Beantwoording_sv_Abdi_en_Runderkamp_rapport_CKM_over_de_criminele_uitbuiting_van_(zeer)_kwetsbare_kinderen_en_jongeren(1).pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Beantwoording schriftelijke vragen
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door
Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 21 september 2022 Openbare Orde en Veiligheid Burgemeester Halsema Directie Openbare Orde en Veiligheid secretariaatoov@amsterdam.nl Beantwoording schriftelijke vragen van de leden Abdi en Runderkamp inzake het rapport van het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel over de criminele uitbuiting van (zeer) kwetsbare kinderen en jongeren
Geachte leden van de gemeenteraad, Op 30 juni 2022 is het rapport ‘Kijken met andere ogen: een landelijke verkenning naar criminele uitbuiting in dertien (middel)grote gemeenten in Nederland’ van het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM) verschenen. Het rapport toont aan dat de problematiek van criminele uitbuiting van (zeer) kwetsbare kinderen en jongeren veel groter is dan de officiële statistieken laten zien, en dat veel slachtoffers niet als zodanig in beeld komen bij de autoriteiten. In de afgelopen twee jaar deden 1,637 hulpverleners onderzoek onder kwetsbare jongeren in 13 gemeentes, waaronder Amsterdam. Uit het onderzoek blijkt dat de afgelopen twee jaar ruim 2,500 jonge slachtoffers gedwongen werden om strafbare feiten te plegen. Criminelen zouden bewust (zeer) kwetsbare kinderen en jongeren ronselen, omdat die makkelijk zijn uit te buiten. Het gaat dan bijvoorbeeld om verslaafde jongeren, of jongeren met een verstandelijke beperking. Als ze eenmaal aan de haak zijn geslagen, worden ze op allerlei manieren uitgebuit. Ze worden bijvoorbeeld bedreigd met geweld als ze niet meewerken, of ze worden gechanteerd op basis van schulden of naaktbeelden. Tot slot concludeerden onderzoekers dat (zeer) kwetsbare kinderen en jongeren een verdienmodel zijn geworden voor criminele bendes.
De fractie van de PvdA maakt zich enorm zorgen over de criminele uitbuiting van (zeer) kwetsbare kinderen en jongeren in onze stad en vindt dat de aanpak van ondermijnende criminaliteit niet los gezien kan worden van de aanpak van criminele uitbuiting. Als we niet erin slagen om (zeer) kwetsbare kinderen en jongeren te signaleren, dan raken we ze kwijt aan het criminele circuit. Deze slachtoffers hebben recht op hulp, bescherming en perspectief. Gezien het vorenstaande hebben de leden Abdi en Runderkamp op grond van artikel 84 van het Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam de volgende schriftelijke vragen aan het college gesteld:
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 21 september 2022 Pagina 2 van 6
1. Is het college bekend met het rapport ‘Jonge Nederlandse slachtoffers criminele uitbuiting witte vlek in aanpak ondermijning’ van het CKM welke op 30 juni 2022 is gepubliceerd? Antwoord: Het college is bekend met het rapport. De gemeente Amsterdam heeft actief meegewerkt aan dit rapport. 2. Is het college het eens met de stelling dat (zeer) kwetsbare kinderen en jongeren op grote schaal (doelbewust) worden geronseld dan wel worden gedwongen tot het verrichten van criminele handelingen, maar dat deze slachtoffers, afgaande op de officiële statistieken en de opsporingsen vervolgingscijfers, niet tot nauwelijks in beeld komen? Zo ja, welke stappen kan het college ondernemen om een beter beeld te krijgen van de slachtoffers van criminele uitbuiting? Antwoord: Het college is van mening dat deze stelling dusdanig (scherp) is geformuleerd dat hier niet een eenduidig eens of oneens op kan volgen. Het college ontvangt geen concrete, sterk onderbouwde signalen dat (zeer) kwetsbare kinderen en jongeren op grote schaal worden geronseld. Wel zijn er (zachte) signalen van het ronselen en uitbuiten van (soms kwetsbare) jongeren. Uiteraard maakt het college zich hier zorgen over. Daarom is vorig jaar het onderzoek ‘Dealers in de Dop’ uitgevoerd en volgt het college andere onderzoeken (waaronder dit rapport van het CKM en het eerder door hen uitgebrachte rapport uit Rotterdam) op de voet.
Het college zet vooral in op het creëren van bewustwording over criminele uitbuiting zodat burgers en professionals in het veld signalen van criminele uitbuiting zo goed mogelijk herkennen en melden en de juiste hulp kan worden ingeschakeld. Andere (bredere) inzet is gericht op het voorkomen dat jongeren slachtoffer worden. Hieronder een niet-limitatieve opsomming van wat het college reeds onderneemt: – De zorgcoördinator mensenhandel en de politie (team mensenhandel) geven voorlichting aan veiligheidscoördinatoren van scholen (Altra en ROC’s) gericht op criminele en seksuele uitbuiting. Zie verder specifiek voor wat betreft onderwijs het antwoord op vraag 6. – De adviseurs mensenhandel van de gemeente geven voorlichting aan professionals, waaronder de veiligheidscoördinatoren, projectleiders ondermijning en Top400- en Top600regisseurs. – De zorgcoördinator mensenhandel sluit aan bij de ‘afpersingstafel’ in Zuidoost waar casuïstiek besproken wordt dat ook criminele uitbuiting kan bevatten. – In 2020 heeft de traineepool van de gemeente Amsterdam op verzoek van de bij dit onderwerp betrokken beleidsdirecties een onderzoek gedaan naar criminele uitbuiting onder jonge meiden in Nieuw-West. Dit heeft onder meer geleid tot een ‘praatplaat’ waarmee bijvoorbeeld leerkrachten of jongerenwerkers laagdrempelig met meiden in gesprek kunnen over criminele uitbuiting.
– In de Week tegen Mensenhandel in september 2021 heeft een zogenaamde stadsdialoog plaatsgevonden in Zuidoost, waarna een netwerk tussen onder meer professionals en ouders tot stand is gekomen. – Straatcollege, onderdeel van het programma Weerbaar Amsterdam, vertelt jongeren het ‘andere verhaal’ over het leven in de drugscriminaliteit en maakt hen bewust van ronselpraktijken.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
–
Datum 21 september 2022 Pagina 3 van 6
Vanuit het programma Positief Perspectief kan bijvoorbeeld de ‘IPA in de wijk’ worden benoemd; een jeugdhulpverlener met specialistische forensische kennis die professionals in de wijken versterkt met kennis zodat zij signalen beter kunnen herkennen en jongeren met forensische problematiek beter kunnen helpen. Ook zijn er netwerken in de meest kwetsbare buurten opgezet rondom jongeren met veiligheidsproblematiek, waarin alle professionals rondom jeugd samenwerken om gezamenlijk te bepalen welke inzet nodig is. Onderdeel van het project ‘Online weerbaarheid’ van de gezamenlijke Amsterdamse jongerenwerk-organisaties is Cybercrime, een combinatie van jongerenwerk en politie, waarbij politie voorlichting geeft aan jongerenwerkers om cybercrime te herkennen en wat je kan doen bij signalen dat iemand daar slachtoffer van is. Tot slot is er specifiek aandacht voor online weerbaarheid: het jongerenwerk heeft jongerenwerkers getraind om jongeren online weerbaarder te maken.
Tevens is het college voornemens: – de zorgcoördinator mensenhandel ook voorlichting of training te laten geven aan jeugdzorgorganisaties; – het door Noord-Holland ontwikkelde lesprogramma (inclusief de film) ‘Buit’ aan te bieden aan Amsterdamse basisscholen en het praktijkonderwijs; – onderzoek te doen naar de aangiftebereidheid bij criminele uitbuiting, waarbij wordt ingezoomd op en geleerd van de werkwijze in Engeland dat te boek staat als effectief. 3. Deelt het college de analyse op het punt dat criminele uitbuiting van kwetsbare kinderen en jongeren een belangrijke pijler vormt onder het verdienmodel van georganiseerd en ondermijnend criminaliteit? Antwoord: Het college doet haar uiterste best om te voorkomen dat kwetsbare jongeren in de drugscriminaliteit terecht komen en om diegenen die er al in zitten, eruit te krijgen. Het college tracht jongeren, gemeenschappen en wijken weerbaarder te maken tegen de ondermijnende werking van drugscriminaliteit. Dit heeft echter niet als primair doel om het verdienmodel van criminaliteit aan te pakken, maar is in het belang van die jongeren, gemeenschappen en wijken zelf. 4.
Deelt het college de analyse dat de slachtoffers van criminele uitbuiting vooral als dader worden behandeld en niet als slachtoffer gezien wegens een gebrek aan kennis en ervaring op dit gebied bij eerstelijns professionals, de politie en het OM? Antwoord: Mensenhandel is een zogenaamd haaldelict. Het speelt zich doorgaans buiten het zicht af, slachtoffers doen om verschillende redenen niet eenvoudig aangifte en overheids- en hulpverleningsinstanties moeten actief op zoek naar slachtoffers. Dit wordt bij criminele uitbuiting nog eens versterkt doordat daderschap en slachtofferschap vermengd zijn. Zo is een persoon verantwoordelijk en vervolgbaar voor de strafbare feiten die gepleegd zijn voordat de uitbuitingssituatie begon. Ook wordt bij een aangifte (volledige) openheid van zaken verwacht, terwijl jongeren niet graag bereid zijn te snitchen. Een slachtoffer zal daarom nog minder snel
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 21 september 2022 Pagina 4 van 6
(dan bij andere vormen van mensenhandel) zelf naar de politie stappen voor een aangifte. Vermoedelijk blijven onder meer hierdoor veel slachtoffers buiten beeld. Het is derhalve van groot belang dat professionals – mensen die werken met mogelijke of potentiële slachtoffers van criminele uitbuiting – worden getraind in het herkennen van signalen van criminele uitbuiting. Onder meer de politie heeft hier recent stappen in gezet door alle (eerstelijns) politiemedewerkers te trainen in (het herkennen van) alle vormen van mensenhandel. Maar ook de gemeente draagt haar steentje bij door in te zetten op bewustwording en kennis. Zie onder meer het antwoord op vraag 2. Tevens wordt vanuit de gemeente aan mogelijke slachtoffers van criminele uitbuiting de mogelijkheid geboden vrijblijvend en anoniem een gesprek te voeren met een gespecialiseerde (straf)advocaat om te inventariseren of aangifte tegen de dader wenselijk en haalbaar is. Tevens wordt gekeken welke andere opties er zijn om een uitbuitingssituatie te doorbreken. 5.
Is het college het eens met de stelling dat er onvoldoende aandacht en prioriteit is voor de aanpak van criminele uitbuiting? Zo ja, op welke wijze wilt het college werken aan integrale aanpak van deze problematiek? Zo nee, in hoeverre kunnen we nu al spreken over een integrale aanpak van criminele uitbuiting onder (zeer) kwetsbare kinderen en jongeren? Antwoord: Het college is zich ervan bewust dat aandacht voor criminele uitbuiting van groot belang is. Het college levert binnen de gegeven mogelijkheden zoveel mogelijk inspanning om hier prioriteit aan te geven. Om te komen tot de best mogelijke integrale aanpak is er in Amsterdam juist voor gekozen om de verschillende aspecten rondom criminele uitbuiting te integreren in bestaande aanpakken. Voor het weerbaar maken van jeugdigen en het creëren van toekomstperspectief bestaat het programma ‘Positief Perspectief’. Vanuit het beleid ‘Schoolveiligheid’ wordt ingezet op veiligheidsproblematiek op scholen. Het voorkomen van instroom en doorgroeien in de drugscriminaliteit maakt onderdeel uit van het programma Weerbaar Amsterdam en aandacht en zorg voor meiden die te maken krijgen met seksueel geweld is belegd bij het programma Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld.
Het opsporen en vervolgen van daders van criminele uitbuiting is primair belegd bij de politie, maar maakt ook onderdeel uit van het RIECsamenwerkingsverband middels de werkgroep mensenhandel. Vanuit de gemeentelijke portefeuille mensenhandel zit de meerwaarde in het organiseren van aandacht voor dit specifieke fenomeen, inzet van de zogenaamde mensenhandeltafel, beschikking hebben over een zorgcoördinator mensenhandel en toegang tot een gespecialiseerde slachtofferadvocaat. De genoemde programma’s en aanpakken zijn goed op elkaar afgestemd en versterken elkaar. Ze reiken van preventie tot aan specialistische jeugd en repressie.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 21 september 2022 Pagina 5 van 6
6. Welke mogelijkheden ziet het college om de ronselpraktijken op onder meer scholen, (jeugd)zorginstellingen tegen te gaan? Antwoord: Het college verwijst naar de antwoorden op de vragen 2, 4 en 5 voor wat betreft het belang van het creëren van bewustwording en kennis onder professionals inclusief een handelingsperspectief en het weerbaar maken van jeugdigen. Sinds twee jaar ondersteunt het college Amsterdamse scholen bij de aanpak van bredere (school)veiligheidsproblematiek. We verbinden scholen zoveel mogelijk aan acties die worden ondernomen vanuit thematische programma’s over jeugd- en veiligheidsproblematiek, zoals Weerbaar Amsterdam. Vanuit het programma Positief Perspectief is het project ‘Jongerenwerk in school’ relevant om te benoemen. Met dit project zijn jongerenwerkers actief op 33 middelbare scholen in Amsterdam. De jongerenwerkers proberen jongeren eerder te zien, te horen en te helpen, een bijdrage te leveren aan een positief pedagogisch klimaat in school en aan het voorkomen van schooluitval en verzuim. Het ‘Operationeel team schoolveiligheid’ (het team dat vanuit de Top400 wordt ingezet op scholen waar veel veiligheidsproblematiek speelt) helpt scholen bij het maken van een veiligheidsplan, verzorgt deskundigheidsbevordering en zorgt voor een verbinding van de school met lokale zorg- en veiligheidspartijen.
Wat betreft criminele uitbuiting bieden we scholen voorlichting en bewustwordingsactiviteiten die leerlingen weerbaar maken tegen uitbuiting. Zo heeft de gemeente de gratis training van het CKM ‘Mensenhandel (niet) op school’ aangeboden aan docententeams. Voor voorlichting aan leerlingen wordt op scholen gebruik gemaakt van het programma EPJO (Educatief Programma Jongeren) van de politie en voorlichtingen van Bureau Halt. Halt verzorgt jaarlijks circa 450 voorlichtingen, verdeeld over alle stadsdelen. Een van de onderwerpen is genaamd ‘De kosten van snel geld verdienen’, waarbij aandacht wordt besteed aan verleidingen van snel geld, maar ook de risico’s op criminele uitbuiting. Daarnaast wordt het Straatcollege, onderdeel van programma Weerbaar Amsterdam, ingezet als preventieve interventie op scholen om jongeren bewust te maken van de keerzijde van drugscriminaliteit en ronselpraktijken. Tenslotte wordt (zoals onder antwoord 2 omschreven) onderzocht of het lesprogramma ‘Buit’ ook aan Amsterdamse scholen kan worden aangeboden. 7. Welke mogelijkheden ziet het college om scholen, (jeugd)zorginstellingen te ondersteunen wanneer zij in aanraking komen met slachtoffers van criminele uitbuiting? Antwoord: Zie onder meer de antwoorden op de vragen 2 en 6.
Daarnaast kunnen (jeugd)zorginstellingen - als zij zich zorgen maken om een jongere - sparren met de zorgcoördinator mensenhandel en/of een casus (al dan niet anoniem) inbrengen op de mensenhandeltafel. In dit gremium dat periodiek casuïstiek bespreekt, wordt door de aanwezigen (waaronder de zorgcoördinator mensenhandel, Jeugdbescherming regio Amsterdam, de William Schrikker Stichting, Levvel, Team mensenhandel van de politie en een slachtofferadvocaat) advies gegeven en handelingsperspectief geboden. Indien het mensenhandel betreft zorgt de zorgcoördinator ervoor dat de juiste zorg wordt opgestart. Een vermoedelijk slachtoffer krijgt dan ook de
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 21 september 2022 Pagina 6 van 6
mogelijkheid om de zaak door te spreken met een gespecialiseerde slachtofferadvocaat. Gezamenlijk beslissen ze dan over het wel of niet doen van aangifte. 8. Welke mogelijkheden ziet het college om bewustwording te creëren bij scholen, (jeugd)zorginstellingen over deze problematiek? Antwoord: Zie antwoord op vragen 2, 4, 6 en 7. Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Femke Halsema Burgemeester
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl