Beantwoording sv Bakker inzake rol Haven bij ontbossing voor soja en palmolie
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Beantwoording schriftelijke vragen
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 25 september 2024 Lucht- en zeehaven Hester van Buren Economische Zaken en Cultuur Beantwoording schriftelijke vragen het lid Bakker inzake de rol van de Amsterdamse haven bij ontbossing voor soja en palmolie
Geachte leden van de gemeenteraad, Op 6 mei 2024 heeft het college schriftelijke vragen ontvangen van het lid Bakker (PvdD) inzake de rol van de Amsterdamse haven bij ontbossing voor soja en palmolie. Onderstaand treft u de beantwoording van deze vragen aan. Toelichting door de vragenstellers Wereldwijd is de EU een van de topimporteurs van soja en palmolie uit landbouwgebieden elders in de wereld. Voor de productie van soja en palmolie worden vaak unieke en biodiversiteitsrijke bosgebieden platgebrand. Zeker 80% van het wereldwijde bosverlies is toe te schrijven aan de productie van landbouwproducten, waaronder rundvlees, soja en palmolie. Bedrijven actief in internationale productie- en handelsketens van landbouwproducten zijn, op basis van internationale standaarden op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen, verplicht om ontbossing te stoppen en in de toekomst te voorkomen1 De Amsterdamse haven is een belangrijke locatie voor de verwerking van soja uit onder andere Brazilië. In 2021 heeft de Amsterdamse haven zich aangesloten bij de Round Table on Responsible Soy (RTRS). In datzelfde jaar verscheen echter een zeer kritisch rapport van Milieudefensie “Een schimmige sojaketen; hoe Nederlands vlees en zuivel ontbossing voeden” waar deze vorm van certificering en de rol van de Amsterdamse Haven in deze keten onder de loep is genomen2.
Uit onderzoek blijkt dat een bedrijf als SLC Agrícola, de grootste beursgenoteerde sojaproducent in Brazilië, nog altijd RTRS gecertificeerd is. Dit terwijl het bedrijf tussen 2011 en 2017 39.887 ha land 1 2
Hoe vlees en zuivel uit Nederland ontbossing voeden — Milieudefensie Hoe vlees en zuivel uit Nederland ontbossing voeden — Milieudefensie
1
ontboste, waarvan zo’n 30.000 ha in de biodiversiteitsrijke gebieden. Bovendien blijkt uit cijfers van het Wereld Natuur Fonds dat de ‘Zero Deforestation Commitment’, een commitment waar RTRS de sterkste vorm van is, maar nauwelijks leidt tot minder ontbossing3. Bunge, een bedrijf actief in de Amsterdamse haven, is een van Europa's grootste soja importeurs. Het bedrijf is door onderzoekers in verband gebracht met bijna 60.000 hectare ontbossing in de periode maart 2019 en maart 2021. Hiervan was ruim een derde in beschermd gebied en mogelijk illegaal. Het ontboste gebied komt overeen met drie keer de oppervlakte van Amsterdam en een geschatte CO2-uitstoot van 9,2 Mton. Naast soja, verwerkt Bunge op grote schaal palmolie in de Amsterdamse Haven onder de naam Bunge Loders Croklaan. In 2018 nam Bunge het bedrijf voor 70% over van IOI, een Maleisisch concern4. Met Bunge Loders Croklaan, zo valt te lezen in de brief over ketenverantwoordelijkheid, is de gemeente Amsterdam overeengekomen dat zij op hun nieuwe locatie in Hoogtij, waar een nieuwe energiezuinige fabriek zal worden gebouwd die de twee huidige Nederlandse productielocaties samenvoegt, alleen ontbossingsvrije palmolie zal verwerken5.
In 2016 constateerde Greenpeace echter dat Loders Croklaan, ondanks deelname aan de RSPO (Roundtable on Sustainable Palm Oil), nog steeds palmolie koopt van partijen die in verband gebracht worden met grootschalige ontbossing, ontginning van veengebieden en mensenrechtenschendingen in Indonesië en Maleisie6. Ook Milieudefensie is zeer kritisch over deze vorm van certificering, onder andere omdat RSPO volgens hen slecht of niet controleert of de producenten zich aan de gemaakte afspraken houden en RSPO-gecertificeerde bedrijven toch vaak in opspraak raken7. De gemeente Amsterdam verwacht van al haar deelnemingen dat zij een voorbeeldfunctie vervullen in hun eigen sector op het gebied van maatschappelijke verantwoord ondernemen. De Partij voor de Dieren Amsterdam vindt het dan ook belangrijk dat de gemeente als 100% eigenaar van het Havenbedrijf haar verantwoordelijkheid neemt om Amsterdamse bedrijven die opereren binnen internationale soja- en palmolieketen aan te sporen om de hoogste mogelijke standaarden op het gebied van duurzaamheid te hanteren. We zijn daarom benieuwd naar de effectiviteit van de RTRS, de RSPO en welke stappen zijn ondernomen voor verbetering.
Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van de Partij voor de Dieren, op grond van artikel 84 van het Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen: 1.
Is het college bekend met het Milieudefensie rapport “Een schimmige sojaketen; hoe Nederlands vlees en zuivel ontbossing voeden”? Ja, het college is hiermee bekend.
3
https://www.wwf.nl/globalassets/pdf/stepping-up-the-continuing-impact-of-eu-consumption-onnature-worldwide.pdf 4 https://investors.bunge.com/news-and-events/press-releases/2018/01-03-2018-132518935 5 Microsoft Word - B - 23 Raadsinformatiebrief-afdoening_toezegging_Ketenverantwoordelijkheid en moties Kolen uit Colombia_versie1903.docx 6 Deadly-Trade-off-IOI-Report.pdf (greenpeace.org) 7 Alternatieven palmolie: goede en slechte — Milieudefensie
2
2.
Acht het college het wenselijk dat Bunge, een bedrijf dat zich mogelijk schuldig maakt aan illegale ontbossing, gevestigd is in de Amsterdamse Haven met zowel een soja als palmoliefabriek? Bunge is al jarenlang aanwezig in de Amsterdamse haven met een oliezaden verwerkende fabriek in de Vlothaven. Het merendeel van de oliezaden die er worden verwerkt is soja, maar daarnaast wordt steeds meer ook raapzaad en koolzaad verwerkt. Bunge neemt zijn ketenverantwoordelijkheid serieus en heeft in 2015 de ambitie uitgesproken om in 2025 alleen nog maar ontbossingsvrije soja te verwerken. In de afgelopen negen jaar heeft Bunge een veelomvattend programma gelanceerd om haar soja-keten ontbossingsvrij te maken. Op dit moment is het bedrijf dicht bij het bereiken van het doel om ontbossingsvrij te zijn in 2025. De palmolieverwerkende fabriek (Bunge Loder Croklaan) is niet gevestigd in de Amsterdamse haven. De fabriek bevindt zich op dit moment nog in Wormerveer, maar wordt verplaatst naar het bedrijventerrein Hoogtij in de haven van Zaanstad. Het gaat hierom een investering van € 500 miljoen in een hypermoderne fabriek die 90% minder CO2 uitstoot en die op termijn volledig klimaatneutraal zal zijn als men de beschikking krijgt over waterstof.
Met de keuze voor Zaanstad blijft kennis en werkgelegenheid behouden en laat Bunge zien dat het vertrouwen heeft in het vestigingsklimaat van Zaanstad. Daarmee blijft een belangrijke speler van het Zaanse voedingsmiddelencluster behouden en vormt het een voorbeeld voor andere Zaanse voedingsmiddelbedrijven die op termijn ook moeten verduurzamen. Een ander voordeel is dat op de plek van de huidige fabriek in Wormerveer ruimte vrij komt voor gebiedsontwikkeling. Deze locatie is onderdeel van ‘Maak Zaanstad Noord’ waar de gemeente Zaanstad de ambitie heeft om 5.000 nieuwe duurzame woningen te realiseren. Kortom, een win-win situatie voor Zaanstad. De nieuwe productlocatie bevindt zich in Zaanstad, maar de grond waarop de fabriek wordt gebouwd is deels eigendom van Havenbedrijf Amsterdam en deels eigendom van gemeente Zaanstad. (ca 14 ha HbA en 8,5 ha Zaanstad) In het kader van haar beleid ketenverantwoordelijkheid is het Havenbedrijf met Bunge overeengekomen dat er in de nieuwe productielocatie ontbossingsvrije palmolie zal worden verwerkt. Dit is juridisch vastgelegd in het erfpachtcontract.
3.
Deelt het college de conclusie van het Wereld Natuur Fonds (WNF) dat certificering in de sojaketen geen duidelijk effect heeft teweeggebracht tegen ontbossing? Zo nee, waarom niet? Certificering speelt een significante rol in het verduurzamen van soja. Hoewel de certificering er nog niet toe geleid heeft dat de sojaproductie volledig ontbossingsvrij is, is het wel een goed drukmiddel voor afnemers en eindgebruikers. Een voorbeeld hiervan is Ahold Delhaize die ernaar streeft om in 2025 al haar producten die soja bevatten voldoen aan goedgekeurde certificaten. Met de certificering is een belangrijke eerste stap gezet in het proces van verduurzaming van de sojaproductie. Het systeem verdient het om te groeien en verder te verbeteren. De belangrijkste organisatie die certificaten verstrekt is de Round Table for Responsible Soy (RTRS)8. Deze NGO die in 2006 in Zurich werd opgericht telt op dit moment 210 internationale leden, waaronder producenten, handelsbedrijven (waaronder Bunge), eindafnemers NGO’s en overheden. De RTRS biedt diverse certificeringsschema’s waarbij landbouwbedrijven, als zij zich willen kwalificeren, moeten voldoen aan een uitgebreide lijst van criteria. Als onderdeel 8
www.resonsiblesoy.org
3
van de certificering screent RTRS de landbouwbedrijven in kwetsbare landbouwgebieden. Naast RTRS zijn er nog andere organisaties die certificaten verstrekken, maar de RTRS is de grootste in de sector qua gecertificeerd volume en staat hoog aangeschreven met betrekking tot gehanteerde criteria. Uitdagingen zijn dat certificering veel tijd vergt en de afname van gecertificeerde volumes voornamelijk beperkt is tot Europa. De volumes soja die zijn gecertificeerd zijn groeiende, maar nog steeds gering. Op dit moment heeft de RTRS 7,5 miljoen ton gecertificeerd. De andere certificeringschema’s komen daar niet boven, waardoor naar schatting minder dan 5 procent van de sojateelt in de kwetsbare gebieden wereldwijd is gecertificeerd. Van alle soja die Bunge wereldwijd in 2023 verhandelde was 29,7% gecertificeerd9. Het percentage van de import naar Europa lag naar verwachting boven de 50%. Ondertussen werken de RTRS en andere organisaties er hard aan om het marktaandeel van duurzame soja te vergroten. Voor de directe inkoop bij landbouwbedrijven hanteert Bunge eigen verificatie methode, met behulp van satelliettechnologie, om er zeker van te zijn dat zij alleen nog ontbossingvrije soja inkopen.
4.
Deelt het college het inzicht dat er ondanks toetreding van de Amsterdamse Haven tot RTRS nog steeds veel verbetering nodig is op het gebied van duurzaamheid en transparantie in de soja-keten? Zo nee, waarom niet? Ja, het klopt dat het proces van verduurzaming nog verder verbeterd moet worden. Certificering is een middel en geen einddoel. In de ontwikkeling van transparante handelsketens zal altijd moeten worden gestreefd naar verbetering. Daarom zijn het Havenbedrijf en het college verheugd dat het Europees Parlement op 31 mei 2023 de Europese Ontbossingsverordening (European Union Deforestation Regulation10(EUDR)) heeft aangenomen. Ondernemers moeten straks bewijzen dat hun producten zoals palmolie en soja ontbossingsvrij zijn11. De EUDR schrijft voor dat bedrijven in de EU alleen goederen en producten op de markt mogen brengen, die niet zorgen voor ontbossing of aantasting van bossen. Producten die hun herkomst vinden in gebieden die na 30 december 2020 ontbost zijn, mogen niet op de EU-markt worden gebracht en niet vanuit de EU worden geëxporteerd. De meeste producten uit bossen komen nu vaak uit Azië, Noord-Amerika en Zuid-Amerika, maar de regels gelden ook voor de productie in de EU zelf en voor de export van producten uit de EU. De regels gelden vanaf 30 december 2024.
In Nederland zal de Nederlandse Voedselen Warenautoriteit (NVWA) controleren of ondernemers zich aan de regels houden12.
5.
Heeft het Havenbedrijf zicht op welke verbeteringen plaats hebben gevonden sinds het verschijnen van het rapport van Milieudefensie? Zo ja, welke? In het kader van zijn ketenverantwoordelijkheidsbeleid volgt het Havenbedrijf continue alle ontwikkelingen binnen de relevante ketens. Het Havenbedrijf heeft geconstateerd dat er binnen de sojaketen sinds 2021 aanzienlijke vorderingen zijn gemaakt. In de eerste plaats 9
2024-Bunge-Global-Sustainability-Report.ashx, pag. 8 Regulation on Deforestation-free products - European Commission (europa.eu) 11 De Europese ontbossingsverordening geldt niet alleen voor soja en palmolie, maar ook voor onder andere rundvee en rundveeproducten (vlees, slachtafval en huiden), hout, cacao, koffie(bonen) en rubber. 12 Controle door NVWA | EUDR - Ontbossingsverordening | NVWA 10
4
worden de Certificeringssystemen, zoals RTRS en ProTerra13, alsmaar robuuster, worden ze steeds vaker door afnemers geëist en zijn ze inmiddels gemeengoed binnen de sector. Ook Bunge heeft sinds 2021 verdere vooruitgang geboekt met zijn doelstelling om in 2025 alleen nog maar ontbossingsvrije soja te verwerken. Met behulp van satelliettechnologie was Bunge in 2021 in staat om in Zuid-Amerika meer dan 9.000 sojabedrijven, met een totaaloppervlak 12 miljoen hectare te monitoren14. In 2024 was dit toegenomen naar 19.618 sojabedrijven, met een totaaloppervlak van 27 miljoen hectare15. Daarnaast heeft de EU de Europese ontbossingsverordening aangenomen, sinds het verschijnen van het rapport. Des te meer reden voor Bunge om te zorgen dat zij in 2025 alleen nog maar ontbossingsvrije producten verwerken. 6.
Welke stappen kan het college zetten om foute soja uit de haven te weren? Is het college van plan om hier actie op te ondernemen? Graag een toelichting. Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik graag naar de Raadsinformatiebrief Ketenverantwoordelijkheid van 26 maart 2024. Daarin staat dat nationale en internationale wet- en regelgeving het niet toelaten om producten zomaar te weren. Dit is alleen mogelijk op basis van de Sanctiewet (1977) De Sanctiewet bepaalt echter dat sanctiemaatregelen slechts kunnen worden genomen om te voldoen aan internationale afspraken. Met andere woorden: alleen als de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties of de Raad van de Europese Unie verplichte sanctiemaatregelen afkondigen, zal de Nederlandse overheid sanctiemaatregelen instellen.
7.
In de brief over ketenverantwoordelijkheid wordt benoemd dat Bunge op schema ligt om in 2025 haar sojaketen volledig ontbossingsvrij te hebben gemaakt. Waar blijkt dat uit? Welke stappen worden nu door Bunge ondernomen om dat doel te halen? Wordt 100% ontbossingsvrij in 2025 op basis van RTRS-certificering behaald? Zo ja, is dit volgens het college dan wel een betrouwbaar gegeven? Bunge publiceert elk jaar een uitgebreid Global Sustainability Report, waarin uitvoerig verslag wordt gedaan van de vorderingen die zijn gemaakt om de sojaketen in 2025 volledig ontbossingsvrij te maken16. Het Global Sustainability Report is opgesteld volgens de internationaal erkende richtlijnen van de Global Reporting Initiative. Bunge is een Amerikaans beursgenoteerd bedrijf, waarvan de verslaglegging nauw gezet wordt gecontroleerd door diverse controlerende instanties. Daarnaast is Bunge, volgende de Europese ontbossingsverordening, gehouden om met ingang van 30 december 2024 alleen nog maar ontbossingsvrije soja te verwerken, waarop wordt toegezien door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Tezamen biedt dit het college voldoende vertrouwen dat er vanaf 2025 ontbossingsvrije soja in Amsterdam wordt verwerkt.
13
Home - ProTerra Foundation 2021_global_sustainability_report (bunge.com), pag. 35 15 2024-Bunge-Global-Sustainability-Report.ashx, pag. 50 16 2024-Bunge-Global-Sustainability-Report.ashx, zie pagina 46 – 58. 14
5
8.
In de Amsterdamse voedselvisie wordt ingezet op een eiwittransitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten, vanuit de noodzaak om klimaat- en diervriendelijker te consumeren. Hoe rijmt het college deze ambitie met het feit dat de haven, waar Amsterdam 100% eigenaar van is, een verwerking van soja voor veevoer faciliteert? Graag een toelichting. Het klopt dat de verwerkte soja op dit moment voor het merendeel nog wordt gebruikt voor de productie van veevoer. Maar de roep om de intensieve veehouderij in te perken klinkt steeds luider. Bunge houdt er dan ook rekening mee dat het aandeel dat wordt geleverd aan de veevoederindustrie op termijn zal afnemen. Ook bestaat er binnen de Europese Unie zorg over de grote afhankelijkheid van geïmporteerde soja waardoor Europa kwetsbaar is voor geopolitieke- en valutaschommelingen. De Nederlandse regering, heeft in navolging van de Europese Unie, in december 2020 een Nationale Eiwitstrategie ontwikkeld. Het doel van de strategie is om de komende 5 tot 10 jaar de zelfvoorzieningsgraad van nieuwe en plantaardige eiwitten te vergroten, waardoor de import van soja kan verminderen. De soja-import van buiten de EU zal echter voorlopig niet totaal verdwijnen. Vanuit de Amsterdamse voedselstrategie wordt er ingezet op verschuiving in consumptie van meer plantaardige en minder dierlijke eiwitten.
In deze transitie zal soja waarschijnlijk een belangrijk onderdeel blijven voor veevoeder voor de krimpende vlees- en zuivelindustrie. Bunge Netherlands speelt in op verminderde soja-importen door zijn productie in de komende jaren te diversifiëren. Men is gestart met de verwerking van koolzaad, zonnebloempitten en de verwerking van andere graansoorten. Hierdoor transformeert Bunge Netherlands langzamerhand van een sojaverwerker naar een multi-seed verwerker.
9.
Kan het college uitsluiten dat Bunge momenteel in de haven palmolie verwerkt die gepaard is gegaan met ontbossing? Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet? Vanaf wanneer verwacht het college dat Bunge enkel nog ontbossingsvrije palmolie verwerkt? Op dit moment wordt er in de Haven van Amsterdam geen palmolie verwerkt. De palmolieverwerkende fabriek die momenteel wordt gebouwd in de Haven van Zaanstad zal naar verwachting pas in 2025 worden opgeleverd. Het college vertrouwt erop dat er dan alleen ontbossingsvrije palmolie zal worden verwerkt. Dit is niet alleen de toezegging die Bunge in 2015 heeft gedaan, maar dit is voor de specifieke locatie in Zaanstad ook vastgelegd in het erfpachtcontract. Daarnaast geldt vanaf 2025 de Europese ontbossingverordening.
10. Welke indicatie heeft het college dat de belofte van Bunge Loders Croklaan om in de nieuwe fabriek enkel nog ontbossingsvrije palmolie te verwerken standhoudt? Is ontbossingsvrije palmolie gebaseerd op het RSPO-keurmerk? Graag een toelichting. Het college heeft diverse indicaties dat in de nieuwe fabriek die naar verwachting in 2025 wordt opgeleverd ontbossingsvrije palmolie zal worden verwerkt. Binnen de agrarische wereld is de strijd tegen ontbossing het eerst gestart en het verst gevorderd in de palmolie sector, met name als het gaat om de palmolie stromen naar Europa. Het heeft er toe geleid dat het merendeel van de palmolie stromen naar Europe inmiddels RSPO gecertificeerd is en fysiek gescheiden van niet gecertificeerd materiaal17
17
2021-Palm-Oil-Report-21.1s_6-scaled.jpg (2560×1811) (palmoilalliance.eu)
6
Het merendeel van de internationaal opererende agri-bedrijven, waar onder Bunge, hebben zich gecommitteerd aan ‘No Deforestation, No Peat and No Exploitation’ (NDPE). Verder is er net als voor soja ook een Roundtable voor palmolie: ‘Roundtable for Sustainable Palm Oil’ (RSPO), waar Bunge ook lid van is. De RSPO verstrekt net als de RTRS certificaten, in dit geval voor palmolie. Het merendeel van de geïmporteerde palmolie volumes in Europa is inmiddels RSPO gecertificeerd. Naast de bestaande certificeringschema’s hanteert Bunge een eigen verificatie voor zijn directe inkoop bij producenten van zowel palm als soja. De eigen verificatie is gebaseerd op NDPE en omvat de volgende elementen: • Alle soja en palmolie is traceerbaar naar productielocaties in het land van oorsprong; • Alle productielocaties worden met satellieten gemonitord om te zien of en wanneer er ontbossing heeft plaats gevonden zodat Bunge uiteindelijk alleen ontbossingsvrij palmolie inkoopt en verwerkt; • Leveranciers worden vooraf beoordeeld om te zorgen dat ze voldoen aan de duurzaamheidseisen van Bunge (zoals het kunnen leveren van ontbossingsvrije palm en soja; • Jaarlijks rapporteert Bunge in zijn Global Sustainability Report zijn vorderingen op weg naar ontbossingsvrije palmolie in 202518 . In het erfpachtcontract zijn het Havenbedrijf en Bunge overeengekomen dat alle palmolie ontbossingsvrij zal zijn.
Tevens heeft het Havenbedrijf het recht om zelf een onafhankelijke externe audit uit te voeren bij het bedrijf. Tenslotte geldt op moment van oplevering van de fabriek de Europese ontbossingsverordening, waarop wordt toegezien door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Tezamen biedt dit het college voldoende vertrouwen dat er in de nieuwe fabriek ontbossingsvrije palmolie zal worden verwerkt. 11. Is het college net als de Partij voor de Dieren van mening dat het RSPO-keurmerk onvoldoende garanties biedt op ontbossingsvrije palmolie? Zo ja, waarom is er dan toch voor gekozen om Bunge een volledig nieuwe fabriek te laten bouwen zonder garanties op ontbossingsvrije palmolie? Zo nee, waarom niet? Het is goed om nog eens te benadrukken dat de fabriek wordt gebouwd in de Haven van Zaanstad. Daar heeft het college geen bevoegdheden Buiten dat heeft het college voldoende indicaties dat er in 2025 ontbossingsvrije palmolie zal worden verwerkt. Zie antwoord vraag 10. 12. Welke stappen kan het college zetten om foute palmolie uit de haven te weren? Is het college van plan om hier actie op te ondernemen? Graag een toelichting. Zie antwoord op vraag 6. Los daarvan heeft het college geen bevoegdheden in de Haven van Zaanstad. 13.
Welke middelen, zoals beschreven in de brief over ketenverantwoordelijk is het college bereid om in samenspraak met het Havenbedrijf in te zetten ten aanzien van Bunge? Is het 18
2024-Bunge-Global-Sustainability-Report.ashx, pag. 59-64.
7
college bereid om contractverlenging met Bunge uit te sluiten en zo te voldoen aan de Amsterdamse duurzaamheidsambities zoals verwoord in 'onze stad van morgen’ en in de voedselstrategie? In de raadsinformatiebrief over ketenverantwoordelijkheid is duidelijk aangegeven het vestigingsbeleid (de uitgifte van (onder)erfpacht- of huurcontract) het belangrijkste en meest effectieve middel is van het Havenbedrijf om ketenverantwoordelijkheid in de verschillende ketens te waarborgen. Het college is dan ook verheugd dat het Havenbedrijf erin is geslaagd om afspraken over ketenverantwoordelijkheid op te nemen in het erfpachtcontract met Bunge Loders Croklaan. De specifieke casus is als voorbeeld genoemd in de raadsinformatiebrief. Er is dus geen enkele aanleiding om contractverlenging uit te sluiten. 14. Is het college, in lijn met de aanbevelingen van Milieudefensie uit het rapport, bereid om er actief voor te pleiten bij het Rijk om een klimaatplanplicht (weer) op te nemen in de nieuwe wet internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen om zo bedrijven met internationale ketens aan te jagen zich aan het Parijs-akkoord te houden en beter controleerbaar te maken om onder andere ontbossing en mensenrechtenschendingen tegen te gaan? Het rapport van Milieudefensie dateert uit 2021.
Sindsdien zijn er op het terrein van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen belangrijke stappen gezet. De belangrijkste is zonder meer de instemming door het Europese Parlement op 13 juni 2024 van de nieuwe Europese wet voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. De Europese Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD). Het college is verheugd dat het Europees Parlement heeft ingestemd met de wet waardoor er voor alle in Europa opererende bedrijven een leving playing field is gerealiseerd. De nationale wet waar Milieudefensie het in zijn rapport over heeft is een initiatiefwetsvoorstel dat hangende de discussies over de CSDDD in het Europese Parlement voorlopig was opgeschort. Het is nu afwachten of de initiatiefnemers tevreden zijn met de Europese wetgeving of dat zij los daarvan nog aparte Nederlandse wetgeving verlangen.
Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Hester van Buren Wethouder Lucht- en Zeehaven
Femke Halsema Burgemeester
8