CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

b. Def NvB Inspraak OS2035.pdf

RAAD 26 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen ‘Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst, Ontwikkelstrategie 2035’ (VN2024-005902)26.664 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

3 alinea's met “benoemen”: 298 407 467

Meenemen in uitvoering Antwoord Ondernemers en stadsverzorgende diensten zijn belangrijk voor de stad. Tegelijkertijd is er weinig tot geen nieuwe ruimte in Amsterdam en de MRA voor bedrijven en/of bedrijventerreinen. Daarom zetten we met de Omgevingsvisie, Bedrijvenstrategie en in de Ontwikkelstrategie ook in op het behoud van bedrijventerreinen. Daarbij is het belangrijk om bestaande bedrijventerreinen te intensiveren. Naast voldoende ruimte is betaalbaarheid (voor de beoogde doelgroep) een grote uitdaging. Die beperkt zich niet tot geïntensiveerde bedrijventerreinen. Wij onderzoeken daarom graag in samenwerking met andere overheidspartijen een (nieuw) instrumentarium om te kunnen sturen op betaalbaarheid.

3.4

Kaartbeelden Minervahaven Zuid

ingediend door: 6532-9762 Inspraakreactie(s) samengevat Port of Amsterdam merkt op dat op basis van de tekst alleen Minervahaven Zuid voor 2035 zal transformeren terwijl de kaartbeelden suggereren dat de gehele Minervahaven inclusief Houtveemkade transformeert. Port of Amsterdam verzoekt de kaartbeelden in lijn te brengen met de tekst om verwarring te voorkomen en hierin een realistische fasering in op te nemen.

Leidt tot wijziging Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

26

Antwoord We begrijpen dat de combinatie van tekst en kaartbeelden in de conceptversie van ’Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst’ tot onduidelijkheid kan leiden. Voor de Minervahaven geldt dat eerst een aantal randvoorwaarden op orde moet worden gebracht, aanvullend op de afspraken van het convenant. Daarna kan worden overgegaan tot transformatie van het gebied. De randvoorwaarden staan duidelijk in het concept aangegeven. Een van deze randvoorwaarden is dat ontwikkelingen binnen de geldende milieuregels passen. Onderdeel van de planvorming voor het gebied is inzichtelijk maken wat hierbinnen de mogelijkheden voor woningbouw zijn. Mogelijkheden hiervoor lijken eerder in het zuidelijk dan in het noordelijk deel te liggen. Vandaar dat in de tekst van het concept over toevoeging van woningen in Minervahaven-Zuid gesproken werd. Het is nu nog moeilijk te zeggen waar over een aantal jaren precies de milieucontouren liggen. Bovendien willen we graag plannen ontwikkelen voor samenhangende gebieden waar ook aandacht en ruimte is voor andere functies dan wonen. Daarom stellen we voor binnen de planhorizon van de Ontwikkelstrategie een plan op te stellen voor de gehele Minervahaven en is dit zo in de kaartbeelden ingetekend. We zullen dit in de definitieve tekst verduidelijken.

3.5

Regionale samenwerking transformatie bedrijventerreinen

ingediend door: 20240318 ORAM Inspraakreactie(s) samengevat ORAM meldt het volgende: In de Ontwikkelstrategie is aandacht voor de relatie met de regio. Het is goed om te lezen dat er met buurtgemeenten wordt samengewerkt om regionale opgaven meer in samenhang op te pakken. Ook met betrekking tot transformatie van bedrijventerreinen wordt dit aangestipt. "Daarom stellen we regionale afspraken voor om terughoudender te zijn met transformatie, stappen te zetten met intensiever ruimtegebruik op bedrijventerreinen, selectieve uitgifte van bedrijventerreinen en indien nodig uitleg van nieuwe bedrijfskavels. Amsterdam zal hier in het kader van de regionale bedrijvenstrategie ook aan bijdragen en invulling aan geven." Het regionaal oppakken van dit vraagstuk is een punt dat ORAM ook al in de Agenda Ruimte voor Werk onder de aandacht bracht. Het is dan wel belangrijk om je als gemeente langdurig te committeren aan deze afspraken en bijhorende acties. Dat betekent tot diep in de organisatie laten doordringen dat gebiedstransformatie (en het hierbij zoeken naar ruimte voor werk) wezenlijk anders is dan de voorheen meer gebezigde traditionele gebiedsontwikkeling. ORAM zou daar meer zekerheid over willen krijgen in de Ontwikkelstrategie.

Ter kennisneming Antwoord Onderdeel van de Amsterdamse inzet in de MRA is om regionale afspraken te maken over terughoudend zijn met transformatie van bedrijventerreinen. Daarbij streven we naar intensiever ruimtegebruik op (bestaande) terreinen, selectieve uitgifte en indien nodig uitleg van nieuwe bedrijfskavels. Deze inzet komt voort uit voortschrijdend inzicht over ontwikkelingen in vraag en aanbod van werkgelegenheid in de regio en de eisen die een solidaire en gelijkwaardige stad stelt aan de ruimteclaims die gelegd worden. Oftewel: het belang van voldoende werkgelegenheid, ook voor Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

27

praktisch opgeleiden, op reisafstand van de woning en de voorziening met maakindustrie voor de stad liggen hieraan ten grondslag en daar committeert Amsterdam zich aan. De Ontwikkelstrategie is mede opgesteld om een integraal kader te scheppen voor de uitwerking van de Omgevingsvisie. Daarmee is het probleem van de "eilanden" zoals de ORAM aangeeft opgelost. Als uitwerking van de Ontwikkelstrategie gaan we kijken hoe we er in lopende transformatieprojecten in zijn geslaagd ruimte voor productie en de maakeconomie te borgen. Dit gesprek over succes- en faalfactoren voedt het bredere bewustzijn ten aanzien van deze opgave in de gemeentelijke organisatie.

3.6

Oranjewerf en Ketjen en de MRA bedrijventerreinenstrategie

ingediend door: 2221071 2224271 Inspraakreactie(s) samengevat Provincie Noord-Holland meldt het volgende: De locaties Oranjewerf en Ketjen (voorheen Albemarle) lijken te worden opgenomen als ontwikkelruimte. Dit is niet in lijn met de MRA bedrijventerreinenstrategie. De Provincie Noord-Holland vraagt om de Ontwikkelstrategie in lijn te brengen met de MRA bedrijventerreinenstrategie.

Niet overgenomen Antwoord Binnen de Ontwikkelstrategie maken we een zorgvuldige afweging tussen het bieden van ruimte voor wonen en bedrijvigheid. De Ontwikkelstrategie heeft een middellange termijndoelstelling tot 2035/2040, binnen de kaders van de vastgestelde Omgevingsvisie 2050. In de Omgevingsvisie zijn de Oranjewerf en Ketjen als transformatie-/ontwikkelgebied aangewezen. Dit staat ook in de MRA Bedrijvenstrategie opgenomen als transformatielocatie. Toch kiezen we er in de Ontwikkelstrategie voor deze locaties voorlopig niet te transformeren. In het westelijk deel van de Noordelijke IJ-oever ligt de prioriteit op het ontwikkelen van het Hamerkwartier.

3.7

Extra ruimtereservering voor stadsverzorgende bedrijven

ingediend door: 7032-6260 Inspraakreactie(s) samengevat VNO-NCW MRA is het volgende van mening: Deze Ontwikkelstrategie 2035 zou niet alleen om de bouw van nieuwe woningen gaan, maar VNONCW MRA mist de noodzakelijke extra ruimtereservering voor stadsverzorgende bedrijven. Natuurlijk is er veel mogelijk met intensiever gebruik van bedrijfsruimte of het opzetten van bedrijfsverzamelgebouwen, maar niet alle stadsverzorgende activiteiten op bedrijventerreinen zijn daar geschikt voor. Onder andere om die reden is er aanpassing nodig van de huidige transformatieplannen. De gemeente zal bedrijven moeten helpen om op sommige terreinen hun vestiging te behouden of om in de toekomst de activiteiten voort te kunnen zetten.

Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

28

Niet overgenomen Antwoord We onderkennen het belang van ruimte voor stadsverzorgende bedrijven. Maar de Ontwikkelstrategie heeft een middellange termijndoelstelling tot 2035 en doet geen uitspraken over lopende ontwikkelingen of gebieden die binnen de huidige planvoorraad bestempeld zijn als transformatiegebied. Wel proberen we van de huidige inspanningen op dit gebied te leren voor de toekomst (zie ook paragraaf 7.2).

3.8

Betaalbaarheid bedrijfsruimte

ingediend door: 7032-6260 Inspraakreactie(s) samengevat VNO-NCW MRA zegt het volgende: Aangegeven wordt dat er binnen de stad locaties gezocht worden die ruimte moeten bieden aan de oplossingen voor de grote uitdagingen waar de stad voor staat op onder andere het gebied van logistiek, mobiliteit, watervoorziening, klimaatadaptatie en de energietransitie. Deze locaties liggen buiten de woonbuurten maar wel binnen de stad. De businesscase voor bedrijfsruimteontwikkeling bij binnenstedelijke gebiedstransformatie is wel ongunstig. Veel grond is in bezit van private partijen, die alleen verleid kunnen worden om tot ontwikkeling over te gaan als het financieel interessant genoeg is, maar bedrijfsruimte in een gemengde gebiedsontwikkeling wordt vaak als onrendabel en risicovol gezien. Daarbovenop komen ook de kosten voor maatregelen om hinder te voorkomen, de kwaliteitseisen en de grondprijs. Dit alles leidt tot hoge bouw- en/of realisatiekosten. De hogere kosten worden ook doorgerekend in de huurprijs voor deze nieuwe bedrijfsruimte. Deze huurprijs is dan vervolgens niet te dragen door de kleinere onderneming.

Ter kennisname Antwoord Door verschillende macro-economische omstandigheden is de gebiedsontwikkeling (o.a. hoge bouwkosten, krapte aan personeel, hoge rentestanden, onzekerheden in de markt door mondiale geopolitieke situatie), op dit moment een grote uitdaging. De gebiedsontwikkeling zelf is al zeer complex en helemaal waar het transformatieprojecten aangaat. We werken dan ook, binnen de mogelijkheden, volop om ontwikkelingen haalbaar te krijgen (via het principe van Gewoon Goed). Daarbij doen we ook (voor zo ver aanvaardbaar) concessies op het gebied van kwaliteits- en programmatische eisen. Hoewel dit ook voor het economische programma kan betekenen dat er concessies moeten worden gedaan, zijn we niet van plan om de ambitie ten aanzien van gemengde woonwerkwijk grootschalig te herzien. We erkennen dat nieuwbouw van bedrijfshuisvesting normaal gesproken leidt tot hogere huren dan bestaande bouw. Veel ondernemers konden ook (tijdelijk) goedkoop gehuisvest worden door aanstaande ontwikkelingen. Daarvoor in de plaats krijgt de huurder natuurlijk wel een hogere kwaliteit en meer duurzaamheid wat haar bedrijfsvoering ten goede zou moeten komen. We streven ernaar om met de werkcorporatie een bijdrage te kunnen leveren in het aanbieden van ‘betaalbare’ bedrijfshuisvesting. De komende jaren moet blijken of dit instrument daartoe een bijdrage kan leveren.

In de uitwerkeng ‘ruimte voor productie en maakeconomie’ zetten we de inspanningen op dit gebied op een rij en kijken daarbij ook naar het aspect van betaalbaarheid. Maar er zal niet voor alle zittende

Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

29

ondernemers een betaalbare oplossing gevonden kunnen worden in de nabijheid van de huidige onderneming. De prijs voor bedrijfsvastgoed komt primair door marktmechanismen tot stand en niet iedere ondernemer zal dat kunnen betalen.

3.9

Bereikbaarheid transformatiegebieden Stadsdeel Noord

ingediend door: 20240318 ORAM Inspraakreactie(s) samengevat ORAM haalt het volgende aan uit de Ontwikkelstrategie: "Voordat concreet zicht is op uitbreiding van de investeringen in de bereikbaarheid van Noord, stellen we geen nieuwe plannen op voor verdere transformaties langs het IJ, zoals in de noordelijke zone van Haven-Stad." Hier wordt opvallend genoeg de directe koppeling gelegd met het belang van de bedrijventerreinen voor werk. Maar als voorwaarde wordt gesteld dat de bereikbaarheid op orde moet zijn om alsnog de transformatie te doen plaatsvinden. De vraag is dan ook welk belang de gemeente daadwerkelijk nastreeft: dat van de bedrijven of dat van de bereikbaarheid?

Ter kennisneming. Antwoord Er moet een perspectief zijn op deugdelijke ontsluiting van het te ontwikkelen programma. Dat geldt zowel voor de locaties die voor de middellange termijn worden voorzien voor transformatie naar gemengde woon-werkgebieden (binnen de Ontwikkelstrategie) als voor locaties die in aanvulling daarop in de Omgevingsvisie 2050 zijn opgenomen als potentiële transformatielocaties In de passage die u aanhaalt worden de randvoorwaarden benadrukt van investeringen in bereikbaarheid van de noordelijke IJ-oever. Als er geen perspectief is op het realiseren van de benodigde bereikbaarheidsinvesteringen worden geen nieuwe plannen opgesteld. Dit staat los van hoe de belangen van behoud van bedrijventerreinen en transformatie met woningbouw worden afgewogen.

3.10 Voorwaarden transformatie Haven-Stad ingediend door: 6532-9763 Inspraakreactie(s) samengevat Port of Amsterdam (PoA) zegt het volgende: De Ontwikkelstrategie geeft voor de havenindustriegebieden binnen Haven-Stad aan dat het voor 2035 geen aanvullende grootschalige transformaties voorbereidt en de komende jaren juist inzet op het intensiveren en verduurzamen van deze bedrijventerreinen. Voor PoA gaat het dan om het resterende deel van de Minervahaven, de Alfadriehoek en de Coen- en Vlothaven. Voor zowel het havenbedrijf als de bedrijven in het havengebied is het belangrijk om zo snel mogelijk te weten wat de transformatieplannen na 2035 zijn. PoA verzoekt de gemeente voor een termijn van 10-15 jaar vooruit te kijken en er rekening mee te houden dat zij minimaal 5 jaar de tijd nodig heeft om zich voor te bereiden op het uitvoeren van een transformatiebesluit. Naar aanleiding van het voorgaande verzoeken zij de gemeente het bestuurlijk gesprek aan te gaan over de voorwaarde voor de transformatie van die delen van Haven-Stad binnen hun Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

30

exploitatiegebied en met inachtneming van hun inspraakreactie de Ontwikkelstrategie 2035 op enkele punten te verduidelijken.

Ter kennisneming. Antwoord De Ontwikkelstrategie richt zich op de te verkennen ontwikkellocaties voor de periode tot 2035 en doet geen uitspraken voor de periode daarna. Voor de lange termijn blijven de inzet uit de Omgevingsvisie 2050 en de Ontwikkelstrategie Haven-Stad de richtinggevende documenten. We gaan graag op de uitnodiging in om verder samen te werken op dit terrein en doen dit graag ook in het bredere perspectief van OV Westpoort.

Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

31

4 Samen Stadmaken

4.1 Samen stadmaken is belangrijk ingediend door: 4988-0470 Inspraakreactie(s) samengevat Indiener is van mening dat Samen Stadmaken erg belangrijk is. Bewoners zijn DE sleutelfiguren om tot een betere stad te komen en processen sneller te laten verlopen als er goed is afgestemd en geparticipeerd.

Ter kennisneming. Antwoord Dank voor de inspraakreactie en het onderstrepen van het belang van Samen Stadmaken. Uw reactie is met veel plezier gelezen.

4.2

Acht lessen voor Samen Stadmaken

ingediend door: 0242-2467 Inspraakreactie(s) samengevat Indiener geeft acht lessen mee voor Samen Stadmaken: Les 1: Neem Samen Stadmaken serieus; het gaat niet om consensus. Er zit veel potentie in Samen Stadmaken, maar het is cruciaal om overeenstemming te bereiken over de onderliggende bedoelingen tussen de gemeentelijke projectteamleden. Er is echter een kans om de stad echt te co-creëren. Betekenisvolle samenwerking in SSM kan negatieve ruimtelijke gevolgen onthullen, waarbij professionele expertise wordt geïntegreerd met inzichten op straatniveau om problemen te definiëren en oplossingen te bedenken. Les 2: Omarm fouten, maar voorkom herhaling! Samen Stadmaken is complex en Amsterdam moet voortdurend leren. Een iteratief proces is cruciaal, waarbij zowel lokale belanghebbenden als projectteams erkennen dat het belangrijk is om te leren van experimentele of proefprojecten en om lessen te integreren in volgende iteraties. Het is ook essentieel om een breed scala aan actoren in te schakelen om de onderliggende oorzaken van deze fouten aan te pakken en systemische veranderingen te realiseren. Les 3: Onderbouw je beloften met geld! Het is cruciaal om de tijd en financiële investering te erkennen die nodig zijn voor SSM van zowel lokale belanghebbenden als planningsprofessionals.

Financiële steun is nodig om de uren van het team te dekken, het personeel te ondersteunen en actieve burgers te compenseren voor hun bijdragen, vergelijkbaar met betaalde professionele arbeid. Les 4: Houd uitdagingen vol; geef niet op als het moeilijk wordt! Hoewel het bewonderenswaardig is om dingen anders aan te pakken, is het ook inherent moeilijk. De Ontwikkelstrategie moet erkennen dat dergelijke processen uitdagende emoties kunnen oproepen (frustratie, boosheid,

Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

32

teleurstelling) voor zowel burgerafgevaardigden als projectteams. Het is cruciaal om effectieve hulpmiddelen te hebben om deze momenten te beheersen en te voorkomen dat men wegloopt. Les 5: Kies de juiste facilitator! Samenwerken in de stad vraagt om verschillende faciliterende vaardigheden. Geef prioriteit aan het begrijpen van de behoeften van alle actoren en het gewenste resultaat voordat je een facilitator selecteert. Zorg ervoor dat de burgerdelegatie inbreng heeft bij het kiezen van de facilitator. Het hebben van een vertrouwde facilitator kan de resultaten van Samen Stadmaken aanzienlijk beïnvloeden. Les 6: Ga verder dan methoden! Betekenisvolle samenwerking vereist een holistische aanpak, niet alleen nieuwe technieken zoals serious games of workshops in kaart brengen. Les 7: Omarm perspectieven van wetenschappers! Het is van vitaal belang om onafhankelijke sociale wetenschappers bij SSM-processen te betrekken. Sociale wetenschappers kunnen reflectieve inzichten verschaffen en samenwerking faciliteren vanuit een werkelijk neutrale positie. Les 8: Stimuleer verbindingen in projecten die op hetzelfde gebied werken! Amsterdam is een grote machine en innovatieve processen moeten elkaar aanvullen en niet beconcurreren.

Ter kennisneming /Meenemen in uitvoering Antwoord Dank voor de inspraakreactie en het onderstrepen van het belang van Samen Stadmaken. Uw reactie is met veel plezier gelezen. De geleerde lessen/aanbevelingen nemen wij mee bij het vervolg van Samen Stadmaken.

4.3

Digitale tools voor participatie

ingediend door: 4308-7183 Inspraakreactie(s) samengevat Levitate International heeft een voorstel voor burgerparticipatie: zij stellen een "instant customization" technologie voor waarmee de gemeente Amsterdam de huidige bewoners vanaf het begin betrekt bij de planvorming voor hun eigen woonomgeving. Ze benadrukken dat toekomstige huurders ook moeten worden betrokken. De organisatie schetst de mogelijkheden waar in de Ontwikkelstrategie, of bij burgerparticipatie dit ingebed zou kunnen worden.

Ter kennisneming Antwoord Dank voor uw enthousiaste reactie. Bij het vervolg gaan we zeker op zoek naar digitale tools die ons kunnen helpen bij Samen Stadmaken.

4.4

Raadplegen van bewoners bij de ontwikkelstrategie

ingediend door: 4777-5395

Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

33

Inspraakreactie(s) samengevat Indiener meent dat de naoorlogse wijken slachtoffer worden van sloop ten behoeve van hoogbouw en dat veel historische delen van de stad gesloopt zullen moeten worden. Dit zal de sociale cohesie niet ten goede komen. Bovendien is voor mensen die net buiten de sociale boot vallen weinig plaats in dit plan. Indiener vraagt zich af of Amsterdammers zijn geraadpleegd bij het ontwerp van dit plan

Niet overgenomen/ /Meenemen in uitvoering Antwoord U geeft aan dat naoorlogse wijken vaak slachtoffer worden van sloop ten behoeve van hoogbouw en dat dit effect heeft op de sociale cohesie. Dit zijn terechte aandachtspunten die in de concept Ontwikkelstrategie zijn benoemd en onze aandacht hebben. "Juist in bestaande woonbuurten, met hun eigen historie, erfgoed, identiteit, sociale verbanden en bestaande woningvoorraad en voorzieningen, vraagt dit om maatwerk. Welke investeringen zijn echt nodig in de buurt? Bij dit soort afwegingen spelen bewoners, gebruikers, vastgoedeigenaren en sociale partners een cruciale rol. Zij kennen de buurt als geen ander en weten waar de opgaven liggen, wat de identiteitsdragers zijn, wat de buurt gezellig maakt, welke cruciale voorzieningen behouden moeten blijven en waar aanvullend behoefte aan is. Dan helpen we Amsterdammers verder en maken we Amsterdam een betere stad. Als we verkenningen en perspectieven opstellen, betrekken we de buurt via het programma Samen Stadmaken. In uw reactie heeft u historie en sociale cohesie benoemd als belangrijke aandachtspunten voor verdere planvorming. Wij zijn het met u eens dat deze onderwerpen belangrijk zijn. We willen deze onderwerpen in verdere planvorming samen met de buurt uitwerken via het programma 'Samen Stadmaken'.

Er wordt niet voor gekozen om in de Ontwikkelstrategie een maximum bouwlagen vast te leggen of te gaan voor slopen. Dit zijn onderwerpen voor verdere uitwerking in op te stellen plannen. Bij het opstellen van de Ontwikkelstrategie is uitvoerig geparticipeerd. Voor de verslagen hiervan verwijzen wij u graag naar: https://www.amsterdam.nl/buurten-toekomst. Daar vindt u het verslag meedenken over de Ontwikkelstrategie 2035. Bij verdere planvorming op basis van de Ontwikkelstrategie zal participatie in de vorm van Samen Stadmaken ook een groot onderdeel zijn.

4.5

Ondernemersverenigingen betrekken bij Samen Stadmaken

ingediend door: 7032-6264 Inspraakreactie(s) samengevat De passage om in te zetten op langdurige samenwerkingen en om de betrokken bewoners en instellingen mee te laten denken over de toekomst, leest VNO-NCW MRA als een uitnodiging om als bovenlokaal netwerk samen met de andere ondernemersverenigingen het gesprek aan te gaan over de toekomst van de stad en zijn buurten. Zij blijven graag in gesprek met de gemeente om mee te denken over een stad voor iedereen.

Meenemen in Uitvoering Antwoord Dank voor de waardering. Wij kijken uit naar de samenwerking.

Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

34

4.6

Middelen om Samen Stadmaken mogelijk te maken

ingediend door: 8180-3852 Inspraakreactie(s) samengevat De Amsterdamse Federatie van Wooncorporaties (AFWC) vraagt zich af In hoeverre de gemeente daadwerkelijk de (financiële) middelen beschikbaar heeft om Samen Stadmaken en de maatschappelijke voorzieningen en behoeftevoorziening mogelijk te maken.

Ter kennisneming Antwoord De afgelopen periode is gebleken dat onder de huidige omstandigheden en bij het huidige ambitieniveau de groei van de stad de gemeente geld kost. De inzet van deze Ontwikkelstrategie zal pas rond 2030 daadwerkelijk tot woningbouw leiden. Het is moeilijk te voorspellen wat de marktomstandigheden tegen die tijd zijn en wat dit betekent voor het financieel perspectief voor deze plannen. Zoals in paragraaf 5.2 van het concept ‘Amsterdam: Bouwen aan buurten van de toekomst’ valt te lezen, betekent een andere manier van ontwikkelen een verschuiving in de kosten en opbrengsten van de gebiedsontwikkeling. Enerzijds proberen we door het beter benutten van bestaande voorzieningen (met name infrastructuur, maar ook groen en maatschappelijke voorzieningen) investeringen uit te sparen. Maar dat betekent ook meer financiële aandacht voor exploitatie, beheer en onderhoud. Door daar te ontwikkelen waar andere partijen als het Rijk bereid zijn mee te investeren, proberen we deze geldstromen aan de ontwikkeling van de stad te binden. Daarnaast ligt het in de bestaande stad voor de hand om de middelen van ontwikkeling logischer te koppelen aan middelen voor onderhoud, verbetering en verduurzaming. Dit geldt zowel bij de gemeente als bij andere partijen en dan met name de woningcorporaties.

We weten dat goede inzet op het proces om tot kwalitatieve buurten te komen vanuit alle domeinen op de lange termijn kosten kan besparen in bijvoorbeeld het beheer en binnen het sociaal domein. Voor de financiële haalbaarheid van plannen zal telkens binnen projecten een balans gezocht moeten worden tussen opbrengsten, kosten en dekking. Wat hierbij voor wat betreft de voorzieningen helpt, is dat in bestaande buurten al infrastructuur en voorzieningen aanwezig zijn. Met de komst van nieuwe bewoners kan het draagvlak daarvoor groeien. Dat kan een kwaliteitsimpuls betekenen voor het voorzieningenniveau in bestaande buurten. Specifiek voor de maatschappelijke voorzieningen geldt dat financiële ramingen laten zien dat er voldoende middelen zijn voor de voorzieningen die investering vanuit de gemeente vragen. Alleen, niet alle voorzieningen worden geheel of gedeeltelijk vanuit de gemeente gefinancierd. De opgave om voldoende maatschappelijke voorzieningen te realiseren, ligt daarom ook bij andere partijen waarbij we hopen dat de corporaties hier ook een rol in kunnen en willen spelen.

Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

35

4.7

Voorzieningen Tuindorp Amstelstation

ingediend door: 0876-9788; 8811-8914 Inspraakreactie(s) samengevat Het noordelijk deel van de wijk Tuindorp Amstelstation wordt in de Ontwikkelstrategie aangemerkt als ‘kwetsbare buurt met gebrekkige nabijheid dagelijkse voorzieningen’, het zuidelijk deel (De Wetbuurt) niet. Dit is volgens indieners in strijd met de werkelijke situatie: in het noordelijk deel zijn zelfs meer voorzieningen en het ligt ook veel dichter bij allerlei voorzieningen buiten de wijk (OV, winkels, etc.) dan het zuidelijk deel. Dit etiket kan verregaande gevolgen hebben.

Niet overgenomen/ Wel overgenomen/Meenemen in Uitvoering Antwoord De analyse over kwetsbare buurten met een combinatie van sociaaleconomische en ruimtelijke opgaven is gedaan op basis van diverse sociale en ruimtelijke indicatoren. De eerste indicator hierbij is het aantal kwetsbaren in een buurt. Deze geeft aan hoe de sociale en economische positie van buurtbewoners is in de samenleving. In dit onderzoek is gefocust op de 50 buurten met het hoogste aandeel kwetsbaren. Vervolgens is gekeken welke van deze buurten kwetsbaar zijn op drie verschillende ruimtelijke indicatoren. Wij realiseren ons dat de onderzoeksmethode niet helder is weergegeven in het concept van de Ontwikkelstrategie. Dit wordt aanpast. De Wetbuurt heeft minder sociaal kwetsbare huishoudens dan Tuindorp Amstelstation en is om die reden niet aangemerkt als een buurt waar de gezochte combinatie van kwetsbaarheid het meest aanwezig is in de stad. In het vervolgtraject van de Ontwikkelstrategie wordt verder onderzocht waar de kwetsbaarheid en ruimtelijke opgave precies zit in de aangemerkte buurten. Dat wordt vanzelfsprekend ook samen met de bewoners van deze buurten gedaan. De conclusies hiervan en de ingrepen die eventueel volgen zullen dus per buurt verschillen, zowel wat voor ingrepen dit zijn als hoe ingrijpend deze zullen zijn.

4.8

Samen Stadmaken in Amsteldorp

ingediend door: 9164-4873; 0876-9788; 8811-8915 Inspraakreactie(s) samengevat Indieners zijn het volgende van mening: In stadsdeel Oost betekent ‘samen’ concreet: een zeer nauwe samenwerking tussen Ymere en stadsdeel Oost, partijen die vanaf 2019 samen optrekken in de planvorming (WOO-dossier 1780). Volgens ons is dat ontoelaatbaar. Het stadsdeel kan onmogelijk zowel toezichthouder op de planvorming als samenwerkingspartner van Ymere zijn. Omdat de rol die het stadsdeelbestuur hierbij speelt volledig in strijd is met het beschermen van de bewonersbelangen en het bewaken en bevorderen van bewonersinbreng, is hierover onlangs zelfs door meerdere bewonersorganisaties een raadsadres ingediend. Van Samen Stadmaken, met bewoners, omwonenden en andere belanghebbenden, is hier vooralsnog geen sprake. Volgens Ymere is er – februari 2024 - nog geen nieuwbouwplan terwijl wij horen dat we in 2025 uitgeplaatst worden. De gemeenschappelijke planvorming en de aanvraag van omgevingsvergunningen zou dan toch eind 2024 rond moeten zijn. Dat wordt haastwerk en belooft weinig goeds voor “inspraak en samen” bij de lopende planvorming alhier en biedt geen enkele garantie voor gemeenschappelijk gedragen planvorming in de bestaande buurten waar de gemeente wil verdichten.

Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

36

De door de gemeente Amsterdam veel gebezigde term zeggenschap is alhier vooralsnog een wassen neus. In de conceptnota staat beschreven: ‘juist bestaande woonbuurten, met hun eigen historie, erfgoed, identiteit, sociale verbanden en bestaande woningvoorraad en voorzieningen’. Maar als dit het beloofde maatwerk is, vrezen wij dat van alle beloftes niets terecht komt. -------Met name met betrekking tot verdichting van bestaande wijken wordt gesproken over ‘Samen Stadmaken’, ‘maatwerk’ en ‘zeggenschap’, maar nergens staat ook maar een woord over de wijze waarop dit dan vormgegeven zou kunnen worden. Mede daardoor hebben wij er bijzonder weinig vertrouwen in dat dit in de praktijk ook werkelijk gaat betekenen dat bewoners zwaarwegende invloed of zeggenschap kunnen uitoefenen. We betwijfelen dit des te meer om de volgende redenen: - Ymere probeert al jaren plannen door te drukken met hulp van stadsdeel Oost, tegen de wens van de meerderheid van de bewoners in. - De gemeente heeft geprobeerd onder de vlag van onderhoudswerkzaamheden ingrijpende herprofilering van straten door te voeren. - Het stadsdeelbestuur heeft de vergunning voor de supermarkt aan de Nobelweg niet verlengd ondanks een petitie voor het behoud.

Niet overgenomen/Meenemen in uitvoering Antwoord In uw reactie geeft u aan dat u weinig vertrouwen hebt in het in de praktijk brengen van Samen Stadmaken en dat u zich zorgen maakt over de rol en plannen van Ymere. Helaas is er een verschil van inzicht tussen de bewonerscommissie en Ymere over de voorstellen voor sloop-nieuwbouw en de plannen voor renovatie. Daarbij spelen de volgende factoren een rol: - het grote tekort aan woningen in onze stad; - de staat van de woningen in Amsteldorp; - de opgaven voor Amsteldorp rondom verduurzaming en passend wonen; - de visie van de gemeente op verdichting rondom stationslocaties Door deze factoren in de afweging mee te nemen, kijken we positief naar de keuze van Ymere om te kijken welke mogelijkheden er zijn om door middel van sloop-nieuwbouw passende woningen toe te voegen. De manier waarop sloop-nieuwbouw wordt toegepast in de wijk moet door Ymere in overleg met de bewonerscommissie nog verder uitgewerkt worden. Daarnaast zullen hiervoor ook nog juridisch-planologische procedures moeten worden doorlopen. De Ontwikkelstrategie en Samen Stadmaken gaan over meer dan alleen de woningbouwplannen van Ymere. Woningbouw en verdichting zijn zeker onderwerpen voor het vervolg, maar het kan ook gaan over de openbare ruimte, voorzieningen, groen, enzovoort.

Waar de focus op komt te liggen in het Samen Stadmaken-traject of wat er specifiek nodig is voor Amsteldorp, wordt samen met alle stakeholders bepaald. Evenals de wijze waarop Samen Stadmaken vormgegeven gaat worden. Ook dat moet samen met alle betrokkenen nog vorm krijgen. Samen met de buurtbewoners wordt tijdens het traject van ‘Samen Stadmaken’ in kaart gebracht welke wensen en kansen er zijn voor verbetering van de buurt en hoe daar uitvoering aan kan worden gegeven.

Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

37

5 Mobiliteit

5.1 Bouwen en infrastructuur ingediend door: 0328-9669; Inspraakreactie(s)) samengevat Indiener is van mening dat groen én mobiliteit hand in hand moeten gaan. Deze strategie doet precies het omgekeerde. Voorbeeld: In Nieuw-West komen er 50.000 inwoners bij en nog meer arbeidsplaatsen, maar er wordt niet geïnvesteerd in nieuwe infrastructuur (Zie mobiliteitsplan). Bouwen kan niet zonder investeren in mobiliteit.

Ter kennisneming Antwoord Een groeiende stad moet inderdaad bereikbaar blijven. De financiële middelen om hierin te investeren én het draagvlak en de ruimte hiervoor in de stad zijn helaas beperkt. De Ontwikkelstrategie geeft de mogelijkheid om te sturen op waar en wanneer investeringen in mobiliteit echt nodig zijn. We bouwen niet overal maar we zetten gericht in op de plekken die al goed bereikbaar zijn. Denk hierbij aan stationskwartieren of stadsdeelcentra. We benutten daarmee vooral het bestaande netwerk. Met de Ontwikkelstrategie wordt tegelijkertijd veel geïnvesteerd in groen en de openbare ruimte. Ten aanzien van nieuwe mobiliteitsinvesteringen moet de stad selectief zijn. De vastgestelde Omgevingsvisie bevat wel een aantal grotere mobiliteitsinvesteringen in Nieuw-West. Met de Ontwikkelstrategie zetten we eerst in op verder onderzoek op welk moment en hoe we die investeringen kunnen doen.

5.2

Parkeernormen

ingediend door: 2849-8282 Inspraakreactie(s)) samengevat Indiener zegt het volgende: Er dient voldoende parkeergelegenheid voor bewoners te zijn. Eventueel via garages als het daadwerkelijk om ruimtegebrek gaat. Normen van 0,4 zijn niet realistisch.

Ter kennisneming Antwoord De Ontwikkelstrategie gaat niet over het parkeerbeleid, dit is vastgelegd in de Nota parkeernormen. Amsterdam zet bewust in op een autoluwere stad en dus een stringent parkeerbeleid, omdat we een verkeersveilige stad willen, meer leefruimte en een schonere lucht. Oplossingen liggen niet alleen in parkeren maar ook in passend deelvervoer. Met verschillende programma's geeft de gemeente hier al uitvoering aan.

Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

38

5.3

HOV lijn in Nieuw West

ingediend door: 2103-8861 Inspraakreactie(s)) samengevat Indiener meldt het volgende: Er staat sinds de Omgevingsvisie 2050 ruimte gereserveerd voor een HOV (Hoogwaardig Openbaar Vervoer) lijn dwars door het winkelcentrum Nieuw Sloten (Belgiëplein), maar die ruimte is al gereserveerd (en in gebruik) door het winkelcentrum. Indien u geen sloopplannen heeft voor het Belgiëplein wil ik u vragen die stippellijn dwars door het winkelcentrum en Kasterleepark weg te halen. Daarnaast zal bij het rechttrekken van de Westtangent (wat het doel achter deze lijn is) ook een halte vervallen bij de Antwerpenbaan. Dat zou betekenen dat de Westtangent van 8 naar 7 haltes zal gaan (waar dat vroeger 22 haltes waren). Ook dat is onwenselijk bij deze "efficiëntieslag" van ambtenaren.

Niet overgenomen Antwoord Deze indicatieve lijn is geborgd in de vastgestelde Omgevingsvisie 2050 die het uitgangspunt vormt voor de Ontwikkelstrategie. Deze indicatieve lijn is in de Ontwikkelstrategie overgenomen. De in de uitsnede getoonde stippellijn moet niet gelezen worden als een concreet voorstel. In de uitwerking zal het precieze tracé van de HOV-verbinding worden uitgewerkt.

5.4

De ringen draaiende houden

ingediend door: 2221071 2224271 Inspraakreactie(s)) samengevat De Provincie Noord-Holland gaat graag met de gemeente in gesprek over hoe de ringen A10, A5 en A9 draaiende gehouden kunnen worden.

Ter kennisneming Antwoord De zorg voor het draaiende houden van de ringen is een belangrijke prioriteit binnen het Rijk/regioprogramma Samen Bouwen Aan Bereikbaarheid en het daarbinnen ontwikkelde Multimodaal Toekomstbeeld. In het BO MIRT 2022 is hiervoor ook €100 miljoen beschikbaar gesteld voor maatregelen om de doorstroming te behouden. Draaiende houden van de ringen is ook voor Amsterdam van groot belang om binnenstedelijk verkeer meer via de ringen te laten verlopen. Dit is weer nodig om de sterk verdichtende stad leefbaar en veilig te houden. Verdichting en de nabijheid van wonen, werken en voorzieningen, is een belangrijk middel om mobiliteit te beperken. Maar tegelijk is het ook nodig om vooral te investeren in ruimte-efficiente vervoersmiddelen als OV en fiets. In dat kader werkt Amsterdam goed samen met het Rijk en de regiopartners aan bijvoorbeeld de metro-uitbreidingen, bus rapid transit verbindingen en meer IJ-oeververbindingen met fiets en OV. Met meer opties aan OV en fiets wordt het mogelijk om te werken met lagere parkeernormen en zo bij te dragen aan het draaiende houden van de ringen. Amsterdam koestert de samenwerking met de provincie en rekent ook voor de toekomst op een goede samenwerking hierop.

Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

39

5.5

Westbrug

ingediend door: 6532-9760 Inspraakreactie(s)) samengevat Port of Amsterdam ziet op de strategische inzetkaart dat op de locatie van de Westbrug over het IJ aangegeven wordt dat hier een ‘te verkennen ontwikkeling voor 2035’ is in de vorm van een (fiets-)brug. Zij vragen zich af wat wordt bedoeld met een ‘te verkennen ontwikkeling’. Ook zien zij in de legenda graag een toelichting op de fasering van de Oost- en Westbrug.

Meenemen in uitvoering Antwoord Als gemeente willen we graag de IJ-oeververbindingen verbeteren om zo de toename van verplaatsingen over het IJ mogelijk te maken. Hierbij zetten we in op een pakket aan maatregelen. Een belangrijk onderdeel daarvan is een Oost- en een Westbrug over het IJ, conform het advies van de Commissie D'Hooghe. Conform ditzelfde advies wordt eerst ingezet op realisatie van de Oostbrug. Gezien de opgaven die ook aan de westkant van de stad spelen en de bijdrage van een Westbrug aan het oplossen hiervan willen we ook de mogelijkheden voor een vaste oeververbinding aan de westkant in de periode van de Ontwikkelstrategie graag verder verkennen. Onderdeel van deze verkenning zal het vaststellen van een planning zijn, waarbij uitgangspunt is dat de Westbrug in de tijd na de Oostbrug wordt gerealiseerd.

5.6

Doorvaart op het IJ

ingediend door: 2221071 2224271 Inspraakreactie(s)) samengevat Provincie Noord Holland benadrukt, met het oog op de bruggen over het IJ, dat zij vanuit hun coalitieprogramma doorvaart op het IJ zeer belangrijk vinden.

Meenemen in uitvoering Antwoord We onderkennen het belang van doorvaart op het IJ zoals dat ook is opgenomen in het advies van de Commissie D'Hooghe in kader van het vastgestelde Inrichtingsplan Rijkswateren Amsterdam als behoud van de toekomstbestendige en robuuste vaarweg. Dit zal dan ook een belangrijke overweging zijn bij toekomstige planvorming.

Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

40

5.7

Uitwerkingsopgave bouwen op water

ingediend door: 6532-9767 Inspraakreactie(s) samengevat Port of Amsterdam vraagt de gemeente om het havenbedrijf te betrekken als de gemeente aan de slag gaat met de uitwerkingsopgave over het bouwen op water, die in de raadsbrief wordt benoemd.

Meenemen in uitvoering Antwoord We gaan graag op de uitnodiging tot verdere samenwerking op dit terrein in.

5.8

Gevolgen nadruk op OV voor omliggende gemeenten

Ingediend door: 20240319 Regio Gooi en Vechtstreek Inspraakreactie(s) samengevat Impact mobiliteit Indiener: U heeft de ambitie circa 20.000 woningen aan de stad toe te voegen. Samen met al bestaande bouwplannen betekent dit dat u tot 2035 7.500 woningen per jaar kunt bouwen. Fijn dat u de handschoen oppakt om bij te dragen aan de woningnood in Nederland en binnen de MRA. Meer inwoners en huidige koers op leefbaarheid binnen de stad met inzet op onder meer OV begrijpen wij goed. Ook maakt u optimaal gebruik van alle infrastructuur en voorzieningen die al in de stad aanwezig zijn en wilt u het landelijk gebied rond de stad openhouden. Dit geeft u aan in de Ontwikkelstrategie. Waar wij ons echter zorgen over maken is de bereikbaarheid van uw stad voor mensen van buiten (werknemers, toeristen etc.) zowel afkomstig uit de Gooi en Vechtstreek als elders (die door onze regio gaan). Dit vraagt vanuit onze regio meer reizen met andere vervoersmiddelen zoals OV. Verbetering van (o.a. de avondfrequentie van) de Gooilijn (trein) en de HOV-lijnen (bus) van en naar onze regio worden extra urgent. Afvang van bijvoorbeeld werkenden is eerder nodig rondom Amsterdam waar wij ook voorzien dat meerdere reizigers ook die van verder dan onze regio eerder in omliggende gemeenten van Amsterdam gaan parkeren en over willen stappen op OV. Dat tast leefbaarheid in onze regio aan.

Pagina 64 geeft een overzicht weer van de opbrengst van gesprekken buurgemeenten waar wij dit zorgpunt missen dat wij hebben ingebracht en ook in de verdere uitwerking van de Ontwikkelstrategie. We verwachten dat gemeente Amsterdam/VRA bijdraagt aan de effecten op omliggende regio’s zoals de Gooi en Vechtstreek, met impact op de bereikbaarheid en leefbaarheid van ons eigen gebied door beleidskeuzes van Amsterdam. Wij verwachten dat naast tijdige afstemming ook gekeken wordt als het gaat om ontwikkeling en financiering van bijvoorbeeld (H)OV knooppunten en lijnen in omliggende regio’s dat u daar actief aan bijdraagt en afstemming zoekt of en op welke locaties afvang voor buurgemeenten wenselijk is. Een voorbeeld is een eventuele uitbreiding van de HOV-locatie Muiden P+R of andere hubs. Maar ook bijvoorbeeld de aanleg van het doorfietspadennetwerk waar u zelf ook al naar verwijst (p34/35).

Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

41

Wel overgenomen Antwoord: De Ontwikkelstrategie is inderdaad bedoeld om keuzes te maken met betrekking tot woningbouw, gericht op het bestrijden van het huidige tekort aan (geschikte) woonruimte. Dat combineren wij met het creëren van vitale buurten waarin ook het voorzieningenniveau, groen en recreatie, werkgelegenheid, mobiliteit en de sociale structuur verbeterd worden. In de uitwerking van de Ontwikkelstrategie gaan wij graag met onze buurgemeenten (bijvoorbeeld in de MRA of de VRA) in gesprek over de gevolgen voor deze gemeenten en hoe daar het beste op geantwoord kan worden. Onderdeel daarvan is om een toename van parkeeroverlast in omliggende gemeenten te voorkomen doordat mensen in die gemeenten van auto op OV overstappen. U geeft terecht aan dat dat punt is ingebracht in de ambtelijke consultatie met de Regio Gooi en Vechtstreek en niet is opgenomen in de concept Ontwikkelstrategie. Wij zullen dat in de definitieve versie alsnog opnemen. Wijziging: In het kader “Het gesprek met de buurgemeenten” in paragraaf 6.2 Agglomeratie zal een specifiek aandachtpunt worden toegevoegd waarin het risico op toenemende aantallen reizigers die in de regio van auto op OV overstappen en daarmee de parkeerdruk in buurgemeenten doen toenemen wordt benoemd.

Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

42

6 Veiligheid, gezondheid, milieu

6.1 Veiligheidsvoorschriften tijdelijke woningen ingediend door: 5912-4023 Inspraakreactie(s) samengevat Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland (VrAA) meldt: Momenteel wordt er in de gemeente Amsterdam veel tijdelijke bouw gerealiseerd. Na 15 jaar vervalt tijdelijkheid en wordt het gezien als permanente bewoning. De woningen moeten dan aan strengere voorschriften voldoen. Wij zien dat er dan wordt gekozen om een nieuw tijdelijk project te starten op een andere locatie en het bouwwerk te verplaatsen. Om deze verhuisbewegingen te voorkomen, kan er volgens ons beter worden gekozen voor een toekomstbestendige bouwvorm. Een duurzame oplossing is dan om de woningen direct te bouwen op een niveau dat geschikt is voor permanente bewoning.

Meenemen in uitvoering Antwoord De invulling van ontwikkellocaties met al dan niet tijdelijke bewoning is onderdeel van verdere uitwerking van de plannen en geen onderdeel van de Ontwikkelstrategie. Binnen Grond en Ontwikkeling loopt er een programma met betrekking tot tijdelijke woonvormen.

6.2

Verdichting en brandveiligheid

ingediend door: 5912-4023 Inspraakreactie(s) samengevat Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland (VrAA) geeft aan dat verdichting binnen bestaand stedelijk gebied vraagt om extra aandacht voor brandveiligheid en omgevingsveiligheid. Door verdichting in combinatie met energietransitie, klimaatadaptieve en andere duurzaamheidsmaatregelen nemen risico’s ten aanzien van fysieke veiligheid toe. Goede brandveiligheidsconcepten dragen niet alleen bij aan veiligheid, maar ook aan duurzaamheid.

Wel overgenomen Antwoord We onderkennen deze zorgen en waarderen het dat de Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland hiervoor aandacht vraagt. We zullen dit in de definitieve versie van de Ontwikkelstrategie expliciet opnemen. Daadwerkelijke maatregelen om deze risico’s te beperken, maken onderdeel uit van de verdere uitwerking van de plannen.

Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

43

6.3

Optoppen en brandveiligheid

ingediend door: 5912-4023 Inspraakreactie(s) samengevat Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland (VrAA) merkt het volgende op: Eén van de mogelijkheden die worden genoemd in de Ontwikkelstrategie is extra verdiepingen aanbrengen op bestaande gebouwen (optoppen). Bij het optoppen van gebouwen is er sprake van transformatie en van een functiewijziging. Het bouwwerk verdient bij optoppen extra aandacht voor brandveiligheid. In het geval van zo’n transformatie geldt namelijk het laagste brandveiligheidsniveau als toetsingskader. Vooral in de binnenstad levert dit extra veiligheidsrisico’s op. Ook bij het bouwen in de hoogte worden duurzaamheidsmaatregelen toegepast, bijvoorbeeld het gebruik van natuurlijke materialen om de CO₂-impact van de bouw te verminderen en het klimaatadaptief maken van de objecten. Bijvoorbeeld hittebestendig maken met verschillende vormen van gevelbekleding. Hierbij is aandacht voor brandveiligheidsconcepten nodig. Het nadrukkelijk benoemen van veiligheid in de planvorming bij optoppen borgt dit belang. VrAA denkt graag mee bij de beleidsuitwerking optoppen.

Meenemen in uitvoering Antwoord We zullen de Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland betrekken bij de verkenning naar optoppen.

6.4

Handelingsperspectief gevaarlijke stoffen

ingediend door: 5912-4023, 6532-9765, 2221071 2224271 Inspraakreacties samengevat Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland (VrAA) zegt het volgende: Bij uitbreiding van woningen en voorzieningen neemt het vervoer van gevaarlijke stoffen ook toe, onder meer door de energietransitie (zoals waterstof en ammoniak). Soepele doorstroom van verkeer is belangrijk (vooral op het spoor), zodat er geen opstoppingen ontstaan waardoor de gevaarlijke stoffen langdurig in stedelijk gebied blijven. In de aanvulling OmgevingsEffectRapportage (OER) wordt gefocust op vervoer gevaarlijke stoffen over het spoor. De verwachte toename van gevaarlijke stoffen, zoals hierboven beschreven, is niet meegenomen in de aanvulling OER. Port of Amsterdam meldt het volgende: Het vervoer van gevaarlijke stoffen is van essentieel belang voor de bereikbaarheid tussen het havengebied en het achterland en hangt nauw samen met de opgave van de energietransitie waar het havengebied voor staat. Wij worden hier graag in een zo vroeg mogelijk stadium bij betrokken. In relatie tot dit onderwerp is het goed te vermelden dat gemeente Amsterdam en het havenbedrijf samen met de provincie werken aan een integrale bereikbaarheidsstudie vervoer gevaarlijke stoffen. Wij kunnen ons niet vinden in de onderbouwing uit de aanvulling op de OER over een verbeterde waardering voor veiligheid en risico’s.

Daarin staat: “Deze positievere waardering komt voort uit Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

44

de nadere concretisering en fasering die in de Ontwikkelstrategie wordt voorgesteld. Voor de kernwaarde ‘veilig’ komt dit ook voort uit nadere informatie omtrent vervoersaantallen gevaarlijke stoffen.” Dit staat ook haaks op wat in de Ontwikkelstrategie staat: “Omdat we kiezen voor groeien binnen grenzen en het niet groter laten worden van de stad, betekent dit dat de druk op de ruimte en de intensiteit van het gebruik toeneemt. Bij verdichting neemt de geluidsbelasting toe. Risico’s met betrekking tot externe veiligheid – bijvoorbeeld bij het verdichten van stationskwartieren langs routes voor gevaarlijke stoffen – kunnen toenemen.” De provincie Noord-Holland vraagt op de hoogte gehouden te worden van het 'handelingsperspectief externe veiligheid gevaarlijke stoffen'.

Meenemen in uitvoering Antwoord De afgelopen jaren is het transport van gevaarlijke stoffen achtergebleven bij de verwachting uit het OER voor de Omgevingsvisie. Dit biedt geen garanties voor de toekomst. Juist daarom wordt in de Ontwikkelstrategie een handelingsperspectief externe veiligheid gevaarlijke stoffen voorgesteld. We trekken hierin graag op met betrokken partijen.

6.5

Gezonde leefomgeving

ingediend door: 2221071 2224271 Inspraakreactie(s) samengevat De provincie Noord-Holland vraagt om het effect van de ontwikkelingen op de gezonde leefomgeving in zijn algemeenheid explicieter mee te nemen en mee te wegen in de keuzes voor de ontwikkelplekken uit de Ontwikkelstrategie 2035. De provincie Noord-Holland blijft graag in gesprek over een gezonde leefomgeving in relatie tot het (toevoegen van) kwetsbare functies in industriegebieden.

Meenemen in uitvoering Antwoord In een verdichtende stad is blijvende aandacht nodig voor een gezonde leefomgeving. Zeker daar waar verdicht wordt in de nabijheid van industrie en het hoofdwegennet. We denken dat met de juiste maatregelen een gezonde leefomgeving geboden kan worden op de voorgestelde locaties in de Ontwikkelstrategie. Dit vraagt om overleg met partners als de Provincie, Omgevingsdienst en GGD in het opstellen en uitvoeren van de plannen.

6.6

Water- en bodemkwaliteit

ingediend door: 3129-8480 Inspraakreactie(s)) samengevat Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AVG) waardeert dat de gemeente Amsterdam belangrijke water- en bodemopgaven benoemt en hun algemene adviezen daarover heeft overgenomen in de Ontwikkelstrategie. Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

45

Bij de nadere uitwerking zien zij een belangrijke rol voor AVG en andere waterbeheerders zoals Rijkswaterstaat en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, om samen de concrete opgaven te formuleren en aan te pakken en tot toekomstbestendige oplossingen te komen. Daarbij vragen zij extra aandacht voor voldoende ruimte voor de verwerking van afvalwater. Vanwege omvang en snelheid van de woningbouwplannen is het nodig om de capaciteit van de afvalwaterzuiveringsinstallaties te vergroten. Dit legt een beslag op de beschikbare ruimte. Nieuwbouw mag niet leiden tot verslechtering van de waterkwaliteit, maar biedt juist kansen om de waterkwaliteit te verbeteren. Bij de uitwerking denken zij graag tijdig mee aan slimme en doelmatige oplossingen.

Meenemen in uitvoering Antwoord We waarderen het aanbod van het waterschap om samen op te trekken in het waterbestendig maken van de in de Ontwikkelstrategie geagendeerde ontwikkelgebieden en de stad als geheel. Inderdaad is het noodzakelijk om te komen tot concrete maatregelen en oplossingen, ook gezien het abstractieniveau van de Ontwikkelstrategie. Ook ten aanzien van andere opgaven zoals uitbreiding van afvalwaterzuiveringsinstallaties trekken we uiteraard graag samen op.

6.7

Milieuconditie Minervahaven

ingediend door: 6532-9760 Inspraakreactie(s)) samengevat Port of Amsterdam meldt het volgende: Terecht wordt aangegeven dat voor het gebied Minervahaven randvoorwaarden gelden zoals het nemen van een transformatiebesluit en de verbetering van milieucondities. Voor het nemen van een transformatiebesluit zouden we hier eerst graag het bestuurlijk gesprek over willen voeren voordat de gemeente en het havenbedrijf het gezamenlijke traject doorlopen conform afspraken uit de transformatieovereenkomst.

Meenemen in uitvoering Antwoord Uiteraard treden we op het juiste niveau in gesprek over het te nemen transformatiebesluit

6.8

Behoud Havenindustrie

ingediend door: 6532-9760 Inspraakreactie(s)) samengevat Port of Amsterdam geeft aan dat verbetering van milieucondities niet ten koste mag gaan van de havenindustrie in de Mercurius-, Coen- en Vlothaven. In dit deel van het havengebied vindt relatief Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

46

veel overslag en verwerking van zeehavengebonden ladingstromen plaats en wordt ruimte geboden aan essentiële nautische voorzieningen voor boord-boordoverslag. Daarnaast is de nautische ruimte voor wachtplaatsen (binnenvaart, coasters, duwbakken) en ondersteunende nautische diensten essentieel en onmisbaar voor het functioneren van het havengebied.

Meenemen in uitvoering Antwoord Zowel in de Omgevingsvisie 2050 als in de Ontwikkelstrategie Haven-Stad hebben we aangegeven het havengebied binnen de ring A10 als kansrijke locatie te zien voor transformatie naar een gemengd woon-werk en leefmilieu. Om dit mogelijk te maken is het noodzakelijk om de milieucondities in dit gebied te verbeteren. Via het programma Haven-Stad wordt verkend wanneer en hoe dit op een goede manier mogelijk is. Daarbij worden ook de belangen van de havenindustrie meegewogen.

Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

47

7 Natuur en groen

7.1 Relatie met de Hoofdgroenstructuur ingediend door: 20240417 Inspraakreactie(s) samengevat De Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) baseert haar advies op de geldende Hoofdgroenstructuur uit de Structuurvisie ‘Amsterdam economisch sterk en duurzaam’ (2011) en geeft in aanvulling daarop advies vanuit het perspectief van de in afwachting van het referendum Hoofdgroenstructuur aangehouden actualisatie van de Hoofdgroenstructuur. De hoofdboodschap van de TAC is dat de Hoofdgroenstructuur bij de voorgestelde ontwikkelingen leidend dient te zijn in plaats van volgend, waarbij versterking het uitgangspunt moet zijn. Voorkomen moet worden dat ruimtelijke opgaven waarvoor elders geen plek meer is in de (randen van de) Hoofdgroenstructuur landen. De TAC concretiseert deze boodschap in de volgende adviezen en aandachtspunten. Neem de groenopgave steviger en evenwichtiger op als onderdeel van de complete stad De TAC vindt het een pluspunt dat de focus is verlegd van een pure woningbouwopgave naar het maken van een complete stad en is een groot voorstander van deze integrale benadering. De TAC constateert echter dat de groenopgave geen evenwichtig onderdeel uitmaakt van de Ontwikkelstrategie omdat andere onderdelen (met name woningbouw en infrastructuur) verder geconcretiseerd zijn dan de inzet op groen.

Het idee om fasering van groeninvesteringen te koppelen aan groenopgaven wordt onderschreven. Daarbij zou de verstedelijkingsopgave nog meer aangegrepen moeten worden om grootscheepse investeringen in het groen te financieren, wat vraagt om een stevigere regie en heldere procesafspraken. Hanteer de kwalitatieve groenopgave als uitgangspunt De TAC adviseert de kwalitatieve groenopgave als uitgangspunt te nemen en daarbij te kijken hoe de typologie en bijbehorende waarde van het groen versterkt kan worden. In plaats van de focus te leggen op het exact behalen van de groennormen, vraagt de TAC aandacht voor het bij de stedelijke vernieuwings- en verdichtingsopgave inzetten op toevoeging van kwalitatieve groene impuls van de buurt. Voor de uit te werken gebieden kan hierin in een groenparagraaf op worden ingegaan. Rigoureus vergroenen: wees concreter over de hiervoor noodzakelijke regie, dialoog en het verwachtingsmanagement Behalve beschermen en versterken van het bestaande groen, zijn vanwege de demografische groei op bepaalde locaties ook extra stedelijke openbare groenvoorzieningen noodzakelijk. De TAC beschouwt de Ontwikkelstrategie als het geëigende instrument om daarbij kaders te stellen en op ambitieuze wijze richting te geven aan het rigoureus vergroenen.

De TAC roept op om concreter te worden in waar en vooral hoe rigoreus vergroenen vorm kan krijgen en daarbij ook te kijken naar vergroeningskansen binnen de ring. Verduidelijk hoe de voorstellen zich tot Hoofdgroenstructuur en visiebeeld groen-blauw raamwerk 2050 verhouden Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

48

De TAC vraagt te verduidelijken waar de voorstellen de Hoofdgroenstructuur raken en geeft aan dat woningbouwvoorstellen binnen de Hoofdgroenstructuur in de toekomst op een negatief advies kunnen rekenen. Zij merkt op dat door de abstractie van het kaartbeeld het onduidelijk is of alle nieuwe zoekgebieden en opgaven binnen de reikwijdte van het beleidskader Hoofdgroenstructuur vallen, of dat ze verdergaand zijn. In dat laatste geval zou dat benoemd moeten worden, zodat dit bij de bestuurlijke afweging kan worden betrokken. Zo vraagt de TAC duidelijkheid op de inzet voor het ontwikkelen van stadsranden. Ze staat positief ten opzichte van het kwalitatief versterken van het groen in de randen, maar negatief ten opzichte van het verdwijnen van groen aldaar. Ook wordt er duidelijkheid gevraagd ten aanzien van de opgenomen groene poorten. Verder wordt er een spanning geconstateerd tussen de zoekruimten voor oa sport- en nutsvoorzieningen en het groen. Scheggen, water & klimaatadaptatie Tenslotte vraagt de TAC aandacht voor: - Bescherming van de koppen van de scheggen. - De haalbaarheid van natuurvriendelijke oevers in de voorgestelde gebieden bij de omzetting van groen naar blauw. - Het behoud van bomenlanen in naoorlogse wijken ter bescherming van jongeren, ouderen en kwetsbaren bij de algehele opwarming van de stad.

Gedeeltelijk overgenomen / Meenemen in uitvoering Antwoord We zijn blij dat de TAC kansen ziet om de verdichting en vergroening van de stad hand in hand te laten gaan en begrijpen ook dat de TAC haar zorgen uitspreekt over hoe dit op de middellange termijn concreet vorm krijgt. In deze concretisering is De Hoofdgroenstructuur vanzelfsprekend het uitgangspunt. We zijn blij met de suggestie de opgave voor vergroening, met name in de te verdichten wijken kwalitatief te bekijken. Hierbij biedt een benadering vanuit groenwaarden en typologieën inderdaad een goed startpunt voor uitwerking. Vanuit de groeninzet op de strategische inzetkaart en de beschrijving per windrichting wordt hier een eerste richting in gegeven. We delen de urgentie om hierin de komende periode concreter te worden. We hebben dit in de definitieve Ontwikkelstrategie extra benadrukt. De reeds aangekondigde uitwerking ‘opgavenkaart Hoofdgroenstructuur’ en specifieke groenparagrafen in de gebiedsuitwerkingen kunnen hier een goed middel in zijn. Zoals geconstateerd respecteren de ontwikkelvoorstellen in de basis de Hoofdgroenstructuur. Er worden geen grote groengebieden voorgesteld als ontwikkellocatie. Wel liggen er binnen ontwikkelingen onderdelen van de Hoofdgroenstructuur of raken deze hieraan.

De relatie tussen groen en rood moet in projectuitwerkingen verder vorm krijgen maar ook hier is het beleidskader Hoofdgroenstructuur een belangrijk toetsingskader. Terecht wordt speciale aandacht gevraagd voor de stadsranden en koppen van de scheggen. Ook hier is de insteek door middel van het versterken van het groen te zorgen voor een betere overgang tussen stad en land. Dit wordt in de verkenning stadsranden verder uitgewerkt. De relatie tussen groen en sport is een van de aanleidingen voor het actualiseren van de normen voor sport en groen, daar wordt vanuit dat traject op ingegaan. Groene poorten zijn schakels tussen bebouwing en groene omgeving, met name bij groene (fiets)verbindingen tussen de lobben en de scheggen. Deze komen voort uit de Omgevingsvisie of uit de ambities gebiedsontwikkeling en zijn opgenomen in de strategische kaart wanneer er een directe koppeling is met aangrenzende gebiedsontwikkeling. Doel is om het netwerk van parken en scheggen beter toegankelijk te maken voor fietser en voetganger.

Concept Nota van Beantwoording Inspraakreacties

49

7.2

Melkweg-gebied

ingediend door: 8850-1886 Inspraakreactie(s) samengevat De organisatie NoordOogst vraagt of het Melkweg-gebied mee kan worden genomen in de Ontwikkelstrategie. Er is daar behoefte aan stadslandbouw, sport en kleinschalig ondernemerschap. Indiener ziet graag verlening van de status van het gebied tot minimaal 2033. (Over het algemeen is meer aandacht voor lokale voedselvoorziening en ontwikkeling van foodhubs gewenst)

Meenemen in uitvoering Antwoord We erkennen dat er naast woningbouw ook ruimte nodig is voor stadslandbouw, sport en ondernemerschap. De tijdelijke functies die nu al zitten op de Melkweg zijn enorm waardevol voor Noord. De locatie Melkweg-Oostzanerwerf is in het concept van de Ontwikkelstrategie in zijn geheel aangewezen als zoeklocatie voor stadsverzorgende functies, sport, vrije ruimte en nutsvoorzieningen. Dit vanwege de toenemende behoefte aan ruimte voor dergelijke functies in een verdichtende stad. Daarnaast wordt ook de mogelijkheid voor verdichting met woningbouw opengehouden. De komende periode onderzoeken we de keuzes verder ten aanzien van de invulling van het gebied. Binnen deze verkenning kan ook een (al dan niet tijdelijke) invulling van het gebied voor stadslandbouw worden meegenomen.

7.3

Het Weiland bij Aetsveld

ingediend door: 2181-2309 Inspraakreactie(s) samengevat Het weiland bij het Aetsveld in Weesp wordt jaarlijks door honderden vogels gebruikt om te overwinteren, aan te sterken en te broeden. Honderden smienten, tureluurs en grutto's hebben voor dit stukje land al een bestemmingsplan. Indiener is van mening dat dit gebied niet hoeft te worden klaargemaakt voor bewoning. Het wordt al bewoond.

Ter kennisneming. Antwoord In de Ontwikkelstrategie wordt hier nadrukkelijk geen woningbouw voorgesteld, in lijn met de Omgevingsvisie Weesp. Wel wordt er in het weiland bij Aetsveld een nieuw onder-/middenstation gebouwd om onder andere de woningen te kunnen blijven voorzien van elektriciteit. Daarnaast is er in Weesp een groeiende druk op voorzieningen. In de Ontwikkelstrategie is de locatie daarom aangewezen als te onderzoeken locatie voor bijvoorbeeld sport en recreatie in een groene omgeving, bijvoorbeeld in de vorm van een park.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14296827/1