B5. Rapport Helpende handen.pdf
Tekst van het document
Dit is een methode die ook in andere stadsdelen loopt en in Zuidoost aangepast is op de huisbezoeken, waarbij taal een belangrijke factor is. Twee coaches van ‘Op koers’ lopen structureel mee met de huisbezoeken. Daarnaast een coördinator van het Rode Kruis verbonden aan het project. De vrijwilligers (maatjes) die gekoppeld worden aan bewoners met een hulpvraag komen idealiter uit de eigen buurt. Daarom is in eerste instantie geprobeerd om bewoners van de twee flats op te leiden om deze rol te vervullen. De coördinator zegt hierover: “Er waren drie bewoners die de training tot vrijwilliger bij de aanpak op koers hebben gevolgd, één jonge man heeft de eindstreep gehaald maar is nu uit de buurt vertrokken en heeft niets meer van zich laten horen, jammer genoeg. Dit betekent dat het rode Kruis vrijwilligers levert die niet specifiek uit de buurt komen.” Samenwerking met Rochdale Zoals beschreven speelt stedelijke vernieuwing een grote rol in de leefsituatie van de bewoners van G-buurt Noord. In 2019 heeft de gemeente een overeenkomst gesloten met Rochdale en is in gezamenlijkheid gewerkt aan een sociaal plan. Bovendien delen Rochdale en het buurttteam sinds 2021 een ruimte met een inloop. Hoewel er overleg plaatsvindt tussen de twee partijen kan nog niet gesproken worden van een integrale aanpak.
Dit maken we bijvoorbeeld op uit het besluit om de huisbezoeken niet gezamenlijk af te leggen. Samenwerking met formele en informele partijen Als netwerkmanager weet de coördinator van de aanpak in Zuidoost andere partijen goed te vinden. De opsomming aan samenwerkingspartners lijkt oneindig. Daarbij ligt de meeste nadruk op het taalnetwerk: een samenwerinkingsverband tussen formele en informele partijen, waarbij TOP en Zuidoost Werk aangesloten zijn. Dat is een samenwerkingsverband tussen formele en informele partijen. Daarnaast worden Swazoom en Stichting Woon! Genoemd als belangrijke en betrokken deelnemers aan de wijktafels. Maar er zijn meer partnerorganisaties: 25
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
“Om meer connecties te maken en ons doel duidelijk kunnen overbrengen, zodat we in september een soepele start hebben, gaan we aansluiten bij initiatieven vanuit G-buurt moving forward en andere activiteiten. Bij de Opvoedmoeders zijn een buurtteammedewerker en OKT lid betrokken en ook Tori Oso is betrokken. We zijn ons netwerk aan het verstevigen en uitbreiden.”
1.3 Nieuw-West: Sociale Vernieuwing Oorsprong en situering van de aanpak De Dichtersbuurt is ook binnen de bestuursopdracht ‘ontwikkelbuurten’ uitgelicht, samen met de Lodewijk van Deysselbuurt en de Louis Couperusbuurt. Naast extra budget dat is vrijgemaakt is er de wens om gebiedsgericht te werken aan een versterking van de sociale infrastructuur in deze buurt. In dat kader is een projectleider sociaal aangesteld en is het aantal uren van de opbouwwerker in de wijk uitgebreid. Deze twee personen worden in deze rapportage als coördinatoren van de aanpak aangeduid. Specifiek voor uitvoering van de pilot Amsterdam Schuldenvrij is daarnaast nog een maatschappelijk werker aangesteld. Hij voert het traject 'Ik Ben Er' uit als middel om de community te activeren. Gezamenlijk werken zij aan de heropbouw van een sociale structuur in de buurt. In het vervolg van dit stuk doelen we op Sociale Vernieuwing als we spreken over ‘de aanpak’. Evenals de aanpak in de G-buurt Noord (Zuidoost) is de aanpak in de Dichtersbuurt er een die zich kenmerkt door de relatief kleine schaal. Het gaat om dertien straten met in totaal 605 woonadressen. Ruim 85% van de woningen is halverwege de jaren ’50 gebouwd en de rest dateert van eind jaren ’90. De woningen zijn voor het overgrote deel in het bezit van woningcorporatie Eigenhaard (86% in 2021).
Net als in de G-buurt in Zuidoost is de woningcorporatie dus een bepalende speler in de buurt. De gebouwde omgeving speelt een belangrijke rol in de behuizing van bewoners en hun welzijn. Verschillende bewoners waarmee in het kader van dit onderzoek is gesproken, gaven aan last te ondervinden van vocht, ruimtegebrek en ongedierte in en rond de woningen. Ook de leefbaarheid van de buurt in bredere zin wordt tot op zekere hoogte bepaald door de gebouwen en de tuinen, inclusief het onderhoud ervan. Een derde manier waarop de corporatie een stempel drukt op de buurt is via de samenstelling van bewoners. De geplande sloop van 426 woningen en de bouw van 850 nieuwe woningen zal gevolgen hebben voor de samenstelling van buurtbewoners; iets dat ook expliciet als doelstelling geformuleerd is (“…dat er verschillende mensen en huishoudens in de buurt komen te wonen” Eigenhaard website, https://www.eigenhaard.nl/projecten/dichtersbuurt/, geraadpleegd op 27-11-2022).
Populatie en doelgroep Begin 2022 stonden 1.035 bewoners ingeschreven op de ruim 600 adressen die de buurt telt. Kenmerkend voor de buurt is het hoge aandeel eenpersoonshuishoudens dat verband houdt met de relatief kleine corporatiewoningen die er staan (gemiddeld 53 m2 en 2,1 kamers). Het aandeel 65-plussers is zeer hoog in vergelijking tot de overige buurten/wijken van ‘Amsterdam Schuldenvrij’ en ten opzichte van het Amsterdams gemiddelde. Ruim één op de vijf bewoners is 26
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
ouder dan 65 en bijna één op de tien buurtbewoners is 75 of ouder. Daarnaast heeft bijna 80% van de bewoners een migratieachtergrond, wat ruim 20%-punt meer is dan het Amsterdamse gemiddelde. Tabel 3 Bewonerskenmerken van de Dichtersbuurt ten opzichte van Amsterdam, procenten (20192022) Amsterdam
Slotermeer Dichtersbuurt - Zuid 881.933 1.035
aantal bewoners (aantallen)
2022
65+
2022
13,1
20,5
75+
2022
5,2
9,5
eerste generatie migratieachtergrond
2022
35,8
49,1
tweede generatie migratieachtergrond
2022
22,2
30,6
geen migratieachtergrond
2022
41,9
20,3
minimahuishoudens (120% WSM en weinig vermogen)
2021
15,6
31,0
totaalbereik minimavoorzieningen
2021
74
79,0
AO-uitkering (15-65)
2020
5,3
8,7
bijstand (15-65)
2020
6,1
15,0
SHV
2021
0,8
2,3
Vroeg Eropaf Meldingen (huishoudens), jan-jun 2022
2022
4
4
Wanbetalersregeling (CAK), peilmaand 1-7-2022
2022
2,5
6,0
(zeer) ernstig eenzaam
2020
15
21,0
ernstige psychische klachten
2020
9
15,0
lichamelijke beperkingen
2020
15
24,0
voorzieningengebruik
2020
17,7
27,2
buurtactiviteiten per 1000 inwoners
2021
3,5
1,2
betrokkenheid buurtbewoners (1-10)
2021
6,4
5,5
buurt: tevredenheid met eigen buurt (1-10)
2021
7,6
6,9
eigendomsverhouding: corporatiewoningen
2021
40,6
86,0
Bron: O&S
Het aandeel langdurige minimahuishoudens is in de Dichtersbuurt bijna twee keer zo groot als het Amsterdams gemiddelde, daarnaast is ook het aandeel bewoners met een AO-uitkering (8,7%) relatief groot. Ook het aandeel bewoners in de bijstand was in 2020 twee keer zo groot in de Dichtersbuurt als het Amsterdams gemiddelde. Eenzaamheid komt relatief vaak voor: ruim een op de vijf bewoners (21%) voelt zich (zeer) ernstig eenzaam. Wat tevredenheid met de buurt betreft scoort de Dichtersbuurt iets lager dan het Amsterdams gemiddelde, maar toch een ruime voldoende. Wat verder opvalt is het lage rapportcijfer waarmee bewoners van de buurt in 2021 de betrokkenheid beoordeelden en het lage aantal buurtactiviteiten per 1.000 bewoners in datzelfde jaar, dat bovendien een sterke afname kent ten opzichte van het voorgaande jaar (niet in tabel). Het aandeel huishoudens dat een Vroeg Eropaf melding heeft ontvangen ligt in de Dichtersbuurt niet hoger dan elders in Amsterdam. Het aandeel dat in een schuldhulpverleningstraject zit wel: 27
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
dit is bijna drie keer zo hoog. Ook het percentage volwassenen dat door een zorgverlener is aangemeld voor een wanbetalersregeling is relatief hoog in de Dichtersbuurt: afgerond 6 procent. Dit is vooral problematisch in het licht van een relatief grote zorgbehoefte onder bewoners. Eenzaamheid en isolement werden ook door informele hulpverleners waarmee we voor dit onderzoek spraken genoemd als veel voorkomende kenmerken van de doelgroep. In de buurt wonen relatief veel ouderen, waarbij deze problemen zich vaak manifesteren. Naast isolement en een achteruitgaande gezondheid is de kans om slachtoffer te worden van (online) oplichting bij ouderen vaak groter dan bij jongere Amsterdammers. Uit de gezondheidscijfers die beschikbaar zijn blijkt dat bewoners van de buurt veel vaker dan elders in de stad te maken hebben met zowel lichamelijke als psychisch gezondheidsklachten. Op basis van waarnemingen van een maatschappelijk werker in de wijk (zie: training ‘ik ben er’) is vastgesteld dat een groot aantal bewoners aan psychische stoornissen lijdt. Vaak zijn verschillende organisaties bezig met deze bewoners, maar in enkele gevallen wijzen bewoners alle hulp af. Op basis van deze gegevens aangevuld met inzichten uit gesprekken met tussenpersonen worden de volgende kwetsbare groepen onderscheiden: 1. Eenzame, vaak oudere bewoners; 2.
Bewoners met gezondheidsklachten, zowel fysiek als psychisch; 3. Bewoners zonder verblijfsstatus, zoals ouders met een Chavez-visum die (officieel) geen woning hebben en geen toegang tot voorzieningen; 4. Statushouders die te maken hebben met boetes aangaande hun inburgeringstraject; 5. Ouders die problemen ervaren in de opvoeding en/of inwoning van hun meerderjarige kinderen
Belangrijkste doelstelling De doelstelling van de coördinatoren in de Dichtersbuurt is om de sociale structuur die ‘helemaal is weggevallen’ weer gestalte te geven en te verstevigen. Hierbij wordt nadruk gelegd op de informele laag, ‘de tussenruimte’: “De doelstelling van Amsterdam schuldenvrij is eigenlijk hetzelfde als die van onze samenwerking met Eigenhaard en Eigenwijks in de Dichtersbuurt. Je probeert de informele laag, de tussenruimte noemen ze dat in het kader van Amsterdam Schuldenvrij, meer body te geven. We beseffen namelijk dat de hulpbehoefte zodanig groot is dat je dit niet kan oplossen met slechts een meldpunt of een buurtteam. Er moet daarvoor gewoon een sociale structuur zijn die in de laatste tien jaar juist is afgebroken in de Dichtersbuurt.”
Hoe wordt aan deze doelstelling gewerkt? Aan verbetering van de sociale structuur van de Dichtersbuurt wordt gewerkt door nauwe samenwerking tussen corporatie, gebiedsteam en opbouwwerk, grotere zichtbaarheid in de wijk. Deze drie partners vormen het kernteam. Zij werken aan een gedeelde doelstelling, maar
28
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
hebben ook contrasterende belangen. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in de wens van Eigenhaard om stickers op de ramen van het Wijkkantoor te plakken: “Dat draagt niet bij aan een open uitstraling dus daar zijn wij niet zo blij mee. Tegelijkertijd is het logisch. Eigenhaard heeft in dat pand natuurlijk z’n eigen procedures en regels en dat is ook nodig het is namelijk ook een keer leeggeroofd.“ Bewoners worden verbonden aan elkaar en aan bestaande initiatieven van bewoners en wijkpartners. De coördinator (stadsdeel) legt uit: “We hebben veel contacten en daar bouwen we op voort, we proberen deze te intensiveren. De structuur is deels ook nieuw, dat wil zeggen, de gecoördineerde samenwerking tussen corporatie, stadsdeel/gebiedsteam en opbouwwerk.” In deze paragraaf zetten we de belangrijkste inspanningen voor het uitbreiden en bestendigen van sociale structuren uiteen. De (extra) inzet van opbouwwerkers Specifiek voor ‘Amsterdam Schuldenvrij’ is aan deze basis nog extra inzet toegevoegd. De opbouwwerker (extra inzet twee dagen in de week) richt zich op het verbinden van bewoners die zich willen inzetten voor de buurt.
De opbouwwerker is zoveel mogelijk zichtbaar in de buurt en dus op straat, bijvoorbeeld door vuil te prikken, en heeft een werkplek in zowel het wijkkantoor van Eigen Haard, waar flexplekken voor wijkpartners zijn ingericht en waar ook bewoners met een spreekuur iets kunnen doen voor medebewoners, als in het Huis van de Wijk de Honingraat aan de Slotermeerlaan. Hierbij is de opbouwweker vooral bezig om vanuit de ‘zachte’ kant de sociale samenhang te verbeteren. Hij stelt: “We moeten het samen met elkaar doen. Je krijgt mensen alleen maar mee als ze zich serieus genomen voelen en zich ook onderdeel voelen van de wijk.” Dit wordt vormgegeven door bewoners aan te sporen om vanuit hun eigen behoefte en capaciteit iets voor de buurt te doen. Dit komt uitgebreider aan bod in paragraaf 2 hoofdstuk 2. Training en ondersteuning door een Maatschappelijk Werker De ontwikkeling en implementatie van de training ‘ik ben er’ is een belangrijk instrument om de kloof tussen bewoners van de Dichtersbuurt en formele hulp te verkleinen. Deze training, opgezet en aangeboden door een maatschappelijk werker, bestaat uit vier bijeenkomsten. Per keer nemen er ongeveer tien bewoners deel. De bijeenkomsten bestaan uit kennismaking, het bespreekbaar maken en uitwisselen van schuldenproblematiek en trainingselementen die aansluiten op hetgeen de groep zelf aandraagt.
Het gaat daarbij vaak om tips en vaardigheden die direct kunnen worden toegepast, zoals budgetteren of een e-mailadres aanmaken. Inmiddels zijn er drie groepen (in totaal 25 deelnemers) getraind, en is er aan 69 buurtbewoners, waaronder enkele deelnemers van de training, individueel hulpverleend. Tijdens en na de training wordt eveneens individuele hulp geboden aan bewoners die daar behoefte aan hebben. Hierbij wordt niet alleen ingezet op het oplossen van problemen, maar ook op de persoonlijke ontwikkeling van bewoners het versterken van hun zelfvertrouwen.
29
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
Idealiter wordt op deze wijze een netwerk van ‘behulpzame bewoners’ gecreëerd. Noodzakelijk hierbij is de aansluiting die de maatschappelijk werker vindt bij niet alleen bewoners, maar ook (andere) sleutelfiguren, de woningcorporatie, het gebiedsteam, wijkpartners en formele hulpverleners. Verschillende signalen kunnen op deze manier aan elkaar gekoppeld worden. Aanwezigheid Buurtteam in het Wijkkantoor Sinds begin 2022 werken twee Buurtteam-medewerkers op dinsdagen in het Wijkkantoor van woningcorporatie Eigen Haard en de opbouwwerkers van Eigenwijks. Het zijn altijd dezelfde medewerkers, zo legt een van de opbouwwerkers uit: “die zijn van ons”. Ze houden echter geen spreekuur op het wijkkantoor, omdat dit niet haalbaar was voor het Buurtteam. Ze voeren op het wijkkantoor hun werkzaamheden anders dan het spreekuur uit en zijn daar aanspreekbaar. In plaats daarvan werken en spreken ze af op locatie in de buurt, waardoor de medewerkers toegankelijk zijn voor de opbouwwerkers en vrijwilligers die gebruik maken van het Wijkkantoor. Leefbaarheidsoverleg en Sociaal wijkoverleg Het leefbaarheidsoverleg wordt maandelijks gevoerd door bewoners, de gebiedsmakelaar en de wijkagent. Dit gaat over schoon en veilig wonen. Bewoners die iets voor hun buurt willen betekenen kunnen ook aansluiten bij het leefbaarheidsoverleg.
“Het gaat dus over dingen die niet goed gaan, maar de bedoeling is dat mensen een positieve insteek kiezen en nadenken over oplossingen voor de problemen die worden aangekaart.” Het Sociaal wijkoverleg is een overleg waarbij de signalen uit de wijk en extra inzet worden besproken met formele partners zoals het Buurtteam, HVO Querido, Leger des heils, Philadelphia en Meldpunt Zorg en Overlast. Het vindt tweewekelijks plaats tussen de
gebiedsmakelaar (gebiedsteam), de wijkcongiërge (Eigenhaard) en de opbouwwerker (Eigenwijks). Hier wordt vanuit Eigenwijks beoogd de formele aanpak van problematiek (bijvoorbeeld via Meldpunt Zorg en Overlast) aan te vullen met een informele benadering. Ondersteunen van bestaande initiatieven en toevoegen van nieuwe initiatieven De coördinatoren onderhouden nauw contact met initiatieven in de buurt. Zo is er geregeld contact en afstemming met de beheerder van buurthuiskamer ‘De Dichter’. Veel buurtbewoners komen daar voor activiteiten, een kop koffie of een maaltijd, wat maakt dat de beheerder redelijk goed zicht heeft op wat er speelt. De beheerder van deze ruimte heeft als voorzitter van de bewonerscommissie ook regelmatig contact met de woningcorporatie en stichting Eigenwijks. Dat maakt hem een belangrijk persoon in ‘de tussenruimte’. Sinds november van dit jaar worden op deze plaats ook buurtmaaltijden georganiseerd. Hier schuiven doorgaans tussen de 10 à 20 bewoners aan. Ook bestaat er de mogelijkheid om de maaltijd af te halen en thuis te nuttigen. Het idee is dat mensen niet alleen hun maag gevuld hebben, maar elkaar ontmoeten en eventueel hulpvragen opwerpen.
De Groene Kans die sinds november op dinsdagochtenden wordt gehouden in de buurt is een andere gelegenheid waarbij eten (hier: het afhalen van lokaal ‘overschot’) wordt gecombineerd met de mogelijkheid tot het vragen van informatie of hulp. Een initiatief waarbij het bieden van hulp wel op zichzelf staat is de Slotergeus: dit is een vrijwillige hulpdienst die door Eigenwijks middels het beschikbaar stellen een ruimte en een klein budget wordt ondersteund. Bewoners met hulpvragen worden geregeld naar dit inloopspreekuur doorverwezen, zowel vanuit informele hoek als door formele actoren zoals buurtteammedewerkers. 30
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
1.4 Oost: Samen Vooruit Oorsprong en situering van de aanpak In stadsdeel Oost is ‘Samen Vooruit’ sinds 2021 aangehaakt bij Amsterdam Schuldenvrije Buurten. Deze aanpak werd reeds in 2018 binnen de Indische Buurt opgezet als netwerk waarbij bewonersinitiatieven, de Meevaart, de Hogeschool van Amsterdam (HvA) en de Vrijwilligersacademie Amsterdam zich hebben verenigd. Een belangrijk doel van Samen Vooruit is om de positie van buurtbewoners met financiële zorgen te versterken zodat zij een menswaardig bestaan hebben. Samen Vooruit richt zich daartoe op de samenwerking tussen informele en formele organisaties in de buurt en de gemeente4. Om deze samenwerking vorm te geven en samen na te denken over manieren om buurtbewoners te ondersteunen, versterken en bereiken is ‘de Tussenruimte’ opgericht. Naast de focus op samenwerking tussen informele en formele partijen, bestaat de aanpak van Samen Vooruit om armoede te bestrijden uit het opleiden en inzetten van vertrouwenspersonen. In het vervolg van dit stuk doelen we op Samen Vooruit als we spreken over ‘de aanpak’. De projectleider van de pilot Schuldenvrije Wijken in Oost is onderdeel van Samen Vooruit en licht de aanpak als volgt toe: “Ons project is geen organisatie en we hebben ook geen spreekuur. We zij niet ontstaan doordat we hier van hogerhand zijn neergezet, maar hebben alles van onderaf opgebouwd.
Het gaat om de buurt en de bewoners: zij moeten het trekken. Er zijn ook partijen die andere - soms tegengestelde - belangen hebben en dat schuurt weleens. Maar wij hebben niet zoiets van wij zijn de informele hulp en zij de formele hulp. Wat we wél zijn is een netwerk van autonome kleine organisaties die duurzaam samenwerken. We houden ons niet vast aan een bepaalde aanpak, we kijken gewoon naar wat we voor elkaar hebben gekregen en wat we daar nog aan moeten toevoegen. Het is een ontwikkelingsmodel.” De aanpak richt zich op de Indische buurt maar waaiert ook uit naar de aangrenzende buurten in Oost, zoals de Dapperbuurt, de Architectenbuurt en de Transvaalbuurt. In vergelijking met de drie andere pilots beslaat de aanpak in Oost het grootste gebied en is de aanpak geografisch minder vastomlijnd.
Populatie en doelgroep De Indische Buurt wordt via de Molukkenstraat verdeeld in een oostelijk deel en een westelijk deel. In totaal wonen er ruim 23 duizend mensen. Van de twee delen telt de Indische Buurt West de meeste inwoners. In de Indische Buurt staan betrekkelijk veel corporatiewoningen. Ruim de helft van de woningen in het westelijk deel is van corporaties en in het oostelijke deel geldt dat voor bijna twee derde van de woningen. In beide buurten ligt het aandeel 65-plussers rond het stedelijk gemiddelde. Er wonen relatief veel minimahuishoudens in de Indische Buurt; met name in het oostelijke deel waar een op de vijf huishoudens een minimahuishouden is, gemiddeld in de stad gaat het om 11%. Ongeveer een op tien huishoudens leeft hier van de bijstand. Het aandeel bewoners dat gebruik maakt van 4 Plan Samen Vooruit en Dynamo. Versterking sociaal vangnet formele en informele zorg in Amsterdam Oost 2022.
31
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
minstens één gemeentelijke voorziening op het gebied van inkomen of (jeugd)zorg, ligt in beide delen van de Indische Buurt boven het stedelijke gemiddelde (18%). In het oostelijke deel gaat het om bijna een kwart van de bewoners. In de Indische Buurt zat op 1 januari 2021 ongeveer 1,4% van de volwassen bewoners in een schuldhulpverleningstraject. Tabel 4 Bewonerskenmerken van de Indische Buurt West en -Oost ten opzichte van Amsterdam, procenten (2017-2022) Amsterdam
Indische Buurt Indische Buurt West Oost 12.299 9.691
aantal bewoners (aantallen)
2022
881.933
65+
2022
13,1
75+
2022
5,2
3,3
5,3
eerste generatie migratieachtergrond
2022
35,8
40,8
40,1
tweede generatie migratieachtergrond
2022
22,2
23,5
26,5
geen migratieachtergrond
2022
41,9
35,7
33,4
2019
10,9
15,0
19,0
2021
74
77
91
AO-uitkering (15-65)
2021
5,3
6,1
6,7
bijstand (15-65)
2020
5,7
6,8
9,5
SHV Vroeg Eropaf Meldingen (huishoudens), jan-jun 2022 Wanbetalersregeling (CAK), peilmaand 1-7-2022
2021
0,8
1,3
1,4
2022
4
3
3
2022
2,5
2,4
3,2
(zeer) ernstig eenzaam
2020
15
16
17
ernstige psychische klachten
2020
9
12
13
lichamelijke beperkingen
2020
15
18
23
voorzieningengebruik
2020
17,7
20,9
24,0
buurtactiviteiten per 1000 inwoners
2021 (2019)
3,5 (4,0)
(7,8)
(8,9)
betrokkenheid buurtbewoners (1-10)
2021
6,4
6,5
6,1
buurt: tevredenheid met eigen buurt (1-10)
2021
7,6
7,8
7,3
eigendomsverhouding: corporatiewoningen
2021
40,6
53,7
65,4
minimahuishoudens (120% WSM en weinig vermogen) totaalbereik minimavoorzieningen
10,4
14,5
Bron: O&S
Bewoners van de Indische Buurt kampen verhoudingsgewijs vaak met gezondheidsproblemen. In beide delen van de Indische buurt hebben bewoners vaker dan gemiddeld (zeer) ernstige psychische klachten en vaker een lichamelijke handicap, dit speelt sterker in het oostelijke deel van de Indische Buurt. Hier voelen bewoners zich ook vaker dan gemiddeld (zeer) ernstig eenzaam (17% versus 15% gemiddeld in de stad). De Indische Buurt kenmerkt zich als een buurt waar verhoudingsgewijs veel buurtactiviteiten zijn (iets meer dan 8 activiteiten per 1.000 inwoners). Dit zijn buurtgerichte activiteiten in het gebied zoals geregistreerd op jekuntmeer.nl. Tegelijkertijd ervaren bewoners van de Indische Buurt Oost relatief weinig betrokkenheid van buurtbewoners bij de buurt. In het westelijke deel van de Indische Buurt ligt de buurtbetrokkenheid rond het stedelijk gemiddelde. Op buurttevredenheid 32
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
liggen de cijfers rond het gemiddelde in de stad, al zijn bewoners van het oostelijke deel minder tevreden over de buurt dan in het westelijk deel (7,3 versus 7,8). Binnen de armoedeaanpak van Samen Vooruit worden de volgende drie groepen bewoners onderscheiden. Het gaat vaak om bewoners die buiten beeld van officiële instanties blijven: 1. Mensen die in armoede leven door chronische ziekte, handicap of leeftijd en die niet meer uit de armoede komen omdat zij geen gelegenheid hebben om hun inkomen te verbeteren; 2. Mensen die zoveel problemen hebben dat ze niet meer in staat zijn om er zelf uit te komen (bv. door schulden in combinatie met andere problematiek); 3. Mensen die in een slechte situatie zitten, dat kan financieel zijn, maar ook gewoon niet kunnen meekomen met de samenleving. Deze mensen kunnen zelf aan hun vaardigheden werken en dan zelf hun situatie verbeteren.
Belangrijkste doelstelling Samen Vooruit heeft door middel van diepte-interviews met buurtbewoners in kaart gebracht wat de belangrijkste problemen zijn die spelen bij bewoners die, al dan niet door schulden, in armoede leven. De volgende vier punten kwamen daarbij naar voren: 1. Slecht geïnformeerd zijn: men wist niet waar men naartoe moest met problemen, het ontbrak hen aan informatie; 2. Het krijgen van slecht advies van de omgeving (bijvoorbeeld een buurman, neef, spreekuur van een organisatie); 3. Wantrouwen tegenover formele instanties: De angst dat geld (uitkering, toeslag), kinderen en huizen door de overheid kunnen worden afgenomen; 4. Naast deze punten speelt het element schaamte een belangrijke rol. Bij de bestrijding van armoede in Oost staat het versterken van de bewoners op deze punten centraal. De kern is dat bewoners met financiële problemen op een laagdrempelige manier in aanraking komen met mensen die als capabele belangenbehartigers voor hun kunnen optreden. Wat verder nodig is om bewoners met financiële problemen te ondersteunen, is dat het sociale vangnet op het niveau van de buurt goed functioneert. Een ander belangrijk doel van de aanpak is daarom om de samenwerking tussen informele- en formele hulpverleners die in de buurt opereren te verbeteren.
Voorop staat daarbij het vergroten van het besef dat partijen elkaar nodig hebben om een gedeeld doel te realiseren: ervoor zorgen dat alle bewoners in Oost een menswaardig bestaan hebben.
Hoe wordt aan deze doelstelling gewerkt? Werken aan samenwerking Voor het verbeteren van de samenwerking tussen formele en informele hulpverleners in de Indische Buurt is ‘de Tussenruimte’ in het leven geroepen. De Tussenruimte kan worden beschouwd als een theoretische ruimte waarin informele en formele partijen op basis van gelijkwaardigheid en vrij van oordelen met elkaar in gesprek gaan over het vormgeven van hun samenwerking in de buurt. Een onderliggend doel is om eventueel onderling wantrouwen of onbegrip weg te nemen door elkaar te leren kennen. De Tussenruimte is eind maart 2022 gestart en in wekelijkse werkgroepen is gewerkt aan het formuleren van een gezamenlijke aanpak van 33
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
armoede en ongelijkheid in de buurt. Begin december 2022 heeft de werkgroep van de Tussenruimte de uitwerking van de aanpak en de beoogde samenwerking in hun visiestuk5 uiteengezet. Opleiden van vertrouwenspersonen Er is een halfjarige opleiding opgezet waarbij vrijwilligers worden opgeleid tot vertrouwenspersoon. Het opleiden van vertrouwenspersonen is niet nieuw in Oost. Bij verschillende organisaties in de buurt hadden vrijwilligers al de mogelijkheid om een korte cursus op dit vlak te volgen. In het traject van een halfjaar worden vrijwilligers opgeleid tot vertrouwenspersonen die opereren als belangenbehartigers van buurtgenoten met een hulpvraag. De vertrouwenspersoon staat daarbij meer dan een (formele) hulpverlener op een gelijkwaardig niveau met de bewoner en kan verbinding leggen met formele instanties als dat nodig is. De coördinator licht toe: “Wij leggen daarbij veel nadruk op het creëren van een sfeer waarin formeel en informeel samen kunnen werken. […] Op het moment dat je een belangenbehartiger bent kom je formele instanties tegen en moet je dus de belangen behartigen van de bewoner ten opzichte van deze instantie(s).” Een ander belangrijk thema binnen de opleiding is de weerbaarheid van vertrouwenspersonen zelf. Om te voorkomen dat zij als vertrouwenspersoon overvraagd raken, leren zij te bepalen in hoeverre zij buurtbewoners kunnen en willen helpen.
De opleiding is praktijkgericht en studenten zijn tijdens de opleiding actief als vertrouwenspersoon. Door middel van reflectieopdrachten en intervisie leren zij van eigen ervaringen en van elkaars ervaringen. In Oost zijn verschillende organisaties die informele hulp bieden (stichting Dappere dames voor activiteiten en ontmoeting, stichting Blije buren voor aanvullende zorg, Cybershoek voor digitale hulp): zij hebben naast hun eigen agenda elk hun eigen achterban of doelgroep. Insteek van de opleiding is dat er bij deze organisaties vrijwilligers worden geworven om de opleiding tot vertrouwenspersoon te volgen. Het ideaal is dat er op deze manier een breed netwerk van vertrouwenspersonen ontstaat met een breed bereik in de buurt. Volwassenenonderwijs via Educatief Centrum Oost Voor de groep bewoners die zelf aan vaardigheden kan werken om zo in een betere financiële situatie terecht te komen, is er een educatief traject voor volwassenen op mbo-niveau gecreëerd. Het Educatief Centrum Oost biedt trainingen, scholing, stages en werkervaringsplekken. Noodfonds In de coronaperiode is er in Oost een Noodfonds opgericht. Het noodfonds is er om acute financiële nood bij bewoners te verlichten.
5 Visiestuk de Tussenruimte (december 2022). Tussenruimte voor bestrijding van armoede en ongelijkheid
34
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
2 Overeenkomsten en verschillen
In dit hoofdstuk lichten we enkele verschillen en gedeelde aspecten van de vier initiatieven uit. Hierbij besteden we aandacht aan de positie van de ‘coördinator’ van het initiatief, waarbij de aanhalingstekens aangeven dat de term niet in alle gevallen de meest accurate is. Andere aspecten die aan bod komen, zijn de ‘selectie’ en ondersteuning van tussenpersonen, de positie van het buurtteam in het initiatief, het belang van vindplaatsen en de rol van stedelijke renovatie bij het bereiken van de doelstellingen.
2.1 Coördinatoren: beroepskrachten in de tussenruimte De coördinatoren van de vier initiatieven delen de opvatting dat zij zichzelf niet (uitsluitend) zien als projectleider of coördinator van een project of aanpak. Zij beschouwen zichzelf daarentegen eerder als onderdeel en aanjager van iets dat groter is en geen einddatum kent: er wordt gesproken van een beweging, een netwerk, community building. De ‘coördinatoren’ uit Oost zeggen hierover: “We proberen dit netwerk bij elkaar te houden. Wij zien onszelf dus niet als formele of informele partij. Wij zijn de buurt, wij zijn de bewoners. We zijn niet erboven of ertussen, wij zijn het overkoepelende: een vorm van het buurtinitiatief.” Alle coördinatoren zijn betaalde krachten. Het zijn professionals met een vrije beroepsopdracht van de gemeente, voor beperkte of onbeperkte duur. Twee van hen zijn in dienst van de gemeente (Noord en Nieuw-West), één bij een maatschappelijk initiatief (Oost) en één bij het buurtteam (netwerkcoördinator, Zuidoost). De vrije beroepsopdracht stelt de coördinatoren in staat om voorbij bestaande kaders van hulpverlening te denken, en op alternatieve manieren in te zetten op het uitbreiden en versterken van buurtnetwerken. De coördinatoren staan in de meeste gevallen zowel direct als via verschillende tussenpersonen in contact met bewoners.
Hun vrije beroepsopdracht helpt dit contact tot stand te brengen. Doordat zij bewoners niet hoeven te confronteren met beleidskaders, worden zij door hen niet of niet uitsluitend als gemeenteambtenaren gezien. Dit helpt bij het opbouwen van een vertrouwensband. De ‘coördinator’ van Noord zegt hierover: “Veel mensen zijn of waren wars van de gemeente. Ik zeg af en toe grappend: “Ik ben ook van de gemeente hè” en dan moeten ze lachen. Maar iedereen weet wel dat ik onderdeel ben van de gemeente en iedereen weet dat dit een project is van de gemeente.” In Noord en Nieuw-West zijn de coördinatoren veelal zichtbaar aanwezig in de buurt, doordat zij daar een werkplek hebben. Op en rondom die plekken is rechtstreeks contact met verschillende buurtbewoners. Met deze aanwezigheid en zichtbaarheid wordt langzaamaan vertrouwen gewonnen, zo legt een opbouwwerker in Nieuw-West uit:
35
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
“Ze zien dat we gewoon echt bezig zijn. Of het nu is om de wijk op te ruimen met de gemeente en we maken gewoon samen schoon, tegelijkertijd spreken we natuurlijk mensen aan zo van 'hé zorg er nou voor dat het niet zo'n bende wordt' […]. Maar we laten gewoon zien dat we het doén.” Naast het belang van aanwezigheid op een vaste plek zoals een buurtpand, wordt daarbij gewezen op het belang van (zichtbare) actie. Een voorbeeld hiervan is het prikken van afval. Op deze wijze wordt contact gelegd met bewoners en zijn coördinatoren in staat om hun eigen tussenpersonen (sleutelfiguren) te markeren in plaats van uit te gaan van de ‘bestaande lijstjes’. Hierover zegt een van de coördinatoren uit Nieuw-West: “Waar ik heel erg in geloof: je moet het met de mensen doen die er zijn. Je kan niet als organisatie van buiten de problemen oplossen. Je moet de problemen van binnenuit oplossen.” Door de ruime ervaring van coördinatoren in het sociaal domein, zowel binnen als buiten de gemeente, zijn zij in staat om het gesprek te voeren met zowel gemeentelijke en andere formele actoren, als met informele partijen zoals bewonersgroepen en stichtingen.
2.2 Tussenpersonen: wie zijn het, hoe raken zij betrokken en hoe worden zij ondersteund? Met de term tussenpersoon sluiten we aan bij bestaande literatuur en bij praktijken die in dit onderzoek zijn waargenomen. De term is ontleend aan een traject dat in 2022 van start is gegaan in stadsdeel Oost onder de titel ‘in de tussenruimte’. Het streven is om krachten vanuit formele zorg en informele hulpverleners te bundelen rondom een gezamenlijke doelstelling. Hierbij is het van belang dat men elkaar ontmoet in een tussenruimte, waar de eigen positie en eventuele vooroordelen los gelaten worden en verschillen overbrugd kunnen worden. In dit onderzoek refereren we met tussenpersonen aan personen die actief zijn in deze tussenruimte. Definitie en drie subgroepen Er bestaat overlap tussen de term tussenpersoon en andere termen zoals sleutelfiguur, bagagedrager, vertrouwenspersoon, vrijwilliger en sociaal schaduwwerker6. We kiezen voor één overkoepelende term, om zo een brede groep mensen en sociale praktijken binnen de Amsterdamse initiatieven onderling te kunnen vergelijken. We hanteren de volgende definitie: Tussenpersonen zijn mensen die hulp, zorg of steun bieden aan bewoners en/of een brugfunctie vervullen naar (formele) hulpverleners. De aanname hierbij is dat zij specifieke groepen bewoners bereiken die een grote afstand ervaren tot het formele hulpaanbod.
We onderscheiden drie groepen tussenpersonen, op basis van de drie verschillende soorten kennis waarover zijn kunnen beschikken en de mate van organisatie en structuur achter hun 6 Deze term verwijst naar het werk van actoren die officieel geen deel uitmaken van het formele sociale landschap,
maar die in de praktijk wel degelijk aan sociaal werk doen (Schrooten, Thys, & Debruyne, 2019). “[…] Informele spelers bieden hulp, zorg of steun aan hun leden en bezoekers, en/of vervullen een brugfunctie naar formele welzijnsorganisaties. Zij vervullen die rol in het bijzonder voor doelgroepen die om verschillende redenen afstand of drempels ervaren tot het formele zorg- en welzijnsaanbod” (p.4-5).
36
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
hulpverlening (zie figuur 2.1). Coördinatoren kunnen eveneens worden beschouwd als tussenpersonen (professionals met vrije beroepsopdracht), maar worden in dit onderzoek afzonderlijk bezien. Figuur 2.1 Typologie tussenpersonen
Bron: O&S, gebaseerd op Welschen & Schrooten (2022)
Ervaringskennis, nabije kennis en professionele kennis Sommige tussenpersonen beschikken over ervaringskennis. Dit is kennis die zij hebben opgedaan tijdens het zoeken van oplossingen voor hun eigen problemen. De herkenning en het uitblijven van een oordeel van ervaringsdeskundigen vormt vaak een sleutel tot vertrouwen van bewoners. Voor dit onderzoek spraken wij met verschillende tussenpersonen met ervaringskennis. In principe kunnen alle tissenpersonen, ook professionals, over ervaringskennis beschikken. In de Amsterdamse context is eerder onderzoek gedaan naar de inzet van ervaringsdeskundigheid bij schulden en financiële problematiek (zie bijvoorbeeld van der Laan et al., 2021; Akkermans et al. 2021). In de maatwerk aanpak die zij beschrijven - Van Overleven Naar Leven (VONL) – wordt gewerkt met ervaringsdeskundigen, waarin er een gelijkwaardige samenwerking is tussen formele hulpverleners en ervaringsdeskundigen. Kenmerkend voor deze ervaringsdeskundigen is dat zij minder oplossingsgericht te werk gaan dan de formele hulpverleners; niet de te behalen doelen maar de relatie tussen hulpbieder en ontvanger staat voorop. De ervaringsdeskundigen fungeren als ‘bruggenbouwers’ met oog voor het perspectief van de hulpverlener én van de hulpbehoevende bewoner (Akkermans, 2021).
De vorm van kennis die ervaringsdeskundigen inzetten om bewoners verder te helpen staat bijna diametraal tegenover wat vaak klinische kennis of professionele kennis wordt genoemd. Hier tussenin ligt een deskundigheid die door Welschen en collega’s (2021) wordt aangeduid als nabije kennis. Deze specifieke kennis “[…] ontstaat en ontwikkelt zich niet tijdens een formele opleiding, noch enkel door eigen ervaring met een bepaalde problematiek of sociaal vraagstuk, 37
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
maar vanuit een directe nabijheid bij en met de bewoners en de buurt.” (p.8). Verschillende tussenpersonen beschikken zelf niet over ervaringskennis, maar wel over nabije kennis, doordat dat zij vaak al lange tijd in een bepaalde buurt wonen. Een aantal van de tussenpersonen uit dit onderzoek zijn professionals met een flexibele beroepsopdracht. Dit zijn tussenpersonen omdat zij naast professionele kennis ook nabije kennis en in enkele gevallen ook ervaringskennis hebben. Het gaat bijvoorbeeld om betaalde krachten die vanuit hun hoedanigheid als behulpzame buurtbewoner over een lange periode ‘nabije kennis’ van de betreffende buurt of wijk hebben vergaard7. Voorbeelden van tussenpersonen met een betaalde functie uit dit onderzoek zijn een Buurtteam medewerker (lokaal en flexibel), maatschappelijk werker, opbouwwerker en medewerker van het Rode Kruis. We gaan dus uit van een ruimere definitie dan Welschen en Schrooten (2022) die stellen dat sociaal schaduwwerkers per definitie informele spelers zijn. In de praktijk bestaat er dus geen scherp onderscheid tussen formele en informele hulpverleners. Neem een as met aan de ene pool de formele hulpverlening en aan de andere pool de informele hulpverlening.
In het midden van deze as vinden we zowel formele hulpverleners met nabije kennis en/of ervaringskennis als vrijwilligers die werken op basis van nabije kennis én professionele kennis door opleidings- en/of cursusdeelname. Organisatie en structuur van hulpverlening De tweede dimensie die ten grondslag ligt aan de typologie van tussenpersonen is de mate waarin de hulpverlening georganiseerd of gestructureerd is. Wanneer de match tussen hulpvraag en hulp tot stand komt zonder tussenkomst van een organisatie, plaatsen we de betreffende hulpverlener laag op deze schaal. Wanneer er sprake is van plekken, tijden, manieren en voorwaarden van hulp bieden die tot op zeker hoogte vastliggen, slaan we een hoge mate van organisatie aan. Tussenpersonen die niet via een vaste structuur of organisatie werken en veelal over zowel ervaringskennis als nabije kennis beschikken, duiden we aan met de term ‘behulpzame bewoner’. Wanneer er wel sprake is van matching of een vaste structuur waarbinnen hulp wordt verleend spreken we van ‘vrijwilligers’. Hoe raken tussenpersonen betrokken? Binnen elk van de vier initiatieven hebben tussenpersonen een cruciale rol. De wijze waarop zij betrokken zijn geraakt bij het initiatief en waarop zij zich inzetten voor bewoners in de buurt lopen echter sterk uiteen.
Gesprekken op straat en in voortuinen In zowel Noord als in Nieuw-West zijn contacten met actieve bewoners en vrijwilligers hoofdzakelijk gelegd door hen simpelweg op straat aan te spreken. In Noord was er destijds nog sprake van coronamaatregelen, waardoor gesprekken in voortuinen werden gevoerd. Hier vroeg de coördinator dan aan bewoners hoe zij de buurt zien, of ze iemand kennen die in armoede leeft en wie zij zien als vertrouwenspersonen in de buurt. Daar kwam een lijst van informele 7 Een andere manier om deze ‘nabije kennis’ te verkrijgen is dus door middel van een ‘flexibele beroepsopdracht’.
Professionals hebben dan de ruimte om verbinding te zoeken met bewoners (op velerlei manieren).
38
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
sleutelfiguren uit voort die afweek van de ‘bekende lijstjes’ bij de gemeente, aldus de coördinator. Onder deze groep zijn ook informele hulpverleners die geen vertrouwen hebben in de gemeente en daar in eerste instantie ook niets mee te maken willen hebben. “De meeste [red. tussenpersonen], ik denk wel 10 van de 14, waren mensen die aanvankelijk zeiden nóóit meer een project van de gemeente te willen doen. Veel mensen zijn of waren wars van de gemeente.” In Nieuw-West is een soortgelijke benadering als in Noord gebruikt: na kennismaking met bewoners in de buurt vraagt de opbouwwerker aan bewoners wat zij voor hun buurt zouden willen betekenen. Wanneer bewoners daar ideeën over hebben zorgt de opbouwwerker dat aan de randvoorwaarden en de ondersteuning voor het verwezenlijken hiervan wordt voldaan. Daarnaast wordt de training ‘Ik Ben Er’ (zie pagina 30) gebruikt om een netwerk op te bouwen. Deelnemers worden geworven via het netwerk van de maatschappelijk werken. Zij worden aangemoedigd om andere bewoners mee te nemen en worden gestimuleerd om waar mogelijk op eigen titel hulp aan andere bewoners te verlenen. Consulteren en verbinden Hoewel zichtbaarheid en benaderbaarheid ook binnen de aanpak in Oost en Zuidoost belangrijke elementen zijn, wordt in Oost en Zuidoost op andere manier gewerkt aan de sociale structuur.
De aanpak in Zuidoost is in de kern formeel, met het buurtteam als centrale actor, met daarin vernieuwende (informele) elementen (hierover meer onder kopje 2.4). Behulpzame bewoners en vrijwilligers worden weliswaar geconsulteerd en gehoord door de coördinator, maar spelen daar nog geen belangrijke rol in de hulpverlening. De aanpak in Oost vertrekt vanuit de tussenruimte en kent een grote rol toe aan bestaande netwerken en informele hulpverleners. Waar de overige initiatieven voornamelijk gericht zijn op het vinden van deze personen, wordt in Oost hoofdzakelijk gewerkt aan het ondersteunen en verbinden van actoren die reeds actief zijn in de wijk. Het netwerk van actieve bewoners en vrijwilligers is hier naar schatting het grootst. Dit is geografisch en demografisch gezien ook het grootste gebied. Netwerk en ondersteuning van tussenpersonen Het bouwen aan een netwerk van tussenpersonen maakt onderdeel uit van drie uit vier initiatieven; Zuidoost uitgezonderd. Het onderliggende idee is dat tussenpersonen in groepsverband kunnen worden ondersteund en getraind. Daarnaast kunnen zij elkaar onderling steunen en adviseren, bijvoorbeeld door het uitwisselen van ervaringen. Formalisering van steun: een netwerk van belangenbehartigers De meest georganiseerde vorm van ondersteuning wordt geboden in Oost, waar een opleiding tot vertrouwenspersoon is opgezet (zie paragraaf 1.4).
Hoewel iedere tussenpersoon binnen de opleiding een individueel traject heeft, met onder andere een-op-een begeleiding en vaak een specifieke doelgroep, is daarbij sprake van een groepsproces. Elke lichting tussenpersonen vormt een klankbord. Zij communiceren met elkaar via een Whats-app-groep en/of ontmoeten elkaar op de bekende openbare plekken (kerk, Huis van de Wijk). Ervaren vertrouwenspersonen zijn 39
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
tutor van vertrouwenspersonen in opleiding. Vertrouwenspersonen kunnen (al) verbonden zijn aan informele organisaties met een eigen achterban in de buurt maar dat hoeft niet. Zo wordt er netwerk geweven van bewoners die de belangen kunnen behartigen van bewoners met een hulpvraag. Hulpbehoevende bewoner wordt hulpverlenende bewoner In Nieuw-West worden eveneens groepen bewoners getraind. Dit zijn uitsluitend bewoners die in eerste instantie zelf op zoek zijn naar hulp. Samen met medebuurtbewoners ontvangen zij trainingen van een maatschappelijk werker, gericht op het vergroten van zelfvertrouwen en (zelf)redzaamheid. Het idee is dat deze bewoners op het moment dat zij daar klaar voor zijn, op hun beurt weer hulp gaan verlenen aan andere bewoners. Zo kan een keten ontstaan van actieve buurtbewoners en vrijwilligers. De maatschappelijk werker zegt hierover: “Na te training zeg ik tegen iedereen: ik wil het niet over de hulpvragen hebben. Ik wil samen een team vormen: praten over hoe het is en wat er morgen gebeuren moet. Daarin ben ik geïnteresseerd: hoe jullie over jullie toekomst denken.
Blijven jullie in hetzelfde circuit draaien of wil je daaruit komen? Ik ga jullie niet uit het systeem halen, maar ik ga met jullie kijken hoe we met elkaar een weg kunnen vinden of kiezen.” Autonomie van tussenpersonen respecteren In Noord werd tijdens het uitvouwen van de aanpak duidelijk dat de tussenpersonen niet als groep, maar als groep individuen moeten worden gezien. Tijdens de informele trainingen kwam dan ook veel nadruk te liggen op de behoeftes van de bagagedragers [tussenpersonen] zelf. Waar hebben zij behoefte aan? Eén van de uitkomsten van die bijeenkomsten was dat tussenpersonen graag een zekere mate van autonomie behouden: zelf beslissen hoe zij medebewoners hulp bieden. De gemeente faciliteert dit onvoldoende, aldus de coördinator: “Bagagedragers zijn altijd mensen die zelf in deze buurt wonen. Het zijn daarbij wel ook heel vaak mensen die zelf de doelgroep zijn of zijn geweest. […] Het is dus een kwetsbare groep en daarom zullen wij hen moeten blijven faciliteren, voeden, trainen en bedienen. Het is geen groep, het is een groep individuen en het gaat dus om individueel maatwerk. Dat is ook waar wij als gemeente steeds de fout in gaan. Wij vullen voor hen in dat zij een groep willen zijn. We hebben het in een voedselinitiatiefgroep meegemaakt dat mensen boos weglopen.
Ze willen helemaal geen groep zijn, ze willen gewoon doen wat ze zelf willen doen in de omgeving waar ze zelf zitten. Daarin faciliteren we ze dus onvoldoende.” Materiële steun voorzien Materiële steun, in de vorm van een financiële vergoeding, is nauwelijks aan de orde binnen de initiatieven. Met uitzondering van de professionals, is de inzet van de tussenpersonen in NieuwWest onbezoldigd. In Noord is wel geëxperimenteerd met het beschikbaar stellen van budget voor hulpbehoevende bewoners. Daarbij werd door een groep tussenpersonen gestemd over de inzet van een dergelijk budget voor de hulpverlening aan een buurtbewoner in een noodlijdende situatie. In de praktijk is hier echter niet tot nauwelijks gebruik van gemaakt. In Oost ontvangen tussenpersonen een vergoeding in de vorm van Makkies: de buurtmunt van Amsterdam-Oost. Of hiervan gebruik wordt gemaakt varieert sterk binnen de groep tussenpersonen die een opleiding tot vertrouwenspersoon hebben gevolgd. 40
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
Beschikbare ruimte Er bestaat een breed gedeelde behoefte aan fysieke plekken waar men bewoners kan ontmoeten en waar tussenpersonen hulp kunnen verlenen. Het gaat hierbij zowel om functiegerichte plekken zoals een ruimte voor een inloopspreekuur als om ontmoetingsplaatsen zoals kerken, buurthuizen en huizen van de wijk. Die laatstgenoemde plekken worden ook wel geduid met de term ‘natuurlijke vindplaatsen’. “Dat kwam voort uit de vaststelling dat niet iedereen zich veilig voelt op de bestaande vindplekken, waardoor [tussenpersonen] het thuis gingen doen. Hierdoor kwam het voor dat een kind van een [tussenpersoon] huiswerk probeerde te maken, terwijl mama aan het praten was met de overbuurvrouw over de schuldenlast. De [tussenpersonen] hebben het heel erg naar binnen getrokken, enerzijds omdat ze zich niet veilig voelde, maar ook omdat er schaamte zit bij de hulpbehoevenden. Dat heeft dan weer impact op hun huishouden, want het gezin heeft er door het in huis te halen natuurlijk ook last van. Daarom is er een plek [red. buurtpand] voor hen gekomen” Hoe de ruimte voor hulpverlening en/of ontmoeting eruit moet zien is niet onderzocht. Wel werd regelmatig gesproken over het belang van een transparante, neutrale, laagdrempelige plek. “Ik streef ernaar dat het [Wijkkantoor] ook door bewoners gebruikt kan worden die zich willen inzetten voor andere bewoners.”
2.3 Welke positie heeft het buurtteam? De positie die het buurtteam heeft binnen of ten opzichte van de aanpak varieert sterk. We zouden kunnen stellen dat de aanpak in Zuidoost en Noord op dit punt uitersten zijn. In Zuidoost heeft het buurtteam een kernpositie. In de aanpak Noord heeft gedurende de evaluatie kennismaking met meerdere teammanagers van het buurtteam plaatsgevonden, maar dit heeft vooralsnog niet geresulteerd in een structurele samenwerkingsvorm. Persoonlijke ontmoeting met het buurtteam Zoals aangegeven heeft het buurtteam in de aanpak in Zuidoost een hoofdrol. Op verschillende manieren gaat het buurtteam in de G-buurt Noord outreachend te werk. We onderscheiden drie manieren waarop buurtteammedewerkers binnen die aanpak proberen dichter bij de bewoners te komen. Ten eerste is het inrichten van een lokaal buurtteam in een woonflat en de deur-totdeur aanpak een vorm van fysieke nabijheid waarmee de mogelijkheid tot contact direct wordt vergroot. Een tweede manier om nabijheid te vergroten is door persoonlijke ontmoeting mogelijk te maken. Buurtteam-medewerkers zijn onder de vlag ‘zo is G-buurt Noord’ langs de deuren gegaan. In de praktijk is gebleken dat bewoners de link met de gemeente (buurtteam, WPI, overige formele instanties) niet direct leggen waardoor er ruimte is voor persoonlijke ontmoeting.
Dit is soms cruciaal voor het leggen van het eerste contact, zo legt een medewerker van het Rode Kruis uit: “Ik heb met een collega van het WPI bij een meneer gezeten die wat vragen had over administratie. Zij legde uit dat ze van de gemeente was, en op het moment dat ze dat vertelde draaide de meneer zich om en kreeg ze een blik zo van ‘Wat doe je hier dan eigenlijk?’. Zij 41
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
konden door een gedeelde afkomst en andere raakvlakken en omdat ik er bij was – in mijn RodeKruis-jasje - gelukkig wel met elkaar in gesprek gaan, maar dat zijn momenten in een gesprek waarbij je als gemeentemedewerker extra je best moet doen. Anders wordt je er gewoon weer uitgezet.“ Ook binnen andere initiatieven wordt gezocht naar vertrouwde gezichten binnen het buurtteam. Een coördinator spreekt van ‘onthokken’: “Eerst wilden ze [red. tussenpersonen] aan niks meedoen, toen wel aan iets van mij, vervolgens mocht [red. andere vrijwilliger en ervaringsdeskundige] daar ook wel onderdeel van uitmaken, vervolgens mocht de stagiair daar ook onderdeel van uitmaken, dus langzamerhand ontstaat er wel een groep. Laatst hebben we iemand van het buurtteam uitgenodigd, en dat was echt een stap. Daar heb ik echt vijf maanden ‘nee’ opgehoord. Ik heb uiteindelijk gevraagd: “Kennen jullie die persoon van de koffiekar al, zal ik hem een keer uitnodigen”, die kenden ze al, hadden ze koffie mee gedronken en dat vonden ze niet erg. In realiteit is hij gewoon onderdeel van het buurtteam. Blijkbaar was dat ‘onthokken’, dus elkaar als mens zien los van die associatie met de organisatie erachter, de sleutel tot een ingang.” Zowel in Zuidoost als in Oost werkt tenminste één buurtteammedewerker een dag in de week op een informele locatie: een ‘natuurlijke vindplaats’.
In Nieuw-West zijn ook twee buurtteammedewerkers aanwezig in een buurtpand, maar zij houden daar geen inloopspreekuur en verlenen in principe dus geen directe hulp aan bewoners ter plekke. Tussenpersonen in de buurt geven aan dat hier wel behoefte aan is. Dit heeft een praktisch doel: bewoners kunnen dan direct en ter plekke worden geholpen door de dienst waarna zij door tussenpersonen zijn doorverwezen. Hiermee wordt tegelijkertijd aan een ander doel gewerkt: wanneer een bewoner direct wordt geholpen schept dit vertrouwen: “Ik zou het prettig vinden dat op het moment dat een klant verschijnt… weg met 'maak een afspraak' of 'je wordt gebeld', […] Want stel dat ik een klant ontvang en zeg: 'Ik bel je terug' en dat doe ik vervolgens niet. Of: 'We maken nog een afspraak'. Wat krijg ik hier? Dan krijg ik een klant die al boos op andere instanties is, en het vertrouwen raakt nog verder zoek. Maar als je het omdraait en je zegt: 'nee, ik ga u nú helpen, niet morgen' en het gebeurt dan ook, ja dan heb je het vertrouwen.” In Noord is het nog niet gelukt om een dergelijke nieuwe samenwerkingsvorm met het buurtteam op te zetten. Buurtteam ook onderdeel van de tussenruimte In Oost is naast fysieke aanwezigheid van een buurtteammedewerker in de ‘informele ruimte‘, zoals een kerk, ook sprake van deelname aan de dialoog over de samenwerking tussen formele en informele hulpverlening.
Enkele buurtteammedewerkers maken onderdeel uit van werkgroepen die in het kader van ‘in de tussenruimte’ zijn opgezet. In deze werkgroepen wordt aan drie vraagstukken gewerkt: - Netwerk: Hoe zorgen we ervoor dat iedereen in Amsterdam Oost snel hulp kan vinden en door een netwerk wordt geholpen dat vanuit vertrouwen en gelijkwaardigheid effectief samenwerkt?
42
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
-
-
Menselijke Maat: Hoe kunnen wij op een meer relationele in plaats van rationele manier met mensen omgaan zodanig dat het systeem aansluit bij de behoefte van mensen die geholpen moeten worden? Voorportaal: Hoe richten we onze werkprocessen in zodat er altijd iemand naast de bewoner staat en we als hulpverleners samen optrekken vanaf de (vind-)plaats waar de hulpvraag uit vertrouwen is gemeld?
2.4 De rol van stedelijke vernieuwing en vindplaatsen Twee van de vier aanpakken vinden plaats in de context van stedelijke vernieuwing. In zowel de Dichtersbuurt als de G-buurt Noord wordt nagenoeg de gehele woningvoorraad (corporatiewoningen) in de aankomende periode gerenoveerd. Tijdens deze renovaties kunnen bewoners niet in hun woning blijven. Zij zullen dus, in ieder geval tijdelijk, naar een andere woning moeten verhuizen. De bewonerscommissies zijn betrokken bij deze ontwikkelingen. De geplande renovaties zijn op twee manieren van invloed op de gekozen aanpak in de buurt. Een voet tussen de deur Ten eerste biedt samenwerking met de woningcorporatie voor coördinatoren en tussenpersonen soms de mogelijkheid om een ‘voet tussen de deur’ van bewoners te krijgen. Zo treden de opbouwwerker en maatschappelijk werker regelmatig op met de wijkcongiërge van de woningcorporatie in de Dichtersbuurt. De wijkcongiërge weet wat er achter de voordeuren speelt en kan deze inzichten delen met de coördinatoren van de aanpak en overige tussenpersonen. Bovendien faciliteert de woningcorporatie het binnenkomen bij bewoners die potentieel hulpbehoevend zijn. Dit is belangrijk wanneer beroepskrachten zelf niet bevoegd zijn om bij mensen thuis aan te bellen.
Aangezien woningcorporaties gebaat zijn bij een goed woonklimaat en bij het winnen van vertrouwen van bewoners (zij moeten immers met een ruime meerderheid instemmen met de renovatieplannen) hebben zij een missie die raakt aan de aanpak. Toch zijn er ook verschillen in belangen en doelstellen van aanpak enerzijds en de woningcorporatie anderzijds, waardoor gezamenlijk optreden niet altijd wenselijk is. Wie blijft? Een tweede manier waarop de renovatieplannen van invloed zijn op de aanpak is de onzekerheid van de buurtcompositie: wie keert er terug? Hierdoor rijst de vraag voor wie de inspanningen worden verricht. De coördinator van de aanpak in Zuidoost zegt hierover: “De rode draad is dat Rochdale gaat verbouwen [1], maar er spelen ook nog heel veel andere belangen mee in deze omgeving waar rekening mee moet worden gehouden. Er gaat bijvoorbeeld een empowermentcentrum komen voor de bewoners. Ik vind dat fascinerend, want we praten nu over de bewoners, terwijl 50% van deze bewoners niet gaat terugkomen na de verbouwingen en renovaties. Ik vraag me af of, als je niets doet met de buurt na zulke renovaties, of mensen herkenning hebben in hun omgeving en of mensen daar lang blijven. Rochdale heeft een woononderzoek bij alle 960 adressen gedaan om te kijken waar deze mensen willen wonen.
Een deel wil hier helemaal weg, een deel wil graag blijven, en een deel vindt het helemaal oké om ergens anders te gaan wonen “ Ook over bewoners die terugkeren bestaan zorgen, zo stelt een opbouwwerker uit Nieuw-West: 43
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
“ik heb wel eens het idee dat wij juist het tegenovergestelde aan het doen zijn, dus door die hele ontwikkeling kunnen mensen wel eens verder in de problemen komen, bijvoorbeeld door verhoging van het huurniveau Van de andere kant hoeft dat natuurlijk niet zo te zijn hè. Want nu met die energieprijzen is het natuurlijk ook zo dat op dit moment mensen de kachel uit doen en in de kou zitten en straks als ze een geïsoleerd huis hebben, hebben ze het juist beter. Dus ik weet het allemaal niet.”
44
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
3 Tussenpersonen
Dit hoofdstuk vormt de kern van de evaluatie, waarin tussenpersonen binnen de vier initiatieven centraal staan. We richten ons daarbij op zowel de werkzame als de kwetsbare elementen uit de hulpverlening van tussenpersonen. De gebruikte werkdefinitie en typologie van tussenpersonen zijn toegelicht in paragraaf 2.2. In tegenstelling tot hoofdstuk 1 en 2, waar de nadruk lag op de verschillen tussen de vier initiatieven, wordt in dit hoofdstuk om twee redenen dit onderscheid niet gemaakt. Ten eerste omdat op voorhand er geen redenen zijn om te veronderstellen dat de achtergrond en werkwijze van tussenpersonen samenhangt met de aard van het initiatief. Ten tweede om de anonimiteit van de tussenpersonen die deelnamen aan dit onderzoek te waarborgen. De te beantwoorden vragen zijn: 1. Welke positie nemen tussenpersonen in en welke bewoners bereiken zij? 2. Hoe zetten tussenpersonen zich in en hoe worden zij daarbij ondersteund? 3. Welke acties van tussenpersonen hebben een gewenst effect? Onder welke voorwaarden? 4. Waar lopen tussenpersonen tegenaan?
3.1 Achtergrond, doelgroep en werkwijze: 4 casussen We hebben vier personen geselecteerd wiens casus een goede illustratie vormt van hun positie en acties in het kader van de initiatieven. Het gebruik van casussen maakt een gedetailleerde beschrijving van de werkwijze en achtergrond van tussenpersonen mogelijk, waarin ruimte is voor specifieke elementen in de achtergrond en werkwijze van tussenpersonen en de interactie hiervan met de context waarbinnen zij actief zijn. We beschrijven de inzet van een behulpzame bewoner (Moniek), twee vrijwilligers (Emir en Ida) en een professional met vrije beroepsopdracht (Indra). Omwille van de anonimiteit zijn de persoonsgegevens die in dit hoofdstuk zijn opgenomen fictief. Bestaande personen vormen het uitgangspunt, maar onthullende details zijn geschrapt of vervangen door gefingeerde details die tussen haken staan. Op basis van de vier casusbeschrijvingen en de gesprekken met de overige elf tussenpersonen zijn werkzame elementen en kwetsbaarheden van de inzet van tussenpersonen gedestilleerd. In paragraaf 2 van dit hoofdstuk is een overzicht hiervan opgenomen alsook een toelichting bij deze schematisch weergegeven bevindingen.
45
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
Casus 1: Moniek
× tussenpersoon Moniek (pseudoniem) × Behulpzame bewoner / vrijwilliger × 2-4 uur per week inzet × wisselende ondersteuning aan variërend aantal bewoners Achtergrond en motivatie Moniek kan naar eigen zeggen niet stil zitten en ze houdt er niet van om de hele dag binnen te zijn. Ze woont al vele jaren in de wijk en kent veel mensen. Ook is ze bekend met verschillende instanties, deels vanuit eigen ervaring bijvoorbeeld met schuldhulpinstellingen en zorginstellingen. Ze is tot vrijwilligerswerk gekomen doordat ze zelf financiële hulp had gevraagd bij een organisatie. Vervolgens is ze voor diezelfde organisatie, en later ook voor een andere, buurtbewoners gaan helpen als vrijwilliger. Ook zet ze zich sinds geruime tijd in als mantelzorger voor een familielid. Moniek houdt ervan om onder de mensen te zijn. Ze doet dan ook veel vrijwilligerswerk, soms georganiseerd vanuit een organisatie, maar ook individueel als een buurtbewoner haar iets vraagt: “Laatst belde een oudere man me op, die wil helemaal geen hulp meer, maar hij had boodschappen nodig. Dat heb ik toen voor hem gedaan en gezegd dat ik het vaker wil doen als het nodig is. Ik heb hem toen ook gezegd: je hebt recht op huishoudelijke hulp en hulp vanuit de Wmo voor een paar voorzieningen.” Werkwijze en doelgroep De potentiële groep bewoners die Moniek ondersteunt is heel breed; eigenlijk de hele buurt.