CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

B_056R_Eccologische onderzoek_OLO 7566129_Van Eeghenstraat 94-98.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 6 september 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Van Eeghenstraat 94-96-98 (VN2023-018300)4.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Afdoend onderzoek Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam

4 november 2022

1

Samenvatting Voor de Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam worden ruimtelijke ontwikkelingen voorbereid. Beschermde soorten Er zijn geen nestplekken van de huismus of de gierzwaluw, en geen verblijfplaatsen van vleermuizen binnen de planlocatie aangetroffen. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet nodig.

Inhoud

Inleiding

2 – Inleiding 3 – Beschrijving gebied 4 – Beschrijving werkwijze 7 – Waarnemingen 11 – Analyse 13 – Advies & Bronnen

Voor de planlocatie van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam worden ruimtelijke ontwikkelingen voorbereid. Op het perceel wordt een kantoorpand ingrijpend verbouwd en uitgebreid. Op 22 november 2021 is door Els & Linde een quick scan ecologie uitgevoerd waarbij is beoordeeld of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, die schade kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Op basis van deze bevindingen is een afdoend onderzoek uitgevoerd naar huismussen (Passer domesticus), gierzwaluwen (Apus apus) en vleermuizen. In de voorliggende notitie worden de resultaten van het afdoend onderzoek naar het soortgericht onderzoek gepresenteerd. Waarnemingen van andere – minder strikt – beschermde soorten zijn voor zover relevant eveneens genoteerd. Het onderzoek is gestart in het voorjaar van 2022 en afgerond in het najaar van 2022. De inventarisaties zijn conform het vleermuisprotocol, de kennisdocumenten en andere handelingen van goede inventarisaties uitgevoerd. Bij de analyse van de effecten is gelet op de effecten veroorzaakt door de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Daarnaast zijn de effecten bepaald die veroorzaakt worden door de werkzaamheden, die nodig zijn om te komen tot de gewenste werkzaamheden. Daarbij is naast de planlocatie sec. gelet op de directe omgeving en de effecten op soorten in de omgeving.

Colofon Opdrachtgever Projectnummer Datum Auteur Gecontroleerd Status

fam. Wegter, fam. Kleijtweg en fam. Wiligers 22.445 31 oktober 2022 N.M. Andriessen P.J.H. van der Linden definitief

Els & Linde B.V. Spechtstraat 59 1223 NX Hilversum mob 06 - 27564247 e-mail vanderlinden@elsenlinde.nl

2

H02

Planomgeving: locatie, omgeving en beschermde natuurgebieden De planlocatie betreft een kantoorpand binnen de bebouwde kom van de stad en gemeente Amsterdam in de provincie Noord-Holland. De omgeving van het pand bestaat uit (soortgelijke) panden, oude stadswoningen en het Vondelpark. De beschermde Natura 2000-gebieden liggen op vrij grote afstand. Op 7,5 km ligt het gebied ‘Markermeer & IJmeer’. Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt op 2,7 km afstand. Natura 2000 Via de Natura 2000 zijn gebieden beschermd van internationaal belang. Voor deze gebieden zijn doelstellingen geformuleerd, voor het behoud van habitats, planten en dieren. Deze Natura-2000 gebieden zijn ook beschermd tegen invloeden van buiten, zoals stikstofdepositie en grondwaterstromen. Voor functies waardoor de depositie van stikstofverbindingen toeneemt is een berekening noodzakelijk van de effecten.

Ligging van het Natura 2000-gebied ten opzichte van de planlocatie

Natuurnetwerk Nederland Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk Nederland. Het Natuurnetwerk Nederland wordt via de ruimtelijke verordening beschermd. Gemeente Amsterdam De gemeente Amsterdam heeft een hoofdgroenstructuur en een ecologische infrastructuur vastgesteld. Bij ontwikkelingen moet hiermee rekening worden gehouden. Zo mogelijk wordt de ecologische structuur versterkt.

Ligging van het Natuurnetwerk Nederland en het weidevogelleefgebied ten opzichte van de planlocatie

3

H03

Werkwijze: technieken, veldbezoeken & omstandigheden in het veld Voor de afdoende inventarisatie van beschermde soorten, is het van belang dat deze worden uitgevoerd volgens enkele regels. Het gaat om voldoende inspanning met geschikte technieken, in het optimale seizoen en door gekwalificeerd personeel. De gebruikte methoden en technieken worden aangepast op de situatie en op de te verwachten soorten. Hierbij wordt een afweging gemaakt welke methoden en technieken het meest geschikt c.q. efficiënt zijn. Voor verschillende soorten zijn protocollen verschenen of kan worden teruggevallen op wetenschappelijke literatuur, gericht op het inventariseren van soorten. Daarnaast zijn er voor een beperkte lijst soorten, zogenoemde kennisdocumenten verschenen. Voor het inventariseren van beschermde soorten gebruikt Els & Linde de verschillende genoemde bronnen, aangevuld met terrein- en soortkennis van de ecoloog. Belangrijk onderdeel van een afdoend onderzoek is dat de gebruikte technieken op een juiste manier wordt vastgelegd, zodat het onderzoek is te reproduceren.

Ligging van de ecologische structuur (rood) en de hoofdgroenstructuur (groen) ten opzichte van de planlocatie

Techniek onderzoek vleermuizen Voor het onderzoek naar vleermuizen wordt de meest recente versie van het vleermuisprotocol gehanteerd. Het vleermuisprotocol geeft een grote mate van juridische zekerheid dat voldaan is aan een wettelijke en maatschappelijk verantwoorde inspanning. Het vleermuisprotocol is gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten en voldoet aan de eisen die het bevoegd gezag stelt aan een gedegen onderzoek. Naast het vleermuisprotocol worden voor het onderzoek naar vleermuizen, tevens de kennisdocumenten van de BIJ12 gevolgd. De kennisdocumenten geven een overzicht van maatregelen die genomen kunnen worden om negatieve effecten op soorten te verminderen of te voorkomen. Daarnaast beschrijven de kennisdocumenten de ecologische aspecten en de wijze waarop de afwezigheid van soorten afdoende kan worden aangetoond. Aanvullend op het vleermuisprotocol en de kennisdocumenten, worden verschillende bronnen geraadpleegd om de biogeografie van soorten vast te stellen. Voor de geluidswaarnemingen tijdens de inventarisaties van vleermuizen, wordt gebruik gemaakt van een Pettersson D240x batdetector. In combinatie met de batdetector wordt voor geluidopnames een Edirol opname-apparaat gebruikt. Waar nodig worden de opgenomen geluiden achteraf geanalyseerd (Batsound, Raven).

De geluidswaarnemingen worden tijdens de inventarisaties gecombineerd met zichtwaarnemingen van de onderzoeker. Indien noodzakelijk worden luistersets op doeltreffende punten geïnstalleerd, als aanvulling op het onderzoek. Voorafgaande aan de inventarisaties van vleermuizen, worden de omstandigheden binnen de planlocatie vastgelegd met een fotocamera. Na afronding van de inventarisaties worden de beeldmaterialen op de sporen vondsten geanalyseerd.

Ligging Van Eeghenstraat 94 t/m 98 te Amsterdam

Opmerking Tijdens de inventarisatie wordt gelet op alle soorten die in potentie in woongebouwen kunnen voorkomen. In het voorjaar zijn dat naast de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), de kleine dwergvleermuis (Pipistrellus pygmaeus), ruige dwergvleer-

4

23-08-22 13-09-22 4 4

kraamverblijf zomerverblijf

Paarverblijf winterverblijf

Paarverblijf winterverblijf

uur uur uur uur ºC ºC octa bfr mm

26-06-22 4

kraamverblijf zomerverblijf

starttijd eindtijd zonsopkomst zonsondergang start temperatuur eind temperatuur bewolking windsnelheid neerslag

29-05-22 26-06-22 4 4

kraamverblijf zomerverblijf

datum waarnemer(s) soortgroep

20:45 23:45 05:27 21:48 10,0 8,0 7 2 0

21:00 00:00 05:17 22:08 17,0 15,0 6 1 0

03:00 05:30 05:17 22:08 15,0 15,0 6 1 0

22:00 00:00 06:39 20:47 22,0 22,0 1 1 0

23:00 02:00 07:11 19:58 15,0 13,0 4 1 0

Omstandigheden tijdens de inventarisaties

20-05-22 4

26-06-22 4

10-07-22 4

gierzwaluw

giezwaluw

giezwaluw

uur uur uur uur ºC ºC octa bfr mm

05-05-22 1

huismus

starttijd eindtijd zonsopkomst zonsondergang start temperatuur eind temperatuur bewolking windsnelheid neerslag

18-04-22 1

huismus

datum waarnemer(s) soortgroep

07:00 09:00 06:37 20:43 8,0 8,0 2 3 0

06:50 08:50 06:02 21:10 9,0 11,0 7 3 0

19:45 22:10 05:27 21:48 10,0 8,0 7 2 0

20:00 22:15 05:17 22:08 18,0 17,0 6 1 0

19:30 22:30 05:31 22:00 19,5 18,0 7 2 0

Omstandigheden tijdens de inventarisaties

muis (Pipistrellus nathusii), laatvlieger (Eptesicus serotinus), meervleermuis (Myotis dasycneme), gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) en Brandt’s vleermuis (Myotis brandti). De watervleermuis wordt zelden in woningen aangetroffen. Uiteraard is de onderzoeker wel alert op afwijkende soorten en afwijkend gedrag. In de nazomer en het najaar is gezocht naar de verschillend dwergvleermuizen en de laatvlieger. De andere soorten zijn niet in woningen te verwachten en zijn naar de winterkwartieren vertrokken (bunkers, ijskelders e.d.). Techniek onderzoek gierzwaluwen Tijdens de inventarisatie van de gierzwaluw wordt gezocht naar invliegende vogels, nestgeluiden of andere sporten van nesten. Een groep vogels die boven een gebouw of wijk cirkelt, is een goede aanwijzing voor de aanwezigheid van een nest in die omgeving. De inventarisatie van de gierzwaluw wordt twee uur voor zonsondergang gestart. De weersomstandigheden kunnen van invloed zijn op de resultaten, van belang is dat bij gunstige omstandigheden wordt gezocht naar de gierzwaluw. Techniek onderzoek huismussen De inventarisatie van de huismus wordt kort na zonsondergang gestart en geëindigd op het moment dat de aanwezigheid van de huismus en de functies binnen de planlocatie zijn vastgesteld. De weersomstandigheden tijdens de inventarisaties dienen voldoende gunstig te zijn voor een betrouwbaar resultaat.

Geschikte weersomstandigheden zijn beschreven in het kennisdocument en de verschillende onderzoeksprotocollen. Veldbezoeken & omstandigheden in het veld Vleermuis De onderzoeken naar vleermuizen bestaan uit verschillende inventarisatie en worden uitgevoerd in het optimale seizoen. Vleermuizen beschikken over een netwerk aan vaste verblijfplaatsen en verplaatsen zich binnen dit netwerk regelmatig. De belangrijkste vaste verblijfplaatsen die in theorie binnen het plangebied aanwezig zijn; winterverblijfplaatsen, kraam c.q. zomerverblijfplaatsen, vliegroutes en paarterritoria. In voorkomende gevallen kunnen – voor de soort essentiële – jachtgebieden eveneens als een vaste verblijfplaats gelden. De vaste vliegroutes zijn als twee afzonderlijke typen te verdelen; enerzijds de routes die hoog frequent gebruikt worden en anderzijds de vliegroutes naar de winterverblijven. Het onderzoek naar de vliegroutes tussen kolonieplek en jachtgebied, worden gelijktijdig met de inventarisaties van de kolonies uitgevoerd. Voor het zoeken naar kraamkolonies van vleermuizen is de periode van 15 mei tot en met 15 juli de optimale onderzoekstijd. Voor de (kraam)kolonies is het noodzakelijk om minimaal twee inventarisaties uit te voeren, met een tussentijd van 20 dagen. Per inventarisatie dient minimaal twee uur onderzoek te worden gedaan.

Tijdens de inventarisaties wordt gezocht rond zonsondergang naar uitvliegende en jagende vleermuizen en minimaal eenmaal rond zonsopkomst naar zwermende vleermuizen.

5

Na het uiteenvallen van de kraamkolonie medio juli vliegen de dieren naar de winterverblijven. Vanaf begin augustus zijn de meeste dieren bij de winterverblijven aanwezig. Een goede indicatie voor een winterverblijf is het zoeken naar zwermende dieren rond middernacht in augustus en begin september. De aanwezigheid van zwermgedrag bij gebouwen kan duiden op de aanwezigheid van een winterverblijfplaats van vleermuizen. De verschillende soorten bezetten in de nazomer een paarterritorium. Deze kunnen onderzocht worden in de periode van 15 augustus tot 1 oktober. Voor de paarkolonies is het noodzakelijk om minimaal twee inventarisaties uit te voeren, met een tussentijd van 20 dagen. Per inventarisatie dient minimaal twee uur onderzoek te worden gedaan. Tijdens de inventarisaties wordt gezocht naar paarterritoria van vleermuizen. De inventarisaties naar vleermuizen starten allemaal ruim voor zonsondergang en eindigen op het moment dat de aanwezigheid van alle potentieel voorkomende soorten en functies zijn vastgesteld. Gierzwaluw Voor de gierzwaluw is een inventarisatie in drie ronden in de periode mei tot en met half juli voldoende, om inzicht te krijgen in het voorkomen van broedende vogels binnen het plangebied.

De inventarisaties van de gierzwaluw starten ruim voor zonsondergang en eindigen op het moment dat de aanwezigheid van alle potentieel voorkomende soorten en functies zijn vastgesteld. Huismus Voor de huismus zijn twee inventarisaties kort na zonsopkomst voldoende als tussen 1 april en 15 mei wordt geïnventariseerd. Wordt er (deels) buiten deze periode gezocht dan zijn vier inventarisaties noodzakelijk.

6

H04

Waarnemingen: veldgegevens en gegevens uit de literatuur Tijdens de inventarisaties waren de weersomstandigheden voldoende voor een betrouwbaar resultaat. Wat geschikte weersomstandigheden zijn is beschreven in de kennisdocumenten en de verschillende onderzoeksprotocollen. Voor de planlocatie is een oriënterend onderzoek uitgevoerd op 22 november 2021. In het oriënterend onderzoek is als mogelijk gesteld dat binnen de planlocatie huismussen (Passer domesticus), gierzwaluwen (Apus apus) en vleermuizen kunnen voorkomen. Hierna is een aanvullend onderzoek uitgevoerd in 2022 om aan te tonen of deze soort er daadwerkelijk aanwezig is. Bronnenonderzoek Voor het onderzoek naar potentieel aanwezige beschermde soorten zijn de beschikbare regionale en landelijke verspreidingsatlassen en enkele digitale bronnen geraadpleegd. Dichtstbijzijnde waarnemingen van vleermuizen en huismussen worden gemeld aan de Koningslaan ten westen en het Vondelpark ten noorden van de planlocatie. Waarnemingen van gierzwaluwen zijn bekend aan de Van Eeghenstraat ten oosten en de Willemsparkweg ten zuiden van de locatie. Er zijn waarnemingen bekend van buizerd (Buteo buteo) en bosuilen (Strix aluco) in het Vondelpark ten noorden. Er zijn geen waarnemingen van overige strikt beschermde soorten bekend binnen en in de directe omgeving van de planlocatie.

Inventarisatie huismussen Op 18 april 2022 en 5 mei 2022 zijn inventarisaties uitgevoerd naar het voorkomen van de huismus binnen de planlocatie en in de directe omgeving. Tijdens de inventarisaties is gekeken naar geschikt habitat voor de huismus en zijn de begroeiingen binnen de planlocatie geïnspecteerd op aanwezigheid van de huismus. Aanvullend is gelet op zingende mannetjes en paartjes, die de aanwezigheid van een nestplek verraden. Waarnemingen – 18 april 2022 & 5 mei 2022 Tijdens de beide inventarisaties van 18 april 2022 en 5 mei 2022 zijn geen huismussen waargenomen binnen en in de directe omgeving van de planlocatie. Overige waarnemingen Op het dak van nr. 94 en op de parkeerplaats achter het pand is een ekster (Pica pica) waargenomen. In een holte van een dode boom, die aan de achterzijde net buiten het hek staat, is een halsbandparkiet (Psittacula krameri) waargenomen. De parkeerplaats aan de achterzijde (de Vondelparkzijde) is omgeven door een hek, met daarbuiten enkele hoge bomen, heesters en klimop (Hedera helix). Hierin zijn halsbandparkieten, kraaien (Corvus corone), een tjiftjaf (Phulloscopus collybita) waargenomen. In de meidoorn (Crataegus spec.) naast de dode boom is een nest waargenomen. In de taxus (Taxus baccata) tegen het hek tussen nr. 94 en nr. 92, net voorbij de toegangspoort van nr.

94 is een nest met daarnaast een zwartkopvrouwtje (Sylvia atricapilla) waargenomen. Aan de straatzijde is een nest waargenomen in de boom ter hoogte van nr. 92. In de voortuin van de planlocatie en op de stoep zijn verder een zanglijster (Turdus philo-

7

melos), stadsduiven (Columba livia) en merels (Turdus merula) waargenomen. In de met klimop begroeide boom direct ten westen van de afvalbakken tegenover nr. 92 is een merel waargenomen met nestmateriaal. Aan de achterzijde van het pand (parkzijde) is tussen de regenpijp en de houten dakrand (links van het balkon) een winterkoninkje (Nannus troglodytes) met nestmateriaal waargenomen. Aan de parkzijde zijn verder in de grove den (Pinus sylvestris) een merel en halsbandparkieten waargenomen en in een grote zwarte els (Alnus glutinosa) aan de achterzijde van nr. 100 is een kraai met nestmateriaal waargenomen. Op de parkeerplaats zijn twee roodborstjes (Erithacus rubecula) waargenomen. Aan de straatzijde is in de esdoorn (Acer spec.) in de voortuin een koolmees (Parus major) waargenomen. Inventarisatie gierzwaluwen Op 29 mei 2022, 26 juni 2022 en 10 juli 2022 zijn inventarisaties uitgevoerd naar het voorkomen van gierzwaluwen. Tijdens de inventarisaties is gekeken naar geschikte verblijfplaatsen voor de gierzwaluw en zijn de gebouwen geïnspecteerd op invliegende gierzwaluwen en ander nestgedrag. Aanvullend is gelet op boven de woonwijk vliegende dieren, die de potentiële aanwezigheid van een nestplaats verraden. Laagvliegende gierzwaluwen wijzen op de aanwezigheid van een nestplek in de directe omgeving.

Hoogvliegende gierzwaluwen zijn jagende dieren die op grote afstand van de waarneming kunnen broeden. Waarnemingen – 29 mei 2022 Tijdens de inventarisatie van 29 mei 2022 zijn geen gierzwaluwen waargenomen binnen en in de directe omgeving van de planlocatie. Waarnemingen – 26 juni 2022 Tijdens de inventarisatie van 26 juni 2022 zijn geen invliegende gierzwaluwen waargenomen binnen de planlocatie. Om 21:36 uur zijn 6 laagvliegende gierzwaluwen waargenomen ter hoogte van Van Eeghenstraat 104. Om 21:40 uur zijn 10 laagvliegende gierzwaluwen waargenomen boven de planlocatie. Deze vogels vlogen richten het oosten om ter hoogte van nr. 104 te cirkelen. Om 22:20 uur zijn 2 laag overvliegende gierzwaluwen waargenomen die van het westen naar het oosten vlogen. Waarnemingen – 10 juli 2022 Tijdens de inventarisatie van 29 mei 2022 zijn geen gierzwaluwen waargenomen binnen en in de directe omgeving van de planlocatie. Inventarisatie vleermuizen (zomerverblijf, kraamkolonie) Op 29 mei 2022 en 26 juni 2022 zijn inventarisaties uitgevoerd naar het voorkomen van vleermuizen binnen de onderzoekslocatie. Tijdens de inventarisatie is gekeken naar uitvliegende dieren uit (geschikte) verblijfplaatsen. Een schatting van het aantal dieren is gemaakt. Aanvullend is gelet op aanwezigheid van vaste vliegroutes en essentiële jachtgebieden binnen de invloedssfeer van de geplande ontwikkeling.

8

Waarnemingen – 29 mei 2022 Tijdens de inventarisatie van 29 mei 2022 zijn geen verblijfplaatsen waargenomen. Tussen 22:38 uur en 22:48 uur zijn 4 langsvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Deze kwamen vanaf de oostkant van de Van Eeghenstraat en vlogen tussen nr. 92 en 94 door over de parkeerplaats aan de achterzijde van het pand het Vondelpark in, in noordwestelijke richting. Om 22:49 uur en 22:51 uur zijn 2 passerende gewone dwergvleermuizen waargenomen die over de parkeerplaats aan de achterzijde van het oosten naar het westen vlogen. Om 22:35 uur is een passerende gewone dwergvleermuis waargenomen, die vanaf de Van Eeghenstraat tussen nr. 98 en nr. 100 doorvloog richting het Vondelpark ten noorden van de planlocatie.

Waarneming vleermuisinventarisatie 29 mei 2022 (Pijl = vliegrichting)

Waarnemingen – 26 juni 2022 Tijdens de inventarisatie van 26 juni 2022 zijn geen verblijfplaatsen waargenomen. Om 22:20 uur is een langsvliegende gewone dwergvleermuis waargenomen, die vanaf het oosten over de Van Eeghenstraat kwam aanvliegen en tussen nr. 92 en nr. 94 doorvloog over de parkeerplaats aan de achterkant, richting het noordwesten, het Vondelpark in. Om 22:37 uur is een passerende gewone dwergvleermuis waargenomen die over de parkeerplaats vloog, vanaf het noordoosten naar het noordwesten. Tussen 22:45 uur en 22:55 uur zijn 2 gewone dwergvleermuizen waargenomen, die gedurende 10 minuten foerageerde langs de noordwestelijke gevel en de noordwestelijke hoek van het pand en in de steeg tussen nr. 98 en nr. 100. In de ochtend is geen zwermgedrag waargenomen. Inventarisatie vleermuizen (paarverblijf, winterverblijf) Op 23 augustus 2022 en 13 september 2022 zijn inventarisaties uitgevoerd naar het voorkomen van paar- en winterverblijven. Tijdens de avonduren is gezocht naar vleermuizen met social calls. Het mannetje gebruikt deze geluiden om vrouwtjes te verleiden tot de paring. Tijdens de paartijd uitten mannetjes gedurende de hele avond hun lokroep. De inventarisatie van winterverblijven wordt uitgevoerd door na middernacht te zoeken naar zwermende dieren. Op die manier is redelijk betrouwbaar te inventariseren of er grote winterverblijven aanwezig zijn.

De vrouwtjes overwinteren in relatief grote tot zeer grote groepen, mannetjes overwinteren individueel of in kleine groepjes. Het winterverblijf van individuele dieren is niet aan te tonen.

Waarneming vleermuisinventarisatie 26 juni 2022 (Pijl = vliegrichting. Groen = foerageergebied)

Waarnemingen – 23 augustus 2022 (paarverblijf) Op 23 augustus 2022 is de inventarisatie gericht geweest op het paargedrag van vleermuizen. Tijdens de inventarisatie zijn geen verblijfplaatsen waargenomen binnen de planlocatie. In het Vondelpark zijn enkele langsvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Deze vlogen van het oosten naar het westen. Aan de achterzijde en de voorzijde van het pand waren heel zacht baltsgeluiden hoorbaar. De locatie waar deze vandaan kwamen was niet vast te stellen, echter lag deze zeker op zeer ruime afstand van de planlocatie.

9

Waarnemingen – 13 september 2022 (paarverblijf) Op 13 september 2022 is de inventarisatie gericht geweest op het waarnemen van het middernachtzwermen, om te beoordelen of er een winterverblijf in de planlocatie aanwezig is. Tijdens de inventarisatie zijn geen zwermende vleermuizen of paarverblijven binnen de planlocatie waargenomen. Om 23:30 uur en om 00:15 uur is een overvliegende gewone dwergvleermuis waargenomen die vanaf de Van Eeghenstraat richting het Vondelpark ten noorden van de planlocatie vloog. Tussen 23:30 uur en 00:15 uur zijn aan de achterzijde van het pand ongeveer 3 tot 5 overvliegende baltsende gewone dwergvleermuizen waargenomen.

Waarneming vleermuisinventarisatie 23 augustus 2022 (Pijl = vliegrichting)

Waarneming vleermuisinventarisatie 13 september 2022 (Pijl = vliegrichting)

10

H05

Analyse: beoordeling van de effecten op de natuurwaarden Bij de analyse wordt gelet op de effecten als gevolg van het veranderde gebruik en de veranderde inrichting. Daarnaast wordt gelet op de effecten als gevolg van de werkzaamheden, om de veranderingen te kunnen bereiken. Voor zover plangebieden binnen het Natuurnetwerk, het weidevogelleefgebied, Natura 2000-gebied of andere beschermde natuurgebieden liggen, worden de effecten op deze beschermde natuurgebieden binnen de analyse getoetst. Voor de Natura 2000-gebieden is de externe werking eveneens van belang; de belangrijkste externe effecten worden veroorzaakt door toename van depositie, geluid en licht. Daarnaast kunnen veranderende grondwaterstromen een effect veroorzaken. Door bureau Els & Linde is in het voorjaar 2022 en het najaar 2022, een afdoend onderzoek naar vleermuizen binnen de planlocatie uitgevoerd. De analyse van deze notitie beperkt zich tot de effecten op beschermde soorten die tijdens het afdoend onderzoek naar huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen zijn aangetroffen. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming kent een afdeling voor soortbescherming en een afdeling voor gebiedsbescherming. Binnen de gebiedsbescherming zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. De bescherming geldt ook voor externe factoren; zoals grondwaterstromen en stikstofdepositie.

De soortbescherming binnen de Wet natuurbescherming richt zich op de internationale afspraken, en geeft een uitbreiding van de beschermde soorten door aan de rode lijst (bedreigd en ernstig bedreigd) een beschermd status te koppelen. Binnen de bebouwde kom is de belangrijkste wijziging in de beschermde soorten het vervallen van de bescherming op muurplanten en orchideeën. Huismus Het onderzoek naar huismussen is conform de handleidingen voor goede inventarisaties uitgevoerd. Uit de resultaten van het afdoend onderzoek naar de huismus blijkt dat er geen nestplekken aanwezig zijn binnen de planlocatie. Gierzwaluw Het onderzoek naar gierzwaluwen is conform de handleidingen voor goede inventarisaties uitgevoerd. Uit de resultaten van het afdoend onderzoek naar de gierzwaluw blijkt dat er geen nestplekken aanwezig zijn binnen de planlocatie. Vleermuis Het onderzoek naar vleermuizen is conform het vleermuisprotocol en andere handleidingen voor goede inventarisatie uitgevoerd. Uit de resultaten van het afdoend onderzoek blijkt dat er geen verblijfplaatsen aanwezig zijn binnen de planlocatie.

11

Zorgbeginsel Binnen de gebieden is kans op algemeen voorkomende soorten waarmee rekening moet worden gehouden. Aangetroffen dieren die niet uit zichzelf de werkgebieden kunnen verlaten, dienen – onder begeleiding van een ecoloog – in veiligheid te worden gebracht en buiten de werkgebieden te worden uitgezet. Schuilplekken zoals bladhopen, hout- en steenstapels e.d. dienen eerst te worden gecontroleerd op schuilende dieren. In zijn algemeenheid dienen geschikte schuil- en overwinteringsplekken voor dieren buiten de werkterreinen intact te worden gelaten. Eventueel noodzakelijke kap moeten buiten de kwetsbare periode (winter) worden uitgevoerd en voorafgaand aan de kap (of het anderszins vrijstellen van een werkplek) is het verstandig een ecoloog te laten beoordelen of effecten zijn te verwachten en eventueel maatregelen te (laten) nemen om die effecten te verminderen. Met de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels op en in de directe omgeving van de planlocatie. Dit is mogelijk in de aanwezige bomen en struiken. Ook op de platte daken, aanwezige openingen in de panden en begroeiing is er mogelijkheid voor algemene broedvogels om te nestelen. Er moet rekening gehouden worden met het broedseizoen voor en tijdens de werkzaamheden.

12

H06

Conclusie, advies en gebruikte bronnen Voor de Van Eeghenstraat 94-98 is voor ruimtelijke ontwikkeling een afdoend onderzoek naar huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen uitgevoerd. Beschermde soorten Uit de resultaten van het afdoend onderzoek blijkt dat er binnen de planlocatie geen nestplekken van huismussen en gierzwaluwen of verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Met de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels in de begroeiing rondom het pand. Er moet rekening gehouden worden met het broedseizoen voor en tijdens de werkzaamheden. Geadviseerd wordt om de werkzaamheden buiten de broedperiode te starten.

– – – – – –

– –

Anonymus (2018). Kennisdocument Huismus. BIJ12 Anonymus (2018). Kennisdocument Gierzwaluw. BIJ12 Anonymus (2021). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. BIJ12 Dietz, Chr., O. von Helversen & D. Nill (2012) Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Trition Natuur Nieuwhof, M. (2021). Quickscan ecologie Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam. Els & Linde: Hilversum. Simon, M., S. Hüttenbügel & J. Smit-Viergutz (2004) Ökologie und Schutz von Fledermäusen in Dörfern und Städten. Bundesamt für Naturschutz, Bo maps.amsterdam.nl provincienoordholland.nl waarneming.nl

Beschermde gebieden Het beschermde Natura 2000-gebied ligt op 7,5 km van de planlocatie. De kans dat er een significante wijziging is in de emissie, is gezien de aard van de werkzaamheden aanwezig. Een berekening van de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden is noodzakelijk. Andere aantastingen van kwalificerende habitats of soorten in het Natura 2000-gebied door de werkzaamheden kunnen worden uitgesloten.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13065275/1