CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

B_014R_Quickscan_Flora_en_Fauna D2021-277633.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 8 september 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief in reactie op vragen van de raadsleden Bakker (SP) en Van Renssen (GL) inzake transformatieproject Iambe (ZD2021-010678)5.019 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quick scan flora en fauna

Iambe, De Pijp te Amsterdam

31 januari 2019 lid Netwerk Groene Bureaus

projectnummer: 18084

Quick scan flora en fauna

Iambe, De Pijp te Amsterdam

Opdrachtgever

Woningstichting Eigen Haard

Contactpersoon

De heer J. van Ooijen

Projectnummer

18084

Datum

31 januari 2019

Auteur

ing. J.H. Gunnink

Goedgekeurd door

ing. D.A. Riemer

Wijze van citeren

Gunnink, J.H., Quick scan flora en fauna, Iambe, De Pijp te Amsterdam. ECOquickscan, ecologisch adviesbureau voor natuur en landschap, Loo, 2018.

Het Netwerk Groene Bureaus is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus. Het Netwerk werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus.

ECOquickscan ecologisch adviesbureau voor natuur en landschap ’t Grieth 10 | 6924BJ Loo (Gld) | T (0316) 849390 | M (06) 12 97 16 80 | haico@ecoquickscan.nl | www.ecoquickscan.nl

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING

1

1.1

Aanleiding

1

1.2

Gebiedsbeschrijving en beoogde ingrepen

2

2.

WETTELIJK KADER

3

2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Wet natuurbescherming 2.1.2 Natuurnetwerk Nederland

3 3 3

2.2

Soortbescherming

3

3.

TOETSING

4

3.1

Onderzoeksmethodiek

4

3.2

Beschermde gebieden

4

3.3 Voorkomen van beschermde soorten 3.3.1 Vaatplanten 3.3.2 Grondgebonden zoogdieren 3.3.3 Vleermuizen 3.3.4 Vogels 3.3.5 Amfibieën, reptielen, vissen, insecten en overige soortengroepen

4 4 5 5 7 8

4.

CONCLUSIE

9

4.1

Gebiedsbescherming

9

4.2

Soortenbescherming

9

4.3

Consequenties

9

4.4

Aanbevelingen

10

Bijlagen Bijlage 1

Literatuurlijst

Bijlage 2

Wet natuurbescherming

Bijlage 3

Afbeeldingen uit het ontwerp voor de St. Willibrordusstraat

Quick scan flora en fauna Iambe, De Pijp te Amsterdam

1.

INLEIDING

1.1 Aanleiding In Amsterdam (gemeente Amsterdam, provincie Noord-Holland) is aan de Van Ostadestraat 341 de transformatie van een oude brandweerkazerne naar 10 sociale huurwoningen beoogd. De achterliggende stallingsgarage aan de St. Willibrordusstraat 43 zal ten behoeve van nieuwbouw gesloopt worden. Aan ecologisch adviesbureau ECOquickscan is gevraagd te beoordelen of deze activiteit effect heeft op de flora en fauna op en rond de locatie. De voorliggende rapportage beschrijft de effecten op de aanwezige flora en fauna en geeft inzicht in de doorwerking van de natuurwetgeving op deze locatie.

Boven de ligging (rood omlijnd en geel uitvergroot) van het plangebied. Links vooraanzicht van de kazerne. Rechts een indruk van de omgeving van het plangebied; portiekwoningen met solitaire bomen en boomspiegels (bron luchtfoto: Google).

Quick scan flora en fauna Iambe, De Pijp te Amsterdam

Voor de ruimtelijke ingreep mag plaatsvinden moet er eerst een onderzoek plaatsvinden in het kader van de natuurwetgeving. Er zal bij deze activiteit rekening gehouden moeten worden met de aanwezige natuurwaarden in en om het plangebied. Voorliggend onderzoek is een quick scan waarin op basis van een gebiedsanalyse (ruimtelijk ecologisch), beschikbare soortgegevens en een eenmalige veldverkenning uitspraken worden gedaan over de mogelijke aanwezigheid van beschermde planten en dieren in het plangebied. Het plangebied is beoordeeld op geschiktheid voor beschermde planten en diersoorten en de te verwachten effecten op deze soorten. Dit resulteert in conclusies en aanbevelingen. Deze quick scan is uitgevoerd op basis van de momenteel geldende uitwerking en interpretatie van beleid en wetgeving.

1.2 Gebiedsbeschrijving en beoogde ingrepen Het plangebied aan de Van Ostadestraat 341 en St. Willibrordusstraat 43 ligt in Amsterdam OudZuid, in de wijk De Pijp. Oostelijk van het plangebied stroomt de Amstel en ligt de S110. In het zuiden liggen de Diamantbuurt en De Nieuwe Pijp. Het Sarphatipark ligt ten westen van het plangebied. De kazerne en achterliggende stallingsgarage liggen tussen de Van Ostadestraat en St, Willibrordusstraat in. Deze straten komen uit op twee doorgaande wegen, de Amsteldijk en Van Woustraat, vlak onder de kruising met de Ceintuurbaan. Noordoostelijk ligt een basketbal en voetbalveld. Het plangebied maakt deel uit van een rij aaneengesloten portiekwoningen. De kazerne is opgetrokken uit een steensmuur in staand verband (zonder ventilatieopeningen of open stootvoegen), heeft een houten sierdaklijst aan de voorgevel, een schuin pannendak en een stuk plat dak aan de oostkant met grind. Aan de voorkant is een toegang naar de garage voor zowel auto’s als personen. Op de scheiding met Van Ostadestraat 363 staan tuinklimplanten. De garage heeft aan de St. Willibrordusstraat één toegang voor auto’s. Verder heeft het een plat dak met een tiental dakramen. Tussen Van Ostadestraat 339 en de kazerne ligt een smalle, ommuurde tuin. Deze was niet toegankelijk en kon vanuit de kazerne niet bekeken worden.

Uit luchtfoto’s is op te maken dat de tuin grotendeels verhard is met enkele (verwilderde) struiken. Het openbaar groen is beperkt tot enkele solitaire bomen met boomspiegels. Voor de kazerne staat een klein perkje met een iep en een solitaire winterlinde met boomspiegel. Binnen het plangebied is transformatie van de kazerne naar 10 sociale huurwoningen en sloop van de garage ten behoeve van nieuwbouw beoogd (zie bijlage 3). Hier komt woonzorghuis Iambe met 16 appartementen. Uit de bouwtekeningen blijkt dat het een gebouw met vier verdiepingen wordt, het wederom een plat dak krijgt, er een liftschacht in komt en een tuin tussen de kazerne en de nieuwbouw. De planning is dat in 2020 gestart wordt met de omvorming en nieuwbouw.

Quick scan flora en fauna Iambe, De Pijp te Amsterdam

2.

WETTELIJK KADER Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 2) en het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming is geregeld in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming. In bijlage 2 is een uitgebreidere toelichting opgenomen bij de soort- en gebiedsbescherming zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming.

2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Wet natuurbescherming De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden zijn in Nederland opgenomen in hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming. Natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna kunnen aangewezen worden als Europese Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden (Natura 2000). Op grond van deze wet is het verboden projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten kunnen verslechteren, of een verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. 2.1.2 Natuurnetwerk Nederland Een andere vorm van gebiedsbescherming komt voort uit aanwijzing van een gebied als Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Voor dergelijke gebieden geldt dat het natuurbelang prioriteit heeft en dat andere activiteiten niet mogen leiden tot frustratie van de natuurdoelen. Anders dan bij gebieds- en soortenbescherming is de status als Natuurnetwerk Nederland niet verankerd in de Wet natuurbescherming, maar dient het belang in de planologische afweging een rol te spelen. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag.

2.2 Soortbescherming Soortenbescherming is altijd aan de orde. Hiervoor is hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming bepalend. Soortenbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van soorten in hun natuurlijk leefgebied. Er wordt onderscheid gemaakt tussen internationaal beschermde soorten en nationaal beschermde soorten. Van de nationaal beschermde soorten kan de beschermde status per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen aan (algemeen voorkomende) soorten. Het beschermingsregime is verschillend voor zowel de internationaal beschermde soorten (Vogelen Habitatrichtlijn soorten) als de nationaal beschermde soorten. Tevens kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht, zowel voor soorten als hun (beschermde) leefgebied.

Quick scan flora en fauna Iambe, De Pijp te Amsterdam

3.

TOETSING

3.1 Onderzoeksmethodiek Voor de ruimtelijke ingreep mag plaatsvinden moet er eerst een onderzoek plaatsvinden in het kader van de natuurwetgeving (zie hoofdstuk 2). Er zal bij deze activiteit rekening gehouden moeten worden met de beschermde natuurwaarden in en om het plangebied. Op basis van een gebiedsanalyse (ruimtelijk ecologisch), beschikbare soortgegevens en een veldverkenning, worden uitspraken gedaan over de mogelijke aanwezigheid van beschermde planten en dieren in het plangebied. Vervolgens zijn voor alle (mogelijke) aanwezige beschermde soorten de effecten en eventuele gevolgen voor de beoogde ingreep beschreven. Bij het opstellen van de quick scan flora en fauna is gebruik gemaakt van bestaande atlasgegevens uit de Atlas van Nederlandse Zoogdieren (Broekhuizen, 2016) en op websites gepubliceerde verspreidingsgegevens van bijvoorbeeld Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (RAVON, Zoogdiervereniging, etc.). Deze bronnen vermelden betrouwbare soortgegevens op basis van uurhokken (5 bij 5 kilometer), dit betekent dat het zeer globale gegevens betreft. Op 9 januari 2019 heeft er een veldverkenning plaatsgevonden. Doel van deze veldverkenning was om een indruk te krijgen van de biotopen ter plaatse en de geschiktheid van het plangebied en haar omgeving voor de verschillende soortengroepen te beoordelen.

Het veldbezoek heeft nadrukkelijk niet de status van een volledige veldinventarisatie; zowel het tijdstip (buiten het groeiseizoen van planten en deels buiten het actieve seizoen van diverse diergroepen) als het eenmalige karakter zijn hiervoor niet toereikend.

3.2 Beschermde gebieden Het plangebied te Amsterdam ligt in de bebouwde kom in een stedelijke omgeving. Beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland) liggen op grote afstand van het plangebied. Gezien de grote afstand, het stedelijke karakter en beperkte omvang van de ingrepen zijn negatieve effecten op beschermde gebieden uit te sluiten. Gebiedsbescherming is niet aan de orde.

3.3 Voorkomen van beschermde soorten In het kader van de Wet natuurbescherming - hoofdstuk 3 moet worden getoetst of er ter plaatse van de activiteit sprake is of kan zijn van negatieve effecten op beschermde planten en dieren. De beoogde activiteit kan biotoopverlies of verstoring (indirect biotoopverlies) tot gevolg hebben. 3.3.1 Vaatplanten Het plangebied is grotendeels bebouwd en verhard; begroeiing is beperkt tot enkele (verwilderde) struiken in de tuin en een perkje en solitaire bomen met boomspiegels in de openbare ruimte. Al deze objecten in de openbare ruimte worden goed en intensief onderhouden. Zowel in de openbare ruimte als in de tuin bevinden zich geen geschikte, bijzondere, groeiplaatsen voor beschermde

Quick scan flora en fauna Iambe, De Pijp te Amsterdam

vaatplanten. Ook zijn op de muren geen (beschermde) muurplanten aangetroffen. Deze worden ook niet verwacht op de gevel van het gebouw ter plaatse van de tuin. Aangeplante of gezaaide exemplaren van beschermde soorten (in bijvoorbeeld tuinen) zijn niet beschermd in de Wet natuurbescherming, omdat het geen natuurlijke groeiplaats betreft. 3.3.2 Grondgebonden zoogdieren Binnen en in de directe omgeving van het plangebied zijn de onverharde delen beperkt tot enkele bomen met boomspiegels en het perkje voor de kazerne. Het grootste deel van het plangebied is bebouwd en verhard. Binnen de onverharde delen zijn vaste rust- en verblijfplaatsen van soorten als algemeen voorkomende (spits)muizen niet uit te sluiten. Voor deze soorten kent de provincie Noord-Holland een algemene vrijstelling voor het verstoren en/of aantasten van vaste rust- en verblijfplaatsen. Andere nationaal of internationaal beschermde soorten worden op basis van beschikbare verspreidingsgegevens, aanwezige biotopen en binnenstedelijke ligging niet verwacht. Ook de in bebouwing verblijvende steenmarter (Martes foina) wordt niet verwacht in het plangebied; de bebouwing is voor deze soort niet toegankelijk.

3.3.3 Vleermuizen Volgens de verspreidingsgegevens uit de Atlas van Nederlandse Zoogdieren (Broekhuizen, 2016) komen in de omgeving van het plangebied baardvleermuis (Myotis mystacinus), watervleermuis (Myotis daubentonii), meervleermuis (Myotis dasycneme), gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii), laatvlieger (Eptesicus serotinus) en tweekleurige vleermuis (Vespertilio murinus). Vleermuizen zijn aan de hand van hun voorkeur voor verblijfplaats globaal onder te verdelen in twee groepen, gebouw- en boombewonende soorten. Ook zijn er soorten die beiden gebruiken als verblijfplaats. Daarnaast maken verschillende vleermuizen onderscheid tussen zomer- en winterverblijven. De gewone dwergvleermuis, laatvlieger en tweekleurige vleermuis zijn het gehele jaar overwegend gebouwbewonende soorten. Ruige dwergvleermuis, baardvleermuis, meervleermuis en watervleermuis maken zowel gebruik van gebouwen als van bomen (met uitzondering van de meervleermuis) in de zomermaanden. In de winter zitten deze soorten (met uitzondering van de ruige dwergvleermuis) graag in ondergrondse ruimten zoals: mergelgroeven, bunkers, forten, vestingwerken, oude steenfabrieken, ijskelders en (kasteel)kelders. De soorten maken vaak jarenlang gebruik maken van vaste aanvliegroutes tussen verblijfplaats en foerageergebied.

Daarom kan het behoud van deze lijnelementen cruciaal zijn voor de instandhouding van het leefgebied. Foerageergebied en vliegroutes Binnen het plangebied en de directe omgeving is voor de meeste van de genoemde soorten vleermuizen geschikt foerageergebied aanwezig. Daarnaast kunnen groenstructuren rondom het plangebied een functie hebben als vliegroute voor diverse soorten vleermuizen; dergelijke vliegroutes vormen verbindingen tussen verblijfplaatsen en foerageergebied. Aantasting van vliegroutes kan leiden tot indirecte aantasting van verblijfplaatsen. Alleen het groen in de tuin gaat verloren. Het openbaar groen blijft behouden. Aangezien er in de directe omgeving van het

Quick scan flora en fauna Iambe, De Pijp te Amsterdam

plangebied geen groenstructuren aanwezig zijn die als vliegroute kunnen fungeren zullen de werkzaamheden geen negatief effect hebben op vaste vliegroutes van vleermuizen.

Verblijfplaatsen Tijdens het veldbezoek zijn beide gebouwen onderzocht op mogelijke invliegopeningen. Gebouwbewonende vleermuizen maken gebruik van spleten in gevels, spouwmuren, ruimtes achter daklijsten, etc. De goten liggen strak tegen de muur, de pannen zijn nergens verschoven of gebroken en er zijn geen open stootvoegen aanwezig. Bij de regenpijpen aan de voorzijde van de kazerne waren wel openingen te zien, maar is er geen vrije aanvliegroute door onder andere de klimplanten die voor de gevel hangen of het boeiboord is te glad om aan te hechten. Het dak is niet geschikt voor vleermuizen, het type dakpan biedt geen geschikte verblijfplaats of toegang tot de zolder. Daarnaast is de aanvliegroute wederom niet geschikt. Zie ook de afbeeldingen hieronder. Binnen de garage zijn twee grote openingen naar het dak te zien ter hoogte van waar de kazerne begint. Een opening was versperd door plantenmateriaal. Tevens zijn deze gaten van buitenaf niet goed bereikbaar. Er zijn geen geschikte vaste rust- en verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen. Het transformeren van de kazerne en de sloop van de garage hebben dan ook geen negatief effect op vleermuizen.

Openingen (rood omcirkeld) die tijdens het veldbezoek zijn waargenomen, maar niet geschikt zijn als verblijfplaats. Linksboven, bij de regenpijp is de aanvliegroute versperd. Linksonder, het boeiboord is te glad voor vleermuizen om zich aan vast te kunnen hechten. Rechtsboven het dak met aaneengesloten dakpannen.

Quick scan flora en fauna Iambe, De Pijp te Amsterdam

3.3.4 Vogels Tijdens het veldbezoek zijn kauwen (Corvus monedula) waargenomen. In de directe omgeving zijn ook (oude) verblijfplaatsen van huismus en gierzwaluw bekend (mapsamsterdam.nl). Alle vogelsoorten zijn beschermd tijdens het broedseizoen. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval aanwezig is (actieve broedplaatsen). Jaarrond beschermde vogels De provincie Noord-Holland heeft het beleid van RVO, opgesteld onder de Flora- en faunawet, ten aanzien van jaarrond beschermde soorten overgenomen. Dat betekent dat van een aantal vogelsoorten de nesten en nestlocaties (verblijfplaatsen) het gehele jaar door beschermd zijn. Deze jaarrond beschermde vogelsoorten zijn onderverdeeld in vier categorieën: 1.

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil (Athene noctua));

2.

Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek (Corvus frugilegus), gierzwaluw (Apus apus) en huismus (Passer domesticus));

3.

Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: grote gele kwikstaart (Motacilla cinerea), ooievaar (Ciconia ciconia), kerkuil (Tyto alba), oehoe (Bubo bubo) en slechtvalk (Falco peregrinus));

4.

Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk (Falco subbuteo), buizerd (Buteo buteo), havik (Accipiter gentilis), sperwer (Accipiter nisus), wespendief (Pernis apivorus), zwarte wouw (Milvus migrans) en ransuil (Asio otus)).

Het gebouw is door de aanwezigheid van een goed gesloten pannendak en het ontbreken van toegangen met voldoende ruimte voor vogels onder de dakrand en grotere gaten in de muren zelf, ongeschikt voor jaarrond beschermde gebouwbewonende soorten zoals gierzwaluw en huismus. De opening bij de regenpijp (zie afbeelding vorige pagina) is niet geschikt voor huismus of gierzwaluw. De opening leidt naar de dak afvoer welke te nat is als verblijfplaats. De opening van de dakpan (zie naastgelegen afbeelding), biedt te weinig ruimte voor gierzwaluw. Van de jaarrond beschermde vogelsoorten (LNV, 2009) kunnen verschillende soorten roofvogels, zoals buizerd en sperwer, ook in bomen in of aan de rand van de bebouwde kom of op binnenstedelijke locaties broeden. Vanwege het stedelijke karakter van het plangebied, de afwezigheid van grotere groenstructuren en het ontbreken van nesten (horsten) of oude bomen met

Quick scan flora en fauna Iambe, De Pijp te Amsterdam

(grote) holtes, is het voorkomen van in bomen broedende jaarrond beschermde vogels uit te sluiten. Niet jaarrond beschermde vogels Naast de voorstaande vier categorieën is er nog een vijfde categorie (beschermde) vogels. Deze vogels beschikken over voldoende flexibiliteit om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze vogels (en hun broedplaatsen) zijn in principe buiten het broedseizoen niet beschermd. Alleen als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen zijn deze soorten wel jaarrond beschermd. Binnen het plangebied is de aanwezigheid van broedplaatsen van vogels uit de vijfde categorie niet uit te sluiten. Aangezien in de omgeving voldoende alternatieve broedplaatsen aanwezig zijn voor deze categorie vogels zijn er geen omstandigheden aanwezig om deze vogels jaarrond te beschermen. Negatieve effecten op vogels uit de vijfde categorie worden dan ook niet verwacht indien rekening gehouden wordt met het broedseizoen (actieve broedplaatsen). 3.3.5 Amfibieën, reptielen, vissen, insecten en overige soortengroepen Het plangebied ligt nabij het centrum van de stad, heeft een stedelijk karakter en is grotendeels verhard en bebouwd. In een dergelijke omgeving komen geen meer strikt beschermde amfibieën, reptielen, insecten en overige beschermde soorten voor.

De habitateisen van beschermde soorten binnen deze soortgroepen zijn vaak zeer locatiespecifiek en gebonden aan meer natuurlijke biotopen. Dergelijke biotopen komen niet in het plangebied voor.

Quick scan flora en fauna Iambe, De Pijp te Amsterdam

4.

CONCLUSIE Het plangebied te Amsterdam betreft een voormalig kazerne met achterliggende garage. Beoogd is de kazerne te transformeren naar 10 woningen voor de sociale verhuur en de garage te slopen en nieuwbouw te realiseren.

4.1 Gebiedsbescherming In het kader van de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland dient er getoetst te worden of de beoogde ontwikkelingen een negatieve invloed hebben op beschermde gebieden. Het plangebied te Amsterdam ligt niet in of nabij het NNN of een gebied dat is aangewezen als speciale beschermingszone als bedoeld in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming is op deze locatie niet aan de orde.

4.2 Soortenbescherming In het kader van de Wet natuurbescherming - hoofdstuk 3 moet worden getoetst of ter plaatse van de ruimtelijke ingrepen sprake is of kan zijn van negatieve effecten op beschermde planten en dieren. De beoogde ontwikkelingen kunnen biotoopverlies of verstoring (indirect biotoopverlies) tot gevolg hebben. De meeste van de mogelijk in het plangebied voorkomende soorten zoals algemeen voorkomende (spits)muizen zijn beschermd, maar vallen onder een algemene vrijstelling van de provincie NoordHolland. Voor deze soorten geldt dat aantasting van vaste rust- en verblijfplaatsen op basis van een vrijstelling mogelijk is, zonder dat er sprake is van procedurele consequenties. De provincie Noord-Holland kent wel een meldingsplicht voor de vrijgestelde soorten. De zorgplicht (zie bijlage 2) blijft onverminderd van toepassing. Op basis van de verspreidingsgegevens, de aanwezige habitattypen en biotoopeisen van de mogelijk in de omgeving voorkomende soorten worden er geen nationaal of internationaal beschermde planten- en/of diersoorten verwacht. Nader onderzoek naar eventueel binnen het plangebied voorkomende beschermde soorten is dan ook niet nodig. Zoals al eerder vermeld kunnen nesten van vogels worden verstoord als in het broedseizoen wordt gestart met werkzaamheden.

4.3 Consequenties Een tweetal algemene voorwaarden is vanuit de Wet natuurbescherming - hoofdstuk 3 altijd van toepassing: •

In het broedseizoen van vogels mogen, zonder controle voorafgaand door een ecoloog, de vegetatie, bosjes en opstallen in het plangebied niet worden verwijderd. De start van werkzaamheden tijdens deze periode zouden kunnen leiden tot verstoring, beschadiging of vernieling van nesten, rustplaatsen en eieren. Alle vogels zijn beschermd. Storing van nesten is onder artikel 3.1 (Vogelrichtlijn) toegestaan mits niet van wezenlijke invloed is op de staat

Quick scan flora en fauna Iambe, De Pijp te Amsterdam

van instandhouding van de betreffende vogelsoort. Voor vogels die ook staan vermeld onder artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, inclusief Verdragen van Bern en Bonn) is verstoren niet toegestaan. •

Op basis van de zorgplicht volgens artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming dient bij de uitvoering van de werkzaamheden voldoende zorg in acht te worden genomen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Dit houdt in dat bij het uitvoeren van werkzaamheden altijd rekening moet worden gehouden met aanwezige planten en dieren. Zo dienen maatregelen te worden getroffen om bijvoorbeeld verstoring tot een minimum te beperken. Daarnaast moeten dieren de gelegenheid hebben om uit te wijken en mogen niet opzettelijk worden gedood. Dit kan door: •

Het beperken van verlichting tijdens de avonduren in voorjaar, zomer en herfst ten behoeve van vleermuizen en andere nachtdieren;

•

Het slopen en rooien starten buiten het voortplantingsseizoen en het winter(slaap)seizoen.

4.4 Aanbevelingen Naast de consequenties die voortkomen uit de Wet natuurbescherming zijn er ook een aantal vrijblijvende aanbevelingen te doen ten aanzien van de inrichting van het plangebied: Voor de nieuwbouw: •

Voor vleermuizen kunnen open stootvoegen aangebracht worden in muren, of vleermuiskasten worden geplaatst in de spouw of tegen de muur op >2,5 meter hoogte in nieuw te bouwen woningen;

•

Er kunnen neststenen worden aangebracht ten behoeve van huismussen en gierzwaluwen op >2,5 meter hoogte in de muur, of bij een steile dakvorm als dakpannen. Deze beschermde soorten verliezen steeds meer nestmogelijkheden. De huidige bebouwing is voor deze soort niet geschikt;

•

Op het nieuwe dak van de nieuwbouw kan een groendak worden aangebracht. Dit dak draagt bij aan de biodiversiteit, waterretentie en voorkomen van hittestress in de stad.

Voor de te transformeren kazerne: •

Indien er luchtspouw gebruikt wordt kunnen voor vleermuizen open stootvoegen aangebracht worden in muren;

•

Als er weer een zolder of vliering wordt aangelegd, is het mogelijk deze niet helemaal te isoleren. Hierdoor wordt de zolder mogelijk een geschikt verblijf voor vleermuizen;

•

Bij een steile dakvorm kunnen speciale dakpannen gebruikt worden als nestlocatie voor huismus en gierzwaluw. Deze beschermde soorten verliezen steeds meer nestmogelijkheden. De huidige bebouwing is voor deze soort niet geschikt.

Quick scan flora en fauna Iambe, De Pijp te Amsterdam

BIJLAGE 1 Literatuurlijst Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. - Natuur in Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden, 2016. Ministerie van LNV, Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep, 2009. Websites: www.ravon.nl www.zoogdiervereniging.nl www.vleermuis.net www.noord-holland.nl maps.amsterdam.nl www.rijksoverheid.nl

Quick scan flora en fauna Iambe, De Pijp te Amsterdam

BIJLAGE 2 Wet natuurbescherming Wet natuurbescherming – gebiedsbescherming Voor gebiedsbescherming is hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming bepalend. Indien gebiedsbescherming aan de orde is, zijn er verschillende stappen in onderzoek te onderscheiden; Voortoets en afhankelijk van de conclusie in de Voortoets een Verstorings- en Verslechteringstoets of een Passende Beoordeling. Bij een Voortoets komen de volgende onderdelen aan bod: •

Beschrijving van de bestaande en nieuwe situatie. In het geval van een wijziging van bedrijfsactiviteiten het in beeld brengen van de bestaande situatie en gewijzigde bedrijfsactiviteiten;

•

Welke milieueffecten deze (bedrijfs)activiteiten hebben op de omgeving;

•

Welke van de soorten en habitats waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden, schade ondervinden;

•

Welke (bedrijfsmatige) activiteiten kunnen leiden tot effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied.

Verstorings- en Verslechteringstoets of een Passende Beoordeling: Indien uit de Voortoets blijkt dat een ruimtelijke ingreep geen negatief effect heeft op het Natura 2000-gebied dan is het onderzoek gereed. Indien uit de Voortoets blijkt dat de ruimtelijke ingreep een negatief effect heeft op het Natura 2000-gebied, maar zeker niet significant negatief dan moet een Verstorings- en Verslechteringstoets worden opgesteld. Indien uit de Voortoets blijkt dat de ruimtelijke ingreep een negatief effect heeft en mogelijk ook een significant negatief effect dan moet een Passende Beoordeling worden opgesteld. Een Verstorings- en Verslechteringstoets of een Passende Beoordeling is de basis voor de aanvraag van een vergunning. Wet natuurbescherming – soortenbescherming Voor soortbescherming is hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming bepalend. Er wordt onderscheid gemaakt tussen internationaal beschermde soorten (Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, verdragen van Bern en Bonn) en nationaal beschermde soorten. Er zijn verbodsbepalingen opgenomen, bepalingen voor algemene vrijstelling en projectspecifieke ontheffingen en de belangen die aangetoond dienen te worden om een ontheffing te verkrijgen.

Verbodsbepalingen Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden, te vangen of opzettelijk te storen (tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort). Ook is het verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van deze vogels te vernielen of te beschadigen, nesten van vogels weg te nemen of eieren te rapen en deze eieren onder zich te hebben. Quick scan flora en fauna Iambe, De Pijp te Amsterdam

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5) Het is verboden in het wild levende dieren (waaronder diverse vogelsoorten) van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk te verstoren, eieren van dieren opzettelijk te vernielen of te rapen of voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen. Ook is het verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Beschermingsregime andere soorten (artikel 3.10) Het is verboden in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage van de Wet natuurbescherming, onderdeel A, opzettelijk te doden of te vangen, of vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Ook is het verboden vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage van de Wet natuurbescherming, onderdeel B, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Zorgplicht Naast de bovenstaand beschreven verboden kent de Wet natuurbescherming ook een zorgplicht. In artikel 1.11 is opgenomen dat eenieder voldoende zorg in acht neemt voor Natura 2000gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Deze zorg houdt in elk geval in dat schadelijke handelingen achterwege blijven, dan wel noodzakelijke maatregelen getroffen worden om die schadelijke gevolgen te voorkomen, of voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan gemaakt worden. Procedurele consequenties Voor ruimtelijke ingrepen is het van belang te toetsen of er allereerst sprake is van een overtreding van de verbodsbepalingen. Voor Vogelrichtlijnsoorten is het bijvoorbeeld van belang te beoordelen of een verstoring van wezenlijke invloed is. Voor de nationaal beschermde soorten zijn er per provincie lijsten opgesteld met soorten waarvoor een algemene vrijstelling geldt. Over het algemeen zijn dit de meer algemeen voorkomende soorten zoals het konijn of de vos.

Als een ruimtelijke ingreep rechtstreeks kan leiden tot verstoring of vernietiging van bepaalde beschermde soorten of hun leefgebied, kan het project in strijd zijn met de Wet natuurbescherming, hoofdstuk 3. Voor aantastingen van verblijfplaatsen en belangrijke (onderdelen) van leefgebieden van beschermde soorten, is ontheffing ex. artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 van de Wet natuurbescherming nodig van Gedeputeerde Staten. Het uitvoeren van een ruimtelijke ingreep, indien er sprake is van een overtreding van één van de bovenstaand beschreven verbodsbepalingen, kan door middel van een goedgekeurde gedragscode of een verkregen ontheffing. Een gedragscode geldt voor zowel de internationaal beschermde soorten als de nationaal beschermde soorten.

Quick scan flora en fauna Iambe, De Pijp te Amsterdam

In een gedragscode worden gedragslijnen aangegeven die men volgt om het schaden van beschermde soorten zo veel mogelijk te voorkomen. Ontheffing is, als wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode, voor deze soorten alleen nog nodig als werkzaamheden afwijkend van de gedragscode worden uitgevoerd. Voor een ontheffing zijn procedurele consequenties afhankelijk van de soorten die door de ingreep worden beïnvloed. Er zijn drie soorten verbodsbepalingen en gekoppeld aan deze bepalingen zijn er ook drie verschillende beschermingsregimes: •

Soorten van de Vogelrichtlijn;

•

Soorten van de Habitatrichtlijn, verdrag van Bern en/of Bonn;

•

Nationaal beschermde soorten.

Voor het verkrijgen van een ontheffing moet als eerste een belang worden aangetoond op grond waarvan een ontheffing kan worden verkregen voor het overtreden van de verbodsbepalingen. Voor Vogelrichtlijnsoorten moet een belang worden aangetoond zoals opgenomen in de Vogelrichtlijn. Voor ruimtelijke ingrepen zijn dat: •

Volksgezondheid of openbare veiligheid;

•

Veiligheid van het luchtverkeer;

•

Ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;

•

Ter bescherming van flora of fauna.

Voor Habitatrichtlijnsoorten en soorten van Bern en Bonn: •

Bescherming van de wilde flora of fauna, of instandhouding van de natuurlijke habitats;

•

Ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;

•

Volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten.

Voor nationaal beschermde soorten: •

In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied.

Quick scan flora en fauna Iambe, De Pijp te Amsterdam

BIJLAGE 3 Tekeningen uit het ontwerp

Kadasterkaart met de plannen voor de kazerne en garage, afkomstig uit het concept ontwerp (2 november 2018) van ‘negen graden architectuur’.

Quick scan flora en fauna Iambe, De Pijp te Amsterdam

Voorgevel, afkomstig uit het concept ontwerp (2 november 2018) van ‘negen graden architectuur’.

Achtergevel, afkomstig uit het concept ontwerp (2 november 2018) van ‘negen graden architectuur’.

Quick scan flora en fauna Iambe, De Pijp te Amsterdam

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10469565/1