Beke_Fietsdiefstal_in_Nederland.pdf
Tekst van het document
Preventieve maatregelen Aan alle fietseigenaren14 is gevraagd welke preventieve maatregelen zij zelf treffen om fietsdiefstal te voorkomen (zie tabel 6.1). Hieruit blijkt dat de meeste respondenten nadenken over de plaats waar ze hun fiets neerzetten. Ook geeft de meerderheid van de fietseigenaren geld uit aan een goed (extra) slot en wordt de fiets buiten ergens aan vastgezet. Als de mogelijkheid er is, geeft drie kwart van de respondenten aan de fiets binnen te stallen. Ongeveer de helft hiervan is bereid om te betalen voor het stallen van de fiets. Het door de fietsverkoper laten informeren over diefstalpreventie is een maatregel die slechts 30 procent van de respondenten neemt. Mogelijk is dit percentage aan de lage kant omdat een fiets ook tweedehands kan worden gekocht (bijvoorbeeld via Marktplaats). De fietsverkoper is dan geen specialist, maar vaak een medeburger. Een andere maatregel die door een klein aandeel van de respondenten wordt genomen, is het meenemen van de accu van de elektrische fiets.15
Aanpak van fietsdiefstal 93
Tabel 6.1 – preventieve maatregelen fietsdiefstal (n=2.384) n
%
Ik denk na over waar ik mijn fiets neerzet
2180
91%
Ik geef geld uit voor een goed extra slot of goede extra sloten op mijn fiets
1986
83%
Als het kan, zet ik mijn fiets buiten ergens aan vast
1940
81%
Als het kan, stal ik mijn fiets binnen
1830
77%
Ook als ik mijn fiets thuis (tuin, schuur) binnen heb staan, zet ik deze op slot
1509
63%
Ik bewaar de kenmerken (zoals het framenummer) van mijn fiets
1204
51%
Ik betaal graag iets voor het stallen van mijn fiets
900
38%
Ik laat mij door de fietsverkoper informeren over diefstalpreventie
723
30%
Ik neem de accu altijd mee om diefstal te voorkomen
463
19%
De genoemde preventieve maatregelen zijn bij elkaar opgeteld om een somscore aan te maken. Aan de hand van deze somscore is met multivariate analyses16 gekeken of fietseigenaren met bepaalde achtergrondkenmerken (bijvoorbeeld naar leeftijd, geslacht, verstedelijking of dagelijkse bezigheid) meer of juist minder preventieve maatregelen nemen om fietsdiefstal te voorkomen. Uit de multivariate analyse (zie tabel 6.2) blijkt ten eerste dat significante verschillen optreden binnen de leeftijdscategorieën van fietseigenaren en zijn of haar geslacht. Wat betreft leeftijd geldt dat oudere fietseigenaren meer preventieve maatregelen nemen dan jongere fietseigenaren. Verder blijkt dat mannen aantoonbaar minder preventieve maatregelen nemen in vergelijking met vrouwen. Wanneer we naar de kenmerken van de fiets kijken, is onder andere te zien dat fietseigenaren met een duurdere fiets ook meerdere preventieve maatregelen nemen dan fietseigenaren met een goedkope fiets (minder dan 100 euro). Ook neemt het aantal preventieve maatregelen toe als de fietseigenaren een elektrische fiets of fiets met fietsverzekering hebben.17
94 Fietsdiefstal in Nederland
Tabel 6.2 – regressiemodel preventieve maatregelen fietsdiefstal (n=2.384) B-coëfficiënt
Standaardfout
Constante
4,189*
0,247
Leeftijd
0,009*
0,004
-0,249*
0,089
Gemeente in G4
0,003
0,106
Gemeente in G25
0,203
0,125
Geslacht Vrouw (referentie) Man Verstedelijking
Andere gemeente (referentie) Dagelijkse bezigheid Werk (referentie) Studie
-0,209
0,125
Met pensioen
0,011
0,190
Werkloos
0,037
0,224
Andere dagelijkse bezigheid
-0,496*
0,228
€ 100 tot € 500
0,482*
0,170
€ 500 tot € 1.000
0,849*
0,181
€ 1.000 tot € 2.000
1,409*
0,203
€ 2.000 of meer
1,202*
0,237
Elektrische fiets
0,456*
0,168
Fietsverzekering
0,600*
0,125
R-kwadraat
0,245
Winkelprijs fiets Minder dan € 100 (referentie)
* p < .05
Aangifte doen Slachtoffers van fietsdiefstal kunnen hiervan aangifte doen bij de politie. In de survey is hier ook aandacht aan besteed, met name door vragen te stellen over hoe zij de aangifte ervaren hebben. In totaal hebben 1.427 respondenten aangegeven of zij aangifte hebben gedaan nadat hun fiets werd gestolen. Ruim de helft van de slachtoffers (56 procent) deed aangifte. De meeste slachtoffers deden online aangifte (85 procent), terwijl de rest hiervoor naar het politiebureau gingen (15 procent). De meerderheid van de slachtoffers (57 procent) vond het doen van aangifte makkelijk, terwijl ongeveer een tiende (9 procent) de aangifte moeilijk
Aanpak van fietsdiefstal 95
vond. Ongeveer een kwart (24 procent) van de slachtoffers die aangifte op het politiebureau deden, vonden de aangifte moeilijk. Voor de slachtoffers die online aangifte deden, was dit slechts zeven procent.18 Slechts zes procent van de slachtoffers vond de aangifte onduidelijk. Hierbij worden geen (significante) verschillen gevonden tussen slachtoffers die op het politiebureau aangifte deden en slachtoffers die online aangifte deden. Bijna zestig procent (59 procent) vond dat de aangifte snel ging, terwijl elf procent aangaf dat de aangifte (te) lang duurde. Van de slachtoffers die op het politiebureau aangifte deden, vond 41 procent de aangifte snel gaan. Voor slachtoffers die online aangifte deden, was dit aandeel groter: 62 procent.19 Ook is aan slachtoffers gevraagd waarom aangifte is gedaan. Het merendeel van de slachtoffers geeft aan dat ze het doen van aangifte belangrijk vinden of willen dat de dader gepakt wordt. In iets mindere mate wordt aangegeven dat aangifte een voorwaarde van de verzekering is (zie tabel 6.3). Slachtoffers die een andere reden voor aangifte hebben, geven bijvoorbeeld aan dat ze dit doen in de hoop dat de politie hun fiets nog terug kan vinden of omdat de fiets dan als ‘gestolen’ staat geregistreerd bij de politie. Tabel 6.3 – Reden van aangifte fietsdiefstal (n=798) n
%
Omdat ik het doen van aangifte belangrijk vind
549
69%
Omdat ik wil dat de dader gepakt wordt
506
63%
Omdat dit een voorwaarde van mijn verzekeraar is
275
34%
Een andere reden
66
8%
Van de slachtoffers die geen aangifte doen, is 71 procent van mening dat dit geen zin heeft. Daarnaast geldt voor ongeveer de helft van de slachtoffers dat zij geen aangifte deden omdat zij de kenmerken van hun fiets niet hadden. Ruim een kwart deed geen aangifte omdat de waarde van de fiets te laag was. Sommigen geven aan dat het te veel moeite kost om aangifte te doen (zie tabel 6.4). Andere redenen om geen aangifte te doen, zijn bijvoorbeeld omdat de fiets tweedehands gekocht is waardoor respondenten weinig waarde aan de fiets hechten, en een gebrek aan vertrouwen in de politie. Een slachtoffer geeft aan dat ‘de agent waarbij ik mijn aangifte wilde doen mijn aangifte niet eens wilde opnemen: ‘risico van in een stad wonen’. Heb alleen gemeld dat ik het belachelijk vond en dat ze hiermee zo de ‘criminaliteitscijfers’ kunstmatig laag houden.
96 Fietsdiefstal in Nederland
Tabel 6.4 – Reden van geen aangifte doen van fietsdiefstal (n=618) Reden
n
%
Aangifte doen geen zin heeft
441
71%
Ik had de kenmerken van mijn fiets (framenummer) niet
300
49%
De waarde van mijn fiets was te laag
174
28%
Het kost te veel moeite om online aangifte te doen
100
16%
Het kost te veel moeite om op het politiebureau aangifte te doen
48
8%
Een andere reden
42
7%
Aan de slachtoffers die aangifte hebben gedaan, is gevraagd deze aangifte te beoordelen: zowel voor de opname als voor de afhandeling van de aangifte is gevraagd een beoordeling van 1 (slecht) tot 10 (uitstekend) te geven. De opname van de aangifte wordt als matig beoordeeld met een gemiddelde van 5,7. Voor de opname geldt dat slachtoffers regelmatig aangeven dat de politie begripvol en behulpzaam was tijdens de aangifte. Wel is regelmatig aangegeven dat er geen actie wordt ondernomen door de politie naar aanleiding van de aangifte. Een van de slachtoffers zegt het volgende over de aangifte: ‘Digitale aangifte is onpersoonlijk, maar gaat wel sneller. Ik ben twee keer op verschillende politiebureaus geweest. De laatste keer was er vriendelijk contact met een politievrouw, voor haar alle lof. De eerste keer was op een bureau waar de politieman de enige aanwezige mens in heel het bureau was, hij was weliswaar welwillend maar had weinig tijd.’ De gemiddelde beoordeling van afhandeling van de aangifte is een 4, en daarmee fors onvoldoende. Slachtoffers hebben hun beoordeling ook kunnen toelichten. In de meeste gevallen komt het erop neer dat de politie na de aangifte geen actie heeft ondernomen. Hierbij geven veel slachtoffers aan dat de politie niet eens terugkoppeling geeft met betrekking tot de aangifte.
Een slachtoffer geeft het volgende aan: ‘Kort na de aangifte kreeg ik een e-mail (niet persoonlijk maar geautomatiseerd) met hierin een afloopbericht. Daaruit bleek duidelijk dat de politie niet actief met de aangifte aan de slag zou gaan.’ In aanvullende analyses20 is gekeken of bepaalde groepen slachtoffers de aangifte beter of juist slechter beoordelen. Hieruit blijkt dat voor de beoordeling van de opname geldt dat mensen zonder werk de opname van de aangifte negatiever beoordelen in vergelijking met slachtoffers die werken. Een andere uitkomst is dat slachtoffers die hun fiets verzekerd hadden tegen diefstal de politie positiever beoordeelden. Voor de afhandeling van de aangifte is in aanvullende analyses een effect gevonden voor geslacht: mannen beoordelen de afhandeling hiervan
Aanpak van fietsdiefstal 97
negatiever dan vrouwen. Daarnaast beoordeelden slachtoffers die verzekerd zijn tegen fietsdiefstal de afhandeling van de aangifte positiever. Verder is in aanvullende analyses21 gekeken naar de belangrijkste factoren voor het doen van aangifte. Hierbij is gekeken naar leeftijd en geslacht van slachtoffers, de winkelprijs van een fiets en of het een elektrische fiets is (model 1). In een tweede model is hier aan toegevoegd of men verzekerd is. Uit het eerste model (model 1) blijkt dat vrouwen vaker aangifte van fietsdiefstal doen in vergelijking met mannen en dat slachtoffers uit de G4 minder vaak aangifte doen. Daarnaast zijn het met name slachtoffers met relatief dure fietsen die aangifte doen, of die een elektrische fiets hebben. Uit model 2 blijkt dat de invloed van de meeste factoren nagenoeg gelijk is. Alleen blijkt de extra toegevoegde factor ‘fietsverzekering’ de grootste voorspellende waarde voor het doen van aangifte.
Aanpaksuggesties respondenten In totaal zijn door de respondenten (lees: met name slachtoffers van fietsdiefstal in de survey) 544 suggesties gedaan. Hieronder staan de suggesties vermeld die door minimaal twaalf respondenten zijn gegeven.22 Tabel 6.5: Door respondenten gegeven aanpaksuggesties (in aantallen en procenten) Aanpaksuggesties
n
%
Bewaakte stallingen plaatsen
59
10,8
Camera’s plaatsen
57
10,5
Zwaarder straffen
41
7,5
Fietsrekken plaatsen
39
7,2
Prioriteit/meer inzet politie
33
6,1
GPS-tracker gebruiken
28
5,1
Fietsen chippen
27
5,0
Surveilleren politie
24
4,4
Dubbel slot gebruiken
23
4,2
Aangifteproces verbeteren
18
3,3
Focus op helingpraktijken
16
2,9
Fietscontroles
12
2,2
Op veilige plek stallen
12
2,2
98 Fietsdiefstal in Nederland
Wat in het algemeen opvalt, is dat de respondenten in de survey niet zozeer hun eigen rol belichten als het gaat om suggesties tegen fietsdiefstal. Deze eigen rol komt vooral terug in het gebruik van een dubbel slot en het op een veilige plek stallen van de fiets. In hoofdzaak hebben de suggesties betrekking op het faciliteren van veilige stallingen, het uitbreiden van toezicht en handhaving, het versterken van het aangifte-, opsporings- en vervolgingsproces en het inzetten van technische hulpmiddelen.
6.3 Informatie uit data op geaggregeerd niveau De mate waarin een geregistreerde fietsdiefstal wordt opgehelderd, is laag. Conform de meest recente cijfers van het CBS zijn er in 2018 van de ruim 68.000 geregistreerde fietsdiefstallen slechts 2.500 opgehelderd (3,7 procent). Om dit percentage te verhogen, is de database Stopheling een hulpmiddel. Aan de database Stopheling, die veel wordt gebruikt door fietsdepots, is het Digitaal Opkopers Register (DOR) gekoppeld. Het is een middel dat opkopers faciliteert bij het registreren van de gebruikte en ongeregelde goederen die zij aankopen. Bij de registratie moeten vier aspecten worden bijgehouden: 1) de datum van verkrijgen van het goed, 2) een zo specifiek mogelijke omschrijving van het goed, 3) de prijs en 4) de naam en het adres van de aanbieder van het goed. Het DOR biedt hiermee de mogelijkheid aan de database Stopheling om automatisch te controleren of een goed als gestolen geregistreerd staat, bijvoorbeeld aan de hand van een serienummer. Indien dit het geval is, is er een match en krijgt de politie hier melding van.23 Een match wordt ook wel een full hit genoemd. In figuur 6.3 staan het aantal full hits naar politie-eenheden over de jaren 2017 tot en met 2019 weergegeven.
Aanpak van fietsdiefstal 99
Figuur 6.3: De full-hits in Stopheling binnen de verschillende politie-eenheden 1833
EENHEID Noord-Nederland Oost-Nederland Midden-Nederland Noord-Holland Amsterdam Den Haag Rotterdam Zeeland-West-Brabant Oost-Brabant Limburg
176 130 82 52
46
37
317 414 1231 178 255
Totaal 2019
103
299
Totaal 2018 Totaal 2017
175
144 107
53
82 42 164 164
38
91
115 75 44
65
511
16
50
31 30
Totaal landelijk
Kijkend naar de afzonderlijke politie-eenheden blijkt de politie-eenheid Den Haag de meeste full hits te hebben in 2019, gevolgd door de politie-eenheden Amsterdam, Oost-Nederland en Rotterdam. De minste full-hits zijn voor de politie-eenheden Noord-Holland en Limburg. De jaarlijkse alomvattende cijfers laten zien dat het aantal full hits in 2019 sterk is gedaald ten opzichte van 2018, nadat in 2018 een verdrievoudiging heeft plaatsgevonden ten opzichte van 2017. Enkel in de politie-eenheid Rotterdam blijkt het aantal full hits in 2019 hetzelfde te zijn gebleven. De oorzaak van deze daling is onbekend, maar een aan-
100 Fietsdiefstal in Nederland