CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording sv Boomsma inzake woningen die tuinen zouden zijn en hoe de gemeente omgaat met fouten

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 5 juli 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: De beantwoording van de schriftelijke vragen Boomsma inzake woningen die tuinen zouden zijn en hoe de gemeente omgaat met fouten. Nr. VN2023-0164374.675 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Beantwoording schriftelijke vragen

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 1 juni 2023 Ruimtelijke ordening Reinier van Dantzig Ruimte en duurzaamheid (bestuurszaken.rd@amsterdam.nl) Beantwoording schriftelijke vragen van het lid Boomsma inzake woningen die tuinen zouden zijn en hoe de gemeente omgaat met fouten.

Geachte leden van de gemeenteraad, Op 3 februari 2023 heeft het college schriftelijke vragen ontvangen van het lid Boomsma inzake woningen die tuinen zouden zijn en hoe de gemeente omgaat met fouten. Onderstaand treft u de beantwoording van deze vragen aan. Toelichting door de vragenstellers De historische binnentuinen van de grachten en elders zijn waardevol en moeten we koesteren. Daarom is het goed dat de gemeente voorkomt dat illegaal in de tuinen wordt bijgebouwd om schaars en kostbaar groen te beschermen. Wat niet moet, is historische gebouwen formeel als tuin bestemmen en daarmee de bewoners het leven zuur maken. In De Telegraaf van 1 december stond een artikel over de ‘ambtelijke nachtmerrie’ waar twee Amsterdammers in terecht zijn gekomen.1 Ze woonden jaren in hun huis, een woning met een aparte ingang, dat nota bene een Rijksmonument is uit 1700 met waardering Orde-1. Enkele jaren geleden gaf de gemeente echter aan dat hun woning eigenlijk een tuin zou zijn. Waar eerder een vergunning voor een aanpassing werd toegewezen, werd later een nieuwe vergunning op deze grond afgewezen. Ze wilden namelijk een indifferent deel van de woning verhogen (indifferent want zonder monumentale waarde), maar volgens de gemeente heeft bijna hun gehele perceel de bestemming Tuin-3, waarbij feitelijk gezien bewoning en ook extra ‘verstening’ niet is toegestaan.

Slechts hun privé-entree heeft volgens de gemeente de bestemming Gemengd (Wonen). Tot dan toe waren (oud-)bewoners, notarissen, makelaars en ambtenaren ervan uitgegaan dat het perceel de bestemming Gemengd-1 (functie wonen) had. Dit staat tevens in het BAG-register van de gemeente. Omdat het zo in de eigen BAG-registratie stond hebben de huidige bewoners het pand ook aangeschaft en leefden in de veronderstelling dat de woning daadwerkelijk een woning was. In de praktijk is dit adres ook al decennia bewoond, waarschijnlijk al eeuwen. De bewoners en experts hebben inmiddels de herkomst van de fout in de huidige en tevens eerste plankaarttekening gevonden. In de plankaart van het eerste bestemmingsplan uit 1985 werd de woning van de toenmalige oud-bewoner als tuin ingetekend (zie bijlage). De bewoning door de huidige bewoners is inmiddels en na langdurige processen en stressvolle jaren gelegaliseerd. Maar de bestemming is nog niet gewijzigd. Dit heeft alsnog grote financiële, fiscale en persoonlijke gevolgen voor de bewoners. Het CDA heeft naar aanleiding van deze casus ook een aantal bredere vragen over hoe de gemeente omgaat met dergelijke gevallen, wanneer schijnbaar tegenstrijdigheden staan in bestemmingsplannen en het BAG-register.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 1 juni 2023 Pagina 2 van 11

1 ‘Droomwoning wordt een nachtmerrie’, De Telegraaf, 1 december 2022. Het college brengt ter inleiding het volgende naar voren. Het onderwerp van de raadsvragen betreft een aanbouw in een gesloten bouwblok aan de achterzijde van hoofdbebouwing aan een gracht. Direct naast deze aanbouw bevindt zich een andere aanbouw. Ten behoeve van duidelijkheid, geven wij eerst een overzicht van de drie opvolgende bestemmingsplanregelingen ter plaatse. Om het standpunt van het college op het punt van de aan de gronden gegeven bestemming goed te begrijpen, is in dit overzicht ook de regeling voor de naastgelegen aanbouw weergegeven. Het bestemmingsplan Westelijke grachtengordel 1985 is het eerste bestemmingsplan voor dit gebied. De beide aanbouwen waren toen al aanwezig. In dit bestemmingsplan is ter plaatse van de aanbouw waar de vragen betrekking op hebben een tuinbestemming opgenomen, en voor de andere aanbouw een woonbestemming. Ter plaatse van laatstgenoemde aanbouw geldt een maximale bouwhoogte van 5 meter. Ter plaatse van de tuinbestemming mogen -behoudens een schuurtje- geen gebouwen worden opgericht. In 2002 werd het bestemmingsplan uit 1985 vervangen door het bestemmingsplan Westelijke grachtengordel 2001. Ter plaatse van de aanbouw waarop de vragen betrekking hebben is wederom een tuinbestemming opgenomen. In dit plan is daarbij de aanduiding ‘Te handhaven bebouwing’ opgenomen.

Bij die aanduiding geldt de regel dat het gebruik van deze bebouwing in het verlengde van het gebruik van de hoofdbebouwing dient te liggen en zelfstandig gebruik niet is toegestaan. De bebouwing mag niet worden vergroot. Voor de naastgelegen gronden waarop de andere aanbouw staat, is in dit bestemmingsplan dezelfde regeling vastgelegd als voor de aanbouw waarover de vragen gaan. De woonbestemming uit het bestemmingsplan van 1985 is dus vervangen door een tuinbestemming met de aanduiding ‘Te handhaven bebouwing’. De maximale bouwhoogte van 5 meter is vervangen door de regel dat vergroting van het bestaande gebouw niet is toegestaan. In 2013 werd het bestemmingsplan uit 2001 vervangen door het bestemmingsplan Westelijke binnenstad, dat tot de dag van vandaag vigerend is. De inhoud van de regeling in dit bestemmingsplan is overeenkomstig het bestemmingsplan uit 2001. Het college kan de gestelde vragen als volgt beantwoorden. 1. Klopt het volgens het College dat op dit adres al zeer lange tijd bebouwing staat, die wordt bewoond, en hier dus geen sprake is van een tuin? Antwoord van het college De bebouwing is geruime tijd aanwezig. Er is sprake van bebouwing die wordt bewoond. Het is daarmee feitelijk geen tuin. 2.

Klopt het dat de bestemming ‘Tuin’ voor deze plek is opgenomen in het bestemmingsplan Westelijke binnenstad 1985 – of stond dat al langer als zodanig geregistreerd? Kan er

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 1 juni 2023 Pagina 3 van 11

sprake zijn van een fout in het bestemmingsplan Westelijke binnenstad uit 1985? Zo nee, waarom krijgt eeuwenoude bebouwing dan de bestemming ‘Tuin’, terwijl daar op dat moment een gebouw en rijksmonument stond? Zo nee, waarom ontbreekt de bebouwing dan op de plankaart? Zo ja, hoe kan dit gecorrigeerd worden? Antwoord van het college De bestemming ‘Tuin’ (formeel ‘Tuinen’) is voor het eerst gegeven in het bestemmingsplan Westelijke grachtengordel 1985. Wij kunnen niet achterhalen of verklaren waarom ter plaatse van de bebouwing die destijds al bestond een tuinbestemming is gelegd zonder dat daarbij regels zijn gesteld die recht doen aan de destijds al bestaande bebouwing. Het is evenwel geen mogelijkheid om het bestemmingsplan uit 1985 nu nog te veranderen. Het geldt immers niet meer sinds in 2001 het opvolgende bestemmingsplan (Westelijke grachtengordel 2001) is vastgesteld. Inmiddels geldt het daaropvolgende bestemmingsplan Westelijke binnenstad, vastgesteld in 2013. In het bestemmingsplan Westelijke grachtengordel 2001 is de regeling geactualiseerd. In dit bestemmingsplan zijn gronden waarop zich bebouwing bevindt die niet kwalificeert als de hoofdbebouwing van een perceel, maar aanbouwen of bijgebouwen zijn, tot ‘Tuin’ bestemd, maar is daarbij de nadere aanduiding ‘Te handhaven bebouwing’ opgenomen.

Hiermee wordt uitdrukking gegeven aan het belang van de binnentuin als rustige, open ruimte aan de achterzijde van de hoofdbebouwing. De bestaande bebouwing wordt met deze bestemmingsregeling erkend, omdat deze nu eenmaal aanwezig is, maar is voor het woon- en leefklimaat in de binnentuin niet de meest wenselijke situatie. Hierbij passen de regels dat de bebouwing niet mag worden vergroot en er geen zelfstandige functies in mogen zijn gevestigd, maar het gebruik in het verlengde van het gebruik van de hoofdbebouwing dient te liggen. In overeenstemming met dit uitgangspunt is dezelfde regeling vastgesteld voor de naastgelegen aanbouw. Deze aanbouw was in het bestemmingsplan Westelijke grachtengordel 1985 nog opgenomen met een woonbestemming en een bouwhoogte van 5 meter en de regeling is dus in 2001 aangepast naar de inzichten van toen. Er mag daarom van worden uitgegaan dat wanneer in het bestemmingsplan van 1985 de aanbouw waarop de raadsvragen betrekking hebben wel op de plankaart was opgenomen, de actualisatie in 2001 tot dezelfde regeling zou hebben geleid als is vastgesteld voor de naastgelegen aanbouw. Het idee dat een ‘fout’ die in 1985 is gemaakt nu nog doorwerkt kunnen wij dan ook niet volgen. Van belang is om het volgende nog te vermelden.

In het archief bevinden zich geen aanwijzingen dat ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan Westelijke grachtengordel 2001 sprake was van een woning, noch van een zelfstandig gebruik. In het archief bevindt zich wel een bouwvergunning die de situatie in 1985 weergeeft. De begane grond was toen volledig bedrijfsmatig in gebruik. De aanvrager heeft dit althans in zijn aanvraag uit 1985 om de hoger gelegen verdiepingen te mogen verbouwen tot woningen aangegeven als zijnde de bestaande en toekomstige situatie van de begane grond, met inbegrip van de aanbouw. Wij moeten er dus van uitgaan dat in 1985 geen sprake was van gebruik als woning. Documenten van na 1985 die publiekrechtelijke toestemming inhouden om dit gebruik te veranderen, zijn in het archief niet aangetroffen. Het moet er aldus voor worden gehouden dat de zelfstandige bewoning op enig moment na 1985 is aangevangen, zonder daartoe strekkend publiekrechtelijke toestemming. Dat vergunningen wel nodig waren, ligt voor de hand; er is sprake van een

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 1 juni 2023 Pagina 4 van 11

monument en strijd met het bestemmingsplan, terwijl het realiseren van een woning gedurende lange tijd op basis van de Bouwverordening vergunningplichtig was. 3. In de begeleidende tekst van het eerste bestemmingsplan zou staan dat het gebruik ten tijde van het opmaken van het eerste bestemmingsplan was, ook zo zou moeten blijven. Klopt dat? En klopt het dat dit in 1985 het pand werd gebruikt als woning? Antwoord van het college Het bestemmingsplan Westelijke grachtengordel 1985 is het eerste bestemmingsplan dat voor het gebied is vastgesteld. De plantoelichting geeft aan dat het een conserverend plan is dat de feitelijk bestaande situatie vastlegt. Uit voornoemde bouwvergunning uit 1985 blijkt dat in 1985 de gehele begane grond in gebruik was als bedrijfsruimte en kantoor. De bebouwing was in 1985 dus aanwezig, en volgens de beschikbare informatie in gebruik als bedrijfsruimte/ kantoor. De bestaande bebouwing is, in weerwil van de plantoelichting die aangeeft dat bedoeld is de feitelijk bestaande situatie vast te leggen, niet in het bestemmingsplan opgenomen. In het bestemmingsplan van 2001 is de bestaande bebouwing alsnog opgenomen. Daarbij is gebruik als zelfstandige functie (waaronder een woning) niet toegestaan. Of gebruik als woning in 2001 al was aangevangen is niet bekend.

Er zijn in elk geval geen daartoe vereiste vergunningen voor verleend, terwijl deze naar onze overtuiging wel was vereist. De kans dat de benodigde vergunning voor een zelfstandige woning in afwijking van het bestemmingsplan zou zijn verleend, is zeer klein. Behoud van de rust en openheid in binnentuinen was en is immers een belangrijk uitgangspunt, reden waarom zelfstandige functies in aanbouwen niet wenselijk zijn. 4. Zijn er bij het college andere gevallen bekend binnen de gemeente Amsterdam waarin (historische) woningen geen woonbestemming hebben, maar een tuinbestemming o.i.d.? Zo ja, hoe gaat de gemeente hiermee om indien dit problemen veroorzaakt? Zo nee, gaat het in dit specifieke geval dan om een uitzonderlijke situatie? Antwoord van het college Zoals volgt uit de beantwoording van vraag 2 is er veel bebouwing bestemd tot tuin, waarbij die bebouwing in stand mag blijven. Dat geldt niet alleen voor het plangebied Westelijke binnenstad maar op de meeste plekken in de binnenstad. Als hier wordt gewoond, behoort dit geen zelfstandige woonfunctie te zijn. Er is echter nooit de intentie geweest om bestaande aan- en uitbouwen of bijgebouwen met een legaal aangevangen zelfstandige functie onder een regime te plaatsen waarbij die zelfstandigheid niet is geëerbiedigd.

Opgemerkt wordt dat het college het er op houdt dat de onderhavige bewoning zonder benodigde vergunningen, dus niet legaal, is aangevangen. Het gegeven dat deze bewoning nu is ‘gelegaliseerd’, komt voort uit een in 2017 foutief getoetste aanvraag omgevingsvergunning. Het is aldus een uitzonderlijk geval. Niet is niet uit te sluiten dat er ook andere locaties zijn waar zonder omgevingsvergunning een aanvang is gemaakt met een zelfstandige woonfunctie terwijl dit op grond van het bestemmingsplan niet was toegestaan. Het is moeilijk te zeggen hoe vaak dit voorkomt. Dit soort situaties kunnen aan het licht komen als een omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Zo is dat ook in onderhavig geval gebeurd.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 1 juni 2023 Pagina 5 van 11

5. Los van tuinhuisjes en schuren, wat kan volgens de gemeente de functie zijn van bebouwing op een bestemming met Tuin-3? Antwoord van het college Elk gebruik dat in het verlengde ligt van het (legale) gebruik van het hoofdgebouw op het perceel is toegestaan. Het moet een nevenruimte zijn en geen zelfstandig gebruik. 6. Volgens het bestemmingsplan Westelijke Binnenstad mag in een Tuin-3-bestemming bebouwing niet vergroot worden.2 Bestaan er in bestemmingsplannen vergelijkbare bestemmingen met woonfunctie, waarin deze beperking tevens bestaat? Zo ja, welke bestemming zijn dit? Zo nee, wat zijn andere manieren waarop een mogelijke uitbreiding en verstening van een woning via een bestemmingsplan kan worden tegengegaan? Antwoord van het college Het geldt in veel gevallen, ook al is de redactie en het samenstel van de plankaart en de planregels doorgaans anders dan in de regeling voor Tuin-3. De uitkomst is hetzelfde. De combinatie van (1) een bestemming die een woonfunctie toelaat (bijvoorbeeld ‘Gemengd 1’, de meest voorkomende bestemming in de binnenstad), (2) het bestemmingsvlak met die bestemming dat volledig is volgebouwd en (3) een bouwregel die bepaalt dat de bestaande bouwhoogte de maximale bouwhoogte is (geldt voor alle orde 1 en 2 panden), komt veelvuldig voor.

Deze regels hebben echter niet uitsluitend tot doel om verstening tegen te gaan, maar ook om cultuurhistorische waarden zoals de stedenbouwkundige waarde van de bebouwing te behouden en beschermen, een opdracht die de raad heeft meegekregen bij de aanwijzing van de binnenstad tot beschermd stadsgezicht. Het is moeilijk voorstelbaar hoe een regeling in een bestemmingsplan kan luiden die niet een beperking van bouwmogelijkheden behelst, maar wel mogelijke uitbreiding van een woning en verstening van het binnenterrein tegengaat. 7.

Welke negatieve effecten verwacht het college bij het wijzigen van de bestemming van ‘Tuin-3’ naar bijvoorbeeld ‘Gemengd-1’, waarbij de feitelijke situatie van de afgelopen eeuwen – en aantoonbaar van de afgelopen decennia – dus onveranderd zou blijven?

Antwoord van het college De bestemming die aan gronden is gegeven is op zichzelf niet bepalend voor wat er mag. Relevanter is wat de planregels bepalen dat ter plaatse, dus op gronden met een bepaalde bestemming, mag. Zoals uit de toelichting bij deze raadsvragen blijkt, is bekend dat de bewoning al is gelegaliseerd (‘De bewoning door de huidige bewoners is inmiddels en na langdurige processen en stressvolle jaren gelegaliseerd.’) Gelet op de beantwoording van voorgaande vragen ligt het niet voor de hand om deze legalisering te formaliseren met een gemengde bestemming. Wanneer nu het bestemmingsplan zou worden aangepast, zouden wij de raad voorstellen de bestemming ongemoeid te laten en ter plaatse van de aanbouw een extra aanduiding te geven -en een bijbehorende regel toe te voegen- met de strekking dat ter plaatse een zelfstandige woning is toegestaan. Dit sluit aan bij de systematiek van het bestemmingsplan om bebouwing in binnentuinen geen bestemming te geven die aan

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 1 juni 2023 Pagina 6 van 11

hoofdbebouwing wordt toegekend en doet naar ons oordeel voldoende recht aan de feitelijke en gelegaliseerde situatie. Het is niet zozeer dat wanneer van de systematiek zou worden afgeweken er sprake is van een negatief effect. Veeleer is er op dit moment geen gerechtvaardigde reden om dit te doen; de woning is voldoende beschermd. Bovendien is het een relatief intensief en langdurig procedureel en bestuurlijk traject en dus kostbaar. Wij zijn voornemens om de formalisering zijn beslag te laten krijgen op het moment dat het gehele bestemmingsplan Westelijke grachtengordel wordt vervangen door het Omgevingsplan. Onder de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking treedt, is niet langer sprake van het bestemmen van gronden, maar van het toedelen van functies aan locaties via het Omgevingsplan. Tuinen en erven zullen niet langer ‘bestemd’ worden, maar onderdeel gaan uitmaken van een perceel waaraan een of meer functies zijn toebedeeld en waarop binnen gestelde regels mag worden gebouwd. Het toedelen van de functie wonen aan de aanbouw sluit bij die systematiek wel aan. Er is helaas nog geen tijdspad voor de vervanging van het bestemmingsplan bekend. 8. De bewoning is inmiddels gelegaliseerd, maar de bestemming niet. Hoe beoordeelt het College dat? De CDA-fractie zou het logisch en wenselijk vinden als de bestemming conform gewijzigd zou worden.

Hoe kijkt het college hiernaar? Antwoord van het college Zie het antwoord op vraag 7. 9. Welk mogelijk doel wordt gediend met het legaliseren van de bewoning maar het niet aanpassen van de bestemming? Antwoord van het college Zie het antwoord op vraag 7. 10. In deze casus is er sprake van een beschermd monumentaal pand dat in principe niet gesloopt mag worden. Echter, als bijvoorbeeld het pand zou afbranden, zou het dan mogen worden teruggebouwd? Zo ja, hoe plaatst de gemeente dat in de huidige toepassing van het bestemmingsplan, waarin ‘verdichting’ niet is toegestaan? Zo nee, is dit beleid dan niet nadelig voor het behoud en de bescherming van historisch erfgoed?

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 1 juni 2023 Pagina 7 van 11

Antwoord van het college Nee, het beleid is niet nadelig voor het behoud en de bescherming van historisch erfgoed. Er is geen rechtsregel die, ter bescherming van historisch erfgoed, bepaalt dat monumenten die door bijvoorbeeld brand teniet zijn gegaan mogen worden teruggebouwd. Het historisch erfgoed is immers door brand verwoest en daarmee niet meer bestaand. De calamiteitenregel uit het bestemmingsplan Westelijke binnenstad (artikel 32.1 onder b van de planregels; wegbestemde bebouwing mag teruggebouwd indien door een calamiteit tenietgegaan) kan niet worden toegepast, omdat dit onderdeel is van het overgangsrecht. De regel is overigens niet gekoppeld aan enige status van cultureel erfgoed. Het overgangsrecht ziet niet op onderhavige aanbouw, aangezien overgangsrecht betrekking heeft op wegbestemde bebouwing, terwijl de aanbouw die hier wordt besproken op basis van de planregels voor gronden die zijn bestemd tot ‘Tuin-3’ aanwezig mag zijn en blijven en geheel of gedeeltelijk mag worden vernieuwd en dus niet is wegbestemd. Zie ook het antwoord op vraag 11. 11.

Zijn er bij de gemeente meer situaties bekend van monumenten of andere panden die weliswaar al enkele eeuwen bestaan, maar in een bestemmingsplan (gedeeltelijk) staan aangeduid als tuin? Zo ja, welke situaties zijn dit en waarom is dit zo? Zo nee, bevestigt dat niet het beeld 22 https://www.planviewer.nl/imro/files/NL.IMRO.0363.A1102BPSTDVG01/r_NL.IMRO.0363.A1102BPSTD-VG01_2.19.html#_19.2.2_Gebouwen dat de situatie in deze casus een uitzonderlijke fout is geweest, niet gebaseerd op bestaand beleid? Antwoord van het college Deze situatie komt veelvuldig voor. De monumentaanwijzing betreft doorgaans de gehele bebouwing, ook al zijn onderdelen daarvan wellicht niet monumentwaardig. Vraagsteller geeft in zijn toelichting op de vragen zelf ook aan dat onderdelen van monumenten ‘indifferent’ kunnen zijn ‘want zonder monumentale waarde’. In de bestemmingsplannen is als uitgangspunt genomen dat aanbouwen en uitbouwen niet monumentwaardig zijn. De ordewaardering op de plankaart beperkt zich dan ook tot het hoofdgebouw. De vraag impliceert dat deze wijze van bestemmen eventuele monumentale waarden onvoldoende borgt. Wij delen deze opvatting niet. Een uitbouw die tezamen met het hoofdgebouw op het perceel tot monument is aangewezen, mag aanwezig zijn en blijven en mag alleen worden gesloopt als daarvoor een vergunning tot sloop van een monument is verleend.

De uitbouw mag op basis van de planregels alleen niet worden gehandhaafd als op het hoofdperceel nieuwbouw zal plaatsvinden. Dat is alleen mogelijk indien en nadat voor de sloop van de bebouwing een vergunning tot sloop van het monument is verleend. 12. Is het College het eens met de CDA fractie dat dit probleem het beste op te lossen is door het bestemmingsplan op dit kleine punt te wijzigen? Zo nee, waarom niet? Toelichting: In de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG-register) kan iedereen informatie over panden en percelen vinden. Volgens de Wet basisregistratie adressen en gebouwen heeft het college hier een bijzondere verantwoordelijkheid voor. In artikel 14,

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 1 juni 2023 Pagina 8 van 11

lid 1 staat: ‘Burgemeester en wethouders dragen zorg voor een goede beschikbaarheid, werking en beveiliging van de basisregistratie.’3 Antwoord van het college Nee. Een bestemmingsplan is een plankaart en een verzameling juridische regels over het gebruik van gronden. Het betreft geen ‘informatie’ en dient een geheel ander doel dan de goede beschikbaarheid en werking van de basisregistratie. De verantwoordelijkheid die het college heeft op basis van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen, wat daarvan ook zij, staat volledig los van het bestemmen van gronden in een bestemmingsplan. 13. Komt het vaker voor dat er verschil bestaat en/of tegenstrijdigheden tussen BAG-register en bestemmingsplan? Zo ja, hoe vaak en welke gevolgen heeft dit zoal? Zo nee, hoe kan dat in dit specifieke geval mogelijk zijn ontstaan? Hoe moet dit in zulke gevallen opgelost worden? Antwoord van het college De basisregistratie adressen en gebouwen is een registratie van gegevens over de in de gemeente bestaande panden (…). De registratie is gebaseerd op brondocumenten waarin constateringen van daartoe aangewezen ambtenaren zijn vastgelegd. Deze constateringen kunnen van feitelijke aard zijn. In het archief bevindt zich een zogenaamd huisnummerbesluit van de datum 24 december 2002.

Hierin is ten aanzien van de betreffende aanbouw -voor zover hier relevant- aangegeven: ‘gebruik: woning’ en ‘toelichting: nieuwe registratie’. Als uiteengezet bij de beantwoording van vraag 2 bevindt zich in het archief geen documentatie die een publiekrechtelijke toestemming voor het gebruik als woning impliceert. Aangenomen moet worden dat de BAG-registratie is gebaseerd op de adresbeschikking, zijnde het brondocument waarin een aangewezen ambtenaar zijn constatering heeft vastgelegd dat de aanwezige bebouwing als woning in gebruik was. Een bestemmingsplan is een plankaart en een verzameling juridische regels over het gebruik van gronden. Alleen al omdat het bestemmingsplan en de BAG-registratie twee verschillende zaken zijn, kan discrepantie bestaan tussen welk gebruik is geregistreerd en wat volgens het bestemmingsplan mag in een pand. Zulks wordt met enige regelmaat geconstateerd in het kader van een vergunningaanvraag voor (ver)bouwen. Er wordt dan beoordeeld of gebruik zoals dat geregistreerd staat onder de beschermende werking van het overgangsrecht van het bestemmingsplan valt en dus als legaal moet worden gezien, of niet. Het komt bijvoorbeeld ook voor dat etages als woning staan geregistreerd in de BAG, maar feitelijk geen woning aanwezig is. In dat geval moet worden beoordeeld of wonen het laatst vergunde, legale gebruik is, of niet.

Is dit het geval dan is ook een vergunning voor woonruimteonttrekking nodig om het plan uit te voeren (als het plan althans niet het realiseren van woningen betreft). Kortgezegd kunnen in dit verband geen rechtstreekse rechten aan de BAG worden ontleend. Bij discrepanties tussen registraties, bestemmingen en feitelijke situaties wordt ingezoomd op de concrete casuïstiek om te oordelen wat doorslaggevend behoort te zijn. Daaruit kan ook voortvloeien dat de BAG wordt aangepast.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 1 juni 2023 Pagina 9 van 11

14. Is het college het met het CDA eens dat Amsterdammers moeten kunnen vertrouwen op de juistheid van het BAG-register? Zo ja, wat is dan de verantwoordelijkheid van de gemeente bij eventuele foutieve informatie? Zo nee, waarom niet? Antwoord van het college Nee. Zie het antwoord op vraag 13. Een BAG-registratie is niet fout als daar staat geregistreerd hoe een gebouw feitelijk wordt gebruikt. Een burger kan daar niet het recht aan ontlenen dat het feitelijke gebruik ook ‘juridisch mag’. Daar dient de BAG niet voor. 15. Is het college het met het CDA eens dat de gemeentelijke organisatie (en bewoners) moeten kunnen vertrouwen op de juistheid van het BAG-register, aangezien het geraadpleegd wordt voor onder andere de WOZ, afvalstoffenheffing en andere heffingen? Zo ja, welke ervaring heeft het college met onjuistheden in het BAG-register, hoe vaak wordt dit geconstateerd en hoe wordt hiermee omgegaan? Zo nee, waarom niet? Toelichting: De CDA-fractie ontvangt regelmatig signalen van Amsterdammers woningen verbouwen waarbij sprake is van vergunningstrajecten en inconsistentie van gemeentebeleid. Antwoord van het college De juistheid van de BAG-registratie wordt bij aanvragen om vergunning als uitgangpunt genomen. Dat wil evenwel niet zeggen dat aan die registratie rechten kunnen worden ontleend. Het is immers slechts een registratie.

Dat geldt niet alleen voor burgers en bedrijven maar ook voor de gemeente zelf. Het is juist dat in de praktijk nog wel eens sprake is van discrepantie tussen het geregistreerde en een feitelijke situatie, terwijl geen van beide iets hoeft te zeggen over wat op een locatie juridisch mag. Bij aan het licht gekomen discrepantie in een concreet geval wordt op basis van alle bestaande aanwijzingen en bewijsmiddelen onderzocht, gereconstrueerd en beoordeeld hoe de situatie in elkaar zit. Op basis van dat oordeel wordt gehandeld. 16. Hoe handhaaft de gemeente Amsterdam de functie van een bestemming zoals vastgesteld in een bestemmingsplan? Antwoord van het college Wij gaan ervan uit dat deze vraag betrekking heeft op handhavend optreden in geval van gebruik in strijd met het bestemmingsplan. Zoals bekend mag worden verondersteld, vindt handhaving van de regels van het bestemmingsplan plaats op basis van prioriteit. Gevaar en hinder heeft de hoogste prioriteit. Daarbij komt het jaarlijks bestuurlijk vastgestelde handhavingsprogramma. Voorts vindt handhaving plaats naar aanleiding van concrete handhavingsverzoeken, die immers op basis van jurisprudentie niet met verwijzing naar de bestuurlijke prioritering ter zijde mogen worden geschoven.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 1 juni 2023 Pagina 10 van 11

17. Indien een Amsterdammer een mogelijke onjuistheid in een (onherroepelijk) vastgesteld bestemmingsplan ontdekt, wat zijn dan de mogelijkheden om zo’n fout alsnog te corrigeren? Antwoord van het college Het bestemmingsplan is een plankaart met bijbehorende juridische regels, vastgesteld door de raad, dat na publicatie, en eventueel een uitspraak van de Raad van State, onherroepelijk wordt. Het bepaalt hoe gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. Het bestemmingsplan is bindend voor alle partijen, dat wil zeggen voor de directbetrokkenen bij een pand, voor de derde-belanghebbenden (zoals omwonenden) en ook voor de gemeente. In voorkomend geval kan iemand van mening zijn dat een andere bestemmingsregeling dan er geldt meer juist zou zijn geweest. Zo men wil kan zoiets een mogelijke onjuistheid of zelfs een fout worden genoemd. Er zijn enkele juridische mogelijkheden om een burger of ondernemer die nadeel ondervindt tegemoet te treden. Zo kan een omgevingsvergunning worden verleend om af te wijken van het bestemmingsplan of kan een partiële herziening van het bestemmingsplan in procedure worden gebracht. In beide gevallen gelden de normale rechtsbeschermingsmiddelen die bij die instrumenten horen. Een vermeende fout of mogelijke onjuistheid heeft daar geen invloed op. 18.

Er zijn gevallen bekend waarin een omgevingsvergunning wordt verleend voor een verbouwing, maar deze later alsnog ingetrokken wordt. Soms nadat een verbouwing reeds is uitgevoerd. Herkent het college dat deze situaties voorkomen? Hoe kan een vergunning na uitgifte en mogelijk na uitvoering ingetrokken worden? Hoe vaak komt zoiets voor?

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 1 juni 2023 Pagina 11 van 11

Antwoord van het college Een vergunning kan worden ingetrokken met een besluit tot intrekking. De Wabo kent diverse, limitatief opgesomde intrekkingsgronden (artikelen 2.33 lid 2 onder a en b en 5.19). Ons is bekend dat van deze (gemandateerde) bevoegdheid zo nu en dan gebruik wordt gemaakt. Evenwel, als het bouwwerk overeenkomstig de vergunning is uitgevoerd, is deze geëxpireerd en kan deze dus niet meer worden ingetrokken. Is het werk anders uitgevoerd dan vergund, dan kan een omgevingsvergunning voor bouwen in afwijking van de vergunning worden aangevraagd om, indien mogelijk, de overtreding te legaliseren. Een vergunning kan ook deels worden ingetrokken, indien blijkt dat een deel niet meer zal worden gerealiseerd. De gemeente beschikt nog maar kort over de mogelijkheid om intrekking van een vergunning eenduidig te registreren. Op dit moment is geen reëel beeld beschikbaar. Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Reinier van Dantzig Wethouder Woningbouw en Stedelijke ontwikkeling

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12948983/1