CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording schriftelijke vragen van Khan inzake onrechtmatige inzet van de Wet Bibob naar het As Siddieqbestuur.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 13 juli 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Beantwoording schriftelijke vragen over de onrechtmatige inzet van de wet Bibob bij het As-Siddieqbestuur (VN2023-016038)3.185 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Beantwoording schriftelijke vragen

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 21 april 2023 Openbare Orde en Veiligheid, Onderwijs Femke Halsema, Marjolein Moorman Directie Openbare Orde en Veiligheid (secretariaatoov@amsterdam.nl) Beantwoording schriftelijke vragen van het lid Khan inzake onrechtmatige inzet van de Wet Bibob naar het As-Siddieqbestuur

Geachte leden van de gemeenteraad, Op 2 december 2022 heeft het college schriftelijke vragen ontvangen van het lid Khan inzake onrechtmatige inzet van de Wet Bibob naar het As-Siddieqbestuur. Onderstaand treft u de beantwoording van deze vragen aan. Toelichting door de vragenstellers De As-Siddieqscholen moesten op last van de gemeente Amsterdam een Bibob-onderzoek ondergaan1. Het is de eerste keer dat de Wet Bibob is ingezet in het onderwijsveld en deskundigen zijn van mening dat het op hoogst dubieuze gronden is ingezet. Daarnaast blijkt dat de Bibopprocedure in 2018 is ingezet terwijl de OM-tip pas in 2019 kwam. De fractie van DENK wil opheldering. Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van DENK, op grond van artikel 84 van het Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen: Let op: op grond van art. 28 Wet Bibob is een geheimhoudingsverplichting van toepassing. Dit betekent dat wij alleen op hoofdlijnen mogen ingaan op de casus. 1 Het schoolbestuur diende op 1 oktober 2018 een subsidieaanvraag in. Het college besloot toen om een Bibob-procedure te starten. Een onderzoek in het kader van de Wet Bibob kan ingesteld worden als er feiten en omstandigheden beschikbaar zijn die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat er sprake is van het plegen van strafbare feiten.

Kan het college toelichten wat deze feiten en omstandigheden waren en aan welke specifieke bepalingen deze voldoen uit het Wet Bibob?

1 https://www.parool.nl/amsterdam/hoe-de-overheid-probeerde-de-as-siddieqscholen-aan-banden-te-leggen-en-waarom-de-aivd-

informanten-wierf~b65765db3/

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 21 april 2023 Pagina 2 van 8

De Wet Bibob geeft de Gemeente Amsterdam de mogelijkheid om onderzoek te doen naar het risico dat er wordt meegewerkt bij het plegen van strafbare feiten of het investeren van wederrechtelijk verkregen vermogen. Dat doet de gemeente Amsterdam aan de hand van een beleidslijn, die specifieker uiteenzet hoe de Wet Bibob in de gemeente wordt toegepast. Daarmee wordt eenduidigheid en helderheid beoogd ten aanzien van aanvragers van beschikkingen. Bij de Bibob-toetsing van de subsidieaanvraag in 2018 was een specifieke beleidslijn voor subsidieverlening van kracht, waarin was bepaald dat een subsidieaanvrager kan worden onderworpen aan een Bibob-onderzoek wanneer er signalen bestaan van criminele beïnvloeding. Aan de hand van het Bibob-onderzoek wordt vastgesteld óf er sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat er sprake is van strafbare feiten. Deze mogelijke constatering blijkt pas na het volledig uitvoeren van een Bibob-onderzoek. Het college stelt dan ook vast dat er niet op voorhand moet zijn vastgesteld dat er strafbare feiten zijn gepleegd, dat wordt juist met een Bibob-onderzoek nagegaan. Over de aanleiding en het verloop van het Bibob-onderzoek bij SISA zal bij de beantwoording van de vragen hieronder meer uitleg worden gegeven. 2 Deze Bibob-procedure nam een jaar in beslag.

Dit had volgens het Parool “een verlammende uitwerking op het bestuur”. Kan het college aangeven waarom dit een jaar duurde? De Bibob-toets start bij de ontvangst van een aanvraag of een signaal. Een signaal wijst op een indicatie dat er mogelijk sprake is van een integriteitsrisico. Voorbeelden van signalen zijn: eigen ambtelijke informatie, informatie verkregen uit een werkgroep binnen het RIEC maar ook informatie verkregen uit de media. Bij een signaal wordt de aanvrager gevraagd om een Bibobformulier in te vullen en gegevens aan te leveren. Vervolgens kent de gemeentelijke Bibob-toets verschillende gradaties, namelijk de lichte toets en de diepgaandere toets (dit wordt ook het ‘eigen huiswerk’ van de gemeente genoemd). Zodra een Bibob-onderzoek diepgaander is, worden er meer bronnen geraadpleegd en wordt er meer informatie opgevraagd bij de partners. Ook bij de betrokkene kan extra informatie worden opgevraagd. Tenslotte kan advies worden gevraagd bij het Landelijk Bureau Bibob (onderdeel van het ministerie van Justitie en Veiligheid en hierna te noemen: LBB). Bij SISA zijn al deze fasen doorlopen. En is de beslistermijn nogmaals verlengd. De Wet Bibob schrijft ook voor dat een advies van het LBB moet worden vergewist, dan wordt er gecontroleerd of het advies zorgvuldig tot stand is gekomen.

Ook bij het vergewissen zijn verschillende afdelingen binnen de gemeente betrokken geweest. Dat in dit geval de gehele procedure een jaar heeft geduurd is ongebruikelijk en acht het college ook onwenselijk. Dat dit een verlammende uitwerking heeft gehad op het bestuur van SISA kan het college zich voorstellen. En dat hierover, gelet op de uiteindelijke uitkomst van het onderzoek, vragen worden gesteld eveneens. Het college is destijds ambtelijk niet op de hoogte gesteld van deze procedure. Dat had anders gemoeten.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 21 april 2023 Pagina 3 van 8

3 Kan het college aangeven hoeveel tijd Bibob-procedures gemiddeld genomen in beslag nemen? De termijn bij een lichte Bibob-toets loopt doorgaans parallel met de termijn van de aanvraag waar de Bibob-toets betrekking op heeft. Bij een diepgaandere Bibob-toetsing wordt meer onderzoek gedaan en dit kan resulteren in procedures met eveneens een langere beslistermijn. Er is dus geen gemiddelde termijn te noemen van hoeveel tijd een Bibob-procedure in beslag neemt. 4 Op 28 oktober 2019 vernam het schoolbestuur dat het Bibob-onderzoek geen aanwijzingen had opgeleverd. Er was alleen een verjaarde belastingovertreding gevonden. Hoe reflecteert het college op deze uitkomst? De Wet Bibob is een preventief bestuursrechtelijk instrument en wordt risicogestuurd ingezet bij signalen over mogelijke integriteitsrisico’s. Dit neemt niet weg dat niet op voorhand is vast te stellen dat er daadwerkelijk sprake is van criminele activiteiten en wat de uitkomst van een Bibobonderzoek zal zijn. Ondanks een zorgvuldige afweging om een Bibob-onderzoek uit te voeren, is het college zich er van bewust dat een Bibob-onderzoek niet altijd als uitkomst zal hebben dat er een Bibob-gevaar wordt vastgesteld. Juist vanwege de impact die een Bibob-onderzoek kan hebben, worden zowel het Bibob-proces als het Bibob-beleid continue geëvalueerd.

Een onderdeel van de evaluatie is dat er gesprekken gaande zijn met het Openbaar Ministerie over het verstrekken van de OM-tip. Onderhavige casus zal nadrukkelijk hierbij worden betrokken. 5 Uit geopenbaarde Woo-documenten blijkt dat de school in beeld kwam bij de gemeente na een aantal alarmerende berichten in de media. Wat is de procedure omtrent dergelijke mediaberichten? Met andere woorden, op welke wijze valideert het college of deze berichtgeving overeenkomen met informatie van bijvoorbeeld de veiligheidsdiensten? In het kader van de Wet Bibob kunnen mediaberichten aanleiding vormen om aanvragen en vergunningen die op grond van het Amsterdamse Bibob-beleid vallen onder de Bibob-plicht te onderwerpen aan een Bibob-onderzoek. Zie over de procedure verder het antwoord op vraag 2. Daarnaast kan informatie worden besproken met veiligheidspartners, zoals de politie en het Openbaar Ministerie, en kan er worden bekeken of het past in de fenomeenanalyse van de NCTV/AIVD. 6 Een Bibob-procedure kan ook gestart worden na een tip van de officier van justitie. Uit de Woodocumenten blijkt echter dat de tip van het Openbaar Ministerie pas in mei 2019 kwam terwijl de procedure al meer dan een half jaar liep. Kan het college dit bevestigen? Het college kan dit bevestigen. 7 Verzoekt het college vaker om tips van het OM terwijl er al een Bibob-procedure loopt? Of was dit de eerste keer?

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 21 april 2023 Pagina 4 van 8

Omdat de gemeente haar eigen huiswerk moet doen, start de Bibob-toetsing met een lichte Bibob-toetsing en bij indicaties worden de politie en het Openbaar Ministerie bevraagd. Dit is een in het beleid vastgestelde werkwijze. Deze bevraging heeft vervolgens in mei 2019 geresulteerd in de tip van het Openbaar Ministerie. Een dergelijke procedurele volgorde is geen uitzondering. Wel duurde onderhavige procedure uitzonderlijk lang. 8 Waarom heeft het college niet gewacht op het daadwerkelijk ontvangen van de OM-tip alvorens er werd overgegaan tot het Bibob-onderzoek? Zie het antwoord op vraag 7. 9 Op basis van welke informatie is de tip van het OM gedaan en welke nieuwe informatie ligt daaraan ten grondslag die gemeente nog niet had vóór de tip? Kan het college dat toelichten? De OM-tip houdt enkel een melding in om een adviesaanvraag bij het LBB in te dienen. Het LBB heeft de wettelijke bevoegdheid om inhoudelijke informatie van het Openbaar Ministerie te verkrijgen. Vervolgens maakt het LBB de afweging of er sprake is van een gevaar in de zin van de Wet Bibob. Ter onderbouwing van het Bibob-gevaar verwerkt het LBB relevante passages uit de verkregen informatie van het Openbaar Ministerie in het Bibob-advies. Er worden geen integrale OM-dossiers in het Bibob-advies opgenomen, slechts datgene aan informatie wat nodig is om het Bibob-gevaar te onderbouwen. En gelet op art.

28 van de Wet Bibob kan het college geen inhoudelijke informatie verstrekken. 10 Deelt het college het standpunt dat de Bibob-procedure is gestart zonder dat daarvoor aan de wettelijke eisen is aan voldaan? Zo ja, waarom heeft het college dat gedaan? Zo nee, waar blijkt dat uit? Nee, het college deelt dit standpunt niet. De wettelijke eisen zijn gegeven in de Wet Bibob en het Amsterdamse Bibob-beleid. Er was een signaal en vervolgens is er in lijn met het beleid een Bibobprocedure gestart. Wel heeft het onderzoek te lang geduurd en had het college hiervan eerder op de hoogte willen worden gesteld. 11 Kan het college bevestigen dat de Wet Bibob in het leven is geroepen om te: “voorkomen dat de overheid onbewust criminaliteit faciliteert, door bijvoorbeeld het verlenen van een vergunning of het verstrekken van een subsidie aan een malafide ondernemer.” 2?

De Wet Bibob is een resultaat van de Enquêtecommissie Opsporingsmethoden en is in het leven geroepen om het bestuur instrumentarium te bieden om zich te kunnen beschermen tegen de verwevenheid van de onder- en bovenwereld. Strafrechtelijk werd destijds veel tijd gestoken in de 2 https://www.justis.nl/producten/wet-

bibob#:~:text=De%20Wet%20Bibob%20staat%20voor,overheidsinstanties%20een%20Bibob%2Donderzoek%20uit.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 21 april 2023 Pagina 5 van 8

opsporing en vervolging van criminaliteit en het was onacceptabel dat dezelfde overheid ongewild bestuursrechtelijk dezelfde criminele organisaties zou faciliteren. Door de komst van de Wet Bibob in 2003 is er een wettelijke grondslag gecreëerd om informatie uit te wisselen tussen o.a. de politie, het OM, de Belastingdienst en het bestuur teneinde onderzoek te kunnen naar de integriteit van de aanvrager en diens zakelijke omgeving. Hiermee kan ondermijning worden tegengegaan en tevens de integriteit van, in dit geval, de Gemeente Amsterdam worden beschermd. 12 In de door het WOO-verzoek verkregen documenten staat dat de gemeente het Bibobonderzoek als volgt verantwoordde: De Stichting Islamitische School Amsterdam [de officiële naam van het As-Siddieqbestuur] is gelieerd aan de Stichting El Tawheed. De Stichting El Tawheed vormt het bestuur van Moskee El Tawheed en deze wordt recentelijk in de media in verband gebracht met radicalisering en terrorisme. In hoeverre vindt het college dat het starten van de Bibob-procedure rechtmatig is als een bepaalde organisatie in “in de media in verband gebracht [wordt] met radicalisering en terrorisme”? Bij de beantwoording bij o.a. vraag 2 is reeds een uitgebreide beschrijving gegeven van hoe het Amsterdamse Bibob-beleid wordt toegepast.

Uit deze beschrijving blijkt dat een Bibob-onderzoek kan worden gestart naar aanleiding van een signaal. In het geval van SISA was er een signaal, namelijk mediaberichtgeving, en de strekking hiervan gaf destijds aanleiding om nader onderzoek te doen. Het starten van het Bibob-onderzoek bij SISA was daarmee conform het Bibob-beleid en dan ook rechtmatig naar het oordeel van het college. Er worden overigens vaker Bibobonderzoeken gestart naar aanleiding van berichten in de media. 13 Kan het college daarbij toelichten in hoeverre de aanleiding (specifieker: de feiten en omstandigheden) om het onderzoek naar het As Siddieqbestuur te starten overeenkomen met de wettelijke voorschriften die voldoen die een Bibob-onderzoek rechtvaardigen? Voor een antwoord op deze vraag verwijzen wij naar de uiteenzetting over het Bibob-beleid en de procedure onder vraag 1 en 2. 14 Welke definities hanteerde het college in 2018 voor radicalisering en terrorisme? De gehanteerde definitie van radicalisering is in de ‘Heroriëntatie Radicaliserings- en polarisatiebeleid’ van mei 2012 neergelegd en luidde “Radicalisering is de groeiende bereidheid tot het nastreven en/of ondersteunen van diep ingrijpende veranderingen in de samenleving die op gespannen voet staan met de democratische rechtsorde en/of waarbij ondemocratische middelen worden ingezet”.

Wat betreft de definitie van terrorisme volgt het college, in 2018 en nu, de definitie van het rijk, die luidt: “Terrorisme – Het uit ideologische motieven plegen van op

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 21 april 2023 Pagina 6 van 8

mensenlevens gericht geweld, dan wel het aanrichten van maatschappij-ontwrichtende zaakschade, met als doel maatschappelijke ondermijning en destabilisatie te bewerkstelligen, de bevolking ernstige vrees aan te jagen of politieke besluitvorming te beïnvloeden.” 15 Deelt het college dat dergelijke zware beschuldigingen eenduidig gedefinieerd moeten worden zodat de beschuldigde exact weet waarvan hij of zij precies van verweten wordt en zich dus kan verweren? Het college wil benadrukken dat wanneer een Bibob-onderzoek wordt gestart, dit niet direct betekent dat een betrokkene ook daadwerkelijk wordt beschuldigd van het plegen van strafbare feiten of dat men dit wordt verweten. Het Amsterdamse Bibob-beleid geeft aan in welke gevallen men kan worden onderworpen aan een Bibob-onderzoek. In het geval dat een Bibob-onderzoek naar aanleiding van een signaal resulteert in een negatief Bibob-advies van het LBB, wordt de betrokkene die wordt geconfronteerd met een mogelijk negatief besluit de gelegenheid geboden een zienswijze te geven op het besluit en de bevindingen in het Bibob-advies over de (mogelijk) gepleegde strafbare feiten. 16 De gemeente kan subsidie weigeren of intrekken als er “ernstig gevaar dreigt dat een subsidie wordt misbruikt voor het benutten van crimineel vermogen of het plegen van strafbare feiten”.

Is ‘in de media in verband worden gebracht met radicalisering en terrorisme’ voor het college voldoende aanleiding om aan te nemen dat er ernstig gevaar dat dat de subsidie misbruikt kan worden c.q. strafbare feiten gepleegd kunnen worden? Nee, een mediabericht alleen kan nog geen ernstig gevaar aantonen, het kan wel een aanleiding zijn om een Bibob-onderzoek te starten. Op basis van de uitkomsten van het Bibob-onderzoek (en indien hiervan sprake is de zienswijze van betrokkene) worden de afwegingen gemaakt, en niet op basis van berichtgeving in de media. 17 De Bibob-procedure tegen As-Siddieq was de eerste keer dat het in het onderwijsveld werd ingezet. Is dit onderzoek hierna nog tegen een andere school gestart? Zo ja, welke? In 2019 heeft de gemeente een andere school diepergaand getoetst o.g.v. de Wet Bibob. De geheimhoudingsverplichting in de Wet Bibob verzet zich er tegen kenbaar te maken welke school dit betrof. 18 Wat voor aanvraag had As-Siddieq exact ingediend? Ging het om een bekostigingsaanvraag of een regulier subsidieverzoek? Het betrof een VLOA subsidie, dat zijn reguliere onderwijs subsidies op basis van de Verordening op het lokaal onderwijsbeleid.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 21 april 2023 Pagina 7 van 8

19 Hoogleraar lokaal bestuur en recht Albertjan Tollenaar zegt tegen Het Parool dat als: “het bekostiging betrof, was de inzet van de Wet Bibob uitermate dubieus, omdat dat destijds niet onder die wet viel” Deelt het college dit? Zo nee, waarom niet? Het college deelt de stellingname van de heer Tollenaar niet. Sinds de Wet Bibob in 2003 in werking is getreden is het mogelijk om subsidies te onderwerpen aan een Bibob-toets. In de Bibob-beleidslijn van de gemeente Amsterdam is dit ook kenbaar gemaakt (destijds de beleidslijn gemeente Amsterdam voor subsidieverlening in het kader van de Wet Bibob, d.d. 8 mei 2012). Er was een signaal wat aanleiding gaf voor nader onderzoek. Daarom is het college van oordeel dat de verleende onderwijssubsidie op grond van de Wet Bibob mocht worden getoetst. 20 Hoogleraar Tollenaar zegt verder dat als het subsidie betrof de gemeente Amsterdam de “grenzen van de wet [heeft] opgezocht, omdat er ogenschijnlijk geen concrete aanwijzing was voor een strafbaar feit”. Deelt het college het standpunt dat als er geen concrete aanwijzingen zijn voor een strafbaar feit de gemeente geen Bibob-onderzoek mag starten. Zo nee, waarom niet? Het college deelt dit standpunt niet. Voor een uiteenzetting over het Bibob-beleid en proces verwijst het college naar de antwoorden bij vraag 1 en 2. De aanleiding om een Bibob-onderzoek te starten was een signaal.

21 Waarom is het college een Bibob-onderzoek gestart naar As-Siddieq als de feiten en omstandigheden niet zodanig waren dat deze een onderzoek rechtvaardigen? Zie ook het antwoord op vraag 20. 22 Deze casus (maar ook eerdere) leiden ertoe dat sentimenten ontstaan in de islamitische gemeenschappen van Amsterdam dat hun instellingen/instituten onrechtmatig en onevenredig vaak onder de loep worden genomen door het college. Dit kwam ook terug in het actieonderzoek naar moslimdiscriminatie. Hoe verklaart het college deze sentimenten? Zoals in het actieonderzoek is vermeld hangen dergelijke sentimenten mogelijk samen met het beeld dat bepaalde wetgeving of overheidsinterventies onevenredig uitwerken op de moslimgemeenschap, bijvoorbeeld de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding (Boerka-verbod), het wetsvoorstel om buitenlandse beïnvloeding tegen te gaan en het weren van radicale predikers, etc. De toeslagenaffaire laat zien dat de overheid soms discriminerend handelt. Daardoor is voorstelbaar dat dergelijke sentimenten ontstaan, maar het college staat er pal voor dat elke Amsterdammer of instelling eerlijk, gelijk en onbevooroordeeld behandeld wordt. Het moet duidelijk zijn waaróm we bepaalde keuzes maken en hoe we tot deze keuzes zijn gekomen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 21 april 2023 Pagina 8 van 8

Als blijkt dat er onrechtmatig is gehandeld dan zal het college acteren en gepaste maatregelen nemen. Indien er over het functioneren van de (lokale) overheid twijfel ontstaat dan neemt het vertrouwen af en kan dat omslaan in wantrouwen. Zoals in de raadsbrief van 25 oktober 2022 staat over ‘Werken aan meer vertrouwen tussen Amsterdammers en de gemeente’, is het uitgangspunt daarbij juist dat overheid en burger naast elkaar staan, niet tegenover elkaar. Het vraagt een lange adem van het bestuur, de raad en de gemeentelijke organisatie om deze vertrouwensrelatie te versterken. Ter afsluiting geeft het college aan dat voor deze procedure de volledige bestuurlijke verantwoording geldt, maar dat procedure noch afweging op dezelfde manier herhaald zou moeten worden. Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Femke Halsema burgemeester LET OP: GEEN ONDERTEKENING NODIG

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12951905/1