CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bekendmaking Parkeerverordening Amsterdam 2025.docx

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 28 november 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen Parkeerverordening Amsterdam 2025 (VN2024-013276)33.026 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Artikel 3.5 Geldigheidsduur - bewonersvergunning De geldigheid van de vergunning wordt ook afhankelijk gesteld van het intrekken of vervallen van de vergunning. Tweede lid De standaard geldigheidsduur voor bewonersvergunningen is zes maanden. De gemeente Amsterdam hanteert een standaard prolongatiedatum voor de vergunningen. Op het moment dat de prolongatiedatum net verstreken is, hoeft de aanvrager van de vergunning niet nog zes maanden te wachten tot de volgende prolongatiedatum voordat de vergunning geldig is, maar wordt de vergunning verleend voor de periode tot de volgende prolongatiedatum. In dit geval is de vergunningtermijn dus korter dan zes maanden. Als een vergunning korter dan twee maanden voor de prolongatiedatum ingaat, wordt de periode voor de prolongatie en de eerste verlening voor zes maanden samengenomen en is de eerste vergunning dus voor langer dan zes maanden geldig. Derde lid Er wordt een uitzondering gemaakt op de geldigheidsduur voor de tijdelijke vergunning geregeld in artikel 3.4, derde lid. Deze tijdelijke vergunning kan worden verleend voor zolang de inwoner niet kan beschikken over een stallingsplaats of belanghebbende parkeerplaats als gevolg van werkzaamheden door of in opdracht van de gemeente. De einddatum van de tijdelijke vergunning wordt vastgesteld in overleg met de projectleider die verantwoordelijk is voor de wegwerkzaamheden.

Artikel 3.6 Aanvraag voor mantelzorger Naar objectieve maatstaven aangewezen houdt in dat men een verklaring kan overleggen van een professionele zorgaanbieder. In de Wet toetreding zorgaanbieders wordt bepaald welke organisaties gezien worden als zorginstelling. Indien de aanvrager van de vergunning beschikt over een indicatie voor bijvoorbeeld thuiszorg of een verpleeghuis kan met overlegging van die indicatie worden volstaan. In alle andere situaties dient gebruik te worden gemaakt van het formulier verklaring mantelzorgbehoefte. Ook mantelzorgers van buiten Amsterdam kunnen gebruik maken van de mantelzorgvergunning. 76

Artikel 3.7 Beoordeling van de aanvraag mantelzorgvergunning Er wordt slechts één mantelzorgvergunning per woonadres verleend. Artikel 3.8 Geldigheidsduur Eerste lid Er is een uitzondering op de regel dat een vergunning voor mantelzorgers slechts eenmalig kan worden verlengd. De mantelzorgvergunning wordt verleend voor de tijd dat de mantelzorg nodig is en daadwerkelijk plaatsvindt. Daarom wordt periodiek getoetst of nog steeds aan de voorwaarden wordt voldaan. Tweede lid De gemeente Amsterdam hanteert een standaard prolongatiedatum voor de vergunningen. Op het moment dat de prolongatiedatum net verstreken is, hoeft de aanvrager van de vergunning niet nog zes maanden te wachten tot de volgende prolongatiedatum voordat de vergunning geldig is, maar wordt de vergunning verleend voor de periode tot de volgende prolongatiedatum. In dit geval is de vergunningstermijn dus korter dan zes maanden. Als een vergunning korter dan twee maanden voor de prolongatiedatum ingaat, wordt de periode voor de prolongatie en de eerste verlening voor zes maanden samengenomen en is de eerste vergunning dus voor langer dan zes maanden geldig. Artikel 3.9 Aanvraag bezoekersvergunning De bezoekersvergunning wordt aangevraagd door de bewoner. Als de vergunning wordt verleend, kan de bewoner het kortingstarief betalen voor diens bezoek dat wil parkeren.

De bewoner kan ook een deel van tegoed aan uren alloceren zodat diens bezoek zelf met het kortingstarief parkeerbelasting kan voldoen. Artikel 3.10 Beoordeling van de aanvraag Er wordt slechts één bezoekersvergunning per adres verleend. Een bezoekersvergunning wordt niet verleend indien al een kraskaartvergunning is verleend aan een bewoner op het adres waarvoor de bezoekersvergunning wordt aangevraagd. Artikel 3.12 Aanvraag kraskaartvergunning Een kraskaartvergunning kan slechts worden aangevraagd door gehandicapte bewoners die blijkens medische indicatie zijn aangewezen op het vervoer door derden of door bewoners die 65 jaar of ouder zijn. De strekking van de vergunning is om bezoek te kunnen laten parkeren met korting. Een medische indicatie kan bestaan uit een gehandicaptenparkeerkaart, NSbegeleiderskaart, CIZ-indicatie of uit een verklaring van een andere professionele zorgaanbieder. Artikel 3.13 Beoordeling van de aanvraag In tegenstelling tot de bezoekersvergunning, kunnen meer kraskaartvergunningen per adres worden verleend. De kraskaartvergunning wordt aan een persoon verleend en het is mogelijk dat meerdere bewoners die op één adres wonen een kraskaartvergunning hebben.

77

Artikel 4.1 Per bedrijf Eerste lid Het college stelt vast hoeveel bedrijfsvergunningen per bedrijf kunnen worden verleend. Het aantal vergunningen dat per bedrijf kan worden verleend, is afhankelijk van het vergunninggebied waar het bedrijf is gevestigd in combinatie met het aantal werknemers. Tweede en derde lid Net als bij het bepalen van het aantal bewonersvergunningen per adres, worden bij het bedrijf behorende of op de bedrijfslocatie beschikbare stallingsplaatsen of belanghebbendenparkeerplaatsen gerekend als een reeds verleende bedrijfsvergunning. Met bij het bedrijf behorende parkeerplaatsen worden ook parkeerplaatsen die conform de parkeernorm zijn toebedeeld aan het bedrijf bedoeld (zoals in parkeergarages). Het is mogelijk dat het vestigingsadres van een bedrijf ook een woonadres is. Ook de beschikbare stallingsplaatsen en belanghebbendenparkeerplaatsen waarover de inwoner beschikking heeft, wordt meegeteld in het aantal vergunningen dat per bedrijf voor verlening beschikbaar is. Hetzelfde geldt voor reeds verleende hulpverlenersvergunningen op het adres. Artikel 4.2 Aanvraag door bedrijven Eerste lid In het eerste lid worden een aantal voorwaarden opgesomd waaraan moet zijn voldaan om een vergunning aan te vragen. Het niet voldoen aan de emissiestandaard was eerder een weigeringsgrond in plaats van een voorwaarde om de vergunning aan te kunnen vragen.

De emissiestandaard waar een motorvoertuig aan moet voldoen is opgenomen in bijlage IX. Tweede lid In het tweede lid wordt geregeld wanneer het mogelijk is om geen vast kenteken aan een bedrijfsvergunning te koppelen. De vergunninghouder kan zelf wisselende kentekens aan de parkeervergunning verbinden. Een bedrijfsvergunning is bedoeld voor degenen die gerelateerd zijn aan het bedrijf zoals de werknemers. Dat de vergunning niet is verbonden aan een vast kenteken doet daar niet aan af. Bezoekers en anderen, zoals leveranciers mogen geen gebruik maken van de aan het bedrijf verleende vergunning. Met een volcontinu bedrijfsproces wordt bedoeld een proces waarin 24 uur per dag en zeven dagen per week op basis van arbeidsregelingen, werkzaamheden in ploegen-, wissel- en/of nachtdiensten worden verricht. Met een onvermijdelijk wisselend bestand aan voertuigen wordt bedoeld de praktijk waarin bijvoorbeeld door het gevolg van werken in shifts of wisseldiensten één vergunning per dag voor meerdere auto’s wordt gebruikt. Vierde lid Met het vierde lid wordt de milieuparkeervergunning bedoeld. Dit kan worden gezien als een ‘gewone’ vergunning voor bedrijven met strengere milieueisen. De milieuparkeervergunning is bedoeld om bedrijven te stimuleren schonere motorvoertuigen te gebruiken.

De eisen voor een dergelijke milieuparkeervergunning zijn opgenomen in nadere regels die worden vastgesteld door het college. Dit is zodat snel kan worden geanticipeerd op nieuwe ontwikkelingen. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan eisen met betrekking tot de euronorm en energielabel. Vijfde lid De voormalige gemeente Weesp kende geen milieuzone of andersoortige regeling waarbij voertuigen aan bepaalde milieunormen moesten voldoen voor het verkrijgen van een 78

parkeervergunning. Door het opnemen van deze uitzondering voor stadsgebied Weesp wordt voorkomen dat aanvragers en vergunninghouders in Weesp zonder daartoe strekkend beleid met milieueisen worden geconfronteerd. Zesde lid Als het aantal beschikbare bedrijfsvergunningen aan een bedrijf worden verleend, kunnen daarbij nog maximaal drie vergunningen worden aangevraagd voor bedrijfsvoertuigen. Artikel 4.3 Aanvraag door ambulante handelaar of markthandelaar Ambulante handelaren en markthandelaren hebben geen vestigingsadres zoals een bedrijf. Voor ambulante handel en markthandel kan daarom op andere wijze worden aangetoond dat er binnen het vergunninggebied sprake is van daadwerkelijke uitoefening van het bedrijf. Ambulante handelaren en markthandelaren zijn soms maar één of twee dagen werkzaam in een vergunninggebied. Toch tellen deze vergunningen mee bij het bereiken van het maximaal aantal te vergeven vergunningen in een vergunninggebied. Om die reden is het mogelijk om aan ambulante handelaren een extra voorwaarde te stellen dat zij een minimum aantal dagen per week werkzaam zijn in het vergunninggebied. Artikel 4.4 Beoordeling van de aanvraag Het is van belang dat in het vergunninggebied voor verlening beschikbare vergunningen anders is voor milieuparkeervergunningen dan voor ‘gewone’ vergunningen voor bedrijven. Dit is geregeld in artikel 2.2, derde lid.

Artikel 4.5 Bijzondere omstandigheden Dit artikel regelt dat een bedrijf dat normaal gesproken geen vergunning kan aanvragen omdat dat bedrijf kan beschikken over een stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats, nu wel een tijdelijke vergunning kan aanvragen indien het bedrijf als gevolg van werkzaamheden door of in opdracht van de gemeente niet kan beschikken over die stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats. Hiermee wordt beoogd de benadeelde ondernemer tegemoet te komen als zij als gevolg van werkzaamheden van de gemeente tijdelijk geen gebruik kunnen maken van hun stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats. Normaliter wordt een stallingsplaats of belanghebbendenparkeerplaats afgetrokken van het aantal te verlenen vergunningen. Artikel 4.6 Geldigheidsduur Eerste en tweede lid De geldigheid van de vergunning wordt ook afhankelijk gesteld van het intrekken of vervallen van de vergunning. Tweede lid De gemeente Amsterdam hanteert een standaard prolongatiedatum voor de vergunningen. Op het moment dat de prolongatiedatum net verstreken is hoeft de aanvrager van de vergunning niet nog zes maanden te wachten tot de volgende prolongatiedatum voordat de vergunning geldig is, maar wordt de vergunning verleend voor de periode tot de volgende prolongatiedatum. In dit geval is de vergunningstermijn dus korter dan zes maanden.

Als een vergunning korter dan twee maanden voor de prolongatiedatum ingaat, wordt de periode voor de prolongatie en de eerste 79

verlening voor zes maanden samengenomen en is de eerste vergunning dus voor langer dan zes maanden geldig. Derde lid Er wordt een uitzondering gemaakt op de geldigheidsduur voor de tijdelijke vergunning geregeld in artikel 4.4. Deze tijdelijke vergunning kan worden verleend voor zolang de inwoner niet kan beschikken over een stallingsplaats of belanghebbende parkeerplaats als gevolg van werkzaamheden door of in opdracht van de gemeente. De einddatum van de tijdelijke vergunning wordt vastgesteld in overleg met de projectleider die verantwoordelijk is voor de wegwerkzaamheden. Artikel 5.1 Aantal per organisatie Eerste lid Het college kan in nadere regels vaststellen hoeveel vergunningen in een vergunninggebied per sportorganisatie worden verleend. Dit kan op nul worden gesteld. Indien wordt bepaald door het college dat er wel een aantal vergunningen per sportverenigingen beschikbaar kunnen worden gesteld, wordt dit gedaan op grond van de norm uit het eerste lid. Het aantal beschikbare vergunningen per sportvereniging hangt af van het aantal leden en het vergunninggebied waar de sportvereniging is gevestigd.

Tweede lid Net als bij het bepalen van het aantal bewonersvergunningen per adres en aantal bedrijfsvergunningen per bedrijf, worden bij de sportvereniging behorende of op de locatie van de sportvereniging beschikbare stallingsplaatsen of belanghebbendenparkeerplaatsen gerekend als een reeds verleende vergunning voor een sportvereniging. Met bij de sportvereniging behorende parkeerplaatsen worden ook parkeerplaatsen die conform de parkeernorm zijn toebedeeld aan de sportvereniging bedoeld (zoals in parkeergarages). Artikel 5.2 Aanvraag door sportorganisaties Om het betaald parkeren geen belemmering te laten vormen voor de sportverenigingsstructuur kunnen niet-commerciële sportverenigingen op basis van dit artikel in aanmerking komen voor een sportverenigingsvergunning. Het kan zijn dat een sportvereniging niet gevestigd is in het vergunninggebied waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, indien de betreffende sportvereniging kan aantonen (door middel van bijvoorbeeld een contract) dat haar leden in hoofdzaak gebruik maken van een sportaccommodatie in een bepaald vergunninggebied mag een vergunning voor dat gebied verleend worden. Artikel 5.3 Beoordeling van de aanvraag De beschikbaarheid van vergunningen ziet in dit artikel zowel op het aantal vergunningen per vergunninggebied als het aantal vergunningen per sportvereniging.

Artikel 5.4 Geldigheidsduur – sportorganisaties Tweede lid De gemeente Amsterdam hanteert een standaard prolongatiedatum voor de vergunningen. Op het moment dat de prolongatiedatum net verstreken is, hoeft de aanvrager van de vergunning niet nog zes maanden te wachten tot de volgende prolongatiedatum voordat de vergunning 80

geldig is, maar wordt de vergunning verleend voor de periode tot de volgende prolongatiedatum. In dit geval is de vergunningstermijn dus korter dan zes maanden. Als een vergunning korter dan twee maanden voor de prolongatiedatum ingaat, wordt de periode voor de prolongatie en de eerste verlening voor zes maanden samengenomen en is de eerste vergunning dus voor langer dan zes maanden geldig. Artikel 5.6 Aanvraag door volkstuincomplexen De rechtspersoon kan zelf bepalen hoe de vergunningen binnen het volkstuincomplex worden verdeeld. Dit kan bijvoorbeeld in een huishoudelijk reglement. Artikel 5.8 Geldigheidsduur – volkstuincomplexen Tweede lid De gemeente Amsterdam hanteert een standaard prolongatiedatum voor de vergunningen. Op het moment dat de prolongatiedatum net verstreken is, hoeft de aanvrager van de vergunning niet nog zes maanden te wachten tot de volgende prolongatiedatum voordat de vergunning geldig is, maar wordt de vergunning verleend voor de periode tot de volgende prolongatiedatum. In dit geval is de vergunningstermijn dus korter dan zes maanden. Als een vergunning korter dan twee maanden voor de prolongatiedatum ingaat, wordt de periode voor de prolongatie en de eerste verlening voor zes maanden samengenomen en is de eerste vergunning dus voor langer dan zes maanden geldig.

Artikel 5.9 Aanvraag door hulpverlener Eerste lid In de verordening is een onderscheid gemaakt tussen een vergunning voor hulpverleners en een vergunning voor hulpverleningsinstellingen (geregeld in artikel 5.13 e.v.). Dit is ter verduidelijking van de voorwaarden die gelden voor de aanvraag van een vergunning. Dit artikel ziet op de aanvraag door hulpverleners. Het niet voldoen aan de emissiestandaard was eerder een weigeringsgrond in plaats van een voorwaarde om de vergunning aan te kunnen vragen. De emissiestandaard waar een motorvoertuig aan moet voldoen, is opgenomen in bijlage IX. Onder huisarts of verloskundige wordt verstaan degene die op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg gerechtigd is die titel te mogen voeren en degene die nog in opleiding is voor huisarts of verloskundige. De voorwaarde voor huisartsen of verloskundigen in opleiding is dat zij zodanig gevorderd zijn in hun opleiding dat zij zelfstandig diensten draaien en daarbij gebruik maken van een eigen auto. Onder huisarts of verloskundige wordt ook hun waarnemer verstaan, mits de waarnemer voor een langere periode werkzaam is in de praktijk of de waarnemer aangesloten is bij de waarnemerscentrale van Amsterdam.

Derde lid De voormalige gemeente Weesp kende geen milieuzone of andersoortige regeling waarbij voertuigen aan bepaalde milieunormen moesten voldoen voor het verkrijgen van een parkeervergunning. Door het opnemen van deze uitzondering voor stadsgebied Weesp wordt voorkomen dat aanvragers en vergunninghouders in Weesp zonder daartoe strekkend beleid met milieueisen worden geconfronteerd.

81

Artikel 5.10 Beoordeling van de aanvraag – vergunning voor hulpverleners Er kan slechts één vergunning per hulpverlener worden verleend. Artikel 5.11 Geldigheidsduur – hulpverlenersvergunning Tweede lid De gemeente Amsterdam hanteert een standaard prolongatiedatum voor de vergunningen. Op het moment dat de prolongatiedatum net verstreken is, hoeft de aanvrager van de vergunning niet nog zes maanden te wachten tot de volgende prolongatiedatum voordat de vergunning geldig is, maar wordt de vergunning verleend voor de periode tot de volgende prolongatiedatum. In dit geval is de vergunningstermijn dus korter dan zes maanden. Als een vergunning korter dan twee maanden voor de prolongatiedatum ingaat, wordt de periode voor de prolongatie en de eerste verlening voor zes maanden samengenomen en is de eerste vergunning dus voor langer dan zes maanden geldig. Artikel 5.13 Aanvraag door hulpverleningsinstellingen Dit artikel ziet op de aanvraag van een vergunning door hulpverlenersinstellingen. De hulpverlener die slechts incidenteel zorg of hulp aan huis verleent, komt niet voor de vergunning in aanmerking. Het college stelt een lijst vast van professionele zorg- of hulpverleningsinstellingen die een vergunning kunnen aanvragen. De criteria voor de lijst sluiten nauw aan bij de criteria uit het eerste lid, onder b.

Daarbij wordt gelet op de aard van de werkzaamheden en de frequentie van de verleende zorg of hulp. Tandartspraktijken of praktijken voor fysiotherapie komen slechts in aanmerking om op de lijst te worden geplaatst, indien aangetoond is dat de patiënten uitsluitend of in overwegende mate niet op het praktijkadres komen. Met wisselende plaatsen wordt in dit artikel bedoeld het verlenen van hulp of zorg op wisselende plaatsen op één dag of gedurende één dienst. Derde lid De voormalige gemeente Weesp kende geen milieuzone of andersoortige regeling waarbij voertuigen aan bepaalde milieunormen moesten voldoen voor het verkrijgen van een parkeervergunning. Door het opnemen van deze uitzondering voor stadsgebied Weesp wordt voorkomen dat aanvragers en vergunninghouders in Weesp zonder daartoe strekkend beleid met milieueisen worden geconfronteerd. Artikel 5.15 Geldigheidsduur – hulpverlenersinstellingen Tweede lid De gemeente Amsterdam hanteert een standaard prolongatiedatum voor de vergunningen. Op het moment dat de prolongatiedatum net verstreken is, hoeft de aanvrager van de vergunning niet nog zes maanden te wachten tot de volgende prolongatiedatum voordat de vergunning geldig is, maar wordt de vergunning verleend voor de periode tot de volgende prolongatiedatum. In dit geval is de vergunningstermijn dus korter dan zes maanden.

Als een vergunning korter dan twee maanden voor de prolongatiedatum ingaat, wordt de periode voor de prolongatie en de eerste verlening voor zes maanden samengenomen en is de eerste vergunning dus voor langer dan zes maanden geldig.

82

Artikel 5.16 Aantal per maatschappelijke organisatie Eerste lid Het college kan in nadere regels vaststellen hoeveel vergunningen in een vergunninggebied per maatschappelijke organisatie worden verleend. Het aantal maatschappelijke vergunningen dat aan een organisatie kan worden verleend, is afhankelijk van het gebied waar de organisatie is gevestigd en het aantal daadwerkelijk gestationeerde werknemers bij de maatschappelijke organisatie. Tweede lid Ook worden bij de maatschappelijke organisatie behorende of op de locatie van de maatschappelijke organisatie beschikbare stallingsplaatsen of belanghebbendenparkeerplaatsen gerekend als een reeds verleende vergunning voor een maatschappelijke organisatie. Met bij de maatschappelijke organisatie behorende parkeerplaatsen worden ook parkeerplaatsen die conform de parkeernorm zijn toebedeeld aan de maatschappelijke organisatie bedoeld (zoals in parkeergarages). Er geldt een uitzondering. Als aan de maatschappelijk organisatie al bedrijfsvergunningen zijn verleend waar dus deze stallingsplaatsen of belanghebbendenparkeerplaatsen al zijn geteld als verleende vergunning, wordt dit niet nog eens gedaan bij de verlening van een vergunning voor een maatschappelijke organisatie.

Artikel 5.17 Aanvraag door maatschappelijke organisaties Eerste lid In nadere regels kan worden bepaald waar en aan welke van de voorgenoemde sectoren de maatschappelijke vergunning verleend wordt. Derde lid De voormalige gemeente Weesp kende geen milieuzone of andersoortige regeling waarbij voertuigen aan bepaalde milieunormen moesten voldoen voor het verkrijgen van een parkeervergunning. Door het opnemen van deze uitzondering voor stadsgebied Weesp wordt voorkomen dat aanvragers en vergunninghouders in Weesp zonder daartoe strekkend beleid met milieueisen worden geconfronteerd. Artikel 5.18 Beoordeling van de aanvraag – maatschappelijke vergunningen Voor maatschappelijke vergunningen geldt geen maximaal aantal te verlenen vergunningen per vergunninggebied. In de stad dienen voldoende zorginstellingen, scholen en politiebureaus aanwezig te zijn. Vanuit maatschappelijk oogpunt is het voor deze sectoren ongewenst dat een personeelstekort kan ontstaan doordat werknemers hun werkplek moeilijk kunnen bereiken vanwege een wachtlijst voor parkeervergunningen. Artikel 5.19 Geldigheidsduur – maatschappelijke organisaties Tweede lid De gemeente Amsterdam hanteert een standaard prolongatiedatum voor de vergunningen.

Op het moment dat de prolongatiedatum net verstreken is, hoeft de aanvrager van de vergunning niet nog zes maanden te wachten tot de volgende prolongatiedatum voordat de vergunning geldig is, maar wordt de vergunning verleend voor de periode tot de volgende prolongatiedatum. In dit geval is de vergunningstermijn dus korter dan zes maanden. Als een vergunning korter dan twee maanden voor de prolongatiedatum ingaat, wordt de periode voor de prolongatie en de 83

eerste verlening voor zes maanden samengenomen en is de eerste vergunning dus voor langer dan zes maanden geldig. Artikel 6.1 Aanvraag door autodeelorganisaties Eerste lid Het gaat in dit artikel om een parkeervergunning voor professionele autodeelorganisaties en niet om autodelen binnen de privékring van familie, kennissen of anderszins. Tweede lid In nadere regels zijn de voorwaarden opgenomen waar een autodeelorganisatie aan moet voldoen om een vergunning aan te kunnen vragen. Artikel 6.3 Geldigheidsduur – autodelen Tweede lid De gemeente Amsterdam hanteert een standaard prolongatiedatum voor de vergunningen. Op het moment dat de prolongatiedatum net verstreken is, hoeft de aanvrager van de vergunning niet nog zes maanden te wachten tot de volgende prolongatiedatum voordat de vergunning geldig is, maar wordt de vergunning verleend voor de periode tot de volgende prolongatiedatum. In dit geval is de vergunningstermijn dus korter dan zes maanden. Als een vergunning korter dan twee maanden voor de prolongatiedatum ingaat, wordt de periode voor de prolongatie en de eerste verlening voor zes maanden samengenomen en is de eerste vergunning dus voor langer dan zes maanden geldig.

Artikel 6.5 Aanvraag door autodeelorganisatie Eerste lid De emissiestandaard waar een motorvoertuig aan moet voldoen is opgenomen in bijlage X, en wijkt af van de emissiestandaard waaraan motorvoertuigen moeten voldoen bij de aanvraag van andere vergunningen. Voor de aanvraag van stadsbrede vergunningen voor autodeelorganisaties gelden strengere emissiestandaarden dan de emissiestandaarden die zijn voorgeschreven voor de vergunningen voor bewoners, bedrijven, hulpverleners, hulpverlenersinstellingen en maatschappelijke organisaties. Artikel 6.6 Beoordeling van de aanvraag Een stadsbrede vergunning voor autodelen is een schaarse vergunning. Het college kan daarom, volgens het tweede lid, bepalen dat voor de verdeling van deze vergunningen op een andere manier wordt georganiseerd dan het verlenen van vergunningen op volgorde van de aanvraag. Artikel 6.7 Geldigheidsduur – stadsbreed autodelen Tweede lid De gemeente Amsterdam hanteert een standaard prolongatiedatum voor de vergunningen. Op het moment dat de prolongatiedatum net verstreken is, hoeft de aanvrager van de vergunning niet nog zes maanden te wachten tot de volgende prolongatiedatum voordat de vergunning geldig is, maar wordt de vergunning verleend voor de periode tot de volgende prolongatiedatum. In dit geval is de vergunningstermijn dus korter dan zes maanden.

Als een vergunning korter dan twee maanden voor de prolongatiedatum ingaat, wordt de periode voor de prolongatie en de 84

eerste verlening voor zes maanden samengenomen en is de eerste vergunning dus voor langer dan zes maanden geldig. Derde lid Er is een bevoegdheid opgenomen voor het college om een datum vast te stellen waarop de geldigheid van stadsbrede vergunningen voor autodelen worden beëindigd. In aansluiting op artikel 6.7, tweede lid, waarin de verlening van de vergunningen op andere manier kan worden bepaald door het college. Artikel 7.1 Aanvraag door inwoners met gehandicaptenparkeerkaart Eerste lid Het is expliciet gemaakt waarvoor de gehandicaptenparkeervergunning voor bewoners mag worden gebruikt om op te kunnen treden tegen excessen. Met deze vergunning kan in alle vergunninggebieden worden geparkeerd mits de persoon aan wie een gehandicaptenparkeerkaart is afgegeven waar de gehandicaptenparkeervergunning aan is gekoppeld de auto bestuurt of passagier is. Artikel 7.2 Kenteken De mogelijkheid bij de aanvraag van een vergunning drie verschillende kentekens op te geven die gebruik kunnen maken van de vergunning is alleen mogelijk wanneer de inwoner in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart Passagier (P) of Passagier/Bestuurder (P/B) en zelf de aanvraag doet. Inwoners met een gehandicaptenparkeerkaart Bestuurder (B) moeten dus een vast kenteken opgeven bij de aanvraag van de vergunning.

Artikel 7.7 Kenteken Net als bij de aanvraag van een vergunning voor een bewoner met een gehandicaptenparkeerkaart kan een bezoeker van Amsterdam – niet zijnde een bewoner – bij de aanvraag van een vergunning drie verschillende kentekens opgeven die gebruik kunnen maken van de vergunning indien de bezoeker in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart Passagier (P) of Passagier/Bestuurder (P/B). Bezoekers met een gehandicaptenparkeerkaart Bestuurder (B) moeten dus een vast kenteken opgeven bij de aanvraag van de vergunning. Afwijkend van de vergunning voor bewoners met een gehandicaptenparkeerkaart kunnen bezoekers met een gehandicaptenparkeerkaart met een vergunning die is afgegeven voor verschillende kentekens maximaal 150 uur per kwartaal parkeren. Artikel 8.1 Strafbepaling Met dit artikel is niet bedoeld de regels over het algemene straatparkeerregime of de bepalingen die zien op de (heffing van) de parkeerbelasting strafbaar te stellen. Artikelen 9.3 tot en met 9.19, intrekking verordeningen en overgangsrecht De invoering van deze nieuwe parkeerverordening gaat gepaard met het intrekken van de Parkeerverordening 2013 en de Verordening parkeerbelastingen Amsterdam 2024. Als gevolg daarvan is voorzien in overgangsrecht.

Het overgangsrecht bewerkstelligt dat lopende vergunningen en wachtlijsten gelijkgesteld worden met de vergelijkbare vergunningen en wachtlijsten in deze nieuwe verordening; zij 85

behouden dus hun werking. Omdat daarmee het nieuwe recht van toepassing wordt op de al bestaande vergunningen, terwijl de Parkeerverordening 2013 voorzag in verschillende overgangsrechtelijke bepalingen, zijn die bepalingen in gemoderniseerde vorm overgenomen in de artikelen 9.8 tot en met 9.19. Daarbij is geen materiele wijziging beoogd ten opzichte van de hiervoor geldende situatie. Afgezien van deze bijzondere bepalingen, zal in algemene zin voor nieuwe aanvragen gelden dat deze met inachtneming van de nieuwe verordening worden afgehandeld. Voor lopende bezwaarprocedures is dat anders, daar zal de procedure afgerond kunnen worden onder het oude recht, tenzij toepassing van het nieuwe recht voor de bezwaarmaker gunstiger is. Bijlage I

Tariefgebieden, als bedoeld in artikel 1.3

Bijlage I omschrijft de tariefgebieden. Bijlage II

Bloktijden, als bedoeld in artikel 1.3

Bijlage II omschrijft de bloktijden waarbinnen een bepaald tarief wordt geheven. Een bloktijd is een deel van het etmaal gedurende welke voor parkeren parkeerbelasting kan worden geheven. Bijlage III

Tarieven per tijdseenheid betaald parkeren algemeen, als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid

Bijlage III geeft een overzicht van de verschillende parkeertarieven voor het algemene straatparkeerregime. Dit wordt weergegeven in tabellen. Er gelden verschillende tarieven in de verschillende tariefgebieden. In de eerste tabel is een overzicht opgenomen van het parkeertarief per zestig minuten in de verschillende tariefgebieden. In de tabellen die volgen zijn tarieven opgenomen voor het parkeren binnen verschillende tijdseenheden. Het is mogelijk om parkeerbelasting te betalen voor een dag, week of maand. Hierin kan nog onderscheid worden gemaakt tussen weekenddagen, avonden en nachten. In de tabellen is nauwkeurig aangegeven vanaf welk tijdstip het tarief voor die tijdseenheid moet worden betaald. In het overzicht van tabellen is te zien dat een bepaald tarief voor een tijdseenheid kan zien op meerdere tariefgebieden. Hierdoor kan verwarring ontstaan, omdat het dus mogelijk is om verschillende tarieven te betalen binnen een tariefgebied. Dit werkt als volgt: als parkeerbelasting voor een bepaalde tijdseenheid wordt betaald voor tariefgebied 1, kan binnen de periode waarvoor de parkeerbelasting is betaald ook worden geparkeerd in de andere tariefgebieden. Dit is zo omdat voor tariefgebied 1 het hoogste tarief wordt gerekend. Op deze manier kan verder worden geredeneerd.

Als parkeerbelasting voor een bepaalde tijdseenheid wordt betaald voor tariefgebied 2, kan binnen de periode waarvoor de parkeerbelasting is betaald ook worden geparkeerd in de andere tariefgebieden waarbinnen een lager parkeertarief geldt. Als parkeerbelasting is betaald voor tariefgebied 2, kan dus niet worden geparkeerd in tariefgebied 1 zonder dat een naheffing kan worden opgelegd. Er is immers niet betaald voor tariefgebied 1. De laatste tabel in het overzicht bevat tarieven die gelden in de tariefgebieden 7 en flat-rate 3 uur/tariefgebied in vergunninggebieden Noord-1, Noord-2 en Noord-4 op een zaterdag. Tot slot zijn er specifieke tarieven opgenomen binnen tariefgebied 8. Hier gelden andere bloktijden.

86

Bijlage IV

Tarief naheffingsaanslag, als bedoeld in artikel 1.5 en tarieven wielklem, overbrenging en bewaring, als bedoeld in artikel 1.13

Bijlage IV stelt de naheffingsaanslag en de kosten voor het aanbrengen en verwijderen van de wielklem en het overbrengen en bewaren van een voertuig vast. De berekening van deze bedragen zijn gemaakt op grond van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. Bijlage V

Vergunninggebieden, als bedoeld in artikel 1.8

Bijlage V omschrijft de vergunninggebieden. In dit overzicht zijn de verschillende vergunninggebieden per stadsdeel omschreven. De deelvergunninggebieden die deel uitmaken van de vergunninggebieden worden vastgesteld door het college in nadere regelgeving en worden dus niet opgenomen in deze bijlage. Bijlage VI

Tarieven per vergunning, als bedoeld in artikel 1.9

Bijlage VI geeft schematisch de tarieven weer die gelden voor de verschillende vergunningen per vergunninggebied. Het overzicht begint met een tabel die de tarieven vaststelt voor vergunningen die geldig zijn in de gehele gemeente Amsterdam. De parkeervergunningen voor gehandicapte inwoners, bezoekers en instellingen die houder zijn van een geldige Europese gehandicaptenparkeerkaart zijn gratis. Voor stadsgebied Weesp zijn voor sommige vergunningen andere tarieven vastgesteld. Per vergunninggebied is aangegeven welke tarieven gelden. Alleen voor de bewonersvergunning geldt een hoger tarief voor de tweede bewonersvergunning op een adres. Bijlage VII

Tarieven bezoekersparkeren, als bedoeld in artikel 1.12

Bijlage VII geeft schematisch de tarieven weer per zestig minuten die gelden voor de verschillende tariefgebieden binnen het vergunninggebied waarvoor de vergunning van bezoekers is verleend. Bijlage VIII

Tarieven kraskaartparkeren, als bedoeld in artikel 1.12

Bijlage VIII geeft schematisch de tarieven weer die gelden voor de verschillende tariefgebieden binnen het vergunninggebied waarvoor de vergunning voor kraskaartparkeren is verleend. Bijlage IX

Emissiestandaard als bedoeld in artikelen 3.2, eerste lid, onder c, 4.2, eerste lid, 4.3, eerste lid, 5.9, eerste lid, onder c, 5.13, eerste lid, onder c, 5.17, eerste lid, onder b

Bijlage IX bevat de emissiestandaarden waarnaar wordt verwezen in diverse bepalingen in de verordening. De emissiestandaard wordt gekoppeld aan de soort aandrijving die het motorvoertuig heeft. Dit kan gaan om motorvoertuigen die rijden op dieselolie en motorvoertuigen die rijden op benzine of elektrische motorvoertuigen. Bijlage X

Emissiestandaard, als bedoeld in artikel 6.5, eerste lid, onder b

Bijlage X bevat de emissiestandaard voor motorvoertuigen die gebruik maken van een vergunning voor stadsbreed autodelen. Deze emissiestandaard ligt hoger dan de emissiestandaard waaraan moet worden voldaan voor andere vergunningen. 87

Bijlage XI

Tarieven experimenten

Bijlage XI bevat de tarieven die zijn vastgesteld binnen de verschillende experimenten die gelden binnen de gemeente. De raad stelt deze tarieven vast en de experimenten zijn opgenomen in nadere regelgeving.

88

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14816941/1