B - 75 Onderwijs (20) reglement RvT bijgesteld april 2018
Tekst van het document
Reglement voor de Raad van Toezicht van de Stichting Openbaar Basisonderwijs Westelijke Tuinsteden Artikel 1 - Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a) De stichting : de Stichting Openbaar Basisonderwijs Westelijke Tuinsteden; b) De statuten : de statuten van de stichting; c) Het College van Bestuur : het College van Bestuur van de stichting; d) De Raad van Toezicht : de Raad van Toezicht van de stichting; e) De GMR : de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de stichting; f) De scholen : onder het bevoegd gezag van de stichting ressorterende scholen; g) Het stadsdeel: het stadsdeel Nieuw-West van Amsterdam, vertegenwoordigd door de stadsdeelraad; h) De gemeente: de gemeente Amsterdam, vertegenwoordigd door de gemeenteraad; i) De externe toezichthouder: het gremium van de lokale overheid dat belast is met het houden van toezicht op het openbaar onderwijs; de gemeenteraad of een door de gemeenteraad gemandateerde partij. Artikel 2 - Reglement voor de Raad van Toezicht 1. Dit is het reglement voor de Raad van Toezicht van de stichting als bedoeld in artikel 12 lid 8 van de statuten, tevens regelend de wijze waarop de Raad van Toezicht toezicht uitoefent op de stichting en de scholen. 2. Het gestelde in dit reglement voor de Raad van Toezicht laat onverlet hetgeen in de statuten en het bestuursreglement is geregeld.
Bij onverhoopte tegenstrijdigheid tussen de statuten en dit reglement voor de raad van toezicht, prevaleert het gestelde in de statuten. Artikel 3 - Taak 1. De Raad van Toezicht houdt toezicht op het functioneren van de stichting en de scholen in het algemeen en op het College van Bestuur in het bijzonder. 2. De Raad van Toezicht adviseert gevraagd en ongevraagd het College van Bestuur. 3. De Raad van Toezicht is belast met de uitoefening van een aantal bevoegdheden als geregeld in de statuten en het bestuursreglement. 4. De Raad van Toezicht draagt zorg voor de bestuurlijke inrichting van de stichting. 5. De Raad van Toezicht vervult het werkgeverschap ten opzichte van het College van Bestuur, waaronder begrepen uitoefening van de bevoegdheden ten aanzien van benoeming, schorsing, ontslag, beloning en vergoedingen. 6. De Raad van Toezicht staat het College van Bestuur met raad terzijde en fungeert als klankbord. 7. De Raad van Toezicht conformeert zich aan het gestelde in de Code Goed Bestuur zoals vastgesteld door de PO-Raad, voor zover daarvan in de statuten of het hierna volgende niet uitdrukkelijk wordt afgeweken. Artikel 4 - Samenstelling 1. De Raad van Toezicht bestaat uit maximaal zeven leden, waaronder een voorzitter en een vicevoorzitter. 2.
Reglement Raad van Toezicht interne wijziging april 2018
Bij de benoeming van nieuwe leden van de Raad van Toezicht wordt de profielschets gehanteerd die als bijlage aan dit reglement is toegevoegd, onverlet de bevoegdheid van de Raad van Toezicht tot aanvulling dan wel nadere detaillering van de vereiste kwaliteiten en eigenschappen. De GMR wordt in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen ten aanzien van de vaststelling of wijziging van deze profielschets. Artikel 5 - Benoemingsvoordracht 1. Indien zich in de Raad van Toezicht een vacature voordoet, wordt deze vacature alsmede het daarvoor geldende profiel openbaar kenbaar gemaakt en wordt de externe toezichthouder hiervan op de hoogte gesteld 2. Voor de werving en selectie van een kandidaat voor de Raad van Toezicht, wordt een benoemingsadviescommissie ingesteld. In deze commissie zijn ten minste de Raad van Toezicht, het College van Bestuur en de GMR vertegenwoordigd. Een vertegenwoordiger van de Raad van Toezicht fungeert als voorzitter van de commissie. 3. Indien de vacature de voordrachtszetel betreft als bedoeld in artikel 13 lid 5, betreffende de oudergeleding van de GMR, van de statuten, brengt de commissie aan de oudergeleding van de GMR een advies uit omtrent een of meer benoembare kandidaten.
Indien de oudergeleding van de GMR meent het advies van de commissie niet te kunnen volgen, stelt zij naar eigen inzicht een voordracht voor een lid vast (met inachtneming van het voor de vacature geldende profiel) en maakt deze kenbaar aan de Raad van Toezicht. 4. Indien de vacature de voordrachtszetel betreft als bedoeld in artikel 13 lid 5, betreffende de ongedeelde GMR, van de statuten, brengt de commissie aan de gehele GMR een advies uit omtrent een of meer benoembare kandidaten. Indien de GMR meent het advies van de commissie niet te kunnen volgen, stelt hij naar eigen inzicht een voordracht voor een lid vast (met inachtneming van het voor de vacature geldende profiel) en maakt deze kenbaar aan de Raad van Toezicht. 5. Indien de vacature de voordrachtszetel betreft als bedoeld in artikel 13 lid 6 van de statuten, brengt de commissie aan de Raad van Toezicht een advies uit omtrent een of meer benoembare kandidaten. Indien de Raad van Toezicht meent het advies van de commissie niet te kunnen volgen, stelt hij naar eigen inzicht een voordracht voor een lid vast (met inachtneming van het voor de vacature geldende profiel). 6. De Raad van Toezicht brengt de voordrachten ter kennis van het stadsdeel met het verzoek overeenkomstig de voordracht tot benoeming van de leden over te gaan. 7.
Bij kandidaten die aftredend zijn op basis van het rooster van aftreden, wordt door de voorzitter van de Raad van Toezicht met betrokkene een gesprek gevoerd omtrent de te verwachten bijdrage aan de taakstelling van de Raad van Toezicht. Op basis hiervan doet de voorzitter een voorstel aan de geleding die betrokkene in eerste instantie heeft voorgedragen om betrokkene al dan niet voor herbenoeming voor te dragen. Indien de betreffende geleding een voorstel van de voorzitter tot een hernieuwde voordracht overneemt, wordt verder gehandeld overeenkomstig het in artikel 13 lid 3 tot en met 6 geregelde. Indien de voorzitter voorstelt betrokkene niet voor herbenoeming voor te dragen, of indien de betreffende geleding een voorstel van de voorzitter tot een hernieuwde voordracht niet overneemt, wordt verder gehandeld overeenkomstig het in artikel 13 lid 1 tot en met 6 geregelde. Indien op basis van het rooster van aftreden de voorzitter aftredend is, wordt de rol die in dit lid aan de voorzitter is toebedeeld vervuld door de vicevoorzitter. 8. Het lidmaatschap van de Raad van Toezicht is onverenigbaar met in artikel 13 lid 13 genoemde functies en activiteiten.
Daarnaast is lidmaatschap van de Raad van Toezicht onverenigbaar met het in loondienst of in opdracht verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente Amsterdam, voor zover deze werkzaamheden betrekking hebben op het domein onderwijs en jeugd. Artikel 6 - Rooster van aftreden
Reglement Raad van Toezicht interne wijziging april 2018
Als bijlage bij deze regeling wordt het rooster van aftreden opgenomen zoals dat door de Raad van Toezicht wordt vastgesteld op basis van artikel 13 lid 3 de statuten. Artikel 7 - Toetsingskader 1. De Raad van Toezicht ziet toe op het functioneren van de stichting in het algemeen, het functioneren van het College van Bestuur in het bijzonder en op het functioneren van de afzonderlijke onderdelen van de stichting. 2. Aandachtspunten van de Raad van Toezicht zijn in ieder geval: • Identiteit; • Strategie; • Onderwijs en resultaten; • Dialoog met de samenleving; • Uitvoering; • Risicomanagement; • Financiele positie van de stichting; • Leerlingen en ouders; • Personeel. 3. De Raad van Toezicht kan het toetsingskader na overleg met het College van Bestuur nader uitwerken en vastleggen. Een dergelijke uitwerking wordt als bijlage aan dit reglement toegevoegd. Artikel 8 - Advisering 1. De Raad van Toezicht adviseert het College van Bestuur, zowel gevraagd als ongevraagd, zowel mondeling als schriftelijk. 2. De Raad van Toezicht streeft bij zijn advisering naar het bieden van toegevoegde waarde voor het College van Bestuur op basis van de kwaliteit en achtergrond van zijn adviezen. 3. Het College van Bestuur reageert gemotiveerd op de door de Raad van Toezicht gegeven adviezen. Artikel 9 - Informatie en contacten 1.
In het kader van zijn taakuitoefening laat de Raad van Toezicht zich informeren door het college van bestuur. De Raad van Toezicht stelt ter zake nadere kaders en regels. Deze worden opgenomen in een bijlage bij het bestuursreglement van de stichting. 2. De Raad van Toezicht laat zich informeren over de algemene gang van zaken binnen de stichting alsmede de gang van zaken rond medezeggenschap binnen de stichting doordat de raad twee maal per jaar een informatief overleg heeft met de GMR. 3. Teneinde zijn taak optimaal uit te voeren, wordt de Raad van Toezicht in de gelegenheid gesteld contacten te onderhouden met de scholen van de stichting, de directeuren en anderen binnen of buiten de stichting. 4. De Raad van Toezicht dient zich te vergewissen van de juistheid en volledigheid van de informatie waarover wordt beschikt. In dat kader kan de Raad van Toezicht zich nader laten informeren door eigen onderzoek, of door onderzoek van derden in opdracht van de Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht informeert het College van Bestuur te allen tijde vooraf over een dergelijk onderzoek. Artikel 10 - Werkwijze 1.
Reglement Raad van Toezicht interne wijziging april 2018
De Raad van Toezicht vergadert in de regel tezamen met het College van Bestuur. In deze vergaderingen: • vindt uitwisseling plaats van informatie en adviezen; • vindt besluitvorming plaats omtrent het verlenen of onthouden van goedkeuring aan voorstelen die daartoe door het College van Bestuur aan de Raad van Toezicht worden voorgelegd; en • vindt zoveel als mogelijk de bespreking en besluitvorming plaats ten aanzien van de overige taakgebieden van de Raad van Toezicht. 2. De agenda voor de vergaderingen als bedoeld in lid 1 wordt vastgesteld door de raad van toezicht, op basis van een gezamenlijk voorstel van het College van Bestuur daartoe. 3. De voorzitter van de Raad van Toezicht draagt als regel zorg voor: • De voorbereiding en leiding van de vergaderingen van Raad van Toezicht en College van Bestuur; • De vertegenwoordiging van de Raad van Toezicht ten opzichte van het College van Bestuur; • De vertegenwoordiging van de Raad van Toezicht in interne en externe formele contacten; • Een passende samenstelling en het deugdelijk functioneren van de Raad van Toezicht. 4. De secretaris, tevens vicevoorzitter van de Raad van Toezicht draagt als regel zorg voor: • De vervanging van de voorzitter bij diens afwezigheid; • Het toezicht op de naleving van interne regelgeving door de Raad van Toezicht; • De ondersteuning en archivering van de Raad van Toezicht. 5.
Aan de overige leden van de Raad van Toezicht kunnen specifieke aandachtsgebieden worden toebedeeld, onverlet de collectieve verantwoordelijkheid van de leden voor de taakuitoefening van de Raad van Toezicht. Artikel 11 - Verantwoording en evaluatie 1. De Raad van Toezicht verantwoordt zich tegenover interne en externe belanghebbenden over de wijze waarop het toezicht is uitgeoefend. 2. De Raad van Toezicht is verantwoordelijk voor de kwaliteit van zijn eigen functioneren en bespreekt dat tenminste een maal per jaar. Artikel 12 - Gedragsregels 1. De Raad van Toezicht treedt steeds als eenheid naar buiten. De leden onthouden zich in externe contacten van uitlatingen die aan deze eenheid afbreuk kunnen doen. 2. De leden van de Raad van Toezicht vervullen hun functie in de raad zonder last of ruggespraak. 3. De leden van de Raad van Toezicht zijn verplicht tot geheimhouding van alle informatie die zij uit hoofde van hun functie vernemen waarvan de Raad van Toezicht tot geheimhouding heeft besloten of waarvan het vertrouwelijke karakter evident is. 4. De Raad van Toezicht handelt met inachtneming van algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 5. De leden van de Raad van Toezicht zijn zich in hun verdere maatschappelijk handelen bewust van hun voorbeeldfunctie voor de gehele stichting en de van haar uitgaande scholen. 6.
De leden van de Raad van Toezicht mogen middellijk noch onmiddellijk deelnemen aan leveringen of aannemingen ten behoeve van de stichting en vermijden in eventuele nevenactiviteiten elke schijn van belangenverstrengeling of belangentegenstelling waar het de stichting betreft. 7. De leden van de Raad van Toezicht onthouden zich als regel van overleg met organen of
Reglement Raad van Toezicht interne wijziging april 2018
geledingen van de scholen of personen in dienst van de stichting (anders dan het College van Bestuur). Indien vanwege bijzondere omstandigheden de Raad van Toezicht contact heeft met organen of geledingen van de scholen, dan onthoudt de Raad van Toezicht zich van enig standpunt dan nadat daarover overleg heeft plaatsgevonden met het College van Bestuur. Artikel 13 - Ondersteuning en middelen 1. In de ondersteuning van de Raad van Toezicht wordt voorzien door of vanwege het College van Bestuur, dat tevens zorg draagt voor een adequate archivering van de bescheiden van de raad van toezicht. 2. Indien de Raad van Toezicht daarom verzoekt, draagt het College van Bestuur er zorg voor dat de Raad van Toezicht kan beschikken over voldoende middelen ter uitoefening van zijn taak. Artikel 14 - Vergoeding 1. De leden van de Raad van Toezicht ontvangen een jaarlijkse vergoeding die wordt vastgesteld op basis van de daarvoor in de sector primair onderwijs landelijk gangbare leidraad, zoals vastgelegd door de PO-raad. Bij vertrek/aantreden in de loop van een jaar wordt de vergoeding naar rato bijgesteld. 2. Leden van de Raad van Toezicht kunnen zelf de hoogte van deze bedragen wijzigen, binnen de in lid 1 van dit artikel gestelde kaders. 3.
De beschikbare vergoeding geldt mede als tegemoetkoming voor in het kader van de functie normaal te maken kosten (reis- en verblijfskosten, kantoorkosten en dergelijke). 4. De vergoeding wordt door de stichting uitgekeerd als brutobedrag. Eventuele fiscale effecten zijn voor verantwoordelijkheid en rekening van de ontvanger. Artikel 15 - Vaststelling, wijziging en inwerkingtreding 1. Deze regeling, alsmede wijzigingen daarin, worden vastgesteld door de Raad van Toezicht na verkregen advies ter zake van het College van Bestuur. 2. Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2014 en geldt voor onbepaalde tijd, onverlet de bevoegdheid van de Raad van Toezicht tot intrekking of wijziging ervan. Artikel 16 - Slotbepaling In de gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslist de Raad van Toezicht.
Reglement Raad van Toezicht interne wijziging april 2018