B_036C_Geotechnisch onderzoek en advies fundering op palen_OLO 7566129_Van Eeghenstraat 94-98.pdf
Tekst van het document
Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam Geotechnisch onderzoek en advies fundering op palen | Amsterdam 6423-229999-R01-v1.0-20220214 1.0 | 14 februari 2022 Definitief Zuider Vastgoed
Zuider Vastgoed
Documentbeheer Documentgegevens Projectnaam
Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam
Documentnaam
Geotechnisch onderzoek en advies fundering op palen
Fugro-projectnr.
6423-229999
Fugro-documentnr.
6423-229999-R01-v1.0-20220214
Versienummer
1.0
Versiestatus
Definitief
Fugro entiteit
Fugro NL Land B.V.
Adres Fugro-kantoor
Zekeringstraat 41a 1014 BV Amsterdam T 020 65 10800
Klantgegevens Klant
Zuider Vastgoed
Adres klant
De Lairessestraat 73 1071 NV Amsterdam
Contactpersoon klant
Dhr. W. Li
Versiebeheer Versie 1.0
Datum
Status
Omschrijving
Opgesteld door
Gecontroleerd door
Goedgekeurd door
14-02-2023
Definitief
-
CMM
ZKJ
ZKJ
Projectteam Initialen
Naam
Rol
CMM
ir. C.M. Moreno
Adviseur Geotechniek
ZKJ
ing. Z. Rabbaj
Senior Consultant Geotechniek
6423-229999-R01-v1.0-20220214 1.0 | Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam
Zuider Vastgoed
Inhoudsopgave 1.
Algemene toelichting
1
1.1
Inleiding
1
1.2
Projectomschrijving
1
2.
Geotechnisch onderzoek en bodemgesteldheid
2
2.1
Algemeen
2
2.2
Globale bodemgesteldheid
2
2.3
Grondwaterstanden
3
3.
Funderingsadvies
4
3.1
Algemeen
4
3.2
Uitgangspunten
4
3.3
Op druk belaste palen
4
4.
Uitvoering
7
4.1
Micropalen, type type schroefinjectiepaal
7
Bijlagen Bijlage A A.1
Geotechnisch onderzoek
Archiefsonderingen
Bijlage B
Berekening en toetsing rekenwaarde netto draagkracht
B.1
Uitgangspunten
B.2
Reductie conusweerstand
B.3
Maximale draagkracht van de paalpunt
B.4
Maximale paalschachtwrijving
B.5
Maximale draagkracht
6423-229999-R01-v1.0-20220214 1.0 | Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam Pagina i van i
Zuider Vastgoed
1.
Algemene toelichting
1.1
Inleiding Op 8 februari 2023 ontving Fugro te Amsterdam van Zuider Vastgoed te Amsterdam de opdracht voor het uitbrengen van een funderingsadvies voor het project “Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam”. De resultaten zijn gebaseerd op de opdracht en de in het rapport beschreven uitgangspunten. Fugro neemt geen verantwoordelijkheid voor de juistheid van andere dan door ons gerapporteerde conclusies en interpretaties. De gerapporteerde resultaten van het geotechnisch onderzoek mogen slechts worden gehanteerd voor het doel zoals in de opdracht is beschreven. Dit rapport bevat: ◼
Een korte projectomschrijving;
◼
Een beschrijving van het uitgevoerde geotechnisch onderzoek en de bodemgesteldheid (hoofdstuk 2);
1.2
◼
Een funderingsadvies en berekening van de draagkracht (hoofdstuk 3);
◼
Aanbevelingen met betrekking tot de uitvoering (hoofdstuk 4).
Projectomschrijving Het project betreft funderingsherstel met een volledige onderkeldering aan de Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam. Voor nadere gegevens omtrent de constructie verwijzen wij u naar de berekeningen en tekeningen van de constructeur.
6423-229999-R01-v1.0-20220214 1.0 | Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam Pagina 1 van 7
Zuider Vastgoed
2.
Geotechnisch onderzoek en bodemgesteldheid
2.1
Algemeen Voor het funderingsadvies is gebruik gemaakt van 4 archief sonderingen uitgevoerd door Fugro in 2019 onder het project nr. 9017-1572-001. De locatie van deze sonderingen zijn weergegeven in Figuur 2.1.
Figuur 2.1: Locatie archiefsonderingen
De resultaten hiervan, eventuele afwijkingen van de opdracht en opmerkingen zijn gepresenteerd in de bijlagen.
2.2
Globale bodemgesteldheid De maaiveldniveaus ter plaatse van de sondeerlocaties bedroeg ten tijde van het onderzoek van NAP -1,23 m tot NAP +0,26 m. Op basis van het geotechnisch onderzoek kan de bodemgesteldheid globaal worden geschematiseerd zoals in Tabel 2.1 is weergegeven. Tabel 2.1: Globale bodemgesteldheid Diepte in m t.o.v. NAP
Bodembeschrijving
ca. +0,26 / -1,23
tot
ca. -2,3 à -3,2
ZAND
ca. -2,3 à -3,2
tot
ca. -4,5 à -4,7
VEEN
ca. -4,5 à -4,7
tot
ca. -7,0 à -7,5
KLEI
ca. -7,0 à -7,5
tot
ca. -9,3 à -9,5
ZAND
6423-229999-R01-v1.0-20220214 1.0 | Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam Pagina 2 van 7
toplaag
wadzand
Zuider Vastgoed
Diepte in m t.o.v. NAP
Bodembeschrijving
ca. -9,3 à -9,5
tot
ca. -11,6 à -12,0
KLEI
zandig
ca. -11,6 à -12,0
tot
ca. -12,5 à -13,0
VEEN
basis
ca. -12,5 à -13,0
tot
ca. -25,0
ZAND
matig vast tot vast gepakt
ca. -25,0
2.3
Maximale verkende diepte
Grondwaterstanden Voor het funderingsadvies is gebruik gemaakt van de grondwatergegevens uit grondonderzoek (2019) met een grondwaterstand van ca. NAP – 1,9 m. Deze grondwaterstand is een éénmalige opname en bedoeld als een oriënterend gegeven. De grondwaterstand kan in de tijd fluctueren onder invloed van getijde, weersgesteldheid en de seizoenen.
6423-229999-R01-v1.0-20220214 1.0 | Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam Pagina 3 van 7
Zuider Vastgoed
3.
Funderingsadvies
3.1
Algemeen Gezien de aangetroffen bodemgesteldheid en de aard van de bebouwing komt voor dit project uitsluitend een fundering op palen in aanmerking. Op verzoek van de constructeur is uitgegaan van de toepassing van een trillingsvrij paalsysteem, micropalen type schroefinjectiepalen of gelijkwaardig. De schroefinjectiepalen zijn in tabel 7c van NEN 9997-1 ingedeeld onder micropalen, met de volgende uitvoeringsspecificaties: ◼
in de grond gevormd met ankerbuizen en schroefbladen, waarbij het grout direct tegen de grond drukt;
◼
wijze van installeren: geschroefd, waarbij menging van de grond met grout plaatsvindt.
In het ontwerpstadium zijn in het algemeen geen gedetailleerde gegevens beschikbaar met betrekking tot het palenplan, de gebouwstijfheid en de vervormingseisen. Derhalve wordt in dit stadium van het project volstaan met de toetsing van de uiterste grenstoestand (UGT) type B op sterkte. Voor de meeste paaltypen, zoals grondverdringende palen en avegaarpalen met relatief kleine diameter, is deze grenstoestand veelal maatgevend, zodat hiermee ook de andere grenstoestanden worden ondervangen. Voor de paalfundering is uitgegaan van verticaal, centrisch en op druk / trek belaste palen. Momenten en horizontale belastingen zijn niet beschouwd.
3.2
Uitgangspunten Voor de uitwerking van het funderingsadvies voor dit project zijn de volgende door de constructeur verstrekte uitgangspunten gehanteerd: ◼
De rekenwaarde (UGT) voor de paalbelasting vanuit de constructie (Fc;d) bedraagt voor de drukkracht ca. 676 kN en voor de trekkracht ca. 200 kN;
◼
De grondwaterstand is aangehouden op ca. NAP -1,9 m;
◼
het terrein zal ten behoeve van de aan te leggen kelder worden ontgraven tot ca. NAP -4,2 m.
3.3
Op druk en op trek belaste palen Voor het funderingsadvies voor op druk- en op trek belaste palen is voor diverse schachtafmetingen van schroefinjectiepalen op gekozen paalpuntniveaus de rekenwaarde van de draagkracht van de palen bepaald. De resultaten van deze berekeningen zijn weergegeven in Tabel 3.1.
6423-229999-R01-v1.0-20220214 1.0 | Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam Pagina 4 van 7
Zuider Vastgoed
Tabel 3.1: Paalpuntniveaus en rekenwaarden van de paaldraagkracht Sondering nr. (project nr.)
Rc;net;d (Rt;d) in kN
Maaiveldhoogte in m t.o.v. NAP
Paalpuntniveau in m t.o.v. NAP
+0,26
micropalen, type schroefinjectiepalen Ø114/180/250 * mm
Ø114/180/300* mm
Ø140/220/350* mm
-18,00
340 (150)
450 (180)
560 (210)
-18,50
390 (170)
510 (205)
640 (240)
-19,00
500 (195)
640 (235)
800 (275)
-18,00
330 (120)
440 (145)
570 (170)
-18,50
400 (145)
520 (175)
650 (205)
-19,00
460 (170)
560 (205)
680 (240)
-18,00
470 (180)
600 (220)
710 (255)
-18,50
450 (205)
590 (250)
740 (290)
-19,00
470 (230)
610 (280)
770 (320)
-18,00
320 (100)
430 (120)
560 (140)
-18,50 à -19,0
420 (125)
560 (150)
710 (175)
ξ3 = 1,39 gemiddeld
-19,00
460
590
740
ξ3 = 1,28 gemiddeld
-19,00
500
640
800
DKM1
DKM2
DKM3
DKM4
-0,50
-1,16
-1,23
Opmerkingen: Rc;net;d = rekenwaarde van de netto draagkracht van de paal, rekening houdend met negatieve kleef ( = Rc;d - Fnk;d) Rt;d / (…) = rekenwaarde van de trek-weerstand op basis van alleenstaande palen en exclusief het eigengewicht van de paal Fnk;d = i.v.m. ontgraving is de negatieve kleef niet in rekening gebracht * = diameter van de stalen buis / diameter in de slappe lagen / diameter in de vaste zandlaag. De geotechnische diameter in de draagkrachtige zandlaag is bij schroefinjectiepalen gelijk aan de diameter van het boorblad.
De in de tabel gepresenteerde waarden voor de paaldraagkracht zijn grondmechanische waarden. Door de constructeur dient te worden gecontroleerd of de bijbehorende paalschachtspanningen toelaatbaar zijn. Voorbeeldberekeningen van de rekenwaarde van de netto draagkracht van een paal en de toetsing van UGT type B zijn gegeven in Bijlage B. Voor de berekening van de rekenwaarde van de maximale draagkracht en de toetsing van de UGT type B volgens 7.6.2.3 van NEN 9997-1 zijn de volgende uitgangspunten aangehouden: ◼
Het project is geplaatst in geotechnische categorie 2;
◼
Omdat in dit stadium van het ontwerp de stijfheid van de constructie nog niet exact bekend is, is de stijfheid van de constructie niet in rekening gebracht. Volgens tabel A.10a van NEN 9997-1 is voor de factoren 3 en 4 een waarde van 1,39 gehanteerd;
◼
Gezien de gelijkmatigheid van de paalpuntniveaus en de rekenwaarden van de draagkracht mag ook met is 1,28 (behorend bij n = 4) worden gerekend, waarbij wordt uitgegaan van de gemiddelde rekenwaarde van de draagkracht voor het hele project.
◼
In verband met de uitvoering van ontgraving tot een niveau van NAP – 4,2 m zijn de gemeten conusweerstanden gereduceerd conform 7.6.2.3(k) van NEN 9997-1;
6423-229999-R01-v1.0-20220214 1.0 | Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam Pagina 5 van 7
Zuider Vastgoed
de positieve schachtwrijving is vanaf ca. NAP – 12,0 m tot paalpuntniveau volledig meegenomen in de berekening; ◼
Bij de draagkrachtberekeningen zijn de volgende paalfactoren aangehouden (zie volgende pagina):
◼
p 0,631) s 0,0082) t 0,008 1,0 s 1,0 Toetsing volgens de UGT type B houdt in dat voldaan moet worden aan: Fc;d < (Rc;d Fnk;d). De vervormingsgrenstoestanden zijn, gezien de zeer geringe zakking van de palen onder invloed van de belasting, niet maatgevend;
◼
De berekening van de rekenwaarde van de trekbelasting op alleenstaande palen is uitgevoerd. Uitgaande van quasi statisch op trek belaste palen is een var van 1,0 gehanteerd;
◼
In de trekweerstand is het eigen gewicht van de paal niet meegerekend;
◼
Opgemerkt wordt dat op trek belaste palen over de gehele lengte dienen te worden gewapend. Dimensionering van de wapening valt buiten het kader van dit rapport.
1)
Hierbij mag de boorbuis over de laatste 8x de paaldiameter niet op en neer worden gehaald en dient, na het op diepte komen van de paal, de punt onder verhoogde druk te worden afgeperst en de paal te worden vastgedraaid. Als de paal niet zodanig wordt uitgevoerd, zijn lagere paalklassefactoren van toepassing en dient de draagkracht te worden gereduceerd. Volgens tabel 7.c van NEN 9997-1 dient in principe zonder het uitvoeren van paalbelastingproeven een waarde van 0,008 te worden gehanteerd. Indien wel paalbelastingproeven worden uitgevoerd mag een waarde van 0,012 worden gehanteerd. De waarde van 0,008 is een conservatieve ondergrens en wijkt af van de vroegere berekeningswijze volgens NEN 6743 waarbij met een waarde van 0,009 werd gerekend . 2)
6423-229999-R01-v1.0-20220214 1.0 | Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam Pagina 6 van 7
Zuider Vastgoed
4.
Uitvoering
4.1
Micropalen, type type schroefinjectiepaal Voor de toe te passen uitvoeringswijze van de micropalen wordt verwezen naar de norm NEN-EN: 14199 “Uitvoering van bijzonder geotechnisch werk – Micropalen”. Bij het op diepte brengen van de paal mag de boorbuis over de laatste 8x de paaldiameter niet op en neer worden gehaald. Na het op diepte komen van de paal dient de punt onder verhoogde druk te worden afgeperst en de paal te worden vastgedraaid. Als de paal niet zodanig wordt uitgevoerd, zijn lagere paalklassefactoren van toepassing en dient de draagkracht te worden gereduceerd. De geotechnische diameter in de draagkrachtige zandlaag is bij schroefinjectiepalen gelijk aan de diameter van het boorblad. De diameter van het boorblad dient dan ook gelijk te worden gekozen aan de gewenste geotechnische diameter (zie tabel 3.1) zodat de fundering wordt aangelegd conform tabellen 6.3 en 6.5 uit CUR rapport 236 (paaltype D).
6423-229999-R01-v1.0-20220214 1.0 | Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam Pagina 7 van 7
Zuider Vastgoed
Bijlage A Geotechnisch onderzoek
6423-229999-R01-v1.0-20220214 1.0 | Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam Bijlage A | Pagina 0
Zuider Vastgoed
A.1
Archiefsonderingen
6423-229999-R01-v1.0-20220214 1.0 | Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam Bijlage A | Pagina 1
Geotechnisch onderzoek Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam Document Nr.: 9017-1572-001 Versie: 2.0 Datum: 5 maart 2019
GEOTECHNISCH ONDERZOEK
Opdrachtgever
Grabo Onroerend Goed B.V. Brachthuijzerstraat 3 1075 EN Amsterdam
Opdrachtnemer
Fugro NL Land B.V. Zekeringstraat 41a 1014 BV Amsterdam T 020 65 10800
Projectleider
ing. R.D. Kemble
Versiebeheer
1.0
Initiële versie
LMU
JVT
RKB
25-10-2018
2.0
DKM1
LMU
JKA
RKB
05-03-2019
Rev
Omschrijving
Gecontroleerd
Goedgekeurd
Opgesteld
Datum
GEOTECHNISCH ONDERZOEK
INHOUDSOPGAVE
1.
RAPPORTAGE OVERZICHT
2.
SITUATIETEKENING
3.
ONDERZOEKSDATA
4.
TOELICHTING GEOTECHNISCH ONDERZOEK
5.
CONTINU ELEKTRISCH SONDEREN
6.
LEGENDA TERREINPROEVEN EN GRONDSOORTEN
Onze ref.: 9017-1572-001
RAPPORTAGE OVERZICHT
Projectomschrijving: Projectnummer:
Naam
Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam 9017-1572-001
RD Coördinaten (m) X
DKM1 DKM2 DKM3 DKM4
119785.4 119755.9 119744.5 119759.9 0 0.0 HB1 119744.1 HB1_PB1 0.0 0 0.0 WATERNET_PBE05208 (MV) 119789.3 0.0 WATERNET_PBE05208 (BKPB) 0 0.0 Put 119781.7 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0 0 0.0
Y 485556.5 485544.5 485564.8 485585.3 0.0 485565.6 0.0 0.0 485556.8 0.0 0.0 485540.8 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0
Hoogte Grondwater(m) stand (m) t.o.v. t.o.v. NAP NAP +0.26 -0.50 -1.16 -1.23
-2.00 -1.96 -2.13
-1.17 -0.86
-1.76
+0.21 +0.16
-1.84
+0.23
Opmerking
Gestaakt, onvoldoende reactiekracht
HB1
DKM3 94 96 WATERNET_PBE05208 (MV)
DKM1
Revisie Datum : 05-03-2019
98
100
DKM2 Put = NAP +0.23 m
Versie :
str
n he
t
aa
g
Ee
dd:
25-10-2018
n Va
LMU
0
5.0
10.0
15.0
20.0
25.0 m
Schaal 1 : 500
Get. :
\\fgsbv-fs01.fugro-nl.local\FGSBV-data\Projecten\90\9017-1572-001\21_Uitvoering_terreinonderzoek\10_Basisgegevens\9017-1572-001.dwg
DKM4
Wijziging
A
05-03-2019
DKM1
LMU
SITUATIE VAN EEGHENSTRAAT 94-98 TE AMSTERDAM
Opdr. : 9017-1572-001 Bijl. : 1A
3
0 2 4 6 Conusweerstand,qc [MPa]
.2 8
.3 10
12
.4 14
16
.5 18
20
22
10
8
6
24
26
28
Indicatieve bodembeschrijving
Wrijvingsgetal,Rf [%] 4 2 0 30
Hellingshoek α
Automatisch gegenereerd uit data van de sondering, geldig onder grondwaterpeil (Robertson 1990, NL corr.)
2
1 Diepte t.o.v. NAP [m]
UNIPLOT 05.36.nl / QcFsClass-R3.ucf / 2019-03-05 09:35:54
Wrijvingsweerstand,fs [MPa] .0 .1
0.26
0
-0.24 -1
2.00 m voorgeboord
Verharding, tegel Zand
-1.74
-2
2
ZAND, zwak siltig tot siltig ZAND, zwak siltig tot siltig
-3
ZAND, siltig tot LEEM VEEN VEEN, organisch materiaal VEEN
-4
-5 1 2
-6
KLEI, zwak siltig tot siltig KLEI, zwak siltig tot siltig
1 KLEI, zwak siltig tot siltig
-7
ZAND, siltig tot LEEM -8
ZAND, zwak siltig tot siltig
-9
ZAND, siltig tot LEEM
-10
KLEI, zwak siltig tot siltig
-11 2 -12
KLEI, zwak siltig tot siltig
VEEN
-13
-14 9017-1572-001
ZAND, zwak siltig tot siltig -15
-16 2 ZAND, zwak siltig tot siltig -17
-18
-19
31 ZAND, zwak siltig tot siltig
-20
-21 2 3
-22
-23 ZAND, siltig tot LEEM -24 45 45 -25
-26
-27
-28 -29 DKM1 - 1
Opg. : AVS Get. : Murenaite
d.d. 01-mrt-2019 d.d. 05-mrt-2019
Coord.: X= 119785.4 m MV = NAP +0.26 m
Y= 485556.5 m Conus: CP15-CF75SN2
Systeem: RD Sondering volgens norm NEN-EN-ISO 22476-1 Toepassingsklasse 2. Test type TE1 1701-3041 Conustype: A = 1510 mm2 ; A = 19895mm2 c s
SONDERING MET PLAATSELIJKE KLEEFMETING VAN EEGHENSTRAAT 94-98 TE AMSTERDAM
Opdr. Sond.
9017-1572-001 DKM1
2 2
ZAND, zwak siltig tot siltig
3
0 2 4 6 Conusweerstand,qc [MPa]
.2 8
.3 10
12
.4 14
16
.5 18
20
22
10
8
6
24
26
28
Indicatieve bodembeschrijving
Wrijvingsgetal,Rf [%] 4 2 0 30
Hellingshoek α
Automatisch gegenereerd uit data van de sondering, geldig onder grondwaterpeil (Robertson 1990, NL corr.)
2
1 Diepte t.o.v. NAP [m]
UNIPLOT 05.35.nl / QcFsClass-R3.cmd / 2018-10-25 14:47:42
Wrijvingsweerstand,fs [MPa] .0 .1
0 0
-1
ZAND, vast / ZAND, kleiig KLEI, siltig / LEEM
-2
ZAND, zwak siltig tot siltig ZAND, siltig tot LEEM
-3
-4
VEEN, organisch materiaal
-5
VEEN, organisch materiaal 0
-6
KLEI, zwak siltig tot siltig
-7
KLEI, zwak siltig tot siltig ZAND, siltig tot LEEM
-8 ZAND, zwak siltig tot siltig ZAND, siltig tot LEEM ZAND, zwak siltig tot siltig ZAND, siltig tot LEEM
-9
-10
1
KLEI, zwak siltig tot siltig VEEN
0 -11
1
KLEI, zwak siltig tot siltig
-12
0
VEEN
1
ZAND, zwak siltig tot siltig
0
ZAND, siltig tot LEEM
-13
1 -14 9017-1572-001
ZAND, zwak siltig tot siltig -15 ZAND, siltig tot LEEM -16
ZAND, zwak siltig tot siltig ZAND, zwak siltig tot siltig
-17
-18 1 -19
2
-20
1
ZAND, zwak siltig tot siltig
2
-21
-22
-23
KLEI, siltig / LEEM ZAND, siltig tot LEEM
-24
ZAND, siltig tot LEEM 43 43
-25
-26
-27
-28 -29 DKM2 - 1
Opg. : SC/JSL Get. : L.MURENAITE
d.d. 24-okt-2018 d.d. 25-okt-2018
Coord.: X= 119755.9 m MV = NAP -0.50 m
Y= 485544.5 m Conus: CP15-CF75SO2
Systeem: RD Sondering volgens norm NEN-EN-ISO 22476-1 Toepassingsklasse 2. Test type TE1 1701-2392 Conustype: A = 1510 mm2 ; A = 19895mm2 c s
SONDERING MET PLAATSELIJKE KLEEFMETING VAN EEGHENSTRAAT 94-98 TE AMSTERDAM
Opdr. Sond.
9017-1572-001 DKM2
ZAND, zwak siltig tot siltig 2
3
0 2 4 6 Conusweerstand,qc [MPa]
.2 8
.3 10
12
.4 14
16
.5 18
20
22
10
8
6
24
26
28
Indicatieve bodembeschrijving
Wrijvingsgetal,Rf [%] 4 2 0 30
Hellingshoek α
Automatisch gegenereerd uit data van de sondering, geldig onder grondwaterpeil (Robertson 1990, NL corr.)
2
1 Diepte t.o.v. NAP [m]
UNIPLOT 05.35.nl / QcFsClass-R3.cmd / 2018-10-25 14:47:45
Wrijvingsweerstand,fs [MPa] .0 .1
0
-1 0 -2
KLEI, siltig / LEEM
-3 VEEN, organisch materiaal -4
-5
KLEI, zwak siltig tot siltig KLEI, zwak siltig tot siltig
-6
0
-7 ZAND, siltig tot LEEM ZAND, siltig tot LEEM ZAND, zwak siltig tot siltig
-8
-9
-10 KLEI, zwak siltig tot siltig
-11
0 VEEN
-12
-13
-14 9017-1572-001
-15
-16
0
-17 ZAND, zwak siltig tot siltig -18
-19
-20
-21
0 35 40 39 32
-22
-23
ZAND, siltig tot LEEM
-24
48 51
-25
-26
-27
-28 -29 DKM3 - 1
Opg. : SC/JSL Get. : L.MURENAITE
d.d. 24-okt-2018 d.d. 25-okt-2018
Coord.: X= 119744.5 m MV = NAP -1.16 m
Y= 485564.8 m Conus: CP15-CF75SO2
Systeem: RD Sondering volgens norm NEN-EN-ISO 22476-1 Toepassingsklasse 2. Test type TE1 1701-2392 Conustype: A = 1510 mm2 ; A = 19895mm2 c s
SONDERING MET PLAATSELIJKE KLEEFMETING VAN EEGHENSTRAAT 94-98 TE AMSTERDAM
Opdr. Sond.
9017-1572-001 DKM3
ZAND, zwak siltig tot siltig 0
3
0 2 4 6 Conusweerstand,qc [MPa]
.2 8
.3 10
12
.4 14
16
.5 18
20
22
10
8
6
24
26
28
Indicatieve bodembeschrijving
Wrijvingsgetal,Rf [%] 4 2 0 30
Hellingshoek α
Automatisch gegenereerd uit data van de sondering, geldig onder grondwaterpeil (Robertson 1990, NL corr.)
2
1 Diepte t.o.v. NAP [m]
UNIPLOT 05.35.nl / QcFsClass-R3.cmd / 2018-10-25 14:47:48
Wrijvingsweerstand,fs [MPa] .0 .1
0
-1 0 -2
VEEN VEEN, organisch materiaal ZAND, zwak siltig tot siltig
-3 VEEN, organisch materiaal -4
-5
KLEI, zwak siltig tot siltig
-6
0
KLEI, zwak siltig tot siltig KLEI, zwak siltig tot siltig KLEI, zwak siltig tot siltig
-7
KLEI, siltig / LEEM
-8
ZAND, zwak siltig tot siltig ZAND, siltig tot LEEM -9
ZAND, siltig tot LEEM
-10 KLEI, zwak siltig tot siltig
-11
0
-12 ZAND, zwak siltig tot siltig ZAND, siltig tot LEEM
-13 1 -14 9017-1572-001
0
ZAND, zwak siltig tot siltig
1
ZAND, zwak siltig tot siltig
0
ZAND, siltig tot LEEM
1
ZAND, zwak siltig tot siltig
-15
-16
-17
0 -18 ZAND, zwak siltig tot siltig -19 30 31 -20
-21
-22
-23
-24
-25
-26
-27
-28 -29 DKM4 - 1
Opg. : SC/JSL Get. : L.MURENAITE
d.d. 24-okt-2018 d.d. 25-okt-2018
Coord.: X= 119759.9 m MV = NAP -1.23 m
Y= 485585.3 m Conus: CP15-CF75SO2
Systeem: RD Sondering volgens norm NEN-EN-ISO 22476-1 Toepassingsklasse 2. Test type TE1 1701-2392 Conustype: A = 1510 mm2 ; A = 19895mm2 c s
SONDERING MET PLAATSELIJKE KLEEFMETING VAN EEGHENSTRAAT 94-98 TE AMSTERDAM
Opdr. Sond.
9017-1572-001 DKM4
0
Veldclassificatie
Boring: HB1 Peilbuis 1
Referentie (m tov NAP)
Monsternr.
-1.00
Pagina 1 van 1
Bodembeschrijving volgens NEN 5104
-1.17 tot -2.67 Zand, matig grof, matig humeus, donker grijs
-2.00
-2.67 tot -3.17 Veen, zwak zandig, slap zwart
-3.00
-3.17 tot -4.17 Veen, mineraalarm, slap bruin -4.00
Versie 2017-07-01
Algemene opmerking:
X: 119744.1
GWS (m tov NAP):
Y: 485565.6
GHG (m tov NAP):
Coördinatenstelsel: RD
GLG (m tov NAP):
MV (m tov NAP): -1.17 bk PB1 (m tov NAP): -0.86 bk PB2 (m tov NAP): bk PB3 (m tov NAP): bk PB4 (m tov NAP):
Boorvloeistof: WS PB1 (m tov NAP): -1.76 WS PB2 (m tov NAP): WS PB3 (m tov NAP): WS PB4 (m tov NAP):
Datum uitvoering: 24-10-2018 Boormeester: jsl Geclassificeerd door: jsl
BORING VOLGENS NEN-EN-ISO 22475-1
Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam
9017-1572-001
TOELICHTING GEOTECHNISCH ONDERZOEK
Coördinaten en hoogte van de onderzoekspunten Indien de hoogte en coördinaten van de onderzoekslocaties zijn bepaald in NAP en RD bedragen de maximale afwijking van de meting van de coördinaten ca. 10 cm en de maximale afwijking van de meting van de hoogte ca. 5 cm. Bij projecten waarbij de sonderingen zijn gerefereerd aan een lokaal vast punt bedraagt de maximale afwijking in de hoogte ca 5 cm. De maximale afwijking in de maatvoering doormiddel van traditioneel uitzetten met een meetband bedraagt ca. 25 cm. Indien de onderzoekslocaties niet zijn gerefereerd aan een vaste referentiehoogte wijkt het onderzoek af van de gestelde eisen in de NEN-EN-ISO 22476-1. De hoogtebepaling van de onderzoekslocaties is uitgevoerd met als doel de bodemopbouw te refereren aan een vaste referentiehoogte. Deze gegevens zijn niet geschikt voor andere doeleinden dan dit onderzoek.
Sonderen Een beschrijving van de gevolgde meet- en registratiemethode is gegeven in de bijlage "Continu Elektrisch Sonderen".
Boren Mechanisch boorwerk wordt verbuisd uitgevoerd, waarbij de grond uit de buis wordt verwijderd met behulp van een puls (niet-cohesieve gronden) en/of een avegaarboor (cohesieve gronden). Bij handboren wordt gebruik gemaakt van een edelmanboor (cohesieve gronden) en een handpuls (nietcohesieve gronden). De werkzaamheden worden uitgevoerd conform de NEN-EN-ISO 22475-1. Peilbuizen worden gepresenteerd op de betreffende boorstaten. De boringen met peilbuis zijn met bijbehorend symbool aangegeven op de situatietekening. Ongeroerde monstername bij het mechanisch boren kan plaatsvinden door: - een Ackermann steekbus te slaan of te drukken - een Pistonbus te drukken - een Gelpush monster te drukken Bij handboren worden ongeroerde monsters genomen met een Van der Horst steekapparaat. De tijdens het boren genomen geroerde monsters worden in het veld globaal geclassificeerd. Als er laboratoriumonderzoek volgt na het veldwerk, worden in het laboratorium de monsters gedetailleerd geclassificeerd. Bij eventuele verschillen tussen de veld- en laboratorium-classificatie, is de laboratoriumclassificatie bepalend. Op de classificatie van grond is de NEN 5104 van toepassing.
(Grond)waterstand De gemeten (grond)waterstand(en) betreffen een eenmalige opname en zijn bedoeld als een oriënterend gegeven. De grondwaterstand kan in de tijd fluctueren onder invloed van de weersgesteldheid en de seizoenen.
Kwaliteitsborging
Alle werkzaamheden zijn verricht in overeenstemming met het managementsysteem van Fugro NL Land B.V. dat voldoet aan de NEN-ISO 9001:2008 en VCA ** 2008/05. De kalibratiesheet(s) van de gebruikte conus(sen) kunnen op verzoek worden toegestuurd.
Page 1 of 1
CONTINU ELEKTRISCH SONDEREN MEETTECHNIEK De standaard bij Fugro toegepaste conus is de “elektrische kleefmantelconus”, waarmee de conusweerstand, de plaatselijke wrijvingsweerstand en de helling gelijktijdig worden gemeten. Sinds februari 2013 is de norm NEN-EN-ISO 22476-1:2012/C1:2013 Geotechnisch onderzoek en beproeving – Veldproeven – Deel 1: Elektrische sondering met en zonder waterspanningsmeting van toepassing als vervanging van NEN 5140, die is terug getrokken. In NEN 9997-1 wordt echter nog wel verwezen naar NEN 5140. Bij het uitvoeren van een sondering conform NEN-EN-ISO 22476-1:2012/C1:2013 wordt de puntweerstand gemeten, die moet worden overwonnen om een conus met een tophoek van 60º en een basisoppervlak van 1000 mm2 met een constante snelheid van ca 20 mm/s in de bodem te drukken. Voor de meting van de wrijvingsweerstand is een mantel met een oppervlak van 15000 mm 2 boven de punt aangebracht. De druk op de conuspunt (conusweerstand in MPa) en de wrijving langs de kleefmantel (plaatselijke wrijvingsweerstand in MPa) worden door rekstroken in de conus continu digitaal gemeten. Het basisoppervlak van de conus mag tussen 500 en 2000 mm2 variëren zonder dat correctiefactoren op de meetresultaten moeten worden toegepast. Fugro sonderingen worden standaard uitgevoerd met een sondeerconus met een basisoppervlak van 1500 mm 2 en een manteloppervlak van 20000 mm 2.
Veelal wordt gebruik gemaakt van een conus met een korter cilindrisch deel boven de conuspunt dan in NEN-EN-ISO 22476-1 vermelde 400 mm voor een standaard conus. Het cilindrische deel vanaf de conuspunt van de standaard door Fugro gebruikte conussen heeft een lengte van 230 mm in plaats van de genormeerde lengte. Onderzoek 1 heeft aangetoond, dat de invloed van de lengte van deze conus op het sondeerresultaat verwaarloosbaar is, terwijl met een kortere conus met minder risico een grotere sondeerdiepte kan worden bereikt. De meetsignalen worden digitaal naar een elektrische meeteenheid gestuurd en samen met de diepte en de tijd opgeslagen. Definitieve verwerking vindt daarna op kantoor plaats, waarbij de gemeten parameters tegen de diepte in grafiekvorm worden uitgewerkt. Door continue registratie van de gemeten conus- en wrijvingsweerstand wordt een nauwkeurig beeld van de gelaagdheid en de vastheid van de bodem verkregen. Afwijking van de conus met de verticaal worden continu geregistreerd, waarmee bij de uitwerking de diepte wordt gecorrigeerd en zo een onjuiste diepteaanduiding als gevolg van “scheef sonderen” wordt voorkomen. INTERPRETATIE VAN DE SONDERINGEN MET PLAATSELIJKE WRIJVINGSWEERSTAND Meting van zowel de conusweerstand qc als de plaatselijke wrijvingsweerstand fs maakt het mogelijk het wrijvingsgetal Rf te berekenen.
Het wrijvingsgetal wordt gedefinieerd als het quotiënt van de plaatselijke wrijving en de op gelijke diepte gemeten conusweerstand in procenten. Hierbij wordt rekening gehouden met laagscheidingen ter hoogte van de mantel.
1
Lunne and Powell, A comparison of different sized piezocones in UK clays.
MB01 Continu elektrisch sonderen
Versie 19-10-2017
Pagina 1 van 9
Het wrijvingsgetal Rf geeft samen met de conusweerstand qc een goed beeld van de bodemopbouw beneden de grondwaterspiegel. In de onderstaande tabel zijn enige kenmerkende waarden van het wrijvingsgetal aangegeven. Met nadruk dient te worden gesteld dat deze waarden slechts indicatief zijn en getoetst dienen te worden aan boringen of lokale ervaring en uitsluitend gelden voor de cilindrische elektrische conus. Grondsoort
Wrijvingsgetal in %
Grondsoort
Wrijvingsgetal in %
Grind, grof zand
0,2 – 0,6
Klei
3,0 – 5,0
Zand
0,6 – 1,2
Potklei
5,0 – 7,0
Silt, leem, löss
1,2 – 4,0
Veen
5,0 – 10,0
In geroerde grond en in grond boven de grondwaterspiegel kunnen grote afwijkingen ten opzichte van de genoemde waarden voorkomen en gelden deze waarden niet. PRESENTATIE SONDEERGEGEVENS Sonderingen kunnen worden uitgewerkt met interpretatie van het wrijvingsgetal voor identificatie van de bodemlagen. De identificatie van de bodemlagen is dan uitgevoerd volgens Robertson [1990] 2, die door Fugro is aangepast aan de Nederlandse omstandigheden. Bij deze interpretatie wordt uitgegaan van de genormaliseerde waarden van de conusweerstand nQ c en wrijvingsgetal nRf als ingangsparameters. De genormaliseerde waarden van de conusweerstand nQ c en wrijvingsgetal nRf worden berekend, uit de gemeten wrijvingsweerstand fs en conusweerstand qc, indien mogelijk gecorrigeerd voor de waterspanning en de verticale effectieve - en totale grondspanning volgens de onderstaande formules. Genormaliseerde conusweerstand:
nQc
qt v 0 'v 0 Vergelijking 1
Genormaliseerd wrijvingsgetal:
nR f
100 f s qt vo Vergelijking 2
In geval er geen waterspanning is gemeten, wordt voor qt de waarde van qc gebruikt. Voor de grondsoorten, die specifiek zijn voor de Nederlandse ondergrond condities, zijn in de Bodem Classificatiegrafiek van Robertson [1990] twee aanpassingen gedaan om de Nederlandse situatie beter te beschrijven: ■
gebieden 4 en 5 zijn anders ingedeeld, zodat losgepakte zanden en ondiepe kleilagen beter worden geïnterpreteerd. Deze aanpassingen zijn in onderstaande figuur weergegeven;
2
Robertson, P.K. [1990] “Soil Classification using the cone penetration test”. Canadian Geotechnical Journal, 27(1), 151-82
MB01 Continu elektrisch sonderen
Versie 19-10-2017
Pagina 2 van 9
■
er is een extra voorwaarde ingebracht om Holocene veenlagen goed te kunnen classificeren. Voor q c < 1,5 MPa en Rf > 5 % wordt de grond als veen geclassificeerd.
Figuur 1
Voor een aantal specifieke grondtypen, zoals bijvoorbeeld Potklei, Boomse klei, overgeconsolideerd veen en glauconiethoudend zand is tevens het classificatie gebied aangegeven. Deze stemmen niet direct overeen met de benamingen van gebieden 1 tot en met 9. De identificatie is indicatief en alleen geldig voor lagen onder de grondwaterstand. De resultaten dienen te worden geverifieerd met boringen of geologische informatie. Uitgedroogde cohesieve toplagen geven een te hoge waarde worden voor het wrijvingsgetal, waardoor bijvoorbeeld uitgedroogde kleilagen mogelijk onterecht worden geïnterpreteerd als veenlagen. Ook is de correlatie voor de toplagen minder betrouwbaar vanwege het lage effectieve spanningsniveau in deze lagen. ANDERE CONUSTYPEN Naast de meting van conusweerstand en plaatselijke wrijving is het mogelijk extra (combinaties van) metingen uit te voeren. In onderstaand schema zijn enkele mogelijkheden aangegeven. Indien gewenst kan nadere informatie over metingen en toepassingsmogelijkheden worden verschaft.
MB01 Continu elektrisch sonderen
Versie 19-10-2017
Pagina 3 van 9
Type meting
Meetresultaten
Toepassingsmogelijkheden
Waterspanning
Waterspanning ter plaatse van de punt
■ registreren waterremmende lagen; ■ indicatie stijghoogte grondwater; ■ classificatie / gelaagdheid bodem.
Magnetometer
Magnetische veldsterkte in 3 orthogonale richtingen (X,Y,Z)
■ blindganger onderzoek; ■ onderzoek ligging obstakels (stalen leidingen, grondankers); ■ onderzoek paalpunt niveau / schoorstand funderingspalen; ■ onderzoek ligging onderzijde stalen damwanden.
Geleidbaarheid
Elektrische geleiding grond en grondwater
■ indicatie waterkwaliteit / zoet - zout water grens; ■ onderzoek verspreiding verontreiniging.
Temperatuur
Temperatuurmeting op verschillende diepten
■ warmteoverdracht in de bodem; ■ bepaling temperatuurgradiënt.
Schuifgolfsnelheid (seismisch)
Dynamische bodemparameters op verschillende diepten
■ machinefunderingen; ■ windturbinefunderingen.
Versnelling
Versnellingen op verschillende diepten
■ heitrillingen; ■ verkeerstrillingen
MIP (Membrane Interface Probe)
Verticale verspreiding van vluchtige (gechloreerde) koolwaterstoffen
■ bestudering zak/drijflagen en/of verontreinigingen met (gechloreerde) koolwaterstoffen
ROST (Rapid Optical Screening Tool)
Verticale verspreiding van (aromatische) koolwaterstoffen
■ bestudering zak/drijflagen en/of verontreinigingen met (aromatische) koolwaterstoffen
WATERSPANNINGSSONDERINGEN Naast registratie van conusweerstand en plaatselijke wrijvingsweerstand wordt bij een groot deel van de sonderingen waterspanning geregistreerd. Een waterspanningsconus (piëzo-conus) is voorzien van een ingebouwde druksensor, waarmee de waterdruk tijdens het sonderen wordt gemeten. Een filter voorkomt het contact van grond met de druksensor. De waterdruk kan op drie locaties in de conus worden gemeten waarbij de posities u1 en u2 veelvuldig voorkomen (zie figuur 2). Positie u3 wordt zelden toegepast. Slechts een kleine hoeveelheid water (0,2 mm3) is nodig om een nauwkeurige waterdruk te meten. Het meetbereik kan worden gekozen afhankelijk van de te verwachten wateroverspanning. In stijve kleien kan deze oplopen tot meer dan 3 MPa.
Figuur 2
MB01 Continu elektrisch sonderen
Versie 19-10-2017
Pagina 4 van 9
UITVOERINGSWIJZE Om een juiste meting van de waterspanning te verkrijgen, dient het gehele meetsysteem volledig ontlucht en gevuld te zijn met een weinig samendrukbare vloeistof. Om te voorkomen dat de vloeistof tijdens het sonderen in de onverzadigde lagen boven de grondwaterstand wegvloeit zijn een juiste keuze van vloeistof, het gebruik van een rubber membraam, een goede uitvoering en de poriëngrootte van het filter belangrijk. Indien het grondwater relatief ondiep aanwezig is, wordt bij voorkeur voorgeboord tot het niveau van de grondwaterspiegel teneinde luchttoetreding te voorkomen. Hiermee wordt ook de kans op beschadiging en in de grond achterblijven van het rubber membraan verkleind. INTERPRETATIE De resultaten van de piëzo-sonderingen bestaan uit de gemeten conusweerstand (qc), de plaatselijke wrijvingsweerstand (fs), het wrijvingsgetal (Rf), de gemeten waterspanning (u1 of u2 respectievelijk in de punt en achter de punt) en de wateroverspanningsindex Bq. De resultaten van de waterspanningsmeting tijdens het sonderen vormen uit grondmechanisch en geohydrologisch oogpunt een belangrijke extra informatiebron voor de interpretatie van de bodemopbouw.
Door combinatie van de meting van de conusweerstand en de waterspanning, bij voorkeur samen met de plaatselijke wrijvingsweerstand, wordt optimaal gebruik gemaakt van de sondeertechniek en kan het benodigde aanvullend grondonderzoek efficiënter worden gepland. Bij de interpretatie speelt met name de wateroverspanning een rol, dat wil zeggen de verhoging van de waterspanning die door het indrukken van de conus ontstaan is. Dunne cohesieve laagjes in een zandpakket en dunne zandlaagjes in een kleipakket, die in de conusweerstand en de plaatselijke wrijvingsweerstand door uitmiddeling niet of slecht zichtbaar zijn, kunnen goed worden gedetecteerd aan de hand van de water(over)spanningen, die door het sonderen ontstaan. Deze laagjes kunnen van groot belang zijn voor het zettingsgedrag van funderingen en voor de verticale (on)doorlatendheid van de grond. Verder kunnen met de piëzo-conus, met name via de u1-meting, sterk gelaagde structuren van zand en klei onderscheiden worden van homogene lagen hetgeen op basis van conusweerstand en plaatselijke wrijving in de meeste gevallen niet lukt. Aangetoond is dat het detectievermogen van de u 1-meting veel hoger is dan van de u2-meting. WATEROVERSPANNINGINDEX BQ Met de wateroverspanningindex Bq kan een meer nauwkeurige classificatie van de grondsoort worden verkregen.
Deze index is de verhouding van de wateroverspanning en de netto conusweerstand qnet, zijnde de gemeten conusweerstand qc gecorrigeerd voor de waterspanning op het netto oppervlak van de sondeerconus, rekeninghoudend met de heersende effectieve verticale spanning op het betreffende niveau. De wateroverspanningindex Bq wordt als volgt berekend: 𝐵𝑞 =
MB01 Continu elektrisch sonderen
(𝑢1 − 𝑢𝑜 ) 𝑞𝑛𝑒𝑡
Versie 19-10-2017
Pagina 5 van 9
Vergelijking 3 𝐵𝑞 =
(𝑢2 − 𝑢𝑜 ) 𝑞𝑛𝑒𝑡 Vergelijking 4
waarin:
=
factor voor de verschillende grondsoorten voor omrekening van u1 naar u2. Standaard wordt hiervoor aangehouden 0,8, zijnde normaal geconsolideerde kleien (zie hierna volgende tabel);
qnet
=
qt - v0 = netto conusweerstand;
qt
=
qc + (1-a) { (u1 - u0) + u0}
voor een filter in de conuspunt;
=
qc + (1-a) u2
voor een filter direct achter de conuspunt;
=
de verticale grondspanning; standaard wordt hierbij uitgegaan van een gemiddeld volumiek
v0
gewicht van de bodemlagen van 14 kN/m 3 en een grondwaterstand op 1 m beneden maaiveld; a
=
netto oppervlakteverhoudingscoëfficiënt van de conus i.v.m. de spleet achter de conuspunt;
u1
=
de gemeten waterdruk bij een filterplaatsing in de punt;
u2
=
de gemeten waterdruk bij een filterplaatsing achter de punt;
u0
=
de hydrostatische stijghoogte; standaard wordt hiervoor in de berekening een niveau uitgegaan van 1 m beneden maaiveld.
Voor andere grondsoorten zijn de -factoren in onderstaande tabel gegeven. Grond gedrag
-factor
Normaal geconsolideerde klei
0,6 – 0,8
Licht over geconsolideerde klei
0,5 – 0,7
Sterk over geconsolideerde klei
0,01 – 0,3
Leem samendrukbaar
0,5 – 0,6
Leem, vast en dillatant gedrag
0,01 – 0,2
Zand, siltig, los gepakt
0,2 – 0,4
1
Bij meting van de waterspanning achter de conuspunt worden in bepaalde gevallen negatieve waterspanningen gemeten. Deze waarden geven nauwelijks een indicatie van de doorlatendheid, doch alleen over het materiaalgedrag.
DISSIPATIETEST Het is ook mogelijk het sondeerproces op een bepaalde diepte tijdelijk te stoppen en de afname van de wateroverspanning (dissipatie) als functie van de tijd te registreren. Daarna kan het sondeerproces worden voortgezet. In doorlatende gronden geeft de dissipatietest een goed beeld van de heersende hydrostatische waterspanning en daarmee van de stijghoogte. Het betreft slechts een indicatie aangezien de meetnauwkeurigheid beperkt is. Door het uitvoeren van meerdere metingen in een grondlaag en de gemiddelde waarde van de stijghoogte te bepalen kan een beduidend hogere nauwkeurigheid worden behaald. Ervaring leert dat de onnauwkeurigheid circa 0,5 m bedraagt. Voor een meer nauwkeurige bepaling en de optredende fluctuaties zijn peilbuismetingen over een langere waarnemingsperiode nodig, afhankelijk van het doel.
MB01 Continu elektrisch sonderen
Versie 19-10-2017
Pagina 6 van 9
In slecht doorlatende, cohesieve lagen kan met behulp van de dissipatietest een indicatie van de consolidatiecoëfficiënt en daarmee van de verticale (on)doorlatendheid worden verkregen. Hierbij dient de dissipatietest te worden voortgezet totdat de wateroverspanning tenminste met 50 % is afgenomen. In de praktijk komt dat in klei overeen met circa 1/2 uur.Uit berekeningen en kwalitatieve vergelijking van de metingen wordt inzicht verkregen in het consolidatiegedrag van de grond. Voor het vaststellen van de heersende hydrostatische waterspanning in kleilagen is de dissipatietest in de meeste gevallen weinig geschikt, vanwege de benodigde lange aanpassingstijd en de onnauwkeurigheid. KLASSENINDELING EN-ISO 22476-1 Voorafgaand aan de uitvoering diende een keuze te worden gemaakt binnen welke kwaliteitsklasse met bijbehorende toelaatbare meetonzekerheid het werk minimaal uitgevoerd moet worden. De klassenindeling heeft voornamelijk betrekking op de nauwkeurigheid van de gemeten parameters. Door invoering van de Eurocode is op Europees niveau de internationale sondeernorm EN-ISO 22476-1 “Electrical cone and piezocone testing” ontwikkeldIn de norm EN-ISO 22476-1 is de nauwkeurigheid van de meetresultaten gekoppeld aan het toepassingsgebied met bijbehorend bodemkenmerken / geschiktheid voor interpretatie en afleiding van bodemparameters.
Verder is de meting van de waterspanning genormeerd. In de Europese tabel van sondeerklassen worden de sondeerklassen ingedeeld naar de toepassing van de sondering, zie volgende tabel.
MB01 Continu elektrisch sonderen
Versie 19-10-2017
Pagina 7 van 9
Toepassing Klasse
1
2
3
4
Test type
Gemeten parameter
Maximum lengte tussen metingen
Grondsoort b
Interpretatie c
20 mm
A
G,H
20 mm
A B C D
G, H* G, H G, H G, H
50 mm
A B C D
G G, H* G, H G, H
50 mm
A B C D
G* G* G* G*
TE2
■ ■ ■ ■ ■
Conus weerstand Mantel wrijving Waterspanning Helling Sondeerlengte
35 kPa of 5 % 5 kPa of 10 % 10kPa of 2 % 2° 0,1 m of 1%
TE1 TE2
■ ■ ■ ■ ■
Conus weerstand Mantel wrijving Waterspanning Helling Sondeerlengte
100 kPa of 5 % 15 kPa of 15 % 25 kPa of 3 % 2° 0,1 m of 1 %
TE1 TE2
■ ■ ■ ■ ■
Conus weerstand Mantel wrijving Waterspanning d Helling Sondeerlengte
200 kPa of 5 % 25 kPa of 15 % 50 kPa of 5 % 5° 0,2 m of 2 %
TE1
■ Conus weerstand ■ Mantel wrijving ■ Sondeerlengte
500 kPa of 5 % 50 kPa of 20 % 0,2 m of 1 %
MB01_Continu_elektrisch_sonderen_20171019
Gebruik
Toegestane minimum nauwkeurigheid a
Versie 19-10-2017
Pagina 8 van 9
Noot 1: Richtlijnen voor gebruik van Tabel 2 zijn gegeven in bijlage F. Noot 2: Uiterst slappen gronden maken soms nog hogere nauwkeurigheden noodzakelijk. a
b
c
d
De toegestane minimum nauwkeurigheid van de gemeten parameters is de grootste van de twee genoemde. De relatieve nauwkeurigheid geldt voor de gemeten waarde en niet voor het meetbereik. Volgens ISO 14688-2: A homogene gronden bestaande uit zeer slappe tot stijve kleien (en silt) (typische gronden met qc < 3 MPa); B gemengde bodemprofielen met slappe tot stijve kleien (qc ≤ 3 MPa) en matig vaste tot vaste zanden (conusweerstand 5 MPa qc < 10 MPa); C gemengde bodemprofielen met stijve kleien (conusweerstand 1,5 MPa qc < 3 MPa) en zeer dichte zanden (qc > 20 MPa); D zeer stijve tot harde kleien (qc ≥ 3 MPa) en zeer vaste grove gronden (qc ≥ 20 MPa). G Vaststelling bodemprofiel en bepaling van grondsoort met een laag niveau van onzekerheid. G* Indicatieve vaststelling bodemprofiel en bepaling van grondsoort met een hoog niveau van onzekerheid. H Interpretatie met betrekking tot ontwerp met een laag niveau van onzekerheid. H* Interpretatie met betrekking tot ontwerp met een hoog niveau van onzekerheid. Waterspanning kan alleen worden gemeten als TE2 wordt toegepast.
Voor projecten, waarbij parameters op basis van Tabel 2.b NEN 9997-1 worden afgeleid, is een hoge nauwkeurigheidsklasse gewenst. Het is echter in een bodemgesteldheid met zowel zeer slappe grondlagen als zeer vaste zandlagen met hoge conusweerstanden niet realistisch om aan de eisen van toepassing klasse 1 voldoen zoals ook blijkt uit de bovenstaande tabel. Het bij Fugro gehanteerde meetsysteem voor sonderen is bijzonder nauwkeurig door toepassing van digitale conussen, strikte kwaliteitscontroles en calibraties. In de praktijk is gebleken dat standaard Fugro sonderingen in de nieuwe norm voor het overgrote deel (>95%) in toepassingsklasse 2 vallen. Voor sondering in toepassingklasse 1 worden speciale gevoelige conussen met een beperkt meetbereik toegepast. De enige praktische indicatie over de bereikte sondeerklasse is controle van recente kalibraties en 0-puntsverlopen tussen het begin en eind van de sondering. In de praktijk komt het af en toe voor dat sonderingen worden uitgevoerd, waarbij door de opdrachtgever is aangegeven dat de maaiveldhoogte niet ten opzichte van een vast referentiepeil (NAP) behoeft te worden vastgelegd. Deze sonderingen voldoen derhalve op dit punt niet aan EN-ISO 22476-1.
MB01 Continue elektrisch sonderen
Versie 19-10-2017
Pagina 9 van 9
Zuider Vastgoed
Bijlage B Berekening en toetsing rekenwaarde netto draagkracht
6423-229999-R01-v1.0-20220214 1.0 | Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam Bijlage B | Pagina 0
Zuider Vastgoed
B.1
B.2
Uitgangspunten ◼
gehanteerde sondering :
DKM2
◼
paaltype :
Micropaal, type schroefinjectiepaal
◼
paalpuntniveau:
NAP – 19,0 m
◼
schachtdiameter:
Ø 350 mm
◼
puntdiameter:
Ø 350 mm
Reductie conusweerstand In verband met de voorziene ontgraving tot NAP – 4,2 m zijn de conusweerstanden in overeenstemming met 7.6.2.3(k) van NEN 9997-7 gereduceerd.
B.3
Maximale draagkracht van de paalpunt De maximale puntweerstand volgens 7.6.2.3(e) van NEN 9997-1 bedraagt: qb;max
=
½ . p . . s . ((qc;I;gem + qc;II;gem)/2 + qc;III;gem)
=
7,1 MPa. (15 MPa, limietwaarde conform NEN 9997-1)
waarin: qc;I;gem
in dit geval: =
de gemiddelde waarde van de conusweerstanden over traject I (0,7 à 4 x Deq onder de punt)
qc;II;gem
=
17,6
MPa
12,7
MPa
over traject III (8 x Deq boven de punt)
7,3
MPa
de minimale waarde van de conusweerstanden over traject II (0,7 à 4 x Deq onder de punt)
qc;III;gem
=
de gemiddelde minimale waarde van de conusweerstanden
p
=
paalklassefactor (tabel 7.c, NEN 9997-1)
0,63 -
=
factor voor de paalvoetvorm
1,0
-
s
=
factor voor de vorm van de dwarsdoorsnede 1,0
-
van de paalvoet
De maximale draagkracht van de paalpunt volgens 7.6.2.3(c) van NEN 9997-1 bedraagt: Rb;cal;max;i
=
Apunt . qb;max;i
=
681 kN
waarin: Apunt
B.4
in dit geval: =
oppervlak van de paalvoet
0,0962 m²
Maximale paalschachtwrijving De maximale paalschachtwrijving volgens 7.6.2.3(c) van NEN 9997-1 bedraagt: qs;max
=
s . qc;z;a
=
0,063 MPa
waarin:
s
in dit geval: =
factor voor de invloed van de uitvoering en het paaltype (tabel 7.c, NEN 9997-1)
6423-229999-R01-v1.0-20220214 1.0 | Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam Bijlage B | Pagina 1
0,008 -
Zuider Vastgoed
qc;z;a
=
de gemiddelde waarde van de conusweerstanden over het traject waarover schachtwrijving wordt berekend
7,9
MPa
De maximale schachtwrijvingskracht volgens 7.6.2.3(c) van NEN 9997-1 bedraagt: Rs;cal;max;i
=
Os;L;gem . L . qs;max
=
458 kN
waarin:
B.5
in dit geval:
Os;L;gem
=
gemiddelde omtrek van de paalschacht
1,0996 m
L
=
traject voor berekening schachtwrijving
6,6
m
Maximale draagkracht De maximale draagkracht van de paal volgens 7.6.2.3(c) van NEN 9997-1 bedraagt: Rc;cal
=
Rb;cal;max;i + Rs;cal;max;i
=
1.139 kN
De karakteristieke waarde van de maximale draagkracht van de paal volgens 7.6.2.3(5) van NEN 9997-1 bedraagt: Rc;k
(
)
(
)
=
R c;cal R c;cal gem min Min ; 3 4
=
820 kN
waarin:
3 4
in dit geval: =
correlatiefactor volgens tabel A.10a van NEN 9997-1
1,39 -
=
correlatiefactor volgens tabel A.10a van NEN 9997-1
1,39 -
Voor de rekenwaarde van de maximale draagkracht van de paal kan volgens 7.6.2.3(3) en (4) van NEN 9997-1 worden aangehouden: Rc;d
=
Rc;k / R
=
683 kN
waarin: R
in dit geval: =
b
=
=
partiële factor volgens tabel A.6 t/m A.8 van NEN 9997-1
s 1,20
Voor de UGT geldt volgens 7.6.2.1(1) van NEN 9997-1: Fc;d < Rc;d Voor de UGT type B kan het zakkingscriterium dat in 2.4.9(b) van NEN 9997-1 is gegeven, worden vervangen door: Fc;d + Fnk;d < Rc;d 6423-229999-R01-v1.0-20220214 1.0 | Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam Bijlage B | Pagina 2
-
Zuider Vastgoed
waarin:
in dit geval:
Fc;d
=
rekenwaarde van de belasting in kN
Fnk;d
=
rekenwaarde van de negatieve kleefbelasting
Rc;d
=
rekenwaarde van de maximale draagkracht van de paal
676 kN -
kN
683 kN
Voor de meeste paaltypen, zoals grondverdringende palen, is de UGT type B maatgevend, zodat hiermee ook de andere grenstoestanden worden ondervangen. Bovenstaande formule kan worden bewerkt tot de volgende voorwaarde: Fc;d < Rc;net;d waarin: Rc;net;d
in dit geval: =
Rc;d - Fnk;d
=
de rekenwaarde van de netto draagkracht van de paal, rekening houdend met de negatieve kleefbelasting
683 kN
Indien aan de bovenstaande voorwaarde wordt voldaan, dan bezwijkt de grond rondom de paal niet. De vervormingen van de paalkop zullen hierbij ook beperkt zijn. In Tabel 3.1 zijn de waarden gepresenteerd van Rc;net;d.
6423-229999-R01-v1.0-20220214 1.0 | Van Eeghenstraat 94-98 te Amsterdam Bijlage B | Pagina 3