B - 58 Verkeer Vervoer en Luchtkwaliteit (40) Raadsinformatiebrief_AirView_.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Afdoening toezegging
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van raadscommissie MLW 3 september 2021 Verkeer en Vervoer, Water en Luchtkwaliteit Egbert J. de Vries V&OR, Edwin Meisner (edwin.meisner@amsterdam.nl) Afdoening toezegging m.b.t. onderzoeken Fietsverbinding Oost uit de commissievergadering RO van 19 mei 2021
Geachte commissieleden, In de commissievergadering Ruimtelijke Ordening van 19 mei 2021 is gesproken over een nieuwe fietsbrug tussen het Zeeburgereiland en het Oostelijk Havengebied. In reactie op uw vragen over de onderzoeken van Fietsverbinding Oost heb ik een technische sessie aangeboden. Deze sessie vindt plaats op dinsdag 7 september 2021. Daarnaast heb ik naar aanleiding van een vraag van de heer Vroege toegezegd u per brief toe te lichten of een gesprek met de nautische partijen over het verplaatsen van de bunkerschepen en het opheffen van de ‘flessenhals’ in het Amsterdam-Rijnkanaal (ARK), kan leiden tot kansen voor een fietsbrug naar het Zeeburgereiland. In deze brief leg ik u uit dat zo’n gesprek geen oplossing biedt voor de haalbaarheid van een dergelijke fietsbrug. Vooropgesteld moet worden dat het verplaatsen van de bunkerschepen en het verbreden van het ARK ter hoogte van de versmalling bij de Amsterdamsebrug onderwerpen zijn, die onder de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat (RWS) vallen. Het opheffen van de ‘flessenhals’ is een uiterst complexe en kostbare opgave. Dit wordt onder meer veroorzaakt door de aanwezigheid van de Amsterdamsebrug, het uitwateringssifon van gemaal Zeeburg, de (legale) aanwezigheid van circa 40 woonboten, en de aanwezigheid van camping Zeeburg.
Deze objecten en voorzieningen moeten bij een verbreding van het ARK verplaatst of vervangen worden. Los van de verlegging van de primaire waterkering, wat op zichzelf al een juridisch zware en kostbare ingreep is, is dit technisch en juridisch complex en is de impact ervan op de omgeving groot. Ervaringen bij landelijke dijkversterkingsprogramma’s (o.a. Ruimte voor de Rivier) leren dat de kosten voor dergelijke ingrepen tienduizenden tot honderdduizenden euro’s per strekkende meter dijkverlegging kunnen bedragen. De totale kosten voor de verbreding van het ARK en de daaraan gerelateerde ingrepen kunnen daarmee naar schatting oplopen tot honderden miljoenen euro’s. Ook het verplaatsen van de bunkerschepen is lastig, aangezien er in de directe omgeving geen alternatieve locatie op een dergelijke strategische plek voorhanden is. In de ambtelijke gesprekken met de nautische partijen hebben deze steeds aangegeven dat de bunkerschepen bij het Zeeburgereiland een cruciale functie vervullen in de bevoorrading van binnenvaartschepen die van
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 3 september 2021 Pagina 2 van 2
of naar het IJ, het ARK of het Markermeer varen, en daarom bij voorkeur op de huidige plek gehandhaafd moeten worden. Bovenstaande (on)mogelijkheden zijn in de ambtelijke gesprekken over de mogelijkheden van een fietsbrug tussen het Zeeburgereiland en het Oostelijk Havengebied in de periode 2019/2020, wel ter sprake geweest. RWS en de andere nautische partijen hebben in die gesprekken altijd aangegeven dat noch het opheffen van de bunkerplaatsen, noch het opheffen van de flessenhals, voor hen reden zal zijn om de vaarwegbreedte op het ARK ter hoogte van Sporenburg en Borneo, zoals vastgelegd in de Legger Rijkswaterstaatswerken, te versmallen. Reden daarvoor is de blijvende drukte en de complexiteit van scheepvaart op dit punt, ook wanneer de bunkerplaatsen en de flessenhals verdwijnen. De doorvaart zal erdoor verbeteren, maar dat is voor de nautische partijen geen reden om de vaarwegbreedte te versmallen, of af te kunnen wijken van de Legger. Desondanks heeft de gemeente deze denkrichting wel aan de commissie D’Hooghe meegegeven. Zie hiervoor de raadsstukken van 21-04-2021, agendapunt 26, bijlage 4. De commissie D’Hooghe ziet in haar eindrapport verbreding van het ARK bij de Amsterdamsebrug van 75 naar 100 meter als één van de maatregelen voor een ‘toekomstvaste, vrije en robuuste vaarweg’.
Dit komt de doorstroming van de scheepvaart ten goede, omdat daarmee ook de breedste schepen elkaar op dit punt kunnen passeren. Dit betekent volgens de commissie echter niet dat elders op het ARK de vaarweg kan worden versmald. En daarmee biedt dit dus ook geen kansen voor een nieuwe fietsbrug tussen het Zeeburgereiland en het Oostelijk Havengebied. Zoals het college eerder heeft aangegeven, heeft zij het advies van de commissie D’Hooghe omarmd, en wil zij daarin samen optrekken met het rijk. Daarmee heeft het college ook het advies om geen nieuwe fietsbrug over het ARK naar het Zeeburgereiland te bouwen onderschreven. Daarnaast heeft het college op basis van eigen onderzoek geconcludeerd dat binnen de vigerende nautische randvoorwaarden de aanleg van een inpasbare en comfortabele fietsbrug op deze locatie niet realistisch is. Die nautische randvoorwaarden wijzigen niet wanneer de vaarroute op het ARK wordt verbeterd door het opheffen van de bunkerplaatsen of de flessenhals. Op basis van bovenstaande gaat het college voor het verbeteren van de fietsinfrastructuur tussen Zeeburgereiland en de oostelijke binnenstad uit van het opwaarderen van de bestaande fietsroute via de Amsterdamsebrug, in combinatie met de aanleg van een pontverbinding. Hiervoor vinden momenteel de onderzoeken plaats.
Bij eventuele vernieuwing van de bestaande Amsterdamsebrug, of bij de bouw van een nieuwe brug direct naast de Amsterdamsebrug, zal de gemeente rekening houden met een mogelijke, door het Rijk uit te voeren, toekomstige verbreding van het ARK. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet,
Egbert J. de Vries Wethouder Verkeer en Vervoer, Water en Luchtkwaliteit Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl