CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

B_013R_Verkennend_bodem-_en_asbestonderzoek_1_september_2017 D2021-277630.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 8 september 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief in reactie op vragen van de raadsleden Bakker (SP) en Van Renssen (GL) inzake transformatieproject Iambe (ZD2021-010678)20.341 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Van Ostadestraat 341 te Amsterdam

Definitief

1 september 2017

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Van Ostadestraat 341 te Amsterdam

Definitief

In opdracht van Opgesteld door Projectnummer Documentnaam Datum

Gemeente Amsterdam, Gemeentelijk Vastgoed Victor Haver M17A0229 m17a0229.r02v2 1 september 2017

Versie

Vrijgegeven door

2001 + 2002 + 2018

m17a0229.r02v2

Lotte van Asselt

Postadres Postbus 270 2600 AG DELFT T 015 7511600

Bezoekadres Poortweg 4 2612 PA DELFT www.mwh.nl

Paraaf

Datum 31 augustus 2017

KVK Haaglanden 27 18 43 23 BNP Paribas 22 76 53 920 IBAN NL75BNPA0227653920 BIC BNPANL2A Stantec is ISO 9001:2008 en VCA* gecertificeerd

Ons kenmerk M17A0229 Datum 1 september 2017

Samenvatting Opdrachtgever

Gemeente Amsterdam, afdeling Gemeentelijk Vastgoed

Locatie

Van Ostadestraat 341 Amsterdam

Aanleiding

Voorgenomen verkoop van het perceel

Doelstelling

 

inzicht te verkrijgen in hoeverre het voormalige, dan wel het huidige gebruik van de onderhavige locatie en haar omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem; bepalen van de kwaliteit en eventuele hergebruikmogelijkheden van de grond onder de verhardingen en aanwezige vloeren; inzicht te verkrijgen in de globale omvang van de tijdens voorgaand bodemonderzoek aangetroffen verontreiniging met minerale olie in de bodem; bepalen van de kwaliteit van het grondwater;

 vaststellen of ter plaatse van de onderzoekslocatie asbest aanwezig Hypothese

is in de bodem. Verdacht op het voorkomen van sterke verontreinigingen met zware metalen en minerale olie. Niet asbestverdacht.

Analysestrategie

ARVO vooroorlogs, NEN 5707

Zintuiglijke waarnemingen

Bijmengingen met baksteen en beton heterogeen verspreid aanwezig over de gehele locatie en het gehele bemonsterde bodemtraject. Ter plaatse van boring 04 is in het traject van 1,2 tot 2,2 m –mv een matig tot zwakke oliewaterreactie waargenomen.

Resultaten grond (Wbb)

De locatie is als gevolg van de aanwezige ophooglaag en die hierin aanwezige antropogene bijmengingen heterogeen verontreinigd met zware metalen en PAK. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging waarbij over het gehele perceel sterk verhoogde gehalten verwacht kunnen worden. Ter plaatse van boring 04 is sprake van een sterke verontreiniging met minerale olie in het traject van 1,2 tot 1,7 m –mv. Binnen de perceelgrenzen is circa 10m3 grond sterk verontreinigd met minerale olie. De vrijkomende grond is niet toepasbaar en komt niet voor hergebruik buiten de onderzoekslocatie in aanmerking.

Hergebruiksmogelijkheden (Bbk)

Resultaten grondwater (Wbb)

Maximaal licht verontreinigd met de geanalyseerde parameters.

Resultaten asbest

Geen asbest aangetoond. De locatie is niet verontreinigd met asbest.

Voorlopige veiligheidsklasse (ARBO)

3T

Conclusie en aanbevelingen

De verontreinigingen zijn binnen de perceelgrenzen in het kader van de voorgenomen verkoop in voldoende mate in kaart gebracht. Bij werkzaamheden in de sterk verontreinigde bodem dien een saneringsprocedure (BUS-melding of saneringsplan) te worden doorlopen op basis van de Wet bodembescherming.

Ons kenmerk M17A0229 Datum 1 september 2017

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 Doel van het onderzoek 1.2 Kwaliteit 1.3 Referentiekader 1.4 Betrouwbaarheid

1 1 1 2 3

2

Vooronderzoek 2.1 Beschrijving van de locatie 2.2 Historische gegevens 2.3 Hypothese en onderzoeksstrategie

4 4 4 5

3

Veldwerk en chemische analyses 3.1 Algemene onderzoeksstrategie en werkwijze 3.2 Resultaten veldwerk 3.3 Analysestrategie

6 6 7 8

4

Bespreking onderzoeksresultaten 4.1 Asbest 4.2 Interpretatie onderzoeksresultaten bodem 4.3 Conclusie Wet bodembescherming 4.4 Toetsing hypothese 4.5 Risicobeoordeling Sanscrit

9 9 9 11 11 12

5

Conclusies en aanbevelingen

13

Bronvermeldingen

Bijlagen: Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3.1: Bijlage 3.2: Bijlage 3.3: Bijlage 3.4: Bijlage 4: Bijlage 5.1: Bijlage 5.2: Bijlage 6: Bijlage 7:

15

Overzichtskaart (1:25.000) Situatietekening (1:250) Verklarende woordenlijst Toetsing analyseresultaten grond conform Wbb Toetsing analyseresultaten grondwater conform Wbb Indicatieve toetsing analyseresultaten grond aan het Bbk Boorbeschrijvingen inclusief legenda Analysecertificaten grond en grondwater Analysecertificaten asbest Risicobeoordeling Foto’s onderzoeklocatie

Ons kenmerk M17A0229 Datum 1 september 2017

1

Inleiding

Op 3 mei 2017 is door Gemeente Amsterdam, afdeling Gemeentelijk Vastgoed aan Stantec B.V., voorheen MWH B.V., opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodem- en asbestonderzoek ter plaatse van de locatie Van Ostadestraat 341 te Amsterdam (bijlagen 1 en 2). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen verkoop van het perceel.

1.1

Doel van het onderzoek

Het doel van dit onderzoek is:  inzicht te verkrijgen in hoeverre het voormalige, dan wel het huidige gebruik van de onderhavige locatie en haar omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem;  bepalen van de kwaliteit en eventuele hergebruikmogelijkheden van de grond onder de verhardingen en aanwezige vloeren;  inzicht te verkrijgen in de globale omvang van de tijdens voorgaand bodemonderzoek aangetroffen verontreiniging met minerale olie in de bodem;  bepalen van de kwaliteit van het grondwater;  vaststellen of ter plaatse van de onderzoekslocatie asbest aanwezig is in de bodem.

1.2

Kwaliteit

Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de volgende protocollen en normen:  Amsterdamse Richtlijn voor Verkennend Onderzoek (ARVO, bron 1), strategie voor vooroorlogse locaties;  NEN 5707 (bron 3), inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. In overeenstemming met deze normen is voorafgaand aan het veldonderzoek een vooronderzoek uitgevoerd gebaseerd op de NEN 5725 (bron 2). Het verkennend onderzoek bestond uit vooronderzoek, veldonderzoek, chemische analyses, toetsing en interpretatie. De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform een gecertificeerd kwaliteitssysteem (ISO9001:2008 en VCA*). Voor dit project is Frank van der Poel van ons kantoor te Delft opgetreden als senior adviseur. Voor het onderdeel asbest in bodem binnen dit project is Lotte van Asselt van ons kantoor te Delft opgetreden als erkend projectleider protocol 2018. Het veldwerk is uitgevoerd onder het procescertificaat van de BRL SIKB 2000: ‘Beoordelingsrichtlijn Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’ (bron 4), protocol 2001: ‘Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen’ (bron 5) en protocol 2002: ‘Het nemen van grondwatermonsters’) (bron 6). Het asbestonderzoek is uitgevoerd onder protocol 2018, ’Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem’ (bron 7).

2001 + 2002 + 2018

De procesonderdelen, uitvoering veldwerk en overdracht monsters aan laboratorium zijn uitbesteed aan VWB bodem B.V. (certificaat EC-SIK-20264) Het veldwerk is uitgevoerd door de heer E. de Graaf.

Ons kenmerk M17A0229 Datum 1 september 2017

1

Het onderdeel watermonstername is uitgevoerd door de heer A. Polat. Beiden zijn erkend en geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving. De procesonderdelen, begeleiding erkend projectleider en rapportage zijn uitgevoerd door Stantec B.V. Stantec B.V. is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door KIWA (certificaatnummer K95554/02). De uitgevoerde kernboringen vallen niet onder een specifieke BRL of protocol. In verband met de aanwezige vloeren/verhardingen is geen locatie inspectie uitgevoerd. Tevens zijn in verband met de aanwezige betonvloer in afwijking op de NEN 5707 geen graafgaten maar boringen geplaatst. Dit betekent een reductie in de representativiteit van voorliggend onderzoek. De overige werkzaamheden zijn conform protocol 2018, de NEN 5707 en/of NEN 5897 uitgevoerd. Stantec verklaart dat de beschreven uitvoering van kritische functies onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen die de BRL daartoe stelt vanuit de Regeling bodemkwaliteit. Stantec B.V. en VWB bodem B.V. hebben geen financiële of juridische belangen met betrekking tot het eigendom van de locatie. De resultaten van het onderzoek zijn getoetst aan de normering zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2013 (bron 8) en de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit (bron 9 en 10).

1.3

Referentiekader

De analyseresultaten met de bijbehorende toetsingswaarden en een verklarende woordenlijst zijn opgenomen in bijlage 3. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 5. In hoofdstuk 4 worden de onderzoeksresultaten besproken. De analyseresultaten voor grond zijn getoetst aan de normering zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (bron 8) en de Regeling bodemkwaliteit (bron 9). De in het laboratorium gemeten gehalten zijn omgerekend naar standaard bodem op basis van de gemeten lutum- en organische stofpercentages. In dit rapport wordt de volgende terminologie voor grond gehanteerd:  kleiner of gelijk aan de achtergrondwaarde (AW) of detectiegrens: geen sprake van een verhoogd gehalte; niet verontreinigd;  groter dan AW, kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (T): licht verhoogd gehalte; licht verontreinigd. Voor de tussenwaarde (T) geldt de volgende berekening: (achtergrondwaarde + interventiewaarde)/2;  groter dan T, kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (I): matig verhoogd gehalte; matig verontreinigd;  groter dan I: sterk verhoogd gehalte; sterk verontreinigd.

De terminologie voor grondwater is als volgt:  kleiner of gelijk aan de streefwaarde (S) of detectiegrens: geen sprake van een verhoogde concentratie; niet verontreinigd;  groter dan de streefwaarde (S), kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (T): licht verhoogde concentratie; licht verontreinigd. Voor de tussenwaarde (T) geldt de volgende berekening: (streefwaarde + interventiewaarde)/2;  groter dan T, kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (I): matig verhoogde concentratie; matig verontreinigd;  groter dan I: sterk verhoogde concentratie; sterk verontreinigd.

Ons kenmerk M17A0229 Datum 1 september 2017

2

De betekenis van de streef-, achtergrond-, tussen- en interventiewaarde is opgenomen in de verklarende woordenlijst (bijlage 3.1). In deze rapportage is voor het asbestonderzoek, afhankelijk van de gemeten asbestconcentraties, gebruik gemaakt van de volgende terminologie:  geen asbest aangetoond (concentratie beneden of gelijk aan de bepalingsgrens): niet verhoogd;  concentratie tussen bepalingsgrens en interventiewaarde: verhoogd;  concentratie boven de interventiewaarde: sterk verhoogd. De chemische analyses zijn uitgevoerd door ALcontrol Laboratories te Hoogvliet (RvA geaccrediteerd). De analyses zijn uitgevoerd conform het AS3000 protocol.

1.4

Betrouwbaarheid

Dit onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de huidige richtlijnen en methoden op het gebied van bodemonderzoek. Aan de hand van de uit de bronnen verzamelde informatie is een onderzoeksstrategie afgeleid, waarvan het aannemelijk wordt geacht dat deze representatief is voor de locatie. Er wordt op gewezen dat de geraadpleegde bronnen mogelijk onvolledig zijn, of dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Voor elk bodemonderzoek geldt dat het is gebaseerd op een beperkt aantal monsterpunten en analyses. De hiervoor voorgeschreven onderzoeksstrategie geeft een goed beeld van de algemene bodemkwaliteit. Tevens wordt opgemerkt dat een bodemonderzoek een momentopname is. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Indien na het onderzoek op of nabij de locatie (bodembedreigende) activiteiten of calamiteiten plaatsvinden en/of in de omgeving (mobiele) verontreinigingen aanwezig zijn, kan de bodemkwaliteit hierdoor worden beïnvloed.

Ons kenmerk M17A0229 Datum 1 september 2017

3

2

Vooronderzoek

In dit hoofdstuk worden de resultaten van het vooronderzoek besproken. Dit resulteert in een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie op de onderzoeklocatie. Het vooronderzoek is afgeleid van de NEN 5725 (bron 2).

2.1

Beschrijving van de locatie

De regionale ligging van de onderzoeklocatie is zichtbaar in bijlage 1. Een overzichtelijke situatietekening is weergegeven in bijlage 2. De oppervlakte van de onderzoeklocatie bedraagt circa 475 m2. Momenteel is de locatie deels in gebruik als woning en deels als parkeergarage en deels staat het leeg. De locatie is vrijwel volledig voorzien van een stenen/betonnen vloer. Voor zover bekend zijn er nog geen concrete plannen om de bestemming van de locatie na de eigendomsoverdracht te wijzigen.

2.2

Historische gegevens

Voor aanvang van het veldwerk is een historisch onderzoek uitgevoerd. Onderstaand wordt een samenvatting gegeven. Bij het historisch onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende bronnen:  de bodemkwaliteitskaart;  de bodemkaart ‘Dempingen en ophogingen in Amsterdam’ (bron 11);  BodemRisicoKaart van MWH;  voorgaand bodemonderzoek uit het archief van de opdrachtgever;  Basisregistraties adressen en gebouwen (BAG). De bestaande bebouwing is gerealiseerd in 1904. Het pand was in eerste instantie in gebruik als hulpwacht voor de brandweer. Later kreeg de hulpwacht een smederij en is op de binnenplaats een bergplaats voor reserve-voertuigen gerealiseerd. De hulpwacht werd in 1934 gesloten maar vermoedelijk na enkele jaren weer in gebruik genomen tot in de jaren ‘50. Vanaf de jaren '50 had het gebouw wisselende bestemmingen, waaronder in elk geval lederwarenfabriek en in de jaren '80 ontmoetingsplek voor migranten. Aan de zijde van de St. Willibrordusstraat (nr. 43A) is van 1969 tot 1985 een benzinepomp installatie met diverse ondergrondse brandstoftanks aanwezig geweest. Bodemkwaliteitskaart Het onderzoeksgebied valt in zone 6 (percelen) en zone B (openbare weg) van de bodemkwaliteitskaart. De kwaliteitsklasse voor zone 6 is: ‘ >Industrie’. Er worden in deze zone sterk verhoogde gehalten zware metalen en PAK verwacht.

Ter plaatse van de openbare weg worden licht tot matig verhoogde gehalten zware metalen en minerale olie, en licht tot sterk verhoogde gehalten lood en PAK verwacht. Bodemkaart ‘dempingen en ophogingen in Amsterdam’ Uit de bodemkaart blijkt dat de locatie is opgehoogd tussen 1900 en 1929. Ophogingen werden in deze periode vaak gedaan met verontreinigd materiaal. Ophogingen uit deze periode gelden niet als asbestverdacht. Volgens de ophogingen- en dempingenkaart van Amsterdam van de Dienst Milieu en Bouwtoezicht (DMB) zijn geen dempingen aanwezig op de locatie.

Ons kenmerk M17A0229 Datum 1 september 2017

4

Voorgaande onderzoeken Uit het archief van de opdrachtgever blijkt dat op en nabij de onderzoekslocatie in het verleden de volgende bodemonderzoeken zijn uitgevoerd: 1) historische onderzoeken Risico locaties 2005-2009, Locatie Sint Willibrordusstraat 41-43, opengesteld door Ingenieursbureau Gemeente Amsterdam, gedateerd 18 december 2006; 2) rapport betreffende een milieukundig bodemonderzoek op de locatie Van Ostadestraat 362 370 te Amsterdam, opgesteld door IDDS B.V., gedateerd 21 december 2007; 3) oriënterend milieukundig bodemonderzoek voor een terrein aan de Sint Willibrordusstraat 41 t/m 43 te Amsterdam, opgesteld door UDM west B.V., gedateerd 11 april 2008; 4) rapportage bodemonderzoek Van Ostadestraat 341 te Amsterdam, opgesteld door AA & C Nederland B.V., gedateerd 3 december 2013. Uit de onderzoeken 1 tot en met 3 blijkt dat zich in de omgeving van de onderzoekslocatie in het verleden diverse bodembedreigende activiteiten bevonden. In de grond zijn ter plaatse van de onderzochte percelen maximaal matig verhoogde gehalten minerale olie (over het algemeen gerelateerd aan historische activiteiten zoals tanks etc.) en zware metalen (als gevolg van de aanwezige ophooglaag) aangetoond. Het grondwater bevat plaatselijk sterk verhoogde gehalten van enkele zware metalen, vermoedelijk als gevolg van het niet filtreren van het grondwater tijdens de monsternamen.

Onderzoek 4 heeft betrekking op de huidige onderzoekslocatie en richt zich met name op de locaties van de diverse (voormalige) ondergrondse brandstoftanks. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat ter plaatse van boring 8, centraal op de locatie, sprake is van een matig verhoogd gehalte minerale olie van 1,0 tot 1,5 m –mv en van sterk verhoogde gehalten koper, lood en zink in het traject van 2,5 tot 3,0 m –mv. Met uitzondering van deze verontreinigingen zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie maximaal licht verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters aangetoond. De tijdens voorgaand onderzoek (4) geplaatste boringen zijn (voor zover relevant voor het huidige onderzoek) opgenomen op de overzichtstekening in bijlage 2. Op basis van de analyseresultaten is tevens een indicatieve risicobeoordeling uitgevoerd. Aangezien uit de risicobeoordeling bleek dat als gevolg van de verontreiniging met zware metalen geen sprake is van onaanvaardbare risico’s, werd nader onderzoek naar de omvang van de sterke verontreinigingen met koper, lood en zink niet noodzakelijk geacht. Wel werd geadviseerd nader onderzoek uit te voeren naar de omvang van de verontreiniging met minerale olie.

2.3

Hypothese en onderzoeksstrategie

Op basis van de bovenstaande historische informatie en voorgaande onderzoeken zijn onderstaande hypotheses geformuleerd:  op basis van de historische gegevens en de bodemkwaliteitskaart worden in de grond matige tot sterke verontreinigingen met zware metalen en minerale olie verwacht;  de locatie is op basis van de ophoogperiode niet verdacht op het voorkomen van asbest. Ten behoeve van de uitvoering van het onderzoek is de bijbehorende onderzoeksstrategie gevolgd. Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de ARVO vooroorlogs en de NEN 5707 voor asbest in bodem. Door de positionering van de boorpunten van het verkennend onderzoek wordt tevens globaal de omvang van de verontreiniging met minerale olie zoals deze is aangetoond tijdens voorgaand bodemonderzoek in kaart gebracht.

Ons kenmerk M17A0229 Datum 1 september 2017

5

3

Veldwerk en chemische analyses

3.1

Algemene onderzoeksstrategie en werkwijze

De gehanteerde onderzoeksstrategie is gebaseerd op de in hoofdstuk 2 gestelde hypothese. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van alle uitgevoerde veldwerkzaamheden en de analyses van de grond, grondwater en asbest. In de hierop volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de veldwerkzaamheden en de chemische analyses. Tabel 1: Overzicht uitgevoerde veldwerkzaamheden en analyses Diepte boringen (m-mv)

Veldwerk Aantal boringen Waarvan peilbuizen

Analyses Grond

Grondwater

Bodemkwaliteit algemeen (475 m2) 0,0 - 0,9 1 3 ARVO-grond1 0,0 – 1,0 1 1 Minerale olie en BTEXN2 0,0 - 2,3 1 2 ASB13 0,0 – 2.5 1 0,0 – 2,6 1 0,0 - 3,7 1 1 1 ARVO-grondwater4 Totaal5 6 1 1 ARVO-grond: lutum- en organische stofpercentage, negen metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), minerale olie, som PAK (10), som PCB (7) en chloride; 2 BTEXN: vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen); 3 ASB1: asbestanalyse conform NEN5707 op mengmonster van 10 kg, fractie > 0,5 mm (kwantitatief); 4 ARVO-grondwater: tien metalen (arseen, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen (som), styreen en naftaleen), vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen en minerale olie; 5 Totaal: de boringen zijn voor verschillende aanleidingen gecombineerd.

De boringen 03, 04 en 05 zijn zo gepositioneerd dat deze tevens gebruikt kunnen worden om globaal de omvang van de verontreiniging met minerale olie ter plaatse van boring 8 uit het voorgaand bodemonderzoek in kaart te brengen. De overige boringen zijn gelijkmatig over de locatie verspreid geplaatst. Afwijkingen en gestaakte boringen Boring 05 is twee maal gestaakt (05A/05B), de eerste maal mogelijk op de coating van een ondergrondse tank, de tweede maal in verband met een onder de betonvloer aanwezige oude bakstenen constructie (mogelijk een oude fundering of een oude wand rond de ondergrondse tanks). De boorlocaties zijn weergegeven in bijlage 2.

Ons kenmerk M17A0229 Datum 1 september 2017

6

3.2

Resultaten veldwerk

Het veldwerk is uitgevoerd op 28 juli 2017. Voor aanvang van de boorwerkzaamheden is de locatie visueel geïnspecteerd. In bijlage 4 zijn de gedetailleerde boorbeschrijvingen weergegeven met de bodemopbouw en de diepten waarop grondmonsters zijn genomen. De zintuiglijke waarnemingen en eventuele afwijkingen zijn eveneens in deze bijlage weergegeven. Grond Ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat de bodem onder de aanwezige vloeren/funderingen tot 1,6 á 2,7 m-mv globaal uit ophoogzand, gevolgd door een veenlaag. Plaatselijk (boring 04) is onder de veenlaag wederom een laag zand waargenomen. De boringen 05A en 05B zijn gestaakt in verband met de onder de betonvloer aanwezige bakstenen constructie. Ter plaatse van de gehele locatie zijn zowel in de aanwezige zandlaag als in de veenlaag plaatselijk bijmengingen met baksteen en beton aangetroffen. Daarnaast is ter plaatse van boring 04 in het traject van 1,2 tot 2,2 m –mv een zwakke tot matige olie-waterreactie waargenomen. Van het bodemmateriaal is maximaal per halve meter en/of per bodemlaag een monster genomen. In verband met de zintuiglijk waargenomen olieverontreiniging ter plaatse van boring 04 is van de zintuiglijk meest verdachte laag tevens een ongeroerd monster genomen met behulp van een steekbus voor analyse op minerale olie en vluchtige aromaten.

Asbest Het veldwerk bestond uit een visuele inspectie van de opgeboorde grond. Tevens zijn in het veld twee mengmonsters van de puinhoudende grond (zand) samengesteld voor analytisch onderzoek. Bij het samenstellen van de mengmonsters is rekening gehouden met het bodemtype en de visuele waarnemingen. In géén van de boringen is visueel asbestverdacht materiaal aangetroffen. Grondwater Voor de bemonstering van het grondwater is 1 boring afgewerkt met een peilbuis. Conform NEN 5740 (bron 13) is de bovenzijde van de peilfilters tenminste 0,5 m beneden de grondwaterstand geplaatst. Het grondwater is bemonsterd op 4 augustus 2017. Bij de grondwaterbemonstering is het grondwater waargenomen op een diepte van circa 2,0 mmv. Tijdens de bemonstering zijn aan het grondwater geen afwijkingen waargenomen. De zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (Ec) en de aanwezigheid van niet-opgeloste deeltjes (troebelheid) van het grondwater zijn tijdens de monstername in het veld bepaald. De resultaten zijn weergegeven in onderstaande tabel. De meetwaarden geven geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen. Tabel 2: Veldmetingen grondwater Peilbuis

Filter (m-mv)

GWS (m-mv)

Temp. (0C)

pH

Ec (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

01

2,7 – 3,7

2,02

16,4

6,6

1.570

9,7

Op basis van de gemeten Ec is sprake van brak (400 S/cm <Ec <2.800 S/cm) grondwater.

Ons kenmerk M17A0229 Datum 1 september 2017

7

3.3

Analysestrategie

Onderstaande tabel geeft, voor de verschillende aanleidingen, de geselecteerde monsters weer met de bijbehorende zintuiglijke waarnemingen en de uitgevoerde analyses. Tabel 3: Laboratoriumonderzoek Aanleiding

Analyses Betrokken boorpunten

Type materiaal

01-1 (0,9 – 1,2)

01

Zand

01-3 (1,5 – 2,0)

01

Zand

04-4 (1,65 -2,1)

04

Veen

04-6 (1,4 – 1,6)

04

Zand

01

-

-

ARVO-grondwater

ASB-01 (0,9 – 1,2)

01

Zand

Matig baksteen en zwak betonhoudend

ASB1

ASB-02 (0,6 – 0,8)

02

Zand

(Meng)monster (m-mv)

Zintuiglijke bijmengingen

Grond/grondwater/asbest

Grond Matig baksteen en zwak betonhoudend Zwak baksteenhoudend Zwak baksteenhoudend, zwakke oliewaterreactie Matige oliewaterreactie

ARVO-grond ARVO-grond

ARVO-grond

Minerale olie en BTEXN

Grondwater PB01-1-3 (2,6 – 3,6) Asbest

Ons kenmerk M17A0229 Datum 1 september 2017

ASB1

8

4

Bespreking onderzoeksresultaten

In dit hoofdstuk wordt de verontreinigingssituatie beschreven op basis van de onderzoeksresultaten. Vervolgens worden de onderzoeksresultaten getoetst aan de in hoofdstuk 2 geformuleerde hypothese.

4.1

Asbest

Asbest in bodem De monsters ten behoeve van het verkennend asbest in grondonderzoek ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn samengesteld uit de puinhoudende zandige ophooglaag ter plaatse van de boringen 01 en 02. In de opgeboorde grond is visueel géén asbestverdacht materiaal aangetroffen. Uit analyses blijkt dat in de bodem geen asbest is aangetoond (concentraties beneden of gelijk aan de bepalingsgrens). De gedetailleerde analyseresultaten staan vermeld in de bijgevoegde analysecertificaten (zie bijlage 5.4). De locatie is niet verontreinigd met asbest, dit komt overeen met de verwachtingen op basis van de periode van ophogen en bebouwen (rond 1904).

4.2

Interpretatie onderzoeksresultaten bodem

In onderstaande tabel zijn de gemeten verhoogde gehalten voor grond weergegeven. Tabel 4: Verhoogde gehalten in de grond per bodemlaag (ARVO-parameters grond) Toetsing Wbb Analysemonster Boringen (cm-mv) >AW 01-1 (90-120) 01-3 (150-200) 04-4 (165-210) 04-6 (140-160)

01 01 04 04

Co, Hg, Mo, som PCB (7), minerale olie Hg, PAK, minerale olie Hg, PAK -

>T

>I

Toetsing Bbk

Cd Cu, Zn -

Ba, Cu, Pb, Ni, Zn, PAK Pb Cu, Pb, Zn minerale olie

NIET NIET NIET NIET

ARBO Veiligheidsklasse (CROW 132) 3T 3T 3T 1T

Algemene kwaliteit grond (Wet bodembescherming) Uit de analyseresultaten blijkt dat verspreid van de gehele locatie sprake is van licht tot sterk verhoogde gehalten van diverse zware metalen en PAK. Tevens zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten PCB en minerale olie aangetroffen. Deze verontreinigingen hangen vermoedelijk samen met de aanwezige ophooglaag en de hierin aanwezige antropogene bijmengingen. Op basis van de analyseresultaten alsmede de resultaten van het in 2013 uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie heterogeen verontreinigd met zware metalen en PAK, waarbij verspreid over het gehele perceel sterke verontreinigingen kunnen worden verwacht. Gezien het heterogene karakter van de verontreinigingen is het afperken van de omvang van de verontreinigingen niet zinvol. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Ons kenmerk M17A0229 Datum 1 september 2017

9

Ter plaatse van boring 04 is in de zintuiglijk met minerale olie verontreinigde bodemlaag (1,2 tot 1,7 m –mv) een sterk verhoogd gehalte minerale olie aangetroffen. Dit verhoogde gehalte is te relateren aan de aanwezige (voormalige) ondergrondse opslagtanks. De omvang van de sterke verontreinigingen met minerale olie is met het uitgevoerde onderzoek in combinatie met de resultaten van het voorgaand bodemonderzoek binnen de perceelgrenzen globaal in kaart gebracht. Naar schatting is binnen de perceelgrenzen sprake van circa 20 m2 (10 m3 op basis van een dikte van de sterk verontreinigde laag van 0,5 meter) sterk met minerale olie verontreinigde grond. Aangezien de verontreiniging aan de zijde van St. Willibrordusstraat 43 vermoedelijk de perceelgrens overschrijdt is de omvang van de verontreiniging nog niet volledig in kaart en kan momenteel nog niet worden uitgesloten dat sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Aangezien de omvang van de verontreinigingen binnen de onderzoekslocatie voldoende in kaart is gebracht is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in het kader van de voorgenomen verkoop van het perceel niet noodzakelijk.

Indicatieve toetsing Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de geanalyseerde grond(meng)monster(s) zijn voor het bepalen van de hergebruikmogelijkheden indicatief getoetst aan de, normwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bron 9) behorende bij het Besluit bodemkwaliteit (bron 10). De in het laboratorium gemeten gehalten zijn hierbij omgerekend naar standaard bodem op basis van de gemeten lutum- en organische stofpercentages. De uitwerking van deze (indicatieve) toetsing is opgenomen in bijlage 3.4. In tabel 4 wordt een overzicht gegeven van de resultaten van de (indicatieve) toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit conform het generieke beleid (landelijke beleid). Bij gebiedsspecifiek beleid dient te worden getoetst aan het door het bevoegd gezag vastgestelde lokale bodembeleid (bodembeheernota, bodemkwaliteitskaart en bodemfunctiekaart) met lokale maximale waarden en eventueel aanvullende specifieke eisen ten aanzien van grondverzet. Op basis van de indicatieve toetsing kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de onderzoekslocatie vrijkomende grond op basis van het Besluit bodemkwaliteit niet voor hergebruik buiten de onderzoekslocatie in aanmerking komt. Voor een definitieve vaststelling van de bodemkwaliteitsklasse is in veel gevallen een partijkeuring conform AP04 vereist.

Een dergelijke keuring onderscheidt zich van het onderhavige onderzoek door een intensievere bemonstering, een aangepaste monstervoorbehandeling in het laboratorium, zowel monstername als analyse in duplo en in enkele gevallen uitloogonderzoek. Veiligheidskundige aspecten (voorlopige Arbo veiligheidsklassen) Met behulp van de berekeningsmodule van CROW-publicatie 132 (bron 12) zijn de gehalten van de meest verontreinigde monsters getoetst aan de betreffende veiligheidseisen. Hieruit volgt dat grondwerkzaamheden ter plaatse van de onderzoekslocatie uitgevoerd dienen te worden conform veiligheidsklasse 3T (zie tabel 4). Op basis van deze veiligheidsklasse dienen de juiste aanvullende maatregelen genomen te worden gedurende werkzaamheden in de grond. Voor de bijbehorende veiligheidsvoorzieningen, metingen en maatregelen wordt verwezen naar publicatie 132 van het CROW (bron 12).

Ons kenmerk M17A0229 Datum 1 september 2017

10

Algemene kwaliteit grondwater Ter plaatse van boring 01is conform de ARVO een peilbuis geplaatst. In onderstaande tabel zijn de verhoogde concentraties weergegeven. Tabel 5: Verhoogde concentraties in het grondwater (ARVO-parameters grondwater) Peilbuis

Filter (m-mv)

Concentratie > S Concentratie > T Concentratie > I

01

2,6 – 3,6

As, Ba, Zn

-

-

Uit de analyseresultaten blijkt dat in het grondwater licht verhoogde concentraties arseen, barium en zink zijn gemeten. Deze verontreinigingen zijn vermoedelijk deels van natuurlijke herkomst (barium en arseen). De herkomst van de verhoogde concentratie zink is onbekend. Tijdens voorgaand onderzoek zijn in het grondwater maximaal licht verhoogde concentraties minerale olie aangetoond. Ter plaatse van het matig verhoogde gehalte minerale olie in grond (boring 8) was sprake van een licht verhoogde concentratie.

4.3

Conclusie Wet bodembescherming

Op basis van de resultaten kan geconcludeerd worden dat er ter plaatse van de onderzoekslocatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (>25 m3 sterk verontreinigde grond) met zware metalen en PAK. Gezien het heterogene karakter van de verontreiniging is het vaststellen van de omvang van de verontreiniging op boorpuntniveau niet zinvol. Verspreid over het gehele perceel kunnen sterk verhoogde gehalten worden verwacht, met name gerelateerd aan aanwezige antropogene bijmengingen. Voor wat betreft de sterke verontreiniging met minerale olie wordt de omvang binnen de perceelgrenzen geschat op circa 10 m3. Aangezien de verontreiniging buiten de perceelgrenzen nog niet in kaart is gebracht kan op basis van de huidige onderzoeksresultaten nog niet worden uitgesloten dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op basis van de resultaten kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van een geval van sterke bodemverontreiniging (>100 m3 sterk verontreinigd grondwater) in het grondwater.

4.4

Toetsing hypothese

In paragraaf 2.3 werd de hypothese gesteld dat de locatie verdacht is op het voorkomen van sterke verontreinigingen met zware metalen en olie en onverdacht op het voorkomen van verontreinigingen met asbest.  Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de in paragraaf 2.3 opgestelde hypothese voor de bodem aanvaard: uit de analyseresultaten blijkt dat ter plaatse sterke verontreinigingen met zware metalen, en minerale olie zijn aangetoond. Daarnaast bevat de bodem tevens een sterk verhoogd gehalte PAK.  De hypothese dat geen sprake is van de aanwezigheid van asbest wordt aanvaard: op de locatie is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetroffen.

Ons kenmerk M17A0229 Datum 1 september 2017

11

Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht, aangezien de omvang van de aanwezige verontreinigingen binnen de perceelgrenzen met het uitgevoerde bodemonderzoek in voldoende mate in kaart is gebracht. Voor eventuele werkzaamheden in de sterk verontreinigde grond dient een melding ingevolgde de Wet bodembescherming te worden gedaan bij het bevoegd gezag (Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied).

4.5

Risicobeoordeling Sanscrit

Op basis van de onderzoeksresultaten is met behulp van Sanscrit getoetst of voor de huidige functie ‘Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie’ als gevolg van de aanwezige verontreinigingen sprake is van onaanvaardbare risico’s. De eindconclusie van de toetsing is: ‘Er is een geval van ernstige verontreiniging, maar de locatie hoeft niet met spoed gesaneerd te worden’. Het toetsingsrapport is weergegeven in bijlage 6.

Ons kenmerk M17A0229 Datum 1 september 2017

12

5

Conclusies en aanbevelingen

Op basis van de onderzoeksresultaten worden de volgende conclusies getrokken: Conclusies bodem  De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat tot 1,6 á 2,7 m-mv globaal uit ophoogzand, gevolgd door een veenlaag. Plaatselijk (boring 04) is onder de veenlaag wederom een laag zand waargenomen.  Ter plaatse van de gehele locatie zijn zowel in de aanwezige zandlaag als in de veenlaag plaatselijk bijmengingen met baksteen en beton aangetroffen. Daarnaast is ter plaatse van boring 04 in het traject van 1,2 tot 2,2 m –mv een zwakke tot matige olie-waterreactie waargenomen.  Verspreid over de gehele locatie zijn gerelateerd aan de aanwezige ophooglaag en de hierin aanwezige antropogene bijmengingen sterk verhoogde gehalten van diverse zware metalen en (plaatselijk) PAK aangetoond.  Ter plaatse van boring 04 is in de zintuiglijk met olie verontreinigde grond (1,2 tot 1,7 m –mv) een sterk verhoogd gehalte minerale olie aangetoond.  Conform het Besluit bodemkwaliteit is de grond niet toepasbaar en kan derhalve niet buiten de onderzoekslocatie worden hergebruikt.  Als gevolg van de verontreinigingen met zware metalen en PAK geldt conform de CROW 132 de veiligheidsklasse 3T voor werken in de verontreinigde grond.  Het grondwater is licht verontreinigd met arseen, barium en zink.

 Uit de analyseresultaten blijkt dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (>25 m3 sterk verontreinigde grond) met zware metalen en PAK. De verontreiniging is waarschijnlijk heterogeen over de locatie verspreid aanwezig, als gevolg van de stedelijke ophoging.  De omvang van de olieverontreiniging binnen de perceelgrenzen bedraagt circa 10 m3. Aangezien de omvang van de verontreiniging buiten de perceelgrenzen nog niet in kaart in gebracht kan op basis van het huidige onderzoek niet worden uitgesloten dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging.  Op basis van de risicobeoordeling met behulp van Sanscrit is sprake van een geval van ernstige verontreiniging, maar hoeft de locatie niet met spoed gesaneerd te worden. Conclusies asbest  Op basis van het historisch onderzoek conform NEN 5725 is de locatie onverdacht voor aanwezigheid van asbest.  In het opgegraven materiaal is plaatselijk een puinhoudende bijmenging aangetroffen. Er is visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen.  Uit analyse van de mengmonsters blijken deze geen asbest te bevatten. Aanbevelingen  De verontreinigde ophooglaag is door vrijwel de gehele binnenstad van Amsterdam aanwezig. Uitkartering van de verontreiniging is derhalve niet zinvol.

 Om de exacte omvang van de verontreiniging met minerale olie vast te stellen is nader bodemonderzoek noodzakelijk, met name om de omvang buiten de perceelgrenzen in kaart te brengen. Aangezien de omvang van de verontreinigingen binnen de huidige onderzoekslocatie in voldoende mate in kaart is gebracht achten wij het uitvoeren van nader onderzoek in het kader van de voorgenomen eigendomsoverdracht niet noodzakelijk  Door de aard en concentraties van de in de grond aanwezige stoffen kent bij graafwerkzaamheden vrijkomende grond een beperkt hergebruik.

Ons kenmerk M17A0229 Datum 1 september 2017

13

 Ter plaatse van de onderzoekslocatie dient bij toekomstige graafwerkzaamheden een melding in het kader van Besluit Uniforme Saneringen (BUS-melding) gedaan te worden bij het bevoegd gezag (OD NZKG), danwel een saneringsplan te worden ingediend. Na uitvoering van de werkzaamheden dient tevens een evaluatieverslag ingediend te worden.  Vijf dagen voorafgaand aan de saneringswerkzaamheden dient een startmelding te worden gedaan bij de OD NZKG.  Gedurende graafwerkzaamheden dienen arbeidshygiënische maatregelen te worden nageleefd. Voor de bijbehorende veiligheidsvoorzieningen, metingen en maatregelen wordt verwezen naar publicatie 132 van het CROW (bron 12).  Tevens dient voor de locaties waar een veiligheidsklasse van toepassing is een V&G-plan (ontwerpfase en uitvoeringsfase) opgesteld te worden conform de veiligheidsklasse uit de CROW.  Het verdient ten slotte altijd aanbeveling om tijdens grondwerkzaamheden alert te zijn op een eventuele onvoorziene verontreiniging van de bodem.

Ons kenmerk M17A0229 Datum 1 september 2017

14

Bronvermeldingen 1. Amsterdamse Richtlijn voor Verkennend Onderzoek (ARVO), Dienst Milieu- en Bouwtoezicht Amsterdam (DMB), december 2011. 2. NEN 5725, ‘Bodem- Landbodem- Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek’, Nederlands Normalisatie-instituut, januari 2009. 3. NEN 5707, ‘Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond’, Nederlands Normalisatie-instituut, augustus 2015. 4. BRL SIKB 2000, ‘Beoordelingsrichtlijn Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, versie 5, 12 december 2013. 5. Protocol 2001, ‘Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen’, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, versie 3.2, 12 december 2013. 6. Protocol 2002, ‘Het nemen van grondwatermonsters’, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, versie 4, 12 december 2013. 7. Protocol 2018, ‘Locatie-inspectie en monstername van asbest in bodem’, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, versie 3.1, 12 december 2013. 8. Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant nummer 16675, 27 juni 2013. 9. Regeling bodemkwaliteit, regeling van 13 december 2007, houdende regels voor de uitvoering van de kwaliteit van de bodem, Staatscourant nr.

247, 20 december 2007 en bijbehorende wijzigingen en besluiten. 10. Besluit bodemkwaliteit, besluit van 22 november 2007, houdende regels inzake de kwaliteit van de bodem, Staatscourant nr. 469, 3 december 2007 en bijbehorende wijzigingen, besluiten en rectificaties. 11. Ophoog en dempinggeschiedenis van Amsterdam. Perioden van ophoging en demping, Dienst Milieu en Bouwtoezicht, 25 februari 2005. 12. CROW-publicatie nummer 132 'Werken in of met verontreinigde grond en verontreinigd (grond)water', juli 2014. 13. NEN 5740, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, NEN, 1 januari 2009 + NEN 5740/A1, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, NEN, februari 2016.

Ons kenmerk M17A0229 Datum 1 september 2017

15

Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3.1: Bijlage 3.2: Bijlage 3.3: Bijlage 3.4: Bijlage 4: Bijlage 5.1: Bijlage 5.2: Bijlage 6: Bijlage 7:

Overzichtskaart (1:25.000) Situatietekening (1:250) Verklarende woordenlijst Toetsing analyseresultaten grond conform Wbb Toetsing analyseresultaten grondwater conform Wbb Indicatieve toetsing analyseresultaten grond aan het Bbk Boorbeschrijvingen inclusief legenda Analysecertificaten grond en grondwater Analysecertificaten asbest Risicobeoordeling Foto’s onderzoeklocatie

Bijlage 1: Overzichtskaart (1:25.000)

Bodemonderzoek van Ostadestraat 341 te Amsterdam Overzichtskaart

J )

100

200

300

400

500 m

Legenda

Opdrachtgever:

Gemeente Amsterdam Gemeentelijk Vastgoed

J )

Datum: Schaal: Status:

9-8-2017 1:12.500 Concept

Projectlocaties

Projectnummer: Formaat: Tekenaar:

M17A0229 A4 portrait MSAE

±

F:\GIS\06_projecten\Boorplannen en Vopak\M17\M17A0229\M17A0229B\01_mxd\Bijlage 1.mxd

0

Bijlage 2: Situatietekening (1:250)

Bodemonderzoek Van Ostadestraat 341 te Amsterdam Situatietekening

6

ú8 ú

4

(

.

15

ú8 ú

.

( 5

05B

( (

3.

! A

05A A !

8

.

7

04

/ " (

/ 03 " (

.

02

D (

ú8ú (

01

)J 0

5

Legenda (

Peilbuis

D Asfaltboring met boring tot 2,0 m-mv

Boorpunten voorgaand onderzoek

( . Boring ú Asfaltboring met boring 8 Peilbuis ú / " ( tot 2,5 m-mv Tanks Asfaltboring met ! Geschatte contour A ( gestaakte boring minerale olie in grond >I (

15

20

25 m

Opdrachtgever:

Gemeente Amsterdam Gemeentelijk Vastgoed

Datum: Schaal: Status:

31-8-2017 1:250 Definitief

Tekenaar:

GSTE

Projectnummer: Formaat:

M17A0229 A4 portrait

± F:\GIS\06_projec ten\Boorplannen en Vopak\M17\M17A0229\13_pdf

ú8ú

10

Bijlage 3.1: Verklarende woordenlijst

Verklarende woordenlijst Een grond- en/of grondwaterverontreiniging kan veroorzaakt worden door verschillende parameters. Soms betreft het stoffen die van nature in de bodem voorkomen. In andere gevallen is er sprake van milieuvreemde stoffen. Om een indicatie te krijgen van een eventuele grond(water)verontreiniging worden analyses uitgevoerd op verschillende parameters. Toetsingskader Sinds oktober 2008 zijn in het kader van de Wet bodembescherming de streefwaarden (grondwater) en interventiewaarden (grond en grondwater) van kracht en daarmee het toetsingskader voor beoordeling van de kwaliteit van grond en grondwater. Daarnaast gelden voor de toepassing van grond de (landelijke) achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit. Achtergrondwaarde (grond) De Achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen, zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde is duurzaam geschikt voor elk bodemgebruik en wordt aangeduid als schone of niet verontreinigde grond. Streefwaarde (grondwater) Als de streefwaarde wordt overschreden is er sprake van bodemverontreiniging. Voor de stoffen die van nature voorkomen, komt de streefwaarde overeen met het zogenaamde ‘gemiddelde achtergrondgehalte’.

Voor stoffen die niet van nature in de bodem voorkomen is de streefwaarde gelijkgesteld aan de aantoonbaarheidsgrens van de huidige analysetechnieken, ook wel ‘detectiegrens’ genoemd. Tussenwaarde Deze waarde geeft de milieukwaliteit aan, waarbij er sprake is van verhoogde, maar in het algemeen niet potentieel onaanvaardbare, risico's voor mens en milieu. Het betreft een rekenkundig gemiddelde van de Achtergrondwaarde (grond) of Streefwaarde (grondwater) en de Interventiewaarde, dat niet rechtstreeks aan een specifiek risiconiveau is gekoppeld. Overschrijding van deze waarde heeft slechts een indicatieve functie, namelijk het aangeven van de noodzaak om een nader onderzoek naar de kwaliteit van de bodem uit te voeren. Grond of grondwater die de tussenwaarde wel maar niet de interventiewaarde overschrijdt, wordt aangeduid als matig verontreinigd. Interventiewaarde De interventiewaarde is de waarde die aangeeft bij welke concentratie sprake kan zijn van een dreigende ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van de bodem voor plant, mens en dier. Toetsingswaarden asbest Voor asbest in grond geldt alleen een interventiewaarde c.q. restconcentratienorm. Deze norm is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. asbest (gewogen). De Interventiewaarde voor asbest is gebaseerd op het verwaarloosbaar risiconiveau (VR).

Grond met een gehalte aan asbest (gewogen) lager dan de Interventiewaarde mag hierdoor als niet verontreinigd worden aangemerkt. Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met tienmaal het gehalte aan amfibool asbest.

Geval van ernstige bodemverontreiniging Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m3 bodemvolume in het geval van bodemverontreiniging, of 100 m3 poriënverzadigd bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde en de verontreiniging is ontstaan voor 1987. Asbest is uitgezonderd van dit volumecriterium. BRL SIKB 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek Alleen bedrijven die door het Ministerie van I en M zijn erkend mogen veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek verzorgen in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Zij zijn ook de enigen die voor deze activiteit het keurmerk ‘Kwaliteitswaarborging bodembeheer SIKB' mogen voeren. Bedrijven met een erkenning staan vermeld op de lijst met erkende veldwerkers bij milieuhygiënisch bodemonderzoek op de website van Rijkswaterstaat Leefomgeving (www.rwsleefomgeving.nl)). Besluit bodemkwaliteit Op 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit in werking getreden. Volgens dit besluit kan per gemeente een beleid worden gevoerd, waarin rekening gehouden is met lokale omstandigheden. Per gemeente dient voor toepassing gecontroleerd te worden of er sprake is van gebiedsspecifiek beleid of dat de generieke normen van het besluit van toepassing zijn.

Voor de ontvangende bodem dient de bodemkwaliteit te zijn vastgesteld. Deze kwaliteit kan worden afgeleid van een vastgestelde bodemkwaliteitskaart. Als geen bodemkwaliteitskaart is vastgesteld moet met bodemonderzoek de kwaliteit van de ontvangende bodem worden vastgesteld. Een dergelijk onderzoek dient tenminste te worden uitgevoerd volgens een onderzoeksstrategie uit de NEN 5740.

Parameters Asbest Asbest is een verzamelnaam voor een aantal in de natuur voorkomende mineralen, die zijn opgebouwd uit fijne, microscopisch kleine vezels. Losse asbestvezels zijn met het blote oog niet zichtbaar. Asbestvezels zijn sterk en flexibel tegelijk. Bovendien zijn ze thermisch en elektrisch isolerend, bestand tegen zuren en logen en hebben ze een hoge wrijvingsweerstand. Hierdoor zijn ze geschikt voor veel verschillende toepassingen, als: • golfplaten; • waterleidingbuizen; • rem- en frictiemateriaal; • isolatiemateriaal. Asbest is met name na de Tweede Wereldoorlog veel gebruikt. Niet-hechtgebonden asbest is sinds 1983 vrijwel niet meer toegepast. De beroepsmatige toepassing en verkoop van alle soorten asbest is sinds 1 juli 1993 volledig verboden. Minerale olie Onder verontreinigingen met minerale olie vallen o.a. benzine, diesel en huisbrandolie-verontreinigingen. Verontreinigingen met minerale olie komen veelvuldig voor. Minerale olie is in de meeste gevallen in de bodem terechtgekomen door lekkage bij ondergrondse tanks of calamiteiten. Een olieverontreiniging is in de meeste gevallen goed zintuiglijk waarneembaar door geurafwijkingen en/of met behulp van de olie-op-watertest. Bij de olie-op-watertest wordt een beetje grond in water gebracht. De in de grond aanwezige olie komt boven drijven en wordt zichtbaar als een oliefilm.

Na analyse kan in de meeste gevallen een redelijk betrouwbare indicatie worden gegeven van de oliesoort. Indien sprake is van een benzineverontreiniging dient tevens rekening gehouden te worden met een verontreiniging met vluchtige aromaten (BTEXN) en bij nieuwe gevallen met ETBE of MTBE. Organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) Bestrijdingsmiddelen worden ook wel pesticiden genoemd. Met name bij (voormalige) tuinbouwkassen en akkerbouw wordt rekening gehouden met deze vorm van verontreiniging. DDT en drins zijn bekende voorbeelden. Polychloorbifenylen (PCB) PCB zijn olieachtige vloeistoffen die veel zijn toegepast in transformatoren en condensatoren vanwege hun goede elektrisch-isolerende eigenschap in combinatie met het bestand zijn tegen hoge temperaturen. In het verleden zijn PCB ook toegepast in producten als motorolie, tl-armaturen, inkt, lijm en verf. Tegenwoordig zijn PCB op de zwarte lijst geplaatst en is de toepassing ervan verboden. PCB zijn voor mens en dier met name schadelijk omdat zij de eigenschap hebben om zich op te hopen in vet.

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) PAK zijn teerachtige producten. PAK wordt gevormd bij diverse verbrandings- en chemische processen, veelal door onvolledige verbranding van koolstofverbindingen. PAK kan in hoge gehaltes voorkomen in asfalt, steenkoolteer, pek, creosoot, diverse oliesoorten, zuiveringsslib en dakbedekkingsmaterialen. In de bodem komen PAK-verbindingen vaak voor in combinatie met koolas of sintels. In totaal bestaan er circa 250 verschillende PAK-verbindingen. Bij analyse op PAK ten behoeve van bodemonderzoek wordt een selectie van deze verbindingen geanalyseerd, bijvoorbeeld de zogeheten zestien van EPA of tien van VROM. Enkele PAK-verbindingen, zoals benzo(a)pyreen, zijn carcinogeen ofwel kankerverwekkend. Vluchtige aromaten (BTEXN) Vluchtige aromaten (BTEXN = benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen) worden bereid uit aardolieën. Ze zijn met name aanwezig in benzine en oplosmiddelen (bv. thinner). Ze zijn vrij vluchtig en hebben een sterk oplossend vermogen voor een groot aantal kunststoffen. Van bijvoorbeeld benzeen is bekend dat het kankerverwekkend is. Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOH/ VOCl) Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen zijn koolwaterstoffen met een halogeenverbinding, met name chloor is in dit kader bekend.

VOH/ VOCl worden veel gebruikt als ontvettings- en schoonmaakmiddelen bij chemische wasserijen, metaalindustrie en drukkerijen. Met name verontreinigingen met ‘Per’ (tetrachlooretheen) en ‘Tri’ (trichlooretheen) komen veel voor. Per en Tri hebben een hoog soortelijk gewicht (zwaarder dan water) en zijn vrij vluchtig. Ook deze stoffen hebben een sterk oplossend vermogen voor een groot aantal kunststoffen. Van deze stoffen is bekend dat ze het zenuwstelsel aan kunnen tasten. Zware metalen Zware metalen komen van nature in kleine hoeveelheden voor in de bodem. In deze hoeveelheden zijn ze niet schadelijk voor volksgezondheid of milieu. Grote (schadelijke) hoeveelheden zware metalen zijn in veel gevallen in het milieu terecht gekomen door: • verwerking metaalertsen; • metaalbewerking; • metaaloppervlaktebehandeling (galvaniseren/emailleren); • glazuren van aardewerk (loodwit); • metalen in drukinkt, cosmetica, katalysatoren, accu's, batterijen en verbrandingsafval (sintels, cokes, vliegas, slakken). Zware metalen komen in de bodem vaak in combinatie met puin en aardewerk voor. Door toepassing van lood als antiklopmiddel in benzine zijn grote hoeveelheden lood diffuus verspreid in het milieu terecht gekomen, vooral langs wegen en in stedelijke gebieden.

Bijlage 3.2: Toetsing analyseresultaten grond conform Wbb

Toetsing volgens BoToVa, module T.12-Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb (Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.0.0, toetsingsdatum: 22-08-2017 - 11:15)

Projectcode Projectnaam Monsteromschrijving Monstersoort en bodemtype Monster conclusie

M17A0229B Van Ostadestraat 341 te Amsterdam 04-6 Grond (AS3000)-1 Overschrijding Interventiewaarde

Analyse

Eenheid AR

droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten organische stof (gloeiverlies)

% g %

84,5 <1 Geen 1,0

84,5

---

1

--

mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg

<0,05 <0,05 <0,05 <0,05 <0,05 0,07 0,18 <0,05

0,175 0,175 0,175 0,175 0,175 0,175 0,175 -0,175 -0,35 0,35 -0,035 --

mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg

1700 8500 -1300 6500 -60 12 -40 8 -3000 15000 15000 ***

VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen o-xyleen p- en m-xyleen xylenen (0.7 factor) totaal BTEX (0.7 factor) naftaleen MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

ADDITIONELE TOETSPARAMETERS 12590491-001 som 16 aromatische oplosmiddelen (Bbk, 1-1-2008) som 10 polyaromatische koolwaterstoffen (VROM)

Monstercode 12590491-001

Monsteromschrijving 04-6 04-6 04 (140-160)

BT

AT

AC BC

AW T

I RBK

<=AW 0.2 0.65 1.1 0.05 <=AW 0.2 16 32 0.05 <=AW 0.2 55 110 0.05 0.05 0.1 <=AW 0.45 8.7 17 0.105 ---->I 190 2595 5000 35 Eenheid BT mg/kg mg/kg

BC

0.875 ^<=AW 0.035 ^<=AW

Toetsing volgens BoToVa, module T.12-Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb (Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.0.0, toetsingsdatum: 22-08-2017 - 11:15)

Projectcode Projectnaam Monsteromschrijving Monstersoort Monster conclusie

M17A0229B Van Ostadestraat 341 te Amsterdam 01-1 Grond (AS3000) Overschrijding Interventiewaarde

Analyse

Eenheid AR

droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten organische stof (gloeiverlies)

% g %

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)

% vd DS

METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink

mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg

BT

AT

AC BC

86,9 <1 Geen 7,6

86,9

---

7,6

--

<1

<1

--

1700 6590 6590 *** 7,5 10,3 10,3 ** 16 56,2 56,2 * 451 260 451 *** 0,38 0,522 0,522 * 4400 6280 6280 *** 3 3,0 3 * 117 40 117 *** 8300 17200 17200 ***

AW T

I RBK

-920 20 >IND 0.6 6.8 13 0.2 IN 15 102 190 3 >I 40 115 190 5 WO 0.15 18 36 0.05 >I 50 290 530 10 WO 1.5 96 190 1.5 >I 35 68 100 4 >I 140 430 720 20

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kg 0,13 0,13 8 fenantreen mg/kg 8,0 2,7 antraceen mg/kg 2,7 18 fluoranteen mg/kg 18 11 benzo(a)antraceen mg/kg 11 8,4 chryseen mg/kg 8,4 5,3 benzo(k)fluoranteen mg/kg 5,3 9,9 benzo(a)pyreen mg/kg 9,9 7 benzo(ghi)peryleen mg/kg 7,0 6,7 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg 6,7 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) mg/kg 77,13 77,1

----------77,1 ***

>I 1.5 21

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 som PCB (7) (0.7 factor)

ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg

<1 0,921 1,0 1,32 13 9,9 5,3 6,97 23 30,3 21 27,6 10 13,2 70,9 93,3

-------93,3 *

IN 20

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg

<5 88 150 88 320

4,61 116 197 116 421

----421 *

----IN 190 2595 5000 35

DIVERSE NATCHEMISCHE BEPALINGEN chloride+++ mg/kg

<30

21

--

Monstercode 12590934-001

Monsteromschrijving 01-1 01-1 01 (90-120)

--

40

0.35

510 1000 4.9

150

Toetsing volgens BoToVa, module T.12-Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb (Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.0.0, toetsingsdatum: 22-08-2017 - 11:15)

Projectcode Projectnaam Monsteromschrijving Monstersoort Monster conclusie

M17A0229B Van Ostadestraat 341 te Amsterdam 01-3 Grond (AS3000) Overschrijding Interventiewaarde

Analyse

Eenheid AR

droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten organische stof (gloeiverlies)

% g %

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink

BT

AT

AC BC

74,7 <1 Geen 4,1

74,7

---

4,1

--

% vd DS

4,2

4,2

--

mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg

176 58 176 <0,2 0,213 0,213 8,5 3,0 8,5 160 89 160 ** 0,79 1,08 1,08 * 940 1370 1370 *** <0,5 0,35 0,35 8,2 20,2 20,2 550 270 550 **

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kg 0,03 0,03 0,4 fenantreen mg/kg 0,40 0,1 antraceen mg/kg 0,10 fluoranteen mg/kg 0,72 0,72 benzo(a)antraceen mg/kg 0,39 0,39 0,3 chryseen mg/kg 0,30 benzo(k)fluoranteen mg/kg 0,24 0,24 benzo(a)pyreen mg/kg 0,49 0,49 benzo(ghi)peryleen mg/kg 0,41 0,41 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg 0,38 0,38 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) mg/kg 3,46 3,46

----------3,46 *

AW T

I RBK

-920 20 <=AW 0.6 6.8 13 0.2 <=AW 15 102 190 3 IN 40 115 190 5 IN 0.15 18 36 0.05 >I 50 290 530 10 <=AW 1.5 96 190 1.5 <=AW 35 68 100 4 IN 140 430 720 20 WO 1.5 21

40

0.35

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 som PCB (7) (0.7 factor)

ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4,9

1,71 1,71 1,71 1,71 1,71 1,71 1,71 12

12

<=AW 20

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg

<5 48 92 67 210

8,54 117 224 163 512

----512 *

---->IND 190 2595 5000 35

DIVERSE NATCHEMISCHE BEPALINGEN chloride+++ mg/kg

41

41

--

Monstercode 12590934-002

Monsteromschrijving 01-3 01-3 01 (150-200)

--------

--

510 1000 4.9

150

Toetsing volgens BoToVa, module T.12-Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb (Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.0.0, toetsingsdatum: 22-08-2017 - 11:15)

Projectcode Projectnaam Monsteromschrijving Monstersoort Monster conclusie

M17A0229B Van Ostadestraat 341 te Amsterdam 04-4 Grond (AS3000) Overschrijding Interventiewaarde

Analyse

Eenheid AR

droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten organische stof (gloeiverlies)

% g %

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink

BT

AT

66,8 <1 Geen 9,9

66,8

---

9,9

--

% vd DS

3,7

3,7

--

mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg

415 130 415 0,39 0,483 0,483 4,7 13,9 13,9 793 510 793 *** 2,8 3,69 3,69 * 940 1260 1260 *** 1 1,0 1 13 33,2 33,2 650 1200 1200 ***

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kg 0,08 0,08 fenantreen mg/kg 0,45 0,45 antraceen mg/kg 0,11 0,11 1,3 fluoranteen mg/kg 1,3 benzo(a)antraceen mg/kg 0,64 0,64 chryseen mg/kg 0,53 0,53 benzo(k)fluoranteen mg/kg 0,39 0,39 benzo(a)pyreen mg/kg 0,69 0,69 benzo(ghi)peryleen mg/kg 0,55 0,55 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg 0,56 0,56 5,3 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) mg/kg 5,3 POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 som PCB (7) (0.7 factor)

ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg ug/kg

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4,9

0,707 0,707 0,707 0,707 0,707 0,707 0,707 4,95

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg

78 73 18 13 180

78,8 73,7 18,2 13,1 182

DIVERSE NATCHEMISCHE BEPALINGEN chloride+++ mg/kg

32

32

Monstercode 12590934-003

AC BC

Monsteromschrijving 04-4 04-4 04 (165-210)

----------5,3 * -------4,95 ----182 --

AW T

I RBK

-920 20 <=AW 0.6 6.8 13 0.2 <=AW 15 102 190 3 >I 40 115 190 5 IN 0.15 18 36 0.05 >I 50 290 530 10 <=AW 1.5 96 190 1.5 <=AW 35 68 100 4 >I 140 430 720 20 WO 1.5 21 <=AW 20

40

0.35

510 1000 4.9

----<=AW 190 2595 5000 35 --

150

Legenda Verklaring kolommen AR Resultaat op het analyserapport BT Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden. BC Toetsoordeel AT ALcontrol toetsings resultaat (door ALcontrol berekend) AC ALcontrol toetsings conclusie (door ALcontrol bepaald) AW Achtergrondwaarde (door ALcontrol beheerd) T Tussenwaarde (door ALcontrol berekend en beheerd maar niet meer beschreven in de wetgeving) I Interventie waarde (door ALcontrol beheerd) RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). Verklaring toetsingsoordelen Geen toetsoordeel mogelijk -Heeft geen normwaarde, zorgplicht van toepassing --Interventiewaarde ontbreekt, zorgplicht van toepassing # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat + De normen voor barium zijn ingetrokken. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 625 mg/kg d.s (waterbodem) en de interventiewaarde voor landbodem van 920 mg/kg (landbodem). +++ Voor het toepassen van zeezand geldt de norm 200 mg/kg ds.

Bij het toepassen van zeezand met direct contact aan brak oppervlaktewater of zeewater (natuurlijk chloride-gehalte > 5000 mg/l), geldt voor chloride geen maximale waarde. <=AW Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde WO Wonen IN Industrie >I Groter dan interventiewaarde >(ind)I INEV (Indicatieve interventiewaarde) wordt overschreden somIW>1Interventiewaarde wordt overschreden door som fractie interventiewaarde > 1 (interventie factor) ^ Enkele parameters ontbreken in de som >IND Groter dan industrie * Het gehalte is groter dan de streefwaarde/achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef/achtergrond- en interventiewaarde (de toetsingswaarden zijn door ALcontrol beheerd) ** Het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef/achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (de toetsingswaarden zijn door ALcontrol beheerd) *** Het gehalte is groter dan de interventiewaarde (de toetsingswaarden zijn door ALcontrol beheerd) Kleur informatie Rood > Interventiewaarde Roze > Industrie Oranje >= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1) Klasse B (monsterniveau) Blauw >= Achtergrond waarde

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10469564/1