B2. Uitwerking initiatiefvoorstel Meer buurtstallingen voor de fiets.pdf
Tekst van het document
Uitwerking initiatiefvoorstel ‘meer buurtstallingen voor de fiets’ januari 2022 Verkeer en Openbare ruimte Op 7 juli 2021 heeft de Amsterdamse gemeenteraad ingestemd met het initiatiefvoorstel ‘meer buurstallingen voor de fiets’. Hierin is benoemd dat de behoefte om de fiets op een degelijke en veilige plek te kunnen stallen toeneemt nu mensen meer geld in hun fiets investeren, terwijl het aanbod van buurtstallingen de afgelopen jaren is afgenomen. Aangezien de ambitie van de gemeente is dat er meer wordt gefietst in de toekomst (o.a. Agenda Autoluw), is het belangrijk dat mensen duurdere (elektrische en/of bak-)fietsen durven aan te schaffen. Mogelijke barrière om niet een dergelijke fiets aan te schaffen, kan zijn dat men geen parkeergelegenheid op eigen terrein of een stalling in de buurt (gemeentelijke stalling of buurtstalling) heeft die als voldoende veilig wordt beschouwd. Ook blijkt uit onderzoek (Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid, 2019) dat na aanschaf van een e-fiets mensen vaker en verder fietsen (reguliere fiets en e-fiets samen). Voor woon-werkreizen blijkt ook dat de auto minder vaak wordt gebruikt na de aanschaf van een e-fiets. Daarnaast kunnen de buurtstallingen ook een rol spelen in het verminderen van de druk op de openbare ruimte. De druk op de openbare ruimte is groot.
Er is noodzaak om meer ruimte beschikbaar te hebben voor een leefbare en toegankelijke stad: meer ruimte voor verblijfsfuncties, voorzieningen en auto-alternatieven. Wanneer meer mensen hun fiets inpandig in een buurtstalling stallen draagt dit bij aan het verminderen van de fietsparkeerdruk op straat. In het initiatiefvoorstel ‘Meer buurtstallingen voor de fiets’ verzoekt de gemeenteraad van Amsterdam het college van burgemeester en wethouders het volgende: 1 Te onderzoeken waar en hoe groot de behoefte aan een buurtstalling is. Hierbij te prioriteren op de vraag vanuit bewoners en de lengte van wachtlijsten voor bestaande buurtstallingen. 2 In gesprek te gaan met de gemeente Utrecht om te onderzoeken of hun aanpak van zelf exploitatie van buurtstallingen ook voor Amsterdam een oplossing kan zijn en hierbij expliciet ook te kijken naar de mogelijkheid van een buurttrommel. 3 Onderzoek te doen naar mogelijke samenwerking met commerciële partijen om tot de ontwikkeling van buurtstallingen te komen als het met publieke middelen niet toereikend is. 4 Bewonersinitiatieven te benaderen en hen assisteren in hun zoektocht naar mogelijkheden voor buurtstallingen. 5 In gesprek te gaan met werkgeversorganisaties om te onderzoeken of werkgevers kunnen bijdragen aan het gebruik en de stalling van de fiets van werknemers.
In de volgende hoofdstukken wordt per punt het raadsinitiatief uitgewerkt.
Gemeente Amsterdam
Pagina 2 van 9
1. In vooroorlogse wijken is behoefte aan meer buurtstallingen voor de fiets De behoefte aan buurtstallingen bevindt zich in de vooroorlogse wijken (centrum en de schil daaromheen). Deze conclusie kan getrokken worden op basis van belangrijke indicatoren voor de (potentiële) vraag naar buurtstallingen en een interview met de beheerder van de website van de buurtstallingen in Amsterdam (stallingamsterdam.nl). In buurten waar mensen geen eigen tuin, berging of fietsenstalling hebben en hun fiets op straat moeten parkeren is de behoefte naar een buurtstalling het grootst. Dit zijn voornamelijk vooroorlogse wijken (met meerdere woonlagen). In de onderstaande kaart is te zien dat deze wijken zich voornamelijk in het centrum en de schil daaromheen bevinden.
Bouwjaar van de panden in de gemeente Amsterdam. Bron: maps.amsterdam.nl
De huidige buurstallingen, zie onderstaande kaart, bevinden zich dan ook in deze vooroorlogse wijken.
Overzicht locaties fietsenstallingen (Bron: kaart.amsterdam.nl, gemeente Amsterdam). In de kaart zijn naast buurtstallingen ook gemeentelijke fietsenstallingen te zien zoals Rokin, Beursplein en Leiseplein, waar bewoners ook een abonnement af kunnen sluiten om hun fiets te stallen.
Gemeente Amsterdam
Pagina 3 van 9
Als gekeken wordt naar de fietsparkeerdruk op straat (zie onderstaande afbeelding) is te zien dat de parkeerdruk hoog ligt: in meer dan de helft van de straten ligt deze boven de 150%. Bron: Fietsparkeerdruk in 2020, Trajan in opdracht van gemeente Amsterdam “De buurtstallingen leveren een kleine, maar waardevolle bijdrage aan de fietsparkeeropgave in de stad. De tweewielers die in de fietsenstallingen gestald worden vormen geen belasting van de openbare ruimte. Het aantal stallingsplaatsen in buurstallingen is ongeveer 4% van de fietsparkeercapaciteit in de openbare ruimte. De huidige bijdrage van de buurtfietsenstallingen aan de totale fietsparkeeropgave is dus marginaal, maar op buurt- en straatniveau kan een buurtfietsenstalling wel het verschil maken en de druk van de ketel halen, zeker op locaties met een (zeer) hoge fietsparkeerdruk.” (Meerjarenplan fiets 2017 – 2022)
Fietsparkeerdruk in 2020, Trajan in opdracht van gemeente Amsterdam
De beheerder van de website van de buurtstallingen in Amsterdam (stallingamsterdam.nl) geeft aan dat veel stallingen nagenoeg vol zijn1 en wachtlijsten kennen, zonder dat er op dit moment actief reclame wordt gemaakt. Er zijn geen cijfers bij de gemeente bekend over de lengte van de wachtlijsten. Aan het verzoek om deze informatie te delen met de gemeente is niet tegemoetgekomen. Er is geen kwantitatief onderzoek gedaan naar de totale behoefte aan buurtstallingen. De resultaten hiervan zullen afhankelijk zijn van elementen als de hoogte van de tarieven, de stallingsvoorwaarden, exacte locatie, etc. Dit is allemaal nog niet bekend.
Het als gemeente zelf exploiteren van buurtstallingen is complex, vraagt veel qua organisatie en is niet zelfstandig rendabel (2) Bij de gemeente Utrecht zijn de ervaringen opgehaald om te kijken of hun aanpak van zelf exploiteren van stallingen ook een oplossing kan zijn voor de gemeente Amsterdam.
[1] De indeling van de stalling heeft invloed op de bezettingsgraad. Naast fietsen worden er ook brommers en scooters gestald in de stalling die andere parkeervoorzieningen vragen. Daarmee bepaalt de indeling het aanbod van de stalling.
Gemeente Amsterdam
Pagina 4 van 9
Casus Utrecht De gemeente Utrecht exploiteert zelf zo’n 40 buurtstallingen in de stad met ruim 2.100 plekken voor fietsen en speciale fietsen (zoals bakfietsen). De meeste stallingsruimte wordt gehuurd, een deel is gekocht. Daarnaast zijn er fietstrommels in de stad geplaatst. De gemeente besteedt het beheer van de stallingen en de fietstrommels uit aan U-Stal. Zij verzorgen de huurcontracten, het sleutelbeheer en klein onderhoud. De buurtstallingen worden goed gebruikt, en bijna elke stalling heeft een wachtlijst. De fietsparkeerdruk op straat blijft ondanks de buurtstallingen hoog. Het zelf exploiteren van buurtstallingen levert in Utrecht een kleine maar waardevolle bijdrage aan het (veilig) stallen van fietsen. Het vraagt wel veel qua organisatie. Er zit veel tijd in het zoeken naar nieuwe locaties, geschikt maken van panden tot buurtstalling, groot onderhoud en beheer. De kosten zijn flink groter dan de opbrengsten. De kosten nemen toe, omdat de (huur)prijzen van de panden toenemen en de prijs voor exploitatie gaat tevens omhoog. Een deel van de panden is verouderd en vraagt groot onderhoud. De gemeente Utrecht zet in op het uitbreiden van het aantal buurtstallingen met twee nieuwe buurtstallingen per jaar.
Dit is in de praktijk erg lastig en tijdsintensief, vanwege de hoge (huur)prijzen en niet ieder pand is geschikt (toegang, brandveiligheid, breed genoeg, overlast omgeving).
Situatie Amsterdam Het zelf exploiteren van stallingen zal naar verwachting in de gemeente Amsterdam meer complex zijn dan in Utrecht. Dit heeft de volgende oorzaken: De huurprijzen in Amsterdam zijn nog een stuk hoger dan in de gemeente Utrecht en de vraag op de vastgoedmarkt is enorm. Daarnaast exploiteert Amsterdam zelf nog geen buurtstallingen, met uitzondering van de pilot in autoparkeergarage de Hallen en de pilot met een bewonersfietsparkeervergunning in de gemeentelijke stallingen Beursplein, Leiseplein en Rokin. Ook het vinden van nieuwe panden is erg ingewikkeld. Dit lukt de huidige private eigenaren/beheerders van buurstallingen ook niet vanwege de hoge huurprijzen. Bovendien brengt huren van een pand de nodige risico’s met zich mee: huurprijzen kunnen stijgen, minimale huurperiode terwijl nog onzeker is of er voldoende vraag is voor buurtstalling, verhuurder kan opzeggen. Exploitatie en beheer wordt efficiënter naarmate er meer panden in bezit zijn en Amsterdam zal vanaf nul moeten beginnen (of overnemen bestaande buurtstallingen). Ook vraagt het veel wat betreft organisatie, zoals zoeken van nieuwe panden, geschikt maken van panden, groot onderhoud en beheer. Er is een globale inschatting gemaakt van de kosten voor het zelf exploiteren van stallingen, zie bijlage 1 voor de berekening.
Hierbij is aangenomen dat de gemeente voor een periode van 5 jaar elk jaar 3 nieuwe buurtstallingen met ongeveer 50 parkeerplekken per stalling opent, dus na 5 jaar
Gemeente Amsterdam
Pagina 5 van 9
15 buurtstallingen beheert. Geschat wordt dat de investeringskosten (geschikt maken van het pand tot buurtstalling) ± €500,- per plek kost. De exploitatiekosten (huurkosten, beheer en onderhoud, organisatie) worden geschat op ± €550,- per plek per jaar en de inkomsten vanuit abonnementen op ± €200,- per plek per jaar, wat betekent dat de gemeente zo’n €350,- per jaar bij zou moeten leggen per plek. Ter vergelijking is onderstaand een overzicht gegeven van de kosten per fietsparkeerplek (bron: Meerjarenplan Fiets 2017 – 2022).
7: Dit bedrag is berekend door de totale investeringssubsidie van 1,3 miljoen in de periode 2010 – 2015 te delen door het aantal 2914
buurtstallingsplekken waarvoor investeringssubsidie is verstrekt.
Fietstrommels zijn goedkoop en snel te realiseren, maar het college is terughoudend met het toevoegen van statische functies in de openbare ruimte, ze dragen ze niet bij aan een aantrekkelijke openbare ruimte en ze zijn ruimte-inefficiënt (2) Het college is op dit moment terughoudend met het toevoegen van statische functies in de openbare ruimte (Visie Openbare Ruimte 2025). Deze objecten kunnen namelijk op gespannen voet staan met de primaire functie van de openbare ruimte: verblijven en verplaatsen. Voordeel van fietstrommels is dat ze relatief goedkoop zijn (±€4.000,-) en snel te realiseren zijn in de openbare ruimte, maar fietstrommels kennen ook de volgende nadelige aspecten: met fietstrommels wordt een deel van de openbare ruimte slechts beschikbaar gesteld voor een beperkt aantal gebruikers; fietstrommels zijn zeer nadrukkelijk aanwezig in het straatbeeld en kunnen afbreuk doen aan de uitstraling van de openbare ruimte; fietstrommels nodigen uit om er andere fietsen tegenaan te laten leunen; fietstrommels nemen ten opzichte van fietsenrekken en buurtstallingen relatief veel extra ruimte in; fietstrommels zijn duurder in aanschaf en onderhoud dan een standaard fietsenrek en gevoelig zijn voor vandalisme, plak en klad;
Gemeente Amsterdam
Pagina 6 van 9
er is structureel extra inzet nodig om het gebruik goed te regelen (abonnementen/uitgifte en beheer sleutels, onderhoud/vervanging, etc.).
Mogelijke samenwerking met commerciële partijen door middel van subsidieregeling en ontwikkeling wijkhubs (3) Het initiatiefvoorstel vraagt om de samenwerking met commerciële partijen te onderzoeken waar publieke middelen niet toereikend zijn. Zoals hierboven toegelicht, is het als gemeente zelf exploiteren van buurtstallingen complex en niet zelfstandig rendabel. Voor commerciële partijen geldt hetzelfde, de exploitatie is moeilijk rendabel te krijgen. De gemeente werkt daarom aan een subsidieregeling om de ontwikkeling van buurtstallingen te steunen. Zie pagina 7 voor meer informatie. Daarnaast wordt in de onlangs vastgestelde Hubsvisie Amsterdam toegelicht op welke wijze de gemeente, samen met de markt, hubs wil faciliteren. Zie pagina 8 voor meer informatie.
Contact met bewonersinitiatieven gefaciliteerd door programma Fiets Initiatieven voor buurtstallingen worden gefaciliteerd door het Programma Fiets. Echter, met het bewonersinitiatief buurtstalling.nl is geen contact geweest. Naast een website zijn brieven verspreid in een aantal buurten in o.a. Amsterdam, Alkmaar en Haarlem, waarin wordt geschreven dat zij samenwerken met gemeenten en de Fietsersbond, terwijl dit niet het geval is. Op slinkse wijze proberen oplichters persoonlijke gegevens te stelen van bewoners. (Binnenstadbewoners doelwit van oplichters met brief over ‘luxe’ fietsenstalling, NH Nieuws, 11 juni 2021). Verder lopen er op dit moment geen bewonersinitiatieven.
Bij werkgevers is ook gebrek aan goed gedimensioneerde fietsenstallingen (5) Werkgevers zijn bezig met het veranderen van mobiliteit binnen hun organisatie, waaronder stimuleren van het reizen met de (elektrische) fiets, maar ook parkeren is daar een issue blijkt uit een gesprek met Stichting Breikers. Er is een gebrek aan goed gedimensioneerde fietsenstallingen, voor normale fietsen maar ook andersoortige fietsen (zoals bakfietsen of fietsen met brede banden). De (reiskosten-)regelingen kunnen nog zo goed zijn, maar het gebrek aan fietsenstallingen zorgt ervoor dat potentieel blijft liggen: een deel van de werknemers wil wel fietsen naar werk, maar doet dit niet vanwege het gebrek aan voldoende (veilige) fietsenstallingen. Er is dus geen overschot aan fietsparkeerruimte bij werkgevers die mogelijk gebruikt kan worden om buurtstallingen voor bewoners te realiseren. Bij de bouw van veel kantoorgebouwen zijn weinig fietsparkeerplaatsen gerealiseerd. Autoparkeerplekken leveren een bron van inkomsten op voor eigenaren, in tegenstelling tot fietsparkeren. Voor eigenaren is het dan ook niet aantrekkelijk om een deel van de autoparkeerplekken om te bouwen tot fietsenstalling; dit gebeurt incidenteel. Voor eigenaren en beheerders vragen dergelijke aanpassingen veel, terwijl het voor hen weinig oplevert. Bovendien
Gemeente Amsterdam
Pagina 7 van 9
huren werkgevers de panden en heeft een volgende huurder wellicht andere wensen wat betreft (fiets-)parkeren. Stichting Breikers geeft aan dat op het moment dat er meer (buurt)fietsenstallingen komen, naast bewoners zeker ook werkgevers geïnteresseerd zijn in het huren van fietsparkeerplekken. Daarnaast is het mogelijk om te onderzoeken of werkgevers bereid zijn om als sponsor (voor specifieke locaties) bij te willen dragen.
Er liggen kansen om nieuwe buurtstallingen te stimuleren bij de uitwerking van de nieuwe (nog vast te stellen) centrale subsidieregeling voor buurtstallingen In een gesprek met een eigenaar van zo’n 20 buurtstallingen in Amsterdam, geeft de eigenaar aan dat de meeste buurtstallingen die hij huurt in het bezit zijn van woningcorporaties, een deel in het bezit van particulieren. Het is noodzakelijk om tevens parkeerplekken voor motoren en scooters aan te bieden om de stallingen rendabel te laten zijn (deze abonnementen zijn zo’n drie á viermaal duurder dan voor een reguliere fiets). Hij geeft aan dat het voor hem rendabel is om nieuwe stallingen te openen vanwege de huidige huurprijzen. In het verleden was er een subsidieregeling voor buurtstallingen (tot 2016). Op dit moment wordt een nieuwe centrale subsidieregeling voor buurtstallingen voorbereid, gericht op het behouden en stimuleren van buurtstallingen. Naast bijdragen aan investeringskosten om de panden geschikt te maken tot buurtstalling en aanvulling van exploitatiekosten in de eerste jaren als de bezetting onvoldoende is, kan ook gedacht worden aan bijdragen aan de exploitatiekosten (aanvullen exploitatietekort). De subsidieregeling wordt op dit moment verder uitgewerkt, gebruik makende van de verzamelde informatie bij de uitwerking van dit initiatiefvoorstel.
Verwachting is dat de subsidieregeling in Q2/Q3 gereed is voor besluitvorming. Dezelfde eigenaar van buurtstallingen gaf tijdens het gesprek aan dat er volgens hem nog veel mogelijkheden in de stad onbenut zijn. Zo zijn er ‘restruimtes’ in het bezit van woningcorporaties (bijvoorbeeld toegangsruimtes tot de binnentuin van bouwblokken, toegangspoort tot halfopen bouwblokken) en zijn er in panden van woningcorporaties fietsenstallingen waar tevens ruimte gemaakt kan worden voor een buurtstalling. Deze denkrichting kan verder worden verkend met woningbouwcorporaties en geïnteresseerde uitbaters.
Op de lange(re) termijn ligt mogelijk een relatie tussen de ontwikkeling van (wijk- en buurt-)hubs en buurtstallingen Op 21 december 2021 heeft het college de Hubsvisie Amsterdam vastgesteld. Hierin wordt beschreven hoe de gemeente de komende tijd met dit vraagstuk om willen gaan: “Een hub is een knooppunt in een multimodaal mobiliteitsnetwerk, waar verschillende vervoerswijzen en hun infrastructuur samen komen. Er wordt onderscheid gemaakt in verschillende soorten hubs: elk
Gemeente Amsterdam
Pagina 8 van 9
type dient een ander beleidsdoel, heeft een andere doelgroep waarop ze zijn gericht, met een ander type gebruik en een andere verschijningsvorm.” Eén van het type hubs zijn de wijkhubs. “Hier komen verschillende mobiliteitsvormen uit de wijk bij elkaar, met als primair doel het beperken van de druk op de openbare ruimte. De wijkhub kan vele functies herbergen, elk met een eigen doel. Belangrijke functies zijn: Het stallen van privéauto’s, -fietsen, -motoren en -brommobielen, voornamelijk omdat er in de openbare ruimte beperkt parkeerplaatsen zijn. De wijkhub is in feite de vervanger van parkeerplaatsen die normaal gesproken onder gebouwen of op straat worden aangelegd; Deelmobiliteit, voor de last mile de wijk in, of juist als vervolgreis naar de rest van de stad of stad-uit. Last-mile wijk in is vooral bedoeld voor bewoners, bedrijven en hun bezoekers. Recreatieve bezoekers verwijzen we vooral naar stads- en regiohubs; Verbinding met het stedelijk openbaar vervoersnetwerk. Afhalen en brengen pakketten; Opladen van elektrische voertuigen; Overslag voor horeca- en retail distributie; Mogelijkheid tot energieopslag met uitstootvrije (deel-)auto’s, bidirectioneel laden en aansluiting op lokale energieopwekking/netwerken.” “In bestaande wijken kunnen bijvoorbeeld bestaande parkeergarages tot wijkhub transformeren. Alle parkeergarages zijn in potentie een hub.
De invulling is flexibel en kan meegroeien met de opgaven die we in de stad of specifiek gebied hebben. De afgelopen jaren hebben we al gezien dat een deel van de invulling van parkeergarages is veranderd. Voorheen waren openbare garages grotendeels bedoeld voor bezoekers van de stad. Inmiddels zien we dat steeds meer bewoners er gebruik van gaan maken. Voor de toekomst is de precieze mix van doelgroepen en voertuigen in de garages nog onzeker. Wel is de verwachting dat de parkeergarages meer dienst gaan doen als hub voor deelmobiliteit. Private eigenaren van parkeergarages hebben al ambities uitgesproken op dit punt.“ Door middel van buurtstallingen ontstaat ruimte tot veilig stallen van de fiets, scooter en motor en zij zorgen voor het beperken van de druk op de openbare ruimte. De wijkhub faciliteert deze functies ook. Echter zullen dergelijke hubs er niet vandaag of morgen zijn en zal dit enkel een oplossing zijn voor direct omwonenden: de dichtheid van wijkhubs over de stad zal beperkt zijn en men stalt zijn/haar fiets (of scooter of motor) bij voorkeur op loopafstand van de woning. Daarnaast wordt onderzocht wat de potentie is van buurthubs in de stad.
“Een buurthub is een verzameling van individueel uitstootvrij vervoer, zoals de deelauto, deel(bak)fiets en deel LEV’s (Licht Elektrische Voertuigen), waar primair bewoners gebruik van kunnen maken.” Deze buurthubs worden in vooroorlogse wijken zeer waarschijnlijk in de openbare ruimte gerealiseerd. Echter past de functionaliteit van een buurthub bij een buurtstalling. Op het moment dat inpandige buurtstallingen worden gerealiseerd, is het de moeite waard om te bekijken of hier tevens deelmobiliteit kan worden aangeboden.
Gemeente Amsterdam
Pagina 9 van 9
Bijlage 1: berekening kosten zelf exploiteren buurtstallingen Onderstaand is een inschatting van de kosten gemaakt over een looptijd van 5 jaar als de gemeente Amsterdam zelf buurtstallingen gaat exploiteren. Hierbij is uitgegaan van het openen van 3 buurtstallingen per jaar. Er is aangenomen dat een stalling gemiddeld 50 parkeerplekken heeft. Dit betekent dat na 5 jaar 15 stallingen zijn geopend met in totaal 750 parkeerplekken. Tabel: totale kosten voor 5 jaar bij als gemeente zelf exploiteren van buurtstallingen Omschrijving Investeringskosten
Exploitatiekosten
Kosten €500,- per parkeerplek
Kosten voor 5 jaar €500,- * 15 * 50 = €375.000,-
Onderbouwing €455,- per plaats in 2010 – 2015 (investeringssubsidie) -> met inflatie is huidige prijs ± €500,- per plaats
Organisatie: medewerker voor zoeken naar geschikte panden, administratieve zaken (huur panden), aansturen beheer en onderhoud Huur panden
2 FTE
€45.000 * 130% * 2 FTE * 5 jaar = €585.000,-
Bij gemeente Utrecht projectleider nieuwe panden, asset manager en technisch manager. Aanname 2 FTE in schaal 11, salaris + 30% extra kosten.
± €160,- per m2
€160,- * 1,5 * (150 + 300 + 450 + 600 + 750) = €540.000,-
Beheer (contact abonnementen, administratie, sleutelbeheer, dagelijks onderhoud)
Kosten nemen toe naarmate aantal stallingen toeneemt. €50 * 3 stallingen * 50 plekken per stalling = €7.500,- in jaar 1.
€7.500 + €15.000 + €22.500 + €30.000 + €37.500 = Totaal €112.500
Op basis van Funda: inschatting geschikte panden op begane grond Aanname: 1 fiets per 1.5 m2 , op basis van oppervlakte fietsenschuur bij woningen voor stallen van fietsen: 8 fietsen per 11,8 m2 (Nota parkeernormen fiets en scooter) In Utrecht: U-stal €85.000,per jaar voor 2100 plekken is €40,- per plek, maar schaalvoordeel, dus hier met 25% meer gerekend = €50,per plek per jaar
Geschikt maken panden (plaatsen fietsenrekken, beveiliging, toegang, laadinfra)
Kosten groot onderhoud Inkomsten
Abonnementen
80% * (150 + 300 + 450 + 600 + 750) = 1800 jaarabonnementen over 5 jaar
Fietsen: 80% *1800 * €13,50 * 12 = €233.280,Scooters: 10% * 1800 * €40 *12 = €86.400,Motoren: 10% * 1800 * €60 * 12 = €129.600,Totaal: €449.280
Niet meegenomen in berekening Aanname: bezettingsgraad van 80%, gebruik van huidige tarieven abonnementen buurtstallingen (stallingamsterdam.nl). Fiets: €13,50, scooter: €40,- motor: €60,-, Aanname verdeling: 80% fietsen, 10% scooters, 10% motoren.