt afgelegd. NB het is een ambitieus plan waar ook onvermijdelijk nu nog de nodige onduidelijkheden in zitten. Een stevige organisatie is zo nodig om voortgang te boeken en op koers te blijven.

A. Algemeen De aanpak wachtenden aanvullende jeugdhulp komt voort uit de Ontwikkelagenda Jeugd en de overleg- en uitvoeringsstructuur die daar in het kader van de prestatiedialoog, niveau 2 voor ingericht is. Plannen rond de aanpak worden gemaakt vanuit die structuur. Het gaat echter wel om de inzet van extra gemeentelijke middelen. Daarom heeft de gemeente Amsterdam ook een eigen verantwoordelijkheid dat de middelen tijdig en juist ingezet worden. Hiervoor is een projectteam ingericht. Voor de beoordeling van collectieve oplossingen (concreet: subsidieaanvragen) is een adviescommissie ingericht. Hieronder wordt weergegeven hoe beide (rode letters) een plek hebben in de overleg en –uitvoeringsstructuur van de prestatiedialogen, niveau 1 en 2 (zwarte letters).

Projectteam Het projectteam is een gemeentelijk projectteam aangevuld met de procesbegeleider(s) vanuit de stuurgroep Gebiedsgericht samenwerken wachten en toegang (GGSW) (en Doorontwikkeling zorglandschap (DZL)). Het projectteam is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de besluitvorming, de overall planning, alle uitgaven en de verantwoording richting wethouder, college en raad. In het projectteam zitten ook gemeentelijke vertegenwoordigers vanuit de stuurgroep(en) en het kernteam Lumpsum. Zij dragen als zodanig zorg voor de verbinding met de Ontwikkelagenda en de taakgerichte financiering van de kernpartners HSJH. Adviescommissie De adviescommissie bestaat uit een vertegenwoordiging van het projectteam en de voorzitters van de stuurgroep GGSW. Om de brede blik te waarborgen sluit ook een vertegenwoordiger van het doorbraakteam aan. De adviescommissie beoordeelt de aanvragen voor collectieve oplossingen voor de wachtenden. Het besluit (subsidieverlening) wordt formeel genomen door de gemeente en afgehandeld door het projectteam (zie verder bijlage 3). De adviescommissie stemt (zo nodig) af met de stuurgroep DZL en het kernteam Lumpsum. De komende tijd wordt onderzocht of

12

het zinvol en effectief is om nog andere partijen buiten de jeugdhulp te betrekken in de adviescommissie, om hen meer deelgenoot te maken van het effect van het inzetten van andere dan gebruikelijke jeugdhulp en het leereffect daarvan op andere onderdelen van het sociaal domein te vergroten. Denk daarbij aan het buurtteam. Uitvoering in de gebieden De uitvoering van de aanpak wachtenden vindt plaats in de gebieden (de stadsdelen, waarbij stadsdeel Centrum en Zuid tot één gebied zijn samengevoegd, en Weesp onder Zuidoost valt). De uitvoeringsorganisatie in de gebieden is nog sterk in ontwikkeling. Per gebied is een cockpit actief, bestaande uit een vertegenwoordiger van het Ouder- en Kindteam, de jeugdbescherming en de kwartiermaker. Rond de cockpits zijn meer partijen betrokken. Het gaat ook om de sociale basis, Buurtteam, scholen, etc. Daarnaast wordt per gebied een gebiedsknooppunt ingericht waar alle verzoeken om aanvullende jeugdhulp in te zetten samenkomen. Voor jeugdigen die moeten wachten op deze inzet is er de casus-voor-casusaanpak, waarvoor per gebied ook een procesbegeleider beschikbaar is. De jeugdhulpaanbieders maken de beweging om een deel van hun ambulante jeugdhulpverleners laagdrempelig in de gebieden beschikbaar te stellen.

De verbinding tussen de uitvoering in de gebieden en de stuurgroepen wordt op verschillende manieren vormgegeven, waaronder door diverse werkgroepen (niet opgenomen in bovenstaand schema) die op thema’s zaken nader met elkaar uitdenken en ontwikkelen.

B. Uitwerking per onderdeel Per onderdeel van het bestedingsplan is hieronder kort benoemd wie verantwoordelijk is voor de planvorming en uitvoering en hoe de bekostiging 2 loopt. planvorming

uitvoering

bekostiging

A. Ontwikkelen 1. Ontwikkelsessies (design thinking)

Werkgroep IV

2. Inrichten aanmeldingen per gebied

Werkgroep IV

B. Uitvoeren 1. Overzicht versterkende mogelijkheden en implementatie

Informatiemana ger Informatiemana ger

Via JBRA Via JBRA

Kwartiermakers

N.t.b.

Via gemeente

2a. Trainingen Amsterdamse Maatwerkmethode

Projectteam

Inhuur / afd. AMM

Via gemeente

2b. Inzet procesbegeleiders (per gebied)

Projectteam

N.t.b.

N.t.b.

2c. Maatwerkbudget

Projectteam

OKT, GI, HSJH

Via FBNA

3. Collectieve innovatieve/maatwerk inzet

Casus-voorcasus

Divers

Via subsidie

4. Communicatie

Werkgroep Com.

Communicatiead Via gemeente v.

1. Scholing en informatiemateriaal professionals

N.t.b.

N.t.b.

n.t.b.

2. Doorontwikkelen dashboard wachtenden

Werkgroep IV

Gemeente/BI

Via gemeente

3. Evaluatie

Projectteam

N.t.b.

Via gemeente

C. Leren en evalueren

2

Er zijn vier mogelijkheden: via een subsidieverlening, via de (apparaats)kosten van de gemeente, via het Fonds Bijzondere Noden, of via een inkoopovereenkomst met één van de uitvoerende partijen (OKT, Jeugdbescherming of kernpartner HSJH).

13

C. Verantwoording en evaluatie Het projectteam levert twee keer per jaar een voortgangsrapportage (inhoudelijk en financieel) op, die gedeeld wordt met de wethouder en de stuurgroepen en PD2overleg en directeurenoverleg (zie overzicht vorige pagina). Na het eerste jaar (zomer 2024) en aan het eind (zomer 2025) wordt een bredere evaluatie gehouden. Invulling hiervan wordt in de loop van 2024 uitgedacht. De opbrengsten van wat helpt in de ondersteuning van gezinnen zijn veel breder dan de inzet van jeugdhulp. Denk aan ondersteuning van ouders, financiële bijdragen inkomen, ondersteuning in brede zin van ouders. Deze input brengen we in in stuurgroep GGSW binnen de ontwikkelagenda en via de uitvoeringsagenda Jeugd en Gezin in het brede sociaal domein, met de opdracht de werkzame oplossingen structureel mogelijk te maken.

14

5. Meerjarenraming Hieronder een indicatieve meerjarenraming. De raming wordt twee keer per jaar bijgesteld. Middelen die in het ene jaar niet besteed worden, worden in principe meegenomen naar het volgende jaar (via de Egalisatiereserve Jeugd). Dit is natuurlijk wel afhankelijk van de gemeentelijke begrotingsresultaten en besluiten door het college en gemeenteraad. 2023

2024

2025

Totaal

A. Ontwikkelen

1. Ontwikkelsessies (designthinking)

vanuit formatie gemeente + innovatiebudget HSJH p.m. p.m. p.m. p.m.

2. Informatiemanager

€ 50.000

€ 80.000

€ 50.000 € 180.000

2. Inrichten gebiedsgerichte aanmelden

€ 20.000

€ 100.000

€ 100.000 € 220.000

€ 15.000

p.m.

p.m.

€ 12.000

€ 33.000

€ 23.000

€ 93.000

€ 976.000

2c. Mini-Maatwerkbudget (via FBNA)

€ 50.000

€ 100.000

€ 68.000 € p.m. 1.069.000 € 100.000 € 250.000

2c. Overige maatwerkbudgetten (via FBNA) 3. Collectieve innovatieve/maatwerk inzet (via gemeente)

€ 50.000

€ 33.000

€ 300.000 € 3.000.000 € 52.000

€ 400.000 € 750.000 € € 2.200.000 5.800.000 € 33.000 € 118.000

€ 20.000

€ 65.000

€ 65.000 € 150.000

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

€0

€ 40.000

€ 40.000

€ 80.000

0. Opstellen plan, ondersteuning aanpak algemeen

B. Uitvoeren 1. Overzicht versterkende mogelijkheden en implementatie 2a. Trainingen Amsterdamse Maatwerkmethode 2b. Inzet procesbegeleiders (per gebied)

€ 600.000

4. Communicatiematerialen

€ 15.000

C. Leren en evalueren 1. Scholing en informatiemateriaal professionals 2. Doorontwikkelen dashboard wachtenden 3. Evaluatie D. Onvoorzien

€ 100.000 € 100.000 € 100.000 € 300.000 € € € € Totaal 1.043.000 4.846.000 3.111.000 9.000.000

Toelichting A1 Design-thinking-sessie De informatiemanager, Ika van Doorn, organiseert. Kosten worden vanuit haar offerte betaald. Aanspreekpunt vanuit partners is Claire Vlug (Jeugdbescherming Regio Amsterdam). A2 Informatiemanager en ICT-systeem Kosten van de informatiemanager worden nader uitgezocht. Kosten voor het inrichten van de gezamenlijke aanmeldpunten hangen ook sterk of van de gekozen IV-oplossing. Genoemde bedragen zijn nog een eerste grove inschatting. B – 1. Overzicht versterkende maatregelen Er is al veel informatie verzameld. Er wordt rekening gehouden met een beperkte extra inzet om de informatie aan te vullen en breder toegankelijk te maken.

15

B – 2a Trainingen AMM De raming is gebaseerd op de volgende inschatting (zie onderstaande tabellen). Ambitie is om zo veel mogelijk mensen kennis te laten maken en te laten werken volgens de Amsterdamse Maatwerkmethode. Al doende moeten we ontdekken wat de beste manier is om dit te doen. Kosten trainingsdag AMM Aantal deelnemers Kosten per deelnemer

€ 2.000 16 € 125

PersoneelsbestandpartnersGebiedsgericht werken personen (fte x 1,25) 6 6 475 594 200 250 1.700 2.125 180 225 2.561 3.200

fte* Kwartiermakers Stichting Ouder- en Kindteam Jeugdgezondheidszorg GGD Kernpartners HSJH Gecertificeerde instelling Totaal Kosten

te trainen in AMM** 2023 2024 6 0 25 75 5 25 20 100 40 60 96 260 € 12.000 € 32.500

Totaal 6 150 30 200 150 536 € 67.000

2025 0 50 0 80 50 180 € 22.500

* Opbasis inschattingen en uitvraagJ eugdzorgin BeeldAmsterdam, januari 2023 ** Dit betreft een grove inschatting, uitgaande vanambulante hulpverleners (WO-niveau), coördinatorenen teamleiders werkzaamin de gebieden.

B – 2b Procesbegeleiders AMM De huidige inzet van procesbegeleiders wordt uitgebreid met 4 nieuwe krachten, naar verwachting per januari 2024. Inzet per procesbegeleider is 24 uur per week. Op termijn (richting 2025) zal deze rol overgenomen moeten worden door anderen binnen de gebiedspartners (OKT, GI en kernpartners HSJH). 2023

Procesbegeleiders Aantal

Bestaande procesbegeleiders Uitbreiding procesbegeleiders

2 4

uren perweek

Uurprijs incl. BTW

24 24

€ 121,00 € 121,00

aantal weken

16 Totaal

kosten € 92.928 €0 € 92.928

2024 aantal weken

kosten

Totaal Kosten

40 € 232.320 € 325.248 64 € 743.424 € 743.424 Totaal € 975.744 € 1.068.672

B – 2c. (Mini-)maatwerkbudget In de huidige werkwijze gaat het bij het mini-maatwerkbudget om maximaal € 500 per gezin. Gemiddeld wordt nu € 150 per gezin besteed vanuit het minimaatwerkbudget. Voor € 100.000 kunnen dus circa 650 extra gezinnen in een jaar geholpen kunnen worden. In de huidige werkwijze van het maatwerkbudget gaat het gemiddeld om circa € 3.500 per gezin (formeel is er geen maximum aan het maatwerkbudget). Voor € 400.000 kunnen dus circa 115 gezinnen extra geholpen kunnen worden. In totaal zou het dan gaan om € 500.000 voor de maatwerkbudgetten (in 2024). Dit lijkt wellicht beperkt, maar zou een zeer sterke groei zijn ten opzichte van de huidige inzet (zie bijlage 2). B – 3. Collectieve inzet Plannen zijn al concreet in het kader van het project Jonge Kind, met betrekking tot de inzet van virtueel spreekuur en diagnostiek voor de ++-groepen (totaal circa € 280.000). Daarnaast zijn plannen in ontwikkeling rond echtscheidingsproblematiek. B – 4. Communicatie

16

Genoemde kosten betreffen (vooralsnog) alleen de kosten van communicatiematerialen en niet de kosten van de personele inzet (die de gemeente voor haar rekening neemt uit de formatie).

C – 1 Scholing en informatiemateriaal Eind 2023, beging 2024 wordt een nadere scholingsprogramma ingericht. Genoemde kosten betreffen een grove inschatting. NB instellingen hebben natuurlijk ook zelf scholingsbudgetten. De middelen zijn slechts aanvullend daarop bedoeld. C - 2 Doorontwikkelen dashboard Gebiedsfoto’s zijn gemaakt door adviseur Monitoring & datasturing van de gemeente. Hiervoor waren geen extra middelen nodig. Wanneer een gezamenlijk platform ingericht wordt, zullen wel extra kosten gemaakt moeten worden. C3 – Evaluatie Kosten voor evaluatieonderzoek in halverwege en aan het eind van de aanpak.

17

Bijlage 1. Werkagenda Gebiedsgericht samenwerken, wachtenden en toegang Zie voor een toelichting paragraaf 1.

18

Bijlage 2. Casus-voor-casusaanpak, de Amsterdamse maatwerkmethode & inzet maatwerkbudgetten De casus-voor-casusaanpak In januari 2023 is, onder de vlag van de aanpak wachtenden, de casus-voorcasusaanpak gestart. Jeugdbeschermers van de Jeugdbescherming Regio Amsterdam, William Schrikker Stichting (WSS) en het Leger des Heils worden getraind of individueel begeleid in het werken met de Amsterdamse Maatwerk Methode (AMM) met als doel naar domeinoverstijgende oplossingen te zoeken. Het toekomstbeeld van de jeugdige en/of het gezin staat in deze methode centraal. Hiervoor is gekozen omdat uit een analyse blijkt dat het in de jeugdbeschermingsketen bijna nooit alleen om wachten op aanvullende jeugdhulp gaat. In de meeste gevallen zien we ook andere oorzaken die tot stagnaties leiden in het organiseren van passende hulp. Het monitoren van de oplossingen en het ophalen van lessen vanuit de casuïstiek zijn belangrijke onderdelen van de casus-voor-casusaanpak. Voor het financieren van de oplossingen maken we gebruik van Fonds Bijzonder Noden Amsterdam (FBNA), die als onafhankelijke stichting de uiteindelijke betalingen verricht. De gemeente Amsterdam draagt het deel van het budget dat bestemd is voor de casus-voorcasusaanpak dus aan het FBNA over.

De Amsterdamse Maatwerk Methode De Amsterdamse Maatwerk Methode gaat uit van het perspectief van de Amsterdammer en geeft de betrokken professionals vanuit verschillende domeinen richtlijnen om gezamenlijk vanuit één werkwijze te doen wat nodig is om de Amsterdammer te ondersteunen en samen met de Amsterdammer te werken aan zijn of haar hulp- en ondersteuningsvragen. Ook geeft de methode handvatten om gelegitimeerd maatwerk te bieden. Hierbij wordt er niet afgeweken van wettelijke kaders, wel wordt er binnen de wettelijke kaders ruimte gezocht om af te wijken van gemeentelijke wetten, regels en procedures (op basis van de hardheidsclausules en/of de Algemene wet bestuursrecht). Het afwijken van regels en procedures kan gaan om inkomens-, huisvestings-, participatie- en zorgvraagstukken en bijbehorende procedures en regelgeving. De Amsterdamse Maatwerk Methode is ontwikkeld vanuit de verbondsteams (de voorlopers van de huidige buurtteams). De methode is gebaseerd op de landelijke beproefde Doorbraakmethode van het Instituut Publieke Waarden (IPW) en op andere beproefde werkwijzen, zoals Route 020, de Omgekeerde Toets, van Overleven naar Leven en Anders Denken Anders Doen.

Inzet maatwerkbudgetten Er zijn twee soorten maatwerkbudgetten: het mini-maatwerkbudget en het reguliere maatwerkbudget. Het mini-maatwerkbudget is bedoeld voor kleine uitgaven ten behoeve van het gezin. Teams van hulpverleners kunnen zelf beslissen over de inzet van het minimaatwerkbudget. Het team beslist gezamenlijk over de inzet van het budget. Dit gebeurt in een speciaal daarvoor aangemaakte WhatsApp-groep. Een teamlid brengt de casus in, de anderen reageren binnen 24 uur. De reactie kan bestaan uit een vraag, een tip of advies, en een argument waarom wel of geen instemming. Voor

een positief besluit moet er een akkoord zijn van minimaal 3 teamleden. Ieder team heeft de beschikking over een eigen bankrekening met een pinpas. Eén teamlid is ‘beheerder’ en kan het toegekende bedrag op de pinpas zetten. De cliënt betaalt met de pinpas, en levert de pas met de bon weer in. Een betaling via Ideal is ook mogelijk. Het principe is dat er géén contant geld wordt verstrekt aan de cliënt. De beheerder zorgt voor het uploaden van de bon in het betaalsysteem, en stuurt per uitgave een kort verantwoordingsformulier naar FBNA. Als regel geldt dat het Mini-Maatwerkbudget niet mag worden ingezet voor het aflossen van schulden of betalen van boetes. De inzet van het regulier maatwerkbudget verloopt altijd via het opstellen van Maatwerkplan voor alle leefdomeinen volgens de Amsterdamse maatwerkmethode. Als voor de realisatie van het Maatwerkplan een financiële bijdrage nodig is die niet mogelijk is via de gebaande paden, kan het Maatwerkbudget worden ingezet. Momenteel worden de Maatwerkplannen ingediend door diverse (buurt)teams via het Doorbraakteam of door maatwerkcoaches. Doorontwikkeling van de werkwijze wordt verkend op basis van de ervaringen van dit jaar. De inzet van (mini)maatwerkbudgetten wordt nauwgezet bijgehouden en geëvalueerd. Hieronder een globaal overzicht van de inzet in 2021 en 2022.

20

Bijlage 3. Proces & criteria inzet collectieve aanpakken wachtenden De maatwerkbudgetten zijn de facto ‘giften’ aan individuele jeugdigen en het gezin. Betalingen lopen via het Fonds Bijzondere Noden Amsterdam (zie bijlage 2). Bij de casus-voor-casusaanpak van de op aanvullende jeugdhulp wachtende jeugdigen kan het echter ook voorkomen dat geconcludeerd wordt dat een collectieve aanpak van een groep wachtenden effectiever is en hiervoor een instelling (of samenwerkende instellingen) de opdracht krijgt om dit te organiseren. In voorkomende gevallen kan het ook gaan om een kernpartner HSJH of andere jeugdhulpverlener. Middelen voor een collectieve aanpak worden aan de uitvoerende partijen verstrekt via een incidentele subsidie en daarmee buiten de reguliere (basis)financiering van de instelling gehouden. Hiermee voorkomen we dat wachtlijsten alsmaar leiden tot meer (van het bestaande) zorgaanbod in plaats dat er naar alternatieve oplossingen gezocht wordt. De volgende route en criteria zijn bij het verstrekken van middelen voor collectieve oplossingen van toepassing (die ook formeel vastgelegd zijn in een subsidieregeling). Proces 1.

Het initiatief voor een collectieve oplossing komt voort uit de casus-voorcasusaanpak zoals vormgegeven in de nieuwe werkwijze Gebiedsgericht samenwerken, dat wil zeggen: voortkomend uit de (huidige) wachtenden in beeld (maandelijkse uitvraag vanuit platform gebiedsgericht). 2. De initiatiefnemers stellen een plan op, in afstemming met de procesbegeleider AMM, de kwartiermaker en de cockpit van het gebied en het platform Gebiedsgericht samenwerken. 3. De uitvoerende instellingen stellen op basis van dit plan een offerte op. 4. Het plan en de offerte(s) worden ingediend bij de gemeente Amsterdam. 5. Het plan en de offerte(s) worden beoordeeld door een adviescommissie, bestaande uit vertegenwoordigers van de stuurgroep Gebiedsgericht samenwerken (procesbegeleider en voorzitters) en de gemeente Amsterdam (afdeling Jeugd & Zorg en afdeling Doorbraakteam). Zij geven binnen maximaal 2 weken een oordeel (akkoord / niet akkoord / aanpassing gewenst). 6. Het is aan de adviescommissie om te beoordelen of en zo ja welke andere stuurof werkgroepen (of partners daarbuiten) geconsulteerd worden om tot een goede afweging te komen. 7. De Stuurgroep Gebiedsgericht samenwerken en de stuurgroep Doorontwikkeling Zorglandschap wordt geïnformeerd over het besluit van de adviescommissie. In zwaarwegende gevallen kunnen zij de adviescommissie vragen het oordeel nader te onderbouwen of herzien. 8.

De beleidsadviseur van de gemeente Amsterdam stelt subsidieverlening op en draagt met financieel advies zorg voor de betaling. In het contract worden de voorwaarden vastgelegd, onder andere over de bestedingsperiode en de verantwoording. De budgethouder van de gemeente Amsterdam (Marieke Volbers) ondertekent de subsidiebrief).

21

9. De subsidieontvanger dient aan het einde van de subsidieperiode een verantwoording in waaruit blijkt dat de ontvangen subsidie daadwerkelijk is gebruikt voor de in de aanvraag opgenomen activiteiten/werkzaamheden. 10. De voortgang van de uitvoering van de plannen wordt periodiek geagendeerd in de cockpits, werk- en stuurgroepen Gebiedsgericht samenwerken (en waar nodig Doorontwikkeling zorglandschap). 11. Wanneer het (mede) de inzet van een kernpartner HSJH betreft wordt het plan ook (ter kennisname) ingebracht in het kernteam Lumpsum (zie ook criteria hieronder). 12. Directeurenoverleg (PD1) en gezamenlijke PD2-overleg worden middels periodieke voortgangsrapportages geïnformeerd over de aanpak Wachtenden en de inzet van de middelen.

22

Criteria 1. De inzet komt ten goede aan de jeugdigen en hun gezinnen die wachten op aanvullende jeugdhulp in de gemeente Amsterdam. 2. De aanvraag is in lijn met de leidende principes, de lessen van de werkgroep wachtenden en het advies van het Jeugdplatform: het gaat om het realiseren van doorgaande lijnen in de hulpverlening (ter versterking van het dagelijks leven, inclusief doorgaande lijn in dagbesteding/onderwijs van een kind), waarbij, wanneer er soms gewacht wordt, altijd contact en aandacht is voor wat het gehele gezin nodig heeft in de wachtperiode. 3. Het betreft bij voorkeur oplossingen buiten de jeugdhulp, eventueel met toevoeging van expertise vanuit de jeugdhulp (versterken van de sociale basis, onderwijs, jongerenwerk, sport en ontspanning, ondersteuning aan ouders, etc.). Als jeugdhulp tóch het meest aangewezen is, dan is het aantoonbaar gericht op normaliseren en collectiveren (groepsaanbod), en betreft het nieuw innovatief aanbod. Breed denken en inzetten is het uitgangspunt. 4. Wanneer het de inzet betreft van een kernpartner HSJH, ESJH-aanbieder, Ouderen Kindteam, of gecertificeerde instelling (of andere door de gemeente Amsterdam gefinancierde instelling), komt deze met een onderbouwd plan op welke wijze de tijdelijke inzet op korte termijn weer zal landen in het reguliere budget (als het gaat om ESJH en HSJH: de lumpsum). 5.

De aanvraag mag ook project-, innovatie-,en scholingskosten bevatten. 6. De uitvoerende instelling moet voldoen aan de eisen die de gemeente Amsterdam stelt aan uitvoerende partijen.

23

Bijlage 4. Risicoparagraaf Nr .

Risico

Beheersmaatregel

1.

Door bezuinigingen op de jeugdzorg lopen de wachtlijsten in 2024 en volgende jaren verder op, waardoor de aanpak onder grote druk komt te staan. Dit is een reëel risico gezien het feit dat de gemeente de loonkostenstijging 2024 in de jeugdhulp (9%) niet volledig heeft kunnen compenseren en er minder geld beschikbaar is voor de ESJH.

De gemeente spant zich in om de teruggang van de rijksmiddelen te beperken, door lobby richting het Rijk, en door tot een reëel meerjarenperspectief te komen in de gemeentebegroting.

3.

Er zijn niet voldoende (gekwalificeerde) hulpverleners te vinden om de casusvoor-casusaanpak volgens de Amsterdamse maatwerkmethode uit te breiden. De twee huidige procesbegeleiders kunnen het werk niet alleen aan.

We bieden de procesbegeleiders aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden en een goede inwerkperiode en ondersteuning.

3.

De inzet vanuit domeinen waarover de gemeente formeel geen zeggenschap heeft (met name onderwijs en langdurige zorg) komt onvoldoende van de grond. Hierdoor worden leerervaringen die worden opgehaald niet omgezet in structurele aanpassingen van inkoop en beleid

We organiseren een goed overleg met het onderwijs (via de gezamenlijke ambitieagenda en het OOGO) en de zorgkantoren (via Amsterdam vitaal en gezond).We zorgen voor een connectie van de leerervaringen met de Amsterdamse uitvoeringsagenda.

4.

Er worden niet voldoende innovatieve (collectieve) projecten van de grond. Subsidieaanvragen worden niet ingediend en geld daardoor niet besteed.

Wanneer aanvragen vanuit de uitvoerende partijen onvoldoende binnenkomen, stimuleert de gemeente planvorming via beleid en contractmanagement en via de stuurgroep GGSW.

5.

Door privacyregelgeving komt de samenwerking tussen partijen niet voldoende (effectief) tot stand. Het kunnen delen van informatie op casusniveau is van groot belang. Ouders én professionals zijn hier vaak huiverig voor.

De gemeente ondersteunt de samenwerkende partijen met juridische expertise (privacy-officers) en zoekt mee naar voorbeelden om een en ander goed te regelen (bijvoorbeeld in een convenant).

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15981172/1