Beantwoording sv Krom cs inzake de dreigementen om kinderen af te nemen van dakloze moeders
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Beantwoording schriftelijke vragen
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 17 december 2025 Opvang Rutger Groot Wassink Directie Zorg (Bestuurszaken OJZ, bestuurszaken.ojz@amsterdam.nl) Schriftelijke vragen van de leden Krom, Bouhassani, Aslami, Broersen en Yemane inzake de dreigementen om kinderen af te nemen van dakloze moeders
Geachte leden van de gemeenteraad, Op 10 december 2025 heeft het college schriftelijke vragen ontvangen van de leden Krom, Bouhassani, Aslami, Broersen en Yemane inzake de dreigementen om kinderen af te nemen van dakloze moeders. Onderstaand treft u de beantwoording van deze vragen aan. Toelichting door de vragenstellers Afgelopen week publiceerde Investico, de groene Amsterdammer en Trouw een onderzoek waaruit blijkt dat dakloze vrouwen in grote steden niet alleen kampen met alle ernstige gevolgen van het leven op de straat, maar daarnaast geconfronteerd worden met dreigementen vanuit instanties en gemeenten om hun kinderen af te nemen wanneer ze aankloppen voor opvang. De groene Amsterdammer kopte met de weerzinwekkende quote: “Als we je op straat zien, halen we je kind weg”. In dit onderzoek worden meerdere situaties beschreven waarin werd gedreigd met het inschakelen van Veilig Thuis wanneer vrouwen er niet in slagen zelfstandig onderdak weten te regelen. Professionals geven aan dat deze handelswijze in strijd is met mensenrechten. Daarnaast lijkt het erop dat vooral vrouwen met een migratieachtergrond of vrouwen die tijdelijk in het buitenland hebben verbleven, vaker slachtoffer worden van deze bedreigingen. De ondertekenaars vinden het onacceptabel dat vrouwen in deze uiterst kwetsbare positie geconfronteerd worden met deze dreigingen met Veilig Thuis.
Juist in het belang van de kinderen zouden zowel de gemeente als hulpverlenende instanties alles in het werk moeten stellen om gezinnen zoveel mogelijk bij elkaar te houden. Opvangvoorzieningen zouden een veilige omgeving moeten bieden en bijdragen aan het verminderen van stress en onzekerheid bij deze vrouwen. De ondertekenaars vragen het college met deze vragen deze signalen uiterst serieus te nemen en hier adequaat op te reageren. Het college kan de gestelde vragen als volgt beantwoorden.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 17 december 2025 Pagina 2 van 5
1. Heeft het college kennisgenomen van de recente berichtgeving van Investico, De Groene Amsterdammer en Trouw? En zo ja, Kan het college hierop reflecteren, graag een uitgebreide toelichting. Antwoord: Ja, het college heeft kennisgenomen van de recente berichtgeving van Investico, De Groene Amsterdammer en Trouw. Het college herkent niet dat dreigementen en discriminatie zijn ingezet bij de toegang tot de opvang van dakloze gezinnen. Ons zijn geen gevallen bekend waarbij gedreigd en gediscrimineerd is. Bij de registratie van dakloze gezinnen wordt geen systematisch overzicht bijgehouden van etniciteit1 en verblijfsstatus van deze gezinnen. Als vanzelfsprekend worden discriminatie en dreigementen bij de toegang tot de opvang van dakloze gezinnen niet getolereerd. Indien wij dergelijke signalen ontvangen, worden deze direct onderzocht en wordt zo nodig actie ondernomen. Het college maakt zich hard voor de opvang van dak- en thuisloze Amsterdammers. In de afgelopen jaren is 30 miljoen extra geïnvesteerd en beschikbaar gesteld voor het realiseren van opvangplekken, preventiemaatregelen en begeleiding richting permanente huisvesting. In Amsterdam beschikken we naast Wmo-voorzieningen met ruim 400 plekken2, ook over bovenwettelijke noodopvangplekken voor economisch dakloze gezinnen.
Het aantal noodopvangplekken voor gezinnen is sinds 2019 toegenomen van 186 naar 228 plekken in 2025. Wanneer de reguliere noodopvangplekken volledig bezet zijn, wordt aanvullend gebruikgemaakt van hotelkamers. Momenteel worden ongeveer 30 gezinnen in hotels opgevangen. Het college zal zich altijd blijven inzetten voor de meest kwetsbare inwoners van de stad. Dit geldt met name voor de verschillende groepen dak- en thuisloze Amsterdammers en in het bijzonder voor dakloze gezinnen. In de bestuurlijke reactie van 26 september 2025 is, naar aanleiding van het rapport van de Kinderombudsman, aan uw raad toegelicht welke ondersteuning wij bieden aan dakloze gezinnen en welke extra maatregelen worden genomen om deze hulp te verbeteren. Samen met professionals en specialisten van zorgpartners werken wij aan de best mogelijke opvang, begeleiding en ondersteuning voor dak- en thuisloze gezinnen. 2.
Is het college het met de indieners eens dat het onaanvaardbaar is om een kind en moeder van elkaar te scheiden alleen omdat zij dakloos zijn, en dat het weigeren van opvang op basis van migratieachtergrond of verblijf in het buitenland discriminerend is? Welke concrete stappen neemt het college om deze vorm van discriminatie tegen te gaan? Antwoord: Ja, het college is het met de indieners eens dat het onaanvaardbaar is om een kind en moeder van elkaar te scheiden alleen omdat zij dakloos zijn. Daarnaast is het college het ook met de indieners eens dat het weigeren van opvang op basis van migratieachtergrond discriminerend is.
1 De registratie beperkt zich tot de vraag of iemand binnen of buiten de EU valt, omdat dit bepalend is voor de keten waarin
iemand wordt geplaatst en het daarbij behorende rechtenkader. 2 Voorzieningen voor gezinnen volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. De genoemde plekken zijn inclusief
omslagwoningen.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 17 december 2025 Pagina 3 van 5
Het college herkent niet dat dreigementen en discriminatie zijn ingezet bij de toegang tot de opvang van dakloze gezinnen. Ons zijn geen gevallen bekend waarbij gedreigd en gediscrimineerd is. Er is dan ook geen instructie om te dreigen met een melding bij Veilig Thuis. Binnen de gezinsketen zijn samenwerkingsafspraken met de betrokken partners gemaakt, waarin is opgenomen dat alle kinderen van dakloze ouders bij Veilig Thuis worden gemeld. Op deze manier kan naast de huisvestingsvraag ook eventuele onveiligheid meteen worden vastgesteld3. Veilig Thuis kan vanuit haar expertise meekijken bij oplossingsrichtingen en spant zich in om ‘zo licht mogelijk’ maar afdoende te interveniëren. Bij de registratie van dakloze gezinnen wordt geen systematisch overzicht bijgehouden van etniciteit en verblijfsstatus van deze gezinnen. Discriminatie en dreigementen bij de toegang tot de opvang van dakloze gezinnen worden als vanzelfsprekend niet getolereerd. Indien wij dergelijke signalen ontvangen, worden deze direct onderzocht en wordt zo nodig actie ondernomen. 3. Is het college het met de indieners eens dat gemeente Amsterdam er alles aan moeten doen om juist het gezin bij elkaar te houden? Antwoord: Het college is het met de indieners eens dat de gemeente Amsterdam er alles aan moet doen om een gezin bij elkaar te houden.
Zoals eerder aangegeven in de beantwoording bij vraag 1 en vraag 2 is het doel van de Centrale Toegang niet om gezinnen te scheiden en wordt ook niet gedreigd met een melding bij Veilig Thuis. Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland heeft ook vragen ontvangen van Investico, De Groene Amsterdammer en Trouw. In haar beantwoording bevestigt Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland dat de afspraak is dat er altijd een melding bij Veilig Thuis gedaan wordt. Daarnaast voegen zij toe dat zij de angst voor het scheiden van ouder en kind vaak snel kunnen wegnemen door samen met direct betrokkenen te kijken wat er aan de hand is, te bespreken waar behoefte aan is en gezamenlijk een plan van aanpak op te stellen. Ook benadrukt Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland in haar beantwoording aan Investico, De Groene Amsterdammer en Trouw dat zij in minder dan één procent van de casuïstiek een verzoek tot onderzoek bij de Raad voor de Kinderbescherming doet (landelijk percentage). Bovendien wordt de afweging voor een gedwongen uithuisplaatsing nooit licht genomen. Het is belangrijk om in acht te nemen dat de gemeente Amsterdam en ook Veilig Thuis Amsterdam-Amstelland geen mandaat hebben om ouders en kinderen van elkaar te kunnen scheiden. De Raad voor de Kinderbescherming en de kinderrechter beslissen hierover.
In de Groene Amsterdammer staat het volgende: “We kunnen je kind wel opvangen, maar jou niet’, meldt de Kinderombudsman in Amsterdam. Moeders ervaren dit als dreigement, omdat ze bang zijn dat hun kind wordt afgepakt.”
3 Deze afspraak is vastgelegd in het Handboek noodopvang en kortdurende opvang. De werkinstructie (hoofdstuk 3.3) stelt dat
alle kinderen die dakloos zijn, in principe in een onveilige situatie leven en altijd gemeld moeten worden bij Veilig Thuis. De gemeente maakt dus altijd een melding bij Veilig Thuis om het welzijn van de kinderen te waarborgen. Wanneer gespecialiseerde jeugdhulp al bij het gezin betrokken is, doen wij geen melding.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 17 december 2025 Pagina 4 van 5
Herkent het college deze signalen, en zo ja, hoe beoordeelt ze deze? 4. Is het college bereid deze signalen verder te onderzoeken? Antwoord: Zoals reeds eerder gezegd herkent het college niet dat dreigementen en discriminatie zijn ingezet bij de toegang tot de opvang van dakloze gezinnen. Ons zijn geen gevallen bekend waarbij gedreigd en gediscrimineerd is. Discriminatie en dreigementen bij de toegang tot de opvang van dakloze gezinnen worden als vanzelfsprekend niet getolereerd. Als we hier signalen over krijgen, zullen we deze direct onderzoeken en wanneer nodig actie ondernemen. Op dit moment zien wij geen aanleiding om dit verder te onderzoeken.
Over Amsterdam specifiek stelt Investico het volgende: 'gemeenten zien deze moeders als probleemgroep die de noodopvang ‘overvraagt’, blijkt uit rechtbankvonnissen, gemeentestukken en vijftien persoonlijke dossiers die Investico heeft ingezien. Zo schreef de gemeente Amsterdam vorig jaar aan een Ghanese vrouw uit Amsterdam met een Nederlands kind dat de opvang niet bedoeld is voor ‘gezinnen van buiten Amsterdam of van buiten Nederland’. 5. Herkent het college de geschetste situatie? 6. Herkent het college het sentiment dat opvanglocaties minder welwillend zijn in het opvangen van moeders en kinderen met een migratieachtergrond? En zo ja, wat is hierop de reflectie van het college? 7. Is het college bereid deze signalen verder te onderzoeken? Zo nee, waarom niet? Antwoord: De noodopvang is bedoeld voor gezinnen met binding met Amsterdam. Het gaat hierbij niet om nationaliteit, maar om de feitelijke woonbinding. Gezinnen die ten minste vier jaar in Amsterdam hebben gewoond vallen binnen de doelgroep. Het onderscheid is bedoeld om ervoor te zorgen dat de opvang beschikbaar blijft voor gezinnen die in Amsterdam wonen en afhankelijk zijn van de voorzieningen in onze stad.
Een gezin wordt gezien als 'van buiten Amsterdam' wanneer het niet kan aantonen dat alle leden ten minste vier jaar woonbinding met Amsterdam hebben (geen inschrijving in de BRP of andere betrouwbare documenten waaruit blijkt dat het gezin in de afgelopen jaren in Amsterdam heeft gewoond). Het gaat hierbij nogmaals niet om de herkomst of nationaliteit, maar uitsluitend om de aantoonbare binding met Amsterdam. Het college herkent niet dat dreigementen en discriminatie zijn ingezet bij de toegang tot de opvang van dakloze gezinnen. Ons zijn geen gevallen bekend waarbij gedreigd en gediscrimineerd is. Ook herkent het college niet het sentiment dat opvanglocaties minder welwillend zijn in het opvangen van moeders en kinderen met een migratieachtergrond. De gemeente Amsterdam en de specialisten bij de Centrale Toegang handelen niet op basis van afkomst en/of nationaliteit. Er wordt gehandeld binnen de beleidskaders en de richtlijn voor binding met Amsterdam. Dit is simpelweg een maatregel die moet worden genomen om de noodopvang beschikbaar te houden voor Amsterdamse gezinnen die afhankelijk zijn van de voorziening. Het college wil benadrukken dat er altijd maatwerk wordt geleverd wanneer sprake is van schrijnende of kwetsbare situaties, zodat niemand zonder ondersteuning blijft. Aangezien we de signalen niet herkennen, zien wij op dit moment geen aanleiding voor verder onderzoek.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 17 december 2025 Pagina 5 van 5
Als reactie vanuit de gemeente werd vermeld: “De gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Almere, Den Haag en Groningen laten in een reactie weten de dreigementen met een melding bij Veilig Thuis niet te herkennen.” 8. Hoe kan het college de dreigementen niet herkennen, terwijl uit dit uitgebreide onderzoek een ander beeld naar voren komt? Is het college het met de ondertekenaars eens dat bovenstaande reactie geen recht doet aan dit onderzoek? En zo nee, waarom niet? Antwoord: De bevindingen van Investico, De Groene Amsterdammer en Trouw zijn gebaseerd op een totaal van zes cases die speelden in alle onderzochte gemeentes. Het college heeft aan de publicatie meegewerkt door een uitgebreide reactie te geven op 35 gestelde vragen en deze tevens van achtergrondinformatie te voorzien. Deze reactie is in lijn met de beantwoording van uw schriftelijke vragen. Het college wijst u tevens op een bericht van de Ombudsman Metropool Amsterdam op sociale media in reactie op de stukken van Investico, De Groene Amsterdammer en Trouw waarin wordt aangegeven dat 'nuance dan ook op z’n plaats is waar het de Amsterdamse situatie betreft'. Als vanzelfsprekend doet het college geen uitspraken over de journalistieke keuzes die bij de publicaties gemaakt zijn. 9.
Is het college bereid om aanvullend onderzoek te doen bij de betrokken instanties naar aanleiding van deze publicatie? Zo nee, waarom niet? En zo ja, hierover uitgebreid te rapporteren naar de raad? Antwoord: Nee, daar is het college niet toe bereid. Zoals reeds vermeld herkent het college niet dat dreigementen en discriminatie zijn ingezet bij de toegang tot de opvang van dakloze gezinnen. Ons zijn geen gevallen bekend waarbij gedreigd en gediscrimineerd is. Wij hebben het volste vertrouwen in de processen en werkwijze van de Centrale Toegang bij de noodopvang voor gezinnen. 10. Welke aanvullende maatregelen gaat het college nemen om te voorkomen dat situaties zoals in deze publicaties beschreven zich opnieuw kunnen voordoen? Antwoord: Zie de beantwoording bij vraag 9. Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Rutger Groot Wassink Wethouder Opvang