CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsregels behorend bij artikel 2.10a APV (gebruiks-herplaatsingsverbod geldautomaten) definitief.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 21 maart 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de inspraakperiode inzake de nieuwe APV bepaling in te zetten na (poging tot) plofkraak op geldautomaten (VN2024-001821)967 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluit van de burgemeester van de gemeente Amsterdam houdende beleidsregels over de bevoegdheid tot het opleggen van een gebruiks-/herplaatsingsverbod voor geldautomaten na (poging tot) plofkraak op grond van de Gemeentewet en de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 (Beleidsregels gebruiks/herplaatsingsverbod na (poging tot) plofkraak op geldautomaten)

De burgemeester van Amsterdam,

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met de artikelen 172, derde lid, 174a en 175 van de Gemeentewet en artikel 2.10a van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008,

besluit vast te stellen de volgende regeling:

Beleidsregels gebruiks-/herplaatsingsverbod na (poging tot) plofkraak op geldautomaten

Inleiding In dit stuk worden de uitgangspunten over hoe de burgemeester omgaat met de bevoegdheid tot het opleggen van een gebruiks-/herplaatsingsverbod voor geldautomaten na een (poging tot) plofkraak omschreven. In de APV- bepaling wordt gesproken over (poging tot) plofkraak maar deze bevoegdheid kan ook worden ingezet indien sprake is van een (poging tot) ramkraak.

Juridisch kader Artikel 2.10a van de Algemene Plaatselijke Verordening bevat de bevoegdheid van de burgemeester om een gebruiks-/herplaatsingsverbod voor geldautomaten na een (poging tot) plofkraak op te kunnen leggen.

Doel van artikel 2.10a APV Een (poging tot) plofkraak gaat veelal gepaard met grof geweld. Het richt grote schade aan voor de omgeving en de zich in de nabijheid bevindende personen. De gevaarzetting bij plofkraken is groot. Denk daarbij aan brand- en instortingsgevaar en achterblijvende explosieven. Bovendien tast deze vorm van criminaliteit het veiligheidsgevoel en woongenot van omwonenden aan en veroorzaken in de samenleving gevoelens van grote onrust en onveiligheid. Er is een tendens dat criminelen steeds zwaarder materieel in zetten om dit soort diefstallen te voltooien en zich daarbij niets aantrekken van de gevaren voor omwonenden. Ook (ondeskundig) gebruik van explosieven neemt toe en daarmee worden de risico’s voor burgers, politie en hulpverleners vergroot. Het doel van het inzetten van deze bevoegdheid is de rust in de woonwijk/buurt te herstellen en de openbare orde en woonveiligheid van de omwonenden van de geplofte geldautomaat beschermen tegen een nieuwe plofkraak.

1

Inzetten bevoegdheid De burgemeester kan een gebruiks-/herplaatsingsverbod van een geldautomaat bevelen, zowel inpandig als geplaatst in de gevel, na een (poging tot) plofkraak. De bevoegdheid kan ook worden ingezet indien sprake is van een ramkraak. De burgemeester zet deze bevoegdheid in ieder geval in als sprake is van boven- en/of naaste bewoning van de desbetreffende geldautomaat. Uit het door de rechthebbende van de geldautomaat uit te voeren veiligheidsonderzoek zal blijken welke risico beperkende maatregelen de rechthebbende van de geldautomaat kan nemen om een nieuwe plofkraak op dezelfde locatie te minimaliseren of te voorkomen.

Belangenafweging Na een plofkraak op een geldautomaat is veelal de woonwijk/buurt waar dit heeft plaatsgevonden ontwricht. Een plofkraak gaat gepaard met veelal grof geweld. Het richt grote schade voor de omgeving en de zich in de nabijheid bevindende personen. De openbare orde is verstoord. Met het inzetten van artikel 2.10a APV voorkomt de burgemeester dat de openbare orde wederom verstoord wordt. Het openbare orde belang en de veiligheid van de omwonenden weegt in dat geval zwaarder dan het economisch belang van de rechthebbende van de gelautomaat. Dit kan anders zijn als de plofkraak heeft plaatsgevonden in een gebied/omgeving waar geen directe omwonende zijn, bijvoorbeeld op een industrieterrein of winkelcentrum zonder bewoning. De burgemeester weegt in dat geval de belangen per geval af.

Duur gebruiks-/herplaatsingsverbod Het verbod wordt voor de duur van drie maanden opgelegd. Voor deze termijn is gekozen om de rust in de getroffen buurt terug te laten keren. Omwonenden moeten zich weer veilig voelen in hun buurt en/of huis. Bovendien krijgt de rechthebbende van de geldautomaat hiermee voldoende tijd om een veiligheidsonderzoek, zoals neergelegd in het tweede lid, uit te voeren (zie hierna). Het verbod wordt verlengd met nogmaals drie maanden indien de rechthebbende binnen de gestelde termijn het onderzoek (nog) niet heeft uitgevoerd, de resultaten van het veiligheidsonderzoek nog niet ter beoordeling aan de burgemeester heeft voorgelegd en/of de burgemeester de resultaten van het onderzoek nog niet heeft kunnen beoordelen. De burgemeester is bevoegd het verbod telkens te verlengen met drie maanden totdat de resultaten van het onderzoek zijn overgelegd en beoordeeld. Pas na een positieve beoordeling van het veiligheidsonderzoek door de burgemeester wordt het verbod opgeven.

2

Veiligheidsonderzoek Om te kunnen beslissen of het verbod kan worden ingetrokken, eist de burgemeester een door de rechthebbende van de geldautomaat uitgevoerd veiligheidsonderzoek. Uit dat onderzoek moet blijken wat de risico’s van de geldautomaat zijn en welke maatregelen rechthebbende kan nemen om deze risico’s weg te nemen of te verminderen. In het onderzoek moet in ieder geval zijn onderzocht: • of er een alternatieve locatie voor de geldautomaat is (inpandig heeft de voorkeur), en/of • welke veiligheidsmaatregelen de rechthebbende neemt op die locatie. Hierbij valt te denken aan: - het terugplaatsen van het nieuwste type geldautomaat met geldontwaardingssysteem (lijm, verf); - aanbrengen van gevelversteking - het inzetten van extra camera’s; - verbeteren van het beveiligingssysteem. Zienswijze Als er reden is om het gebruiks-/herplaatsverbod in te zetten wordt de rechthebbende van de geldautomaat (belanghebbende) hiervan op de hoogte gesteld. Vervolgens wordt -conform de Algemene wet bestuursrecht (Awb)- de belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze te geven op het voornemen om tot een verbod over te gaan. Na het afnemen van de zienswijze worden alle feiten en omstandigheden afgewogen met inachtneming van de wet- en regelgeving en deze beleidsregels. Vervolgens neemt de burgemeester een beslissing.

Van het afnemen van een zienswijze kan in spoedeisende situaties worden afgezien (4:11 Awb).

Bekendmaking van het verbod De burgemeester draagt zorg voor het aanbrengen van een afschrift van het bevel tot het verbod tot gebruik/herplaatsing op de geldautomaat. Als dat door de explosie of andere omstandigheden niet mogelijk is, dan zal het bevel in de directe nabijheid worden aangebracht.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13893651/1