Beheer en telrapport Damhert 2020-2021 - Openb
Tekst van het document
Rapportage beheer en telling damherten Beheerperiode 2020-2021
Faunabeheerplan ‘Diersoort’ ‘Periode’
Colofon Auteurs
‘Stichting Faunabeheereenheid NoordHolland’ Postadres Spaarne 17 2011 CD Haarlem Telefoon 023-2100223 E-mail info@fbenoordholland.nl Internet https://fbenoordholland.nl/ Eindredactie
‘Faunabeheereenheid Noord-Holland ‘ Fotografen/afbeeldingen
Kaft: shutterstock, Menno Scheafer
Faunabeheerplan ‘Diersoort’ ‘Periode’
Inhoudsopgave Inhoudsopgave.................................................................................................................................................... 1 1
Inleiding ......................................................................................................................................................... 2 Faunabeheerplan damherten...............................................................................................................................2 Provinciale opdrachten ter voorkoming van onnodig lijden ...................................................................2 Gehanteerde begrippen en definities............................................................................................................3 Gegevensbronnen ..............................................................................................................................................3
2
De populatie en het plangebied .............................................................................................................. 4 De populatie ....................................................................................................................................................... 4 Het plangebied .................................................................................................................................................. 4
3
Resultaten beheerjaar 2020-2021 ............................................................................................................ 6 Ervaringen uitvoering beheerseizoen 2020-2021. ......................................................................................6 Uitvoering beheer...............................................................................................................................................6 Jaarrond optreden in de bufferzone en nulstandsgebied........................................................................ 7 Tendens afschotcijfers .......................................................................................................................................9
4
Valwild ........................................................................................................................................................... 11
5
De populatieontwikkeling ........................................................................................................................ 13 De telmethode .................................................................................................................................................. 13 Resultaten ........................................................................................................................................................... 14 Tendens populatieontwikkeling .................................................................................................................... 15 Effect op de wettelijke belangen .................................................................................................................. 18
6
Aanbevelingen komend beheerseizoen ............................................................................................... 21 Populatiebeheer: de doelstand zo snel mogelijk bereiken. .................................................................. 22 Voortzetting beheer bufferzone en buiten leefgebied .......................................................................... 23
7
Conclusies ................................................................................................................................................... 24
Bijlage 1 .............................................................................................................................................................. 25 Valwild en planmatig geschoten damherten per provincie en beheerzones................................................. 25
Rapportage beheer damherten 2020-2021
1
1
Inleiding Faunabeheerplan damherten
Het beheer van de populatie damherten in Noord- en Zuid-Holland is in de afgelopen jaren uitgevoerd volgens het faunabeheerplan Damherten in het Noord- en Zuid-Hollandse duingebied 2016 – 2020. De geldigheid van dit beheerplan is bij besluit van Gedeputeerde Staten (GS) in Noord-Holland verlengd tot uiterlijk 1 november 2021 of tot het nieuwe het nieuwe beheerplan ingaat. In Zuid-Holland heeft deze verlenging niet plaatsgevonden. Daarom heeft na het aflopen van de voorgaande ontheffing eind 2020 in dit deel van het plangebied geen beheer in het leefgebied (inclusief bufferzone kunnen plaatsvinden). Inmiddels is een nieuw beheerplan voor de periode 20212016 goedgekeurd door GS van zowel Noord- als Zuid-Holland. Het populatiebeheer is onderdeel van een in het beheerplan beschreven samenhangend pakket aan maatregelen om de schade aan flora en fauna, het verkeer en landbouwgewassen terug te brengen tot een aanvaardbaar niveau en daarbij tegelijkertijd het duurzaam voortbestaan van de populatie te garanderen. Het doel van het populatiebeheer is om de populatie damherten tijdens de looptijd van het huidige faunabeheerplan terug te brengen naar 800 tot 1000 getelde damherten, waarvan 600-800 in het leefgebied AWDBN en circa 200 in het NPZK. Buiten het leefgebied wordt een nulstand nagestreefd.
Het beheerjaar loopt van 1 april tot en met 31 maart; de periode tussen de jaarlijkse tellingen. In de bufferzones en de nulstandsgebieden wordt jaarrond opgetreden bij dreigende schade, binnen de leefgebieden wordt beheer uitgevoerd tussen 1 november en 31 maart conform de in Noord-Holland afgegeven ontheffing1. Na afloop van ieder beheerjaar wordt de voortgang van het beheer gerapporteerd en geëvalueerd. Daarbij wordt gekeken naar resultaten van het uitgevoerde afschot, het aantal door andere oorzaken omgekomen damherten (het zogenaamde valwild), waaronder het aantal aanrijdingen met damherten, de getaxeerde landbouwschade en de populatieontwikkeling aan de hand van de jaarlijkse tellingen. Dit beheerrapport bevat de gedetailleerde gegevens van het beheerseizoen 2020 – 2021. Verder wordt ingegaan op de trends vanaf de start van het beheerplan in 2016 zowel wat betreft het beheer, het valwild en de populatieontwikkeling.
Provinciale opdrachten ter voorkoming van onnodig lijden Ter voorkoming van onnodig lijden van damherten geldt in Noord- en Zuid-Holland een provinciale opdracht om zieke en gewonde damherten (en reeën) te doden. We rapporteren hier ook over het in dit kader geschoten dieren. Deze dieren worden gevat onder de noemer ‘valwild’ In Noord-Holland is een opdracht van kracht (Wnb besluit 15, 2019) die het mogelijk maakt om in de gehele provincie, inclusief de bebouwde kom en terreinen die niet voldoen aan de vereisten van een jachtveld, zieke en gewonde damherten (Dama dama) en reeën (Capreolus capreolus) te doden ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren. In Zuid-Holland is een aanwijzing van kracht op grond van de (voormalige) Flora- en faunawet, die overgangsrechtelijk geldt als ‘opdracht’. Deze aanwijzing maakt het mogelijk om in de gehele provincie gedurende het gehele jaar zieke en gewonde damherten en damherten die een acuut gevaar vormen voor de verkeersveiligheid te doden, ook in de bebouwde kom en in velden die niet voldoen aan de jachtveldvereisten (PZH-2010-178900422/ PZH-2011-299830429/ PZH-2011-301880843). 1 In het Zuid-Hollandse deel van het leefgebied is populatiebeheer toegestaan vanaf 1 september. Omdat de
provinciegrens door de AWD loopt is door beheerder Waternet gekozen voor een eenduidige startdatum van 1 november. Gebieden ten zuiden van de AWD zijn aangewezen als bufferzone waar jaarrond gericht ingrijpen is toegestaan.
Rapportage beheer damherten 2020-2021
2
Gehanteerde begrippen en definities Hert: mannelijk damhert van 2 jaar of ouder Hinde: vrouwelijk damhert van 2 jaar of ouder Spitser: mannelijk damhert van 1 jaar oud (in 2e levensjaar) Smaldier: vrouwelijk damhert van 1 jaar oud (in 2e levensjaar) Kalf: damhert in zijn/haar eerste levensjaar Onbekend: damhert niet ingedeeld in een geslachts-levensfase (soms is een van beide wel bekend) Beheer: onder beheer wordt in dit rapport verstaan: Het planmatig en gecoördineerd beheer van damherten door
middel van afschot ter voorkoming van onevenredige schade aan maatschappelijke belangen op basis van het faunabeheerplan. Dit wordt ook wel aangeduid als ‘actief beheer’ als onderscheid van het ‘reactief
beheer’ (het uit het lijden verlossen van damherten). Valwild: alle damherten die door andere redenen dan het planmatig beheer zijn overleden. Daaronder vallen zowel damherten die zijn gestorven of uit hun lijden zijn verlost als gevolg van een aanrijding, of andere oorzaken als damherten die dood zijn gevonden en wellicht een natuurlijke dood zijn gestorven.
Gegevensbronnen De gegevens die in dit rapport gebruikt zijn komen uit de digitale registratiesystemen van FBE Noord-Holland (FRS) en FBE Zuid-Holland (DORA). Eind maart/begin april vinden elk jaar de tellingen plaats van het aantal damherten. Beheerders en tellers hebben momenteel nog tot eind april de mogelijkheid hun gegevens in te voeren en te verifiëren. Dat betekent dat definitieve geverifieerde gegevens voor analyse beschikbaar zijn vanaf begin mei. Op basis van de in de datasets aangegeven coördinaten zijn via een Geografisch InformatieSysteem (GIS) selecties gemaakt voor de in het beheerplan onderscheiden deelgebieden. Gegevens over eventuele schade aan landbouwgewassen zijn afkomstig van BIJ12.
Rapportage beheer damherten 2020-2021
3
2
De populatie en het plangebied De populatie
De populatie damherten in het plangebied leeft vrijwel geheel in de duingebieden Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD), De Blink en Boswachterij Noordwijk (leefgebied AWD-BN) en in het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (leefgebied NPZK); ruwweg het gebied tussen IJmuiden en Noordwijk. De populatie is in leefgebied NPZK in de jaren ’50 gestart met enkele uitgezette dieren. Van daaruit zijn dieren uitgezworven door de regio en in de loop der jaren aangevuld met uit privécollecties losgelaten en/of ontsnapte dieren. Sinds de jaren ’90 is met name in de AWD de populatie snel gaan groeien, doordat daar geen actief beheer plaatsvond. In het NPZK is in de periode vanaf eind jaren 1980 tot 2009 door actief beheer een populatie van 200 dieren nagestreefd, waardoor de populatie nooit het niveau heeft bereikt zoals in de AWD. Tussen 2009 en 2016 heeft ook hier geen beheer van de populatie plaatsgevonden en is ook deze deelpopulatie flink toegenomen. Vanaf 2016 wordt in de leefgebieden populatiebeheer toegepast om de populatie terug te brengen naar de streefstand van in totaal 8001000 dieren te bepalen volgens de methode van de jaarlijkse tellingen. In het buiten het als leefgebied aangewezen gebied is het vóórkomen van damherten ongewenst en wordt een zogenaamde nulstand nagestreefd
Het plangebied Het plangebied ligt tussen IJmuiden en Den Haag en ligt in de provincies Noord- en Zuid-Holland, zie Figuur 1. Het plangebied is opgedeeld in vier deelgebieden (A, B, C en D), die van elkaar zijn gescheiden door bebouwing, infrastructuur of water. Binnen ieder gebied wordt onderscheid gemaakt in een leefgebied voor damherten met daarbinnen een bufferzone. Buiten het leefgebied ligt een zogenaamd nulstandgebied. -
-
Leefgebied: het groen omrande deel van de kaart: het gaat hier om (voornamelijk) duingebied, waarin de
damhertenpopulatie zich kan en mag handhaven. De totale omvang van de vier leefgebieden is 10.248 ha. Bufferzone: oranje vlakken op de kaart. Dit zijn zones in de buitenranden van de leefgebieden waar frequent damherten het leefgebied verlaten en daarbij op autowegen en/of landbouwgronden en/of de bebouwde kom komen. Deze zones horen bij het leefgebied, maar er geldt een ander beheer. In een bufferzone kan de beheerder jaarrond gericht ingrijpen om te voorkomen dat herten het leefgebied verlaten en hierdoor voor schade en overlast zorgen. Het zijn vrijwel alleen mannelijke dieren die dit doen. Nulstandgebied: de zone binnen het plangebied (rode lijn) en buiten het leefgebied (groene lijn). Het gaat hier om (voornamelijk) agrarisch en bebouwd gebied waar het damhert ongewenst is vanwege de schadedreiging. In dit gebied zijn damherten ongewenst (nulstand) en is jaarrond ingrijpen toegestaan om de nulstand te bereiken.
Binnen gebieden A, B, C en D bevinden zich van noord naar zuid onderstaande leefgebieden:
Leefgebied Nationaal Park Zuid-Kennemerland (NPZK)
Het leefgebied NPZK bestaat uit het noordelijkste deel van het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid en bevat het Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Het is een duingebied gelegen tussen IJmuiden en Zandvoort. Het is in beheer bij Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland (PWN), Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, de gemeenten Velsen, Bloemendaal en Zandvoort en een aantal particuliere landgoedeigenaren. Dit leefgebied is circa 3402 ha groot.
Leefgebied Amsterdamse Waterleidingduinen-Boswachterij Noordwijk (AWD-BN)
Het leefgebied AWD-BN bestaat uit het zuidelijkste deel van het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Het is een duingebied tussen Zandvoort en Noordwijk aan Zee en bevat de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD), Het Langeveld, De Blink en Boswachterij Noordwijk. Dit leefgebied ligt voor een deel in Noord-Holland en een deel in Zuid-Holland. De AWD en het grootste deel van De Blink zijn eigendom van de gemeente Amsterdam en in beheer bij Waternet. Het Langeveld en een deel van De Blink worden beheerd door het Zuid-Hollands Landschap. Rapportage beheer damherten 2020-2021
4
Staatsbosbeheer is de beheerder van Boswachterij Noordwijk en het westelijke deel van De Blink. Alles bij elkaar is het leefgebied circa 4059 ha groot.
Leefgebied Coepelduynen (CPD)
Het leefgebied CPD bestaat uit het Natura 2000-gebied de Coepelduynen, dat zich bevind tussen Noordwijk aan Zee en Katwijk. Het is grotendeels in beheer bij Staatsbosbeheer en het is circa 152 ha groot.
Leefgebied Meijendel en Berkheide (M&B)
Leefgebied M&B bestaat uit het Natura 2000-gebied Meijendel & Berkheide en ligt tussen Katwijk en Den Haag. Het is in beheer bij Dunea en Staatsbosbeheer en het is circa 2635 ha groot.
Figuur 1: het plangebied uit het beheerplan Damherten met de ligging van de deelgebieden, de leefgebieden en de bufferszones daarin.
Rapportage beheer damherten 2020-2021
5
3
Resultaten beheerjaar 2020-2021 Ervaringen uitvoering beheerseizoen 2020-2021.
De landelijke Covid-maatregelen hebben enige invloed gehad op de uitvoering van het beheer. De samenstelling van de beheerteams is soms aangepast omdat deze moesten voldoen aan de coronaregels, maar het grootste effect had wel de enorme toename van het aantal bezoekers. De beheerders zijn daarom soms uitgeweken naar de ochtend- en avondschemer en hebben vaak eerder op de dag moeten stoppen dan in voorgaande seizoenen. In de periode rond kerst (21 december – 3 januari) is, zoals gebruikelijk, geen actief beheer uitgevoerd. Ook in de periode 9 t/m 16 februari is niet beheerd in verband met sneeuwval en vorst. In het Zuid-Hollandse deel van het leefgebied (inclusief de bufferzone) kon na de kerstperiode niet meer worden beheerd door het ontbreken van een geldige ontheffing in deze provincie. Wel kon op grond van de geldende provinciale aanwijzing (zie 1.2) nog worden opgetreden ter voorkoming van ondragelijk lijden of ter voorkoming van acuut gevaar.
Uitvoering beheer. In het beheerjaar 2020-2021 zijn in het hele plangebied 2461 damherten geschoten bij de uitvoering van het beheer, waarvan 166 stuks buiten de aangewezen leefgebieden. In tabel 1 staat het aantal geschoten damherten weergegeven voor de verschillende beheerzones en per geslachtsleeftijdscategorie. In bijlage 1 staan de aantallen uitgesplitst per provincie. Veruit de meeste damherten zijn in de leefgebieden geschoten, bovendien allemaal in de leefgebieden NPZK (deelgebied A) en AWD-BN (deelgebied B). In de leefgebieden Coepelduynen (deelgebied C) en Meijendel-Berkheide (D) komt geen populatie damherten voor maar, met enige regelmaat worden wel damherten aangetroffen (en geschoten) in het aangrenzende nulstandsgebied. Afgelopen beheerjaar zijn hier in totaal 5 damherten geschoten. Tabel 1: aantal geschoten damherten in seizoen 2020-21 conform het beheerplan.
Zone (Provincie)
Hert
Hinde
Kalf
Onbekend
Totaal
Leefgebied (excl. buffer) deelgebied A (NH)
39
178
178
0
395
deelgebied B (NH+ZH)
59
947
714
0
1720
Totaal leefgebied
98
1125
892
0
2115
Leefgebied-Bufferzone deelgebied A (NH)
42
19
23
3
87
deelgebied B (NH+ZH)
95
0
0
0
95
Totaal bufferzone
137
19
23
1
180
Buiten leefgebied deelgebied A (NH)
34
4
1
1
40
deelgebied B (NH+ZH)
120
0
1
0
121
deelgebied C (ZH)
4
0
0
0
4
deelgebied D (ZH)
1
0
0
0
1
Totaal buiten leefgebied
159
4
2
1
166
917
2
2461
Totalen Totaal
Rapportage beheer damherten 2020-2021
394
1148
6
In de leefgebieden inclusief de daarin gelegen bufferzones zijn vooral vrouwelijke damherten en hun kalveren geschoten. Daarmee wordt niet alleen de populatie verkleind, maar ook de groeisnelheid verlaagd. In de bufferzone van het leefgebied zijn in totaal 154 damherten geschoten en buiten het leefgebied nog eens 135. In beide zone’s betroffen het hoofdzakelijk mannelijke damherten. In figuur 2 zijn de categorieën weergegeven van de in de verschillende zones geschoten damherten. In het leefgebied (buiten de bufferzones) was iets meer dan de helft van de geschoten dieren een hinde en 42% kalf. Van de geschoten kalveren was 55% van het mannelijk geslacht. In de bufferzone zijn vooral herten geschoten, hinden en kalveren maakten hier iets minder dan een kwart uit van het totaal. In de bufferzone waren de kalveren voor 67% van het mannelijk geslacht. De buiten het leefgebied geschoten dieren zijn bijna allemaal van het mannelijk geslacht. Het feit dat in de bufferzone en buiten het leefgebied voornamelijk mannelijke damherten zijn geschoten vloeit voort uit het exploratieve gedrag van de mannelijke dieren.
Figuur 2: procentuele verdeling van de in het kader van actief beheer geschoten damherten over de geslachten en leeftijdsfase.
Jaarrond optreden in de bufferzone en nulstandsgebied Om schade aan wettelijke belangen buiten het leefgebied (verkeer en landbouw) te voorkomen, is in de bufferzone en het nulstandsgebied jaarrond opgetreden. Buiten het leefgebied zijn in Noord-Holland 22 damherten geschoten en 113 in Zuid-Holland (zie bijlage 1). In Noord-Holland is dat beduidend minder dan vorig seizoen, maar in Zuid-Holland juist beduidend meer. In deelgebied B werden vorig seizoen nog 73 damherten buiten het leefgebied geschoten en dit jaar 113. Dit kan wellicht worden verklaard doordat na de jaarwisseling geen geldige ontheffing meer bestond voor afschot in het leefgebied ten behoeve van populatiebeheer. Alleen bij dreiging van acuut gevaar nog worden opgetreden op basis van de geldende opdracht in Zuid-Holland. In Figuur 3 is het aantal geschoten damherten in de bufferzone en buiten het leefgebied uitgezet per maand over het afgelopen beheerjaar. Te zien is dat er in het voorjaar en zomer maandelijks een relatief gering aantal dieren is geschoten, maar in de herfst- en winterperiode is dat aantal beduidend hoger. Beheerders geven aan ook in de maanden buiten de periode van actief beheer heel frequent te controleren in de bufferzone, maar dan weinig herten aantreffen die dreigen uit te treden.
Dit strookt deels met het relatief lage aantal geschoten dieren buiten het leefgebied waar, in verband met de directe dreiging van gevaar, heel consequent wordt opgetreden. De meest voor de hand liggende verklaring voor de piek aan afschot in de winterperiode is de zoektocht van een deel van de damherten naar andere voedselbronnen als de grassen en kruiden in het duingebied in hoeveelheid sterk zijn afgenomen en bovendien nog maar weinig voedingswaarde bieden. Bermen, bemeste graslanden maar ook parken en tuinen kunnen dan een aantrekkelijk alternatief vormen. Het zijn over het algemeen de mannelijke Rapportage beheer damherten 2020-2021
7
dieren die dit doen. De hinden met hun kalveren kiezen meer voor de veiligheid van hun bekende leefomgeving. Door consequent beheer in de bufferzone en daarbuiten neemt het aantal dieren hier blijkbaar weer af. In maart is er plotseling een nieuwe piek van dieren buiten het leefgebied. Het vermoeden is dat dit is te verklaren doordat de groei in de tuinen en parken iets eerder op gang komt dan in het duingebied en deze dan (wederom) een aantrekkelijke voedselbron vormen.
Figuur 3: aantal geschoten damherten beheerjaar 2020-21 per maand in de bufferzone en buiten het leefgebied.
In Figuur 4 zijn de aangegeven locaties getoond van geschoten damherten buiten de leefgebieden en in de bufferzones van Noord-Holland. Te zien is dat in Noord-Holland beheer buiten het leefgebied vooral heeft plaatsgevonden langs de randen van het leefgebied NPZK. De damherten in het dorp Zandvoort betreffen allemaal valwild (aanrijdingen of anderszins gewond geraakt), de overige damherten buiten het leefgebied in NoordHolland betreffen zowel valwild als nulstandsbeheer.
Figuur 4: Opgegeven locaties van geschoten damherten in Noord-Holland buiten de leefgebieden (geel) en in de bufferzones (rood) in het beheerjaar 2020/2021
In figuur 5 zijn de locaties weergegeven voor de in de bufferzone en nulstandsgebied geschoten damherten in Zuid-Holland. Op enkele damherten in de nulstandsgebieden van deelgebieden C en D concentreert het beheer zich rondom Boswachterij Noordwijk. Rapportage beheer damherten 2020-2021 8
Figuur 5: Opgegeven locaties van geschoten damherten in Zuid-Holland buiten de leefgebieden (geel) en in de bufferzones (rood) in het beheerjaar 2020/2021
Tendens afschotcijfers In figuur 6 is het afschot per beheerseizoen uitgezet. Hierin is goed te zien dat er in het afgelopen beheerseizoen iets minder damherten zijn geschoten dan vorig seizoen. Dit kan worden geweten aan een korte periode met vorst en sneeuw, de coronamaatregelen en de extra drukte in het duingebied. In Noord-Holland was de ontheffing voor het populatiebeheer sinds begin 2016 van kracht maar als gevolg van nog lopende juridische procedures is het populatiebeheer pas goed op gang gekomen vanaf 1 november in dat jaar. In Zuid-Holland is op grond van het aanwijzingsbesluit al eerder gestart met het beheer van zieke en gewonde damherten en damherten die een acuut gevaar vormen voor de verkeersveiligheid. Tijdens de beheerperiode 2016/2017 en 2017/2018 was het gerealiseerde afschot binnen het leefgebied iets minder hoog dan in de laatste seizoenen als gevolg van weersomstandigheden (bij sneeuw of vorst wordt niet beheerd) en de noodzakelijke inzet op reactief beheer (veel verzwakte dieren).
Rapportage beheer damherten 2020-2021
9
3000 2500 146 2000
274 86
49 169 155
71 203 164
123 141
135 154
1500 1000 500 0
1778
1737
2016/17
2017/18
2082
2271
2093
12
24 121
192
2014/15*
2015/16 leefgebied
leefgeb.-bufferzone
2018/19
2019/20
buiten leefgeb.
onbekend
2020/21
Figuur 6: aantal geschoten damherten per beheerjaar en per beheerzone.
Rapportage beheer damherten 2020-2021
10
4
Valwild
In het kader van de provinciale opdrachten van zowel Noord- als Zuid-Holland wordt jaarrond opgetreden om onnodig lijden van damherten (en reeën) te voorkomen (zie 1.2). In het beheerjaar 2020-21 zijn 81 damherten gemeld als valwild. Een stuk minder dan in voorgaande jaren. Deze daling kan het gevolg zijn van de daling van de populatie, maar boswachters van de terreinbeheerders en leden van het valwildteam vermoeden sterk dat (ook) de avondklok2 die een deel van de tijd van kracht was heeft bijgedragen aan het lagere aantal aanrijdingen. Daarentegen kan de toegenomen drukte in de terreinen weer voor extra onrust hebben gezorgd. Een verklaring blijft dus enigszins speculatief. De precieze oorzaken van het valwild zijn divers van aard en lang niet altijd duidelijk. Voor een deel gaat het om damherten die een natuurlijke dood zijn gestorven. In het afgelopen beheerseizoen was in 39 van de 81 gevallen duidelijk dat het valwild als gevolg van een aanrijding betrof (48%), zie figuur 7. In de overige gevallen was dat meestal niet duidelijk, maar vaak ging het om onnatuurlijke doodsoorzaken, zoals herten die zijn gedood door loslopende honden, zich (al dan niet als gevolg daarvan) hebben verwond aan hekken en verdrinking. Het aantal dieren dat door andere oorzaken dan aanrijdingen is gestorven vertoont een dalende tendens. 400 350
43
300 250 200 312
150 100 50 0
53 21 15 2015/16
2016/17
46
58
65
54
47
42
2017/18
2018/19
2019/20
2020/21
0verig
39
Aanrijding
Figuur 7: vermelde doodsoorzaken van niet door actief beheer gestorven damherten in beheerseizoen 2020-2021.
In dit beheerjaar is het meeste valwild aangetroffen in deelgebied A gevolgd door deelgebied B. In figuur 8 zijn de locaties aangegeven van het aangetroffen valwild uitgesplitst naar doodsoorzaak. Aanrijdingen komen beduidend vaker voor in deelgebied A (rond het NPZK) dan in deelgebied B (rond leefgebied AWD-BN) en zijn daar ook verantwoordelijk voor 64% van het valwild, terwijl dat in deelgebied B nog geen kwart van de gevallen betreft. Om onnodig lijden te voorkomen is binnen de AWD (onderdeel van leefgebied AWD-BN) vooral in de beheerperiode een aantal gewonde of om andere reden in slechte conditie verkerende damherten geschoten.
2 Van 23 januari 2021 t/m 31 maart gold een avondklok vanaf 21:00 uur en tot 21 april gold de avondklok vanaf 22:00 uur.
Rapportage beheer damherten 2020-2021
11
Figuur 8: locaties valwild gesplitst naar doodsoorzaken aanrijding (oranje) en overige oorzaken (groen).
Rapportage beheer damherten 2020-2021
12
5
De populatieontwikkeling De telmethode
Om schade aan de wettelijke belangen flora en fauna, verkeersveiligheid en landbouw tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen is het doel van het populatiebeheer de omvang van de populatie damherten te beperken tot een getelde populatie van 800-1000 damherten, waarvan 600-800 in het leefgebied AWD-BN en circa 200 in leefgebied NPZK. In de leefgebieden Coepelduynen en Meijendel-Berkheide leeft (nog) geen populatie damherten. Om de ontwikkeling van de populatie te monitoren wordt jaarlijks de trend van de populatie damherten vastgesteld. De tellingen zijn deels onderdeel van een reguliere monitoring van de natuurwaarden in de natuurterreinen, en het resultaat is ook toetsend (zijn we op de goede weg) en richtinggevend (hoeveel moet er nog worden geschoten) voor de jaarlijkse beheeropgave bij het beheer van de populatie damherten in de regio. De tellingen worden steeds op dezelfde wijze uitgevoerd, waardoor een betrouwbaar beeld van de populatieontwikkeling ontstaat. Het jaarlijkse getelde aantal moet geïnterpreteerd worden als het op dat moment met zekerheid minimaal aantal aanwezige damherten (ook wel bekend als ‘minimum number alive’). Het werkelijk aantal is groter, maar hoeveel groter is nog niet goed bekend. Waternet verricht in de Amsterdamse Waterleidingduinen wel onderzoek hiernaar. De resultaten zullen overigens alleen inzicht gegeven in de populatie van de AWD.
De tellingen worden gecoördineerd door de Faunabeheereenheden (FBE’s) van Noord- en Zuid-Holland en uitgevoerd door de wildbeheereenheden (WBE’s) en de terreinbeheerorganisaties (TBO’s). De resultaten van damhertentelling in 2021 zijn door de FBE-NH geanalyseerd en vervolgens gepresenteerd in deze rapportage. Drie keer tellen. De telling wordt uitgevoerd conform het Protocol damherten en reetelling Noord- en Zuid-Holland, dat is te vinden op de websites van de FBE’s Noord- en Zuid-Holland. Hier volstaan we met een korte beschrijving van de methode. De tellingen worden uitgevoerd aan het einde van de winter (eind maart, begin april). Een telling bestaat uit drie opeenvolgende telrondes. Er wordt drie keer circa 2,5 uur lang geteld, rond respectievelijk de avond-, ochtend- en avondschemering. De resultaten worden verwerkt per deelgebied zoals beschreven in hoofdstuk 2. Een deelgebied bestaat uit een aantal afzonderlijke telsectoren die elk simultaan door een eigen telploeg worden geteld. Van elke telronde worden de resultaten van de afzonderlijke sectoren opgeteld tot een totaalscore voor de betreffende telronde. Het hoogste resultaat van de drie telrondes wordt gebruikt als getal voor de minimale aanwezige populatie en waarmee een nieuw trendgetal wordt bepaald. Proces Het tellen gebeurt vanuit een auto.
De telploegen bestaan ten minste uit twee tellers, waarvan minimaal één teller ervaring heeft met herkennen van reeën en damherten. In een aantal telsectoren is tellen vanuit een auto niet mogelijk, daar wordt lopend of fietsend geteld. In dat geval voldoet één ervaren teller. Iedere telploeg telt in een vastgestelde telsector langs een vastgestelde telroute. De telploegen noteren de waargenomen dieren op de geleverde telformulieren. Waargenomen damherten worden ingedeeld in categorieën van leeftijdsgroepen en geslacht (jargon: het ‘aanspreken’), mits goed waar te nemen. Na afloop van de tellingen voeren de contactpersonen de gegevens in de digitale registratiesystemen van de faunabeheereenheden: FRS (www.faunaregistratie.nl) in Noord-Holland en Dora (www.fbezh.nl) in Zuid-Holland. De telresultaten zijn verwerkt volgens het telprotocol. De telling van 2021 De tellingen vonden plaats op 7 en 8 april. Door de stevige wind en de eerste telronde lokaal lichte regen waren de omstandigheden niet helemaal ideaal, omdat de dieren zich dan iets minder rustig gedragen. Het zicht was echter prima. Zie Tabel 2 voor de details.
Rapportage beheer damherten 2020-2021
13
Tabel 2: tijdstippen en weersomstandigheden damhertentelling 2021.
Datum Dagdeel Tijdstip 7 april 2021 avond 18:00 - 20:30 uur 8 april 2021 ochtend 07:00 - 9:30 uur 8 april 2021 avond 18:00 - 20:30 uur
Wind richting Kracht Bewolking Neerlag NW 3-5 Bft bewolkt lokaal lichte regen ZW 2 Bft bewolkt droog ZW 3-5 Bft bewolkt droog
Gem. temp. tijdens telling 3-5oC 3-4oC 8-10oC
Als gevolg van de landelijke richtlijnen om de verspreiding van Covid19 te beperken heeft de telling in licht aangepaste vorm moeten plaatsvinden, ondanks deze omstandigheden is er wel overal aan het telprotocol voldaan. Naast voorschriften over datum en tijdstippen en te onderscheiden categorieën, schrijft het protocol voor dat voor een goede telling in een auto tenminste twee personen aanwezig moeten zijn, waarvan minimaal een ervaren teller. Tot 2020 gingen vooral in de AWD en het NPZK in verschillende telgebieden vaak meer dan 2 tellers in één auto mee. Net als in 2020 waren dat er dit jaar dus steeds twee. Dit is conform het telprotocol. In de meeste andere telgebieden wijkt dat niet af van wat jaarlijks gebruikelijk was.
Resultaten In deelgebied A (NPZK) leverde de 2e telronde (ochtendtelling) het hoogste resultaat op, maar in deelgebied B (AWD-BN) kwam de derde telronde het hoogste uit. De cijfers uit die beide hoogste telronden worden hier gepresenteerd. In de deelgebieden C (Coepelduynen) en D (Meijendel-Berkeheide) zijn geen damherten waargenomen tijdens de tellingen. In totaal zijn er 3161 damherten waargenomen, waarvan veruit de meeste in deelgebied B en meer specifiek in het leefgebied daarvan, AWD-BN (zie Tabel 3). Buiten het leefgebied zijn nog maar weinig damherten waargenomen tijdens de tellingen. Dat wil overigens niet zeggen dat er geen damherten voorkomen buiten de leefgebieden. Waarnemingen die in de loop van het jaar worden gedaan bevestigen dat er nog wel degelijk tientallen damherten met enige regelmaat buiten de leefgebieden zijn te vinden. Meldingen van aanrijdingen met damherten (zie hoofdstuk 4) en de afschotgegevens bevestigen dit ook. Tabel 3: Aantal getelde damherten binnen en buiten het leefgebied.
Binnen Buiten Doelstand Deelgebied Provincie leefgebied leefgebied Totaal leefgebied A Noord-Holland 574 0 574 200 B Noord-/Zuid-Holland 2556 31 2587 600-800 C Zuid-Holland 0 0 0 niet geformuleerd D Zuid-Holland 0 0 0 niet geformuleerd TOTAAL 3130 31 3161 800-1000 Als we meer in detail kijken naar de samenstelling van de populaties in de leefgebieden A (NPZK) en B (AWD-BN) blijken die sterkt te verschillen. In Figuur 9 is dit voor beide gebieden weergegeven. Als we de dieren die qua geslacht en leeftijdsgroep niet zijn ingedeeld buiten beschouwing laten, maken in leefgebied NPZK mannelijke damherten van 1 jaar en ouder (herten en spitsers) slechts 16% uit van de waargenomen dieren, terwijl in deelgebied AWD-BN die meer dan de helft van het aantal waargenomen dieren betreffen. De omgekeerde verdeling geldt uiteraard voor de hinden en kalveren, die zijn in de ruime meerderheid waargenomen in leefgebied NPZK en in leefgebied AWD-BN maken ze ongeveer een derde uit van de waargenomen dieren. Dit verschil is te verklaren door de verschillende beheerstrategieën in de beide deelgebieden (zie 5.3). Tellers in deelgebied B stellen met vrij grote zekerheid te weten dat de groep ‘onbekend’ vooral uit hinden en kalveren bestaat en wellicht een enkele spitser met een klein ontwikkeld gewei. Volwassen mannelijke dieren zijn immers eenvoudig te herkennen Rapportage beheer damherten 2020-2021
14
aan hun duidelijk aanwezige gewei. Als we daarom de groep onbekend naar rato verdelen over de hinden en kalveren wordt het beeld over de samenstelling van de populaties nog duidelijker (Figuur 10). In leefgebied AWD bestaat de populatie dan voor de helft uit herten en de helft uit hinden en hun kalveren. In leefgebied NPZK is dat respectievelijk slechts 15% herten en 85% hinden en kalveren.
Figuur 9: samenstelling van de populaties damherten in leefgebied NPZK (links) en AWD-BN (rechts) volgens de telling van 2021.
Figuur 10: Samenstelling van de populaties damherten in leefgebied NPZK (links) en AWD-N (rechts) na verdeling van de groep niet-aangesproken damherten.
Tendens populatieontwikkeling Zowel in het leefgebied NPZK als leefgebied AWD-BN is de doelstand nog niet bereikt, maar ze komen wel in zicht. In Figuur 11 is goed te zien dat de omvang van beide populatie zich verschillend hebben ontwikkeld als gevolg van de verschillen in beheerstrategie in beide leefgebieden. In het leefgebied AWD-BN is sprake van een significante
Rapportage beheer damherten 2020-2021
15
geteld aantal leefgebied A (NPZK)
1200
4500 4000
1000
3500
800
3000 2500
600
2000
400
1500 1000
200
500
0 2015
2016
2017
2018
2019
NPZK
AWD-BN
2020
2021
0 2022
Geteld aantal leefgebied B (AWD-BN)
lineaire afname van de populatie, terwijl in leefgebied NPZK de aantalsontwikkeling na een aanvankelijke afname is gestabiliseerd of wellicht zelf iets toeneemt.
Figuur 11: tendens aantal getelde damherten in de leefgebieden NPZK en AWD-BN.
Leefgebied NPZK Beheerders in het NPZK hebben afgelopen jaren veel inspanning gepleegd om de schade en overlast van damherten die het gebied verlaten of dreigen te verlaten te reduceren. Daarvoor heeft relatief veel beheer plaatsgevonden in de bufferzone, waar zich voor de mannelijke damherten ophouden. Het zijn ook deze dieren die juist frequent het natuurterrein verlaten en zorgen voor schade en gevaarlijke situaties in het verkeer en aan particuliere eigendommen. Deze beheerstrategie heeft aanvankelijk geleid tot een daling van de populatieomvang, als gevolg van de afname van het aantal mannelijke damherten. Het aantal hinden en hun kalveren nam hierdoor echter niet af en die zorgen nu de laatste jaren juist voor een afvlakking van de daling of wellicht zelfs een lichte toename van de populatie. In Figuur 12 is het verschil in de tendens tussen de verschillende geslachten goed te zien. Het aantal herten is duidelijk sterk gedaald en nadert de doelstand. Het aantal getelde hinden en kalveren fluctueert per jaar, maar lijkt over de complete periode bezien ongeveer gelijk te blijven of wellicht recent zelfs iets toe te nemen. Het aantal kalveren volgt uiteraard min of meer de tendens van het aantal hinden (hun moeders). Nu het aantal herten de doelstand nadert, zal in dit gebied de focus in het beheer moeten verschuiven naar de hinden
Rapportage beheer damherten 2020-2021
16
en kalveren (zie hoofdstuk 6). Afgelopen seizoen is daar al een start mee gemaakt, en dat zal komende seizoenen intensief moeten worden voortgezet. 400 350 300 250 200 150 100 50 0 2015
2016
2017
2018 hert
2019 hinde
2020
2021
2022
kalf
Figuur 12: tendens en geteld aantal herten, hinden en kalveren in leefgebied NPZK.
Leefgebied AWD-BN In het leefgebied AWD-BN – vooral in de AWD – heeft van meet af aan in het beheer de focus gelegen op de reductie van het aantal hinden en hun kalveren. Door de enorme omvang van de populatie bij de start van het beheer was de focus op de vrouwelijke damherten ook de enige reële optie om tot reductie van de populatie te komen. Bovendien was de omgeving hier voor het grootste deel al beschermd tegen schade en overlast door hoge hekken om de AWD. De reductie van het aantal vrouwelijke damherten zorgt voor een reductie in de groeisnelheid en dit heeft hier bij elkaar geleid tot een afname van de populatie. In Figuur 13 is duidelijk de sterke afname van het aantal hinden terug te zien. Ook is te zien dat het aantal mannelijke damherten geleidelijk kon blijven toenemen. Hierdoor verloopt de afname van de totale populatie wat minder snel. Door de reductie van het aantal hinden en daarmee de groeisnelheid van de populatie, ontstaat de komende periode meer capaciteit om ook het aantal mannelijke damherten in dit gebied terug te brengen naar de doelstand. De populatie zal dan nog sneller in omvang afnemen.
Rapportage beheer damherten 2020-2021
17
3000 2500 2000 1500 1000 500 0 2015
2016
2017
2018 hert
2019 hinde
2020
2021
2022
kalf
Figuur 13: tendens en geteld aantal herten, hinden en kalveren in leefgebied AWD_BN.
Effect op de wettelijke belangen flora en fauna
Er wordt in het plangebied veel onderzoek gedaan naar de effecten van damherten op flora, fauna en de beschermde natuurwaarden. Daarbij wordt onder andere gekeken naar trends van soorten binnen de AWD en hoe die correleren met toenemende aantallen damherten. Daarnaast wordt ook gekeken naar de trend van dezelfde soorten in het ongeveer even grote NPZK dat deel uitmaakt van hetzelfde Natura 2000-gebied, maar waar het aantal damherten veel lager is. Ook trends elders in de duinstreek worden in ogenschouw genomen. Voor een compleet overzicht van alle publicaties wordt verwezen naar de website van de Amsterdamse Waterleidingduinen: https://awd.waternet.nl/. Afgelopen seizoen is de monitoring voortgezet, maar zijn ten opzichte van 2020 nog geen nieuwe analyses uitgevoerd. Momenteel wordt ook specifiek onderzoek verricht naar hoe het ecosysteem zich herstelt na de periode van sterke overbegrazing3. Dit onderzoek is mede mogelijk gemaakt door subsidies van de Provincies Noord- en Zuid-Holland. Een publicatie is in voorbereiding van onderzoek in de AWD naar de effecten die de overbegrazing door damherten heeft op het microklimaat in de vegetatie en de gevolgen daarvan. Daarnaast wordt gewerkt aan een publicatie over 20 jaar monitoring van graslandpaddenstoelen in de AWD, waarin ook de invloed van damherten aan bod komt.
Vooralsnog blijft de conclusie dat de rijkdom aan flora en fauna met name in de AWD nog steeds verder achteruit gaat en dat van herstel nog geen sprake is.
3 https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?utm_source=newsletter&utm_medium=e-
mail&utm_campaign=user-mailing&msg=27610
Rapportage beheer damherten 2020-2021
18
Figuur 14: de effecten van damherten op de flora en fauna worden onder andere gemeten in zogenaamde exclosures. Hierin is in de AWD een effect te zien in het eerste groeiseizoen na plaatsing van het hekwerk. Foto: Mark van Til, Waternet.
Verkeersveiligheid en schade aan landbouwgewassen
Er is net als voorgaande seizoenen bij B12 geen aanvraag gedaan voor tegemoetkoming in de schade aan landbouwgewassen. Blijkbaar was de beheerinspanning daarvoor afdoende. Wel is er nog sprake van aanrijdingen met damherten, maar het aantal gemelde aanrijdingen met damherten was met 39 zekere gevallen het laagst sinds seizoen 2015/16. Deze daling kan het gevolg zijn van de daling van de populatie (binnen en buiten het leefgebied), maar boswachters van de terreinbeheerders en leden van het valwildteam vermoeden sterk dat (ook) de avondklok die een deel van de tijd van kracht was heeft bijgedragen aan het lagere aantal aanrijdingen. Zeeweg De Zeeweg (N200) die het leefgebied NPZK doorsnijdt vormt al een aantal jaren een hotspot voor aanrijdingen met damherten. De verwachting is dat het aantal aanrijdingen uiteindelijk omlaag gaat als de doelstand in het aangrenzende leefgebied is gerealiseerd. Zo ver is het nog niet. Daarom is afgelopen jaar onderzoek verricht naar de mogelijkheden voor specifieke aanvullende maatregelen. Afgelopen herfst en winter is al een aantal maatregelen uitgevoerd. Het aantal aanrijdingen met damherten op de Zeeweg was met 12 stuks afgelopen seizoen beduidend lager dan voorgaand seizoen toen er 29 meldingen zijn gedaan. Er lijkt ook een klein verschil in de locatie van de aanrijdingen te zijn.
In figuur 14 zijn de locaties van de gemelde aanrijdingen op de Zeeweg weergegeven van de seizoenen 2019/20 en seizoen 2020/21. Het valt op dat er afgelopen seizoen geen aanrijdingen hebben plaatsgevonden aan de oostelijke zijde (omcirkeld), waar dat vorig seizoen duidelijk wel het geval was. Of de daling in het aantal aanrijdingen het directe gevolg is van de maatregelen is niet duidelijk. Ook de avondklok kan hierop van invloed zijn geweest. Het is voorstelbaar dat ook de avondklok een positief effect heeft gehad op het aantal aanrijdingen. Nader onderzoek moet hierover duidelijkheid verschaffen.
Rapportage beheer damherten 2020-2021
19
Figuur 15: Locaties aanrijdingen met damherten op de Zeeweg.
Rapportage beheer damherten 2020-2021
20
6
Aanbevelingen komend beheerseizoen
Hoewel het duidelijk is dat het aantal damherten in het plangebied afneemt, is ook duidelijk dat met ruim 3100 getelde damherten rond 1 april 2021 de streefstand van 800-1000 damherten conform oorspronkelijke verwachting nog niet is bereikt. Het ingezette beheer zal dus nog moeten worden voortgezet. Modellering Voor een goede planning van het beheer is veel kennis over de samenstelling van de populatie vereist. De tellingen en gegevens van geschoten dieren leveren veel van die gegevens maar daarmee is het beeld nog niet volledig. Op verzoek van de FBE Noord-Holland heeft Wageningen Environmental Research (WEnR) daarom de populatie damherten gemodelleerd, om op basis daarvan advies te kunnen geven over het jaarlijkse afschot dat nodig is om de streefstand te halen. De populatie wordt qua demografische samenstelling en omvang gemodelleerd via een zogenaamd Integrated Population Model (IPM). De modellering vindt plaats op basis van de jaarlijkse tellingen, de afschotgegevens, jaarlijkse aantallen valwild en het percentage drachtige hinden. Ontbrekende populatieparameters zijn aangevuld met gegevens uit literatuur. Met deze gemodelleerde populatie worden vervolgens scenarioberekeningen uitgevoerd voor het benodigde beheer.
Daarvoor worden steeds 2 scenario’s aangehouden, namelijk de fracties afschot mannelijke dieren is gelijk aan die van vrouwelijke dieren en kalveren en een scenario waarbij de fractie geschoten vrouwelijke dieren en kalveren tweemaal zo groot is als dat van de mannelijke dieren. Dit laatste komt het meest overeen met wat tot nu toe vooral in leefgebied AWD-BN is toegepast. Omdat niet goed bekend is welk deel van de populatie daadwerkelijk wordt geteld (de zogenaamde observatiekans) worden berekeningen uitgevoerd voor verschillende observatiekansen (50, 60, 75 en 90%), wat alles bij elkaar genomen veel mogelijke uitkomsten geeft. De nieuwe IPM-analyse is gebaseerd op monitoringgegevens beschikbaar over de periode tot en met voorjaar 2021. Recente gegevens zijn toegevoegd, bestaande datasets voor voorgaande jaren (tellingen en afschot) zijn opgeschoond4, en de opzet van de IPM is aangepast voor wat betreft de aantallen kalveren. Totale aantallen (mannelijk plus vrouwelijk) worden nu vergeleken, in plaats van opgesplitst per sekse. Deze drie factoren maken gezamenlijk dat deze 2021 analyse tot een andere (lees hogere) inschatting leidt van de omvang en structuur van de populatie in april 2020, dan de inschatting die ten grondslag lag aan eerdere scenarioberekeningen. Met het toenemend aantal gegevens wordt het model (de simulatie van de werkelijke populatie) steeds beter.
Scenario’s en geteld percentage Vanwege de voortdurende schade aan wettelijke belangen, maar ook vanwege de wens om niet meer dieren te schieten dan strikt noodzakelijk is de wens nadrukkelijk om de doelstanden zo snel als mogelijk te behalen. Daarom is als beheeroptie vooral berekend welk afschot nodig is om deze zo snel mogelijk te realiseren, binnen de grenzen van wat in de praktijk als realiseerbaar wordt ingeschat binnen de huidige kaders van capaciteit, veiligheid en zorgvuldigheid. Uit onderzoek in de AWD komen aanwijzingen dat hier in recente jaren circa 75% van de werkelijke populatie zou zijn geteld. Dit onderzoek loopt nog en de uitkomst is dan ook nog niet zeker. Het is bovendien aannemelijk dat in werkelijkheid dit geobserveerde percentage ook niet constant is; omstandigheden tijdens de tellingen zijn immers ook niet constant. Eenvoudige berekeningen5 laten zien dat een lager observatiepercentage ook tot de mogelijkheden behoort en hogere onwaarschijnlijk zijn. Daarom is het goed bij het beheeradvies ‘aan de veilige kant’ te gaan zitten in het licht van de doelstelling. Dat betekent voor het leefgebied AWD-BN te kiezen voor een scenario met een observatiekans die ligt tussen de 60 en 75%.
4 Gebleken is dat in enkele jaren de telgegevens van sommige gebieden niet correct waren ingevoerd. Dat is nu gecorrigeerd. 5 Berekenprincipe: Telling1*telfactor + reproductie - afschot = telling2*telfactor
Rapportage beheer damherten 2020-2021
21
Voor de populatie in het leefgebied NPZK is de observatiekans nog minder duidelijk. Door de onoverzichtelijkheid van het terrein en de geringere ontsluiting door paden is die vrijwel zeker lager dan in de AWD. Voor NPZK is daarom gerekend met het uitgangspunt dat hier 50-60% wordt waargenomen tijdens de telling.
Populatiebeheer: de doelstand zo snel mogelijk bereiken. Leefgebied AWD-BN De modelberekening laat zien dat het denkbaar is dat de doelstanden worden bereikt na nog 2 beheerseizoenen. Voor leefgebied AWD-BN zouden daarvoor dan in seizoen 2021/22 en 2022/23 respectievelijk ongeveer nog 2000 en 900 dieren geschoten moeten worden. Dit betekent een afschot van ongeveer de omvang als afgelopen seizoenen. De focus zal ook komend beheerseizoen op de hinden moeten liggen, maar als de capaciteit het toelaat zou ook al een deel van de mannelijke damherten geschoten kunnen worden. Met een focus op de hinden bestaat nog geen risico dat komend beheerseizoen het aantal hinden onder de doelstand beland. Er zijn immers bijna 1100 hinden en vrouwelijke kalveren geteld6, wat bij een geteld percentage van 70% betekent dat er circa 1500 hinden zullen zijn voor de start van het beheerseizoen. Bij een lager geteld percentage (observatiekans) is dit (uiteraard) nog hoger. Hooguit zal de beheeropgave voor seizoen 2022/23 iets lager kunnen gaan uitpakken dan nu is berekend. Vooral in het beheerseizoen 2022/23 kan de populatie mannelijke damherten worden gereduceerd. Deze beheeropgave is groot. Om hetzelfde afschotvolume te realiseren in een kleiner wordende populatie zal meer tijd nodig zijn.
Afgelopen beheerseizoen heeft ook weer laten zien dan door externe omstandigheden zoals sneeuw en vorst een kans bestaat dat niet elke week kan worden beheerd. Het is dan ook zeker aan te bevelen de periode zoals die door de Provincies Noord- en Zuid-Holland worden toegestaan in de ontheffingen, volledig te gebruiken. In de eerste maanden kan dan de focus liggen op mannelijke dieren en na de zoogperiode vooral op hinden en kalveren. Tabel 4: berekend noodzakelijk afschot in leefgebied AWD-BN om de doelstand in 2 beheerseizoenen te bereiken voor verschillende scenario’s.
Scenario
Gelijk aandeel herten en hinden in afschot
Afschot fractie hinden dubbel van fractie herten
% geteld
50%
60%
75%
90%
50%
60%
75%
90%
Seizoen 2021/22 2022/23
afschot 3410 1404
afschot 2661 1226
afschot 1914 1018
afschot 1243 773
afschot -
afschot 2711 967
afschot 1920 856
afschot 1228 684
Leefgebied NPZK Voor het leefgebied NPZK is de beheeropgave ook groot. Als gevolg van de focus op mannelijke damherten nam het aantal hinden niet af of is mogelijk zelfs iet opgelopen. De verschuiving in de focus van mannelijke naar vrouwelijke damherten in het afgelopen seizoen, heeft dat nog niet teniet kunnen doen. Door de lichte toename van het aantal hinden is ook de jaarlijkse groei groter geworden. Daardoor is de beheeropgave ook groter dan afgelopen beheerseizoenen. De modelberekening (Tabel 5) laat zien dat er komend beheerseizoen nog ongeveer 900 damherten moeten worden geschoten als er vooral hinden worden geschoten en nog ruim 320 het daaropvolgende seizoen. Volgens de tellingen heeft het aantal mannelijke damherten met circa 90 stuks de getelde doelstand benaderd. Dit aantal is deels afhankelijk van de gekozen verdeling van de groep niet-aangesproken damherten die nu alleen over hinden en kalveren is verdeeld. Bovendien komt hier door de aanwas van afgelopen zomer ook weer een aantal jonge herten bij. De doelstand voor mannelijke damherten is dus nog niet volledig bereikt. Het is toch sterk aan te bevelen om het afschot van mannelijke herten te beperken tot het absoluut noodzakelijke in de bufferzone en verder volledig te focussen op hinden en kalveren. Bovendien zou de inspanning dus opgevoerd moeten worden.
6 Aantal na verdeling van de categorie ‘Niet-aangesproken’ naar rato over hinden en kalveren.
Rapportage beheer damherten 2020-2021
22
Er zijn in het leefgebied NPZK circa 360 vrouwelijke damherten geteld (wederom afhankelijk van de keuze hoe nietaangesproken damherten worden verdeeld over de andere klassen), wat betekent dat bij een geteld percentage van rond de 50% er bijna 720 hinden waren, die voor het grootste deel ook weer jongen voortbrengen. Bij de doelstand van 200 getelde damherten (circa 70 herten, 70 hinden en 60 kalveren) zullen er in werkelijkheid nog circa 140 hinden en evenzoveel herten moeten zijn. Duidelijk is dus dat de beheeropgave voor hinden en kalveren groot is. Tabel 5: berekend noodzakelijk afschot in leefgebied NPZK om de doelstand in 2 beheerseizoenen te bereiken voor verschillende scenario’s.
Scenario
Gelijk aandeel herten en hinden in afschot
Afschot fractie hinden dubbel van fractie herten
% geteld
50%
60%
75%
90%
50%
60%
75%
90%
Seizoen 2021/22 2022/23
afschot 1040 418
afschot 817 369
afschot 593 311
afschot 376 238
afschot 1068 346
afschot 836 317
afschot 604 276
afschot 381 218
Voortzetting beheer bufferzone en buiten leefgebied Het aantal aanrijdingen in de regio is weliswaar afgenomen maar het is niet duidelijk in hoeverre dit het gevolg is van beheermaatregelen of van de avondklok die een deel van de periode van kracht was (na 21:00 uur nauwelijks verkeer). Gezien het feit dat er nog altijd veel damherten geschoten moeten worden buiten het leefgebied en in de bufferzones ligt het voor de hand ook dit beheer naast preventieve maatregelen onverminderd voort te zetten.
Rapportage beheer damherten 2020-2021
23
7
Conclusies
Er zijn afgelopen beheerseizoen met 2461 stuks, iets minder damherten geschoten dan in het vorig beheerseizoen. De aanpassing van beheerteams aan de landelijke Coronamaatregelen, maar vooral de toename van het aantal bezoekers aan de duingebieden waren daar debet aan. Bovendien was er een korte periode waarin niet kon worden beheerd vanwege vorst en sneeuwval. In het Zuid-Hollandse deel van het leefgebied (inclusief de bufferzone) kon na de kerstperiode niet meer worden beheerd door het ontbreken van een geldige ontheffing voor het leefgebied in deze provincie. Het aantal dieren dat door andere oorzaken dan het actief beheer is gestorven, het zogenaamde valwild, was lager dan voorgaande perioden. Aanrijdingen zijn afgelopen seizoen voor ongeveer de helft van de gevallen oorzaak geweest van dit valwild. In het leefgebied AWD-BN is sprake van een significante afname van de populatie, terwijl in leefgebied NPZK de aantalsontwikkeling, na een aanvankelijke afname, is gestabiliseerd of wellicht zelf iets toeneemt. In leefgebied AWD-BN is vooral sprake van een flinke afname van het aantal vrouwelijke damherten en kalveren. In leefgebied NPZK is vooral het aantal mannelijke damherten sterkt afgenomen. De verschillen in ontwikkeling zijn het gevolg van verschillen in beheer.
In de AWD-BN ligt de focus op reductie van hinden en kalveren, in het NPZK lag de focus lang op de mannelijke damherten. Afgelopen beheerseizoen is ook hier de focus verschoven naar vrouwelijke damherten. De monitoring van de effecten van de overbegrazing door damherten is voortgezet. De conclusie is dat de rijkdom aan flora en fauna met name in de AWD nog steeds verder achteruit gaat en dat van herstel nog geen sprake is. Er is net als voorgaande jaren geen aanvraag geweest voor tegemoetkoming voor geleden landbouwschade. De beheerinspanning in de bufferzone en het nulstandsgebied is daarmee afdoende geweest. Het aantal aanrijdingen met damherten was flink lager dan voorgaande perioden. Het is niet duidelijk in hoeverre dat te wijten is aan de uitvoering van het beheer en extra genomen preventieve maatregelen, of dat de avondklok (minder nachtelijk verkeer) daar een bijdrage aan heeft geleverd. Nader onderzoek moet dat komende tijd uitwijzen. Het aantal dieren dat door andere oorzaken dan een aanrijding (natuurlijke of onnatuurlijke oorzaken) is gestorven vertoont al enige jaren een dalende tendens. Vanwege de voortdurende schade aan wettelijke belangen, maar ook vanwege de wens om niet meer dieren te schieten dan strikt noodzakelijk, is de wens nadrukkelijk om de doelstanden zo snel als mogelijk te behalen.
De modelberekeningen laten zien dat het mogelijk lijkt de doelstanden te bereiken in nog twee beheerseizoenen, dus bij de telling van 2023, maar dat de beheeropgave daarvoor fors is. Aanbevolen wordt om komend beheerseizoen de perioden, zoals die door de Provincies Noord- en Zuid-Holland worden vergund, volledig te gebruiken. Zowel in leefgebied AWD-BN als NPZK zal de focus zeer sterk op de verdere reductie van hinden en kalveren moeten liggen. Voor leefgebied NPZK zal bovendien de beheerinspanning groter moeten zijn dan afgelopen seizoen. Voor het leefgebied AWD-BN is de beheeropgave ongeveer vergelijkbaar met voorgaande seizoenen. Gezien het feit dat er nog altijd damherten geschoten moeten worden buiten het leefgebied en in de bufferzones wordt dit beheer voortgezet.
Rapportage beheer damherten 2020-2021
24
Bijlage 1 Valwild en planmatig geschoten damherten per provincie en beheerzones. Beheerseizoen 2015/16 2016/17 2017/18 2018/19 2019/20 2020/21 2015/16 2016/17 2017/18 2018/19 2019/20 2020/21 2015/16 2016/17 2017/18 2018/19 2019/20 2020/21
NoordZuidOnbekend Holland Holland Actief beheer Leefgebied 199 29 0 1736 402 146 1862 199 49 2158 291 71 2174 361 0 2102 280 0 Beheer buiten Leefgebied 12 12 0 50 224 1 70 99 2 64 139 3 50 73 4 22 113 5 Valwild 30 6 0 339 16 0 115 3 0 89 11 0 90 15 0 66 15 0
Rapportage beheer damherten 2020-2021
TOTAAL 228 2284 2110 2520 2535 2382 24 275 171 206 127 140 36 355 118 100 105 81
25