CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording sv Belkasmi en Wehkamp inzake gratis voorschoolse educatie

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 17 april 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Toegankelijkheid en betaalbaarheid van de voorschool (VN2024-004491)3.267 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Beantwoording schriftelijke vragen

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 25 maart 2024 Onderwijs Marjolein Moorman Directie OJZD (bestuurszaken.ojz@amsterdam.nl) Beantwoording schriftelijke vragen van de leden Belkasmi (PvdA) en Wehkamp (D66) inzake gratis voorschoolse educatie

Geachte leden van de gemeenteraad, Op 2 januari 2024 heeft het college schriftelijke vragen ontvangen van de leden Belkasmi (PvdA) en Wehkamp (D66) inzake gratis voorschoolse educatie . Onderstaand treft u de beantwoording van deze vragen aan. Toelichting door de vragenstellers: Groningen start met een proef waardoor in een aantal armere wijken alle kinderen van een half jaar en ouder gratis twee dagen per week naar de kinderopvang kunnen, ongeacht of de ouders werken of niet.

Een belangrijk onderdeel van de kinderopvang is de voorschoolse educatie. Het blijkt dat voorschoolse educatie effectief is om kinderen een betere start te geven op de basisschool. Het draagt bij aan de taal-, denk- en rekenontwikkeling van jonge kinderen. Investeringen in voorschoolse educatie leiden uiteindelijk in de toekomst tot minder kosten.1 Echter, veel ouders ervaren de kosten van voorschoolse educatie als hoog, terwijl de voordelen aanzienlijk zijn. Zo kan kinderopvang ook bijdragen dat ouders van jonge kinderen kunnen participeren op de arbeidsmarkt.2 Voorschoolse educatie is extra noodzakelijk voor juist kinderen die in het onderwijs extra behoefte hebben om hun ontwikkeling te stimuleren; de doelgroep-peuters. Dat vergt dus ongelijk investeren voor gelijke kansen. Om deze redenen pleiten PvdA en D66 voor gratis voorschoolse educatie om te beginnen met in ieder geval doelgroep-peuters. Daar ligt echter ook een verantwoordelijkheid bij het Rijk.

1 https://www.onderwijskennis.nl/kennisbank/de-impact-van-voorschoolse-educatie 2 https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2023/09/14/ouders-en-kinderopvang-perspectieven-op-zinvolle-

participatie#:~:text=Kinderopvang%20zorgt%20ervoor%20dat%20ouders,de%20mogelijkheden%20daartoe%20echter%20beperkt.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 2 oktober 2020 Pagina 2 van 8

Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fracties van de PvdA en D66 op grond van artikel 84 van het Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen: Het college kan de gestelde vragen als volgt beantwoorden. 1. Kan het college uitleggen waarom Amsterdam geen gratis dagdelen voorschoolse educatie aanbiedt en dit in andere steden wel gebeurt? 2. In hoeverre acht het college het wenselijk om gratis dagdelen voorschoolse educatie aan te bieden in ieder geval aan doelgroep-peuters? 3. Welke mogelijkheden ziet het college om in bepaalde gebieden met een hoog aantal doelgroep-peuters gratis dagdelen voorschoolse educatie aan te bieden? Antwoord op vraag 1: De rijksoverheid legt bij de gemeente de taak neer om voor peuters van 2,5 tot 4 jaar met een risico op onderwijsachterstand, te zorgen voor: • Een aanbod van voorschoolse educatie van voldoende kwaliteit, verspreid over de stad • Het identificeren van de doelgroep • Het bevorderen van toeleiding naar de voorschool / bereik van de doelgroep Iedere peuter die tot de doelgroep behoort heeft in anderhalf jaar recht op 960 uur voorschoolse educatie. Het rijk biedt financiering om tot voldoende aanbod te komen en om kinderen te ondersteunen die vallen onder de doelgroep, maar niet onder de kinderopvangtoeslag (kinderen van niet-werkende ouders).

Amsterdam kiest er echter voor om deze taak breder op te pakken en zoveel mogelijk kinderen de kans te bieden op een goede start. Het bestrijden van kansenongelijkheid heeft prioriteit. Uit onderzoek weten we dat de voorschool effectief is in het bestrijden van achterstand als kinderen voldoende uren komen en het voorschoolaanbod van goede kwaliteit is. Daarom hebben we de voorschool toegankelijk gemaakt voor alle kinderen, de startleeftijd vervroegd, de kwaliteit van het voorschoolaanbod verhoogd en extra geïnvesteerd in doelgroepkinderen. Dit is als volgt uitgewerkt: • De voorschool is voor alle Amsterdamse peuters, dus niet alleen de doelgroep peuters; • Peuters kunnen al vanaf 2 jaar naar de voorschool in Amsterdam, dus een half jaar eerder dan de landelijke opdracht; • Peuters kunnen 16 uur per week naar de voorschool, in totaal 1280 uur; • We zorgen ervoor dat kinderen die extra ondersteuning nodig hebben een ontwikkelaanbod krijgen. Om de voorschool voor alle kinderen toegankelijk te maken en de periode dat kinderen naar de voorschool gaan met een kwart te verruimen, investeert Amsterdam in aanvulling op de rijksbijdrage voor het bestrijden van onderwijsachterstanden zo’n € 12,5 miljoen uit eigen middelen. We nemen voor ouders zoveel mogelijk (financiële) drempels weg. Ouders die recht hebben op kinderopvangtoeslag vragen die aan.

Indien nodig helpt de voorschoolaanbieder daarbij. Voor ouders die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag (bijvoorbeeld omdat ze in de

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 2 oktober 2020 Pagina 3 van 8

bijstand zitten), vergoedt de gemeente het bedrag dat ze van de belastingdienst zouden krijgen, als er wel recht op toeslag zou zijn (op basis van het gezinsinkomen). De laagste inkomens betalen of ze nu wel of niet werken, 4 procent inkomensafhankelijke ouderbijdrage. Zo ontstaat er geen verschil tussen minima-ouders met een gelijk inkomen. De ouderbijdrage staat gelijk aan 22 euro per maand. Gezinnen met een laag inkomen en een kind op de voorschool komen in aanmerking voor een extra kindtegoed van € 250 per jaar. Dit tegoed wordt op de stadspas van het kind gezet en ouders kunnen er bij verschillende winkels spullen voor hun kind mee kopen (bijv kleding, speelgoed of een fietsje). Op deze manier is de voorschool voor minima-ouders dus nagenoeg gratis. Er zijn geen andere steden in Nederland waar de voorschoolse educatie gratis is voor alle kinderen. De combinatie van maatregelen die Amsterdam inzet, werpt vruchten af. Het bereik onder doelgroepkinderen ligt in Amsterdam stabiel op zo’n 75%. Daarmee presteert Amsterdam heel goed in vergelijking met andere grote steden.3 Toch zou het college het liefst zien dat zowel de voorschool als de hele kinderopvang (0-12 jaar) gratis toegankelijk zou zijn. Kinderopvang en voorschool leveren een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen, in het bijzonder voor doelgroepkinderen.

Ik blijf bij de minister van SZW het belang van het verruimen van de toegankelijkheid onder de aandacht brengen. Binnen het huidige stelsel is er in Amsterdam door de gemeenteraad in 2017 unaniem voor gekozen de bijdrage van minima-ouders die wel werken en die niet werken maar een gelijksoortig inkomen hebben, gelijk te stellen. Voor ouders die wel werken mogen we de laatste 4% eigen bijdrage namelijk niet vergoeden, omdat daarmee het recht op kinderopvangtoeslag vervalt. Amsterdam lobbyt al jaren in Den Haag om de laatste 4% volledig te mogen vergoeden voor alle ouders. Dit vraag om een aanpassing van artikel 1.6 in de wet Kinderopvang (zie ook het antwoord op vraag 6). Antwoord op vraag 2: Werkende ouders zijn wettelijk verplicht om de inkomensafhankelijke ouderbijdrage volledig zelf te betalen. Er is alleen recht op kinderopvangtoeslag als er ook daadwerkelijk kosten gemaakt worden. Wanneer de gemeente (een deel van) deze ouderbijdrage van ouders overneemt, verliezen zij hun volledige recht op toeslag en kan deze teruggevorderd worden bij de ouders. Het zou, onder de huidige wetgeving, dus betekenen dat de gemeente de betaling van kinderopvangtoeslag door het Rijk volledig over moet nemen, om de voorschool voor werkende ouders gratis te maken.

Het volledig betalen van de voorschool door de gemeente zou dan een enorme investering vragen van de gemeente, zonder dat het echt veel meer oplevert voor kinderen en ouders. We gaan dan niet doelmati9 met het geld om, omdat we vooral de rekening van het Rijk overnemen. Om de ontwikkelkansen voor kinderen te vergroten heeft Amsterdam er voor gekozen om meer kinderen langer naar de voorschool te laten gaan en om de kwaliteit van het aanbod te verhogen.

3 Het bereik van de doelgroep in Rotterdam lag in 2023 op 65% (Feitenkaart ve-monitor Rotterdam 2023), in Den Haag was dat 56%

(Informatiebrief kinderopvang (incl. voorschoolse educatie d.d. 12 juni 2023).

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 2 oktober 2020 Pagina 4 van 8

Antwoord op vraag 3: Wij achten het niet verantwoord om tijdelijke middelen, zoals de Specifieke Uitkering Kansrijke Wijk (SPUK) te gebruiken voor het introduceren van een stelselwijziging waarbij de gemeente de volledige rijksvergoeding overneemt. De tijdelijkheid van de regeling en het werken met twee verschillende modellen in de stad zorgt voor onduidelijkheid bij ouders en kan bijdragen aan het gevoel van een onvoorspelbare en onbetrouwbare overheid. Als ouders dan na verloop van tijd weer moeten gaan betalen voor de voorschool, is een terugloop in deelname aan de voorschool te voorzien. Dit is ook gebeurd in 2018 toen de ouderbijdrage geïntroduceerd werd. Er is op korte termijn geen zicht op structurele middelen vanuit het Rijk. We zetten deze tijdelijke financiering wel in voor het uitbreiden van het aantal spelinlopen voor kinderen van 0-2 jaar waar ouders ook terecht kunnen met opvoedvragen, een grotere inzet op ouderbetrokkenheid en het aanbieden van extra trainingen voor pedagogisch medewerkers en leerkrachten uit de onderbouw in die gebieden.

Toelichting door vragenstellers: Ouders betalen momenteel een ouderbijdrage voor voorschoolse educatie. Voor ouders die in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag wordt een deel van de kosten vergoed op basis van hun inkomen. Voor ouders die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag, vergoedt de gemeente een bedrag dat overeenkomt met de toeslag die ze zouden ontvangen als ze wel werkten. 4. Hoe kijkt het college naar het volledig dekken van de kosten voor voorschoolse educatie voor de laagste inkomens die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag? 5. Welke mogelijkheden ziet het college om de kosten volledig te dekken voor de laagste inkomens die wel in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag? 6. Wat heeft het college van het Rijk nodig om deze ambities te verwezenlijken? En in hoeverre lopen er hierover gesprekken met het Rijk? Antwoord op vraag 4: Het college investeert fors om de voorschool toegankelijk te maken voor zo veel mogelijk peuters. Voor de laagste inkomens die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag betekent die investering dat de gemeente het bedrag vergoedt dat ze van de belastingdienst zouden krijgen, als er wel recht op toeslag zou zijn.

Bij deze ouders mag de voorschoolaanbieder ook geen extra kosten in rekening brengen, ze betalen nu alleen de inkomensafhankelijke ouderbijdrage, die voor de laagste inkomens 4% is, gelijk aan 22 euro per maand. Deze ouders komen ook in aanmerking voor een extra kindtegoed van € 250 per jaar. De middelen die de gemeente ontvangt voor de bestrijding van onderwijsachterstanden (OAB), vormen de basis voor de investering van de voorschool. We zien de afgelopen jaren dat het aantal taken dat onder de OAB valt toeneemt (bijvoorbeeld bekostiging van het onderwijs voor nieuwkomers), terwijl de OAB-middelen die Amsterdam ontvangt teruglopen. Deze combinatie van meer taken en minder middelen laat geen ruimte voor een stijging van de structurele kosten

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 2 oktober 2020 Pagina 5 van 8

zoals het overnemen van de ouderbijdragen of de kinderopvangtoeslag. Zie ook het antwoord op vraag 1. Antwoord op vraag 5: Als de gemeente ervoor zou kiezen om de voorschool gratis te maken voor kinderen die tot de doelgroep behoren en onder de kinderopvangtoeslag vallen, bedragen de kosten ruim € 7,2 mln per jaar. Het overgrote deel daarvan, zo’n € 6,8 mln, zijn kosten die nu door het Rijk vergoed worden, de overige € 400.000 betreft de ouderbijdrage die de gemeente over zou nemen. De rijksfinanciering zou stoppen als we de voorschool geheel gratis zouden maken voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag. Wanneer de gemeente deze kosten van het Rijk overneemt, heeft dat consequenties voor de financiering van de brede toegankelijkheid voor alle kinderen, de vervroegde startleeftijd en de investeringen in de kwaliteit van de voorschool. Antwoord op vraag 6: Het college ziet het liefst dat alle kinderen van 0-12 gratis naar de kinderopvang kunnen gaan. Zo’n stelselwijziging zou betekenen dat ook de voorschool gratis toegankelijk is en dat ouders hiervoor geen kinderopvangtoeslag meer aan hoeven vragen. Zolang die stelselwijziging er niet is, is de eenvoudigste oplossing dat de gemeente van het Rijk de mogelijkheid krijgt om de ouderbijdrage bij de kinderopvangtoeslag te vergoeden, zonder dat dit gevolgen voor ouders heeft.

Wanneer de gemeente de ouderbijdrage mag vergoeden voor ouders met een laag inkomen zonder dat hun recht op toeslag aangetast wordt, stelt dat de gemeente financieel in staat om dit voor alle ouders met een laag inkomen te doen. Voor de ouders met de laagste inkomens, die 4% ouderbijdrage betalen, betekent het per kind ongeveer € 22 per maand extra. Die systematiek zit al in de Wet Kinderopvang (art. 1.13), maar is alleen van toepassing op een beperkt aantal groepen; ouders die vanuit de bijstand een re-integratietraject volgen, ouders die studeren en minderjarige ouders. Om de voorschool gratis te maken moet het Rijk artikel 1.6 van de Wet Kinderopvang uitbreiden met de categorie doelgroepkinderen in de voorschool en/of lage inkomens. Hier heb ik zowel bij de minister van SZW als bij de Tweede Kamer meerdere keren op aangedrongen, ook recent nog in een gesprek met demissionair minister Van Gennip.

Toelichting van de vragenstellers: De kinderopvang heeft te maken met personeelstekorten, het blijkt dat deze het sterkst zijn onder de bso en in mindere mate bij de peuteropvang.4 Daarnaast is ook te zien dat Amsterdam in 2022 al 75% van de doelgroep-peuters bereikt.5

4 https://www.kinderopvang-werkt.nl/sites/fcb_kinderopvang/files/2023-12/Quickscan-kinderopvang-arbeidsmarktontwikkelingen-

november-2023.pdf 5 https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/financien/begroting-2024/

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 2 oktober 2020 Pagina 6 van 8

7. Welk effecten zal een maatregel als gratis dagdelen voorschoolse educatie voor doelgroep-peuters op de personeelstekorten van de kinderopvang hebben? 8. Hoe kijken de kinderopvangorganisaties met voorschoolse educatie naar deze maatregel? Antwoord op vraag 7: Op dit moment bereiken we al 75% van de doelgroepkinderen met de voorschool. In vergelijking met andere grote steden is dat een groot bereik. Daarnaast zit ook een deel van de doelgroepkinderen op een reguliere kinderopvang zonder voorschool. Ongeveer de helft van alle kinderdagverblijven biedt voorschoolse educatie aan. In de kinderdagverblijven zonder voorschoolse educatie zitten ook doelgroepkinderen, maar dat aantal wordt niet geregistreerd. Wanneer in de reguliere kinderopvang wel een ouderbijdrage betaald moet worden en in de voorschool niet, is het aannemelijk dat een deel van de doelgroepkinderen in de reguliere kinderopvang de overstap maakt naar een kinderdagverblijf met voorschool. Tot 2018 bestond de peuterspeelzaal, een populaire en in veel gevallen gratis voorziening. Uit onderzoek naar het bereik kwam destijds naar voren dat 10-15% van de ouders er geen gebruik van maakte, ook niet als het gratis was.

Dit komt overeen met de monitor Bereik voorschoolse voorzieningen die de minister van SZW in 2022 naar de Tweede Kamer stuurde.6 In die landelijke monitor is ook opgenomen wat de belangrijkste redenen voor ouders zijn om hun kind niet naar de voorschool te brengen. Ouders gaven principiële redenen (25%) en overige redenen (33%) als voornaamste gronden voor niet-deelname. Voor 12% van de ouders zijn de kosten een reden om hun kind niet naar de voorschool te brengen. Daaruit is af te leiden dat de effecten van een verdere kostenreductie beperkt zijn. De ervaring in Amsterdam is dat het verstandiger is om het systeem stabiel en zo duidelijk mogelijk te houden, zodat ouders weten wat ze kunnen verwachten en daarnaast stevig in te zetten op communicatie, om ouders te informeren hoe belangrijk het is dat hun kind naar de voorschool gaat. Wanneer er meer kinderen naar de voorschool gaan, zijn extra pedagogisch medewerkers nodig. Het huidige tekort aan pedagogisch medewerkers in Amsterdam wordt geraamd op 700 – 1000 medewerkers. Overigens zijn de personeelstekorten in de kinderopvang het laagst bij de voorschool. Duidelijk is wel dat er inspanningen nodig zijn om personeel aan te trekken, dat voldoet aan de wettelijke en Amsterdamse eisen ten aanzien van certificering en beroepskwalificatie van de medewerker op de voorschool.

Antwoord op vraag 8: Kinderopvangorganisaties met voorschoolse educatie zijn over het algemeen voorstander van gratis voorschool. Wel vragen ze aandacht voor het personeelstekort en de inspanningen die nodig zijn om kinderen met een extra zorgbehoefte op te vangen.

6 Bureau Buitenhek, Monitor Bereik van voorschoolse voorzieningen in NL 2021, 24 feb 2022

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 2 oktober 2020 Pagina 7 van 8

Toelichting door de vragenstellers: In verband met de coronaperiode hebben gemeenten middelen onderbenut in de vorige OABbeleidsperiode. Daarnaast heeft Amsterdam in de voorlopige OAB-beschikking een bedrag van € 46.642.318 gekregen7. De vaststelling van dit bedrag is uiteindelijk € 49.139.0118. Een verschil van € 2.496.693. 9. Welke mogelijkheden ziet het college binnen deze middelen om gratis dagdelen voorschoolse educatie aan te bieden, in ieder geval voor doelgroep-peuters? 10. Welke mogelijkheden ziet het college binnen deze middelen om de volledige kosten van voorschoolse educatie voor ouders met een laag inkomen te dekken? 11. Welke andere mogelijkheden ziet het college om gratis dagdelen voorschoolse educatie, voor in ieder geval doelgroep-peuters, te realiseren? Vraag 9 en 10: In verband met de coronaperiode zijn in Amsterdam geen OAB-middelen vanuit het Rijk onderbenut. In 2022 en 2023 was er in Amsterdam sprake van een onderbesteding binnen de OAB-middelen, die werd veroorzaakt door het verschil tussen de voorlopige en de definitieve beschikking van deze middelen. Het ministerie van OCW geeft in oktober een voorlopige beschikking af voor het daarop volgende jaar. In oktober van het lopende jaar krijgt de gemeente de definitieve beschikking.

Door het late tijdstip van de bekendmaking van de definitieve beschikking is het niet mogelijk om goed te anticiperen op een mogelijk verschil in het lopende jaar. Om te voorkomen dat het geld niet goed wordt besteed, biedt het Rijk de mogelijkheid om te werken met een egalisatiereserve (binnen Amsterdam balanspost) om jaarlijkse schommelingen op te vangen. Onderbestedingen tot maximaal 50% van de jaarlijkse uitkering kunnen meerjarig worden meegenomen naar volgende begrotingsjaren. De voorlopige toekenning 2022 betrof € 47.081.711 en de definitieve toekenning 2022 betrof € 48.492.837. Het verschil van € 1.411.126 is in 2022 toegevoegd aan een balanspost en is in 2023 tot besteding gekomen (toegankelijkheid voorschool). In 2023 betrof de voorlopige toekenning € 46.642.318 en de definitieve toekenning betrof € 49.139.011. Het verschil van € 2.496.693 is eind 2023 toegevoegd aan een balanspost en zal in 2024/25 tot besteding komen (leesoffensief en zomerscholen). Het kost ongeveer € 9 miljoen om de voorschool gratis te maken voor doelgroepkinderen, incl. kinderen uit gezinnen met lage inkomens. Het verschil tussen de voorlopige en definitieve toekenning van OAB-middelen is bij lange na niet voldoende om te voorzien in deze kosten. Bovendien zijn deze middelen niet structureel en verschilt de omvang per jaar.

Het college ziet daarom geen mogelijkheden deze middelen in te zetten voor gratis dagdelen.

7 https://goab.eu/nieuws/bekendmaking-van-de-oab-beschikkingen-2022-en-2023/ 8 https://goab.eu/nieuws/toelichting-beschikkingen-goab-2023-en-2024/

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 2 oktober 2020 Pagina 8 van 8

Antwoord op vraag 11: Zoals ook beantwoord bij vraag 6 ziet het college de systematiek van art 1.13 van de Wet Kinderopvang, waarbij het college de ouderbijdrage volledig mag vergoeden zonder dat het recht op kinderopvangtoeslag wordt aangetast, binnen het huidige stelsel als snelste route naar gratis voorschool. Tegelijkertijd zal ik blijven oproepen tot gratis kinderopvang voor alle kinderen van 012 jaar. Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Marjolein Moorman Wethouder Onderwijs

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14051704/1