CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen van raadslid Van Renssen

RAAD 11 oktober 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de reparatieverordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022 en de delegatie van raadsbevoegdheden aan stadsdeelcommissie naar aanleiding van het advies van Rijksuniversiteit Groningen VN2023-0198351.744 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen van raadslid Van Renssen n.a.v. de commissie RO van 27 september 2023 Agendapunt 3: Vaststellen van de reparatieverordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022 en de delegatie van raadsbevoegdheden aan stadsdeelcommissie naar aanleiding van het advies van Rijksuniversiteit Groningen VN2023-019835 Vragen mevrouw Van Renssen: Concreet heb ik de volgende technische vragen bij de Reparatieverordening, fijn als die beantwoord kunnen worden voor volgende week woensdag) ter voorbereiding van de raadsbehandeling. Specifiek over de Raadsinformatiebrief n.a.v. de Omgevingswet 

Moeten de voorgestelde wijziging van de verordening (taken en bevoegdhedenlijst) nav de Omgevingswet, zoals genoemd in de brief, nog plaatsvinden?

Reactie: Het besluit waarbij bijlagen 2 en 3 van de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 (hierna: de Verordening) i.v.m. de inwerkingtreding van de Omgevingswet is gewijzigd is op 17 juli 2023 al door het college genomen. Het besluit en de bekendmaking van de wijziging van bijlagen 2 en 3 van de Verordening inclusief bijlage A en bijlage C die horen bij de raadsinformatiebrief over dit onderwerp zijn maandag 2 oktober 2023 via de dagmail aan de raad gestuurd. 

Waarom worden alle taken min de taken die nu bij Omgevingsdienst zijn belegd, gemandateerd aan DB en vindt hier geen nadere afweging plaats?

Reactie: Het is aan het college om te besluiten welke taken en bevoegdheden van het college aan het dagelijks bestuur worden gemandateerd. Zoals hierboven is aangegeven heeft het college hier op 17 juli 2023 reeds over besloten. Bij dit besluit is de bevoegdheidsverdeling, zoals onder het huidige recht, als uitgangspunt genomen. 

Waarom wordt het van toepassing verklaren van de uitgebreide procedure ex artikel 16.65 Ow, een bevoegdheid die de wet geeft aan het college, gemandateerd aan de DBérs van de stadsdelen?

Reactie: De bevoegdheid om te beslissen op een aanvraag voor een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) heeft het college aan het dagelijks bestuur gemandateerd (dit is vergelijkbaar met de bestaande situatie waarbij het DB in mandaat besluit op de omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan). De beoordeling of een aanvraag complex is en mogelijk via de uitgebreide procedure moet worden afgehandeld is een samenhangend besluit die om die reden ook aan het DB is gemandateerd. Wanneer het een gecompliceerde aanvraag betreft, kan het DB ambtshalve (of op verzoek van de aanvrager) beslissen tot toepassing van de uitgebreide procedure. Het zou vreemd zijn om deze bevoegdheid bij het college te laten. Dit zou betekenen dat wanneer het DB vermoedt dat de uitgebreide procedure van toepassing is het DB eerst naar het college moet om dit besluit aan hen voor te leggen. Dit komt de snelheid van de procedure voor de vergunningverlening niet ten goede.

We hadden twee jaar geleden bij het vaststellen van het aanwijzingsbesluit toch besloten dat het college de uitgebreeide procedure zou toepassen in die gevallen, waar wordt dit opgenomen in de verordening?

Reactie: De strategie m.b.t. het van toepassing verklaren van de uitgebreide procedure is opgenomen in het VTH Beleid Fysieke Leefomgeving 2024 dat naar verwachting dit kwartaal wordt vastgesteld door het college en tkn naar de raad wordt gezonden. In het VTH Beleid is de volgende lijn opgenomen voor het gebruik maken van deze bevoegdheid. Het gebruik hiervan wordt in beginsel gekoppeld aan de gevallen waarin de gemeenteraad een bindend adviesrecht heeft op de aanvraag om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Bij deze gevallen is de kans reëel dat het gaat om activiteiten die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. 

Hoe voorkom je dat er dan verschillen ontstaan in de beoordeling van de twee elementen over een uitgebreide procedure dat 'aanzienlijke gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving; en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben"

Reactie: Zoals hierboven is vermeld is in het VTH Beleid opgenomen dat het gebruik van de bevoegdheid om de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren in beginsel is gekoppeld aan de gevallen waarin de gemeenteraad een bindend adviesrecht heeft op de aanvraag. Bij deze gevallen is de kans reëel dat het gaat om activiteiten die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Hiermee wordt een beleidsmatige basis gelegd voor de stedelijk uniforme uitoefening van deze bevoegdheid. Deze opsomming is echter niet limitatief, elke aanvraag moet immers op zijn eigen merites worden beoordeeld. Dit kan in uitzonderlijke gevallen (deze mate van terughoudendheid is benadrukt in het VTH Beleid) inhouden dat de uitgebreide procedure ook van toepassing wordt verklaard op aanvragen die niet onder één van deze categorieën vallen. Dit moet dan wel zorgvuldig worden gemotiveerd. Verschillen in de beoordeling tussen stadsdelen van de wettelijke elementen worden voorkomen doordat de stadsdelen via stedelijke werkinstructies, brieven en procedures uniform werken, waarbij via een kennisbank op intranet en in diverse stedelijke overlegstructuren de stedelijke lijn wordt gedeeld.

Volgens het rapport van Munneke cs. zouden territoriale verschillen niet moeten ontstaan bij het delegeren van de bevoegdheid van bindend advies van de raad aan de stadsdeelcommissie. De aard van de bevoegdheid zou zich daartegen verzetten. Geldt dit dan niet ook voor het toepassing verklaring van uitgebreide procedure ex artkel 16.65 Ow en het beslissen op aanvragen over binnenplanse afwijkingen, als dit wordt gemandateerd aan een territoriale bestuurscommissie zoals het DB ?

Reactie: Het college stelt het VTH beleid vast en het DB moet zich daar bij de uitoefening van het mandaat aan houden. In geval van omgevingsvergunningen voor een (binnenplanse) omgevingsplanactiviteit, heeft de raad met het vaststellen van het

bestemmingsplan/wijzigen van het omgevingsplan al besloten over het beoordelingskader waaraan een aanvraag voor een (binnenplanse) omgevingsplanactiviteit wordt getoetst. Zowel het college als het DB in mandaat moet de aanvraag voor een omgevingsplanactiveit aan deze kaders toetsen. Hoewel er niet specifiek naar gevraagd wordt, geldt ook bij een Bopa dat het DB in mandaat ook toetst aan de stedelijke (beleids)kaders en beoordeelt of er aan de Bopa kan worden meegewerkt. 

Er wordt nu voorgesteld om het besluit op binnenplanse afwijkingen ook aan het DB te mandateren. Daarbij gaat het om toepassing van de regels van het omgevingsplan, een instrument van de raad. Voordat we overgaan tot dit mandaat zou het proces tussen raad, college, DB en stadsdeelcommissie wat GroenLinks betreft nader moeten worden uitgewerkt.

Reactie: In geval van omgevingsvergunningen voor een (binnenplanse) omgevingsplanactiviteit, heeft de raad met het vaststellen van het bestemmingsplan/wijzigen van het omgevingsplan de kaders waarin besloten mag worden al aangegeven. Dit betreft een collegebevoegdheid waar de raad geen rol in heeft. 

Daarover heeft de raad twee moties aangenomen, in 2021 en 2022. In de beantwoording wordt steeds gezegd, laten we het maar eerst gaan proberen in het nieuwe stelsel. Maar dat is niet de insteek van de indieners van de motie: de gedachte is, laten we nu vooraf goed over nadenken.

Reactie: De gedachte en wens om hier vooraf goed over na te denken wordt onderschreven. Echter nu onder de Omgevingswet veel meer aanvragen omgevingsvergunningen via de reguliere procedure zullen worden afgehandeld, zal het zwaartepunt veel meer op de reguliere procedure komen te liggen. Het zal naar verwachting een behoorlijke uitdaging worden om de iets complexere aanvragen die nu via de uitgebreide procedure gaan binnen de gestelde termijn af te handelen. Echter, bij de evaluatie na een jaar kan het effect hiervan beter worden beoordeeld. Dan kan ook worden bekeken of het anders moet en in hoeverre de SDC binnen het huidige stelsel haar rol kan uitoefenen. Voor wat betreft het rechtsreeks adviseren van de SDC aan de raad bij bindend advies zien wij als voornaamste bezwaar dat het college de besluitvorming voor de raad voorbereid en het college bij een rechtstreeks advies van de SDC aan de raad dit advies niet bij haar besluitvorming kan betrekken. 

Bij mandaat aan DB hoort ook een adviesbevoegdheid van het college, we geloven namelijk in sterke stadsdelen maar ook in sterke controle in de stadsdelen, in de stadsdeelcommissies. Vooralsnog is artikel 19 van de verordening daar nog niet op aangepast, en dat lijkt ons wel nodig.

Reactie: De stadsdeelcommissies hebben op basis van artikel 30 van de Verordening allerlei instrumenten om controle te houden op de DB’s: De SDC kan gevraagd en ongevraagd

advies uitbrengen aan het DB, Moties en voorstellen indienen bij het DB, vragen stellen aan het DB en onderwerpen agenderen bij het DB. 

Pas op 2 november is een bespreking met de leden van de stadsdeelcommissie over de samenwerking in het bestuurlijk stelsel. Wat ons betreft moet de adviesbevoegdheid bij binnenplanse afwijkingen en de taken zoals die nu worden voorgesteld ook met de SDC worden besproken.

Reactie: Onder de Omgevingswet zijn er geen binnenplanse afwijkingen. Er is een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit (Opa) of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). Bij dat laatste wordt er een omgevingsvergunning aangevraagd voor een activiteit die niet in het omgevingsplan past. De bevoegdheid om te beslissen op een aanvraag voor een Opa en een Bopa ligt bij het college, in mandaat uitgevoerd door het DB. Het staat de SDC vrij om in dit kader gebruik te maken van de bevoegdheden die zij heeft o.g.v. de Verordening (o.m. het hierboven genoemde artikel 30). Algemeen over de Reparatie verordening 

de aangepaste bijlagen bij de verordening ontbreken bij de stukken, kunnen we die toevoegen?

Reactie: Deze bijlage zijn inmiddels per dagmail verstuurd. 

is er met de SDC's gesproken net als met de leden van DB"s over de taken en bevoegdheden (niet alleen RO maar ook afval en sociale basis)?

Reactie: Bij de evaluatie/voorbereiding van de verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022 zijn stadsdeelcommissies betrokken geweest. Ook is de ontwerp wijziging voor advies aan de DB’s en de SDC’s voorgelegd. Met de start van de nieuwe bestuursperiode zijn er in de stadsdelen verschillende sessies geweest met de stadsdeelcommissies ter introductie en bespreking van hun taken georganiseerd vanuit de verschillende stadsdeelorganisaties. Ook zijn de SDC’s via technische sessies meegenomen in de uitwerking van de taken, zoals opgenomen in bijlage 2 bij de Verordening. Ook de wijziging van bijlage 2 en 3 is voor advies voorgelegd aan de stadsdelen en ook daarbij geldt dat er diversie technische sessies voor de raad en de SDC’s en het stadsgebied Weesp zijn gehouden om het ontwerpbesluit toe te lichten. 

Wat was de vraagstelling voor het rapport aan de RUG? Kunt u de uitvraag met mij delen?

Reactie: Zie bijgevoegd de email van de directeur DJZ met de uitvraag aan de heer Munneke.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13315730/1