Bekendmaking Nadere Regels Werken in de Openbare Ruimte (2021).docx
Tekst van het document
4.4.
Herstel schade openbare ruimte (ex Artikel 26 verordening WIOR)
4.4.1. Grondslag systematiek herstraattarieven Amsterdam 1. Binnen de gemeente Amsterdam wordt, voor alle partijen die graafwerkzaamheden verrichten, één tariefsystematiek gehanteerd ter berekening van de kosten voor het herstel van wegen (de herstraattarieven). 2. De wijze van berekening van het herstraattarief is gebaseerd op twee landelijk geaccepteerde berekeningsmethodieken: Leidraad: ‘leidraad voor gemeente en nutsbedrijven inzake (her)straatwerkzaamheden’ vastgesteld door de VNG en het overlegorgaan nutsvoorzieningen, een afvaardiging van water- en energiebedrijven. Richtlijn: ‘Richtlijn Tarieven (graaf)werkzaamheden Telecom’, vastgesteld door de VNG en de VECAI, KPN en de Groep Graafrechten, die gezamenlijk vrijwel alle in Nederland actieve telecommunicatiebedrijven vertegenwoordigen. 3. Het herstraattarief is opgebouwd uit vier componenten, te weten uitvoeringskosten, onderhoudskosten, degeneratiekosten en beheerkosten, waarbij de laatste drie worden berekend als percentage van de uitvoeringskosten. 4. Er is een herstraattarief voor elk van de meest voorkomende typen bestrating en wegmeubilair, verdeeld in groottecategorieën van de opbreking. 5. In de herstraattarieven kan rekening worden gehouden met de verschillen tussen Amsterdam en het landelijk gemiddelde en tussen stadsdelen onderling, m.b.t.
grondgesteldheid, urbanisatiegraad, benodigde coördinatie, toegankelijkheid en (verkeers)overlast. 6. Alle herstraattarieven zijn exclusief BTW en worden ook exclusief BTW in rekening gebracht bij de kabel- en leidingbeheerders. 7. De tariefsystematiek alsmede de jaarlijks daaruit voortvloeiende herstraattarieven worden door de partners van het Coördinatiestelsel gezamenlijk vastgesteld in het Strategisch Overleg Coördinatiestelsel Werken aan de Weg. 8. Aan de jaarlijkse lijst met standaard herstraattarieven worden aantekeningen toegevoegd met nadere uitleg omtrent de toepassing ervan. 4.4.2. Berekening tarief standaard wegverhardingen In deze paragraaf zijn de belangrijkste uitgangspunten omtrent de berekening van de herstraattarieven beschreven.
27
Oppervlaktebepaling 1. Uitgangspunt van de tariefsystematiek is dat het tarief dekkend is voor de kosten voor het herstellen van het werkelijk opgebroken en/of beschadigde straatwerk. 2. Voorwaarde voor toepassing van de tariefsystematiek is dat netjes wordt gewerkt: het graafwerk en de verdichting van de grond wordt zodanig uitgevoerd, dat hierbij een minimaal oppervlak van straatwerk opgebroken en/of beschadigd wordt. 3. Het feit dat over de sleufrand uitkragende klinkers of tegels meestal bij het herstraten enige correctie behoeven (het verschil in oppervlakte tussen opgebroken en hersteld straatwerk, de zogenaamde “gatvergroting”), is verdisconteerd in de betreffende tarieven door middel van een opslag van 20% op de uitvoeringskosten. 4. Indien netjes is gewerkt, wordt de in rekening te brengen oppervlakte derhalve bepaald door vermenigvuldiging van de lengte en de breedte van de uitgegraven sleuf. 5. Indien niet netjes is gewerkt, dat wil zeggen dat er meer bestrating is opgebroken dan strikt noodzakelijk voor de uitgegraven sleuf, dan wordt de oppervlakte van het opgebroken straatwerk in rekening gebracht. Uitvoeringskosten 1. De uitvoeringskosten bestaan uit personeelskosten, transportkosten, kosten van materiaal en algemene kosten, winst en risico. 2. Per type materiaal en per groottecategorie van de opbreking geldt een reparatienorm, uitgedrukt in manuur per m2. 3.
De brongegevens komen uit landelijk geaccepteerde publicaties met kostencijfers of uit representatieve, marktconforme (voorbeeld)bestekken. Onderhoudskosten 1. De onderhoudskosten dienen ter dekking van het onderhouden van het herstelde straatwerk gedurende het eerste jaar na herstel. 2. De onderhoudskosten zijn een percentage van de uitvoeringskosten. Dit percentage is afhankelijk van de bodemgesteldheid en van het type weg: rijweg of voet-/fietspad. Voor Amsterdam leidt dit tot de volgende percentages: tariefsoort percentage onderhoudskosten tegelbestrating 8,20% klinkerbestrating 11% 3. Voor het herstel van asfalt worden geen aparte onderhoudskosten in rekening gebracht. In het asfalttarief is inbegrepen dat er eerst tijdelijk met klinkers wordt dichtgeblokt en pas na enige maanden definitief met asfalt wordt hersteld. Degeneratiekosten 1. De degeneratiekosten dienen ter dekking van het feit dat de bestrating, als gevolg van de opbreking, eerder dan gebruikelijk toe is aan groot onderhoud dan wel vernieuwing. 2. De degeneratiekosten zijn een percentage van de uitvoeringskosten. Dit percentage is afhankelijk van de bodemgesteldheid en van de groottecategorie van de opbreking.
Voor Amsterdam leidt dit tot de volgende percentages: tariefsoort percentage degeneratiekosten tegelbestrating <15m2 3,49% 2 tegelbestrating >15m 3,38% klinkerbestrating <15m2 18,32% 2 klinkerbestrating >15m 28,69%
28
3. Voor het herstel van asfalt worden geen degeneratiekosten in rekening gebracht. Beheerkosten 1. De beheerkosten dienen ter dekking van de kosten van toezicht op de uitvoering van het herstel, waaronder inbegrepen: toezicht op de verkeersveiligheid bij herstel toezicht op kwaliteit van aanleg, verdichting en bestrating van herstel monitoring onderhoud inclusief klachtenafhandeling tijdens de onderhoudsperiode administratiekosten m.b.t. melding en facturatie herstraatkosten (let op: geen kosten m.b.t. vergunning/instemming, deze zitten al in de leges) eerste en tweede oplevering van herstraatwerkzaamheden 2. De volgende percentages van de uitvoeringskosten zijn ten behoeve van de beheerkosten: Klinker- en tegelbestrating < 25 m2……………..15% Bitumineuze verhardingen (asfalt) gemiddeld….10% Alle overige tariefsoorten………………………….6%
4.4.3. Berekening tarief bijzondere wegverhardingen De standaard tarievenlijst bevat slechts tarieven voor de standaard in heel Amsterdam voorkomende wegverharding, opsluitbanden en straatmeubilair. Bijzondere wegverhardingen zoals sierbestrating komen niet standaard in heel Amsterdam voor. 1. Het staat stadsdelen vrij om voor bijzondere wegverhardingen herstraattarieven vast te stellen, conform de berekeningsmethodiek van de standaardtarieven en op basis van onderbouwde en marktconforme uitvoeringskosten. Aangezien het dan om marktconforme kosten gaat voor het betreffende stadsdeel, is de toeslag vanuit paragraaf 4.4.1 lid 5 hier niet van toepassing. 2. Indien een bepaald type bijzondere wegverharding in toenemende mate voorkomt beslist het Strategisch Overleg Coördinatiestelsel Werken aan de Weg of de standaard tarievenlijst met een herstraattarief voor deze wegverharding wordt uitgebreid. 3. Indien er geen herstraattarief is vastgesteld wordt herstel van bijzondere wegverharding afgerekend conform werkelijk gemaakte kosten zoals beschreven in de volgende paragraaf.
4.4.4. Overige openbare ruimte Voor de doorberekening van overige herstelkosten (bijvoorbeeld groenvoorzieningen, bruggen, walmuren, trambanen) is geen overeengekomen berekeningssystematiek van standaardtarieven voorhanden. De doorberekening van de aan de vergunninghouder te rekenen kosten geschiedt middels onderstaande werkwijze. 1. De gemeente kan een nulmeting verlangen voor rekening van de vergunningaanvrager, op basis waarvan een offerte wordt opgesteld. 2. Herstel van de openbare ruimte (exclusief wegverhardingen) en realiseren en terugdraaien van tijdelijke voorzieningen geschiedt op basis van een opdracht van de betreffende vergunninghouder. 3. Afrekening vindt plaats op basis van werkelijk gemaakte kosten. 4. Voorafgaand aan opdrachtverlening verstrekt de gemeente aan de vergunninghouder een offerte. 5. Als er door de vergunninghouder geen opdracht tot herstel verstrekt wordt dan zal de gemeente uit eigen beweging daartoe overgaan en de kosten in rekening brengen van de desbetreffende vergunninghouder. 29
6.
4.5.
Indien gedurende de herstelwerkzaamheden significante meerkosten worden verwacht / voorzien, dan dient voor deze meerkosten, vooraf, toestemming te worden gegeven.
Verlegregeling Amsterdam (ex Artikel 23 verordening WIOR)
4.5.1. Afbakening en begripsomschrijving 1. Deze verlegregeling beschrijft de kosten die de gemeente, ter uitvoering van artikel 21 lid 2a van de verordening Werken in de Openbare Ruimte, aan de kabel- en leidingbeheerder vergoedt voor het uitvoeren van gedwongen verleggingen, waaronder wordt verstaan het nemen van maatregelen, zoals het verplaatsen van kabel- en leidinginfrastructuur, die nodig zijn voor het uitvoeren van gemeentewerken. 2. Deze verlegregeling geldt voor alle kabel- en leidinginfrastructuur in de openbare ruimte in de gemeente Amsterdam met uitzondering van gemeentelijke riolering en toebehoren zoals putten en kolken, deze vallen onder de definitie van gemeentewerk. Verplaatsing hiervan komt voor rekening van de veroorzaker; kabel- en leidinginfrastructuur waarvoor een specifieke wettelijke regeling, zoals de Telecommunicatiewet, voorziet in een kostenregeling voor het verleggen hiervan; kabel- en leidinginfrastructuur waarvoor een nog niet beëindigde overeenkomst tussen de kabel- of leidingbeheerder en de gemeente voorziet in een kostenregeling voor het verleggen hiervan. 3. Onder kabel- en leidinginfrastructuur wordt verstaan de definitie als opgenomen in de WIOR artikel 1 onder g. 4. Deze verlegregeling maakt voor wat betreft ondergrondse kabels en leidingen een onderscheid in kabels en leidingen met een distributiefunctie en een transportfunctie. 5.
Distributiekabels en –leidingen zijn kabels en leidingen die geen transportfunctie hebben. 6. Transportkabels en –leidingen zijn kabels en leidingen bestemd voor het transport tussen opwekkingsbronnen/productie-eenheden onderling en van opwekkingsbron/productie-eenheid naar wijkniveau (bijvoorbeeld wijkcentrale, onderstation), waarop niet rechtstreeks huisaansluitingen zijn aangesloten. Voor de volgende soorten kabels en leidingen is specifiek vastgesteld wat als transportkabel of –leiding wordt gedefinieerd: soort kabel of leiding definitie transportfunctie elektriciteitskabels kabels met een nominale spanning van 50 kV en hoger gasleidingen leidingen met een nominale druk van 1 bar en hoger waterleidingen leidingen met een nominale diameter van 300 mm en groter warmte- en leidingen met een nominale diameter van 300 mm en koudeleidingen groter 4.5.2. Inspanningsverplichting 1. De gemeente en de kabel- en leidingbeheerder(s) spannen zich gezamenlijk in teneinde gedwongen verleggingen zo veel mogelijk te voorkomen door het zoeken naar reële alternatieven. 2. De gemeente en de kabel- en leidingbeheerder(s) spannen zich gezamenlijk in teneinde de (maatschappelijke) kosten van gedwongen verleggingen zoveel mogelijk
30
te beperken middels uitvoeringswijze en planning, bijvoorbeeld door rekening te houden met het stookseizoen. 3. Voor stedenbouwkundige en grote infrastructurele plannen vindt deze afstemming plaats in het Planvormingsoverleg, gedurende fase 1 en 2 van het Plaberum of PBI. De afspraken over de kostenverdeling van verleggingen worden uiterlijk in fase 3 gemaakt. De gemaakte afspraken en de kosten van benodigde verleggingen worden door de initiatiefnemer in het fase 3 vastgelegd. 4. Voor overige projecten vindt de afstemming plaats tijdens het opstellen van de wenstracé. 4.5.3. Kostenvergoeding 1. De gemeente vergoedt voor gedwongen verleggingen van distributiekabel- en leidinginfrastructuur aan de kabel- en leidingbeheerder een percentage van de werkelijk gemaakte kosten overeenkomstig onderstaande tabel. leeftijd kabel/leiding 1-5 6 7 8 9 10 11 12 13 in jaren vergoeding door 100% 90% 81% 72% 63% 54% 45% 36% 27% gemeente
14
15
>15
18%
9%
0%
2. De gemeente vergoedt voor gedwongen verleggingen van transportkabels en -leidingen aan de kabel- en leidingbeheerder een percentage van de werkelijk gemaakte kosten overeenkomstig onderstaande tabel. leeftijd kabel/leiding in 1-10 11 12 13 14 15 jaren vergoeding door 100% 95% 90% 85% 80% 75% gemeente
16
17
70%
65%
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
>29
60%
55%
50%
45%
40%
35%
30%
25%
20%
15%
10%
5%
0%
3. De leeftijd van de kabel- en leidinginfrastructuur wordt gerekend vanaf de datum waarop de vergunning tot leggen en/of plaatsen van de kabel- en leidinginfrastructuur in werking is getreden. 4. Indien een vergunning ontbreekt, wordt de leeftijd gerekend vanaf de datum waarop het leggen en/of plaatsen volgens de (veldwerk)registratie van de kabel- en leidingbeheerder is voltooid. 5. Indien de kabel- en leidingbeheerder niet kan aantonen op welke datum vergunning werd verleend, dan wel op welke datum het leggen en/of plaatsen is voltooid, wordt er voor de toepassing van deze verlegregeling van uitgegaan dat de betreffende kabelen leidinginfrastructuur ouder is dan 15 jaar, dan wel 30 jaar of ouder is indien het transportkabels- en leidingen betreft. 6. In afwijking van het onder 1 en 2 van deze paragraaf bepaalde is geen vergoeding verschuldigd indien in de voor de aanleg van de kabel- en leidinginfrastructuur verleende vergunning expliciet vermeld wordt dat binnen de termijn van 15 jaar, of 30 jaar indien het transportkabels- en leidingen betreft, verlegging ervan wordt voorzien, waarbij deze te verwachten verlegging duidelijk en niet uitsluitend in algemene termen dient te zijn omschreven. 7. In afwijking van het onder 1 en 2 van deze paragraaf bepaalde vergoedt de gemeente 100% van de werkelijk gemaakte kosten indien: a.
de kabel- en leidingbeheerder niet of verwijtbaar te laat door de gemeentelijke planvoorbereider bij het gestelde in paragraaf 4.5.2. onder 3 en 4 is betrokken; 31
b. het gaat om verplaatsing van bovengrondse voorzieningen, zoals trafostations, gasregelstations en warmte-/koude-overdrachtstations, waarvoor een recht van opstal is verleend; c. het gaat om verplaatsing van kabels en leidingen die als rechtstreeks gevolg van de onder sub b. genoemde verplaatsing noodzakelijkerwijze dienen te worden verlegd; d. het gaat om gedwongen verleggingen die uitsluitend worden veroorzaakt door particuliere initiatieven waarbij geen gemeentelijk belang aan de orde is en waarbij de gemeente, indien en voor zover dat in haar macht lag, heeft nagelaten aan de kabel- en leidingbeheerder een zakelijk recht te verlenen dan wel de betreffende particulier te verplichten de verlegging of verplaatsing aan de kabelen leidingbeheerder te vergoeden. Voorbeelden van bedoelde particuliere initiatieven zijn het aanbrengen van een lift aan een bestaand gebouw, het veranderen van gevels, kleine rooilijnoverschrijdingen, het uitgeven van kleine stukjes (snipper)groen en dergelijke. e. het gaat om in het kader van de gedwongen verlegging gemaakte herbestratingskosten. In de meeste gevallen waarbij sprake is van gedwongen verleggingen gaat het om zogenaamde ‘gecombineerde werken’ waarbij de gemeente zelf zorg draagt voor herbestrating en dus zelf de kosten daarvan voor haar rekening neemt. 8.
Uitgangspunt bij de hiervoor onder 7 sub b, c en d bedoelde vergoeding door de gemeente is dat verplaatsing en verlegging van gelijkwaardige kabel- en leidinginfrastructuur plaatsvindt. a. Indien sprake is van een capaciteitstoename en/of andere kwantificeerbare voordelen wordt daarvoor een in redelijkheid tussen partijen vast te stellen bedrag in mindering gebracht op de vergoeding door de gemeente. b. Indien sprake is van een aantoonbare, niet gewenste, capaciteitsafname of van een aantoonbare, kwantificeerbare kwaliteitsvermindering zal naast de vergoeding een in redelijkheid tussen partijen vast te stellen bedrag worden vergoed. 9. Indien vanwege de gemeentelijke werkzaamheden sprake is van meerdere (tijdelijke) verleggingen van dezelfde kabel- en leidinginfrastructuur, is op de eerste tijdelijke verlegging deze verlegregeling van toepassing en komen de kosten van de overige verleggingen ten laste van de gemeente, tenzij hierover tijdens de planvormings- of voorbereidingscoördinatie tussen de gemeente en de kabel- en leidingbeheerder andere afspraken zijn gemaakt. 10. Het hiervoor onder 9 bepaalde geldt niet indien het gaat om: c.
werkzaamheden aan kunstwerken, zoals bruggen, waarin de kabel- en leidinginfrastructuur is verwerkt en waarbij de uitvoeringswijze onherroepelijk met zich meebrengt dat de kabel- en leidinginfrastructuur tijdelijk buiten het kunstwerk moet worden gebracht en hiervoor geen ander definitief tracé beschikbaar is. d. werkzaamheden aan de riolering in straten en stegen die dusdanig smal zijn dat de riolering en de overige kabel- en leidinginfrastructuur gedwongen zodanig dicht bij elkaar liggen dat tijdelijke verlegging van de overige kabel- en leidinginfrastructuur tijdens de uitvoering onherroepelijk is. In deze gevallen worden de totale verlegkosten van alle benodigde tijdelijke verleggingen vergoed op grond van de leeftijd van de oorspronkelijke kabel- en leidinginfrastructuur, volgens de hiervoor onder 1 en 2 weergegeven tabellen. 4.5.4. Werkelijk gemaakte kosten 1. Werkelijk gemaakte kosten bestaan uit de volgende posten: materiaalkosten; 32
2.
3.
4.
5.
kosten van het uit en in bedrijf stellen; kosten van ontwerp en begeleiding; uitvoeringskosten. Onder materiaalkosten wordt verstaan kosten van bedrijfseigen materialen die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de functie van de te verleggen kabel- en leidinginfrastructuur. Hieronder wordt in elk geval verstaan de kosten van kabel- en/of leidingcomponenten, kosten van werkbouwkundige en civieltechnische materialen, alsmede kosten van bouwmaterialen bestemd voor gebouwen waarin delen van kabel- en leidingsystemen worden ondergebracht. Onder kosten van uit en in bedrijf stellen wordt verstaan: kosten van het spanning- of produktloos maken van de kabel- en leidinginfrastructuur alsmede de kosten van het weer in bedrijf stellen hiervan; kosten samenhangend met tijdelijke voorzieningen van operationele aard. Tijdelijke voorzieningen van operationele aard zijn voorzieningen die benodigd zijn om de levering tijdens de uitvoering van een verlegging te waarborgen. Onder kosten van ontwerp en begeleiding wordt verstaan kosten van: onderzoek; voorontwerp; definitief ontwerp; bestek; aanbesteding en gunning; detaillering ten behoeve van de uitvoering; directievoering; oplevering; onderhoud- en garantietermijn.
Onder uitvoeringskosten wordt verstaan: kosten van civieltechnische, bouwkundige en installatietechnische werkzaamheden (zoals werkputten en ondersteuningen); kosten samenhangend met de uitvoering van het verwijderen van ten gevolge van de gedwongen verlegging verlaten kabel- en leidinginfrastructuur. De ter plaatse vrijgekomen materialen zijn c.q. worden eigendom van de leidingbeheerder; kosten van constructieve en bijzondere voorzieningen die nodig zijn in verband met de aanraking van het infrastructuurwerk (zoals overkluizingen en mantelbuizen). vergunningaanvraag, CAR verzekering.
4.5.5. Procedure 1. De gemeente meldt voorgenomen gemeentelijke werkzaamheden, duidelijk omschreven en voorzien van duidelijke tekeningen, in een zo vroeg mogelijk stadium bij het Coördinatiestelsel en voert tijdig overleg over de consequenties met betrekking tot gedwongen verleggingen en eventuele alternatieven. 2. Het aanmelden van werkzaamheden en het overleg gebeurt conform de procedures beschreven in hoofdstuk 3 (coördinatieproces). 3. Ten behoeve van het wenstracé overleg geeft de kabel- en leidingbeheerder de gemeente goed inzicht in de ligginggegevens van de kabel- en leidinginfrastructuur. 4. Gedurende het wenstracé-overleg geeft de kabel- en leidingbeheerder aan de gemeente op basis van het gekozen alternatief een inschatting van de te verwachten werkelijke kosten van gedwongen verleggingen, zodanig dat de gemeente de te verwachten vergoeding voor de gedwongen verleggingen kan meenemen in de planvorming, (bestuurlijke) besluitvorming en voorbereiding van de gemeentelijke werkzaamheden. 5. Bij deze kosteninschatting worden vermeld: het type kabel- en leidinginfrastructuur; 33
de leeftijd van de kabel- en leidinginfrastructuur; de conform paragraaf 4.5.4. onderbouwde begrote/geraamde werkelijke kosten van de gedwongen verleggingen per type kabel- en leidinginfrastructuur (distributie, transport, gebouwde voorzieningen). 6. Voor gemeentelijke werkzaamheden ten gevolge van stedebouwkundige plannen en/of ten behoeve van het bouwrijp maken van gronden en voor grote infrastructurele werkzaamheden geldt dat het overleg begint in het Planvormingsoverleg. 7. Voor overige werkzaamheden geldt dat het overleg begint bij het wenstracé-overleg. 8. Voor alle gedwongen verleggingen geldt dat de wenstracéprocedure, zie hoofdstuk 3 (coördinatieproces), wordt gebruikt voor het definitief vaststellen van de benodigde gedwongen verleggingen en van het nieuwe tracé na de gedwongen verlegging. 9. Voorafgaand aan de vaststelling van het Tracé-akkoord wordt tussen de gemeente en de kabel- en leidingbeheerder op basis van deze verlegregeling de begrote/geraamde kosten van de gedwongen verlegging en de mate van vergoeding hiervan door de gemeente vastgesteld. 10. Het vaststellen van het Tracé-akkoord door de gemeente aan de kabel- en leidingbeheerder geldt als formeel verzoek tot verlegging. 11.
Indien de gemeente (een deel van) de gedwongen verlegging vergoedt, verstuurt de kabel- en leidingbeheerder naar aanleiding van het definitief tracé-akkoord de definitieve, conform paragraaf 4.5.4. onderbouwde kostenopgave aan de gemeente, waarna de gemeente hiervoor een betalingsopdracht verstrekt. 12. Eventuele significante meerkosten komen slechts in aanmerking voor een vergoeding door de gemeente indien deze voordat ze zijn gemaakt door de kabel- en leidingbeheerder, aan de gemeente zijn gemeld en de gemeente hiermee schriftelijk akkoord is gegaan. 13. Facturering en betaling vinden plaats middels de bij partijen algemeen gebruikelijke wijze. 4.5.6. Geschillen over de kostenvergoeding 1. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over de vergoeding door de gemeente dan kan aan Stadsregie worden verzocht hierover een advies te geven conform hoofdstuk 3, paragraaf 3.10 2. Indien het advies van Stadsregie niet leidt tot overeenstemming over de vergoeding door de gemeente, dan neemt het college van burgemeester en wethouders hierover een besluit. 3. Een geschil over de door de gemeente te betalen vergoeding zal in geen geval mogen leiden tot vertraging van werkzaamheden.
De gemeente zal in die gevallen waarin nog geen overeenstemming is over de vergoeding door de gemeente en waarin B&W nog geen besluit hieromtrent hebben genomen, op voorlopige basis 50% van de door de kabel- en leidingbeheerder schriftelijk onderbouwde kosten, waarop de kabel- en leidingbeheerder op basis van deze verlegregeling recht meent te hebben, aan de kabel- en leidingbeheerder vergoeden. Na het besluit door B&W, of indien van toepassing, na afhandeling van het bezwaar en beroep hiertegen, vindt de definitieve verrekening plaats tussen de gemeente en de kabel- en leidingbeheerder.
34
Artikel A De oude regeling Nadere Regels WIOR (2009) wordt ingetrokken zodra de nieuwe regeling Nadere Regels WIOR (2021) in werking treden. Artikel B Deze regeling treedt in werking met ingang van 8 april 2021. Artikel C Deze regeling wordt aangehaald als Nadere Regels WIOR (2021). Aldus vastgesteld in de vergadering van 23 februari 2021. De burgemeester Femke Halsema De gemeentesecretaris Peter Teesink
Toelichting op de regeling Nadere Regels WIOR Doel van de verordening WIOR De WIOR reguleert alle werkzaamheden aan de infrastructuur in de openbare ruimte: . • werkzaamheden worden geprogrammeerd • werkzaamheden zoveel mogelijk worden gecombineerd. • de ligging van kabels en leidingnetwerken (incl de bovengrondse kasten) wordt bepaald. • maatregelen worden voorgeschreven om overlast voor de omgeving te beperken. • Het maaiveld na afloop van de werkzaamheden weer wordt hersteld Doel van de Nadere Regels WIOR Aan de verordening zijn Nadere Regels verbonden. Op hoofdlijnen zijn in de Nadere Regels de volgende onderwerpen opgenomen: • Algemene uitvoeringsvoorschriften. Deze hebben betrekking op de wijze waarop werkzaamheden in de openbare ruimte plaatsvinden, op het herstel van de openbare ruimte (herstraten) en op de totstandkoming van kabel- en leidingentracés. • WIOR-proces. Hierin zijn de indieningsvereisten voor het verkrijgen van vergunning en instemmingsbesluit opgenomen en het proces en de rollen, taken en verantwoordelijkheden vastgelegd waarmee de regie en de coördinatie tot stand komt. Tevens zijn vastgelegd de overlegorganen en een beschrijving van het coördinatieproces per type werkzaamheden. • Financiële Regelingen.
Hierin zijn vastgelegd de kostenverdeling van de projectkosten bij gezamenlijke (gecombineerde) werkzaamheden en de kosten ten gevolge van vuile grond bij gecombineerde werkzaamheden. Ook de berekeningssystematiek voor het herstraattarief en de verlegregeling kabels en leidingen zijn vastgelegd.
35