CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording toezegging inzake reactie rekenkamerbrief Observaties bij het Jaarverslag 2024 en de Voorjaarsnota 2025

RAAD 10 juli 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Jaarverslag 2024 (inclusief de Jaarrekening 2024) (VN2025-008385)1.678 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Afdoening toezegging

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 8 juli 2025 Financiën Hester van Buren Directie Middelen en Control / Jaarverslag@amsterdam.nl Beantwoording toezegging inzake reactie rekenkamerbrief Observaties bij het Jaarverslag 2024 en de Voorjaarsnota 2025

Geachte leden van de gemeenteraad, Zoals verzocht in de commissie Financiën, Kunst en Diversiteit van donderdag 3 juli 2025, reageert het college in deze brief op de observaties van de Rekenkamer Amsterdam bij het Jaarverslag 2024 en de Voorjaarsnota 2025. De observaties maken deel uit van de Monitor informatie Amsterdamse financiën van de rekenkamer en zijn gericht aan de raad. De brief van de rekenkamer bevat observaties en vraagpunten rond drie hoofdthema’s: 1. Actualisatie beeld voorspellende waarde van de begroting; 2. Doorwerking realisatie in Jaarverslag 2024 op begrotingsjaar 2025; a. Betekenis realisatie 2024 voor ramingen van programmaonderdelen 2025; b. Betekenis realisatie 2024 voor begrotings- en investeringsruimte 2025; 3. Leren van bezuinigingen uit het verleden. Hieronder gaat het college per thema in op de observaties en de vraagpunten van de rekenkamer. 1. Actualisatie beeld voorspellende waarde van de begroting De rekenkamer wijst op aanhoudende verschillen tussen raming en realisatie, en verwijst daarbij naar haar eerdere onderzoek ‘Voorspellende waarde van de begroting’. Ook over 2024 constateert zij dat de realisatie afwijkt van de oorspronkelijke ramingen. Dat dit jaar te vroeg komt om al effecten te zien van verbetermaatregelen, erkent de rekenkamer zelf ook.

Het college onderschrijft dat en constateert dat de ramingen in 2024 nog regelmatig afweken van de uitkomsten. Tegelijkertijd zijn inmiddels belangrijke stappen gezet in het beter toelichten van afwijkingen, onder andere via het digitale dashboard. De constatering van de rekenkamer onderstreept het belang van verdere verbetering van het ramingsproces. Het plan van aanpak dat momenteel wordt uitgevoerd is daar specifiek op gericht, zowel inhoudelijk als qua proces. De raad wordt hierover via de reguliere P&C-producten op de hoogte gehouden. 2. Doorwerking realisatie in Jaarverslag 2024 op begrotingsjaar 2025

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 8 juli 2025 Pagina 2 van 4

2a Betekenis van de realisatie over 2024 voor ramingen van programmaonderdelen in 2025 Vraagpunt We adviseren de gemeenteraad om het college te laten verduidelijken hoe afwijkingen zijn verwerkt van ramingen in de realisatie van 2024 in het lopende begrotingsjaar. Het gaat dan om afwijkingen die omvangrijk zijn en een niet-incidentele oorzaak hebben. Reactie college We zijn het met de rekenkamer eens dat de realisatie in 2024 waardevolle inzichten kan bieden voor de jaren 2025 en verder. Om deze inzichten beter te benutten gaan we de ramingen van ieder programma doorlichten. Dit kunt u meer in detail teruglezen in het plan van aanpak. Richting de Begroting 2026 doen we dat voor de vier programma’s met de grootste afwijkingen (programma’s 1 Bouwen, wonen en duurzaamheid, 2 Verkeer, vervoer, openbare ruimte, groen en water, 6 Volksgezondheid, zorg, jeugd en diversiteit en A Algemene dekkingsmiddelen). We zullen de observaties uit de rekenkamerbrief in deze eerste doorlichting meenemen. We gaan analyseren wat de redenen zijn van de afwijkingen in de ramingen. Welk deel komt door eenmalige ontwikkelingen en welk deel door ontwikkelingen die zich naar verwachting zullen voortzetten in 2025 en verder. Als er een meerjarige of structurele component zit in de afwijkingen, zal de raming voor het lopende jaar en komende jaren worden aangepast.

Een korte toelichting op de inzichten zal een plek krijgen in de programmabladen van de begroting. Bij de Begroting 2026 zetten we een eerste stap, en we zullen de ramingen in komende begrotingen verder verbeteren. Het college wil nog wel een procesmatige kanttekening maken bij de bevindingen van de rekenkamer. Afwijkingen in de realisatie van het voorgaande jaar zullen we over het algemeen niet direct al in de voorjaarsnota van het lopende jaar kunnen verwerken. Het opstellen van de jaarrekening en het opstellen van de voorjaarsnota zijn in de tijd parallelle processen. Dat betekent in de regel dat eventuele aanpassingen op basis van de realisatie op z’n vroegst in de begroting een plek kunnen krijgen. 2b Betekenis van de realisatie 2024 voor de begrotings- en investeringsruimte in 2025 Vraagpunt We adviseren de gemeenteraad om aan het college te vragen of de positieve gerealiseerde structurele exploitatieruimte in 2024 aanleiding is om de raming voor het lopende begrotingsjaar bij te stellen en of dit gevolgen heeft voor begrotings- en investeringsruimte in de Voorjaarsnota 2025. Reactie college De positieve structurele exploitatieruimte in 2024 is een voorgeschreven kengetal waarmee duidelijk wordt dat we in dat jaar (5,55%) al onze structurele uitgaven ruim voldoende met structurele middelen hebben gedekt.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 8 juli 2025 Pagina 3 van 4

Dit cijfer laat zien hoe onze inkomsten en uitgaven zich in 2024 tot elkaar verhouden: structurele inkomsten (zoals uit het gemeentefonds en belastingen) dekken ruimschoots de structurele uitgaven (zoals lonen, huur, subsidies). Dit betekent niet automatisch dat er structurele ruimte is in toekomstige jaren. Het structurele saldo voor toekomstige begrotingsjaren wordt opgesteld op basis van de toekomstige geraamde structurele inkomsten en uitgaven. De gerealiseerde cijfers van 2024 veranderen deze ramingen niet. Daarnaast willen we benadrukken dat met één afzonderlijk kengetal de financiële positie van de gemeente nog niet duidelijk is. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing staan daarom meerdere kengetallen, zoals de netto schuldquote en de solvabiliteit. Het opnemen en duiden van deze kengetallen is wettelijk verplicht op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Je moet ze in samenhang bezien, omdat ze, zoals het ministerie van BZK ook zegt, "alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van een gemeente". Het college vindt het positief dat de kengetallen in het Jaarverslag 2024 een gunstig beeld laten zien van de financiële positie van Amsterdam in dat jaar. U kunt dit goed zien in het dashboard op pagina 5 van het jaarverslag.

Het structurele beeld voor de komende jaren wordt zoals gebruikelijk gepresenteerd bij de begroting. Vraagpunt We adviseren de gemeenteraad om aan het college te vragen of de lager dan verwachte netto schuldquote voor de standaardschuld meer investeringsruimte oplevert voor het begrotingsjaar 2025 en latere jaren. Reactie college De schuldontwikkeling wordt regelmatig geactualiseerd aan de hand van de meest recente cijfers. Zoals de rekenkamer zelf ook aangeeft hebben we de daling van de verwachte netto schuldquote van de standaardschuld die we in 2024 al zagen, tussentijds verwerkt in de Begroting 2025. En daarmee ook in de investeringsruimte voor de langere termijn. Waarbij opgemerkt dat we in het investeringsstelsel de omvang van de investeringsruimte niet alleen relateren aan de financierbaarheid, dus de schuldontwikkeling, maar ook aan de betaalbaarheid: wat kost het ons in de exploitatie. Meer investeringsruimte betekent extra lasten en daar moeten dus middelen voor vrijgespeeld worden. En om de driehoek in het investeringsstelsel nog even af te maken: de derde pijler is de realiseerbaarheid. Kunnen we extra investeringen ook uitgevoerd krijgen. Deze aspecten nemen we allemaal mee in de afwegingen over de investeringsruimte, het is breder dan alleen een blik op de schuldquote. 3.

Leren van bezuinigingen uit het verleden Vraagpunt Wij raden de gemeenteraad aan om het college te vragen om een overzicht van de financiële realisatie van ingeboekte bezuinigingen, de opgetreden (neven)effecten en eventuele geleerde lessen ten aanzien van bezuinigen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 8 juli 2025 Pagina 4 van 4

Reactie college Sinds het begin van deze collegeperiode werken we aan het vergroten van de inzichtelijkheid van de P&C-producten. Ook op het punt van de financiële realisatie van bezuinigingen willen we de inzichtelijkheid nog verder vergroten. Niet door een aparte monitor, maar wel door betere toelichting in de begroting over de verwerking van de bezuinigingen in de begroting en betere toelichting in het jaarverslag op de afwijkingen en de eventuele consequenties daarvan. Zodat de P&C producten inzicht geven in de financiële realisatie van de bezuinigingen. Bij bezuinigingen die het beleid vergaand beïnvloeden, politiek gevoelig zijn, een grote omvang hebben of waar nog maatregelen aan gekoppeld moeten worden, kunnen we aanvullend via beleidsinformatie in een raadsinformatiebrief, beleidsmonitor of beleidsevaluatie over de voortgang rapporteren. Voor alle bezuinigingen geldt overigens dat de bezuinigingen altijd gelijk worden ingeboekt, gewoonlijk op het niveau van programmaonderdeel. Daarmee zijn ze onderdeel van het nieuwe budgettaire kader. Als college sturen we op het totale budgettaire kader voor programmaonderdelen en doelen. Waar relevant passen we de bijbehorende scores op indicatoren in de doelenboom aan. De rekenkamer geeft de raad ook de suggestie mee om de geleerde lessen van eerdere bezuinigingen in kaart te brengen.

Het bedrag van € 380 miljoen dat de rekenkamer in de brief noemt betreft een periode van 6 jaar. Om dit bedrag in perspectief te plaatsen: in die periode is onze begroting met ruim € 1.800 miljoen toegenomen, van € 6,3 miljard in 2019 naar € 8,1 miljard in 2025. Met alle onderliggende minnen en plussen op de programma’s die daarbij horen. Het inzichtelijk rapporteren hierover in onze P&C-producten is bij dergelijke bewegingen niet eenvoudig. We zetten hierin stapsgewijs in op een verbeterde informatiewaarde en toegankelijkheid. Het digitale dashboard speelt hierin een belangrijke rol. Alle inspanning die hier in gaat zitten is het meer dan waard, waarbij het belangrijk is te constateren dat het schaarse capaciteit en specifieke deskundigheid betreft die we gericht willen inzetten op deze prioriteit. In beeld brengen van lessen van eerdere bezuinigingen vereist onderzoek. Op zich is het college niet tegen een dergelijk onderzoek. Maar om dat voor een breed scala aan bezuinigingen uit te voeren vereist dat capaciteit en financiële middelen. We hebben een dergelijk onderzoek nu niet gepland. Wel laten we nog deze bestuursperiode tien evaluaties uitvoeren in opmaat naar een meer systematische manier van evalueren. Dat biedt naar verwachting ook aanknopingspunten om in de te ontwikkelen werkwijze de lessen van eerdere bezuinigingen mee te nemen.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Hester van Buren Wethouder Financiën

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15784520/1