B5. Rapport Helpende handen.pdf
Tekst van het document
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
Helpende handen Een tussenevaluatie van vier lokale initiatieven met als doel het vergroten van vertrouwen en het ondersteunen van bewoners met financiële problemen
Onderzoek en Statistiek
1
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
In opdracht van: Werk, Participatie en Inkomen (WPI) Projectnummer: 21165 Auteurs: Marloes de Hoon, Laura de Graaff, Hetty van Kempen, Lotje Cohen Met medewerking van: Frank Huurdeman, Anthony Klee en Renske Hoedemaker E-mailadres: m.de.hoon@amsterdam.nl Bezoekadres: Weesperstraat 113-117 Telefoon: 020 251 0333 Postbus 658, 1000 AR Amsterdam onderzoek.amsterdam.nl Amsterdam, november 2023 Foto voorzijde: twee handen, fotograaf Edwin van Eis (2009)
2
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
Inhoud
Samenvatting en conclusies
5
Inleiding
13
1 Vier initiatieven in vier stadsdelen
16
1.1 Noord: de Armen Ineen Oorsprong en situering van de aanpak Populatie en doelgroep Belangrijkste doelstelling Hoe wordt aan deze doelstelling gewerkt? 1.2 Zuidoost: Integrale aanpak Sociaal Buurtteam G-buurt Oorsprong en situering van de aanpak Populatie en doelgroep Belangrijkste doelstelling Hoe wordt aan deze doelstelling gewerkt? 1.3 Nieuw-West: Sociale Vernieuwing Oorsprong en situering van de aanpak Populatie en doelgroep Belangrijkste doelstelling Hoe wordt aan deze doelstelling gewerkt? 1.4 Oost: Samen Vooruit Oorsprong en situering van de aanpak Populatie en doelgroep Belangrijkste doelstelling Hoe wordt aan deze doelstelling gewerkt?
2 Overeenkomsten en verschillen
16 16 17 18 19 21 21 21 24 24 26 26 26 28 28 31 31 31 33 33
35
2.1 Coördinatoren: beroepskrachten in de tussenruimte 35 2.2 Tussenpersonen: wie zijn het, hoe raken zij betrokken en hoe worden zij ondersteund? 36 2.3 Welke positie heeft het buurtteam? 41 2.4 De rol van stedelijke vernieuwing en vindplaatsen 43
3 Tussenpersonen 3.1 Achtergrond, doelgroep en werkwijze: 4 casussen Casus 1: Moniek Casus 2: Emir Casus 3: Ida Casus 4: Indra 3.2 Werkzame en kwetsbare elementen in de hulpverlening van tussenpersonen 3.2.1 Werkzame elementen
45 45 46 49 54 58 62 62 3
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
3.2.2 Aandachtspunten
64
Referentielijst
68
Bijlage I Adviezen van respondenten aan de wethouder
70
Bijlage II Topiclijst interviews coördinatoren
73
Bijlage III Topiclijst interviews tussenpersonen
75
Bijlage IV Topiclijst interviews behulpzame bewoners
77
Bijlage V Overzicht tussenpersonen
79
4
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
Samenvatting en conclusies
Bijna drie op de tien Amsterdammers heeft moeite met rondkomen en een op de tien heeft schulden die als problematisch worden ervaren (Schuldenmonitor, 2023). Een deel ontvangt hierbij geen hulp, iets dat vaak in verband wordt gebracht met tanend vertrouwen in formele hulpinstanties. Bewoners zijn gedupeerd geraakt door falend overheidsbeleid of hebben hiervan kennisgenomen. Bovendien wordt de wet- en regelgeving van zowel de landelijke als lokale overheden door mensen vaak als complex en weinig transparant ervaren (zie bijvoorbeeld Tiemeijer, 2016), waardoor een afstand tot formele hulpverlening kan ontstaan. Verschillende lokale initiatieven zijn erop gericht om het vertrouwen van burgers te herstellen om zodoende de weg naar (formele) hulpverlening weer vrij te maken. Deze rapportage beschrijft een evaluatie van vier buurtinitiatieven in de stadsdelen Oost, Zuidoost, Noord en Nieuw-West.
De centrale vraagstellingen zijn 1: Wat gebeurt er in het kader van vier lokale initiatieven die ten doel hebben het vertrouwen van Amsterdammers te vergroten om hun financiële problemen (zoals schulden) aan te pakken? en 2: Onder welke voorwaarden zijn deze initiatieven succesvol?1 Bij de beantwoording van deze centrale vraag wordt nadrukkelijk gekeken naar de rol van tussenpersonen: mensen die laagdrempelige hulp, zorg of steun bieden aan bewoners en daarnaast in potentie een brugfunctie naar formele hulpverlening vormen. Het kiezen van dit perspectief brengt een beperking met zich mee: namelijk dat op basis van dit onderzoek geen uitspraken kunnen worden over het landschap van hulpverlening als geheel. De werkwijze, visie en inzet vanuit de formele hulpverlening komen niet aan bod2. Om eerste onderzoeksvraag te beantwoorden zijn de vier buurten eerst kwantitatief geduid op basis van een aantal buurt/wijkkenmerken. Vervolgens zijn ter beantwoording van de tweede vraag observaties gehouden en in totaal 20 interviews gedaan bij verschillende initiatieven: met alle coördinatoren en met vier tussenpersonen uit elk initiatief.
Vier buurten, vier initiatieven De vier buurten verschillen op een aantal dimensies van elkaar. Er zijn twee geografisch kleine buurten (de G-buurt Noord in Zuidoost en de Dichtersbuurt in Nieuw-West) en twee grotere gebieden (de Indische buurt in Oost en de Vogelwijk in Noord). Hoewel de initiatieven in Oost en Noord op een hoger niveau zijn uitgerold, spreken we in deze rapportage steeds van buurten. 1 Zowel de centrale vraagstelling als de bevindingen sluiten aan bij het onderzoek aan bij bevindingen uit recent
gepubliceerd onderzoek van Mak en collega’s (2023) van de HvA (‘Hoe kan doorverwijzing van hulpvragers met een schuld vanuit lokale informele armoede- en schuldenprojecten naar de formele professionele schuldhulpverlening worden geoptimaliseerd?’) waarbij (inf-)formele lokale hulpverlening in vier verschillende steden (Amsterdam, Groningen, Den Haag en Leeuwarden) is onderzocht (Mak et al., 2023). 2 De casus in Zuidoost vormt hierop een uitzondering, omdat het buurtteam in die aanpak een centrale positie
inneemt.
5
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
In de kleinere buurten zijn de financiële problemen van huishoudens het grootst, zo blijkt bijvoorbeeld op basis van indicator ‘Vroeg Erop Af meldingen’. Daar waar de aanpak geconcentreerd is - zich richt op een klein gebied - is er geen sprake van ‘uitmiddeling’ van financiële kwetsbaarheid zoals in de grotere gebieden het geval is. In de twee betrekkelijk kleine buurten in Nieuw-West en Zuidoost, is bovendien het aandeel corporatiewoningen onveranderd hoog, alsook het aandeel mensen dat (zeer) ernstig eenzaam is. Een belangrijke omstandigheid is dat in deze twee buurten grootschalige stedelijke renovatie gaat plaatsvinden en bewoners fasegewijs hun woning (tijdelijk) zullen moeten verlaten. De fundamentele verschillen tussen de vier buurten en de positie en insteek van de coördinatoren hebben geresulteerd in initiatieven met unieke elementen. In onderstaande tabel staan kort de belangrijkste onderdelen van de aanpakken samengevat. Dit overzicht is dus niet uitputtend. Voor een uitgebreide beschrijving van de initiatieven verwijzen we naar hoofdstuk 1. Overzicht van kernelementen uit de vier initiatieven Noord
Zuidoost
Nieuw-West
Oost
inloop in een buurtpand: ondersteuning formeel & informeel
inrichting van een lokaal buurtteam: inloopspreekuur in een woonflat
faciliteren en ondersteunen van bagagedragers
ontwikkeling en implementatie App MokumMatch om buurtbewoners aan hulpverleners te koppelen
huis-aan-huis bezoeken 2 flats: samenwerking WPIBuurtteam-Rode Kruis
extra inzet opbouwwerkers, vorming kernteam met gebiedsmakelaar (gebiedsteam) en wijkcongiërge (woningcorporatie)
creëren van 'tussenruimte': werkgroepen en maandelijkse bijeenkomsten voor formele en informele hulpverleners uit de wijk (dialoog)
trainingen voor buurtbewoners, gericht op vertrouwen en vaardigheden
opleiding tot vertrouwenspersoon en het ondersteunen van een netwerk van vertrouwenspersonen
samenwerking met informeel en formeel
clubhuis voor actieve Noorderlingen: voor o.a. ontmoeting, cursusdeelname, pcgebruik
samenwerking met de woningcorporatie
samenwerkingen met een veelvoud aan welzijnsorganisaties, o.a. Swazoom, Woon!, OKT’s
nabijheid buurtteammedewerk ers: één dag per week werkzaam in wijkkantoor
Educatief Centrum Oost laagdrempelig noodfonds
Bron: O&S Welke positie heeft de coördinator? In alle vier de buurten is de coördinator van de aanpak een betaalde kracht die de rol van verbinder aanneemt. De coördinatoren van de vier initiatieven delen onderling de opvatting dat zij zichzelf niet (uitsluitend) zien als projectleider of coördinator van een project of aanpak. Zij beschouwen zichzelf daarentegen eerder als onderdeel en aanjager van iets dat groter is en geen einddatum kent: er wordt gesproken van een beweging, een netwerk, van community building:
6
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
“We proberen dit netwerk bij elkaar te houden. Wij zien onszelf dus niet als formele of informele partij. Wij zijn de buurt, wij zijn de bewoners. We zijn niet erboven of ertussen, wij zijn het overkoepelende: een vorm van het buurtinitiatief.” - coördinator De vrije beroepsopdracht stelt de coördinatoren in staat om voorbij bestaande kaders van gemeentelijk beleid te denken en op alternatieve manieren in te zetten op het uitbreiden en versterken van buurtnetwerken. Tussenpersonen: behulpzame bewoners, vrijwilligers en professionals met een flexibele beroepsopdracht Community building vindt plaats door het activeren en ondersteunen van tussenpersonen in de buurt. De aanname hierbij is dat zij specifieke groepen bewoners bereiken die een grote afstand ervaren tot het formele hulpaanbod. Tussenpersonen zijn mensen die hulp, zorg of steun bieden aan bewoners en/of een brugfunctie vervullen naar (formele) hulpverleners. De aanname hierbij is dat zij specifieke groepen bewoners bereiken die een grote afstand ervaren tot het formele hulpaanbod. De gehanteerde definitie van tussenpersonen sluit grotendeels aan bij wat Welschen en Schrooten (2022) verstaan onder ‘sociaal schaduwwerkers’. Het enige verschil is dat beroepskrachten in onze evaluatie onder bepaalde voorwaarden ook als tussenpersonen worden beschouwd.
We onderscheiden drie typen tussenpersonen op basis van het soort kennis waarover zij doorgaans beschikken, en de mate van organisatie van hun inzet. Alle tussenpersonen beschikken over nabije kennis: kennis die ontstaat door geografische en culturele nabijheid van bewoners (Welschen, Lucas & Hoijtink, 2021). Bewoners die uit eigen beweging hulpverlenen, beschikken relatief vaak over ervaringskennis, en worden in dit onderzoek behulpzame bewoners genoemd. Tussenpersonen die via een organisatie of op basis van een matchingsstructuur hulp verlenen worden geduid met de term vrijwilliger. Ten derde onderscheiden we professionals met een flexibele beroepsopdracht. De flexibele beroepsopdracht geeft ruimte aan de ontwikkeling van nabije kennis. Hoe ziet de inzet van tussenpersonen eruit? Behulpzame buurtbewoners zien hun inzet vaak als iets vanzelfsprekends, en zijn doorgaans sterk gedreven door eigen ervaringen. Hun hulpverlening verloopt niet volgens een vast stramien, maar ontstaat bij ontmoetingen in de openbaarheid en kenmerkt zich door een hoge mate van flexibiliteit. Naast steun bij kleine hulpvragen, geven zij advies (bijvoorbeeld bij het indienen van een Wmo-aanvraag) aan hun medebewoners en functioneren zij vooral als doorverwijzer.
Vrijwilligers werken volgens een vastere structuur en besteden vaak een aanzienlijk aantal uren van hun week (gemiddeld ongeveer een werkdag) aan het verlenen van hulp. Enerzijds zijn er vrijwilligers die tientallen bewoners ontvangen bij een inloopspreekuur waar (acute) hulpvragen centraal staan. Daarnaast zijn er vrijwilligers, vaak vertrouwenspersonen, die langere tijd steun bieden aan enkele hulpbehoevende bewoners. Beiden zetten in op laagdrempelige
7
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
hulpverlening: ofwel door direct ter plekke met een hulpvraag aan de slag te gaan ofwel doordat zij langdurig ‘naast de bewoner staan’, flexibel en benaderbaar zijn. Professionals die we als tussenpersoon beschouwen hebben weliswaar een beroepsopdracht, maar hebben of creëren daarbinnen flexibiliteit die het mogelijk maakt op nieuwe manieren te werken. Voorbeelden hiervan zijn geringe administratie bij het eerste contact met bewoners en hun aanwezigheid op informele locaties zoals buurthuizen. Hierbij maken professionals dus gebruik van werkzame elementen die kenmerkend zijn voor de werkwijze van vrijwilligers. Het theoretische onderscheid dat we maken tussen de drie typen tussenpersonen strookt niet altijd met de praktijk. Personen kunnen gezien hun inzet soms in twee van de drie categorieën worden ingedeeld, of zelfs in alle drie worden geplaatst. Interessant is de overlap tussen de groepen: zo laten twee casussen zien dat een vrijwilliger en een professional weinig van elkaar verschillen wanneer we afgaan op de hulpvragen die zij in behandeling nemen.
Werkzame elementen en aandachtspunten Voor een uitgebreid overzicht van de wijze waarop tussenpersonen (mede)bewoners hulp bieden, verwijzen we naar hoofdstuk 3. We presenteren de belangrijkste conclusies op basis van deze bevindingen. Wat werkt en welke punten verdienen (meer) aandacht? Persoonlijke ontmoeting Persoonlijke ontmoeting met bewoners is conditioneel voor zowel het bereiken van hulpbehoevende bewoners als bij het bieden van hulp. Doordat tussenpersonen ‘gewoon een praatje maken’ met bewoners, hun eigen ervaringen delen of problemen weten te collectiviseren, kan wederzijdse herkenning en vertrouwen ontstaan. Het onderscheid tussen hulpvrager en hulpgever wordt op deze manier minder scherp. Zichtbaarheid, flexibiliteit en laagdrempeligheid zijn hierbij van cruciaal belang. Concreet houdt dit voor behulpzame bewoners in dat zij doorgaans in de buurt te vinden zijn, bijvoorbeeld op straat, of in een buurthuis of een Huis van de Wijk. “In principe is idee dat we er als vertrouwenspersoon gewoon zijn. Geef mensen zelf de ruimte en op een gegeven moment komt de hulpvraag wel. Zo was het toentertijd ook met een vrouw die ik eerst geholpen had met een praktische hulpvraag. Na vier maanden gaf ze toch aan dat er nog iets meer was.
“ - tussenpersoon, vrijwilliger Bereik van mensen in de schaduw Tussenpersonen bereiken bewoners die bij de lokale overheid en bij formele zorg- en welzijnsinstellingen niet goed in beeld zijn. Welschen en Schrooten (2022) spreken daarom van ‘sociaal schaduwwerk’ waarbij mensen worden bereikt die vanuit formeel perspectief in de schaduw staan. Dit bereik is te verklaren door hun werkwijze, die zich kenmerkt door laagdrempeligheid en flexibiliteit. Sommige vrijwilligers zijn benaderbaar door – vaak na een matchingsproces - ‘naast de bewoner te staan’. Zij staan bewoners direct bij (telefonisch, via ontmoeting of videobellen) op de 8
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
momenten dat hier behoefte aan is. De relatie kenmerkt zich door een zekere mate van intimiteit en continuïteit waarbij de bewoner het tempo aangeeft. Soms komen de hulpvragen pas na maanden van ‘koffiedrinken’ naar boven. Andere vrijwilligers houden spreekuren: zij zijn op vaste momenten en plekken toegankelijk voor hulpvragen. Dit zijn met andere woorden bekende gezichten in de wijk die een imago hebben opgebouwd als ervaringsdeskundige en/of betrouwbare hulpverlener. Voor professionals die we als tussenpersoon markeren, is het ‘onthokken’ – naast de gangbare paden van formele hulpverlening lopen – wat hun geloofwaardigheid vergroot. Taalbarrières en schaamte die de gang van bewoners naar formele hulpverlening in de weg staan worden door tussenpersonen vaak met succes doorbroken. In de ervaring van tussenpersonen speelt schaamte vooral onder migrantengroepen een grote rol. Toch zijn bewoners vaak wel al bij formele instanties geweest op het moment dat zij bij een informele hulpverlener aankloppen (zie ook Dibi, 2020). Zoals eerder onderzoek al aantoonde, staan eerdere negatieve ervaringen met hulpverlening of angst voor de consequenties van het zoeken van formele hulp de weg naar een oplossing vaak in de weg (Sannen, 2003; Welschen et al., 2021).
Hoewel tussenpersonen erin slagen om een deel van de bewoners te bereiken die niet (meer) zelfstandig de stap naar formele hulp willen of kunnen zetten, wordt een deel ook door hen niet bereikt. Er zijn bewoners die nauwelijks in het openbaar verschijnen en niet op de locaties komen waar hulpverleners te vinden zijn. Enkele tussenpersonen wijzen daarom op de noodzakelijkheid van een achter-de-voordeur-aanpak. Het belang van directe hulp dichtbij huis Directe actie kan helpen bij het laten groeien van (dun) vertrouwen. Bewoners zijn erbij gebaat dat wanneer zij een hulpvraag stellen, zij niet in de wacht worden gezet of meteen worden doorverwezen. Dergelijke directe en zichtbare acties troffen we in verschillende vormen aan: van samen googlen om het antwoord op een vraag te vinden, tot het opruimen van een woning en samen in de wacht staan voor de telefonische helpdesk van de Belastingdienst. Directe actie vraagt vaak om een ruimte waar tussenpersonen vindbaar zijn er waar ontmoeting en contact tussen tussenpersonen en andere bewoners mogelijk is. Autonomie en erkenning van tussenpersonen Voor tussenpersonen is het van belang om een zekere mate van autonomie te behouden in het verlenen van hulp. Zo hechten verschillende vrijwilligers gewicht aan het niet-registreren van persoonsgegevens en andere informatie over bewoners.
Hiermee blijft de eigenheid en betrouwbaarheid van de informele hulpverlenen intact. "Nee, ik hou helemaal niks bij. Die persoon komt met wat gegevens op dat moment, en daarmee help ik diegene. Ik sla niks op en vergeet alles, uit privcayoverwegingen. Ik ben geen professional, dit is voor mijn eigen bescherming en de bescherming van mijn cliënt. Dit werkt prettig" - tussenpersoon, vrijwilliger Dit sluit aan bij de eerdere bevindingen dat formele bewonersinitiatieven zich niet lenen voor het vergaand stroomlijnen van taken en financiering, omdat ze geen verlengstuk willen zijn van
9
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
formele instellingen en niet ingekapseld willen worden door de bestaande bestuurlijke structuur (Welschen, Lucas & Hoijtink, 2021). De gewenste autonomie van tussenpersonen staat soms op gespannen voet met een andere behoefte: aan meer samenwerking met formele instanties en de overheid. In deze evaluatie laten we zien dat ook de wens om de eigen hulpverlening af te bakenen raakt aan dit spanningsveld. Brugfunctie onder druk? Waar houdt de inzet van tussenpersonen op? Op welk moment komt de formele hulpverlening in beeld? Op deze vragen bestaat geen eenduidig antwoord. Sommige tussenpersonen doen werk dat tot op zekere hoogte vergelijkbaar is met formele hulpverlening - ook wel aangeduid met substitutie. Andere tussenpersonen bieden juist hulp die doorgaans niet door een formele organisatie worden geboden, en functioneren daarnaast als doorverwijzer naar formele hulp. Intensieve begeleiding naar formele hulp is eveneens onderdeel van wat zij doen. Op deze wijze functioneren zij vaak als voorportaal. Afstand tot de buurtteams De doorverwijzing naar formele partijen hapert soms. Dat kwam in dit onderzoek vooral tot uiting in ervaringen aangaande het buurtteam. Elke Amsterdammer kan bij een buurtteam terecht voor vragen en ondersteuning op het gebied van (sociale) zorg, wonen, gezondheid, werk, meedoen, geldzaken en veiligheid: een veelheid van taken.
Naast hulpverlening op locatie hebben de buurtteams de opdracht om outreachend te werk te gaan, door bijvoorbeeld bij bewoners thuis te komen of door aanwezigheid op vindplaatsen als een Huis van de Wijk. Idealiter biedt het buurtteam dus bij uitstek laagdrempelige toegang tot gemeentelijke hulp. Toch wordt het buurtteam door verschillende tussenpersonen als ‘ver weg’ ervaren in sociaalculturele zin. Dit heeft in enkele gevallen te maken met de fysieke afstand die de hulp voor mindervalide bewoners moeilijk toegankelijk maakt. Tussenpersonen en bewoners ervaren de hulp die zij bij buurtteams ontvangen als voorwaardelijk: zij moeten eerst zelf hun administratie op orde brengen. Een (nog) grotere nabijheid van een of meerdere buurtteammedewerkers en meer samenwerking zijn daarbij wenselijk vanuit het perspectief van de tussenpersonen. Verder spreken enkele tussenpersonen van onderbezetting van het buurtteam, wat samenwerking binnen de initiatieven mogelijk in de weg staat: "Soms merk ik ook dat het systeem overbelast is. Mensen bij de buurtteams heb ik er niet op kunnen betrappen dat ze geen belangstelling hebben.
Wel zie ik dat ze regelmatig te veel steken laten vallen door tijdsgebrek of te veel werk, te hoge druk." - tussenpersoon, vrijwilliger Als laatste is het belangrijk dat wanneer tussenpersonen zelf onvoldoende vertrouwen hebben in formele hulp, dit vertrouwen eerst hersteld zal moeten worden. Op zoek naar nieuwe samenwerkingsvormen Toch is er in de initiatieven middels dialoog en nieuwe manieren van samenwerken een weg ingezet richting nauwere samenwerking. In dit onderzoek is uitgegaan van het perspectief van tussenpersonen. Vanuit hen bestaat een duidelijke wens om nog nauwer samen te werken met 10
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
de buurtteams. Fysieke nabijheid wordt daarbij vaak als concrete werkvorm of voorwaarde aangehaald. Het verdient aanbeveling om uitvoeriger onderzoek te doen naar het perspectief van buurtteammedewerkers in de onderlinge samenwerking tussen formele en informele partijen. Van groot belang hierbij is een dialoog tussen verschillende partijen, informeel en informeel, om ervoor te zorgen dat er gezamenlijk wordt gewerkt aan een oplossing waarin de bewoner centraal staat (Grhorashi, Boersma en Azarhoosh, 2023; van Middendorp, 2022). De inspanningen en lessen uit de casus in Oost, bieden hierbij uitgangspunten (Grhorashi, Boersma en Azarhoosh (2023). Zo stellen zij dat het expliciteren van vooroordelen die informele en formele partijen ten opzichte van elkaar hebben de samenwerking tussen hen bevorderen. De tabel met wederzijdse vooroordelen toont het belang hiervan overtuigend aan (idem, p.101102). Wensen en basisvoorwaarden tussenpersonen Afstemming tussen de inzet van informele en formele hulpverleners verdient dus de nodige aandacht. Dit is in lijn met het belang dat tussenpersonen hechten aan de afbakening van hun hulpverlening. Behulpzame bewoners wijzen op beperkingen aan hun capaciteit. Verschillende vrijwilligers geven aan enkel op specifieke plekken en tijden hulp te willen bieden.
We concluderen dat tussenpersonen in algemene zin hulp behoeven bij het stellen en bewaken van grenzen van hun hulpverlening, omdat zij hier niet altijd zelfstandig in slagen. Deze bevinding is overeenkomstig met onderzoek naar de inzet van vrijwilligers bij thuisadministratie binnen een alliantie bestaande uit cliënten, vrijwilligers en coördinatoren (van Middendorp, 2022). Binnen deze aanpak werd geconstateerd dat voor de vrijwilliger duidelijk moet zijn wat wel en wat niet in hun takenpakket past. Het is raadzaam om deze afbakening niet absoluut, maar in relatie tot overige hulpverleners te bekijken. Concreet houdt dit in dat formele hulpverleners worden toegevoegd aan de ‘alliantie’ die is opgezet rondom ‘hulp bij thuisadministratie’. Erkenning op drie niveaus Tot slot verdient het aanbeveling om stil te staan bij de erkenning van tussenpersonen en hun inzet. Onvoldoende erkenning was een punt dat nadrukkelijk aan bod kwam bij de vrijwilligers, en in geringe mate bij de overige tussenpersonen. Hoewel er vanuit bewoners vaak wel waardering en erkenning voor hun inzet is, is de ervaring van tussenpersonen dat anderen – hoofdzakelijk formele hulpverleners - geen of onvoldoende erkenning hebben voor hun inzet en/of dat zij niet (goed) op de hoogte zijn van hun bestaan. “Ik ben hier omdat ik een groot hart heb.
Iemand bij wie de waardering niet gelijk en goed wordt gezien en uitgesproken, die kan dit werk niet lang volhouden.” - tussenpersoon, vrijwilliger Erkenning is dus meer dan enkel het uitspreken van waardering of het uitreiken van een speldje: dit wordt door Welschen en collega’s (2021) als ‘lichtste’ vorm van erkenning beschouwd. Naast deze lichtste, symbolische vorm van erkenning is er materiële en immateriële ondersteuning die als gewenst of noodzakelijk kan worden gezien. Het gaat dan vooral over de beschikking over een ruimte, maar ook over een klein budget, een klankbord, een netwerk, training en mentale
11
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
ondersteuning. De meest vergaande vorm van erkenning die wordt onderscheiden is de erkenning van de deskundigheid van sociaal schaduwwerkers. Coördinatoren zijn op verschillende manieren tegemoetgekomen aan de twee lichtere vormen van erkenning, maar kunnen gezien hun positie de derde manier van erkenning niet (volledig) zelf bieden. Dit moet ergens anders worden gezocht: bij de buurtteams en overige formele en informele organisaties. Het heden zou er dan ook op gericht moeten zijn werkprocessen in te richten waarbij tussenpersonen en formele hulpverleners als gelijkwaardige partners met elkaar optrekken.
12
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
Inleiding
Bijna drie op de tien Amsterdammers heeft moeite met rondkomen en een op de tien heeft schulden die als problematisch worden ervaren (Schuldenmonitor, verwacht in 2023). Een groot deel ontvangt hierbij geen hulp, iets dat vaak in verband wordt gebracht met tanend vertrouwen van bewoners in (gemeentelijke) hulpinstanties. Verschillende lokale initiatieven zijn er daarom op gericht om dit vertrouwen en het financiële welzijn te herstellen. Vier initiatieven, in vier stadsdelen In 2020 zijn de afdeling Werk, Participatie en Inkomen en stadsdeel Noord in de ontwikkelbuurt Vogelbuurt/IJplein gestart met een nieuw initiatief onder de noemer de Armen Ineen. De kern hiervan is om bestaande, voornamelijk informele netwerken in de buurt in kaart te brengen, te versterken en waar nodig te verbinden met formeel hulpverleningsaanbod. In verschillende andere wijken en in Oost (Indische buurt) en buurten in Nieuw-West (Dichtersbuurt) en Zuidoost (G-buurt Noord) zijn sinds 2020 soortgelijke initiatieven ontplooid. Deze rapportage beschrijft de uitkomsten van een tussenevaluatie van de vier initiatieven3 die gericht zijn op het versterken van vertrouwen en het terugdringen van financiële problemen.
De centrale vraagstelling luidt: Wat gebeurt er in het kader van vier lokale initiatieven die ten doel hebben het vertrouwen van Amsterdammers te vergroten om hun financiële problemen, zoals schulden, aan te pakken? Onder welke voorwaarden zijn deze initiatieven succesvol? Wat hebben de initiatieven met elkaar gemeen? De vier initiatieven zijn op drie manieren overeenkomstig. Ten eerste is er sprake van een algemene doelstelling die luidt dat zo veel mogelijk bewoners die zich in financiële moeilijkheden bevinden boven een zeker financieel bestaansminimum terecht moeten komen. Ten tweede berusten alle initiatieven op de aanname dat het versterken van het vertrouwen van bewoners in elkaar en in hulpinstanties een noodzakelijke conditie is voor het hoofddoel: waar nodig hulpverlenen. Ten derde ligt de focus van de initiatieven op actieve buurtbewoners die een brug kunnen slaan tussen de bewoners en de formele instanties. Vaak wordt daarbij verwezen naar de bestaande kloof tussen de leefwereld van bewoners enerzijds en de systeemwereld van formele instanties zoals de gemeente anderzijds. In deze rapportage verwijzen we naar deze potentiële verbinders met de term tussenpersonen. Hierbinnen maken we onderscheid tussen behulpzame bewoners, vrijwilligers en professionals met een vrije beroepsopdracht.
Waarom een focus op tussenpersonen? Deze tussenevaluatie voorziet in een beschrijving en vergelijking van de initiatieven en de positie van tussenpersonen hierbinnen. We spreken van een tussenevaluatie omdat de initiatieven 3 We gebruiken de termen initiatief en aanpak afwisselend, als synoniemen.
13
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
voortduren tijdens de evaluatie en een traditionele ex post evaluatie dus niet mogelijk is. Anders dan de effectiviteit van de activiteiten in het verhelpen van schulden is de centrale vraag hierbij: op welke manier gaat men te werk in het kader van de vier initiatieven? Vervolgens gaan we dieper in op de rol van tussenpersonen en de vraag in welke situaties, voor welke bewoners en onder welke voorwaarden tussenpersonen het verschil kunnen maken voor hulpbehoevende bewoners. De resultaten hiervan verschaffen inzicht in de vier initiatieven zelf en bieden daarnaast handvatten voor het implementeren van soortgelijke initiatieven in andere Amsterdamse buurten. Een tussenpersoon in reactie op de vraag: wat zou je de wethouder adviseren bij het streven naar schuldenvrije wijken (voor een totaaloverzicht van reacties zie bijlage I):
“Geen kleine vraag. Ik zou dat aspect van wantrouwen echt niet te licht nemen. Als je vertrouwen kan kweken, niet alleen eerste contact maar ook opvolging, dat je zorgt dat mensen echt goed terecht komen en écht geholpen worden. Als er 5 geholpen worden, horen 15 andere mensen daarover. […]. Neem mensen serieus en luister goed, neem de tijd. Zorgen dat er vertrouwen ontstaat en dat zit ook echt in een gedegen opvolging.”
Data en onderzoeksmethode Met uitzondering van de kwantitatieve gegevens die in hoofdstuk 1 aan bod komen, is deze tussenevaluatie gebaseerd op kwalitatief onderzoek. Het veldwerk vond plaats in de periode van mei tot eind december 2022. Face-to-face interviews met de verschillende 'coördinatoren’ vormden het startpunt (zie bijlage II). Daarnaast sloten onderzoekers van O&S met enige regelmaat aan bij de bijeenkomst ‘Amsterdam Schuldenvrij’, waar de coördinatoren en soms ook afgevaardigden van andere betrokken partijen vertelden over de laatste ontwikkelingen binnen hun werkveld. De relatief korte afstand tussen onderzoekers en coördinatoren die hiermee tot stand gekomen is, verdient vermelding omdat het de richting van het onderzoek, de ingang tot enkele respondenten, en de terminologie die we in deze tussenevaluatie gebruiken heeft beïnvloed. Onderzoekers liepen enkele dagdelen mee bij bijeenkomsten die in het kader van de vier initiatieven worden gehouden. Voorbeelden hiervan zijn inloopspreekuren, werkbesprekingen en feestelijke bijeenkomsten met bewoners in de verschillende buurten en wijken. In dit onderzoek heeft (participatieve) observatie verschillende voordelen ten opzichte van traditionele instrumenten voor kwalitatief onderzoek, zoals interviews en focusgroepen.
Ten eerste kan met deze methode van participatie non-verbale communicatie worden waargenomen en gedocumenteerd. Ten tweede kunnen observaties aanvullend zijn op interviews, omdat acties direct tot de observator komen: van eventuele discrepanties tussen wat met zegt te doen en wat men doet is bij observaties geen sprake. Tot slot raken onderzoekers via observaties beter bekend met de context, met de betrokken personen en met sommige bewoners. Dit geeft toegang tot personen die als tussenpersoon gemarkeerd kunnen worden.
14
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
Hiernaast zijn er 16 diepte-interviews met tussenpersonen afgenomen waarin drie hoofdthema’s werden besproken, te weten de positie van de tussenpersoon in de buurt en de aanpak, het doel de acties en de motivatie van de tussenpersoon en de ondersteuning die tussenpersonen ontvangen of wensen te ontvangen (zie bijlagen III en IV). De interviews zijn getranscribeerd en via open codering geanalyseerd. De casusbeschrijvingen berusten op de interviews, vaak in combinatie met de aantekeningen van de observaties. Zonder de inzet en medewerking van de coördinatoren en tussenpersonen - bewoners, vrijwilligers, professionals - was deze evaluatie niet mogelijk geweest. Wij zijn hen hier dan ook zeer erkentelijk voor. Leeswijzer In het eerste hoofdstuk zijn de vier initiatieven beschreven aan de hand van vier vragen: 1. Hoe ziet de aanpak eruit en hoe is deze ingebed? 2. Hoe ziet de doelgroep eruit? 3. Wat is de belangrijkste doelstelling? 4. Hoe wordt aan deze doelstelling gewerkt? Bij de beantwoording van deze vragen nemen we een aantal basiskenmerken van de buurt in ogenschouw, zoals de woningbouw, alsook de demografische en sociaal-economische achtergrond van bewoners. Zo kijken we naar het aandeel dat bijstandsafhankelijk is. De indicator migratieachtergrond is opgenomen omdat deze iets kan zeggen over de mate waarin er taalproblemen bestaan onder bewoners.
Of bewoners formele hulp ontvangen bij schulden maken we op uit cijfers over gemeentelijke schuldhulpverlening, wanbetalerstrajecten (CAK) en Vroeg Erop Af meldingen. In het tweede hoofdstuk lichten we enkele unieke aspecten van de vier initiatieven uit. Hierbij besteden we aandacht aan de positie van de ‘coördinatoren’ van de initiatieven, waarbij de haakjes aangeven dat deze term niet in alle gevallen de meest accurate is. Wel staat vast dat zij allen een actieve rol hebben in de aanpak als initiatiefnemer kunnen worden gezien. Omdat ook tussenpersonen een cruciale rol vervullen, kijken we naar verschillen in de selectie, positie en ondersteuning van tussenpersonen. Tot slot komen beknopt verschillen in de fysieke omgeving aan bod: de rol van stedelijke vernieuwing en van vindplaatsen. Naast de unieke elementen worden ook belangrijke gemene delers besproken. Vanwege het belang dat binnen initiatieven wordt toegedicht aan de inzet van tussenpersonen, gaan we in de kern van deze tussenevaluatie uit van hun perspectief. Hoofdstuk drie richt zich op deze bewoners die een belangrijke rol vervullen in zowel het verbinden van hulpbehoevende bewoners aan partijen die hulp kunnen bieden, als bij het eigenhandig ondersteunen van bewoners met een hulpvraag. We gaan in op hun positie, motivatie en acties op basis van vier vragen.
Aan de hand van verschillende casussen wordt in hoofdstuk drie uitgebreider in gegaan op de manieren waarin vertrouwen een rol speelt in de handelingen van tussenpersonen. We eindigen met werkzame en kwetsbare elementen van hun inzet. Adviezen van tussenpersonen aan de wethouder zijn opgenomen in bijlage I. 15
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
1 Vier initiatieven in vier stadsdelen
Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van de vier verschillende lokale initiatieven om schulden aan te pakken. De centrale vraagstelling van dit hoofdstuk luidt: Hoe zien de initiatieven eruit en hoe zijn deze ingebed in de lokale context? We beantwoorden deze vraag voor de vier initiatieven afzonderlijk op basis van een viertal subvragen: 1. 2. 3. 4.
Hoe ziet de aanpak eruit en hoe is deze ingebed? Hoe ziet de doelgroep eruit? Wat is de belangrijkste doelstelling? Hoe wordt aan deze doelstelling gewerkt
In hoofdstuk 2 plaatsen we de initiatieven naast elkaar en bespreken we de voornaamste overeenkomsten en de punten waarop de initiatieven van elkaar verschillen.
1.1 Noord: de Armen Ineen Oorsprong en situering van de aanpak De aanpak de Armen Ineen komt voort uit de observatie door verschillende gemeentelijke actoren dat er Noorderlingen zijn die wel met schulden en/of in structurele armoede leven, maar niet worden bereikt via de reguliere kanalen die er zijn voor Amsterdammers in een dergelijke situatie. Tegelijkertijd observeren dezelfde actoren dat er in het stadsdeel een uitdaging bestaat op het gebied van vertrouwen en de verbinding tussen het formele en het informele veld. De Armen Ineen is inmiddels onderdeel geworden van de Aanpak Noord, waarvan de belangrijkste doelstelling is het versterken van het vertrouwen in de overheid. Zowel in de Aanpak Noord als in de Armen Ineen wordt dit gedaan door Noorderlingen een grote rol te geven in het formuleren van oplossingen. Bij De Armen Ineen betekent dit dat er wordt gebouwd aan een community van buurtbewoners die een brugfunctie vervullen tussen bewoners en de meer formele hulpverlening, zoals door het buurtteam. In het vervolg van dit stuk doelen we op De Armen Ineen als we spreken over ‘de aanpak’. De aanpak wordt aangestuurd door een projectleider, die nadruk legt op het proces van faciliteren en verbinden en vergroten van vertrouwen. De aanpak richtte zich in eerste instantie op twee buurten, namelijk de Vogelbuurt en het IJplein.
Gaandeweg is ervoor gekozen om vooral met de Vogelbuurt verder te gaan omdat, in de woorden van de projectleider, “daar reeds een actieve bewonersgroep vindbaar en te betrekken was”. Ook voor de Motorwal, Bankwerkerij en omgeving sloten bewoners snel aan. Op het IJplein (roze flats bij de pont) is de aanpak niet gecontinueerd omdat er geen bewoners te vinden waren die zich aan de aanpak wilden committeren. Bewoners gaven aan eerder gebruik te maken van (sociale) voorzieningen ‘over het water’ dan in eigen buurt. De buurt geeft wel aanleiding tot zorg en is nu in samenwerking met Eigen haard in het vizier voor een aanpak sociaal renoveren. 16
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
Populatie en doelgroep In januari 2022 telde Vogelbuurt/IJplein 8.046 inwoners. De buurt bestaat voor een groot deel (73%) uit sociale huurwoningen. Dit is een veel hoger aandeel dan in heel Amsterdam, waar 41% van de woningvoorraad sociale huurwoningen betreft. Er is wel een dalende trend van het aandeel sociale huurwoningen ( -8% in de periode 2011-2022) en een toename van het aandeel koopwoningen (+33%). Ook het aandeel particuliere huurwoningen is toegenomen. De samenstelling van de buurt is hierdoor zichtbaar veranderd. Tabel 1 Bewonerskenmerken van IJplein/Vogelbuurt ten opzichte van Amsterdam, procenten (20172022) Amsterdam
IJplein/Vogelbuurt
aantal bewoners (aantallen)
2022
881.933
8.046
65+
2022
13,1
13,0
75+
2022
5,2
4,8
eerste generatie migratieachtergrond
2022
35,8
35,6
tweede generatie migratieachtergrond
2022
22,2
24,4
geen migratieachtergrond
2022
41,9
40,0
minimahuishoudens (120% WSM en weinig vermogen)
2021
15,6
27,0
totaalbereik minimavoorzieningen
2021
74,0
82,0
AO-uitkering (15-65)
2020
5,4
8,9
bijstand (15-65)
2020
5,7
10,2
SHV
2021
0,8
1,1
Vroeg Eropaf Meldingen (huishoudens), jan-jun 2022
2022
4
3
Wanbetalersregeling (CAK), peilmaand 1-7-2022
2022
2,5
3,2
(zeer) ernstig eenzaam
2020
15
18
ernstige psychische klachten
2020
9
12
lichamelijke beperkingen
2020
15
21
voorzieningengebruik
2020
17,7
27,5
buurtactiviteiten per 1000 inwoners (aantallen)
2021 (2019)
3,5 (4,0)
(5,9)
betrokkenheid buurtbewoners (1-10)
2021
6,4
6,6
buurt: tevredenheid met eigen buurt (1-10)
2021
7,6
7,4
eigendomsverhouding: corporatiewoningen
2021
40,6
72,5
Bron: O&S
De buurt wordt gekenmerkt door een groot aandeel minimahuishoudens: 27% van de huishoudens moet rondkomen van minder dan 120% van het Sociaal Minimum, in Amsterdam gemiddeld is dit ongeveer 16% (tabel 1). Dit relatief hoge aandeel minimahuishoudens vindt zijn weerslag in het voorzieningengebruik wat met 82% van de bevolking ruim boven het Amsterdams gemiddelde ligt. Ook het aandeel bewoners dat zich (zeer) ernstig eenzaam voelt (18%) en het aandeel inwoners met ernstige psychische en/of lichamelijke klachten (respectievelijk 12% en 21%) liggen boven het Amsterdams gemiddelde. Vergelijken we dit met 17
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
de andere buurten en wijken in het onderzoek dan is het aandeel dat zich eenzaam voelt relatief laag. Hoewel het aandeel mensen dat zich eenzaam voelt met 18% een fractie hoger ligt dan het Amsterdams gemiddelde, is dit het laagste percentage van de vier buurten/wijken in dit onderzoek. Tegenover deze problematieken valt een ander kenmerk duidelijk op: het aantal buurtactiviteiten per 1.000 inwoners ligt met 5,9 ruim boven het stedelijk gemiddelde. Ook de betrokkenheid van de buurtbewoners ligt iets boven het stedelijk gemiddelde, en de tevredenheid met de eigen buurt ligt met een rapportcijfer van 7,4 weliswaar iets lager dan het stedelijk gemiddelde, maar in vergelijking met de andere buurten in dit onderzoek hoog. De betrokkenheid van buurtbewoners is op basis van de een rapportcijfer hoger dan het stedelijk gemiddelde (rapportcijfer 6,6). De doelgroep van de aanpak betreft de gehele beschreven populatie en overstijgt verschillen: ”de aanpak is van en voor iedereen.” Zo benoemt de projectleider enerzijds de strafrechtadvocaat die af en toe helpt bij het schrijven en/of begrijpen van juridische brieven voor bewoners die geen geld of mogelijkheid hebben om juridisch advies te krijgen, maar anderzijds ook de bejaarde bewoonster die altijd heeft gewoond en gewerkt in de buurt, en die iedereen kent en daardoor een echte verbinder is voor nieuwkomers in de buurt.
Belangrijkste doelstelling De belangrijkste doelstelling van de aanpak in Noord is tweeledig, namelijk het vergroten van het vertrouwen tussen bewoners onderling en van bewoners naar instanties, en het verminderen van problematiek van armoede en schulden, bruggen bouwen tussen leefwereld en systeemwereld. De manier waarop de twee doelstellingen zich tot elkaar verhouden is niet eenduidig. Armoede en schulden kunnen leiden tot afbreuk van vertrouwen, bijvoorbeeld doordat bewoners bij gebrek aan geld minder deelnemen aan het openbare leven. Andersom kan een gebrek aan vertrouwen leiden tot isolatie en het uitblijven van gewenste of zelfs noodzakelijke ondersteuning. Afgezien van het gegeven dat de twee factoren elkaar wederzijds beïnvloeden, is er sprake van een hiërarchie in problematiek, waarbij vertrouwen als voorwaarde of ‘basis’ moet worden beschouwd, voor het bieden van ondersteuning bij armoede schuldenproblematiek. In de woorden van de projectleider: “Of er sprake is van één belangrijkste doelstelling? Als je het aan mij vraagt dan is dat het herstel van vertrouwen. Want dat is volgens mij altijd de basis van élke problematiek die er is en die opgelost moet worden. […]” “Er zijn mensen die zich niet prettig voelen op de plek waar hulp wordt aangeboden. Mensen die zich niet gehoord, gezien, gerepresenteerd voelen.
Mensen hebben het idee dat er van hen genomen wordt, maar niet aan hen gegeven wordt. Dat gaat eigenlijk allemaal over vertrouwen.”
18
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
Hoe wordt aan deze doelstelling gewerkt? Inloop Adelaarsweg Sinds april 2022 kunnen Noorderlingen elke woensdag terecht aan de Adelaarsweg. In het kader van ‘Amsterdam Schuldenvrij’ is daar een ruimte beschikbaar gesteld waar de projectleiders en bagagedragers (tussenpersonen) voor bewoners klaar zitten. Het is een ruimte waar mensen hun verhaal kwijt kunnen en waar eventueel samen met bewoners bekeken kan worden welke stappen gezet kunnen worden om de eigen financiële situatie te verbeteren. Naast de projectcoördinatoren en de tussenpersonen kunnen op casusniveau ook formele hulpverleners worden betrokken. Buurtkrantje Een eerste product dat voortgekomen is uit de aanpak is het buurtkrantje, voor en door bewoners gemaakt en in kleine oplage verspreid. Hierin wordt onder andere het aanbod van en de vraag naar vrijwilligers in de buurt beschreven. Het krantje was een startactiviteit en kan in het vervolg incidenteel worden uitgegeven. Volgens de projectleider heeft het buurtkrantje niet alleen tot een match van vraag en aanbod van vrijwilligerswerk geleid, maar ook tot meer sociale cohesie (bijvoorbeeld in de vorm van een buurtbarbecue en een buurtcommissie) en tot hulpvragen bij schuldenproblematiek.
Inzet en ondersteuning van bagagedragers De kern van de aanpak bestond aanvankelijk uit het trainen van een netwerk van sleutelfiguren, bagagedragers genoemd, en hen te verbinden aan huishoudens die hulp nodig hebben. Deze bagagedragers-aanpak is van start gegaan en telt wisselend ongeveer vijftien actieve buurtgenoten uit de Vogelbuurt. De training die zij gevolgd hebben is minder formeel ingestoken dan aanvankelijk beoogd was, volgens de projectleider omdat de bewoners meer behoefte bleken te hebben aan praktische tips on the spot. De projectleider koppelt signalen van bewoners of professionals zoals de gebiedsmakelaar aan een passende bagagedrager. Het kan daarbij gaan om kleine diensten als het brengen en halen van buurtbewoners naar een ziekenhuisafspraak, het plegen van een telefoontje naar een instantie, het geven van een lift naar Resto Van Harte, het informeren naar hoe het met iemand gaat die al lang niet meer buiten komt, het aanvragen van een stip op een Stadspas, of hulp met brieven en (aanvraag-) formulieren. Er zijn ook bagagedragers die gratis eten uitdelen of koken voor de buurt. Daarnaast wijzen bagagedragers op mogelijkheden voor (financiële) ondersteuning zoals bijvoorbeeld van het buurtteam. Dit alles wordt gecoördineerd vanuit een centraal gelegen pand in de Vogelbuurt, waar op woensdagmiddag een open inloop is voor bagagedragers en bewoners.
Vanuit dit pandje worden de bagagedragers gefaciliteerd: zo kan er gebruik gemaakt worden van kastruimte om spullen in op te bergen of van de printer om aankondigingen van evenementen in de buurt uit te printen. Ook hadden de bagagedragers beschikking over een beperkte hoeveelheid handgeld in de vorm van een maatwerkbudget. Daarnaast is er een whatsappgroep waarin sleutelfiguren, coördinator en twee medewerkers van fonds bijzondere noden in zaten. Dit platform wordt betrekkelijk 19
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
weinig gebruikt. Ook van het fonds bijzondere noden is in praktijk weinig gebruik gemaakt, omdat er al voldoende aanbod zou zijn in de vorm van mogelijke financieringsbronnen via bestaande relaties met het Leefkringhuis of via het gebiedsteam MokumMatch Een ander concreet product dat is ontwikkeld binnen de aanpak is de matchingstool MokumMatch (‘Jouw beginpunt voor een leven zonder zorgen’). Deze app is ontwikkeld met behulp van het IV lab van de gemeente Amsterdam, met input van bewoners uit de Vogelbuurt zelf, en beoogt een match te maken tussen een hulpbehoevende Noorderling en de best passende ondersteuning in de vorm van een concreet persoon. Die persoon kan een ervaringsdeskundige buurman of buurvrouw zijn die een luisterend oor biedt, of een professional die kan meedenken over een oplossing voor een financieel probleem. De match die wordt gemaakt is gebaseerd op een aantal stellingen die samen met de bewoners zijn geformuleerd, en waarop gereageerd kan worden met ‘eens’ of ‘oneens’. Voorbeelden van stellingen die in Mokummatch zijn gebruikt: ‘Ik wil meteen aan de slag’; ‘Ik wil een luisterend oor’; ‘Ik wil meer info over wat ik kan doen bij schulden’; ‘Ik wil het met iemand samendoen’; ‘Ik wil het zelf oplossen’; ‘Ik wil mijn gegevens delen’. Op basis van de antwoorden komt er een match uit de app, in de vorm van drie namen van personen met foto’s en contactgegevens.
De matchingstool is nog niet operationeel doordat het buurtteam nog geen collega’s heeft aangeleverd, dus er zijn nog geen gebruiksgegevens beschikbaar. Samenwerking met informele en formele partijen Binnen de aanpak is samenwerking gezocht met alle informele en de meeste uitvoerende formele partijen, zoals het Leefkringhuis, buurthuis de Meeuw, Doras welzijn, Dock, Spin, Adam Toren, gezellig op stap met Linda, Sonja Kookt , Elythe by Petra, Helens Free Food Market. Daarnaast is er verbinding gelegd tussen bewoners uit Noord met bedrijven in het Hamerkwartier: het gaat om bedrijven die hun rol als sociaal ondernemer vorm willen geven met bewoners. Hieruit zijn al meerdere goed bezochte activiteiten voortgekomen, waaronder een buurtlunch met 170 deelnemers en een eindejaars-lunch met 180 deelnemers. Nog geen nieuwe samenwerkingsvormen met het buurtteam Ondanks inspanningen vanuit het stadsdeel zijn er nog geen duurzame afspraken over samenwerken en borgen van de inzet van het Buurtteam Oud Noord. Hiertoe zijn wel enkele pogingen ondernomen. Zo is aanwezigheid van buurtteammedewerker(s) op vindplekken zoals de Moskee of een buurthuis gevraagd. Ook op andere manieren is inzet en/of medewerking van het buurtteam gevraagd, bijvoorbeeld ondersteuning aan de Adelaarsweg en bij de lancering van de Mokum Match app. Hierbij is nog geen succes geboekt.
In de pijplijn Naast de hierboven beschreven onderdelen en uitkomsten van de aanpak in Noord, is nog een aantal overige inspanningen verricht die nog verder vorm moeten krijgen: 1. Oprichting clubhuis voor actieve Noorderlingen: Naar verwachting opent medio 2023 Bondgenoten: een plek waar actieve Noorderlingen (tussenpersonen/sleutelfiguren/bagagedragers) die zich inzetten voor medebewoners 20
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
samen kunnen komen. Naast het gebruik van de ruimte, kunnen zij gebruik maken van het cursusaanbod, hulp bij administratie en hebben zij toegang tot het internet en een printer. 2. Sociale renovatie. Gedurende het half jaar voorafgaand aan de renovatie van corporatiewoningen wordt actief ingezet om buurtbewoners te verbinden met inzet van informele activiteiten, zodat bewoners in deze fase al in beeld te komen. Het doel daarvan is preventief te kunnen ondersteunen bij schulden en/of structurele armoede. Op tijd in beeld zijn kan eraan bijdragen dat er geen schrijnende situaties ontstaan waarin een verhuisvergoeding gebruikt gaat worden om bestaande schulden op te lossen.
1.2 Zuidoost: Integrale aanpak Sociaal Buurtteam G-buurt Oorsprong en situering van de aanpak In vergelijking tot de andere drie initiatieven zou de ‘integrale aanpak G-buurt’ als de meest geïnstitutionaliseerde aanpak kunnen worden bezien, met als opdrachtgevers OJZD, WPI en het stadsdeel. Een projectleider is aangesteld als manager van zowel het formele netwerk als de informele partners en bewoners. Centraal binnen de aanpak is de inrichting van een buurtteam met een inloop in een van de flats (hierna: lokaal buurtteam) en de huis-aan-huis-bezoeken die door een team van medewerkers van WPI, het Rode Kruis en het Buurtteam G-buurt Noord worden afgelegd. De schuldenaanpak waarvan de inloop en huis-aan-huis bezoeken onderdeel zijn, staat niet op zichzelf. De G-buurt (Noord) maakt onderdeel uit van een veelvoud aan ontwikkelprogramma’s. Zo is het een van de ‘ontwikkelbuurten’ en is de G-buurt samen met Holendrecht en Venserpolder aangemerkt als hotspot binnen de Masterplannen Zuidoost. Daarnaast zijn er opdrachten als ‘Gelijke Kansen Jeugd’, ‘Amsterdam Schuldenvrij’, en de doorontwikkeling van sociale wijkteams en de Amsterdamse maatwerk methode. In het vervolg van dit stuk doelen we op de integrale aanpak G-buurt, als we spreken over ‘de aanpak’.
Samen met de Dichtersbuurt (Nieuw-West) is de aanpak in de G-buurt ook de meest geconcentreerde, ofwel kleinschalige van de vier die in dit rapport aan bod komen. In hoofdzaak gaat het om de bewoners van twee flats in de G-buurt Noord, te weten Gravenstein en Geldershoofd (zie figuur 2). Deze twee flats bestaan uit 951 corporatiewoningen die door woningcorporatie Rochdale worden verhuurd. Rochdale is een belangrijke partner in het bereiken van de bewoners van de flats, te meer omdat eind 2023 gestart wordt met een grootschalige renovatie. Samen met Rochdale heeft de gemeente een plan opgesteld om parallel aan de renovatie van de flats ook te zorgen voor verbetering van sociaaleconomische omstandigheden van de bewoners. De gemeente en Rochdale werken hierbij dus nauw samen. Het Rode Kruis is een derde samenwerkingspartner. Daarnaast bestaan er samenwerkingen met een veelvoud aan welzijnsorganisaties als stichting MEE, de Regenboog en Swazoom en platforms of netwerken zoals het taalnetwerk en platform informele zorg.
Populatie en doelgroep Begin 2022 stonden 1.753 bewoners ingeschreven op de ongeveer 950 adressen die de twee flats tellen. De bewoners worden gekenmerkt door het relatief lage aantal 65+’ers en 75+’ers, 21
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
respectievelijk 7,8% en 1,7% ten opzichte van het Amsterdams gemiddelde van 13,1% en 5,2% (tabel 2). Daarnaast wonen er relatief veel Amsterdammers met een migratieachtergrond in deze buurt: ruim 90% waar dit voor heel Amsterdam 58% is. Tabel 2 Bewonerskenmerken van G-Buurt Noord ten opzichte van Amsterdam, procenten (2017-2022) Amsterdam
G-Buurt Noord
aantal bewoners (aantallen)
2022
881.933
1.753
65+
2022
13,1
7,8
75+
2022
5,2
1,7
eerste generatie migratieachtergrond
2022
35,8
59,3
tweede generatie migratieachtergrond
2022
22,2
31,0
geen migratieachtergrond
2022
41,9
9,7
Minimahuishoudens (120% WSM en weinig vermogen)
2020
15,6
44,0
totaalbereik minimavoorzieningen
2021
74
71
AO-uitkering (15-65)
2020
5,3
6,7
bijstand (15-65)
2020
6,1
23,3
SHV
2021
0,8
2,8
Vroeg Eropaf Meldingen (huishoudens), jan-jun 2022
2022
4,0
16,0
Wanbetalersregeling (CAK), peilmaand 1-7-2022
2022
2,5
9,7
(zeer) ernstig eenzaam
2020
15
26
ernstige psychische klachten
2020
9
15
lichamelijke beperkingen
2020
15
30
voorzieningengebruik
2020
17,7
36,2
buurtactiviteiten per 1000 inwoners
2021 (2019)
3,5 (4,0)
2,3
betrokkenheid buurtbewoners (1-10)
2021
6,4
5,9
buurt: tevredenheid met eigen buurt (1-10)
2021
7,6
6,4
eigendomsverhouding: corporatiewoningen
2021
40,6
100,0
Bron: O&S
Daarnaast wordt de buurt gekenmerkt door de grote hoeveelheid sociale huurwoningen van relatief grote omvang (gemiddeld 64 m2 en 2,5 kamers). Ruim vier op de tien bewoners van de Gbuurt Noord maken deel uit van een ‘minimahuishouden’: een huishouden dat moet rondkomen van minder dan 120% van het Sociaal Minimum (SM) en daarnaast geen tot weinig vermogen heeft. Dit is drie keer hoger dan gemiddeld in Amsterdam. Het aandeel dat een bijstandsuitkering ontvangt is maar liefst vier keer hoger dan het Amsterdams gemiddelde. Het aandeel bewoners in een schuldhulpverleningstraject ligt in de G-buurt Noord bijna vier keer zo hoog als in Amsterdam. Het aandeel dat bekend is bij ‘Vroeg erop af’ ligt iets lager dan op basis van eerdergenoemde cijfers verwacht zou worden. Het bereik van de gemeentelijke voorzieningen (Stadspas, Scholierenvergoeding, Collectieve zorgverzekering, Gratis OV 65+ en/of TAOV) ligt met 71% iets lager dan het Amsterdams gemiddelde. Dit betekent dat ongeveer drie op de tien rechthebbenden geen gebruik maken van gemeentelijke voorzieningen.
22
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
Eenzaamheid komt relatief vaak voor in de G-buurt Noord: meer dan een kwart (26%) voelt zich (zeer) ernstig eenzaam. Wat betrokkenheid en tevredenheid met de buurt betreft scoort de Gbuurt iets lager dan het Amsterdams gemiddelde. Toch krijgen beide een voldoende. In principe behoren alle bewoners van de G-buurt Noord tot de doelgroep, omdat zij allemaal te maken hebben of krijgen met de renovatie van hun woning en daarmee met een (tijdelijke) verhuizing die financiële onzekerheden en risico’s met zich meebrengt. Gezien de veelal marginale inkomenspositie is de kans op betalingsachterstanden of schulden daarbij reëel. Met name bewoners die moeten rondkomen van het minimum (ongeveer 44%) zullen het in de huidige omstandigheden financieel zwaar hebben. Ook andere kenmerken, die niet geregistreerd worden of niet kunnen worden uitgedrukt in cijfers, spelen een rol bij de bewoners van G-buurt Noord. Vijf factoren kwamen naar voren tijdens gesprekken met tussenpersonen en observaties: 1. De meerderheid is niet in Nederland geboren en is (bijgevolg) de Nederlandse taal onvoldoende machtig; 2. Gerelateerd aan punt 1 hebben bewoners in de regel beperkte kennis van gemeentelijke en landelijke wet- en regelgeving (voorzieningen); 3. Onder de bewoners zijn relatief veel gedupeerden van het toeslagenschandaal, waardoor zij al gedurende zeer lange tijd financiële problemen ondervinden; 4.
Bij meer dan de helft van de bewoners zou sprake zijn van een licht verstandelijke beperking (WPI schouw, 2019), wat de financiële organisatie van het huishouden en de omgang met instanties sterk bemoeilijkt. Aangenomen wordt dat dit punt niet op zichzelf staat, maar juist interacteert met eerdergenoemde moeilijkheden; 5. Er wordt breed aangenomen dat een deel van de bewoners van de twee flats niet staat ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP) – bijvoorbeeld door het ontbreken van verblijfsdocumenten. Zonder verblijfsadres of verblijfsdocumenten heeft een bewoner geen toegang tot rijks- en gemeentelijke voorzieningen. Een formeel vangnet ontbreekt dus voor deze bewoners en formele instanties zullen actief worden vermeden door een deel van deze bewoners. Zo stelt de coördinator: “Voor een deel zijn de hulpbehoevenden al zichtbaar omdat zij al in een zorgtraject zitten. Dit zijn o.a. de toeslagenaffaire-adressen, mensen met een uitkering, mensen die acuut zorg of ondersteuning nodig hebben. Een deel blijft onzichtbaar. Ik denk dat ik ongeveer 20% van de flatgebouwen niet goed zal kunnen bereiken. Dit heeft meestal niet te maken me zorgmijding, maar het niet gewend zijn dat er voor bewoners zo veel te halen valt; dus gewoon niet op de hoogte zijn van de voorliggende zorgvoorzieningen, of inzien dat dit nodig is. Dit speelt allemaal mee.
Daarnaast weten we dat veel ongedocumenteerden of niet-geregistreerde familieleden op die adressen verblijven.”
Naast de eerdergenoemde risicofactoren en doelgroepen verdienen ook jongeren, statushouders en nieuwe bewoners (extra) aandacht binnen de nieuwe samenwerkingen, aldus de coördinator.
23
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
Belangrijkste doelstelling Voor de coördinator in Zuidoost staan twee doelstellingen centraal. Ten eerste is het streven om bewoners ‘een stapje in de goede richting te kijgen’. Hierbij wordt vooral het belang benadrukt van ‘hereiken zonder aannames’. Binnen de aanpak zouden bewoners de ruimte moeten ervaren om een hulpvraag te stellen zonder dat hierbij (direct) wordt teruggegrepen naar lopende trajecten en eerdere ervaringen met hulpinstanties. Hierbij valt regelmatig de term ‘maatwerk’. Het werken aan een hulptraject vereist een zekere mate van samenwerking tussen de verschillende partijen, wat als tweede doelstelling kan worden gezien. De coördinator licht toe: “Een netwerk is mega belangrijk voor mij, A) omwille van de informatie en B) om te weten wie erbij gehaald moet worden of hoe we het gaan repareren of organiseren. Ik zorg ervoor dat het buurtteam vanuit mijn netwerk, aansluiting kan vinden bij het (in)formele netwerk) en vervolgens laat ik het los, maar ik houd wel vinger aan de pols. Niet alleen de bewoner, maar ook de medewerker heeft een netwerk nodig.” De noodzaak hiervan komt volgens de coördinator vooral voort uit de neergang in samenwerking tussen (welzijns-)organisaties tot de (her-) invoering van Buurtteams in april 2021: “Voordat het buurtteam er was, waren er allemaal losse organisaties. Iedereen zat voor zijn eigen schoorsteen te roken.
De laatste jaren zijn we weer zij aan zij gaan werken, en daarmee meer op gezamenlijke basis voor onze Amsterdammers gaan optreden.” Concluderend worden bewoners vanuit de “Integrale aanpak Sociaal Buurtteam’ zonder aannames tegemoet getreden om ze een stapje verder te helpen. Hiertoe wordt gewerkt aan het versterken van het netwerk bestaande uit zowel formele als informele hulpverleners.
Hoe wordt aan deze doelstelling gewerkt? In de G-buurt noord zijn twee concrete nieuwe werkvormen ingericht om aan eerder beschreven doelstellingen te werken. Beide vormen zijn in de kern bij het Buurtteam belegd. Het Buurtteam wordt vanuit het initiatief dan ook als belangrijkste speler en bovendien als centrale verbinder gezien in het gehele netwerk bestaande uit informele en formele actoren (zie hoofdstuk 2). Inloopspreekuur lokaal Buurtteam Ten eerste is in het kader van outreachend werken besloten om het Buurtteam in fysiek opzicht dicht bij de bewoners te brengen door een extra inloopspreekuur te starten. Sinds april 2021 is het Buurtteam (voorheen MaDi) in aanvulling op de Karspeldreef ook gehuisvest binnen een van de flats in G-buurt Noord, te weten Gravestein. Hier kunnen bewoners zonder afspraak langskomen op maandag- en woensdagochtend en op dinsdag- en donderdagmiddag. Buurtteammedewerkers helpen bewoners daar ter plekke met verschillende enkelvoudige vragen. Met regelmaat werken ook Sociaal Raadslieden, schuldhulpverleners en een medewerker van stichting MEE op de inlooplocatie in Gravestein. In dit onderzoek refereren we aan deze locatie met de term ‘lokaal buurtteam’. Vanuit deze locatie worden met regelmaat andere partijen geconsulteerd, zoals het OKT. 24
O&S Tussenevaluatie Schuldenvrije Buurten
Huis-aan-huis bezoeken Sinds september 2022 is het Buurtteam in samenwerking met medewerkers van WPI en het Rode Kruis van start gegaan met de huis-aan-huis bezoeken in de twee genoemde flats. De huisbezoeken worden in duo’s - combinatie van twee organisaties – afgelegd. Na elk dagdeel vindt er met het voltallige team van zes à tien personen een debriefing plaats zodat kan worden besproken hoe het traject met een bepaalde bewoner het beste kan worden opgezet. Er wordt gepoogd om alle bewoners van de flats te bezoeken. Wanneer er contact gelegd wordt is het idee om “zonder aannames de situatie van de bewoners in beeld te brengen en een hulptraject op te starten waar nodig.” Tijdens de huis-aan-huisbezoeken worden geen persoonsgegevens geadministreerd. Pas wanneer een bewoner formele hulp wenst, bijvoorbeeld vanuit WPI, wordt het verstrekken van dergelijke gegevens verzocht. In gezamenlijkheid wordt bepaald hoe een bewoner het best ondersteund kan worden. De medewerkers die de bezoeken afleggen blijven in de meeste gevallen regiehouder van het traject en contactpersoon van de bewoner. Het Rode Kruis is de enige neutrale (niet-gemeentelijke) actor in de gekozen aanpak. Het idee is dat professionals van het Rode Kruis bewoners koppelen aan een maatje in het kader van het project “op koers”.