CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028 De Schuld voorbij.pdf

RAAD 10 juli 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Beleidsplan schuldhulpverlening 2025-2028 De schuld voorbij (VN2025-009116)20.024 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

De schuld voorbij

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Inhoud Voorwoord wethouder Marjolein Moorman

3

Voorwoord De NoordAs

5

1. Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Wettelijk kader 1.3 Totstandkoming 1.4 Leeswijzer

6 6 9 9 10

2.

11

Schuldenproblematiek in Amsterdam

3. Ontwikkelingen in beleid en regelgeving 15 3.1 Toenemende aandacht voor bestaans­ zekerheid en schuldhulpverlening 15 3.2 Wijzigingen in landelijke wet- en regelgeving17 3.3 Ontwikkelingen in het Amsterdamse stelsel 17 4. Visie op schuldhulpverlening 4.1 Voortzetten huidige koers Schuldenrust 4.2 Schulden uitbannen 4.3 Kinderen en jongeren eerst

19 19 20 21

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

5. Activiteiten en resultaten 22 5.1 Context Amsterdamse Schuldhulpverlening 22  Buurtteam Amsterdam en de keten van schuldhulpverlening22 Landelijke basisvoorwaarden 23

2

5.2 Schulden voorkomen Amsterdamse aanpak Vroegsignalering Sociaal raadslieden in het buurtteam Hulp bij financiën in de wijk Samenwerking met werkgevers  Schulden bij medewerkers van de gemeente Schulden voorkomen bij statushouders Stadsbank van Lening Communicatie en campagnes

25 25 28 29 30 30 30 30 31

5.3 Schulden klein houden Hulp aan Amsterdammers in de bijstand  Hulp aan Amsterdammers met een zorgachterstand  Terugdringen aantal Amsterdammers in CAK-bestand Hulp bij huurachterstanden Landelijke Pauzeknop Sociaal incasseren

33 33 33 33 34 34 34

5.4 Schulden sneller oplossen 36 Perspectief van de Amsterdammer centraal 36 Stress-sensitief werken via Route 020 36 Schuldoplossingen via de Kredietbank 39 Samenwerken met schuldeisers 41 Budgetbeheer 42 Amsterdamse Aanpak Beschermingsbewind 42  Ruimhartige en intensieve aanpak voor dak- en thuisloze Amsterdammers 43  Gespecialiseerde dienstverlening voor ondernemers 44 5.5 Schulden uitbannen Terugval in schulden De Amsterdamse Doorstart  Ontwikkelen interventies informele schulden Financiële nazorg voor ouderen  Schulden uitbannen voor slachtoffers van het Toeslagenschandaal

46 46 46

5.6 Indicatoren

49

47 47 48

6. Kwaliteit en uitvoering 50 6.1 Monitoring 50 6.2 Prestatiedialoog buurtteams en kwaliteitsmetingen50 6.3 Deskundigheidsbevordering 51 6.4 Uitvoeringsorganisaties 51

Voorwoord wethouder Marjolein Moorman

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Mijn stip op de horizon was, is en blijft dat alle Amsterdammers vrij zijn van problematische schulden. In de afgelopen jaren heb ik me als wethouder ingezet voor het voorkomen, klein houden en sneller oplossen van schulden: voor schuldenrust. We gaan er in onze stad al langer vanuit dat schulden vaak het gevolg zijn van armoede, ingrijpende levensgebeurtenissen en helaas ook van een hardvochtig systeem dat mensen niet verder helpt, maar soms zelfs tegenwerkt.

3

We investeren in Amsterdam daarom al lang fors in onze schuldenaanpak. Onze aanpak vroegsignalering is steeds uitgebreider en via de Pauzeknop stoppen we de opeenstapeling van schulden. We hebben zichtbare resul­ taten geboekt. De gemiddelde schuld in Amsterdam is al jaren aanzienlijk lager dan het landelijke gemiddelde en afgelopen jaar waren er voor het eerst minder dan dertig woningontruimingen vanwege financiële problemen bij corporaties. Dat maakt het verschil in de levens van Amsterdamse gezinnen. Toch is het nog steeds niet genoeg. Te veel mensen raken nog steeds te snel in de schulden. Met dit nieuwe beleidsplan De schuld voorbij wil ik daarom verdere stappen zetten in de richting van een schuldenvrije stad. We willen rust, regie en perspectief bieden aan Amsterdammers met schulden. De titel De schuld voorbij heeft een brede betekenis. We zeggen ermee dat we schulden structureel willen oplossen. In dit

beleidsplan introduceren we daarvoor de Amsterdamse Doorstart. Via die werkwijze zorgen we dat Amsterdammers tijdens een hulptraject én daarna toekomstgerichte stappen kunnen zetten. De schuld voorbij gaat ook over de manier waarop we kijken naar Amsterdammers met schulden. We hebben oog voor hun omstandigheden, stress en de systemen die ze in de problemen brengen of houden. We kijken verder dan alleen het financiële probleem en stellen het perspectief van de Amsterdammer centraal. Voor de totstandkoming van dit beleidsplan heb ik de afgelopen jaren vaak gesproken met Amsterdammers. Hun ervaringen en verhalen zijn cruciaal voor de ontwikkeling van ons beleid. Ik ben daarom ook erg blij dat ik dit voorwoord kan delen met Myra, Marijke, Huub en Evelien van de NoordAs. De titel De schuld voorbij raakt tot slot ook aan het doorbreken van armoede en schuldenproblematiek in gezinnen. Gezinnen met kinderen en jongeren krijgen bijzondere aandacht in ons schuldenbeleid. Zij mogen nooit de rekening betalen van problemen die buiten hun toedoen zijn ontstaan. We weten dat kinderen die opgroeien in stressvolle thuissituaties een grotere kans hebben op verdere problemen op school, of later op de arbeidsmarkt. Problemen worden daardoor van generatie op generatie doorgegeven en dat moet stoppen. Onze schuldenaanpak zet het belang van kinderen en jongeren daarom voorop.

We willen intergenerationele

patronen doorbreken en voorkomen dat een nieuwe generatie Amsterdammers de rekening betaalt.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Amsterdam staat dit jaar met trots stil bij haar 750-jarig bestaan. De geschiedenis van 750 jaar armoede en schulden in Amsterdam toont enerzijds de hardnekkigheid van schuldenproblematiek maar toont ook de barmhartigheid van onze stad en de vooruitgang die we de afgelopen jaren

4

hebben gemaakt in onze schuldenaanpak. Vandaag de dag ligt er nog steeds een grote rol in het op orde brengen van de bestaanszekerheid. Het Rijk is daarvoor aan zet. Met dit beleidsplan laten we zien hoe wij in Amsterdam er binnen onze macht alles aan doen om schulden voorbij te doen gaan. Marjolein Moorman Wethouder Armoedebestrijding & Schuldhulpverlening

Voorwoord De NoordAs

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Een steeds groter wordende groep mensen komt door een te klein besteedbaar inkomen ‘onder water’ te staan. Daar weten we bij de NoordAs – de actiegroep voor mensen met kopzorgen door geldzorgen in Amsterdam-Noord – alles van. Het kan iedereen gebeuren. We zien mensen met informele schulden waar geen hulp voor is, mensen met een koophuis maar geen cent om uit te geven, mensen die door de kostendelersnorm al tien jaar bij de Voedselbank lopen, mensen die door de schimmel in hun woning drie keer in één jaar een nieuw matras moeten kopen. De basis van een goed beleid volgens ons? Zorg voor maatwerk, en ontzorg mensen van hun systeemstress.

5

Daarvoor is het noodzakelijk om naar de mensen te luisteren over wie dit gaat. Met de NoordAs zijn we in gesprek met wethouder Moorman en beleidsambtenaren van WPI om aan te geven waar beleid verbeterd kan worden. Wat fijn om dat te kunnen doen! Wel horen we elke keer nog dat mensen die beleid schrijven eigenlijk nooit eerder met burgers hebben gesproken over deze onderwerpen. Terwijl het een kerntaak zou moeten zijn: als je niet met mensen spreekt over wie het gaat, zal het nooit helemaal aansluiten op iemands beleveniswereld.

Op ervaringen gebaseerd armoede- en schuldenbeleid heeft minder blinde vlekken; gesprekken met ervaringsdeskundigen laten beleidsambtenaren de urgentie zien voor goede armoederegelingen (wat betekent het écht als je niks meer overhebt?), en laat zien dat het zín heeft om je stem te gebruiken, ook als je weinig vertrouwen hebt in de overheid. Vanuit onze eigen ervaring kunnen we zeggen dat actief maatwerk het aller­ belangrijkste is om van een ‘goed armoedeen schuldenbeleid’ te kunnen spreken. Hoe je je beleid ook schrijft: er zullen altijd mensen tussen wal en schip vallen. Juist in die situaties is het belangrijk om te luisteren naar wat iemand zélf zegt nodig te hebben en snel hulp in te schakelen, om een situatie niet verder te laten escaleren. Ook als het op het eerste gezicht niet in een bestaande regel past. Kijk naar het besteedbaar inkomen van mensen, draag mensen warm over in plaats van ze van het kastje naar de muur te sturen, intermedieer naar woningcorporaties voor een tijdelijk lagere huur, reken informele schulden ook mee. Kijk naar wat er écht nodig is. Namens de NoordAs, Myra en Marijke, Huub en Evelien

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Amsterdam 750 jaar

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

De geschiedenis van 750 jaar Amsterdam laat zien dat onze stad door de eeuwen heen te maken heeft gehad met én gestreden heeft tegen armoede en ongelijkheid. Vanaf het moment dat Amsterdam begon als kleine nederzetting was armoede wijdverspreid. Toen de stad in de 14e en 15e eeuw uitgroeide tot een handelscentrum werd de kloof tussen arm en rijk groter. Ook in de eeuwen daarna hadden economische ontwikkelingen en belangrijke historische gebeurtenissen impact op de armoede- en schuldenpositie van Amsterdammers.

6

Gelukkig is er door de eeuwen heen ook altijd hulp en ondersteuning geweest. Van gilden, buurten, kerken, familie en rijke inwoners en van Amsterdammers die zich in verenigingen of vakbonden verenigden. De gemeente Amsterdam heeft door de jaren heen een uitgebreide inzet op schuldhulp­ verlening ontwikkeld. Ook vandaag de dag blijven armoede en schulden een probleem, onder andere door de druk op bestaans­ zekerheid, de ingewikkeldheid van het stelsel en de snelheid waarmee mensen (weer) in de schulden kunnen raken.

Als er vandaag de dag een verlaten kind wordt gevonden, is dat groot nieuws want het komt zelden meer voor. Dat was in het verleden anders. Rond 1800 werden in Amsterdam jaarlijks tussen de 300 tot 800 kinderen gevonden, dat wil zeggen 1 tot bijna 3 per dag. Al die vondelingen werden opgenomen in het Aalmoezeniers­weeshuis aan de Prinsengracht. Bij de te vondeling gelegde baby’s werd vaak een persoonlijk briefje van de moeder aangetroffen. Al die briefjes zijn bewaard. Deze hartenkreten geven een indringend en ontroerend beeld van het lot van de kinderen en het verdriet van de moeders, van de armste bewoners van de stad.1

1

Stadsarchief Amsterdam, Over Vondelingen. Het Aalmoezeniersweeshuis van Amsterdam.

Een solidaire stad We geven de strijd tegen armoede en schulden niet op: Amsterdam wil een solidaire stad zijn met gelijke kansen voor iedereen. Daarom geeft het college al langere tijd hoge prioriteit aan financiële bestaanszekerheid en de bestrijding van armoede en schulden. Vastberaden en barmhartig gaan we hier mee door. Elke Amsterdammer moet kunnen rekenen op een overheid die zorgt voor voldoende (financiële) middelen voor een zeker bestaan en om mee te kunnen doen in de samenleving.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Het college onderschrijft de aanbevelingen van de Commissie Sociaal Minimum nog altijd volledig. Deze commissie concludeerde al in 2023 dat mensen die rond het sociaal minimum leven, elke maand substantieel tekortkomen. Ook concludeerde de commissie dat schulden mede een gevolg zijn van een samenloop van omstandigheden en/of een complex systeem van inkomen, toeslagen en ondersteuning.2 Het is moeilijk voor inwoners om hulp of regelingen te vinden en de bijkomende systeemstress stapelt bovenop de stress van de schulden.

7

De stress die met schulden gepaard gaat heeft een grote impact. Schulden kunnen leiden tot fysieke en mentale problemen, relationele problemen en ook tot zelfs huisuitzettingen of suïcidale gedachten. Pharos stelt dat bestaansonzekerheid de belangrijkste oorzaak is van gezondheids­ verschillen.3 Mensen in armoede overlijden gemiddeld 7 tot 8 jaar eerder dan mensen met een hoog inkomen en leven 21 jaar in minder goede ervaren gezondheid. Chronische stress speelt hier een fundamentele rol in. Daarbij opgeteld gaat schuldenproblematiek gepaard met aanzienlijke maatschap­pelijke kosten. Het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Naar een beter werkende schuldenketen schat de maat­schappelijke kosten in op tenminste €8,5

2 Commissie Sociaal Minimum, 2023, Een zeker bestaan – Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum: het versterken van de financiële bestaanszekerheid van burgers waardoor ze een meer zeker bestaan kunnen opbouwen, voorkomt veel individueel leed en maatschappelijke kosten. 3 Pharos, Factsheet Alles wat je moet weten over gezondheidsverschillen.

miljard per jaar.4 Het voorkomen en oplossen van schulden heeft gezien de persoonlijke en maatschappelijke impact al jaren onze prioriteit. Hoge inflatie en daardoor hogere vaste lasten zijn een belangrijke reden dat schuldenproblematiek hardnekkig blijft. Daarnaast blijft het uitdagend om schulden integraal aan te pakken. Terwijl dit belangrijk is, want schulden komen zelden alleen.

Terugblik op Schuldenrust We zetten in Amsterdam gelukkig stappen vooruit in onze schuldenaanpak. In het verleden én vandaag de dag laat onze stad zich kenmerken door barmhartigheid en vooruitstrevendheid. In 2020 lanceerden we het programma Schuldenrust, waarmee we op uiteenlopende manieren stevig inzetten op 3 pijlers: het voorkomen, klein houden en sneller oplossen van schulden. Een koers die we opvolgden in het beleidsplan schuldhulpverlening 2021-2025 Op weg naar schuldenrust. Ook in de komende periode willen we hieraan vasthouden. We hebben veel geïnvesteerd en de resultaten zijn zichtbaar. Zo is het bereik van onze aanpak Vroeg­ signalering nog altijd hoog, ondanks de forse stijging van het aantal meldingen in de afgelopen jaren. De gemiddelde schuld waarmee Amsterdammers zich bij schuldhulpverlening melden is daarnaast al meerdere jaren aanzienlijk lager dan landelijk. Ook de Amsterdamse Pauzeknop wordt door­ ontwikkeld tot een landelijk instrument. We hebben zicht op specifieke doelgroepen en hebben een passende aanpak ontwikkeld voor onder andere jongeren en ondernemers.

4 Rijksoverheid, 2024, Interdepartementaal Beleids­ onderzoek Naar een beter werkende schuldenketen.

Vooruitblik We realiseren ons dat de implementatie van verbeteringen weerbarstig is en tijd kost. Door in te zetten op de continuïteit van beleid, bieden we ruimte voor een zorgvuldige uitvoering. Na een tijd waarin we veel hebben geïnvesteerd en geïnnoveerd, zetten we ons in de komende tijd met dalende budgetten in om onze waardevolle aanpak te bestendigen en door te ontwikkelen. We blijven inzetten op het voorkomen, klein houden en sneller

oplossen van schulden en geven in de komende periode extra aandacht aan een schuldenvrije toekomst voor Amsterdammers. We voegen hiervoor een vierde pijler toe aan ons programma: uitbannen van schulden. Via deze pijler zetten we in op een structurele schuldenvrije toekomst voor Amsterdammers. Alle Amsterdammers moeten na afloop van een schuldhulpverleningstraject kunnen rekenen op een duurzaam schuldenvrij bestaan.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Gezinnen met kinderen (lichtblauw) en jongeren (donkerblauw) zijn in het bijzonder uitgelicht in dit beleidsplan. Met kinderen bedoelen we in dit beleidsplan nadrukkelijk ook ongeboren kinderen We willen dat alle Amsterdamse kinderen gezond, veilig en kansrijk opgroeien. Dit betekent dat we anders moeten kijken en omgaan met problemen die een veilige omgeving belemmeren. Stress door schulden heeft zelfs in de baarmoeder al een negatief effect op de ontwikkeling van het ongeboren kind. Kinderen mogen niet de dupe worden van de stress die schuldenproblematiek in een gezin kan veroorzaken. We zien nog te vaak dat kinderen in de jeugdzorg terechtkomen, terwijl de oorzaak van het probleem niet bij de kinderen ligt, maar in hun omgeving. Het rapport Kinderen in de Knel maakt duidelijk dat de ruim 480.000 kinderen in Nederland die opgroeien in gezinnen met problematische schulden 2 keer zo vaak jeugdhulp nodig hebben5. Een beslissing over de wijze van behandeling van ouders kan anders uitpakken als ook het belang van kinderen wordt meegewogen.

Is het echt zinvol om bij veel stress in een huishouden de kinderen te behandelen, onder toezicht te stellen en soms zelfs uit huis te plaatsen? Of is het zinvoller om eerst te kijken of de stress in het huishouden kan worden verminderd met praktische ondersteuning of financiële ondersteuning van de ouders? In de komende periode ontwikkelen we waar mogelijk extra interventies voor gezinnen met kinderen.

8

Vanwege de kwetsbaarheid van jongeren hebben we ook voor hen een speciale aanpak. Jongeren maken snelle veranderingen op verschillende leefgebieden door, hebben vaak een onstabiel inkomen (door tijdelijke, onregelmatige contracten en/of ZZP-inkomsten) en hun hersenen zijn nog volop in ontwikkeling. Dat maakt jongeren gevoeliger voor het ontwikkelen van psychische problemen, voor verleidingen en voor status. Daarnaast maken zij vaker impulsieve keuzes en moeten ze (nog) leren om planmatig met geld om te gaan. Marketing en sociale media spelen hier handig op in. Jongeren worden verleid met het achteraf betalen van aankopen, rood staan en online gokken. Ook beleggen en cryptovaluta worden steeds populairder onder jongeren. Financiële zelfredzaamheid is lastig in een steeds complexere samenleving. Daarnaast krijgen veel jongeren van huis uit niet de benodigde financiële kennis mee en in sommige gevallen zijn er thuis ook schulden. Intergenerationele overdracht van de schuldenproblematiek vormt daarbij een risico. Studenten ervaren daarnaast vaak stress door hun studieschuld. De schulden bij jongeren veroorzaken problemen op meerdere gebieden, zoals school, werk en huisvesting, en beïnvloeden het toekomst­perspectief van jongeren negatief. Financiële problemen kunnen bij jongeren snel escaleren naar problematische schulden.

Daarom zetten we als gemeente stevig in op het voorkomen, klein houden, sneller oplossen en uitbannen van schulden bij jongeren.

5 Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, 2023, Kinderen uit de Knel.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

9

1.2 Wettelijk kader

1.3 Totstandkoming

De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) schrijft voor dat alle gemeenten een beleidsplan maken dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening. Dit plan wordt vastgesteld voor een periode van maximaal 4 jaar, met de mogelijkheid om het tussentijds te wijzigen. Het plan bevat de kernpunten van het gemeentelijk beleid met betrekking tot schuldhulpverlening en het voorkomen van problematische schulden. Conform artikel 2 van de Wgs moeten de gemeenten in ieder geval aangeven: • welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken periode wenst te behalen (hoofdstuk 4 en 5). • welke maatregelen de gemeenteraad en het college nemen om de kwaliteit te borgen van de wijze waarop de integrale schuldhulpverlening wordt uitgevoerd (hoofdstuk 6). • hoe de samenwerking met schuldeisers, waaronder verhuurders van tot bewoning bestemde onroerende zaken, zorg­ verzekeraars, water- en energie­bedrijven, wordt vormgegeven (hoofdstuk 5). • het maximaal aantal weken dat de gemeente nastreeft met betrekking tot de in artikel 4, eerste lid, genoemde periode (hoofdstuk 5). • hoe schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende minderjarige kinderen wordt vormgegeven (hoofdstuk 4 en 5).

Dit beleidsplan is tot stand gekomen in afstemming met Buurtteam Amsterdam, het Amsterdams Netwerk Ervaringsdeskundigen, andere gemeenten en overige partner­ organisaties zoals de Hogeschool van Amsterdam. Daarnaast zijn nieuwe inzichten uit recente rapporten, documenten en (wetenschappelijke) onderzoeken geanalyseerd en verwerkt. Onder andere zijn meegenomen de bevindingen van de rapporten Hoe eerder, hoe beter van de Nationale ombudsman6, Naar een beter werkende schuldenketen (IBO Problematische schulden)7 en Financiële dienstverlening, toen, nu en straks, van de Hogeschool van Amsterdam.8 Dit beleidsplan sluit aan op de brede aanpak van (financiële) bestaanszekerheid, zoals beschreven in de Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen. Daarin staan vertrouwen in inwoners en een toegankelijk stelsel centraal. Om de integraliteit te versterken sluit dit beleidsplan ook nadrukkelijk aan bij de Amsterdamse jeugdvisie en de Amsterdamse nota Gezondheidsbeleid 2021-2025. In deze plannen presenteerde het college al integrale en domeinover­ stijgende aanpakken in de jeugdzorg en de gezondheidszorg. In dit beleidsplan schuldhulpverlening bouwen we daarop voort en streven we naar een verdergaande beweging richting een gezamenlijke en integrale inzet.

We verbinden de inzet met het samenwerkingsverband samen­ werkingsverband Amsterdam Vitaal en Gezond, we sluiten aan bij het programma Gezonde en Kansrijke Start en we geven een Health in all policies (HiAP)-werkwijze verdere opvolging.

6 Nationale Ombudsman, 2024, Hoe eerder hoe beter – vroegsignalering van schulden door gemeenten. 7 Rijksoverheid, 2024, Interdepartementaal Beleidsonderzoek Naar een beter werkende schuldenketen. 8 Van Dam, R., Desain, l., & Custers, A., 2024, Financiële dienstverlening; toen, nu en straks.

1.4 Leeswijzer

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Het voorliggende beleidsplan De schuld voorbij bestaat uit 5 hoofdstukken. In hoofdstuk 2 maken we vanuit beschikbare informatie de belangrijkste trends zichtbaar. In hoofdstuk 3 beschrijven we de ontwikkelingen op landelijk en lokaal niveau die van invloed zijn op ons beleid. Deze twee hoofdstukken bieden de basis om in hoofdstuk 4 onze visie op de Amsterdamse schuldenaanpak te omschrijven. In hoofdstuk 5 lichten we onze activiteiten toe en lichten we de activiteiten voor gezinnen met kinderen en jongeren specifiek uit. Hoofdstuk 5 sluit af met de beoogde resultaten. Tot slot beschrijven we in hoofdstuk 6 de manier waarop we zorgen voor de kwaliteit en uitvoering van de activiteiten.

10

2. Schuldenproblematiek in Amsterdam Schuldenproblematiek blijft hardnekkig Er zijn nog altijd geen sluitende cijfers over het aantal huishoudens met problematische schulden. Om de problematiek toch zo goed mogelijk in beeld te brengen combineert het CBS verschillende registerdata. Cijfers, van wat het CBS schaart onder geregistreerde problematische schulden, laten zien dat het aantal Nederlandse huishoudens met problematische schulden vanaf 1 januari 2021 is toegenomen: van 7,7% op 1 januari 2021 naar 8,8% op 1 januari 2023. Tussen 2023 en 2024 is het aantal huishoudens met

geregistreerde problematische schulden nagenoeg stabiel gebleven: op 1 januari 2024 had 8,9% van alle huishouden geregistreerde problematische schulden. Hiervan had ruim 60% al langer dan 3 jaar problematische schulden. In Amsterdam steeg het aantal huishoudens met geregistreerde problematische schulden van 10,4% op 1 januari 2021 naar 11,9% op 1 januari 2024. Dat laatste percentage betekent dat op 1 januari 2024 ca. 61.460 huishoudens in Amsterdam volgens het CBS

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Huishoudens met geregistreerde problematisch schulden in Amsterdam (%) Bron: CBS, 2024

11

minder dan 5% 5% tot 7% 7% tot 9% 9% tot 11% 11,0% of meer geen data beschikbaar

geregistreerde problematische schulden hebben. Daarvan zaten 36.400 huishoudens al 3 jaar of langer in de schulden (59%). We zien dat de stijging in Amsterdam sterker is dan de landelijke stijging. Onderstaand figuur toont aan dat de schuldenproblematiek hoger is in de stadsdelen Noord, Nieuw-West en Zuidoost dan in de andere stadsdelen.9 Het percentage Amsterdammers dat in een enquête zelf aangeeft met problematische schulden te kampen is in 2022 en 2023 ca. 7%. Dit zijn ongeveer 55.000 Amster­ dammers.10

Huishoudens met probleemschulden hebben vaker sociaaleconomisch kwetsbare kenmerken Uit recent onderzoek van het SCP blijkt dat armoede en problematische schulden op groepsniveau een sterke samenhang vertonen. Een hoger armoedepercentage gaat vaak gepaard met een groter aandeel mensen met problematische schulden. De uitkomsten van het onderzoek bena­ drukken dat er sprake is van stapeling van financiële problemen, en bevestigt opnieuw het belang van een gezamenlijke beleidsmatige aanpak van armoede en schulden.11

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Schuldenproblematiek hangt ook samen met een aantal sociaal-demografische en sociaal­economische kenmerken. Onderstaande informatie komt uit de Amsterdamse Schulden­monitor 2024 van de afdeling Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam.

12

9 CBS, 2024, Schuldenproblematiek in beeld – ontwikkeling. 10 O&S Gemeente Amsterdam, 2024, Schuldenmonitor 2024. 11 SCP, 2024, Samenhang tussen armoede en problematische schulden.

Hoogte inkomen Amsterdammers geven steeds vaker aan (zeer) moeilijk rond te komen. In 2023 geeft 64% van de Amsterdamse huishoudens met een laag inkomen aan moeilijk rond te komen. Onder alle Amsterdamse huishoudens was dit percentage in 2023 28%. Inkomstenbron De inkomstenbron van het huishouden heeft (afgezien van de hoogte van het inkomen) de sterkste samenhang met problematische schulden. Volgens de enquêtegegevens uit de Schuldenmonitor, blijkt dat van de Amsterdammers die leven van de bijstand, ruim 1 op de 5 te maken heeft met problematische schulden. Volgens registraties uit de uitvoering schuldhulpverlening heeft 1 op de 6 Amsterdammers met een bijstandsuitkering problematische schulden (16,5%). Ook Amsterdammers met een werkloosheidsuitkering (WW) hebben een grotere kans op problematische schulden. Woonsituatie Amsterdammers die een woning huren (7%-16%) hebben aanzienlijk vaker proble­ matische schulden dan woningeigenaren (4%). Huishoudtype De Amsterdamse Schuldenmonitor laat ook zien dat eenouderhuishoudens (14%) en eenpersoonshuishoudens (10%) in vergelijking met andere huishoudtypen (gemiddeld 7%) vaker problematische schulden hebben. De afhankelijkheid van één inkomen maakt deze huishoudens kwetsbaar voor schulden.

Migratieachtergrond Amsterdammers die in het buitenland geboren zijn, hebben een 3 keer zo hoge kans op problematische schulden als Amsterdammers zonder migratieachtergrond (12% versus 4%). Amsterdammers die tot de zogenaamde ‘tweede generatie’ behoren zitten hier met 8% precies tussenin.

17.000 in 2023). Andere landelijke cijfers tonen dat van de ongeveer 730.000 mensen met problematische schulden, 16.000 een Wsnp of Msnp-traject doorloopt. Wel is er de laatste jaren bij gemeenten een trend naar verbreding van hulpaanbod zichtbaar, bijvoorbeeld door de inzet van budgetcoaching of betalingsregelingen.14

Leeftijd en geslacht Mannen rapporteren iets vaker dan vrouwen dat zij problematische schulden ervaren (8% versus 6%). Onder jongeren tot 23 jaar komen problematische schulden nog relatief weinig voor (2%). Onder jongeren in de leeftijden 23 tot 27 jaar ligt dit 3 keer zo hoog, op 6%. Amsterdammers in de leeftijd van 27 tot 67 jaar hebben het vaakst problematische schulden (8 à 9%). Pensioengerechtigde Amsterdammers hebben het minst vaak schulden die zij als problematisch ervaren (minder dan 2%).

In Amsterdam is er voortdurende en gerichte aandacht voor tijdige signalering en bereik. Al ruim voordat het een wettelijke verplichting werd, werken we samen met diverse schuldeisers aan vroegsignalering. Met als doel om Amsterdammers bij beginnende geldproblemen in beeld te krijgen en via een outreachende aanpak in contact te komen en een hulpaanbod te doen. We zien dat ons bereik onder Amster­dammers met financiële vragen, betalingsproblemen of problematische schulden steeds verder groeit. Zo ontvingen we in 2024 voor het eerst meer dan 50.000 meldingen vroegsignalering, terwijl het in het eerste jaar van de vorige beleidsperiode (2021) nog om minder dan 30.000 meldingen ging. Dit is niet ten koste gegaan van ons bereik. Op basis van een brede inventarisatie blijkt dat in 2024 ruim 90.000 Amsterdammers via uiteenlopende kanalen contact hadden met een financiële hulpverlener.

Laaggeletterdheid In Nederland is ca. 18% van de volwassenen laaggeletterd. Onder mensen met financiële problemen lijkt dit percentage rond de 50% te liggen. Laaggeletterdheid komt dus veel vaker voor bij mensen met problematische schulden.12

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Bereik van schuldhulpverlening

13

Er is al lange tijd aandacht voor het vergroten van het bereik van schuldhulpverlening. De Commissie Boorsma stelde al in 1994 vast dat de schuldhulpverlening ontoegankelijk is en de signalering gebrekkig. Daarnaast zoeken mensen doorgaans te laat onder­steuning. Ook in recentere studies (tussen 2010 en 2019) blijft een beperkte toeganke­lijkheid van schuldhulpverlening als knelpunt naar voren komen, terwijl de problematiek niet afneemt. In de afgelopen 30 jaar is het aantal inwoners met problematische schulden landelijk zelfs met een factor van 3 toegenomen tot ca. 750.000 huis­houdens.13 Afgezet tegen dat aantal is het aantal schuldregelingen dat jaarlijks wordt getroffen zeer beperkt (ca.

Het snel en op een toegankelijke manier bereiken van mensen met financiële problemen blijft een speerpunt in onze aanpak. In de meest recente Schuldenmonitor gaf 38% van de Amsterdammers met problematische schulden aan hulp te ontvangen. Dit varieert van informele steun van familie, vrienden, kennissen of een lokale organisatie, tot formele hulp zoals schuldhulpverlening van de gemeente, bijvoorbeeld via een buurtteam of een klantbegeleider.

12 Rijksuniversiteit Groningen, 2019, Lezen ≠ Begrijpen: De invloed van beperkte leesvaardigheid op de omgang met financiële problemen. 13 Van Dam, R., Desain, l., & Custers, A., 2024, Financiële dienstverlening; toen, nu en straks.

14 NVVK, Jaarverslag 2023.

Amsterdamse sleutelindicatoren Hieronder benoemen we de belangrijkste cijfermatige trends met betrekking tot schuldhulpverlening in Amsterdam. Een uitgebreider overzicht op de indicatoren geven we jaarlijks in het Jaarverslag Schuldhulpverlening. Een duiding van onderstaande trends is ook te vinden in de raadsinformatiebrief behorende bij het Jaarverslag Schuldhulpverlening 2024.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

• Er is een flinke stijging van het aantal meldingen vroegsignalering (tussen 2021-2024 ca. 82%). Waar de stijging eerst met name kwam door een uitbreiding van het aantal meldende partijen zien we recent een stijging die veroorzaakt lijkt te worden door meer betalingsproblemen bij inwoners. In 2024 waren er stijgingen bij het aantal meldingen over huurachterstanden en het aantal dreigende en daadwerkelijke contractontbindingen van energieleveranciers. • Het aantal woningontruimingen bij woningcorporaties om financiële redenen is stabiel op een laag niveau. Dankzij een langdurige intensieve inzet is dit aantal al jaren gestaag aan het dalen en sinds 2020 is het op een minimaal niveau. In 2024 is het aantal ontruimingen voor het eerst onder de 30 gekomen (29). • Er is sinds 2021 een forse en consequente daling van het aantal beslagleggingen op Participatiewet uitkeringen. Het aantal beslagleggingen is sinds 2021 met 56% gedaald.

14

• Het aantal Amsterdammers dat wegens een betalingsachterstand van 6 maanden op de zorgverzekering werd aangemeld bij het CAK en een bestuurlijke premie betaalde is sinds 2021 na een jarenlange daling weer aan het toenemen. De stijging sinds 2021 is 20%. Ook landelijk neemt het aantal de laatste jaren toe. • Het aantal toelatingsbesluiten tot de Wgs daalde in 2022 en 2023, maar is in 2024 weer gestegen tot 3.355 Amsterdammers. Dat aantal is nagenoeg gelijk aan het cijfer in 2021. • De gemiddelde gesaneerde schuld is redelijk stabiel (en aanzienlijk lager dan het landelijk gemiddelde). In 2024 was de gemiddelde gesaneerde schuld euro in Amsterdam € 25.351,-. Landelijk is het gemiddelde gesaneerde schuldbedrag al jaren tegen de € 40.000,-.

3. Ontwikkelingen in beleid en regelgeving De aandacht voor de financiële situatie van mensen is de laatste jaren groot. In het stelsel, in wet- en regelgeving én in beleidsmatige uitgangspunten zijn daardoor de nodige veranderingen doorgevoerd. Soms ook (mede) door aansporing, of in opvolging van Amsterdam. In dit hoofdstuk lichten we de belangrijkste ontwikkelingen toe.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

3.1 Toenemende aandacht voor bestaanszekerheid en schuldhulpverlening

15

Bestaanszekerheid is een cruciale voorwaarde voor een stabiel en waardig bestaan. In Amsterdam zien we al langere tijd dat de bestaanszekerheid van inwoners onder druk staat. Eind 2023 zetten we daarom zelf een stap vooruit en presenteerden we de Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen, waarin we als college een visie op (financiële) bestaanszekerheid uiteenzetten waarin de Amsterdammer centraal staat. We blijven voortdurend kijken waar extra inzet nodig is en waar nodig scherpen we de agenda aan. Het belang van bestaanszekerheid wordt inmiddels op steeds meer plekken erkend. Het debat over maatregelen zoals het ver­ hogen van het minimumloon, het toegankelijk maken van de sociale zekerheid en het aan­ pakken van armoede wordt steeds vaker gevoerd en bestaanszekerheid stond centraal in aanloop naar de meest recente Kamer­ verkiezingen.

Het kabinet kreeg geleidelijk ook meer aandacht voor het thema. In 2022 stelde het voor het eerst een minister voor Armoedebeleid aan, die een Actieplan Geldzorgen, Armoede en Schulden presenteerde, waarin ambitieuze doelen werden gesteld om (kinder)armoede en problematische schulden terug te dringen en waarin diverse acties werden aangekondigd. Het huidige kabinet heeft de inzet ingeperkt en de doelstellingen van het vorige kabinet weer afgezwakt. Waar het vorige kabinet huishoudens in armoede en schulden in 2030 wilde halveren, en kinderarmoede zelfs al in 2025, heeft het kabinet Schoof in september 2024 kenbaar gemaakt dat het alleen de armoedecijfers op het niveau van 2024 wil houden. Op het gebied van problematische schulden is de eerdere doelstelling ‘het halveren van het aantal huishoudens met problematische schulden in 2030 (t.o.v. 2015)’ losgelaten. Later in 2025 presenteert het kabinet een nieuw Nationaal Programma Armoede en Schulden.

De aandacht voor bestaanszekerheid en schuldhulpverlening komt ook naar voren in tal van recente onderzoeken. Ze maken duidelijk dat het veld enorm in beweging is. Invloedrijke rapporten zijn opgeleverd door de Commissie Sociaal Minimum, de Nationale ombudsman, de Hogeschool van Amsterdam en de Arbeidsinspectie. Daarnaast is er in 2024 een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) gepubliceerd over problematische schulden. Deze rapporten

laten zien dat de overheid (landelijk en lokaal) structurele verbeteringen kan doorvoeren om meer mensen effectief te ondersteunen en schulden te voorkomen. De noodzaak om in te zetten op preventie, het voorkomen van een snelle toename van schulden en de vereenvoudiging van ons totale stelsel is nog altijd groot.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Aandacht voor de bestaanszekerheid van gezinnen met kinderen Verschillende rapporten laten zien dat als de bestaanszekerheid van gezinnen met kinderen niet gegarandeerd is, dit catastrofale uitwerkingen kan hebben. In maart 2025 presenteerde de commissie Hamer het rapport ‘Erfenis van onrecht’ over de factoren die een rol speelden bij uithuisplaatsingen van gedupeerde gezinnen van het toeslagenschandaal. De commissie stelde onomwonden vast dat de financiële ontwrichting als gevolg van de terugvordering van de kinderopvangtoeslag zorgde voor nieuwe problemen of het verergeren van bestaande problemen. De terugvordering zette gebeurtenissen in gang die de stabiliteit van de gezinnen ondermijnden en de kans op uithuisplaatsing vergrootten. Ook de Raad voor de rechtspraak stelt in het rapport ‘De weging van schulden bij uithuisplaatsingen’ dat de toeslagenaffaire duidelijk maakt wat de impact is van schulden op gezinnen. Hoewel het zegt de volgorde waarin problemen zijn ontstaan niet te kunnen vaststellen, erkent het dat schulden en de bijkomende stress andere problemen in het gezin kunnen veroorzaken of versterken. Daarom stelt de raad dat het van groot belang is dat medewerkers in de jeugdzorg hier beter zicht op krijgen.

16

De commissie Van Ark bracht begin 2025 een breder advies uit over het stelsel van de jeugdzorg. Daarin benadrukt de commissie dat er binnen de jeugdzorg een brede aanpak noodzakelijk is, waarbij er aandacht is voor bestaanszekerheid, onderwijs, wonen en volwassenenzorg. De urgentie van deze aanbeveling is nog altijd hoog. Het belang van kinderen en jongeren staat voorop in onze beleids- en uitvoeringsbeslissingen in het gehele maatschappelijke domein. Dat stelden we medio 2024 vast in de Amsterdamse jeugdvisie. Dit betekent dat we bij het maken van afwegingen altijd nadenken over wat de impact is op het leven van kinderen en jongeren. Ook in dit beleidsplan geven de we adviezen van de commissie Van Ark verdere opvolging. Het domein van de schuldhulpverlening verbinden we nadrukkelijk aan andere domeinen zoals jeugdzorg, specialistische zorg en onderwijs.

3.2 Wijzigingen in landelijke wet- en regelgeving Mede op basis van de verschillende onderzoeken, rapporten en een brede lobby, waar Amsterdam vaak een actieve rol in had, is het domein van de schuldhulpverlening de laatste jaren flink in beweging gekomen. In wet- en regelgeving zijn een aantal ingrijpende wijzigingen doorgevoerd, waar­ onder in de Wet gemeentelijke schuld­hulp­ verlening. In Amsterdam werken we sinds 2008 succesvol met vroeg­signalering en sinds 2021 is de invulling van vroegsignalering ook een wettelijke plicht voor gemeenten en vastelastenpartners. Het is daarmee steeds gebruikelijker voor zowel schuldeisers als gemeenten om te acteren op beginnende betalingsproblemen. Amsterdam loopt nog steeds voorop in de invulling en uitvoering van vroegsignalering.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Een andere belangrijke wijziging in 2023 is de halvering van de aflostermijn in de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) en daaraan gekoppeld het minnelijke traject (Msnp). Sindsdien bedraagt de reguliere aflosperiode 18 maanden in plaats van 3 jaar.

17

Daarnaast zijn er begin 2024 bestuurlijke afspraken gemaakt over Basisdienstverlening Schuldhulpverlening. Hiermee zijn het Rijk, de NVVK, de VNG en Divosa een gezamenlijk plan overeengekomen om schuld­hulp­ verlening in Nederland te versterken. Het plan moet leiden tot een hulpaanbod dat toegankelijker is en in iedere gemeente bestaat uit minimaal dezelfde twintig ele­ menten. Veel van die elementen worden in gemeenten al in praktijk gebracht (zoals de halvering van de aflostermijn en de toepassing van het Schuldenknooppunt), maar sommige vragen verdere ontwikkeling (zoals de Landelijke Pauzeknop). Een andere recente invloedrijke vernieuwing is de aanpassing van de NVVK Gedragscode Schuldhulpverlening (medio 2024). In de nieuwe gedragscode wordt de bestaans­ zekerheid van inwoners centraal gesteld. Alle NVVK-leden committeren zich via de gedragscode aan een werkwijze waar de afloscapaciteit van inwoners altijd op basis

van het vrij te laten bedrag (vtlb) wordt berekend. Als het vtlb nul is, wordt aan schuldeisers een aanbod van € 0,00 tegen finale kwijting gedaan (een ‘nul-aanbod’). Bij een geaccepteerd nul-aanbod wordt er geen kredietovereenkomst meer afgesloten. Het is daarmee naast het saneringskrediet en de schuldbemiddeling een derde vorm van een minnelijke schuldregeling met finale kwijting. Dit beleidsplan heeft de ambitie om schuldhulpverlening beter te verbinden aan andere gemeentelijke hulp, met name op de gebieden van inkomen, zorg en jeugd. De wetten in het sociaal domein geven ons ook de opdracht breed en integraal te werk te gaan. Een belangrijke belemmering hierin is het ontbreken van een juridische grondslag om noodzakelijke persoonsgegevens domein overstijgend te delen, te verzamelen en te verwerken. Het Wetsvoorstel aanpak meervoudige problematiek in het sociaal domein (Wams) was ontwikkeld om inwoners met meervoudige problematiek die ondersteuning nodig hebben vanuit verschillende wetten en/of uit andere domeinen te kunnen helpen. Deze wet is controversieel verklaard en nog niet behandeld door de Tweede Kamer. Het is onduidelijk wanneer de noodzakelijke grondslag gecreëerd wordt. We blijven het kabinet oproepen om dit op korte termijn te regelen. De Rijksoverheid werkt op dit moment ook aan het wetsvoorstel proactieve dienstverlening.

Deze wet voorziet in gegevensuitwisseling om inwoners actief te wijzen op hun recht op financiële ondersteuning.

3.3 Ontwikkelingen in het Amsterdamse stelsel Bestendiging van de buurtteams Ook in het Amsterdamse stelsel heeft er in de afgelopen periode een aantal grote veranderingen plaatsgevonden. Een belangrijke ontwikkeling was de start van Buurtteam Amsterdam in april 2021. Amsterdammers kunnen met al hun vragen op het gebied van zorg, wonen, gezondheid, dagbesteding, werk, geld, ontmoeten en veiligheid laagdrempelig terecht bij een buurtteamlocatie in de buurt. Samen

met het Ouder- en Kindteam (OKT) zijn de buurtteams de spil in de wijk waar alle zorg en ondersteuning samenkomt. Als onderdeel van de kernopdracht verzorgen buurtteams de integrale schuldhulpverlening, inclusief vroegsignalering en sociaal raadsliedenwerk. In samenwerking met de buurtteams hebben we de werkwijze voor de Amsterdamse schuldhulpverlening (Route 020) doorontwikkeld. In hoofdstuk 5 gaan we verder in op deze werkwijze.

Begeleiders Inkomen worden ondersteund om deze dienstverlening vorm te geven. Met name via een caseloadverlaging en door ze meer tijd te geven om persoonlijke gesprekken met inwoners te voeren. Begeleiders Inkomen en buurtteammedewerkers werken intensief samen, maar met een duidelijke onderlinge rolverdeling. Waar mogelijk werken ze op dezelfde locaties.

Financiële ontwikkelingen Met de komst van de buurtteams is een startschot gegeven aan een brede trans­ formatie van het sociale stelsel in Amsterdam. Binnen de schuldenaanpak is het uitgangs­ punt om een actieve outreachende werk­ wijze toe te passen om zoveel mogelijk Amsterdammers met financiële problemen te vinden en te helpen. Onderdeel van de opdracht is dat buurtteams invulling geven aan integraal werken binnen het sociaal domein. Logischerwijs hadden de buurtteams enige tijd nodig om een fundament te leggen binnen het Amsterdamse stelsel. De opeenvolgende crises van de afgelopen jaren (corona, energie en inflatie) maakten de complexiteit en de urgentie van die opdracht direct groot. Ook de hersteloperatie van het toeslagenschandaal vroeg om een intensieve inzet. Gedupeerden kunnen bij de buurtteams terecht voor de brede ondersteuning op 5 leefgebieden.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Brede inkomensdienstverlening

18

Als gemeente werken we aan een brede inkomensdienstverlening voor Amster­dam­ mers met een bijstandsuitkering. De onder­ liggende uitgangspunten zijn dat begeleiders Inkomen constructief meedenken met inwoners en dat zij multidisciplinair samen­ werken om te zorgen voor een stabiel en voorspelbaar inkomen. Dat doen ze vanuit een houding van vertrouwen en gelijk­ waardigheid. Een bijstandsaanvraag zien ze als een vraag om hulp en er is aandacht voor de situatie achter de vraag en de context waarin iemand zich bevindt.

Om in te spelen op ontwikkelingen inves­ teerde het college de afgelopen jaren fors in de aanpak van armoede- en schulden­ problematiek. Met name de aanpak vroeg­ signalering, het sociaal raadsliedenwerk binnen de buurtteams en een integrale aanpak voor ondernemers werden geïnten­ siveerd. Dit kon veelal via incidentele middelen. In de komende periode komen deze middelen grotendeels te vervallen. Het uitgangs­punt is dat we de uitgebreide dienstverlening van de buurtteams zoveel mogelijk op peil houden, maar op sommige onderdelen zal de inzet heroverwogen moeten worden. Onderdelen in dit beleidsplan die om een doorontwikkeling vragen van Buurtteam Amsterdam of van een gemeentelijke afdeling, vragen zorgvuldige prioritering. Met name met het oog op het dalende financiële kader in de komende jaren. De hardnekkigheid van schuldenprobelmatiek en recente stijgingen van (beginnende) betalingsproblemen vragen om inventiviteit om de succesvolle schuldenaanpak in stand te houden en door te ontwikkelen.

4. Visie op schuldhulpverlening 4.1 Voortzetten huidige koers Schuldenrust

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Om iedereen in Amsterdam gelijke kansen te bieden zetten we vastberaden in op schulden voorkomen, klein houden en sneller oplossen. We omarmen en continueren die uitgangspunten van het vorige beleids­kader Op weg naar schuldenrust. De gerichte inzet op schuldenrust heeft gezorgd voor meer en eerder contact met Amster­dammers, een verlaging van de gemiddelde schuld, een vermindering van beslagleggingen op Participatiewet-uitkeringen, een zeer beperkt aantal huisuitzettingen om financiële redenen, een constructieve samenwerking met schuldeisers om sneller tot schuldoplossingen te komen en de ontwikkeling van nieuwe instrumenten zoals de Pauzeknop. We zetten in op continuïteit en een zorgvuldige uitvoering.

19

De Amsterdamse Maatwerk Methode fungeert als paraplu voor de hulpverlening in de stad. De principes van deze methode geven richting aan de verdere stappen die we willen maken. We starten bij het perspectief van de Amsterdammer en ondersteunen (waar nodig) bij het vinden van oplossingen. Ook de Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen is een kapstok voor de schuldhulpverlening

in Amsterdam. Als gemeente zorgen we dat regelingen toegankelijk zijn, als steun in de rug die steeds vaker noodzakelijk is. Mochten Amsterdammers toch in de schulden raken, dan moeten zij op de overheid kunnen rekenen. In plaats van een overheid die systeemstress bezorgt gaan we de inwoners van onze stad met vertrouwen tegemoet. We zetten de behoefte van de Amsterdammer centraal en zorgen we dat onze regels en systemen dienend zijn aan mensen in plaats van andersom. Hulp­verleners doen wat nodig is en snappen dat de behoefte aan autonomie en mogelijke vrees voor budgetbeheer, beschermingsbewind of het leven van een beperkt maandelijks inkomen een rol kan spelen in het wel of niet aannemen van hulp. De inzet van ervaringsdeskundigen is ontzettend waardevol, zeker bij de eerste contactmomenten. Zij kunnen bij uitstek meedenken over de zorgen en behoeften van Amsterdammers. Hulp organiseren we nabij, integraal en gericht op een blijvend schuldenvrije toekomst. We doen dit niet alleen, maar werken samen met cruciale formele en informele partners. Dit betreft ook partijen zoals schuldeisers, de Rijksoverheid, de NVVK, de VNG en de G4.

Om kansengelijkheid – een ander speerpunt van het college – te realiseren doen we de meest uitgebreide inzet en verbeteringen (in eerste instantie) in de meest kwetsbare gebieden. Daarvoor sluiten we aan bij de integrale aanpakken die daar al lopen.15 Hiermee willen we alle Amsterdammers zoveel mogelijk een toekomst bieden die niet bol staat van (langdurige) stress. We willen bijdragen aan de gezondheid, het welzijn en de kansen van inwoners en een kansrijke ontwikkeling van jongeren en kinderen mogelijk maken.

4.2 Schulden uitbannen

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

We zetten de komende periode steviger in op het uitbannen van schulden in de levens van Amsterdammers. Naast de aanpassingen in het systeem die hiervoor nodig zijn zetten wij in op betere en flexibele begeleiding om uitval uit trajecten en terugval in schulden zo veel mogelijk te voorkomen. We weten dat het doorlopen van een schuld­ hulpverleningstraject veel van inwoners vraagt en daarom moeten zij erop kunnen rekenen dat ze na afronding ervan kunnen uitgaan van een duurzaam schuldenvrij bestaan.

20

15 Hierbij gaat het om het Masterplan Zuidoost, het Nationaal Programma Samen Nieuw-West en de Aanpak Noord.

Om dit te realiseren, introduceren we onder andere een nieuwe werkwijze binnen onze hulptrajecten. In de werk­ wijze van de Amsterdamse Doorstart staat het uitgangspunt centraal dat we onder­ steuning (blijven) bieden tot een inwoner duurzaam schuldenvrij kan blijven. In begeleidingstrajecten zetten we niet langer ‘nazorg’ centraal, omdat dit een (verkeerd) beeld kan oproepen over de periode waarin ondersteuning beschikbaar is. We brengen in hulptrajecten altijd tijdig de hele situatie van inwoners in kaart en organiseren passende begeleiding met oog voor autonomie, via motiverende gespreksvoering en coaching, en (indien gewenst) met behulp van andere vormen van ondersteuning. Daarnaast hebben we in de komende periode specifieke aandacht voor informele schulden. Deze schulden kunnen niet altijd worden meegenomen in een schuldenregeling, maar zolang ze niet zijn opgelost is er ook geen sprake van een complete oplossing. Om schulden uit te bannen in de levens van Amsterdammers zijn hier specifieke oplossingen voor nodig.

4.3 Kinderen en jongeren eerst We zetten in op gezinnen met kinderen en jongeren.

Gezinnen met kinderen Ondanks alle inspanningen pakken we problemen in een huishouden nog te vaak te laat of te ‘enkelvoudig’ aan. We weten dat financiële problematiek bij ouders een negatieve invloed heeft op de ontwikkeling van kinderen. En dat de stress rond schulden zelfs kan leiden tot onveilige situaties voor kinderen. Stress tijdens de eerste 1000 dagen – de periode van voor de zwangerschap tot de tweede verjaardag – is een belangrijke risicofactor voor taal, motorische en cognitieve achterstanden en laten blijvende sporen achter in de ontwikkeling van een kind. Het belang van ongeboren kinderen, kinderen en jongeren staat daarom voorop in onze schuldenaanpak. Effectieve schuldhulp helpt voorkomen dat kinderen al op jonge leeftijd in een negatieve spiraal terechtkomen van schooluitval en later van gezondheidsproblemen en armoede die van generatie tot generatie worden doorgegeven. Hulpverleners kijken met een brede blik naar problemen en signaleren en bespreken financiële problemen ook als ze vanuit een niet-financiële hoek komen.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Bij huishoudens met kinderen pakken we direct door. Want het is soms noodzakelijk om eerst een oplossing te vinden voor financiële problematiek. We richten ons niet alleen op een sterke samenwerking binnen de financiële hulpverlening, maar werken ook samen met scholen, kinderopvangorganisaties, geboortezorg, huisartsen, lokale organisaties in de wijk, vrijwilligersorganisaties, ervarings­deskundigen, OKT’s en andere partijen

21

Jongeren De jeugd is de toekomst. Onze jongeren verdienen het om deze toekomst schuldenvrij en zonder geldstress in te gaan. Met ons hulpaanbod helpen we hen zo goed mogelijk op weg, door aan te sluiten bij hun leefwereld en doelen. Ook zetten we ons in om hen beter beschermen. We zorgen voor passende educatie en gerichte ondersteuning. Daarnaast blijven we bij het Rijk pleiten voor effectievere regelgeving om te voorkomen dat jongeren in schulden belanden. Bijvoorbeeld door instrumenten zoals Buy Now Pay Later en online gokken te beperken (via een verbod tot 21 jaar) en strengere handhaving daarop. Schulden maken moet niet alleen minder makkelijk worden, maar vooral minder vanzelfsprekend zijn. Want als we jongeren schulden laten maken, nemen we niet alleen hun onbezorgdheid af, maar betalen we als samenleving allemaal de rekening van uitgesteld betaalgedrag.

5. Activiteiten en resultaten In Amsterdam geven we uitvoering aan onze visie langs de pijlers van schuldenrust: (I) schulden voorkomen, (II) schulden klein houden (III), schulden sneller oplossen en de nieuwe pijler: (IV) schulden uitbannen. Alle activiteiten vinden plaats in een context die we eerst toelichten.

5.1 Context Amsterdamse Schuldhulpverlening

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Buurtteam Amsterdam en de keten van schuldhulpverlening

22

Buurtteam Amsterdam is de centrale partij om Amsterdammers sociaal en maatschap­ pelijk passend te ondersteunen. De buurt­ teams hebben daarbinnen ook de taak om de reguliere schuldhulpverlening te verzorgen en nemen besluiten op grond van de Wgs en lokale beleidsregels. In alle buurtteams werken ten minste de volgende medewerkers: generalisten met eigen expertise, schuldhulpverleners, sociaal raadslieden, netwerkcoördinatoren en ervaringsdeskundigen. De buurtteams hebben een spilfunctie in het Amsterdamse sociale stelsel. Daarom is het cruciaal dat zij nauw samenwerken met uiteenlopende partners. Buurtteams zijn geworteld in de buurt en werken in elk geval samen met de Ouder- en Kind­ teams (OKT), partners uit de sociale basis (o.a. voedselinitiatieven, lokale organisaties), buurtwerk, veldwerk/ jongeren­werk, vrijwilligersorganuisaties,

klantbegeleiders van de gemeente, scholen, kinderopvangorganisaties, geboortezorg en partijen uit het sociaal-medische domein (o.a. huisartsen en zorginstellingen). Het doel is om zoveel mogelijk gezamenlijk te werken vanuit een integraal ondersteuningsplan. Preventie is een belangrijk onderdeel van de aanpak en onder andere de buurtteams maken hiervoor een ‘beweging naar de voorkant’. Het uitgangspunt is dat er op toegankelijke en laagdrempelige plekken in de wijk passende ondersteuning is. Samen dragen alle partijen in het sociale stelsel zorg voor een keten waarin ze (financiële) problemen snel signaleren en passende ondersteuning tot stand brengen met aandacht voor alle leefgebieden. In de samenwerking wordt tijdig begeleiding vanuit het buurtteam of van buiten het buurtteam (ervaringsdeskundigheid, OKT’s, Jeugdgezondheidszorg) erbij gehaald en wordt niet zomaar overgedragen. Gezamenlijk werken aan schulden vergt goede afstem­ming tussen zowel formele organisaties (zoals OKT’s, jeugd­gezond­ heidszorg, bewindvoerders, scholen en kinderopvangorganisaties) als informele

organisaties (zoals kerken, voedselinitiatieven en vrijwilligers). We verkennen in de komende periode of we de brede samen­werking in het sociaal domein zo op elkaar kunnen laten aansluiten dat alle partijen daad­werkelijk vanuit één plan kunnen werken. Dit levert voor de inwoner meer duidelijkheid op, en dwingt ons om (in lijn met de integrale benadering) samen te werken aan de benodigde oplos­singen in een huishouden.

onderschreven. Een sociaal minimum waarmee mensen kunnen rondkomen draagt bij aan bestaanszekerheid en kan helpen om problematische schulden terug te dringen.

Landelijke basisvoorwaarden

Dat het nieuwe kabinet de belangrijkste aanbevelingen van het IBO Problematische Schulden, zoals een integraal schulden­ overzicht en een centrale overheids­incasso, onderschrijft, zien we als waardevol. Toch is de opvolging ervan ontoereikend. Een concrete implementatie laat nog te lang op zich wachten. Met name een dekkend schuldenoverzicht is al op korte termijn nodig om fundamentele knelpunten in het stelsel te verhelpen. We vragen daar al lang om, want pas als dit integrale overzicht er is krijgen inwoners goed zicht op hun financiële situatie. Ook komen hulpverleners dan veel sneller tot oplossingen en kan een instrument als de Pauzeknop echt effectief zijn. Naast de trage implementatie is het teleurstellend dat de middelen die het Rijk beschikbaar stelt voor de opvolging van de aanbevelingen uit het IBO (bij lange na) niet tegemoetkomen aan waar in het onderzoek om wordt gevraagd.

Voor een financieel zeker bestaan is een voldoende en voorspelbaar inkomen een basisvoorwaarde. Daarmee is het ook een cruciaal element voor bestaanszekerheid en alle pijlers van het programma Schuldenrust. Zonder inkomenszekerheid ontstaan er snel problemen en breiden beginnende problemen zich snel uit. De belangrijkste maatregelen die nodig zijn om een solide basis te realiseren moeten worden genomen door het Rijk.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

In de Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen wezen we het Rijk al op de noodzaak van een fundamentele herziening van het socialezekerheidsstelsel en het toeslagenstelsel. Willen we onze inwoners helpen dan moet het stelsel eenvoudiger en behulpzamer. Daarnaast wijzen we het Rijk in de Agenda Bestaanszekerheid op de noodzakelijke ophoging van het wettelijk sociaal minimum en het minimumloon. De Commissie Sociaal Minimum stelde vast dat het sociaal minimum voor verschillende groepen ontoereikend is. Ook in het IBO Problematische Schulden is de noodzaak van een ophoging van het sociaal minimum

23

Tot slot is het om het ontstaan van schulden te voorkomen noodzakelijk dat zowel de onderliggende oorzaken als de kanalen waarlangs schulden kunnen ontstaan worden aangepakt.

Om de visie en uitgangspunten van dit beleidsplan ten volle te realiseren zijn landelijke maatregelen, middelen en vereenvoudigingen vereist. Daarom blijven we ook de komende periode pleiten

Samenwerking tussen OKT, geboortezorg en buurtteam De buurtteams kijken in afstemming met hun (lokale) partners naar de gehele gezins­ situatie. Ook gaan ze samen met het OKT op bezoek bij huishoudens en houden ze gezamenlijke casuïstiekoverleggen. Deze werkwijze breiden we in de komende periode uit. Het uitgangspunt is dat we problematische gezins­situaties altijd integraal bekijken. Samen met de OKT’s en de directies Jeugd, Onderwijs, GGD en Zorg blijven we in gesprek over wat nodig is om de domeinen van (jeugd)zorg, bestaanszekerheid en financiën met elkaar te verbinden.

voor een directe en brede inzet van het Rijk. Dat de Rijksoverheid nog steeds de grootste schuldeiser is zou aanleiding moeten zijn voor directe aanpassingen. Om schuldenproblematiek terug te dringen werken we samen met andere partners zoals zorgverzekeraars, woningcorporaties en energiebedrijven. Zelf nemen we aanbevelingen om specifieke onderdelen in de schuldhulpketen te verbeteren ter harte, zoals de begeleiding van inwoners in de stabilisatiefase en de nazorg. Daarnaast doen we wat we binnen onze mogelijkheden kunnen om financiële problemen te voorkomen. Onder andere door in te zetten op uitgebreide financiële hulpverlening en ruimhartige (minima)regelingen die toegankelijk zijn.

Landelijke basisvoorwaarden voor jongeren Vanuit de buurteams krijgen we signalen dat overkreditering een steeds grotere rol speelt bij het maken van schulden voor jongeren. Jongeren kunnen eenvoudig krediet krijgen, vaak tegen extreme voorwaarden. Bij kredietverleners ontbreekt de zorgplicht. Als gemeente zien wij de noodzaak om meer wettelijke kaders hiervoor te stellen. Daarvoor lobbyen we bij het Rijk.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

Daarnaast is de toename in het gebruik van achteraf betaaldiensten (Buy Now Pay Later – BNPL) een zorgelijke ontwikkeling omdat met name jongeren hierdoor steeds sneller en makkelijker in de financiële problemen komen. In september 2024 kondigden achteraf­ betaaldiensten aan dat ze de mogelijkheid om achteraf te betalen willen uitbreiden naar fysieke winkels. Hierdoor wordt het steeds normaler om schulden te maken en wordt het risico op schulden groter.

24

De gemeente heeft de problematiek van achteraf betalen via verschillende koepel­ organisaties aangekaart bij het Rijk. Wij zien dat ook de Tweede Kamer zich inzet om (waar mogelijk) deze manier van verkopen -in fysieke winkels- aan banden te leggen. Begin februari 2025 zijn er meerdere moties aangenomen om achteraf betalen in te perken en in fysieke winkels zoveel mogelijk te verbieden. Aanbieders van BNPL-diensten moeten vanaf eind 2026 aan strengere Europese regels voldoen.

5.2 Schulden voorkomen Het voorkomen van schulden doen we door in te zetten op een laagdrempelige en outreachende manier van werken. We bieden preventieve activiteiten en gaan meteen aan de slag bij een vermoeden van financiële problemen. Amsterdamse aanpak Vroegsignalering Amsterdam werkt sinds 2008 aan vroeg­ signalering met als doel om contact te krijgen met Amsterdammers met beginnende geld­ problemen. We werken ondertussen met tal van partijen samen om schulden vroeg te signaleren. We zetten hierbij actief in op relatiebeheer met wettelijke partners en ook op een groot aantal andere partners. Zo gaan we altijd met nieuwe partners in gesprek om te zorgen voor een goede samenwerking.

Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028

De overheid zelf is een grote schuldeiser en zij is er om haar inwoners de helpende hand te bieden. Daarom vinden we het belangrijk om vroegsignaleringsexperimenten te blijven initiëren en evalueren met partijen zoals Belastingen Gemeente Amsterdam, DUO, de Belastingdienst en Dienst Toeslagen (vanaf 2025) en CAK (omtrent eigen bijdrage WMO en WLZ en beschermd wonen. Deze experimenten hebben de voorwaarde dat de effectiviteit zich verhoudt tot de mate van gegevensdeling. Hypotheekverstrekkers zijn geen overheidspartij, maar ook een belangrijke partij voor vroegsignalering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15784686/1