Beantwoording schriftelijke vragen van het lid Nanninga inzake het rapport Actieonderzoek Anti-Discriminatie LHBTIQ+
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Beantwoording schriftelijke vragen
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 31 augustus 2021 Openbare Orde en Veiligheid en Diversiteit Burgemeester Halsema en Rutger Groot Wassink Openbare Orde en Veiligheid en Diversiteit Beantwoording schriftelijke vragen van het lid Nanninga inzake het rapport Actieonderzoek Anti-Discriminatie LHBTIQ+
Geachte leden van de gemeenteraad, Op 20-07-2021 heeft het college schriftelijke vragen ontvangen van het lid Nanninga inzake het rapport Actieonderzoek Anti-Discriminatie LHBTIQ+. Onderstaand treft u de beantwoording van deze vragen aan. Toelichting door de vragenstellers Op 15 juli stuurde wethouder Groot Wassink via de dagmail het rapport Actieonderzoek AntiDiscriminatie LHBTIQ+ naar de raad, ter bespreking in de commissie KDD van 1 september 2021. Naar aanleiding daarvan publiceerde de Telegraaf het artikel ‘mokumse homohater vaak een allochtoon’ 1 Gezien het vorenstaande stelt ondergetekende, namens de fractie van JA21, op grond van artikel 84 van het Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam, de volgende schriftelijke vragen: Het college kan de gestelde vragen als volgt beantwoorden. 1. Is het college bekend met dit rapport en dit artikel in de Telegraaf? Antwoord Ja. 2. Het rapport is gedateerd 1 februari 2021. Toch is het pas 16 juli 2021, in het zomerreces, gepubliceerd. Waarom is dit rapport zo lang blijven liggen? Antwoord Het rapport is niet blijven liggen. De actieonderzoeken zijn in samenhang met elkaar uitgevraagd om een beeld te krijgen van de aard van de discriminatie die plaatsvindt en de
1
https://www.telegraaf.nl/nieuws/1857530758/mokumse-homohater-vaak-een-allochtoon
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 31 augustus 2021 Pagina 2 van 5
handelingsperspectieven van mensen die discriminatie ervaren te verhogen, en op basis daarvan een samenhangend plan van aanpak te ontwikkelen. Over zowel het voornemen van deze aanpak als de onderzoeken en resultaten daarvan is de Raad dan ook in samenhang geïnformeerd. 3. Acht het college het wenselijk dat er ruim 5 maanden overheen gaan tot publicatie van een rapport, en er dus ook ruim 5 maanden vertraging optreedt, plus nog twee maanden reces waarin de raad dit rapport niet kan bespreken, alvorens tot actie kan worden overgegaan? Antwoord zie antwoord op vraag 2. Er is niet gewacht met overgaan tot actie, maar direct gewerkt aan een plan van aanpak ter opvolging van de onderzoeken. Ook zijn op basis van de onderzoeken al enige acties in gang gezet. 4. Acht het college de in dit rapport geschetste misstanden niet urgent? Zo ja, waarom dan zo veel uitstel, zo nee, waarom niet? Antwoord Ja, zie antwoord op vraag 2 en 3. Het college geeft prioriteit aan het bestrijden van discriminatie en het ontwikkelen van een aanpak, samen met de slachtoffers. 5. Hoe beoordeelt het college, dit rapport gelezen hebbende, de uitspraken van burgemeester Halsema bij Dit is M op 12 mei 2020, (link in voetnoot)2 over antihomogeweld: ‘Nou het is volgens mij wijdverbreid.
De gedachte dat het zich alleen maar onder één groep concentreert is volgens mij een illusie.’? Antwoord De uitspraak bij talkshow M was uitgebreider dan bovenstaand citaat: “Het is volgens mij vrij wijdverbreid. De gedachte dat het onder één groep voorkomt, is een illusie. Je ziet het onder heel veel groepen terug. Het richt zich tegen homoseksuelen, tegen vrouwen, tegen joden en tegen moslims. Je ziet een grove intimiderende cultuur op straat waar men in toenemende mate bereid is geweld te gebruiken. Homoseksuelen kunnen daar verschrikkelijk de dupe van worden. Dat is onacceptabel en dat kan niet, hand in hand lopen is de norm en slaan niet.” Met andere woorden, anti LHBTIQ+ geweld is een hardnekkig verschijnsel dat zich op verschillende plekken in de stad voordoet en er zijn helaas verschillende groepen Amsterdammers die zich er schuldig aan maken. Het probleem is bijzonder ernstig en hardnekkig, juist omdat het niet exclusief binnen één geïsoleerde dadergroep voorkomt.
2
https://m.kro-ncrv.nl/fragmenten/wat-ook-je-seksuele-voorkeur-is-je-bent-vrij-om-van-elkaar-tehouden-en-dat-te-latenzien (na 16 minuten)
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 31 augustus 2021 Pagina 3 van 5
6. Hoewel intimidatie en geweld tegen LHBTI-ers zich natuurlijk niet ‘alleen maar’ onder allochtone jongeren voordoet, acht het college deze uitspraak gezien de vele ‘incidenten’ en gedeelde ervaringen die al wijd en zijd bekend waren al voor verschijnen van dit rapport, niet onnodig bagatelliserend? Antwoord Zie het antwoord op vraag 5. 7.
Gaat het college nu eindelijk eens ophouden met wegkijken en symboolpolitiek beoefenen met regenboogvlaggen en werk maken van harde aanpak van deze problemen, en zich daarbij - zoals dit rapport onderbouwt - nu eindelijk eens richten op specifiek allochtone jongemannen die de voornaamste oorzaak zijn van deze straatterreur? Antwoord Het college wil benadrukken dat het absoluut onaanvaardbaar is dat slachtoffers zich moeten aanpassen in de openbare ruimte of in de privésfeer om mogelijke lhbtiq+ incidenten te voorkomen. Welke seksuele voorkeur iemand ook heeft, iedereen in Amsterdam moet zich vrij voelen om van elkaar te houden en dat te laten zien. Er is daarom een uitgebreide aanpak om discriminatie tegen te gaan, waaronder discriminatie van lhbtiq+. Onderdelen van die aanpak zijn:
Het vaststellen van een eenduidige registratie van lhbtiq+ incidenten in de stadsdelen. Zo kan een beter beeld worden verkregen van de locaties, het aantal en soort incidenten. Met de basisteams van de politie kunnen afspraken worden gemaakt over het registeren van deze meldingen in het politie-systeem. Verder wordt onderzocht of het reeds ontwikkelde handelingsperspectief van stadsdeel Oost als blauwdruk kan fungeren voor de andere stadsdelen. Het instellen van cameratoezicht als er sprake is van meerdere incidenten die zich op dezelfde plek voordoen. Het zal dan niet alleen moeten gaan over verbale uitingen en is als preventieve inzet overigens niet mogelijk. De regenboogveiligheidsalliantie (RVA) is opgericht en operationeel sinds juni 2021. De RVA bestaat momenteel uit 25 groepen en organisaties die een brede vertegenwoordiging vormen van de lhbtiq+ community. De lhbtiq+ gemeenschap maakt zich ongerust over de vele incidenten in de stad en wil helpen om daar iets aan te doen via de RVA. De RVA geeft inzicht in signalen die de veiligheid raken van de lhbtiq+ gemeenschap. Zo kan er gericht actie worden ondernomen om fysiek en verbaal geweld tegen lhbtiq+ in de openbare ruimte van Amsterdam te voorkomen. Er wordt onderzocht hoe de organisatie en positie van de RVA verder verstevigd kan worden. De capaciteit van Roze in Blauw bij de politie is verruimd in maart 2021.
De campagne Kom Op Amsterdam (die in de zomer gericht is op jonge mannen). Onderdeel hiervan is de campagne tegen lhbtiq+ geweld, voor en door jongeren gestart. Deze campagne is gelanceerd tijdens de Pride 2021. Het stellen van de norm dat discriminatie niet normaal is in verschillende onderwijsprogramma’s.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 31 augustus 2021 Pagina 4 van 5
Andere maatregelen zijn een routekaart voor slachtoffers, het Regenbooghuis, de alliantie BIPOC / Biculturele lhbtiq+ en de alliantie Zichtbaarheid en Pride.
8. Wanneer gaat het college onze aangenomen motie 1607 van oktober 2019 voor de inzet van lokagenten tegen anti-LHBTI-geweld alsnog, gezien de ernst van de feiten, bij het OM bepleiten en wanneer kunnen wij de eerste agenten in risicogebieden op straat verwachten om daders van deze misdrijven op heterdaad te kunnen betrappen? Antwoord In motie 1607 van oktober 2019 is het college verzocht om te onderzoeken of de politie lokagenten kan inzetten bij de bestrijding van geweld en intimidatie gerelateerd aan seksuele geaardheid/gerichtheid. Het college heeft uitvoering gegeven aan deze motie en de gemeenteraad hierover geïnformeerd in de raadsbrief van 7 februari 2020. Hierin staat dat het OM beslist over de inzet van een lokagent als opsporingsmiddel. De beoordeling van de inzet van een dergelijk middel betreft altijd maatwerk en is context afhankelijk. Bij deze beoordeling toetst het OM ook of de inzet van een lokagent voldoet aan het Tallon-criterium. Dit houdt in dat van de inzet van het lokmiddel objectief gezien geen uitlokkende werking mag uitgaan. Het lokmiddel mag geen afwijking meebrengen ten opzichte van de gewone situatie ter plaatse. De politie mag geen gelegenheid creëren die er normaal niet is en daarmee een delict uitlokken. Het OM legt over de inzet van dit opsporingsmiddel in voorkomende gevallen verantwoording af aan de strafrechter.
Het inzetten van lokagenten in relatie tot discriminatie en geweld tegen lhbtiq+ is meerdere malen in de driehoek besproken. Het OM heeft als bevoegd gezag uitgesproken dat het niet (snel) over zal gaan tot het geven van akkoord om lokagenten ter bestrijding van dit probleem in te zetten. Dat standpunt is onveranderd. 9. Kan het college deze vragen beantwoorden voordat dit onderwerp op 1 september 2021 wordt besproken in de commissie KDD? Antwoord Ja
Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Femke Halsema Burgemeester Rutger Groot Wassink Wethouder Diversiteit
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Datum 31 augustus 2021 Pagina 5 van 5