beantwoording nadere technische vragen nav iniatiefvoorstel de buurt telt mee 241126
Tekst van het document
Notitie en nadere vragen nav de beantwoording het - Initiatiefvoorstel “De buurt telt mee”; -
de bijbehorende brief van de wethouder: “ Informatiebrief Vervolgaanpak bouwdynamiek en afdoening motie 372”; de afdoening van de moties 358 en 373
agenda van 23 oktober 2024 commissie RO, Anneke Veenhoff, GroenLinks 18-10-2024
Wij danken de wethouder voor de beantwoording van het initiatiefvoorstel en de brief. De meeste oplossingsrichtingen zijn nogmaals onder de loep genomen en de meeste zijn helaas ofwel juridisch of praktisch niet haalbaar. Een aantal maatregelen zijn de afgelopen jaren al ingevoerd zoals het verplichte Bouwbord, het parapluplan Grondwater neutrale kelders, het aanwijzen van beschermde stadsgezichten en het aanpassen van Bp’s en kruimelregelingen. Een betere informatievoorziening wordt wel als haalbaar gezien en dat zal beslist een vooruitgang zijn. Ook zal er nog verder geëxperimenteerd worden in de stadsdelen om de bouwoverlast in de openbare ruimte te beperken, met mogelijke wijzingen betreft regelgeving of instructies. De inhoud van de reactie op het initiatiefvoorstel en de brief begrijpen we goed, op papier is dit allemaal juist. Echter voor de bewoners in de prakijk helpen de inmiddels genomen maatregelen en het nu voorgestelde betere informeren nog onvoldoende. Dat is onbevredigend, daarom proberen wij hier de zaak verder te brengen met enige nadere vragen en aanvullende oplossingsrichtingen. Daarnaast doen we onderstaand graag een aantal verzoeken betreft de specifieke uitwerking van de informatievoorziening zodat dit bij de aangekondigde uitwerking kan worden meegnomen.
Betreft de beantwoording initiatiefadvies per punt: Ad 1. Dat de gemeente naast de omwonenden moet gaan staan. Het belang van de omgeving en de buurt dient te worden afgewogen tegen het belang van de individuele aanvrager. Het gaat erom dat alle gevolgen in beeld zijn gebracht en de gemeente maakt een zelfstandige en onafhankelijke afweging. We begrijpen de beantwoording. Echter dit adresseert niet het probleem dat het vaak gaat over verbouwingen die met een kruimelafwijking vergund worden. Vaak ook nog gestapeld. Door middel van de zogenaamde “salamitactiek” worden meerdere kruimelafwijkingen kort na elkaar aangevraagd en alles bij elkaar levert dat toch een behoorlijke ingreep op met veel grotere impact op de omgeving dan eigenlijk bedoeld met het kruimelbeleid. We noemen bijvoorbeeld het stapelen van toegevoegde balkons, optopping met dakterras, vergunningsvrije uitbouw met terras etc. Vaak ook gecombineerd met een kelder die dan met een binnenplanse vergunning wordt vergund. Het participatie -indienings vereiste is daarbij dan niet aan de orde tenzij een aanvrager er vrijwillig toe te bewegen is, wat juist bij deze kruimelafwijkingen zeldzaam is. Terwijl deze bouwactiviteiten wel een belangrijke categorie zijn in de heersende “bouwwoede” van omwonenden.
Classificatie: Intern
Vraag: klopt het dat er qua participatie inderdaad in de bovenstaande veel voorkomende gevallen niets af te dwingen is en dat de gemeente dat ook eigenlijk niet echt wenselijk/haalbaar acht omdat er meestal weinig tot geen afwegingsruimte is (en geen tijd) en daarmee verkeerde verwachtingen naar omwonenden worden gewekt? Zo ja, hoe kunnen wij ook in deze gevallen toch zorgen dat belangen van omwonenden op tijd in beeld komen en wel expliciet kunnen worden meegenomen, welke regels zouden daarvoor moeten veranderen? Indien dit met de huidige Omgevingswet eigenlijk onmogelijk is, is het niet beter dit dan ook helder te communiceren,? Participatie kan wettelijke alleen verplicht worden gesteld bij buitenplanseomgevingsplanactiviteiten. De raad kan dan aangeven om welke categorieën buitenplanseomgevingsplanactiviteiten het betreft. De raad van Amsterdam heeft ervoor gekozen dat voor alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten participatie verplicht is. Hiermee is de wettelijke ruimte al maximaal benut. De aanvrager van een vergunning moet aangeven of participatie is georganiseerd. We hechten waarde aan participatie. Wij vinden het belangrijk bewoners en ondernemers te informeren over en te betrekken bij (ver)bouwprojecten die impact hebben op hun directe leefomgeving. Dit zorgt ervoor dat de plannen beter passen in de leefomgeving en het creëert draagvlak in de buurt.
Participatie is echter geen wondermiddel. Het proces kan goed zijn uitgevoerd maar dat hoeft niet te betekenen dat bewoners tevreden zijn met de uitkomst. In ons VTH beleid Fysieke Leefomgeving staat beschreven hoe we omgaan met participatie en de gevolgen daarvan op de beslissing om een vergunningaanvraag. Het verplichten van participatie kan alleen bij een aanvraag om omgevingsvergunning tot afwijking van het omgevingsplan. De gemeenteraad heeft dit gedaan bij besluit van 9 november 2022. Het klopt dus dat als de genoemde initiatieven passen in het Omgevingsplan participatie niet juridisch is af te dwingen. ➢ Voor de overige vragen In 2025 zal een evaluatie worden uitgevoerd naar de participatiehandreiking. Hierbij kijken we naar hoe dit in de praktijk uitpakt onder de Omgevingswet. En welke dingen goed gaan en welke verbeteringen er mogelijk zijn.
Salamitactiek Vraag: a.In het verleden hebben we al eens gevraagd of er een manier is om te zorgen dat de gehele aanvraag in 1 maal wordt gedaan, zodat de gemeente de totale impact van het bouwplan kan beoordelen. In de bijlage I bij de brief waarbij de maatregelen zijn opgesomd en beoordeeld, vinden we dit punt niet terug dus we vragen ons af of de Omgevingswet nu misschien wel een mogelijkheid hiertoe biedt? (sommige gemeenten vragen bijvoorbeeld bij indiening om de volledige aanvraag in eenmaal kenbaar te maken). Deze stelling is an sich juist, maar valt nu eenmaal onder de juridische mogelijkheden die de landelijke regelgeving biedt. Het is nu eenmaal mogelijk om diverse (zelfstandige) kleine aanvragen na elkaar te doen. Vanuit de gemeente wordt participatie daarbij wel sterk gestimuleerd. b. Dezelfde vraag betreft het stellen van een maximaal aantal kruimelafwijkingen of het stellen van een maximaal aantal vierkante meters volumetoevoeging dat middels een kruimelafwijking mogelijk is.
Classificatie: Intern
Ad 2 alle stadsdelen hanteren dezelfde werkwijze bij vergunningverlening Inderdaad moet het DB advies vragen aan de stadsdeelcommissie bij buitenplanse omgevingsactiviteit waarbij een bindend advies van de raad benodigd is. Dit komt echter alleen voor in uiterst zeldzame gevallen. Daarnaast is ook besloten dat ook bij buitenplans afwijken advies gevraagd zou worden door het DB aan de stadsdeelcommissie in gevallen dat de uitgebreide procedure wordt gekozen. Er zou nog een werkwijze worden opgesteld betreft criteria voor het wel/niet van toepassing verklaren van de uitgebreide procedure zodat dit door alle DB’s hetzelfde gehanteerd gaat worden. Vraag: a.Hoe staat het met de uitwerking daarvan? wanneer kunnen we die tegemoet zien? Zie de Raadsinformatiebrief en bijgevoegd processchema van 7 december 2023. De (uniforme) criteria voor het wel/niet van toepassing verklaren van de uitgebreide procedure zijn als formele beleidslijn opgenomen in het VTH Beleid Fysieke Leefomgeving 2024. Dit beleid is vastgesteld door het college op 28 november 2024, besproken in de raadscommissie RO van 10 januari 2024 en tkn aangenomen in de raadsvergadering van 27 maart 2024. De kern van de vastgestelde beleidslijn is dat als een aanvraag valt onder de gevallen waarvoor de raad een bindend adviesrecht heeft, de uitgebreide procedure van toepassing wordt verklaard. b.
Kan bij de uitwerking van de criteria mee worden genomen dat bij overschrijding van een x aantal meters volume toevoeging de besluitvorming in ieder geval langs het DB/stadsdeelcommissie gaat? Hier verwijzen wij naar een recent bouwplan “Aurora” aan de Overtoom, waarbij met een “kruimelafwijking” door het optoppen van een al bestaande uitbouw met 8 bouwlagen leidde tot een volumetoevoeging van 1019(!) vierkante meters. Als een aanvraag niet voldoet aan het Omgevingsplan wordt onderzocht of medewerking mogelijk is met een kruimelafwijking. Ook dat beleid kent kaders waar aan getoetst moet worden en waar vooraf, net als bij een Omgevingsplan, goed over nagedacht is. Ook kan gesteld worden dat het aantal vierkante meters een subjectief begrip is. Immers, de toename van een relatief klein aantal vierkante meters binnen zeer dicht bebouwd gebied kan veel meer impact hebben dan een groot aantal vierkante meters waar toch al veel hoogbouw aanwezig is. Het toevoegen van dit criteria lijkt ons dan ook niet gewenst. Daarbij, bij plannen waarbij bestuurlijke gevoeligheid op de loer ligt, wordt het db van het betreffende stadsdeel doorgaans geinformeerd.
c.Indien dit juridisch niet mogelijk of wenselijk is kan er een ambtelijke instructie komen zodat besluitvorming over “kruimelafwijkingen” waarbij sprake is van meer dan x-aantal meters volumetoevoeging besluitvorming langs het DB gaat? Zie hiervoor het antwoord op vraag b. Het is niet wenselijk om de hoeveelheid vierkante meter als criterium aan te houden. Daarbij wordt opgemerkt dat er al periodiek overleg is tussen de afdeling Vergunningen en het DB waarin bestuurlijk gevoelige dossiers besproken worden. Ad 3 Dat de gemeente gaat van “ja, mits” naar nee, tenzij” We begrijpen het antwoord. Natuurlijk houdt de gemeente zich aan de wet. In sommige gevallen is er echter wel sprake van enige afwegingsruimte. Die ruimte wordt over het
Classificatie: Intern
algemeen weinig gebruikt want de druk vanuit het individuele belang van de aanvrager is vaak groot en bovendien goed in beeld. Dat geldt meestal niet voor de omgeving. In gevallen dat er een discretionaire bevoegdheid is zouden we graag zien dat in ieder geval in de onderbouwing van besluiten expliciet melding wordt gemaakt van de belangen van derden of publieke belangen die al dan niet geschaad worden, hoe die zijn meegewogen en hoe de gemeente daarbij tot het genomen besluit is gekomen. Dat missen we vaak in vergunningen of zien we alleen heel summier terug. Het is naast dat het dwingt bij besluitvorming om alles echt goed mee te nemen (en het daarbij dwingt om ook de belangen van omwonenden überhaupt in beeld te krijgen bijvoorbeeld dmv het stimuleren van de nietverplichte participatie) ook heel belangrijk voor de acceptatie van de beslissing om wel of niet te vergunnen. Vraag: deelt de Wethouder de observatie en wat wordt of kan hieraan worden gedaan? Nee. Als een aanvraag voldoet aan het omgevingsplan, de binnenplanse vrijstelling of een kruimelvrijstelling, dan is de afweging al gemaakt in het omgevevingsplan of het beleid. Bij het toepassen van deze twee vrijstellingen wordt vaak benoemd waarom mederwerking wordt verleend. Bij een zogenaamde BOPA is er wel degelijk sprake van een belangenafweging waarbij belangen van de omgeving en omwonenden worden meegenomen.
Ad 6: Het voorzorgprincipe toe te passen door: A Onderzoek of het burenrecht het bouwplan toe staat. De gemeente verlangt van te voren een onderzoek of het burenrecht niet geschonden wordt. “opstelling Terughoudend” Met name op het kruispunt privaat - en bestuursrecht zien we veel problemen. Hier gaat het om situaties waarbij de gemeente bijvoorbeeld een vergunning voor een kelder verleent. Deze wordt soms opgehangen in een mandelige muur waarbij verder dan de helft van de muur wordt geboord. Dat betekent dat er een privaatrechtelijke belemmering is. Of bijvoorbeeld schade aan buurpanden tijdens of na de werkzaamheden van de buren. Of een niet- akkoord verklaring van de VVE bij een bouwplan. Indien die belemmeringen “evident” zijn moet de gemeente de vergunning weigeren. Omdat dat echter van te voren bij toetsing over het algemeen niet juridisch “evident” is moeten omwonenden dit zelf aantonen. Daarbij maakt dan alleen een uitspraak van de privaatrechter deze belemmering echt juridisch “evident”. Ingewikkelde materie die voor veel bewoners totaal ontoegankelijk is en onbetaalbaar. Voor bewoners is de “terughoudende” opstelling van de gemeente hierbij niet te begrijpen en te accepteren. Zij wijzen immers op tijd op het probleem wat zij duidelijk zelf kunnen zien en toch verleent de gemeente de vergunning.
Zij voelen zich daarmee onbeschermd en niet serieus genomen en vrezen bovendien vaak aanzienlijke schade. De wethouder heeft hier nogmaals naar gekeken en concludeert opnieuw dat de gemeente zich op dit kruispunt “terughoudend” moet opstellen. We lezen bij Ad 7: “ De gemeentelijke organisatie wordt hier veel over bevraagd, maar heeft daar formeel geen rol en is daarom ook wat terughoudend”. Wel wordt meerwaarde gezien in een vollediger informatie voorziening over rechten en plichten. Die meerwaarde zien wij zeker maar daarmee wordt de “woede” van de huidige bouwwoede, die zich voor een belangrijk deel op dit onderwerp manifesteert, echter wat ons betreft echt onvoldoende geadresseerd.
Classificatie: Intern
Wij zouden daarom graag onderzoeken of en op welke wijze onafhankelijke informatieve en juridische ondersteuning voor buren en omwonenden georganiseerd kan worden bij bouwgerelateerde privaatrechtelijke problemen als gevolg van het verlenen van een bouwvergunning Hierbij valt te denken aan een steuntpunt oid dat kan ondersteunen bij: - advisering beschermingsmaatregelen tegen mogelijke schade, - privaatrechtelijk verhalen van schade, - aantonen privaatrechtelijke belemmeringen, - informatievoorziening over hoe een bezwaarprocedure of gerechtelijke procedure te voeren en - daadwerkelijke juridische ondersteuning voor minder draagkrachtigen. Vraag: Onderschrijft het college dat dit wenselijk zou zijn en hoe zouden we dit kunnen inrichten? Door het beschikbaar stellen van begrijpelijke informatie wil het college dat bewoners en buren zich beter civielrechtelijk kunnen positioneren en beter voorbereid zijn wanneer er in de buurt verbouwd wordt. Er zijn al verschillende punten waar bewoners terecht kunnen voor advies. Een aantal belangrijke zijn: - Stichting WOON! geeft advies aan huurders en eigenaren over allerlei zaken rondom wonen en huren. - Het Juridisch Loket geeft persoonlijk advies over juridische zaken aan mensen met een laag inkomen. - Voor huiseigenaren is er de Vereniging Eigen Huis. Die helpt haar leden met informatie en advies over tal van onderwerpen.
Zie ook de Raadsinformatiebrief van 25 oktober 2024. Vraag: is er uiteindelijk nog gekeken naar het stellen van voorwaarden zoals bij de Party Wall Act (Londen)? Dus iets van verplichte afspraken tussen buren verlangen over aangrenzende of mandelige muren bij kelderbouw alvorens een vergunning door de gemeente verleend kan worden? Dit onderwerp is eerder in de stadsdeelcommissie West besproken bij advies van 28 november 2019. We hebben in West dat onderzocht en aangegeven dat een dergelijk systeem niet binne het Nederlandse juridisch stelsel past. Bovendien betreof de Thrid Wall Party Act slechts een wetsvoorstel dat het in Engeland niet heeft gehaald. Dit voorstel is dus niet uitgevoerd. Deze beantwoording is besproken in de vergadering van de stadsdeelcommissie West op 21 februari 2020. B Vooraf toetsen of een omzettingsvergunning of andere Huisvestingsvergunning nodig is? De beantwoording is wederom logisch maar geeft geen oplossing voor het probleeem dat een aanvraag voor bijvoorbeeld het plaatsen van allerlei tussenwandjes duidelijk is gericht op het toekomstig ander gebruik van een woning. Dus na de verbouwing is nog een tweede vergunning nodig voor het veranderde gebruik, de kamergwijze verhuur bijvoorbeeld. Soms is al duidelijk bij aanvraag van de eerste vergunning dat die tweede vergunning niet verleend zal kunnen worden omdat bijvoorbeeld het quotum al vol is.
Het wel verlenen van de eerste vergunning levert dus volop ruimte om vervolgens toch te verhuren maar zonder vergunning. Dat zou dan weer moeten worden tegengegaan door handhaving en toezicht maar gezien het feit dat dit niet zo maar in beeld is bij de gemeente zonder meldingen brengt dit allerlei onnodige risico’s met zich mee betreft illegale praktijken.
Classificatie: Intern
Vraag: Welke oplossing ziet de wethouder voor dit probleem? Indien uit een aanvraag blijkt dat er ook een omzettingsvergunning nodig is dan vindt een controle plaats naar de samenloop van deze vergunningen. Dit is conform het VTH beleid FLO 2024.
Ad 7 De bewijslast voor oorzaak van de schade om te draaien Dit wordt als niet mogelijk gezien vanwege het niet kunnen treden in het civiel recht. Vraag: bij de bouw van de Singelgracht garage is de bewijslast wel omgedraaid. Op welke basis was dat hier wel mogelijk? Zijn deze redenen ook toepasbaar bij andere (grote) bouwprojecten, waarom wel/niet? Hoe dit in deze specifieke casus is gelopen zouden we verder moeten uitzoeken. Hierbij wordt opgemerkt dat dit een gemeentelijk project was. Bij kelderbouw gaat het om private iniatiefnemers. Ad 8 Toezicht en handhaving tijdens de bouw te intensiveren vraag: Het gegeven antwoord is een beschrijving van hoe een en ander is ingeregeld. Graag zouden we echter daarbij willen weten of dit betekent dat daarmee het toezicht nu wordt geintensiveerd in zijn algemeenheid of hetzelfde blijft als bijvoorbeeld afgelopen jaar? Bouwdynamiek is in ons VTH beleid op basis van een risicoanalyse als prioriteit opgenomen. We willen bereiken dat overlast in de gebieden op een acceptabel niveau wordt geborgd en dat de omgeving in voldoende mate wordt betrokken en geïnformeerd. Concreet betekent dit dat wordt gecontroleerd op normen van onder meer geluid, werktijden, trillingen, vervuiling. Dit doen we door aanvullend risicogestuurd toezicht in gebieden met overlast wegens bouwdynamiek.
Ad 9 Bij een drastische verbouwing? hogere leges toepassen Het antwoord begrijpen wij. Echter we zien geregeld dat bij de vergunningaanvraag de geschatte bouwkosten moeten worden opgegeven. Die lijken in sommige gevallen veel lager dan de werkelijke kosten. Vraag: worden de leges aan de hand van deze opgave bepaald en vindt hierop nog een check plaats? Valt hier mogelijk nog iets te verbeteren? Dit is geregeld in de legesverordening In hoofdstuk 3 “DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET” van de legestabel in de bijlage worden de normen over de bouwkosten als bedoeld in het normblad NEN 2699, uitgave 2017, op een bepaalde situatie van toepassing verklaard. Definitie van bouwkosten: de aannemingssom als bedoeld in paragraaf 1, lid 1, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor uitvoering van werken (UAV 2012) voor het uit te voeren werk, dan wel voor zover deze ontbreekt, een raming van de bouwkosten als bedoeld in het normblad NEN 2699, uitgave 2017, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd, de omzetbelasting daarin niet begrepen. Het inzien van de NEN
Classificatie: Intern
2699 is mogelijk in het Stadhuis van Amsterdam, Amstel 1. De UAV 2012 is in te zien op www.overheid.nl. De bouwkosten zijn altijd exclusief omzetbelasting. De leges worden bepaald op basis van de opgave en als deze te laag zijn op basis van bovenstaande methodiek. De vergunningmedewerker voert dit uit.
Overige onderwerpen uit de brief: 1. Overlast openbare ruimte We lezen dat we in twee pilotgebieden nog verder gaan onderzoeken. Vraag: Waarom kunnen daarbij de al eerder geleerde lessen van de eerdere pilots oa in West in de Helmersbuurt niet daarbij ook al geïmplementeerd worden? bijvoorbeeld ook in stadsdeel Centrum? Het experiment met de (externe) toezichthouder in West die in het stadsdeel op straat dagelijks aannemers en werklieden informeert en waarschuwt was erg succesvol. Dit krijgt nu navolging in de hele stad, voor elk stadsdeel 1. Heel fijn dat dit nu echt gaat beginnen, want praktisch op straat is echt de meeste winst te behalen: de juiste steiger plaatsing waarbij de doorgang wordt gewaarborgd, het voorkomen van vernielen van groen of wegdek en toezien op herstel, parkeerplaatsen niet onnodig of te lang bezet houden, plek en plaatsing containers, afdekken ervan, plaatsing aggregaat, bomenbescherming plaatsen enz. Vraag: Wanneer kunnen we deze toezichthouders in de stadsdelen verwachten? De specialistische toezichthouders die zich inzetten op bouwoverlast in de openbare ruimte zijn in april 2023 gestart. Het eerste jaar had de vorm van een pilot. Op basis van de positieve ervaringen is in april 2024 besloten om dit structureel voort te zetten. Er is 1 Toezichthouder per stadsdeel.
Voor wat betreft de verdeling geldt dat de Toezichthouders uit verschillende stadsdelen elkaar bij springen in geval van drukte of ziekte. Er blijft grote druk op de beperkte handhavingscapaciteit staan. De stadsdeelbesturen hebben ieder kwartaal overleg met THOR en daarin kunnen zij ook hun prioriteiten agenderen. 2. Toezicht algemeen Met de komst van de Omgevingswet verplaatst de taak van toezicht op de bouw van de gemeente naar de initiatiefnemers zelf. De bouwende partij is nu zelf verantwoordelijk voor het toezicht. Hier zijn begrijpelijkerwijs erg veel zorgen van omwonenden over. (immers: “wie betaalt bepaalt”, de slager keurt zijn eigen vlees etc). Vraag: Belangrijk is daarom te weten hoe het toezicht van de gemeente gaat worden georganiseerd op dit particuliere toezicht. Zal dit steekproefsgewijs gaan? Graag een toelichting en ook hoe deze majeure wijziging aan Amsterdammers gecommuniceerd gaat worden. Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) van kracht geworden. In eerste instantie voor nieuwe bouwwerken in gevolgklasse 1.
Classificatie: Intern
Dat is de laagste risicoklasse waar bijvoorbeeld eengezinswoningen binnen vallen. Binnen dit stelstel wordt toezicht gehouden door een kwaliteitsborger. Deze kwaliteitsborgers worden toegelaten door instrumentenaanbieders. Zij houden toezicht op de kwaliteitsborgers. Het toezicht op de kwaliteit van de bouw is daarmee privaatrechtelijk vormgegeven. De Toelatingsorganisatie kwaliteitsborging Bouw is een Zelfstandig Bestuursorgaan(ZB) dat valt onder het ministerie van Binnenlandse zaken en is stelselverantwoordelijk. Zie ook pagina 41-43 van het VTH beleid FLO 2024. Daarnaast is er een interne werkinstructie.
Vraag: Biedt deze verandering een mogelijkheid om te schuiven met inzet? We lezen dat de toezichthouder per stadsdeel die nu is begroot prettig is maar nog niet toereikend. Kunnen we enkele van de buitendienst inspecteurs van voorheen hier misschien voor inzetten, en/of in combinatie met het mogelijk steekproefsgewijs gemeentelijk toezicht op het particuliere toezicht? Geen technische vraag. Vraag: In de brief wordt gesproken over dat via het BBL 7.15 in de landelijke richtlijn Bouwen sloopveiligheid de initiatiefnemer ook zelf een veiligheidsccoördinator moet aanstellen bij meer dan 12 punten. Kunt u aangeven welk soort werkzaamheden daar over het algemeen onder vallen? Valt het bouwen van een gemiddelde kelder hier bijvoorbeeld onder? Het is niet mogelijk om in zijn algemeenheid aan te geven welk type bouwwerkzaamheden boven de 12 punten uitkomen. Dit is immers afhankelijk van de puntenscore bij toepassing van de risicomatrix op een specifieke aanvraag. In artikel 7.5c Bbl is geregeld dat gelijktijdig met de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of de bouwmelding en de sloopmelding, de risicomatrix dient te worden aangeleverd bij de gemeente waaruit duidelijk wordt welke risico’s voor de veiligheid in de omgeving onderkend zijn. De risicomatrix bevat vragen gericht op het in kaart brengen van de risico’s voor de veiligheid en gezondheid.
Wanneer in de uitgebreide risicomatrix een puntenaantal van 12 of meer wordt behaald, moet een veiligheidsplan worden aangeleverd met maatregelen die worden getroffen om de veiligheid te waarborgen en de gezondheid te beschermen in de directe omgeving van de bouw- of sloopwerkzaamheden en moet er tevens een veiligheidscoördinator worden aangesteld. Vraag: Er liep in West een onderzoek om te kijken of we wat kunnen doen aan de flinke en langdurige geluidoverlast en zeer ongezonde uitstoot van dieselaggregaten vaak vlak onder (slaapkamer)ramen, die gebruikt worden voor grote bouwwerken en kelders. Wat is daaruit gekomen? We zien het niet terug in de informatie. - In stadsdeel West is inderdaad een pilot uitgevoerd met als doel om de overlast door aggregaten bij bouwprojecten aan banden te leggen. In de objectvergunning was (en is) daartoe de voorwaarde opgenomen dat een aggregaat geen hinder mag veroorzaken. Daarbij is een richtlijn opgesteld waarin is omschreven waarin er sprake is van hinder. Met deze richtlijn kon de toezichthouder bouwdynamiek beoordelen of de voorwaarde uit de vergunning was overtreden, om vervolgens op te treden.
Classificatie: Intern
-
In de praktijk bleek dit idee echter slecht uitvoerbaar te zijn. Allereerst bleek er een zeer grote mate van technische kennis nodig te zijn, die we niet van onze toezichthouders kunnen verlangen. Daarnaast bleek het ook lastig om de gevraagde technische gegevens van het aggregaat op korte termijn boven tafel te krijgen bij de aannemer. In de meeste gevallen was de overtreding reeds beëindigd nog voordat het handhavingsdossier compleet was. Al met al bleek dit niet werkbaar en waren de effecten te beperkt. Deze pilot heeft daarom geen vervolg gekregen.
Kelderbouw 1. Schade bij kelderbouw We hebben kennisgenomen van het onderzoek van Waternet van oktober 2023 betreft de grondwatersituatie rondom het Vondelpark. De conclusie is dat niet meetbaar is dat de gebouwde kelders an sich een abnormale verstoring van de grondwaterstanden opleveren. Wel is er in enkele buurten last van een “onderlast” ofwel een te laag grondwaterpeil waardoor risico op droge paalkoppen en op termijn funderingsproblemen toe neemt. Dit als gevolg van het historisch laag liggende Vondelpark, waar al het grondwater feitelijk naartoe stroomt. Dat het aanwezig zijn van kelders geen meetbaar effect heeft mag zo zijn maar dit neemt niet weg dat de meeste schade bij buurpanden op treedt TIJDENS de bouw. Alhoewel dit in eerste instantie een privaatrechtelijk probleem is, verleent de gemeente wel de vergunningen en vanuit onze zorgplicht en het kunnen evalueren van het beleid, lijkt het ons noodzakelijk goed te kijken wat hier nu precies gebeurt in de praktijk en of de gebruikte methodes en de wijzigingen die vaak tijdens de bouw plaatsvinden hier enige relatie mee hebben. Om op die manier uiteindelijk zicht te krijgen op welke aanvullende voorwaarden, welke controles wij als gemeente vooraf bij vergunning verlening maar ook tijdens de bouw nog kunnen of moeten stellen.
Het is belangrijk om het beleid betreft Grondwaterneutraal bouwen wat nu enige tijd loopt goed te kunnen evalueren. 2. Registratie Om dat straks goed te kunnen doen hebben we de juiste gegevens nodig. Daarvoor is het nodig een goede registratie nu te voeren en daarmee zo spoedig mogelijk te starten. Graag zouden wij zien dat naast de aanbevelingen die in het rapport van Waternet op dit punt al terecht worden gedaan ook nog de volgende zaken worden geregistreerd: Waternet beveelt aan: - “ (..)zo snel mogelijk te starten met het digitaal vastleggen van funderingshoogtes en gepland funderingsherstel zodra deze gegevens via een nieuwe bouwaanvraag bekend worden.” - “ de effecitiviteit van een grondwaterneutrale kelder is vooralsnog alleen door middel van berekeningen aangetoond. Aanbevolen wordt om Waternet bij een aantal kelders (..) peilbuizen te laten plaatsen waarin zo lang mogelijk voor en circa 3 jaar na de bouw hoogfrequent wodt gemeten. Dit kan gebruikt worden bij de evaluatie van de maatregel” Daarnaast zouden wij graag ook de registratie zien van:
Classificatie: Intern
-
-
-
de soort bouwmethode die wordt gebruikt en waar. Deze is nu vrij te kiezen, de initiatiefnemer moet aantonen dat de gekozen methode grondwaterneutraliteti oplevert in betreffende situatie. welke wijzigingen van de methode of constructie hebben plaatsgevonden tijdens de bouw en waarom. De gekozen methode wordt immers op basis van berekingen/modellen gekozen maar de daadwerkelijke situatie in de grond tijdens de bouw verschilt daar vaak van en dan volgen planaanpassingen die meestal niet opnieuw langs de toetzingstafel van VTH of Waternet komen. de metingen betreft de fluctuaties in de grondwaterstand tijdens de bouw zowel bij de gemeentelijke meetpunten als die van de bouwer. of er retourbemaling is toegepast en waarom het aantal meldingen van buren over schade tijdens de bouw, en welk soort meldingen (later te koppelen eventueel aan oa de gekozen methode) daadwerkelijk door de gemeente geconstateerde schade (los van de oorzakelijkheid) of de bouw is stilgelegd en waarom
Vraag: Deelt de wethouder deze noodzaak en is registratie daarvan mogelijk? Zie de raadsinformatiebrief van 25 november 2024. 3. Toetsing daadwerkelijk gelukt “grondwaterneutraal” De basis van het ingezette beleid is dat de kelder na de bouw grondwaterneutraal moet zijn. Of de kelder dat daadwerkelijk ook is na de bouw, en belangrijker nog, ook langdurig na de bouw is vooralsnog niet meetbaar. Debietmeters zijn nog onvoldoende gevoelig om de doorstroming te kunnen meten. Het enige wat we kunnen meten is verlaging en verhoging van grondwater vooraf en na de bouw, gemeten over langere periodes. Allerlei andere zaken (het weer, lek riool etc) hebben immers ook invloed op fluctuaties. Voor omwonenden is het vanwege hun funderingen van groot belang hier meer op te kunnen vertrouwen, dus dat de grondwaterneutraliteit daadwerkelijk is geslaagd. Dat is op dit moment onvoldoende het geval. Om die reden zien we in sommige vergunningen dat bijvoorbeeld kettingbeding verplichtingen worden opgenomen om zodoende ook toekomstige eigenaren te verplichten om eens in de zoveel tijd de canules met grind waardoor grondwater stroomt door te spoelen, zodat deze niet verstopt raken. Op deze wijze wordt blijkbaar getracht meer zekerheid en vertrouwen te genereren.
Vraag: Het lijkt ons verstandig om te kijken of dergelijke gestelde voorwaarden misschien algemeen moeten worden voorgeschreven, of in welke gevallen wel of niet? De grondwaterneutrale maatregelen dienen juist zodanig robuust te zijn dat geen onderhoud nodig is. Ook begrepen we in de technische sessie van Waternet over het rapport dat soms wordt aangeraden dat de bodem van de kelder niet aansluit aan de damwanden, daarbij wordt dan hout er tegenaan geplaatst om dit te voorkomen. Dit schijnt een belangrijk effect te hebben op de grondwaterstroming en is tevens gunstig voor de bouw zelf. Waarschijnlijk zijn er inmiddels meer van dit soort “lessons learned” maar die nog niet door iedereen worden toegepast.
Classificatie: Intern
Vraag: hoe gaan we borgen dat dit soort essentiële technische aspecten voldoende door iedereen worden opgenomen en bewaakt bij de toetsing van aanvragen en het toezicht tijdens de bouw. Dit valt onder VTH. Bovenstaande omschrijving is niet geheel correct. Toepassing van gaten in damwanden, met grof zand of grind opgevulde canelures en grondverbetering onder de kelder kan alleen bij stalen damwanden. De werkvloer mag daarbij nooit volledig tegen de damwanden aangestort worden. Op de plaatsen waar gaten in de damwanden komen, moet een schot (mag van hout zijn) tegen de damwand worden geplaatst en wordt de werkvloer tegen dit schot aan gestort. De cannelure (of damwandkas) achter het schot blijft dan open en kan later opgevuld worden met zand zodat het grondwater via de gaten in de damwand, de opgevulde canelures en de grondverbertering onder de kelder naar de andere kant van het his kan stromen. Er is een aannemer die heeft geconstateerd dat het voor zijn eigen bouwproces gunstig is om die houten schotten overal aan te brengen (en na uitharden van de werkvloer weg te halen). Dan blijkt de aansluiting vloer/muur beter waterdicht te zijn. Het delen van technische kennis is aan de aannemers. Eventueel kan bij het aanpassen van de Indieningsvereisten bovenstaande procedure opgenomen worden.
Waternet schrijft over het algemeen deze procedure voor bij beoordeling van een aanvraag voor een grote kelder. Het is niet bekend of dit ook in de vergunning komt, zowel bij grote als kleine kelders. 4. Plaatsen van Realtime grondwatermeters Waternet schrijft bij ingrijpende werkzaamheden aan het riool bijvoorbeeld wel eens “realtime” afleesbare meters voor, dus peilbuizen die voor iedereen afleesbaar zijn. Die zijn inmiddels gewoon beschikbaar en zouden kunnen worden voorgeschreven ook bij kelderbouw. Dit zou een oplossing bieden waarbij omwonenden tijdens de bouw beter in positie worden gebracht om zichzelf tegen mogelijke schade te beperken. Het geeft tevens extra druk om de zaak goed in de gaten te houden voor de initiatiefnemer en zou daarnaast de zorgen betreft het niet langer gemeentelijk maar nu particuliere toezicht verlichten. en last but not least: zo kan er op tijd worden ingegrepen en daarmee schade voorkomen. Een dergelijke watermeter kost ca 1500 voor 1, voor meerdere ca 600 euro. Een klein bedrag op de totale kosten voor een kelder. Vraag: Kunnen we dit in de voorwaarden bij de vergunning opnemen en wat is daar verder voor nodig zodat dit ook openbaar kan worden afgelezen? Zie de raadsinformatiebrief van 25 november 2024.
5. Funderingsherstel met kelder Een veel gehoord argument om kelders te vergunnen is het feit dat overal in de stad funderingsherstel nodig is en dat dit vooral goed en aantrekkelijk te financieren is in combinatie met het bouwen van een kelder. Vraag: Kan dit worden onderbouwd? waar ligt dit precies aan? En voor welke groep is dit een argument, gaat het vooral om projectontwikkelaars omdat verkoop direct meer geld oplevert of ook voor particulieren die hun eigen woning willen onderkelderen, maar daarbij lange tijd ergens anders wonen? Zouden er alternatieve financieringsmogelijkheden te
Classificatie: Intern
bedenken zijn voor alleen funderingsherstel zonder kelderbouw, bijvoorbeeld met de plannen voor funderingsherstel vanuit het rijk? (Deze vragen ivm het feit dat kelders die gebouwd worden een vele malen langduriger belasting van de openbare ruimte en omwonenden met zich meebrengen dan alleen funderingsherstel. Funderingsherstel kan immers binnen enkele maanden, terwijl een gemiddelde kelderbouw vaak 1,5 tot 2 jaar duurt. Dit is geen overweging van VTH bij beoordeling van een specifieke aanvraag. De aanvraag wordt getoetst aan de regelgeving en gemeentelijk inhoudelijk beleid. Hierbij spelen financieringsoverwegingen geen rol.
6. Grondwateronderlast en keuze methode De gemeente heeft niet specifiek bepaalde methodes voorgeschreven aan initiatiefnemers voor het bouwen van kelders vanuit de gedachte dat de technieken nog volop in ontwikkeling zijn en dat hiermee aan de markt een prikkel wordt gegeven om te innoveren en verder te ontwikkelen. In de technische sessie betreft de grondwatersituatie aan het Vondelpark hebben we gezien dat er daar grondwateronderlast is en daarmee is de situatie vrij kwetsbaar. Bij de verschillende varianten die mogelijk waren, was er 1 variant die het minst risico vol zou zijn en daarnaast het makkelijkst te controleren. Dit betrof een iets smallere kelder waarbij het grondwater dus aan weerszijden kan stromen en de bouw op iets grotere afstand plaats vindt van de beide muren van de buren. Deze variant werd als niet zo aantrekkleijk gezien omdat natuurlijk de kelder dan iets kleiner uitvalt. Vraag: Is de wethouder bereid om te onderzoeken of het zinnig is deze relatief veiligste methode voor te schrijven in gebieden waar de situatie kwetsbaar is zoals bijvoorbeeld bij geconstateerde grondwateronderlast? Geen technische vraag.
Uitwerking Informatie voorziening: Op pagina 10 in de brief van de wethouder lezen we: “We gaan begrijpelijke informatie beschikbaar stellen over het proces van vergunningverlening en over de rechten en plichten van verschillende partijen bij bouwactivitietien. Er wordt gedacht aan effecgieve 0 metingen en de noodzaak van gedegen vooronderzoek bij verbouwingswerkzaamheden”. Hier zijn we blij mee en geven nog graag onderstaande aandachtspunten mee voor de uitwerking: - Neem bij de uitwerking informatie mee over de bezwaarprocedure. Hoe gaan de zittingen en het aanleveren van stukken ed in de praktijk. Hoe gaat de “informele behandeling” in de praktijk, wat is daarvan het doel, wat betekent een totale heroverweging. Wie zitten er in de commissie. Hoe lever je een bewaar aan en welke voorwaarden zijn daaraan verbonden bijvoorbeeld op het punt van alle gronden aanleveren, mocht je later nog door willen naar de rechtbank. Wat gebeurt er met het advies daarna.
Classificatie: Intern
-
-
informatie over het aantonen van een mogelijke privaatrechtelijke belemmering, (akkoord VVE, te ver in mandelige muur, privacy- en licht benemingsproblemen). Betreft adviezen over o metingen: benoem daarbij dat het beter is om niet alleen foto’s te laten maken, maar ook meetbouten te plaatsen; daarnaast niet alleen de bouwer een nulmeting te laten doen, maar beter ook zelf een nulmeting te doen. Voorts: hoe je een bouwexploot verstuurt, eventueel met voorbeeldd; De mogelijkheid van het plaatsen van eigen peilbuizen of de initiatiefnemer daartoe oproepen. Kies een aantal veel voorkomende bouwaanvragen en maak inzichtelijk hoe deze getoetst worden, wat daarbij de toepasselijke wet- en regelgeving is en het beleid. Heb daarbij ook aandacht voor de verschillende bestemmingsplannen waarbij de dubbelbestemming is opgenomen voor tuinen/erven.
Classificatie: Intern