Beantwoording sv Khan en Veldhuyzen inzake politiemedewerkers die in problemen komen bij werkgevers omdat zij naast burgers gaan staan
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Beantwoording schriftelijke vragen
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 25 juni 2024 Openbare Orde en Veiligheid Femke Halsema Openbare Orde en Veiligheid, secretariaatoov@amsterdam.nl Beantwoording schriftelijke vragen van de leden Khan en Veldhuyzen inzake politiemedewerkers die in de problemen komen bij hun werkgevers omdat zij naast burgers gaan staan
Geachte leden van de gemeenteraad, Op 25 maart 2024 heeft het college schriftelijke vragen ontvangen van de leden Khan en Veldhuyzen inzake politiemedewerkers die in de problemen komen bij hun werkgevers omdat zij naast burgers gaan staan. Onderstaand treft u de beantwoording van deze vragen aan. Toelichting door de vragenstellers Bij de politie zijn er meerdere dossiers waar de politie mee in hun maag zit. Wanneer politiemedewerkers echter aan de bel trekken, constateren wij dat opmerkelijk genoeg de politiemedewerkers worden aangepakt in plaats van een correctie in het onrecht en dossier. Sterker: in openbare stukken is te lezen dat ambtenaren en politiemedewerkers die zich uitspreken over zaken die niet kloppen, onder druk worden gezet. Het wordt hen zelfs onmogelijk gemaakt om te getuigen ten behoeve van burgers in de rechtszaal. En als zij niet meewerken verder onder druk worden gezet, gevolgd door uitsluiting, buitensluiting en uiteindelijk ontslag. In reactie op vragen vanuit de raad over wat de rolopvatting is van de burgemeester ten aanzien van interne kwesties bij de politieorganisatie, gaf de burgemeester aan dat zij “het gezag [heeft] over de politie als het gaat om openbare orde en veiligheid en wil in die hoedanigheid nauw betrokken zijn bij zaken, die te maken kunnen hebben met discriminatie, contact met burgers en veiligheidsgevoelens onder agenten”1.
De indieners willen hierover meer duidelijkheid. Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van DENK en LAV, op grond van artikel 84 van het Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen: 1 Herkent dit college dit beeld bij de politieorganisatie en hebben zij soortgelijke signalen ook gekregen? Zo ja, wat vindt het college daarvan en welke gevolgen hebben deze signalen volgens het college?
1
https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/13650584/1/09012f9780f43a90
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 25 juni 2024 Pagina 2 van 7
Antwoord: Het college herkent dit beeld niet en ook niet in het hierboven stellig geschetste beeld van uitsluiting, buitensluiting en ontslag. Het college heeft ook niet soortgelijke signalen ontvangen. Het college kent de politieorganisatie als een professionele organisatie die bereid is te leren van gemaakte fouten. De politieleiding neemt haar medewerkers serieus, zeker als zij vermeende misstanden melden. Niet zelden is dergelijke casuïstiek ingewikkeld en zitten er meerdere kanten aan het verhaal. Voor wat betreft de politie eenheid Amsterdam kan het de politiechef zelf zijn die een casus – al dan niet in de driehoek – bespreekt met de burgemeester. De burgemeester zelf kan ook informatie of opheldering vragen indien zij daar, bijvoorbeeld na berichtgeving in de media, behoefte aan heeft. In de driehoek is wat dat betreft veel vertrouwen en wordt dergelijke casuïstiek open en transparant besproken. 2 Vindt het college dat de klokkenluidersregeling voldoende functioneert om bescherming te bieden aan politiemedewerkers die burgers terzijde staan? Graag een toelichting waarom wel of niet. Antwoord: Het college heeft geen reden om aan te nemen dat de klokkenluidersregeling niet of onvoldoende functioneert. Het college heeft ook kennis genomen van de ‘Ombudsfunctionaris politie’ die sinds 2020 bestaat2 en waardeert dat de politie een dergelijk instituut heeft ingericht.
3 Kan het college aangeven op welke wijze tegenspraak bij de politie is georganiseerd? Wie houdt toezicht op de procedure om tegenspraak te kunnen geven? En hoe duidt het college deze procedure en hoe oordeelt het college over de mogelijkheden voor tegenspraak? Antwoord: Betrouwbaarheid en integriteit zijn onmisbaar voor een geloofwaardige en goed functionerende politieorganisatie. In situaties waar deze in het gedrang komen, heeft een medewerker de mogelijkheid om intern een melding van een mogelijke misstand te doen. Voor de interne procedure kunnen medewerkers terecht bij de direct leidinggevende, een hogere leidinggevende, een algemeen vertrouwenspersoon of een vertrouwenspersoon verbonden aan het Klokkenluiders Meldpunt Politie. Hier zijn vertrouwenspersonen Integriteit werkzaam die de melding beoordelen en met de melder in gesprek gaan. Als er redenen zijn waardoor een medewerker intern niet kan of wil melden, kan de medewerker zich wenden tot het Huis voor Klokkenluiders.3 Onder andere om te waarborgen dat klokkenluiders ook echt gehoord worden, is een Ombudsfunctionaris binnen de politie aangesteld. De procedure voor het doen van een melding van een vermoedelijke misstand is geregeld in het Besluit algemene rechtspositie politie (hierna: Barp), art.55 da t/m 55 dq. Hierin staat hoe je misstanden kunt melden en wat je rechten en plichten zijn.
Er is ook beschreven dat de melder op geen enkele wijze nadelige gevolgen met betrekking tot de rechtspositie mag ondervinden door de melding die gedaan wordt. Daarnaast is een melder geen klokkenluider indien melding wordt gemaakt van een persoonlijk arbeidsconflict of indien het gaat om een klacht. Het maatschappelijk belang moet echt in het geding zijn. De Ombudsfunctionaris politie | politie.nl https://www.huisvoorklokkenluiders.nl/Publicaties/afbeeldingen/2023/05/25/infographic-van-hetmeldproces-van-de-melder 2 3
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 25 juni 2024 Pagina 3 van 7
Het college is van mening dat op bovengenoemde wijze op een zorgvuldige wijze uitvoering wordt gegeven aan het proces van het melden van eventuele misstanden, waarbij – in relatie tot onafhankelijkheid en distantie – zo veel mogelijk tegemoet wordt gekomen aan de wensen van de melder. 4 Ziet de burgemeester een rol voor zichzelf weggelegd als de gebaande paden niet functioneren om onrecht jegens en onjuist contact met burgers aan te kaarten en te corrigeren? Antwoord: De burgemeester heeft het gezag over de politie als het gaat om het deel van de politietaak dat gericht is op de openbare orde. Tegelijkertijd hecht de burgemeester belang aan een goed contact tussen politie en burgers. Indien er reden is om aan te nemen dat de ‘gebaande paden’ niet werken om onrecht tegen burgers ‘aan te kaarten en te corrigeren’ dan kan de burgemeester dit in de driehoek of rechtstreeks met de politiechef bespreken. Indien aangewezen kan de burgemeester dergelijke onderwerpen eveneens bespreken met de regionale burgemeesters, de overige negen regioburgemeesters, rechtstreeks met de Korpschef of (al dan niet in het LOVP) met de Minister van J&V. Gezien het antwoord op vraag 1 is daar momenteel geen aanleiding toe.
5 Ziet de burgemeester voor zichzelf een rol weggelegd als politiemedewerkers in conflict komen met hun werkgever wanneer zij burgers proberen bij te staan? Antwoord: In de raadsinformatiebrief van 23 januari 2024 heb ik reeds beschreven dat de formele invloed van de burgemeester bij conflicten in de sfeer van werkgever-werknemer beperkt is. Desalniettemin kan de burgemeester besluiten een dergelijke casus met de politiechef of de driehoek te bespreken en indien gewenst op die wijze invloed uit te oefenen. 6 Ziet de burgemeester voor zichzelf een rol weggelegd als politiemedewerkers in conflict komen met hun werkgever als gevolg van onveiligheid op de werkvloer? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 5. 7 Vindt het college dat, wanneer er sprake is van racisme en discriminatie binnen het politieapparaat, dit slechts een personele kwestie is? Graag een toelichting waarom wel of niet. Antwoord: Zie het antwoord op vragen 1, 4 en 5. 8 Vindt het college dat, wanneer er sprake is van gevolgen voor het aankaarten van misstanden binnen het politieapparaat, waarbij burgers onrechtvaardig worden behandeld of onrechtvaardige gevolgen hiervan ondervinden, dit slechts een personele kwestie is? Graag toelichting waarom wel/niet. Antwoord: Zie het antwoord op de vragen 1, 4 en 5.
9 Is het college op de hoogte dat de korpschef of een andere hoge leidinggevende beslissingen neemt over zaken die zijn gemeld bij de klokkenluidersafdeling van de politie? Ook als het zaken betreft
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 25 juni 2024 Pagina 4 van 7
waarbij hoge leidinggevenden en/of de korpschef zich mee hebben bemoeid of onderdeel zijn van de melding? Wat vindt het college daarvan? Antwoord: Het college is op de hoogte van de wijze waarop misstanden intern en extern gemeld kunnen worden. Zie tevens het antwoord op vraag 3. 10 Wat zegt dit over de betrouwbaarheid van het systeem om kwesties die onjuist zijn aanhangig te maken of te melden? Hoe kunnen politiemedewerkers onjuiste kwesties binnen de politie of werkwijze aankaarten die (onschuldige) burgers benadelen zonder gevolgen en intimidatie of ontslag? Vindt het college dat dergelijke meldingen rechtstreeks gevolgen kunnen hebben voor haar burgers, zoals verbetering/verslechtering van hun rechtspositie? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 3. Voor het melden van een vermoedelijke misstand bestaan de aangewezen procedures. Politiemedewerkers die op de hoogte zijn van gedragingen of activiteiten binnen de organisatie die het algemeen belang kunnen schaden of bedreigen, dienen te worden beschermd als zij dit melden. Dit zogenaamde ‘benadelingsverbod’ is opgenomen in de Wet bescherming klokkenluiders, die ook van toepassing is op de politie.
De politie heeft een uitgebreid stelsel van vertrouwenspersonen, tot en met de politieombudsfunctionaris, waarmee geborgd is dat eenieder die een misstand aan de orde wil stellen dat altijd veilig en beschermd kan doen. Zoals aangegeven is de procedure voor het melden van een misstand vastgelegd in paragraaf integriteit (artikel 55 da t/m55 dq Barp). Door deze misstanden te melden dragen zij namelijk bij aan het onthullen of voorkomen van dergelijke inbreuken, waardoor zij een belangrijke bijdrage leveren aan het maatschappelijk welzijn van alle medewerkers. Toelichting In openbare stukken over de rechtszaak van de heer Van der Linde is te lezen dat de toenmalig politiemedewerker Bagaya door de rechtbank op 30 maart 2023 als getuige onder ede is gehoord. Deze specifieke opdracht kwam van de rechtbank tijdens de zitting. De toenmalig politiemedewerker is voorafgaand aan de zitting door de politieorganisatie onder druk gezet om niet te getuigen. Toen hij dat wel deed – in expliciete opdracht van de rechtbank – werd kort daarna een disciplinair onderzoek tegen hem gestart.
11 Vindt het college dat de politieorganisatie politiemedewerkers mag tegenhouden om – al dan niet uit vrije wil – te mogen getuigen of zich te melden als getuige bij een rechtbank? Waarom wel/niet? 12 Vindt het college dat de politieorganisatie een politiemedewerker onder druk mag zetten om wel of niet te getuigen? Waarom wel/niet? En als het gaat om belastende dossiers die de politie imagoschade kan opleveren? Mag het dan wel/niet en waarom? 13 Vindt het college dat, als er voor de burger ontlastende feiten zijn, deze mogen worden achtergehouden door de politie of politiemedewerkers die getuigen? Zo nee, geldt dat ook als daarmee het ambtsgeheim moet worden getreden? Waarom wel/niet?
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 25 juni 2024 Pagina 5 van 7
14 Vindt het college dat als de rechter en het OM vragen stellen aan politiemedewerkers die onder ede staan, die naar waarheid moeten worden beantwoord? Zo ja, kan een ambtsgeheim worden geschonden als er eerlijk moet worden beantwoord en als dat kan hoe dient, volgens dit college gehandeld te worden als dit het geval is? En hoe dient er gehandeld te worden als dit ontlastend is voor de burger? 15 Wordt het ambtsgeheim geschonden als de rechter uitdrukkelijk verzoekt om politiemedewerkers als getuigen op te roepen? Mag er informatie worden achtergehouden om het ambtsgeheim te handhaven en op welke manier is dat geen meineed? 16 Welke mogelijkheden heeft het college om het op te nemen voor ongehoorzame politiemedewerkers die ongehoorzaam zijn omdat zij aankaarten dat burgers onrecht wordt aangedaan door de overheid en daarmee zelf in de verdrukking op hun werk komen? Welke mogelijkheden heeft de burgemeester precies en hoe heeft dat effect in de overlegdriehoek met het OM en de politie? 17 Tussen de politieorganisatie en de toenmalig politiemedewerker is met betrekking tot de zitting van 30 maart 2023 de afspraak gemaakt dat hij als privépersoon op de publieke tribune plaats zou nemen.
Verder is afgesproken dat wanneer de rechtbank ter plekke zou beslissen dat de toenmalig politiemedewerker, alsnog onder ede als getuige gehoord moest worden, hij dan zou kunnen verklaren zonder dat er sprake zou zijn dat het ambtsgeheim geschonden zou worden. Heeft het college kennisgenomen van deze afspraken? 18 Heeft het college kennisgenomen van de inhoud betreffende de schriftelijke aanzegging van 22 mei 2023 met betrekking tot het disciplinaire onderzoek naar de toenmalig politiemedewerker? 19 Heeft het college kennisgenomen van de brief van het Klokkenluiders Meldpunt Politie van 22 maart 2023, waarin staat dat conform de Wet Bescherming Klokkenluiders ten aanzien van de toenmalig politiemedewerker er een verbod op benadeling en vrijwaring van gerechtelijke procedures geldt vanaf datum melding op 22 maart 2023? Antwoord 11 t/m 19: Het college gaat niet in op afzonderlijke casuïstiek en heeft eerder aangegeven dat eventuele afspraken hieromtrent een politie-interne aangelegenheid zijn. Ook omwille van de privacy wordt niet ingegaan op afzonderlijke casuïstiek. 20 Is het college ervan op de hoogte dat er thans geen jurisprudentie bestaat betreffende de einddatum met betrekking tot het verbod op benadeling en vrijwaring van gerechtelijke procedures? Antwoord: Ja.
21 Heeft het college kennisgenomen van de verschillende publicaties in de periode van 2021 tot en met 2023 van diverse journalisten die onafhankelijk onderzoek hebben verricht naar de omstandigheden met betrekking tot de zogenaamde CTER-registraties bij de politie? Antwoord: Ja.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 25 juni 2024 Pagina 6 van 7
22 Heeft het college kennisgenomen van de aankondiging van het onderzoek van de Nationale Ombudsman van 19 februari 2024 naar de omstandigheden met betrekking tot de zogenaamde CTER-registraties bij de politie? Antwoord: Ja. 23 Is het college van mening dat de melding die de toenmalig politiemedewerker deed bij het Klokkenluiders Meldpunt Politie ten aanzien van dezelfde zogenaamde CTER-registraties bij de politie ook dezelfde strekking heeft als die van de onafhankelijke onderzoeken van de diverse journalisten en meest recent die van de Nationale Ombudsman? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 11 tot en met 19. 24 Op 9 oktober en op 27 oktober 2023 hebben er op het stadhuis gesprekken plaatsgevonden tussen de toenmalig politiemedewerker, de burgemeester en haar chef kabinet. Heeft de toenmalig politiemedewerker zijn melding omtrent de vermoedelijke misstand nog onderbouwd met stukken? Zo ja, hoe beoordeelt het college deze stukken? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 11 tot en met 19. 25 De burgemeester is van mening dat het een personele kwestie betreft. Hoe kan deze casus slechts een personele kwestie betreffen als de aangekaarte misstanden gevolgen hebben voor een burger? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 11 tot en met 19.
26 Op basis waarvan heeft de burgemeester geconcludeerd dat de casus van Bagaya een personele kwestie betreft? Wanneer en met wie heeft zij binnen de politieorganisatie daarover gesproken? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 11 tot en met 19. 27 Kent het college de verschillende omstandigheden, waarin Klokkenluiders worden aangepakt door hun eigen organisatie? En ziet het college overeenkomsten met de omstandigheden, waarin de toenmalig politiemedewerker nu in is terechtgekomen? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 11 tot en met 19. 28 Is het college ervan op de hoogte dat de korpschef zelf, dan wel zijn gemandateerde, directeur korpsstaf, de melding bij het Klokkenluiders Meldpunt Politie van de toenmalig politiemedewerker zelf hebben beoordeeld? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 11 tot en met 19. 29 Is het college ervan op de hoogte dat de korpschef zelf, dan wel zijn gemandateerde, directeur korpsstaf na de melding van de toenmalig politiemedewerker contact heeft opgenomen met de
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 25 juni 2024 Pagina 7 van 7
teamchef bestuursondersteuning om hen op de hoogte te brengen van de gedane melding door de toenmalig politiemedewerker? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 11 tot en met 19. 30 Is het college ervan op de hoogte dat vanwege de beoordeling van de korpschef zelf, dan wel zijn gemandateerde, directeur korpsstaf, het Klokkenluiders Meldpunt Politie vervolgens ook geen inhoudelijk onderzoek heeft gedaan naar de melding van de toenmalig politiemedewerker? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 11 tot en met 19. 31 Is het college ervan op de hoogte dat het Klokkenluiders Meldpunt Politie van mening is dat de betreffende melding een zogenaamde ‘buitencategorie’ betreft, omdat de melding onder meer betrekking heeft op gedragingen van de privacy- en stafjuristen van de politieorganisatie en deels op de korpschef zelf? Hoe duidt het college deze situatie en wat vind het college hiervan? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 11 tot en met 19. Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Femke Halsema Burgemeester
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl