CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

B_012R_Verkennend_en_aanvullend_bodemonderzoek_16_maart_2021 D2021-277631.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 8 september 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief in reactie op vragen van de raadsleden Bakker (SP) en Van Renssen (GL) inzake transformatieproject Iambe (ZD2021-010678)26.001 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek en asbest in grondonderzoek Van Ostadestraat 341 en Sint Wilibrordusstraat 43A te Amsterdam

In opdracht van: Naam Postadres Postcode + plaats Contactpersoon

: : : :

Gemeente Amsterdam, Gemeentelijk Vastgoed Voormalige Stadstimmertuin 4 1018 ET Amsterdam Dhr. A. Dekker

Projectnummer Datum Opgesteld door Gecontroleerd door

: : : :

20HB0732-A1 16 maart 2021 Dhr. ing. R.A. Oostdijk Dhr. ing. M.I. Hermelink

Aanleiding Protocol Veldwerk Analyses

: : : :

voorgenomen uitgifte in erfpacht ARVO (2020) en NEN 5707 Conform certificaat BRL 2000 (EC-SIK-20315) Eurofins-Omegam

Bezoek- en postadres

:

Telefoonnummer E-mail Internet NEN-EN-ISO 9001-2015

: : : :

Comeniusstraat 7, 1817 MS Alkmaar Krijn Taconiskade 412, 1087 HW Amsterdam 088-4720600 info@hbadvies.nl www.hbadvies.nl NCK.2018.272.ISO 9001.H162

HB Adviesbureau

Op alle offertes, werkzaamheden en overeenkomsten tussen de gemeente Amsterdam en HB Adviesbureau is de Raamovereenkomst Milieuonderzoeken (Al 2020-0025) van toepassing.

2001/2002/2018

HB Adviesbureau verklaart hierbij dat ten aanzien van de uitgevoerde werkzaamheden zij op geen enkele wijze een relatie heeft met de opdrachtgever en/of eigenaar van de onderzoekslocatie, danwel dat sprake is van een gewaarborgde functiescheiding conform de geldende richtlijnen van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Hoewel HB Adviesbureau de grootste zorgvuldigheid betracht bij het uitvoeren van dit onderzoek kan het geen volledige zekerheid bieden omtrent de aan- of afwezigheid van een verontreiniging voor het gehele onderzoeksgebied. Het onderzoek betreft een momentopname. HB Adviesbureau aanvaardt op generlei wijze aansprakelijkheid voor gevolgen welke voortvloeien uit beslissingen welke genomen zijn op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavig bodemonderzoek. HB Adviesbureau werkt uitsluitend samen met laboratoria, welke door de Raad van Accreditatie (RvA) geaccrediteerd zijn. De laboratoria bieden u de mogelijkheid om de juistheid en authenticiteit van de analyseresultaten te controleren.

HB Adviesbureau

INHOUDSOPGAVE

PAGINA

1.

INLEIDING EN DOEL

1

2.

VOORONDERZOEK EN TOETSINGSKADER

2

2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.

2 2 2 5 6

3.

4.

5.

6.

Inleiding Geraadpleegde informatiebronnen Verkregen informatie Onderzoekshypothese en -opzet Toetsingskader

BESCHRIJVING VELDWERK

7

3.1. 3.2. 3.3.

7 7 8

Uitvoering bodemonderzoek Uitvoering asbestonderzoek Inspectie tanks

RESULTATEN GROND

9

4.1. 4.2. 4.3.

Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten

9 9 10

RESULTATEN GRONDWATER

12

5.1. 5.2. 5.3.

Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten

12 12 12

RESULTATEN ASBEST

14

6.1. 6.2. 6.3.

14 14 14

Veldwerk Uitvoering analyses Analyseresultaten

7.

VEILIGHEID

15

8.

TOETSING BODEMGEBRUIK

16

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

17

BIJLAGEN I : II : III : IV : V : VI : VII : VIII : IX :

20HB0732-A1

Overzichtstekening Profielbeschrijvingen Toetsingstabellen Analysecertificaten Toetsingskader Wet bodembescherming Toetsingskader Besluit en Regeling bodemkwaliteit Fotobijlage Toetsing CROW 400 Risicobeoordeling Sanscrit

HB Adviesbureau

1.

INLEIDING EN DOEL

Door de gemeente Amsterdam (Gemeentelijk Vastgoed) is aan HB Adviesbureau opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend en aanvullend bodemonderzoek en asbest in grondonderzoek ter plaatse van de Van Ostadestraat 341 en Sint Wilibrordusstraat 43A te Amsterdam. Een overzicht van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage I. Aanleiding voor het uitvoeren van het onderhavig onderzoek is de voorgenomen verkoop en uitgifte in erfpacht van de locatie. Aansluitend zal door de projectontwikkelaar de aanwezige garage aan de zijde van de Sint Wilibrordusstraat gesloopt worden, eventuele tanksanering(en) worden uitgevoerd en een nieuwbouwcomplex met tuin gerealiseerd worden. Doel van het onderzoek is het vastleggen van: de milieuhygiënische kwaliteit van de grond (incl. asbest) en het grondwater (incl. lozingsparameters); afperking van de in voorgaand onderzoek aangetoonde minerale olieverontreiniging in de grond en het vaststellen van de grondwaterkwaliteit ter plaatse; verkrijgen van inzicht in de staat van de ondergrondse tanks (vol/leeg, afgezand of volgeschuimd, restproduct aanwezig); de in acht te nemen veiligheidsklasse conform de CROW 400 tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Met bovenstaande doelstellingen wordt nagegaan of er belemmeringen en/of beperkingen aanwezig zijn voor de beoogde uitgifte in erfpacht c.q. nieuwbouwwerkzaamheden.

Voorafgaand aan de uitvoering van onderhavig onderzoek wordt eerst alle (historische) informatie verzameld. Vervolgens wordt met in achtneming van de doelstellingen van het onderzoek bepaald welke onderzoeksprotocol(len) gevolgd dient te worden en op welke wijze (strategie) het onderzoek uitgevoerd wordt. Het gehele voortraject voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden wordt behandeld in hoofdstuk 2.

20HB0732-A1

1 van 18 | Pagina

HB Adviesbureau

2.

VOORONDERZOEK EN TOETSINGSKADER

2.1. Inleiding In de Amsterdamse Richtlijn voor Verkennend Onderzoek (ARVO 2020) en NEN 5707 staat aangegeven dat een vooronderzoek (historisch onderzoek) uitgevoerd dient te worden conform de NEN 5725. Op basis van de verzamelde gegevens wordt een onderzoekshypothese opgesteld. In de NEN 5725 is weergegeven welke inspanning noodzakelijk is bij welk soort aanleiding voor het uit te voeren vooronderzoek. Voor de uitvoering van het voorliggend onderzoek blijkt dat dient te worden voldaan aan de onderzoeksaspecten vallend onder: A:

Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek.

G:

Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico’s.

De gegevens worden verkregen door onder andere het opvragen van informatie bij de opdrachtgever, diverse overheidsinstanties, (digitaal) kaartmateriaal en het uitvoeren van een terreininspectie. Middels (historisch) kaartmateriaal wordt het vroegere gebruik van de locatie vastgesteld en wordt, onder andere, achterhaald of op de onderzoekslocatie voorheen bebouwing, sloten en/of dammen aanwezig zijn (geweest). 2.2. Geraadpleegde informatiebronnen Op de ter zake doende informatiebronnen is een screening uitgevoerd. Het locatiebezoek c.q. de terreininspectie heeft voorafgaand aan het uitvoeren van het veldwerk plaatsgevonden. In tabel 2.1 is een overzicht weergegeven welke informatiebronnen zijn geraadpleegd en uit welke bron(nen) relevante gegevens zijn verkregen. Tabel 2.1: Overzicht geraadpleegde informatiebronnen Informatiebronnen Opdrachtgever / eigenaar Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Bodemloket Bodemkwaliteitskaart Eerdere onderzoeksrapporten aanwezig (Historisch) kaartmateriaal Historische luchtfoto’s Google Maps Locatiebezoek / terreininspectie Overige informatiebronnen

Geraadpleegd √ √ √ √ √ √ √ √ √ -

Informatie beschikbaar √ √ √ √ √ √ √ √ √ -

Opgemerkt wordt dat de voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en/of volledig zijn. Voor het verkrijgen van informatie is HB Adviesbureau afhankelijk van deze bronnen, waardoor HB Adviesbureau niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

Verwacht wordt dat met de uitgevoerde screening een representatief beeld van de onderzoekslocatie wordt verkregen zodat een betrouwbare onderzoekshypothese kan worden opgesteld. 2.3. Verkregen informatie Van een locatie zijn veelal algemene (bodem)gegevens beschikbaar. De betreffende informatie is veelal beschikbaar op de website van de Omgevingsdienst. Met deze verzamelde gegevens van de locatie wordt met de specifieke terreingegevens beoordeeld of het bodemonderzoek zal plaatsvinden conform de strategie voor een onverdachte of verdachte locatie. De mate van verdachtheid is afhankelijk van het (vroegere) gebruik van de locatie, de aard van de activiteiten die in het verleden op de locatie hebben plaatsgevonden of nog plaatsvinden en de aanwezigheid van potentiële bronlocaties.

20HB0732-A1

2 van 18 | Pagina

HB Adviesbureau

In tabel 2.2 is een overzicht van de terreingegevens en is de eventuele aanwezigheid van potentiële verontreinigingsbronnen weergegeven. Tevens is aangegeven of tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden in de bodem aandachtspunten zijn aangetroffen welke aanleiding geven tot het aanpassen en/of aanvullen van de onderzoekshypothese of onderzoeksopzet. Derhalve is ook reeds aangegeven of tijdens de veldwerkzaamheden bodemlagen zijn aangetroffen waarin een bijmenging met puin aanwezig is (asbestverdacht). Tabel 2.2: Overzicht terreingegevens en verontreinigingsbronnen Terreingegevens Oppervlakte onderzoekslocatie Onderzoeksdiepte Huidig bodemgebruik Toekomstig bodemgebruik Oppervlaktewater op, langs of nabij de onderzoekslocatie Verhardingen Potentiële verontreinigingsbronnen Brandstoftank(s) Gedempte sloten Brand(plaats) Asbestverdacht materiaal Sloopwerkzaamheden Funderings-/ ophooglaag, puinbijmengingen Gebruik/ opslag chemische middelen/ olie Andere bronnen, bijzonderheden

475 m² circa 3,0 m-mv parkeergarage/woning wonen met siertuin nee betonvloer (inpandig), elementen (binnenplaats) ja, op de locatie zijn diverse tanks aanwezig nee nee nee nee ja, antropogene ophooglaag met bijmengingen ja, opslag van olie in tanks nee

Algemene informatie De onderzoekslocatie is gesitueerd ter plaatse van de Van Ostadestraat 341 en Sint Wilibrordusstraat 43A te Amsterdam en heeft een oppervlakte van 475 m². De onderzoekslocatie is deels in gebruik als parkeergarage/woning met binnenplaats. Het inpandige gedeelte is voorzien van een betonvloer met een dikte van circa 0,2 m. De binnenplaats is verhard met elementen (tegels). De gemeente Amsterdam is voornemens om de percelen in erfpacht uit te geven. Aansluitend zal door de projectontwikkelaar de garage gesloopt worden, eventuele tanksanering(en) worden uitgevoerd en een nieuwbouwcomplex gerealiseerd worden. De bodem wordt onderzocht tot circa 3,0 m-mv. De lokale situatie is opgenomen op de tekening in bijlage I. Voor foto’s van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar bijlage VII. Historie De huidige bebouwing is gerealiseerd omstreeks 1904, waarbij het pand aanvankelijk in gebruik was als hulpwacht voor de brandweer. Later kreeg de hulpwacht een smederij en is op de binnenplaats een bergplaats voor reserve-voertuigen gerealiseerd. De hulpwacht werd in 1934 gesloten maar vermoedelijk na enkele jaren weer in gebruik genomen tot in de jaren ‘50. Vanaf de jaren '50 had het gebouw wisselende bestemmingen, waaronder in elk geval lederwarenfabriek en in de jaren '80 ontmoetingsplek voor migranten. Ter plaatse van de St.

Willibrordusstraat 43A is van 1969 tot 1985 een benzinepompinstallatie met diverse ondergrondse brandstoftanks aanwezig geweest. Bodemkwaliteitskaart De onderzoekslocatie is op de bodemkwaliteitskaart van Amsterdam gelegen binnen zone 6 (percelen) en zone B (openbare weg). Binnen deze zone worden sterk verhoogde gehalte aan o.a. zware metalen en PAK verwacht. Historische kaarten/luchtfoto’s Uit het bestudeerd historische kaartmateriaal van “Topotijdreis” en de “Bodemkaart dempingen en ophogingen in Amsterdam” blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie geen watergangen zijn gedempt. Uit de controle van de digitale kaarten “Ophooggeschiedenis Amsterdam”, d.d. 2005 blijkt dat de locatie is opgehoogd in de periode tussen 1900 en 1929. Ophogingen in deze periode werden soms uitgevoerd met verontreinigd materiaal.

20HB0732-A1

3 van 18 | Pagina

HB Adviesbureau

Uit bestudering van historische luchtfoto’s van de gemeente Amsterdam en de Provincie Noord-Holland blijkt niet dat op de locatie brandplaatsen, opstallen, opslag en/of sloten aanwezig zijn (geweest). Niet gesprongen explosieven Op basis van de “NGE-bodembelastingskaart” van de gemeente Amsterdam is de locatie niet verdacht op het voorkomen van niet gesprongen explosieven (NGE). Bekende bodeminformatie Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn de volgende bodemonderzoeken bekend: I. II. III. IV. V.

Historische onderzoeken Risico locaties 2005-2009, Locatie Sint Willibrordusstraat 41-43, opengesteld door Ingenieursbureau Gemeente Amsterdam, d.d. 18 december 2006; Rapport betreffende een milieukundig bodemonderzoek op de locatie Van Ostadestraat 362-370 te Amsterdam, IDDS B.V., d.d. 21 december 2007; Oriënterend milieukundig bodemonderzoek voor een terrein aan de Sint Willibrordusstraat 41 t/m 43 te Amsterdam, UDM West B.V., d.d. 11 april 2008; Rapportage bodemonderzoek Van Ostadestraat 341 te Amsterdam, AA&C Nederland B.V., d.d. 3 december 2013; Rapportage verkennend bodem- en asbestonderzoek Van Ostadestraat 341 te Amsterdam, MWH/Stantec, projectnummer M17A0229, d.d. 1 september 2017.

Uit de onderzoeken I t/m III is gebleken dat in de omgeving van de onderzoekslocatie in het verleden diverse bodembedreigende activiteiten aanwezig zijn geweest. In de grond zijn maximaal matige verontreinigingen met minerale olie en zware metalen aangetoond, welke te relateren zijn aan de historische activiteiten (tanks, ophogingen). In het grondwater zijn lokaal sterke verontreinigingen met zware metalen aangetoond, dit is echter vermoedelijk te relateren aan het niet filtreren van het grondwater tijdens de monstername. Het onderzoek van AA&C uit 2013 (IV) heeft betrekking op het perceel aan de Van Ostadestraat 341 en heeft zich met name gericht op de diverse (voormalige) ondergrondse brandstoftanks. Uit de analyseresultaten blijkt dat centraal op de locatie sprake is van een matige verontreiniging met minerale olie in de ondergrond (1,0 tot 1,5 m-mv) en sterke verontreinigingen met koper, lood en zink (traject 2,5 tot 3,0 m-mv). De overige geanalyseerde parameters zijn ten hoogste licht verhoogd aangetoond. Er is destijds geen onderzoek uitgevoerd naar de omvang van de verontreinigingen. Het onderzoek van MWH/Stantec uit 2017 (V) is uitgevoerd in verband met de voorgenomen verkoop van het terrein.

Uit de analyseresultaten blijkt dat verspreid over de gehele locatie, gerelateerd aan de aanwezige ophooglaag en de hierin aanwezige bijmengingen, sterke verontreinigingen met diverse zware metalen (en plaatselijk PAK) zijn aangetoond. Ter plaatse van één boring (boring 04; traject 1,2 tot 1,7 m-mv) is de ondergrond met oliewaarnemingen sterk verontreinigd met minerale olie. De omvang van de verontreiniging is niet vastgesteld en het grondwater is niet onderzocht op deze locatie. Het grondwater op het overige terrein is ten hoogste licht verontreinigd met arseen, barium en zink. Verdachtheid t.a.v. PFAS Poly- en PerFluor Alkyl Stoffen (PFAS) worden al decennia gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Waarschijnlijk komen deze stoffen al langere tijd in de bodem voor. PFAS wordt in het algemeen in zeer lage gehalten in de bodem aangetroffen. Op specifieke bronlocaties worden sterk verhoogde gehalten aangetoond (brandplaatsen waar met blusschuim is gewerkt, bedrijven met bepaalde processen, verwerkingsplaatsen van afval e.d.). Uit informatie van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied blijkt dat onderhavige onderzoekslocatie vanwege het voormalig gebruik als brandweerkazerne als bronlocatie wordt aangemerkt. Uit de Kroniek van branden in Amsterdam (1874-1998) blijkt dat ter plaatse en in de omgeving van de locatie geen branden bekend zijn.

Op de kaart Achtergrondconcentratieniveau (ACN) van de gemeente Amsterdam is de locatie gesitueerd in de zone “Stedelijk/Industrieel”. In de zone is de achtergrondwaarde voor PFOS vastgesteld op 0,80 μg/kg ds voor de bovengrond (traject 0,0 tot 0,5 m-mv) en op 0,32 μg/kg ds voor de ondergrond (traject 0,5 tot 1,0 m-mv). Voor PFOA is de achtergrondconcentratie vastgesteld op 0,60 μg/kg ds voor de bovengrond (traject 0,0 tot 0,5 m-mv) en op 0,25 μg/kg ds voor de ondergrond (traject 0,5 tot 1,0 m-mv).

20HB0732-A1

4 van 18 | Pagina

HB Adviesbureau

Bodemopbouw en geohydrologie In tabel 2.3 is de regionale bodemopbouw en geohydrologische situatie samengevat. Tabel 2.3: Regionale geohydrologische gegevens en bodemopbouw Onderdeel Grondwater stromingsrichting eerste watervoerende pakket Ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied Maaiveldhoogte Diepte freatisch grondwater Geologie Dikte van de deklaag Zout of brak grondwater

zuidwestelijk nee 0,5 m-NAP 1,5 à 1,6 m-mv zand/klei op fijn zand 20 à 30 m nee

Japanse Duizendknoop De Japanse Duizendknoop is een ongewenste exotische plant die schade en overlast veroorzaakt. De gemeente Amsterdam wil het verspreiden van de Duizendknoopfamilie tegengaan en brengt daarom alle bekende groeiplaatsen op een kaart in beeld (www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/japanseduizendknoop). Het verzamelen van zoveel mogelijk waarnemingen draagt bij aan de nauwkeurigheid en actualiteit van de kaart. Uit de kaart is gebleken dat ter plaatse van de locatie geen groeiplaatsen bekend zijn. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van de Japanse Duizendknoop. Verdachtheid t.a.v. asbest Van een onderzoekslocatie dient binnen het vooronderzoek conform de NEN 5725 te worden vastgesteld of deze asbestverdacht is. Deze hypothese kan worden vastgesteld met behulp van de handreiking in de NEN 5725 (bijlage A). Hiervoor dienen de volgende vragen te worden beantwoord: Is er een asbestverdachte (bodembelastende) activiteit op de locatie aanwezig? Is er asbestverdacht materiaal op de locatie aanwezig? Is er puin in de bodem aanwezig en is deze te relateren aan asbest? Op de onderzoekslocatie is door de veldwerkers, in bezit van een opleiding asbestherkenning, voorafgaand aan het onderzoek visueel aandacht besteed aan de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal ter plaatse van de aanwezige objecten.

Tevens is het maaiveld van de locatie op globale wijze geïnspecteerd. Het opgeboorde materiaal is tijdens de veldwerkzaamheden beoordeeld. Uit deze beoordeling blijkt dat er geen asbestverdachte waarnemingen zijn gedaan. In overleg met de opdrachtgever is wel een verkennend asbest in grondonderzoek conform de NEN 5707 uitgevoerd. 2.4. Onderzoekshypothese en -opzet Op basis van de beschikbare informatie uit het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Aan de hand van de gestelde hypothese wordt vervolgens gekozen voor een onderzoeksprotocol met de bijhorende onderzoeksopzet (strategie). Hierbij is gebruikt gemaakt van de vigerende normen. Het onderhavig onderzoek is uitgevoerd: conform de "Amsterdamse richtlijn verkennend onderzoek, Sector Bodem en Afval, mei 2020" (ARVO), aangevuld met de Nederlandse Norm (NEN 5740); conform de Nederlandse Norm "Bodem, Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond" (NEN 5707). In tabel 2.4 zijn de hypothesen weergegeven alsmede de daaraan gekoppelde c.q. gevolgde onderzoeksstrategieën. Tabel 2.4 Onderzoekshypothesen en strategieën Hypothese

Verdacht

1)

6.4.5

Deellocatie

Verwachte stoffen

Protocol

Strategie

Gehele locatie

Zware metalen, minerale olie en/of PAK

ARVO

vooroorlogse wijken1)

Asbest

NEN 5707

6.4.5

Toelichting Op basis van historisch vooronderzoek

ARVO: Onderzoeksstrategie vooroorlogse wijken; NEN 5707: Onderzoeksstrategie voor een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld.

20HB0732-A1

5 van 18 | Pagina

HB Adviesbureau

Opgemerkt wordt dat: de boorintensiteit wordt uitgevoerd conform de ARVO (2020). Er is sprake van maatwerk, waarbij minimaal wordt voldaan aan de onderzoeksstrategie voor een vooroorlogse locatie; de afperking van de in voorgaand onderzoek aangetoonde minerale olieverontreiniging in de grond en het vaststellen van de grondwaterkwaliteit ter plaatse gecombineerd wordt uitgevoerd met het onderzoek naar de algemene kwaliteit; de locatie gezoneerd is op de bodemkwaliteitskaart ten aanzien van PFAS. Ten behoeve van het vaststellen van de nulsituatie en aangezien bij de voorgenomen werkzaamheden mogelijk grond vrijkomt, wordt de grond aanvullend onderzocht op de stoffengroep PFAS. Verwacht wordt dat met bovenstaande onderzoeksopzet een voldoende representatief beeld van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie wordt verkregen. 2.5. Toetsingskader Algemene kwaliteit Indeling van de mate van verontreiniging vindt plaats op basis van de Wet bodembescherming, waarbij de analyseresultaten worden getoetst volgens het vigerend toetsingskader van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, welke opgenomen is in de Circulaire bodemsanering 2013. Voor een omschrijving van het toetsingskader van de Wet bodembescherming wordt verwezen naar bijlage V. Om toepassings- en/of verwerkingsmogelijkheden aan te geven wordt een indeling gemaakt op basis van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit.

De resultaten van onderhavig onderzoek worden indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit om een indruk te krijgen van de verwerkingsmogelijkheden van de diverse grond(lagen). De resultaten kunnen worden gebruikt voor de afvoer van eventueel overtollige grond naar een grondbank/verwerker. Om de grond elders toe te passen dient een onderzoek te worden uitgevoerd conform de BRL 1000, protocol 1001 (partijkeuring AP04). Voor een omschrijving van het toetsingskader van het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit wordt verwezen naar bijlage VI. PFAS Ten aanzien van PFAS wordt geconformeerd aan het provinciaal beleid Beleidsregel PFAS, Provincie Noord-Holland, Besluit d.d. 20 november 2019, publicatie in provinciaal blad nummer 7634 en sinds 20 november 2019 van kracht). De gemeente Amsterdam heeft beleidsregels vastgesteld voor de stofgroep PFAS in de bodem binnen de gemeente Amsterdam (Gemeenteblad 2020 nr. 30609, d.d. 5 februari 2020). Opgemerkt wordt dat het lokale beleid leidend is ten opzichte van het tijdelijk handelingskader. In bijlage III zijn de (omgerekende) analyseresultaten en de toetsing weergegeven. De originele analysecertificaten met alle resultaten zijn weergegeven in bijlage IV.

20HB0732-A1

6 van 18 | Pagina

HB Adviesbureau

3.

BESCHRIJVING VELDWERK

3.1. Uitvoering bodemonderzoek Het verrichten van boringen en het plaatsen van peilbuizen is onder verantwoording van de heer N. Helmhout conform protocol 2001 uitgevoerd op 3 en 24 februari 2021. Opgemerkt wordt dat het doorboren van betonverhardingen en funderingslagen geen deel uitmaakt van een protocol. Een overzicht van de diepten van alle boringen en de peilbuizen in meters minus maaiveld (m-mv) zijn weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1: Overzicht boringen en peilbuizen Boringen

Peilbuizen met boring

2,0 m-mv 03 t/m 06

3,0 à 4,0 m-mv 01, 02 en 07

Opgemerkt wordt dat: het opgeboorde materiaal per bodemlaag over een traject van maximaal 0,5 m bemonsterd is en zintuiglijk beoordeeld is op bodemkundige en verontreinigingskenmerken; de bovenzijde van de filterperforatie van peilbuizen tijdens de veldwerkzaamheden circa 0,5 meter beneden de verwachte grondwaterstand is geplaatst; de coördinaten van de boringen en peilbuizen zijn opgenomen in de boorprofielen in bijlage II. Gezien de aanwezigheid van de bebouwing zijn de coördinaten na het uitvoeren van het veldwerk bepaald en kon de maaiveldhoogte in het pand niet worden vastgesteld; de inpandige boringen ter plaatse van de betonvloer zijn verricht met behulp van een diamantkernboor; de grondboringen zijn verricht/doorgezet met behulp van een edelmanboor; bij de bemonstering tevens rekening is gehouden met de eisen uit het kennisdocument PFAS (Bemonstering PFAS-verbindingen in grond- en grondwater (protocol d.d. juli 2019 versie 02) zoals opgesteld door het expertisecentrum PFAS). De grondwaterbemonstering is volgens protocol 2002 uitgevoerd door de heer N. Helmhout op 24 februari 2021. Ten behoeve van de analyse van zware metalen (ARVO-parameters) is het grondwater in het veld gefiltreerd. Ten behoeve van de analyse van de lozingsparameters (ijzer-totaal) is het grondwater niet in het veld gefilterd.

Opgemerkt wordt dat peilbuis 07 gezien de spoed van het onderzoek en, in afwijking op het protocol, na goed afpompen op dezelfde dag van plaatsen is bemonsterd. Dit kan leiden tot een overschatting aan enkele parameters. De peilbuizen zijn direct na herplaatsing en voor monsterneming afgepompt tot een constante elektrisch geleidingsvermogen (EGV) is bereikt. 3.2. Uitvoering asbestonderzoek Het verkennend asbest in grondonderzoek is conform protocol 2018 uitgevoerd onder verantwoording van de heer N. Helmhout, welke in het bezit is van een opleiding asbestherkenning. Voor de veiligheid van de werknemers zijn beheersmaatregelen conform de CROW 400 getroffen. Visuele inspectie Voorafgaand aan het onderzoek is de locatie visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdacht materiaal aan (op en in) het maaiveld. Aangezien op het grootste deel van het een gesloten verharding (betonvloer) aanwezig is, bleek het uitvoeren van een maaiveldinspectie niet mogelijk. Boringen Gezien de aanwezigheid van de betonvloer is, conform de NEN 5707, de ondergrond bemonsterd met een voldoende grote boor. In totaal zijn handmatig zeven boringen verricht (01 t/m 07, gecombineerd 20HB0732-A1

7 van 18 | Pagina

HB Adviesbureau

uitgevoerd met de boringen uit het verkennend bodemonderzoek). Aan de noordzijde van het pand is één proefgat gegraven (G01). Ten behoeve van de bepaling van de aanwezigheid van asbest in de visueel waarneembare fractie (fractie > 20 mm) is al het opgeboorde materiaal door de veldwerkers uitgespreid met een hark en visueel doorzocht op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm). Van de uitgeharkte grond is een representatief grondmengmonsters samengesteld zoals is weergegeven in tabel 3.2. Tabel 3.2: Monstersamenstelling t.b.v. asbestonderzoek Mengmonster

Boringen

AMM1

02, 03 en 06

Bemonsteringstraject (in m-mv) 0,20 tot 0,50

Type materiaal Zand; brokken beton

Opgemerkt wordt dat het zintuiglijke onverdachte zand (stratenzand) aan de noordzijde van het pand (proefgat G01) niet als asbestverdacht is beschouwd. 3.3. Inspectie tanks Op 24 februari 2021 is door de heer N. Helmhout een inspectie van de ondergrondse tanks uitgevoerd. Gebleken is dat de vulpunten en mangaten van de tanks zijn afgesmeerd met cement c.q. volgestort met beton. Met behulp van een kernboor/jekkerhamer zijn de vulpunten en mangaten opengeboord. Vervolgens is een inspectie van de tanks uitgevoerd waarbij met behulp van een peillood en zaklamp is onderzocht wat de inhoud van de tanks is. De ligging van de tanks is opgenomen in de situatietekening in bijlage I. Voor de foto’s wordt verwezen naar bijlage VII. Uit de inspectie is gebleken dat de ondergrondse tank aan de noordwestzijde van de locatie volledig gevuld is met olie. In de tank direct ten oosten hiervan is een restproduct aanwezig (“sludge”). De overige tanks op de locatie zijn afgevuld met zand. De tank aan de zuidoostzijde van de locatie is tijdens de inspectie niet aangetroffen.

20HB0732-A1

8 van 18 | Pagina

HB Adviesbureau

4.

RESULTATEN GROND

4.1. Veldwerk De maaiveldhoogte op de locatie bedraagt circa 0,5 m-NAP. De bodemopbouw bestaat in het algemeen uit matig grof zand, met in de ondergrond vanaf 1,2 m-mv veen met zand- en kleilagen tot de maximale boordiepte van 4,0 m-mv. De profielbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. Tijdens het veldwerk zijn de in tabel 4.1 vermelde waarnemingen gedaan die een verontreiniging van de grond doet vermoeden. Tabel 4.1: Zintuiglijke verdachte waarnemingen Boring Diepte (m-mv) Zintuiglijke waarneming Afperking boring 4 uit onderzoek MWH/Stantec 0,22 - 1,20 brokken beton 1,20 - 1,40 sterk kalksteenhoudend 02 1,40 - 1,60 sterke olie-water reactie, sterke oliegeur (passief) 1,60 - 2,50 zwak baksteenhoudend 2,50 - 3,00 sterke olie-water reactie, sterke oliegeur (passief) 03 0,18 - 0,70 brokken beton Overig terrein 0,50 - 1,00 brokken beton, resten kalksteen 01 2,00 - 3,00 brokken baksteen 06 0,20 - 0,70 brokken beton Sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50%

Opgemerkt wordt dat: de oliewaarnemingen ter plaatse van boring 02 overeenkomen met de waarnemingen uit het voorgaand onderzoek van MWH/Stantec (kenmerk M17A0229, d.d. 1 september 2017); de bodemvreemde bijmengingen in principe niet als asbestverdacht worden beschouwd. Zekerheidshalve is de grond met brokken beton wel onderzocht op asbest conform de NEN 5707. 4.2. Uitvoering analyses In tabel 4.2 is een overzicht van de uitgevoerde grondanalyses en bijbehorende motivatie weergegeven. Ten behoeve van het bepalen van de toetsingswaarden zijn de percentages aan lutum en/of organische stof van alle grond(meng)monsters vastgesteld. Opgemerkt wordt dat, naar aanleiding van de resultaten, het grondmengmonster MM5 is uitgesplitst en de separate deelmonsters zijn geanalyseerd op lood. Tabel 4.2: Uitgevoerde analyses grond Analysemonster M1 M9

Zintuiglijke waarneming -

MM2

brokken beton

M3

brokken beton, resten kalksteen

01 (0,50 - 1,00)

M4

kalksteen 10-20%

02 (1,20 - 1,40)

MM5

-

01 (0,23 - 0,50) 04 (0,22 - 0,72) 05 (0,18 - 0,68)

MM6

baksteen 1-5%

02 (1,60 - 2,10) 02 (2,10 - 2,50)

ARVO + PFAS

Vaststellen kwaliteit baksteenhoudende veen. PFAS i.v.m. mogelijke afvoer van de veenlaag.

-

01 (1,00 - 1,50) 04 (1,22 - 1,50) 05 (1,18 - 1,68) 06 (1,20 - 1,70)

ARVO

Vaststellen kwaliteit zintuiglijk onverdachte zandige ondergrond

MM7

20HB0732-A1

Deelmonsters (traject in m-mv) 04 (1,50 - 2,00) 03 (1,50 - 2,00) 02 (0,22 - 0,72) 03 (0,18 - 0,68) 06 (0,20 - 0,70)

Analysepakket

Motivatie

Minerale olie + vluchtige aromaten

Afperking sterke verontreiniging met minerale olie

ARVO + PFAS

Vaststellen kwaliteit zandige bovengrond met brokken beton

ARVO

Vaststellen kwaliteit zandige ondergrond met resten kalksteen Vaststellen kwaliteit sterk kalksteenhoudende kleiige ondergrond Vaststellen kwaliteit zintuiglijk onverdachte zandige bovengrond

9 van 18 | Pagina

HB Adviesbureau

Analysemonster

Zintuiglijke waarneming

Deelmonsters (traject in m-mv)

Analysepakket

Motivatie

M8

-

07 (0,05 - 0,55)

ARVO

Vaststellen algemene kwaliteit ter plaatse van de binnenplaats en afperking loodverontreiniging in het zuidelijke vlak

Uitsplitsing MM5 01-1 04-2 05-1

-

01 (0,23 - 0,50) Vaststellen of er sprake is van een sterke 04 (0,22 - 0,72) Lood grondverontreiniging met lood 05 (0,18 - 0,68) MM = mengmonster, M = individueel monster sporen <1%, zwak 1-5%, matig 5-10%, sterk 10-20%, uiterst 20-50%, (vrijwel) volledig >50% ARVO: het ARVO-grondpakket bestaat uit de analyses op zware metalen (9 stuks), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-10), polychloorbifenylen (PCB-7), minerale olie (C10-C40), aangevuld met chloride. Door middel van dit standaardpakket wordt een algemeen beeld van de kwaliteit van de grond verkregen.

De samenstelling van de bovenstaande grond(meng)monsters is eveneens weergegeven in bijlage III. 4.3. Analyseresultaten Beoordeling milieuhygiënische kwaliteit (Wbb) In tabel 4.3 zijn de maximale toetsingswaarden weergegeven en welke parameter(s) hierbij als maatgevend wordt beschouwd. Middels het aangeven van slechts de maximale toetsingswaarden wordt verwacht dat direct inzicht wordt verkregen in eventuele beperkingen. Voor een overzicht van de niet maatgevende overschrijdingen (indien aanwezig) wordt verwezen naar bijlage III. Beoordeling indicatieve verwerkingsmogelijkheden (Bbk) In tabel 4.3 zijn de indicatieve kwaliteitsklassen weergegeven ten behoeve van de toepassings- en/of verwerkingsmogelijkheden. Veiligheidsmaatregelen (CROW 400) In tabel 4.3 is eveneens de toepassing van arbeidshygiënische maatregelen conform de CROW 400 opgenomen. Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar hoofdstuk 7. Tabel 4.3: Maximale toetsingswaarden grond (Meng) monster

Zintuiglijke waarnemingen

Boring (traject m-mv)

M1 M9

-

MM2

brokken beton

04 (1,50 - 2,00) 03 (1,50 - 2,00) 02 (0,22 - 0,72) 03 (0,18 - 0,68) 06 (0,20 - 0,70)

M4

brokken beton, resten kalksteen kalksteen 10-20%

MM5

-

M3

Maximale toetsingswaarde Wbb* <AW

MM7

-

M8

-

07 (0,05 - 0,55)

01-1

-

01 (0,23 - 0,50)

04-2

-

04 (0,22 - 0,72)

05-1

-

05 (0,18 - 0,68)

>I

X

Toetsing Bbk

kobalt, koper, kwik, lood, zink, PAK, PCB

Landbouw/ natuur1)

X

02 (1,20 - 1,40) 01 (0,23 - 0,50) 04 (0,22 - 0,72) 05 (0,18 - 0,68) 02 (1,60 - 2,10) 02 (2,10 - 2,50) 01 (1,00 - 1,50) 04 (1,22 - 1,50) 05 (1,18 - 1,68) 06 (1,20 - 1,70)

baksteen 1-5%

>T

X X

01 (0,50 - 1,00)

MM6

>AW

Maatgevende parameter(s) Wbb

PAK X

CROW 400

Industrie

Basishygiëne

Landbouw/ natuur

zink

X lood

Niet toepasbaar

Rood Niet Vluchtig

X

X

koper, kwik, lood, zink, PAK

Industrie

X

zink

Landbouw/ natuur

Basishygiëne

Uitsplitsing MM5 X

X

lood X

lood

Landbouw/ natuur2) Wonen2) Niet toepasbaar2)

Basishygiëne Rood Niet Vluchtig

1)

: betreft een BBK-toetsing op basis van de gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten; : betreft een BBK-toetsing op basis van de gehalten aan lood; * Toetsingswaarden voor PFAS: < AW: PFOS < 1,5 µg/kg, PFOA < 1,7 µg/kg en overige PFAS < 1,5 µg/kg. 2)

20HB0732-A1

10 van 18 | Pagina

HB Adviesbureau

Uit de analyseresultaten is het volgende gebleken: -

-

-

ter plaatse van boring 02 is de sterk kalksteenhoudende klei (traject 1,2 tot 1,4 m-mv) sterk verontreinigd met zink. Het zwak baksteenhoudende veen (boring 02; traject 1,6 tot 2,5 m-mv) is sterk verontreinigd met lood en matig verontreinigd met koper; de zintuiglijk overdachte bovengrond ter plaatse van boring 05 (traject 0,2 tot 0,7 m-mv) is, na uitsplitsing, sterk verontreinigd met lood; de overige geanalyseerde parameters zijn ten hoogste licht verhoogd aangetoond; de ondergrond ter plaatse van de afperkingen van boring 4 uit het onderzoek van MWH/Stantec uit 2017 (boringen 03 en 04; traject 1,5 tot 2,0 m-mv) is niet verontreinigd met minerale olie dan wel vluchtige aromaten; de grond is niet verontreinigd met PFAS.

Opgemerkt wordt dat de oliewaarnemingen in de ondergrond van boring 02 (traject 1,2 tot 1,4 m-mv en 2,5 tot 3,0 m-mv) overeenkomen met het voorgaande onderzoek van MWH/Stantec. De grond met oliewaarnemingen is tijdens onderhavig onderzoek derhalve niet analytisch onderzocht. De minerale olieverontreiniging heeft naar verwachting een omvang van circa 10 m³ (oppervlakte 15 m² x laagdikte 0,7 m). De matige tot sterke verontreinigingen met zware metalen en de oliewaarnemingen komen overeen met voorgaande onderzoeken en zijn te relateren aan de historie van het terrein. Op het terrein is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen en PAK (op basis van onderhavig onderzoek en het onderzoek van MWH/Stantec uit 2017). De verontreinigingen zijn de relateren aan de ophooglaag en hebben een heterogeen karakter. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met minerale olie op de locatie (er is minder dan 25 m³ grond sterk verontreinigd). Ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling van de locatie wordt het uitvoeren van aanvullend bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht.

Beoordeling indicatieve verwerkingsmogelijkheden (Bbk) Uit de analyseresultaten is het volgende gebleken: -

de sterk verontreinigde grond op de locatie is “Niet toepasbaar”; de overige onderzochte grond voldoet aan kwaliteitsklasse “Industrie” of “Landbouw/natuur”.

20HB0732-A1

11 van 18 | Pagina

HB Adviesbureau

5.

RESULTATEN GRONDWATER

5.1. Veldwerk In tabel 5.1 zijn de resultaten van de uitgevoerde metingen aan het grondwater weergegeven. De elektrisch geleidingsvermogen (EGV), de troebelheid (NTU) en de zuurgraad (pH) van het grondwater zijn gemeten bij de monstername. Tabel 5.1: Resultaten metingen grondwater Grondwaterstand Troebelheid Geleidingsvermogen Zuurgraad Filterstelling (m-mv) m-mv NAP1) (NTU) (µS/cm) (pH) 01 2,00 - 3,00 1,59 -2,09 10,5 900 6,9 02 3,00 - 4,00 1,60 -2,10 12,5 960 7,0 07 2,00 - 3,00 1,50 -2,00 12,4 890 6,5 1): de maaiveldhoogte kon inpandig niet worden vastgesteld en is derhalve gebaseerd op de inmetingen direct buiten het pand (maaiveldhoogte 0,5 m-NAP). Peilbuis

Aan het grondwater is geen kenmerk van een mogelijke verontreiniging waargenomen. Ter plaatse van peilbuis 02 zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op een grondwaterverontreiniging met olieproducten. Opgemerkt wordt dat in het grondwater uit de bemonsterde peilbuizen een verhoogde troebelheid (>10 NTU) is gemeten. Een verhoogde troebelheid kan leiden tot een overschatting aan enkele organische parameters. Aangezien in het grondwater geen concentraties hoger dan de tussenwaarde zijn gemeten, is geen aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de verhoogde troebelheid. 5.2. Uitvoering analyses In tabel 5.2 is een overzicht van de uitgevoerde grondwateranalyses en de bijbehorende motivatie weergegeven. Tabel 5.2: Uitgevoerde analyses grondwater Peilbuis 01 02 07

Zintuiglijke waarneming -

Analyse op

Motivatie

ARVO + lozingsparameters ARVO + vluchtige aromaten ARVO

Bepalen algemene milieuhygiënische kwaliteit + lozingsparameters

Het ARVO-grondwaterpakket voor grondwater (variant B) bestaat uit de analyses op zware metalen (10 stuks), vluchtige koolwaterstoffen (BTEXXS), naftaleen, vluchtige organo halogeenverbindingen (o.a. VOCl) en minerale olie (C10-C40). Door middel van dit ARVO-pakket wordt een algemeen beeld van de kwaliteit van het grondwater verkregen.

In verband met de toekomstige ontgraving zal een bemaling worden toegepast. Ten behoeve van de hiertoe verplichte melding zijn tevens de concentraties van de lozingsparameters (ijzer totaal, chloride en onopgeloste bestanddelen) vastgelegd. Het analysecertificaat is bijgevoegd in bijlage IV. 5.3. Analyseresultaten Algemene kwaliteit In tabel 5.3 zijn de maximale toetsingswaarden weergegeven en welke parameter(s) hierbij als maatgevend wordt beschouwd. Voor een overzicht van de niet maatgevende overschrijdingen (indien aanwezig) wordt verwezen naar bijlage II. Tabel 5.3: Maximale toetsingswaarden grondwater Peilbuis

01 02 07

20HB0732-A1

Zintuiglijke waarneming -

Maximale toetsingswaarde <S >S >T >I X X X

Maatgevende parameter(s)

arseen minerale olie, naftaleen arseen, zink

12 van 18 | Pagina

HB Adviesbureau

Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater ten hoogste licht verontreinigd is met arseen, minerale olie, naftaleen en/of zink. Opgemerkt wordt dat: arseen in Amsterdam van nature verhoogd in het grondwater voorkomt; het grondwater ter plaatse van de sterke grondverontreiniging met minerale olie (boring/peilbuis 02) niet sterk verontreinigd is met olieproducten. De lichte verontreinigingen met minerale olie en naftaleen zijn vermoedelijk te relateren aan de historie van het terrein (tanks); peilbuis 07, ter afwijking op het protocol, op de dag van plaatsing is bemonsterd. Aangezien ten hoogste een licht verhoogde concentratie in het grondwater zijn aangetoond wordt niet verwacht dat de afwijking de conclusies van het onderzoek heeft beïnvloedt. Lozingsparameters Door de waterkwaliteitsbeheerder zijn twee standaard lozingseisen vastgesteld. Voor lozing van het grondwater buiten inrichtingen geldt het Besluit Lozen Buiten Inrichtingen (BLBI). Het BLBI stelt de volgende eisen voor lozen in oppervlaktewater: zwevend stof max. 50 mg/l; ijzer-totaal max. 5 mg/l; geen visuele verontreiniging. Uit de analyseresultaten is gebleken dat in het grondwater van peilbuis 01 een concentratie van 47 mg/l onopgeloste bestanddelen aanwezig is en 29 mg/l ijzer-totaal.

Op basis van de concentratie aan ijzer-totaal (> 5 mg/l) mag het bemalingswater niet zonder voorzuivering geloosd worden op het oppervlaktewater dan het wel hemelwaterriool. Lozing op het vuilwaterriool is wel toegestaan. Hiervoor dient 5 werkdagen voor aanvang van de lozing (digitaal) een melding te worden gedaan.

20HB0732-A1

13 van 18 | Pagina

HB Adviesbureau

6.

RESULTATEN ASBEST

6.1. Veldwerk Bodemopbouw Voor de beschrijving van de bodemopbouw wordt verwezen naar de resultaten van het veldwerk van het verkennend bodemonderzoek (paragraaf 4.1). De profielbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het veldwerk zijn in het opgeboorde materiaal geen asbestverdachte waarnemingen gedaan. 6.2. Uitvoering analyses In tabel 6.1 is een overzicht van de uitgevoerde asbestanalyse en bijbehorende motivatie weergegeven. Tabel 6.1: Uitgevoerde analyse asbest Mengmonster

Boringen

Bemonsteringstraject (in m-mv)

Type materiaal

Analyse

Motivatie

AMM1

02, 03 en 06

0,20 tot 0,50

Zand; brokken beton

Asbest in grond

Bepalen aanwezigheid en concentratie aan asbest in de visueel niet zichtbare fractie

Opgemerkt wordt dat de fractie < 500 µm in dit stadium van het onderzoek kwalitatief is gecontroleerd. De monstersamenstelling heeft plaatsgevonden op basis van de mate van bijmengingen en de bodemopbouw. 6.3. Analyseresultaten Grond (fractie < 20 mm) In tabel 6.2 is de gewogen concentratie van de fractie < 20 mm weergegeven alsmede welke asbestsoorten in hecht- en/of niet-hechtgebonden vorm zijn aangetoond. Tabel 6.2: Aangetoonde asbestsoorten fractie < 20 mm Boringen

Monster

Gewogen concentratie asbest (mg/kg d.s.)

chr

Asbestsoort cro

amo

02, 03 en 06

AMM1

< 0,5

-

-

-

Hechtgebonden ja nee -

-

- = niet aangetoond; chr = chrysotiel, cro = crocidoliet, amo = amosiet.

Uit de analyseresultaten blijkt dat in het zand met brokken beton geen asbest is aangetoond in een gehalte hoger dan de detectiegrens. In de fractie < 500 µm is kwalitatief evenmin asbest aangetoond.

20HB0732-A1

14 van 18 | Pagina

HB Adviesbureau

7.

VEILIGHEID

Voor de uitvoering van werken in de bodem dient te worden nagegaan of de toepassing van arbeidshygiënische maatregelen noodzakelijk zijn. Indien sprake is van verontreinigde grond moet, bij de uitvoering van werkzaamheden in en met deze grond, veilig worden gewerkt conform de wettelijke voorschriften. De wettelijke voorschriften zijn vastgelegd in het Arbeidsomstandighedenbesluit, en de daaraan gekoppelde beleidsregels. Ter invulling van de wettelijke voorschriften is door het CROW publicatie 400 uitgegeven ('Werken in of met verontreinigde bodem'). De voorlopige veiligheidsklasse conform CROW 400, zoals bepaald in onderhavige rapportage, hoeft niet bepaald te worden door de veiligheidskundige, maar de inzet van deze deskundigheid in zowel ontwerpfase (opstellen V&G plan) als uitvoeringsfase is verplicht. Dit is met name relevant omdat de veiligheidsklasse en de beheersmaatregelen niet direct aan elkaar te koppelen zijn en er inhoudelijke discussies kunnen ontstaan over de toe te passen beheersmaatregelen. Het niveau van de minimale deskundigheid is opgenomen in de CROW 400 (tabel M5-1). Er moet ook in de ontwerpfase een expliciete onderbouwing aanwezig zijn die is opgesteld door de betrokken veiligheidskundige, inclusief een motivering van voorgestelde voorlopige beheersmaatregelen.

Uiteindelijk is het echter aan de uitvoerende partij om de definitieve beheersmaatregelen te onderbouwen, met name daar waar men afwijkt van de voorlopige beheersmaatregelen. Voor werkzaamheden ter plaatse van de zintuiglijke minerale olieverontreiniging (traject 1,2 tot 1,4 m-mv en 2,5 tot 3,0 m-mv) is op basis van de resultaten van het onderzoek van MWH/Stantec regime Rood Vluchtig van toepassing. Voor werkzaamheden op het overige terrein wordt geadviseerd regime Rood Niet Vluchtig te hanteren op basis van de heterogeen met lood verontreinigde ophooglaag (op basis van onderhavig onderzoek en de resultaten van het onderzoek van MWH/Stantec). Opgemerkt wordt dat de overige verontreinigingen (met zware metalen en PAK) uit het onderzoek van MWH/Stantec niet leiding tot een hoger veiligheidsregime. De voor het werk te treffen veiligheidsmaatregelen dienen te zijn opgenomen in een Veiligheids- en Gezondheidsplan (V&G-plan). De veiligheidskundige van de uitvoerende partij dient, voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden, een definitieve uitspraak te doen over de te nemen veiligheidsmaatregelen. Voor het toetsingsblad conform de CROW 400 wordt verwezen naar bijlage VIII.

20HB0732-A1

15 van 18 | Pagina

HB Adviesbureau

8.

TOETSING BODEMGEBRUIK

De bodemfunctie bepaalt in welke mate de mens in contact komt met bodemverontreiniging. Ook bepaalt het bodemgebruik of het beleidsmatig nodig is het ecosysteem te beschermen. Dit kan zijn in hoge mate (bijvoorbeeld in een natuurgebied) of in minder hoge mate (bijvoorbeeld op een industrieterrein). De gemeente Amsterdam kiest ervoor om risico’s in ieder geval tot een ‘aanvaardbaar niveau’ terug te brengen. Wat aanvaardbaar is heeft enerzijds te maken met mogelijke (gezondheids)gevolgen en anderzijds met de maatschappelijke kosten om deze gevolgen te voorkomen. Op basis van wetenschappelijk onderzoek heeft de landelijke regelgeving bepaald wat een ‘onaanvaardbaar risico’ is. In dat geval wordt het saneringscriterium (spoedeisendheid) overschreden. Het rekenmodel Sanscrit (onderdeel van Risicotoolbox bodem) geeft aan of een bepaalde concentratie van een stof in de bodem leidt tot een onaanvaardbaar risico. Voor het huidige bodemgebruik van de locatie (parkeerterrein en woning) zijn geen onaanvaardbare ecologische-, humane- of verspreidingsrisico’s aanwezig. De verontreinigingen zijn in onderhavige situatie afgedekt met een betonvloer waardoor er geen contactmogelijkheden zijn. Getoetst aan het toekomstig bodemgebruik, ‘wonen met siertuin’ zijn, als gevolg van de sterke verontreiniging met lood op de locatie onaanvaardbare humane risico’s aanwezig.

Er zijn geen ecologische of verspreidingsrisico’s aanwezig. Indien het bodemgebruik in de toekomst wijzigt naar “wonen met tuin” wordt geadviseerd sterke verontreiniging met lood (ter plaatse van boring 05) te saneren (bijvoorbeeld afdekken met “schoon” zand of deze grondlagen ontgraven en afvoeren). De resultaten van de Sanscrit beoordeling zijn bijgevoegd als bijlage IX.

20HB0732-A1

16 van 18 | Pagina

HB Adviesbureau

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Op basis van het onderhavig onderzoek, alsook voorgaande onderzoeken op de locatie, wordt het onderstaande geconcludeerd: Grond verspreid over de onderzoekslocatie zijn sterke verontreinigingen met zware metalen (en PAK o.b.v. onderzoek van MWH/Stantec uit 2017) aanwezig; in de ondergrond van boring 02 (traject 1,2 tot 1,4 m-mv en 2,5 tot 3,0 m-mv) zijn sterke oliewaarnemingen gedaan welke overeenkomen met het voorgaande onderzoek van MWH/Stantec. De grond met oliewaarnemingen is tijdens onderhavig onderzoek derhalve niet analytisch onderzocht. De minerale olieverontreiniging heeft naar verwachting een omvang van circa 10 m³ (oppervlakte 15 m² x laagdikte 0,7 m); de overige geanalyseerde parameters zijn ten hoogste licht verhoogd aangetoond; de grond is niet verontreinigd met PFAS. De matige tot sterke verontreinigingen met zware metalen en oliewaarnemingen komen overeen met voorgaande onderzoeken en zijn te relateren aan de historie van het terrein. Op het terrein is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen en PAK (op basis van onderhavig onderzoek en het onderzoek van MWH/Stantec uit 2017). De verontreinigingen zijn de relateren aan de ophooglaag en hebben een heterogeen karakter. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met minerale olie op de locatie (er is minder dan 25 m³ grond sterk verontreinigd).

Ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling van de locatie wordt het uitvoeren van aanvullend bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht. Grondwater het grondwater bevindt zich op een diepte van 1,5 à 1,6 m-mv en is ten hoogste licht verontreinigd met arseen, minerale olie, naftaleen en/of zink. Asbest in het zand met brokken beton onder de betonvloer is analytisch geen asbest aangetoond. Veiligheid (CROW 400) voor werkzaamheden ter plaatse van de zintuiglijke minerale olieverontreiniging (traject 1,2 tot 1,4 m-mv en 2,5 tot 3,0 m-mv) is op basis van de resultaten van het onderzoek van MWH/Stantec regime Rood Vluchtig van toepassing; voor werkzaamheden op het overige terrein wordt geadviseerd regime Rood Niet Vluchtig te hanteren op basis van de heterogeen met lood verontreinigde ophooglaag (op basis van onderhavig onderzoek en de resultaten van het onderzoek van MWH/Stantec). Opgemerkt wordt dat: de veiligheidskundige van de uitvoerende partij voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden een definitieve uitspraak dient te doen over de te nemen veiligheidsmaatregelen; de voor het werk te treffen veiligheidsmaatregelen opgenomen dienen te zijn in een Veiligheids- en Gezondheidsplan (V&G-plan).

Bodemgebruik getoetst aan het toekomstig bodemgebruik, ‘wonen met siertuin’ zijn, als gevolg van de sterke verontreiniging met lood op de locatie onaanvaardbare humane risico’s aanwezig. Eindconclusie Aangezien op de locatie sterke verontreinigingen aanwezig zijn, zijn ten behoeve van de voorgenomen bouwwerkzaamheden zowel financieel als procedureel belemmerende factoren aanwezig. Aanbevelingen Aanbevolen wordt: de onderzoeksresultaten bij de erfpacht-aanbieding en de aanbestedingsbescheiden te voegen; indien het bodemgebruik in de toekomst wijzigt naar “wonen met tuin”, de sterke verontreiniging met lood (ter plaatse van boring 05) te saneren (bijvoorbeeld afdekken met “schoon” zand of deze grondlagen ontgraven en afvoeren);

20HB0732-A1

17 van 18 | Pagina

HB Adviesbureau

-

-

-

als men ter plaatse van de sterke verontreinigingen graafwerkzaamheden en derhalve een sanerende actie zal gaan uitvoeren, een BUS-melding (Besluit Uniforme Saneringen) op te stellen. De BUS-melding dient vervolgens ter goedkeuring overlegd te worden aan het bevoegd gezag. Indien de bodemverontreiniging in de toekomstige situatie "onaangetast" blijft, behoeft er formeel gezien (uitgaande van het ontstaan van de verontreiniging voor 1987) geen sanerende maatregel genomen te worden met als voorwaarde dat de verontreiniging niet als spoedeisend wordt beschouwd; (graaf)werkzaamheden in sterk verontreinigde grond onder milieukundige begeleiding (BRL 6000) en door een gecertificeerde aannemer (BRL 7000) uit te laten voeren; de onderzoeksresultaten in het kader van de voorgenomen lozing van bemalingswater te overleggen aan de lozingsinstantie. Indien lozing op het riool plaatsvindt, dient een ontheffing bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied te worden aangevraagd.

Indien lozing op het oppervlaktewater plaatsvindt, dient een aanvraag in het kader van de Waterwet te worden gericht aan de waterkwaliteitsbeheerder; tijdens de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden alert te zijn op afwijkende bodemlagen; bij de bouw- en herinrichtingswerkzaamheden rekening te houden met de aangetoonde bodemkwaliteit; eventueel vrijkomende sterk verontreinigde grond (“Niet toepasbaar”) af te voeren naar een erkend verwerker.

20HB0732-A1

18 van 18 | Pagina

Legenda contouren ligging onderzoekslocatie tank gevuld met product tank gevuld met restproduct ("sludge") tank afgevuld met zand tank niet aangetroffen tijdens inspectie lood ligging sterke grondverontreiniging met zink

ligging sterke grondverontreiniging met minerale olie (obv onderzoek MWH/Stantec)

symbolen grondboring tot 2,0 m-mv grondboring tot 3,0 à 4,0 m-mv met peilbuis asbestgat boring 4 (voorgaand onderzoek MWH/Stantec)

Opmerking: de ligging van de tanks is gebaseerd op het onderzoek van MWH/Stantec uit 2017. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

OVERZICHTSTEKENING Projectcode: 20HB0732 Projectnaam: Van Ostadestraat 341 te Amsterdam Formaat: A3 liggend HB Adviesbureau infra | sport | milieu | natuur Comeniusstraat 7 • 1817 MS Alkmaar Krijn Taconiskade 412 • 1087 HW Amsterdam info@hbadvies.nl • hbadvies.nl • 088 472 0600

HB Adviesbureau

Bijlage II: Profielbeschrijvingen

Meetpunt: 01 Boormeester: N. Helmhout Datum: 3-2-2021 0,00

Meetpunt: 02

X: 122020,93 Y: 485280,62 0,00

X: 122021,80 Y: 485290,01

Boormeester: N. Helmhout Datum: 3-2-2021

m-mv:

beton

0,00

m-mv: 0,00

Machinale Boring 1 0,50

0,50

Machinale Boring

Zand, matig grof, zwak siltig, grijsbeige, Edelmanboor

1,00

1,00

0,50

1

1,00

2

Zand, matig grof, zwak siltig, brokken beton, neutraal grijsbeige, Edelmanboor

Zand, matig grof, zwak siltig, brokken beton, resten kalksteen, neutraal grijsbeige, Edelmanboor

2

Zand, matig grof, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor

3

1,20

3

1,50

1,50

4

1,40

7

1,60

4 5 2,00

2,00

2,00 Veen, sterk kleiïg, uiterst zandig, zwak siltig, brokken baksteen, donker zwartgrijs, Zuigerboor

5 2,50 6

11 3,00

3,00

3,50

3,50

Veen, sterk kleiïg, zwak zandig, zwak siltig, donker grijsbruin, Zuigerboor

9 4,00

4,00

Boormeester: N. Helmhout Datum: 24-2-2021 0,00

0,50

Meetpunt: 04

X: 122020,42 Y: 485293,21

Boormeester: N. Helmhout Datum: 3-2-2021

m-mv: 0,00

beton

0,18

Machinale Boring

0,00

X: 122023,04 Y: 485286,81 m-mv: 0,00

beton Neutraalgrijs, Machinale Boring

0,22

Zand, matig grof, zwak siltig, brokken beton, neutraal grijsbeige, Edelmanboor

1

Veen, matig kleiïg, zwak siltig, uiterst zandig, sterke olie-water reactie, sterke oliegeur, donker bruingrijs, Edelmanboor Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, neutraalgrijs, Zuigerboor

8

Meetpunt: 03

Veen, matig kleiïg, uiterst zandig, zwak siltig, sterke olie-water reactie, sterke oliegeur, donker bruingrijs, Edelmanboor

2,50

10

3,00

Klei, sterk kalksteenhoudend, licht grijscreme, Edelmanboor

Veen, uiterst zandig, zwak siltig, matig kleiïg, zwak baksteenhoudend, donker bruingrijs, Edelmanboor

6 2,50

3,00

beton

0,22

0,23

0,50

2

1,00

3

Zand, matig grof, zwak siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor

0,70 0,90

1,00

Volledig beton, neutraalgrijs, Machinale Boring Zand, matig grof, zwak siltig, grijsbeige, Edelmanboor

4

4 1,50

1,50

Zand, matig grof, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor

6 2,00

Projectcode: 20HB0732

2,00

1,50

1,50

Veen, sterk zandig, zwak siltig, donker zwartgrijs, Edelmanboor

5 2,00

Projectnaam: Van ostadestraat 341

2,00

Pagina 1 / 2

HB Adviesbureau

Bijlage II: Profielbeschrijvingen

Meetpunt: 05 Boormeester: N. Helmhout Datum: 3-2-2021 0,00

0,50

Meetpunt: 06

X: 122012,19 Y: 485284,19

Boormeester: N. Helmhout Datum: 3-2-2021

m-mv: 0,00

beton

0,18

Machinale Boring

0,00

0,00 0,20

Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, neutraalgrijs, Edelmanboor

1

X: 122007,60 Y: 485293,21 m-mv:

Machinale Boring Zand, matig grof, zwak siltig, brokken beton, neutraalgrijs, Edelmanboor

1

0,50

beton

0,70

1,00

1,50

2

3

3

1,50

4

4 2,00

2,00

0,00

Boormeester: N. Helmhout Datum: 3-2-2021

m-mv:

tegel

0,00

X: 122015,54 Y: 485302,40 m-mv: 0,00 0,08

Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

1 0,50

Meetpunt: G01

X: 122013,79 Y: 485279,74 0,00 0,05

2,00

2,00

Meetpunt: 07 Boormeester: N. Helmhout Datum: 24-2-2021

Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindhoudend, neutraal grijsbeige, Edelmanboor

2

1,00

Zand, matig grof, zwak siltig, cremebeige, Schep 0,50

0,60

klinker

0,50

Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, brokken veen, neutraal bruingrijs, Edelmanboor

3 1,00 4 1,50

1,50

Zand, matig grof, matig siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

5 1,90

Veen, zwak kleiïg, donker bruingrijs, Edelmanboor

2,00 6

2,50 7

3,00

Projectcode: 20HB0732

3,00

Projectnaam: Van ostadestraat 341

Pagina 2 / 2

HB Adviesbureau

Bijlage II: Profielbeschrijvingen

Legenda (conform NEN 5104)

grind

klei Grind, siltig

geur Klei, zwak siltig

geen geur zwakke geur

Grind, zwak zandig

matige geur

Klei, matig siltig

sterke geur Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

matige olie-water reactie sterke olie-water reactie

Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10

Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000 Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

Zand, uiterst siltig

>10000

monsters

geroerd monster

overige toevoegingen

ongeroerd monster

zwak humeus volumering

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis

BoToVa Wbb (T12, T13) <=AW

blinde buis <=WO, <=IND, <=I casing <=T hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand

>I

laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting

grind afdichting filter

Projectcode: 20HB0732

Projectnaam: Van ostadestraat 341

Pagina 1 / 1

Project

Project: 1147172 - 20HB0732-Van ostadestraat 341 - Matrix Grond

Certificaten

1147172 + 1147313 + 1151024 + 1154949 + 1154998

Toetsing

T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb

Toetsversie

BoToVa 3.1.0

Toetsdatum: 9 maart 2021 10:42

Monsterreferentie

6618314

Monsteromschrijving

M1 04 (150-200)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

T

I

5000

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

7.0

10

Lutum (H)

% (m/m ds)

25.0

25

%

71

71.0

@

mg/kg ds

82

120

-

190

2595

benzeen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.05

-

0.2

0.65

1.1

ethylbenzeen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.05

-

0.2

55.1

110

naftaleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

o-xyleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.05

tolueen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.05

-

0.2

16.1

32

xyleen (som m+p)

mg/kg ds

< 0.1

< 0.1

mg/kg ds

0.1

< 0.15

-

0.45

8.725

17

Droogrest droge stof

Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)

Vluchtige aromaten

Sommaties aromaten som xylenen (o/m/p)

Toetsoordeel monster 6618314:

Pagina 1 van 14

Voldoet aan Achtergrondwaarde

Pagina 2 van 14 Monsterreferentie

6618315

Monsteromschrijving

M3 01 (50-100)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

T

I

920

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

0.4

10

Lutum

% (m/m ds)

1.0

25

%

97.3

97.3

@

Droogrest droge stof

Metalen ICP-AES barium (Ba)

mg/kg ds

< 20

< 54

@

190

555

cadmium (Cd)

mg/kg ds

< 0.2

< 0.24

-

0.6

6.8

13

kobalt (Co)

mg/kg ds

<3

< 7.4

-

15

102.5

190

koper (Cu)

mg/kg ds

<5

< 7.2

-

40

115

190

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

< 0.05

< 0.05

-

0.15

18.075

36

lood (Pb)

mg/kg ds

< 10

< 11

-

50

290

530

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

< 1.5

< 1.0

-

1.5

95.75

190

nikkel (Ni)

mg/kg ds

<4

<8

-

35

67.5

100

zink (Zn)

mg/kg ds

< 20

< 33

-

140

430

720

mg/kg ds

< 150

< 105

@

mg/kg ds

< 35

< 120

-

190

2595

5000

naftaleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fenantreen

mg/kg ds

0.07

0.07

anthraceen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fluoranteen

mg/kg ds

0.4

0.4

benzo(a)antraceen

mg/kg ds

0.18

0.18

chryseen

mg/kg ds

0.2

0.2

benzo(k)fluoranteen

mg/kg ds

0.19

0.19

benzo(a)pyreen

mg/kg ds

0.31

0.31

benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

0.45

0.45

indeno(1,2,3-cd)pyreen

mg/kg ds

0.39

0.39

mg/kg ds

2.3

2.3

>AW(WO)

1.5

20.75

40

PCB - 28

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 52

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 101

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 118

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 138

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 153

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 180

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

mg/kg ds

0.005

< 0.024

-

0.02

0.51

1

Ionchromatografie oplosbaar chloride

Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)

Polycyclische koolwaterstoffen

Sommaties som PAK (10)

Polychloorbifenylen

Sommaties som PCBs (7)

Toetsoordeel monster 6618315:

Pagina 2 van 14

Voldoet aan Achtergrondwaarde

Pagina 3 van 14 Monsterreferentie

6618316

Monsteromschrijving

M4 02 (120-140)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

T

I

920

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

4.8

10

Lutum

% (m/m ds)

3.1

25

%

59.4

59.4

barium (Ba)

mg/kg ds

200

680

@

190

555

cadmium (Cd)

mg/kg ds

1.2

1.8

>AW(IND)

0.6

6.8

13

kobalt (Co)

mg/kg ds

4.3

13

-

15

102.5

190

koper (Cu)

mg/kg ds

28

51

>AW(WO)

40

115

190

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

0.15

0.21

>AW(WO)

0.15

18.075

36

lood (Pb)

mg/kg ds

140

210

>AW(WO)

50

290

530

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

< 1.5

< 1.0

-

1.5

95.75

190

nikkel (Ni)

mg/kg ds

8

21

-

35

67.5

100

zink (Zn)

mg/kg ds

1400

2900

>I

140

430

720

mg/kg ds

< 150

< 105

@

mg/kg ds

99

210

>AW(IND)

190

2595

5000

naftaleen

mg/kg ds

0.28

0.28

fenantreen

mg/kg ds

4.5

4.5

anthraceen

mg/kg ds

1.1

1.1

fluoranteen

mg/kg ds

5.5

5.5

benzo(a)antraceen

mg/kg ds

1.7

1.7

chryseen

mg/kg ds

2

2

benzo(k)fluoranteen

mg/kg ds

1.2

1.2

benzo(a)pyreen

mg/kg ds

1.6

1.6

benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

1.1

1.1

indeno(1,2,3-cd)pyreen

mg/kg ds

1.4

1.4

mg/kg ds

20

20

>AW(IND)

1.5

20.75

40

PCB - 28

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0015

PCB - 52

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0015

PCB - 101

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0015

PCB - 118

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0015

PCB - 138

mg/kg ds

0.001

0.0021

PCB - 153

mg/kg ds

0.001

0.0021

PCB - 180

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0015

mg/kg ds

0.006

0.011

-

0.02

0.51

1

Droogrest droge stof

@

Metalen ICP-AES

Ionchromatografie oplosbaar chloride

Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)

Polycyclische koolwaterstoffen

Sommaties som PAK (10)

Polychloorbifenylen

Sommaties som PCBs (7)

Toetsoordeel monster 6618316:

Pagina 3 van 14

Overschrijding Interventiewaarde

Pagina 4 van 14 Monsterreferentie

6618317

Monsteromschrijving

MM2 02 (22-72) 03 (18-68) 06 (20-70)

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

T

I

920

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

0.8

10

Lutum

% (m/m ds)

1.0

25

%

92

92.0

@

Droogrest droge stof

Metalen ICP-AES barium (Ba)

mg/kg ds

50

190

@

190

555

cadmium (Cd)

mg/kg ds

0.27

0.46

-

0.6

6.8

13

kobalt (Co)

mg/kg ds

8.4

30

>AW(WO)

15

102.5

190

koper (Cu)

mg/kg ds

28

58

>AW(IND)

40

115

190

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

0.12

0.17

>AW(WO)

0.15

18.075

36

lood (Pb)

mg/kg ds

120

190

>AW(WO)

50

290

530

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

< 1.5

< 1.0

-

1.5

95.75

190

nikkel (Ni)

mg/kg ds

6

18

-

35

67.5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10469563/1