CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bekendmakingsbesluit Referendumverordening Amsterdam

RAAD 12 juni 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Referendumverordening Amsterdam en wijziging van het Reglement voor de Initiatief- en referendumcommissie van de gemeente Amsterdam (VN2025-007612)11.835 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hoofdstuk 4 Alternatief burgervoorstel en referendum over een alternatief burgervoorstel Artikel 16 Inleidend verzoek Zie toelichting op artikel 7. Speciale aandacht is nodig voor een onderbouwd voorstel die vereist is als onderdeel van een inleidend verzoek voor het alternatief burgervoorstel. Inherent aan deze referendumvorm is dat de initiatiefnemers zich hebben verdiept in het onderwerp waarover men met een alternatief burgervoorstel wil komen. Deze verdieping komt tot uiting in het schrijven van een onderbouwd voorstel. Wanneer dit onderbouwde voorstel is opgesteld of bijna is uitgewerkt kunnen initiatiefnemers een verzoek om ambtelijke ondersteuning doen om het onderbouwde voorstel te checken dan wel aan te vullen op basis van gegevens/informatie die de ambtelijke ondersteuning kan leveren. Het is enkel mogelijk om ambtelijke ondersteuning te vragen wanneer er al een concept onderbouwd voorstel aanwezig is. Doorgaans is er voorafgaand aan het indienen van een inleidend verzoek contact tussen initiatiefnemers en de raadsgriffie. De raadsgriffie is het aanspreekpunt voor initiatiefnemers. Artikel 17 Ondersteuning inleidend verzoek Zie toelichting op artikel 8. Artikel 18 Inwilligen inleidend verzoek Zie toelichting op artikel 9. De behandeling van een alternatief burgervoorstel door de raad vindt plaats als volgt. De raad kan een alternatief burgervoorstel overnemen.

Dan eindigt het initiatief. Een delegatie uit de raad kan namens de raad ook in overleg treden met de initiatiefnemers. Het recht van initiatiefnemers om hun alternatieve burgervoorstel in te trekken, maakt het mogelijk voor de raad en de initiatiefnemers om in overleg te treden en tot een compromis te komen. Zo kunnen beiden een referendum met een voor hen onzekere uitkomst voorkomen. Lukt het bereiken van een compromis niet, dan hebben de initiatiefnemers het recht om met steun van 10.000 ondersteuningsverklaringen een definitief verzoek voor een referendum in te dienen. Tijdens de termijn voor het indienen van een definitief verzoek kunnen de raad en de initiatiefnemers alsnog tot een compromis komen. Het referendum gaat dan niet door. Artikel 19 Opschortende werking Zie toelichting op artikel 10. Artikel 20 Definitief verzoek Zie toelichting op artikel 11. Artikel 21 Ondersteuning definitief verzoek Zie toelichting op artikel 12. Artikel 22 Besluit op definitief verzoek Zie toelichting op artikel 13. 21

Artikel 23 Naamgeving en vraagstelling referendum Zie toelichting op artikel 14. Kiezers kunnen voor het ontwerpraadsbesluit/voorgenomen collegebesluit stemmen of voor het alternatieve burgervoorstel of voor geen beide. Artikel 24 Vaststelling van de uitslag en besluitvorming na referendum Zie toelichting op artikel 15.

Hoofdstuk 5 Overstappen op een andere referendumvorm Artikel 25 Overstappen op een andere referendumvorm De Initiatief- en referendumcommissie heeft naar aanleiding van het referendum Hoofdgroenstructuur aanbevolen om het mogelijk te maken om van referendumvorm te kunnen wisselen. In de voorliggende concept-verordening is het mogelijk tussen twee referendumvormen over te stappen, namelijk van referendum over een ontwerpraadsbesluit/voorgenomen collegebesluit op alternatief burgervoorstel of vice versa. Deze beide referendumvormen hebben betrekking op hetzelfde object, namelijk een ontwerp-raadsbesluit of voorgenomen collegebesluit. Wisseling met de referendumvorm ‘volksinitiatief’ is niet mogelijk, omdat die vorm geen betrekking heeft op een ontwerpraadsbesluit of voorgenomen collegebesluit. De mogelijkheid om van referendumvorm over te stappen heeft geleid tot een extra stap in het proces. Voor het referendum of alternatief burgervoorstel dient eerst een inleidend verzoek ingediend te worden. Een inleidend verzoek dient te worden ondersteund door 1.000 ondersteunings-verklaringen met behulp van een door de raad beschikbaar gesteld formulier (elektronisch en/of analoog) en dient ook een motivering te bevatten voor de gekozen referendumvorm. De Initiatief- en referendumcommissie brengt over het inleidende verzoek inclusief de opgegeven motivering advies uit.

Vervolgens neemt de raad het besluit of het inleidend verzoek wordt ingewilligd. Wanneer de raad heeft besloten het inleidend verzoek in te willigen, hebben de initiatiefnemers bedenktijd om op een andere referendumvorm (zie hierboven) over te stappen. Aanleiding hiervoor kan het besprokene in de raad zijn. De bedenktijd is gebonden aan een – korte - termijn, namelijk tien dagen nadat de raad het inleidende verzoek heeft ingewilligd. Binnen die termijn kunnen de initiatiefnemers aan de voorzitter van de raad kenbaar maken dat zij willen overstappen op een andere referendumvorm. Ook hier is de raadsgriffie het aanspreekpunt voor initiatiefnemers. Wanneer na het inwilligen van het inleidende verzoek de initiatiefnemers niet willen overstappen op een andere referendumvorm, hebben zij de mogelijkheid om een definitief verzoek in te dienen. Artikel 26 Wijzigingsverzoek Wanneer de Initiatiefnemers van een inleidend verzoek van referendumvorm willen wijzigen, dan begint de procedure met het kenbaar maken van dit voornemen tot het indienen van een wijzigingsverzoek binnen tien dagen nadat de raad het inleidende verzoek heeft ingewilligd en moet kenbaar gemaakt worden bij de voorzitter van de raad.

Voor het indienen van een wijzigingsverzoek bij de voorzitter van de raad geldt – net als bij een inleidend verzoek - een termijn van zeven dagen, gerekend vanaf het moment dat kenbaar wordt gemaakt dat men van referendumvorm wil veranderen. De Initiatief- en referendumcommissie brengt over het wijzigingsverzoek inclusief de gegeven motivering advies uit. Vervolgens neemt de raad het besluit of het wijzigingsverzoek wordt ingewilligd. 22

Artikel 27 Ondersteuning wijzigingsverzoek Een wijzigingsverzoek moet ondersteund worden met 1.000 ondersteuningsverklaringen op een door de raad beschikbaar gesteld formulier (elektronisch en/of analoog), en moet een motivering worden gegeven voor het overstappen op een andere referendumvorm. Het ‘opnieuw’ vragen van 1.000 ondersteuningsverklaringen is nodig omdat duidelijk moet zijn dat voldoende kiesgerechtigden hun ondersteuning geven aan de door de initiatiefnemers beoogde wijziging. Doorgaans is er voorafgaand aan het indienen van een wijzigingsverzoek contact tussen initiatiefnemers en de raadsgriffie. De raadsgriffie is het aanspreekpunt voor initiatiefnemers. De ondersteuningsverklaringen worden gecontroleerd op geldigheid, zodat kan worden vastgesteld of de ondersteuningsverklaring is afgegeven door een kiesgerechtigde en of er niet dubbel is ingediend. De ondersteuningsverklaringen die zijn ingediend bij een inleidend verzoek komen te vervallen nadat het inleidende verzoek is ingewilligd. Dit betekent dat opnieuw 1.000 ondersteuningsverklaringen ingediend moeten worden. De ondersteuningsverklaringen die zijn ingediend voor een inleidend verzoek en/of een wijzigingsverzoek tellen niet mee als ondersteuningsverklaring voor een definitief verzoek.

Dit betekent dat de kiesgerechtigde voor het inleidende verzoek een ondersteuningsverklaring kan indienen, later ook voor een wijzigingsverzoek, en weer later voor een definitief verzoek. Nadat de termijn voor het indienen van een ondersteuningsverklaring is geëindigd wordt er een procesverbaal opgemaakt. Dit proces-verbaal wordt bij de besluitvorming over het wijzigingsverzoek betrokken. Artikel 28 Inwilligen wijzigingsverzoek De raad is bevoegd om een wijzigingsverzoek in te willigen. De Initiatief- en referendumcommissie brengt voordat de raad een besluit neemt een advies uit over het wijzigingsverzoek. De raad kan in vergadering beslissen over het inwilligen van het wijzigingsverzoek maar kan dat besluit ook verdagen, Bijvoorbeeld om nog nader overleg te plegen met de initiatiefnemers.

Hoofdstuk 6 Volksinitiatief en referendum op volksinitiatief Een volksinitiatief is een recht van burgers op een volksstemming over een door burgers opgesteld voorstel. Het begrip ‘volksinitiatief’ is niet vastomlijnd. Het volksinitiatief is, net als het referendum, een uitingsvorm van directe democratie, waarbij de burgers rechtstreeks bij het besluitvormingsproces zijn betrokken. Dit in tegenstelling tot de representatieve democratie, waarin de burger door middel van zijn recht om invloed uit te oefenen op de samenstelling van vertegenwoordigend lichamen het besluitvormingsproces kan beïnvloeden. Oogmerk van zowel het referendum als volksinitiatief is dat de burger meer betrokken wordt bij de publieke besluitvorming. Artikel 29 Inleidend verzoek Zie toelichting op artikel 7. Aanvullend hierop wordt ingegaan op een onderbouwd voorstel dat vereist is als onderdeel van een inleidend verzoek voor een volksinitiatiefvoorstel. Bij deze referendumvorm verdiepen initiatiefnemers zich in het onderwerp waarvoor men een volksinitiatief wil indienen. Deze verdieping komt tot uiting in het schrijven van een onderbouwd voorstel. Wanneer dit onderbouwde voorstel is opgesteld of bijna is uitgewerkt kunnen initiatiefnemers een verzoek om ambtelijke ondersteuning doen om het onderbouwde voorstel te checken dan wel aan te vullen op basis van gegevens/informatie die de 23

ambtelijke ondersteuning kan leveren. Het is enkel mogelijk om ambtelijke ondersteuning te vragen wanneer er al een concept onderbouwd voorstel aanwezig is. Doorgaans is er voorafgaand aan het indienen van een inleidend verzoek contact tussen initiatiefnemers en de raadsgriffie. De raadsgriffie is het aanspreekpunt voor initiatiefnemers. Artikel 30 Ondersteuning inleidend verzoek Zie toelichting artikel 8. Artikel 31 Inwilligen inleidend verzoek Zie toelichting artikel 9. Aanvullend hierop wordt nog het volgende opgemerkt. De raad kan een volksinitiatief overnemen. Dan eindigt het initiatief. Een delegatie uit de raad kan namens de raad ook in overleg treden met de initiatiefnemers. Het recht van initiatiefnemers om hun volksinitiatief in te trekken, maakt het mogelijk voor de raad en de initiatiefnemers om in overleg te treden en tot een compromis te komen. Zo kunnen beiden een referendum met een voor hen onzekere uitkomst voorkomen. Lukt het bereiken van een compromis niet, dan hebben de initiatiefnemers het recht om met steun van 10.000 ondersteuningsverklaringen een definitief verzoek voor een referendum in te dienen. Tijdens de termijn voor het indienen van een definitief verzoek kunnen de raad en de initiatiefnemers alsnog tot een compromis komen. Het referendum gaat dan niet door.

Artikel 32 Alternatief raadsvoorstel De raad mag een alternatief raadsvoorstel indienen dat tegelijk met het volksinitiatief ter stemming wordt gebracht. Voor een alternatief raadsvoorstel gelden dezelfde vormvereisten als voor een volksinitiatief, zie artikel 29 Artikel 33 Definitief verzoek Zie toelichting op artikel 11. Artikel 34 Ondersteuning definitief verzoek Zie toelichting op artikel 12. Artikel 35 Besluit op definitief verzoek Zie toelichting op artikel 13. Artikel 36 Naamgeving en vraagstelling referendum Zie toelichting op artikel 14. Kiezers kunnen voor het volksinitiatief stemmen of voor het alternatief raadsvoorstel of voor geen van beide. Artikel 37 Vaststelling van de uitslag en besluitvorming na referendum Zie toelichting op artikel 15.

Hoofdstuk 7 Nadere regels voor referenda Artikel 38 Datum referendum Dit artikel regelt de vaststelling door de raad van de datum van het referendum. Om voldoende tijd te laten voor de campagne, vindt het referendum niet eerder dan vijf maanden en niet later dan tien

24

maanden na de dag waarop besloten is – door inwilliging van een definitief verzoek - tot het houden van een referendum. De raad kan van voornoemde termijn gemotiveerd afwijken om de combinatie met een verkiezing mogelijk te maken of om te voorkomen dat een stemming tijdens de schoolvakanties voor de regio Amsterdam plaatsvindt. De Initiatief- en referendumcommissie heeft tot taak advies te geven over de datum van het referendum. Artikel 39 Organisatie en uitvoering referendum en stemming Na de inwilliging van het definitief verzoek breekt er een nieuwe fase van het referendumproces aan, namelijk de uitvoeringsfase. In deze fase zijn bij de uitvoering van het raadsbesluit niet alleen de raad, de griffie en de Initiatief- en referendumcommissie betrokken, maar ook een aantal organisatieonderdelen van de gemeente. Het college (en dus niet de raad) is belast met de uitvoering van deze fase binnen de kaders die door de raad zijn vastgesteld en in deze verordening zijn neergelegd. Artikel 40 Procedure stemming De stemming wordt volgens artikel 39 van de verordening zoveel mogelijk op dezelfde manier georganiseerd als de verkiezingen voor de leden van de raad. Het ligt voor de hand dat dan dezelfde onderdelen van de Kieswet van toepassing zijn. Dat regelt artikel 40.

Dit artikel zorgt ervoor dat er wordt uitgegaan van de Kieswet zoals die geldt op het moment dat de stemming plaatsvindt. De verwijzing naar de Kieswet betreft de volgende onderdelen: - hoofdstuk E, in ieder geval de paragrafen 1 en 4: bepalen kieskring en instelling hoofdstembureau; - hoofdstuk J: gang van zaken bij de stemming; - hoofdstuk L: stemmen bij volmacht; - Hoofdstuk N, in ieder geval paragraaf 1: gang van zaken op stembureau; - Hoofdstuk P, in ieder geval de paragrafen 1 en 4: vaststelling en bekendmaking van de uitslag. De genoemde onderdelen van de Kieswet zijn van overeenkomstige toepassing. Dat betekent dat de bepalingen waarnaar wordt verwezen niet altijd letterlijk kunnen worden gevolgd. Dat betreft bijvoorbeeld de verwijzing naar kandidatenlijsten. Bij een referendum is er geen sprake van kandidatenlijsten. Daarom is in de verordening opgenomen ‘voor zover relevant voor een referendum’. De raad kan besluiten tot een gedeeltelijke of algehele hertelling (zie artikel 15). Artikel 41 Stadsdeelreferenda Als de raad van mening is dat een ontwerpbesluit in de zin van artikel 2 een kleiner deel van de gemeente raakt, kan de raad besluiten om een referendum in een of meerdere stadsdelen te houden. Hierover wordt advies gevraagd aan de Initiatief- en referendumcommissie en de stadsdeeladviescommissie(s) die het aangaat.

Het aantal ondersteuningsverklaringen voor het inleidende verzoek (of wijzigingsverzoek) blijft op 1.000, onafhankelijk van de grootte van het stadsdeel. Het aantal ondersteuningsverklaringen voor een definitief verzoek wordt verlaagd naar 3.000 (voor stadsdelen met minder dan 100.000 inwoners), 5.000 (voor al dan niet gecombineerde stadsdelen tussen 100.000 en 300.000 inwoners) en gehandhaafd op 10.000 voor (gecombineerde) stadsdelen met meer dan 300.000 inwoners. In vergelijking met buitenlandse voorbeelden zijn deze aantallen als redelijk te kenschetsen. Daarnaast is het mogelijk dat het college besluit om een ontwerp stadsdeelbesluit voor te leggen voor wensen en bedenkingen aan de raad. In dat geval is het ontwerp stadsdeelbesluit ook referendabel. Referenda zijn immers mogelijk over aangelegenheden die onder de bevoegdheid van de raad vallen en collegebesluiten die voor wensen en bedenkingen aan de raad worden voorgelegd op grond van artikel 169, vierde lid, van de Gemeentewet (artikel 2). Stadsdeelbesluiten gebaseerd op bevoegdheden die zijn gemandateerd aan het dagelijks bestuur of de voorzitter van het dagelijks 25

bestuur kunnen daarom referendabel zijn, omdat de bevoegdheid bij het college blijft liggen. Bevoegdheden die gedelegeerd zijn aan (de voorzitter van) het dagelijks bestuur zijn niet referendabel. De bevoegdheden van de stadsdelen zijn neergelegd in de verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022. Dit zal naar verwachting niet veel voorkomen. Artikel 42 Budget en subsidie De raad stelt een budget vast voor de organisatie van het referendum, inclusief opening van de stembureaus, versturen van oproepkaarten en huis-aan-huisverspreiding van de referendumkrant en een digitale versie ervan. Daarnaast kan de raad ook een budget vaststellen voor inhoudelijk campagnevoeren door zowel de initiatiefnemers als door derde partijen en de gemeente. De Subsidieregeling referendum Amsterdam 2023 is van kracht. Hierin zijn regels opgenomen voor activiteiten ter ondersteuning van campagneactiviteiten ten behoeve van het publieke debat en de meningsvorming over het ontwerpraadsbesluit dan wel voorgenomen collegebesluit waarop het referendum betrekking heeft. Het college verleent binnen de kaders van voornoemde subsidieregeling de subsidies. De Initiatief- en referendumcommissie heeft een adviserende taak in het kader van de subsidieverlening.

De raad kan een apart budget voor het college vaststellen voor activiteiten ter ondersteuning van campagneactiviteiten ten behoeve van het publieke debat en de meningsvorming over het ontwerpraadsbesluit dan wel voorgenomen collegebesluit waarop het referendum betrekking heeft. Met het oog op een gelijk speelveld tussen college en burgers mag het college niet meer geld gebruiken dan de raad heeft bepaald en mogen geen medewerkers en gemeentelijke communicatiekanalen worden ingezet. Vanwege een gelijk speelveld dienen medewerkers zich politiek neutraal op te stellen. Dat betekent dat medewerkers een neutraal standpunt innemen en dus geen voorkeur uitspreken voor een bepaalde mening in een discussie of voor een bepaalde zijde gedurende het referendumproces. Deze onpartijdigheid stelt ambtenaren in staat om objectief, ongeacht de politieke kleur, werkzaamheden te verrichten. Dit bevordert een eerlijk en transparant referendumproces, is essentieel voor een goed functionerende democratie en draagt bij aan het vertrouwen in de overheid. Dit brengt ook met zich mee dat het college resp. de verantwoordelijke wethouder een persoonlijk en actief aandeel heeft in het publieke debat en de campagne. Daarnaast mag het college of de verantwoordelijke wethouder voor zijn of haar campagne geen gebruik maken van de gemeentelijke communicatiemiddelen en kanalen.

Vanuit de ervaringen met andere referenda zijn er wel voorbeelden te geven wat mag en niet mag. Zo mogen ambtenaren de wethouder/college gewoon blijven ondersteunen ten aanzien van het werk dat er ligt. Het is dus toegestaan om een annotatie te schrijven of ondersteuning te bieden bij het opstellen van een tekst voor de referendumkrant. Echter de wethouder resp. het college is te allen tijde degene die akkoord geeft en het woord voert op bijvoorbeeld bijeenkomsten en debatten over het onderwerp van een referendum. Ook staat de wethouder resp. het college zelf (en niet een woordvoerder) de pers te woord over het onderwerp van een referendum. Zowel college als ambtelijke organisatie dienen zich bewust te zijn van hun positie en het belang van een gelijk speelveld. De Initiatief- en referendumcommissie kan hierover om advies gevraagd worden. Ervaring in andere gemeenten leert dat actief meedenken van de referendumcommissie – een actieve inschakeling van die commissie door de betrokken ambtenaren – de soepelheid van het referendumproces ten goede komt. Voor wat betreft het gebruik van gemeentelijke communicatiekanalen wordt nog het volgende opgemerkt. Het college kan de gemeentelijke communicatiekanalen wel gebruiken voor neutrale opkomst bevorderende activiteiten. Deze activiteiten mogen niet verward worden met campagne activiteiten van het college resp.

de verantwoordelijke wethouder. Artikel 43 Referendumkrant 26

De voorzitter van de raad is verantwoordelijk voor het uitbrengen van een referendumkrant. Een papieren versie van de referendumkrant wordt uiterlijk twee weken voor het houden van het referendum huis aan huis verspreid. Daarnaast wordt uiterlijk vier weken voor het referendum een toegankelijke digitale versie op de gemeentelijke website beschikbaar gesteld. Het staat de voorzitter van de raad (of college) vrij om naast het uitbrengen van een referendumkrant ook andere instrumenten in te zetten om neutrale voorlichting over en/of ruchtbaarheid te geven aan het referendum. Dit kan bijvoorbeeld door het maken van een film en deze via lokale media te laten zien of flyers te verspreiden. De Initiatief- en referendumcommissie houdt toezicht op het gehele referendumproces ter borging van de objectiviteit en onpartijdigheid van de informatie. De Initiatief- en referendumcommissie brengt dus geen advies uit over de redactie van de referendumkrant. Het college en de initiatiefnemers krijgen gelijke ruimte (ieder krijgt een eigen pagina) voor hun argumenten in de referendumkrant. Er kan en mag dus geen eindredactie plaatsvinden op de argumenten van zowel college en de initiatiefnemers, tenzij dit door college dan wel initiatiefnemers is gewenst. Dit kan er in praktijk toe leiden dat er bijvoorbeeld spelfouten in de teksten kunnen staan.

De inhoud van de ‘eigen’ pagina van initiatiefnemers en de ‘eigen’ pagina van het college is een exclusieve verantwoordelijkheid van die initiatiefnemers en die van het college, ieder voor hun ‘eigen’ pagina. Ook wordt ervoor zorggedragen dat de informatie laagdrempelig en eenduidig is en wordt de mogelijkheid gegeven om de informatie breed te verspreiden via audiovisuele kanalen, geschikt voor laaggeletterden en visueel beperkten. Op die wijze worden deze groepen beter bereikt.

Hoofdstuk 8 Het raadplegend referendum Artikel 44 Initiatiefvoorstel raad Het raadplegend referendum is nieuw in deze verordening en is dus op initiatief van één of meer leden van de raad. Net als het raadgevend referendum betreft het raadplegend referendum geen bindend referendum. Dat wil zeggen dat de raad zich niet van tevoren kan binden aan de uitspraak van het referendum. Een raadplegend referendum kan enkel door het indienen van een initiatiefvoorstel. De procedure voor het behandelen van een initiatiefvoorstel is vastgelegd in het Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam en dient dan ook gevolgd te worden. Daarnaast wordt advies gevraagd aan de Initiatief- en referendumcommissie. Verder zijn het overgrote deel van de regels uit hoofdstuk 6 van deze verordening van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 9 Slotbepalingen Artikel 45 Strafbepalingen Dit artikel bevat de strafbepalingen voor degenen die overtredingen begaan bij de inzameling van ondersteuningsverklaringen en de stemming. Artikel 46 Evaluatie De Initiatief- en referendumcommissie brengt na elke gehouden referendum een evaluatie uit. De raad kan na vijf jaar na inwerkingtreding van de verordening deze evalueren. Artikel 47 Intrekking oude verordening Dit artikel bevat overgangsregels en regelt de ‘ophanging’ van een regeling die verbonden is aan de voorliggende verordening. 27

Artikel 48 Inwerkingtreding De verordening treedt in werking na bekendmaking. Artikel 49 Citeertitel Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15659665/1