B_011T_Bouwenvelopbeschrijving D2021-277629.pdf
Tekst van het document
Bouwenvelop Van Ostadestraat 341 / Sint Willibrordusstraat 43a
Van Ostadestraat 341
Willibrordusstraat 43a
inhoud
1. INLEIDING
St. Willibrordusstraat 43-42. Gezien in de richting van de Amsteldijk Brandweerwerkzaamheden. Datering omstreeks 1929.
2. HUIDIGE KADERS
3. PROGRAMMATISCHE EN STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN 3.1. Programmatische uitgangspunten
3.2. Stedenbouwkundige uitgangspunten
3.3. Cultuurhistorie Welstandscriteria
Archeologie
meldingsplicht
4. OVERIGE UITGANGSPUNTEN
Benodigde onderzoeken Van Ostadestraat 341
Bijlage 1
Checklist voor een goede ruimtelijke onderbouwing bij een bestemmingsplanafwijking zoals bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3o, van de Wabo, stadsdeel Zuid Amsterdam In bestemmingsplannen geeft de gemeente aan waarvoor het gemeentelijk grondgebied mag worden gebruikt en welke bebouwing ergens mag worden opgericht. Als een bouwplan of een vorm van gebruik in strijd is met een geldend bestemmingsplan, dan kan de gemeente daar niet zomaar toestemming voor verlenen. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) biedt echter een aantal mogelijkheden om af te wijken van een geldend bestemmingsplan. De procedures variëren in zwaarte en duur naar gelang de zwaarte van de afwijking van het bestemmingsplan. De zwaarste afwijking betreft de afwijking op basis van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3o, van de Wabo (het stadsdeel noemt deze procedure kortweg ‘omgevingsvergunning A3’). Deze afwijking moet worden gemotiveerd met een goede ruimtelijke onderbouwing. Om te kunnen beoordelen of voor een bestemmingsplanafwijking een goede ruimtelijke onderbouwing bestaat, moet een aanvraag om omgevingsvergunning die zich (onder meer) richt op een bestemmingsplanafwijking worden voorzien van onderzoeken en andere gegevens.
Volgens artikel 3.2, lid b, van de Regeling omgevingsrecht (Mor) moet de aanvrager namelijk gegevens aanleveren die de gevolgen van de bestemmingsplanafwijking voor de ruimtelijke ordening duidelijk maken. De uit te voeren onderzoeken zijn voor rekening van de aanvrager. Voor het in behandeling nemen van de aanvraag moeten bovendien leges worden betaald. Om aanvragen tot bestemmingsplanafwijking zoals bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3o, van de Wabo op een goede manier te kunnen behandelen, maakt het stadsdeel gebruik van deze checklist. Bij een formele aanvraag tot bestemmingsplanafwijking, moet u als aanvrager de gegevens indienen die deze checklist vermeldt. Als u van mening bent dat een op de checklist genoemd aspect niet aan de orde is bij uw aanvraag, dan moet u dit op het formulier vermelden en toelichten. Wanneer u na indiening van de formele aanvraag de noodzakelijke gegevens niet of niet tijdig verstrekt, dan kan het stadsdeel besluiten om uw aanvraag buiten behandeling te laten. Het stadsdeel stelt u dan wel eerst in de gelegenheid om uw aanvraag aan te vullen. Verder kan het afwijken van een bestemmingsplan leiden tot schade bij een derde (‘planschade’). Het stadsdeel werkt daarom alleen mee aan bestemmingsplanafwijking als u eerst een overeenkomst ondertekent waarin is bepaald dat deze schade voor uw rekening zal komen (artikel 6.4a Wro).
Ook kan het voor het verlenen van een bestemmingsplanafwijking nodig zijn dat het stadsdeel en u eerst een overeenkomst aangaan in het kader van de grondexploitatie (afdeling 6.4 Wro). Indien u de haalbaarheid van uw plannen eerst wil voorleggen aan het stadsdeel of wanneer u twijfelt over de vereiste wettelijke procedure waarmee uw project kan worden gerealiseerd, adviseren wij u een adviesaanvraag in te dienen. Meer informatie vindt u hierover op onze website onder ‘wonen en leefomgeving, bouwen en afwijken van het bestemmingsplan’.
GEGEVENS VAN DE AANVRAGER
GEGEVENS VAN DE GEMACHTIGDE (in te vullen door een eventuele gemachtigde) Naam en voorletters Bedrijf/Organisatie: Straat en huisnummer postcode en woonplaats telefoonnummer(s) e-mail
LOCATIEGEGEVENS Adres van de locatie: Kadastrale gegevens locatie: Kaartje plangebied:
Omschrijving van het project Voor een goede beoordeling van het project is het belangrijk om uw plan zo duidelijk mogelijk te omschrijven. Als uw aanvraag bijvoorbeeld is gericht op woningbouw, dan moet u aangeven om hoeveel woningen het gaat, wat de doelgroep van de woningen is en op welk prijssegment het project zich richt. Tevens is het noodzakelijk dat alle functies worden beschreven. Verder moet uw projectomschrijving altijd ingaan op de omvang van de projectlocatie, de maatvoering van de bebouwing, parkeren, evt. toename van verhard oppervlak en de bereikbaarheid. Tevens dient u aan te geven of er wellicht aanpassingen in de openbare ruimte nodig zijn. Indien de projectlocatie ook onbebouwde gronden bevat dient te worden aangegeven hoe deze worden ingericht/gebruikt. Ook moet u de aanvraag voorzien van een situatietekening, van plattegronden (per verdieping) en van gevelaanzichten van gebouwen, met maatvoeringen. Bij de projectomschrijving moet u ook aangeven of de Wet milieubeheer van toepassing is op het project. Tevens is het noodzakelijk dat u een beschrijving geeft van de bestaande situatie zowel in woord als in beeld.
Beleid
Stedenbouwkundige onderbouwing
Onderbouwing plannen in de hoofdgroenstructuur
Zonder een dergelijk advies kan de aanvraag niet verder in procedure worden gebracht. Vooroverleg is in dat geval noodzakelijk.
Bezonning
Verkeer/Parkeren Bij de aanvraag moet u aangeven hoe het project verkeerskundig wordt ontsloten en hoe het project voorziet in de parkeerbehoefte. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte hanteert het stadsdeel parkeernormen. Het aantal parkeerplaatsen dat op basis daarvan nodig is voor uw project, moet u in principe inpandig en op eigen terrein realiseren. In deze paragraaf kunt u aangeven hoe de locatie wordt ontsloten, waar de eventueel benodigde parkeerplaatsen worden aangelegd en indien u van mening bent dat geen extra parkeerplaatsen noodzakelijk zijn, waarom dit het geval is.
Bodem onderzoek Afhankelijk van de aard van het project moet onderzoek plaatsvinden naar de bodemkwaliteit. Het gaat hierbij niet alleen om milieutechnisch bodemonderzoek, maar soms ook om geo-technisch of geo-hydrologisch onderzoek. U kunt hier de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek vermelden of toelichten waarom u voor uw project geen bodemonderzoek hoeft uit te voeren.
Archeologisch onderzoek Afhankelijk van de archeologische verwachtingswaarde van een locatie moet u archeologisch onderzoek laten doen als bij uw project de ondergrond wordt verstoord. U kunt hier de resultaten van het archeologisch onderzoek vermelden of toelichten waarom u voor het project geen archeologisch onderzoek hoeft uit te voeren.
Flora en Fauna onderzoek Bij ruimtelijke plannen moet worden onderzocht of er gevolgen zijn te verwachten voor flora en fauna. Deze verplichting komt voort uit Europese regelgeving, uit de Flora- en Faunawet en uit de Natuurbeschermingswet. Als projecten gevolgen kunnen hebben voor beschermde soorten, dan is volgens deze wetten soms een aparte vergunning of ontheffing nodig. U kunt hier de resultaten vermelden van de onderzoeken die zijn uitgevoerd volgens de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet, of toelichten waarom u deze onderzoeken voor uw project niet hoeft uit te voeren.
Akoestisch onderzoek
Als uw project zich richt op het vestigen van een geluidgevoelige functie dichtbij een weg, dan verplicht de Wet geluidhinder tot het uitvoeren van akoestisch onderzoek. U kunt hier de resultaten van het akoestisch onderzoek vermelden of toelichten waarom u voor het project geen akoestisch onderzoek hoeft uit te voeren. Indien uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden kan het voor uw project noodzakelijk zijn dat het stadsdeel hogere grenswaardes vaststelt. Hiervoor moet een onderbouwing worden opgesteld, die is goedgekeurd door de Technische adviescommissie Geluidhinder Amsterdam (TAVGA). Zonder een dergelijk advies kan de aanvraag niet verder in procedure worden gebracht. Voortzetting van vooroverleg is dan noodzakelijk.
Luchtkwaliteit onderzoek Als uw project gevolgen kan hebben op het gebied van de luchtkwaliteit, dan verplicht de Wet milieubeheer soms tot het uitvoeren van luchtkwaliteitsonderzoek. U kunt hier de resultaten van het luchtkwaliteitsonderzoek vermelden of toelichten waarom u voor het project geen luchtkwaliteitsonderzoek hoeft uit te voeren.
Extern veiligheid onderzoek Als uw project gevolgen kan hebben op het gebied van de externe veiligheid, dan moet daarnaar onderzoek worden verricht. U kunt hier de conclusies van het onderzoek vermelden of toelichten waarom u voor uw project geen onderzoek hoeft te doen op het gebied van de externe veiligheid.
Gegevens over waterhuishoudkundige aspecten In het geval van een bestemmingsplanafwijking volgens artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3o, van de Wabo moet het stadsdeel een ‘watertoets’ uitvoeren. Om dit te kunnen doen, moet u als aanvrager aangeven of uw project gevolgen heeft voor de waterhuishouding. Bij een toename van het verharde oppervlak, het realiseren van ondergrondse bebouwing, aanwezigheid van een waterkering of een plan in/op of boven water is dit sowieso het geval. Noodzakelijk is dat er vooroverleg met de waterbeheerder (Waternet) heeft plaatsgevonden. De resultaten van dit vooroverleg dienen te worden opgenomen in de ruimtelijke onderbouwing. Zonder een dergelijk advies kan de aanvraag niet verder in procedure worden gebracht. Voortzetting van vooroverleg is dan noodzakelijk.
Monumentaliteit
Maatschappelijke uitvoerbaarheid/overleg andere overheden en instanties
Gegevens over de economische uitvoerbaarheid van het project Het stadsdeel moet nagaan of een project economisch uitvoerbaar is. Vooral bij grote projecten moet daarom een exploitatie-overzicht worden ingediend waaruit blijkt dat het project economisch uitvoerbaar is. Hieronder kunt u aangeven of u bij deze aanvraag een exploitatie-overzicht voegt of toelichten waarom dit niet nodig is. Wanneer het project leidt tot kosten in openbaar gebied, dan kan het zijn dat de gemeente verplicht is deze kosten te verhalen. Hiervoor kan het noodzakelijk zijn dat het stadsdeel met u een exploitatie-overeenkomst afsluit.
Kabels en leidingen en privaatrechtelijke belemmeringen
Planschade Als het stadsdeel meewerkt aan een aanvraag tot bestemmingsplanafwijking, dan kan een derde daarvan schade lijden. Artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening maakt het mogelijk dat degene die schade lijdt van het Dagelijks Bestuur een tegemoetkoming in schade vraagt. Artikel 6.4a van de Wet ruimtelijke ordening biedt de gemeente de mogelijkheid om de toe te kennen schade via een overeenkomst te verhalen op degene die de bestemmingsplanafwijking heeft aangevraagd. U kunt als aanvrager een risico-analyse laten opstellen om voor u zelf een indruk te krijgen van de kosten die mogelijk voor uw rekening kunnen komen als de gemeente aan uw aanvraag meewerkt. Het stadsdeel werkt alléén mee aan een bestemmingsplanafwijking, als u door ondertekening van een overeenkomst aangeeft dat u deze kosten voor uw rekening zult nemen.
om deze kosten voor uw rekening te nemen en hierover met het stadsdeel overeenkomst te sluiten?