CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

AT_40743_8105268_80_6.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 7 april 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Advies prof. mr. P. Kuypers inzake erfpachtstelsel (ZD2022-003708)3.726 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

EUROPESE COMMISSIE

ZAAK AT.40743 Amsterdams erfpachtstelsel

ANTITRUST PROCEDURE Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad en Verordening (EG) nr. 773/2004 van de Commissie Artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 773/2004 Datum: 19/11/2021

Deze tekst wordt enkel voor informatie doeleinden ter beschikking gesteld. Op bepaalde plaatsen in deze tekst werd vertrouwelijke informatie weggelaten. Het weggelaten gedeelte werd vervangen door een niet-vertrouwelijke samenvatting tussen vierkante haken of door […].

– de grondmarkt downstream: grond die de gemeente heeft aangekocht en die zij aan projectontwikkelaars in erfpacht uitgeeft, plus de grond in particuliere handen die ook aan ontwikkelaars kan worden aangeboden, d.w.z. vrije grond; – de woningmarkt: volgens de klacht omvat de totale woningmarkt in Amsterdam, inclusief de hele corporatiesector, ongeveer 450 000 woningen, waaronder erfpacht- en eigen-grondwoningen. (5)

In de klacht stelt u dat de gemeente artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (“VWEU”) schendt. Ten eerste voert u, in punt 6.2. van de klacht, aan dat de gemeente bij de berekening van i) de canon of ii) de grondprijs voor particuliere ontwikkelaars (bouwers) een methodiek toepast die tot “buitensporige prijzen” leidt.

(6)

Ten tweede stelt u, in punt 6.3. van de klacht, dat de gemeente zich ook schuldig maakt aan een “uitsluitingspraktijk” omdat particuliere grondeigenaren als gevolg van haar actieve grondaankoopbeleid2 effectief zouden worden uitgeschakeld. Daarnaast voert u aan dat de gemeente het aanbod van te ontwikkelen grond op de grondmarkt downstream beperkt en hoge prijzen voor ontwikkelaars veroorzaakt, een gedrag dat — volgens u — kan worden beschouwd als een winstafroming (margin squeeze) die Nederlandse en internationale ontwikkelaars belet de woningmarkt te betreden.

(7)

Ten derde stelt u, in de punten 6.1 en 6.4, dat het erfpachtstelsel leidt tot “prijsdiscriminatie” op de woningmarkt.

(8)

In de klacht stel u voorts dat de gemeente verantwoordelijk is voor andere schendingen van het mededingingsrecht die niet onder artikel 102 VWEU vallen.

(9)

Ten eerste zou de gemeente, volgens de punten 6.5 en 6.7 van de klacht, indirecte druk uitoefenen op erfpachters om over te stappen van het oude erfpachtstelsel naar het nieuwe (d.w.z. van het voortdurende naar het eeuwigdurende stelsel), zelfs als dit laatste tot hogere canons kan leiden 3. Bovendien is de berekeningsmethode die de overstapkosten bepaalt, volgens de klacht geheim en kan ze niet worden geverifieerd.

(10)

Ten tweede zou de gemeente zich volgens punt 6.6 van de klacht schuldig maken aan mededingingsbeperkingen ten aanzien van taxateurs4 en notarissen5 (artikel 101 VWEU).

2

Volgens de klacht is de gemeente eigenaar van ongeveer 80 % van de voor huisvesting gebruikte grond binnen de stadsgrenzen.

3

In het “voortdurende erfpachtsysteem” wordt de canon elke 50 of 75 jaar aangepast. In het “systeem van eeuwigdurende erfpacht” wordt een canon overeengekomen en blijft de erfpachter voor altijd in dat systeem zitten. Erfpachters hebben de mogelijkheid om over te stappen van voortdurende erfpacht op eeuwigdurende erfpacht. In dat geval kan de erfpachter de gemeente vragen een aanbod voor te leggen waarin de overstapkosten worden toegelicht, en krijgt hij een termijn van 3 maanden om het aanbod te aanvaarden.

4

In de klacht wordt gesteld dat de gemeente dreigt met rechtsmaatregelen indien taxatierapporten de gemeentelijke opvattingen omtrent grondwaardebepaling niet weerspiegelen. 2

(11)

Tot slot wordt in punt 6.8 van de klacht gesteld dat de gemeente weigerde de twee belangrijkste verenigingen van erfpachters te raadplegen die vroegen te worden gehoord.

(12)

Volgens de klacht heeft het Amsterdamse erfpachtstelsel twee belangrijke gevolgen. Ten eerste zou het de woningmarkt opaque maken en een efficiënte prijsvorming verstoren. Ten tweede zou het systeem nationale en internationale bouwinvesteringen in Amsterdam ontmoedigen (vermeende gevolgen voor het handelsverkeer), aangezien ontwikkelaars niet bereid zouden zijn hoge grondprijzen te betalen, wat aanleiding zou geven tot een tekort aan woningen.

(13)

In de klacht verzocht u om tijdelijke maatregelen met betrekking tot de termijn waarover erfpachters beschikken om te besluiten of zij het overstapaanbod van de gemeente al dan niet accepteren. Volgens de klacht moet de termijn van drie maanden worden verlengd tot een jaar.

2.

PROCEDURE

(14)

Bij e-mails van respectievelijk 12 juni en 22 juli 2020 heeft u bewijsstukken aan de Commissie overgelegd.

(15)

Op 29 september 2020 hebt u in een conferentiegesprek met de Commissie verdere toelichtingen verstrekt.

(16)

Bij brief van 2 oktober 2020 heeft u nog verdere toelichtingen verstrekt en de Commissie verzocht de zaak in geval van afwijzing van de klacht door te verwijzen naar de Nederlandse mededingingsautoriteit. De Commissie heeft op 8 oktober 2020 op uw brief geantwoord dat rekening zou worden gehouden met uw argumenten, maar dat zij niet in een positie verkeerde om de Nederlandse mededingingsautoriteit te gelasten de klacht te onderzoeken.

(17)

Bij e-mail van 8 januari 2021 heeft u nadere informatie verstrekt en om advies verzocht over de reikwijdte van de klacht en de informatie die nodig is om de Europese dimensie van de zaak aan te tonen. Op 13 januari 2021 bevestigde de Commissie in antwoord op uw e-mail dat rekening zou worden gehouden met de informatie en merkte zij op dat het aan de klager en niet aan de Commissie is om te beslissen welke beweringen en argumenten van de klacht worden gehandhaafd dan wel weggelaten.

(18)

Bij brief van 16 april 2021 heeft de Commissie u in kennis gesteld van haar voornemen om de klacht af te wijzen. In antwoord hierop heeft u in uw brief van 19 mei 2021 aanvullende opmerkingen gemaakt en stelt u dat het gedrag van de gemeente van invloed is op de werking van de interne markt, en heeft u de Commissie daarom verzocht de klacht te onderzoeken. U heeft ook aangegeven dat noch de Nederlandse Mededingingsautoriteit, noch de Nederlandse rechtbanken het erfpachtstelsel vanuit het oogpunt van het mededingingsrecht lijken te beschouwen en dat de procedures waarvoor zij verantwoordelijk zijn, belastend zijn voor de klagers. Daarom concludeerde u dat de Commissie de

5

In de klacht wordt erop gewezen dat de gemeente alleen in Amsterdam gevestigde notarissen toestaat om als taxateur in de overstappraktijk te werken (overstap van het voortdurende naar het eeuwigdurende stelsel). 3

meest geschikte instelling zou zijn om het mededingingsrecht met betrekking tot het erfpachtstelsel te handhaven. (19)

3.

Bij e-mail van 4 juni 2021 heeft u nadere informatie verstrekt en uw standpunt herhaald dat de Nederlandse rechtbanken en de mededingingsautoriteit de uit het erfpachtstelsel voortvloeiende mededingingsrechtelijke problemen niet zouden beoordelen. NOODZAAK VOOR DE COMMISSIE OM PRIORITEITEN VAST TE STELLEN

(20)

Klachten vergemakkelijken de opsporing van inbreuken op de mededingingsregels van de Unie. Zij stellen de Commissie in kennis van de feitelijke en juridische aspecten die de Commissie onderzoekt6.

(21)

Het is inherent aan de klachtenprocedure dat de verplichting om de beweringen te staven bij de klager ligt7, terwijl de Commissie verantwoordelijk is voor het bepalen en uitvoeren van de oriëntatie van het mededingingsbeleid van de Unie. Om deze taak doeltreffend te kunnen vervullen, mag zij verschillende maten van prioriteit aan de bij haar ingediende klachten toekennen8.

(22)

De Commissie beschikt over beperkte middelen en kan niet elke vermeende inbreuk op het EU-mededingingsrecht behandelen die onder haar aandacht wordt gebracht. De Commissie moet dus prioriteiten vaststellen, overeenkomstig de beginselen in met name de punten 41 tot en met 45 van de mededeling betreffende de behandeling van klachten9.

(23)

Bij haar beslissing over de te behandelen zaken houdt de Commissie rekening met verschillende factoren. Er is geen vaste reeks criteria, maar de Commissie kan belang hechten aan de potentiële impact van de vermeende inbreuk op de werking van de interne markt.

(24)

Daarnaast kan de Commissie kijken naar de reikwijdte van het vereiste onderzoek. Als blijkt dat een diepgaand onderzoek complex en tijdrovend zou zijn en de potentiële impact van de vermeende inbreuk op de interne markt beperkt lijkt, zal dit pleiten tegen verdere actie van de Commissie.

(25)

De Commissie kan voorts nagaan of een nationale rechter of nationale mededingingsautoriteit in de juiste positie verkeert om de beweringen te onderzoeken.

(26)

Ten slotte zij eraan herinnerd dat de Commissie niet verplicht is definitief vast te stellen of er al dan niet sprake is van de gestelde inbreuk en derhalve een klacht

6

Arrest van het Hof van Justitie van 19 september 2013, EFIM/Commissie, C-56/12 P, EU:C:2013:575, punt 71.

7

Zie in die zin arrest van het Hof van Justitie van 19 september 2013, EFIM/Commissie, C-56/12 P, EU:C:2013:575, punt 72.

8

Arrest van het Hof van Justitie van 4 maart 1999, Ufex e.a./Commissie, C-119/97 P, EU:C:1999:116, punt 88. arrest van het Hof van Justitie van 19 september 2013, EFIM/Commissie, C-56/12 P, EU:C:2013:575, punt 72.

9

PB C 101 van 27.4.2004, blz. 65. Zie ook het verslag van de Commissie over het mededingingsbeleid 2005, blz. 25. 4

kan afwijzen “zelfs indien zij ervan overtuigd was dat de betrokken praktijken een inbreuk vormden”10. 4.

BEOORDELING VAN UW KLACHT

(27)

De verduidelijkingen en aanvullende informatie die u in uw brief van 19 mei 2021 en uw e-mail van 4 juni 2021 hebt verstrekt, hebben voornamelijk betrekking op uw aanvankelijke beweringen en leiden niet tot een andere beoordeling van uw klacht dan die welke de Commissie heeft geuit in haar brief van 16 april 2021, waarbij zij u in kennis heeft gesteld van haar voornemen om uw klacht af te wijzen op grond van artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 773/2004. In het licht van bovenstaande beginselen en na een zorgvuldige beoordeling van uw klacht heeft de Commissie daarom besloten om uw beweringen niet verder te onderzoeken om de hieronder uiteengezette redenen. 4.1. Gevolgen voor de werking van de interne markt

(28)

Ten eerste hebben de vermeende inbreuken voornamelijk betrekking op de stad Amsterdam. Ze zijn duidelijk lokaal en er is bijgevolg geen sprake van meerdere lidstaten, noch van een sterke grensoverschrijdende dimensie.

(29)

In uw antwoord op de brief over de voorgenomen afwijzing van uw klacht, dringt u aan op de gevolgen voor de werking van de interne markt, op basis van de financiële omvang van de onroerendgoedmarkt van Amsterdam, en op het feit dat internationale investeerders op deze markt actief zijn. U stelt dat het grondbeleid van de gemeente een negatief effect heeft op de intra-Europese en mondiale investeringsstromen, aangezien het buitenlandse investeerders belet om in de stad actief te zijn. U beweert dat het gedrag van de gemeente er wellicht toe heeft geleid dat in Amsterdam jaarlijks ettelijke miljarden euro’s aan investeringen onbenut zijn gebleven. U vermeldt ook dat het gedrag van de gemeente gevolgen heeft voor inwoners uit verschillende EU-lidstaten, aangezien er steeds meer Europese burgers in de stad wonen, die allemaal te lijden hebben onder het woningtekort dat volgens u door het erfpachtstelsel wordt veroorzaakt.

(30)

In uw antwoord op de brief over de voorgenomen afwijzing van uw klacht bent u ook van mening dat de door het erfpachtstelsel gecreëerde situatie en de ontbrekende handhaving van de mededingingsregels door de Nederlandse autoriteiten niet verenigbaar zijn met het beginsel van loyale samenwerking tussen de Unie en de lidstaten (artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, “VEU”) en met het vrije verkeer van kapitaal (artikel 63 VWEU).

(31)

De Commissie merkt op dat de vermeende inbreuken, ondanks de door u genoemde kenmerken, duidelijk alleen plaatsvinden in de stad Amsterdam, waar de vermeende buitensporige prijzen, uitsluitingspraktijken en prijsdiscriminatie zich zouden voordoen. Het feit dat Europese burgers die in Amsterdam wonen en Europese investeerders die in Amsterdam actief zijn, worden getroffen, doet niet af aan deze conclusie, aangezien het zwaartepunt van de vermeende inbreuken in

10

Zaak T-5/93, Tremblay e.a./Commissie, EU:T:1995:12, punt 61; zaak T-114/92, BEMIM/Commissie, EU:T:1995:11, punt 63. 5

wezen beperkt is tot Amsterdam. Zelfs indien een potentiële impact op de interne markt zou kunnen worden vastgesteld, zou deze beperkt blijven. (32)

Hetzelfde geldt voor de relevantie van de betrokken bedragen: de Commissie trekt de omvang van de onroerendgoedmarkt van Amsterdam niet in twijfel, maar concludeert dat, om de reeds uiteengezette redenen, de geografische reikwijdte en de grensoverschrijdende effecten van de desbetreffende gedragingen beperkt zijn.

(33)

Tot slot veranderen uw beweringen betreffende inbreuken op artikel 4, lid 3, VEU en artikel 63 VWEU niets aan de beoordeling van uw klacht op grond van het mededingingsrecht van de EU zoals die in dit besluit is geformuleerd. 4.2. Reikwijdte van het vereiste onderzoek

(34)

Ten tweede zou een diepgaand onderzoek aanzienlijke middelen vereisen en waarschijnlijk niet in verhouding staan tot met name de beperkte impact, de geografische reikwijdte en grensoverschrijdende gevolgen in deze zaak.

(35)

Voor een inbreuk op artikel 102 VWEU moet eerst het bewijs worden geleverd dat de onderneming individueel of collectief een machtspositie heeft. Ten tweede moet worden aangetoond dat het gedrag een misbruik inhoudt, en ten derde dat het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig wordt beïnvloed.

(36)

Voor een dergelijk onderzoek zou een uitgebreide analyse van de relevante product- en geografische markt(en) en van het standpunt van de gemeente in dezen nodig zijn, evenals een grondige analyse van de gedetailleerde praktijken van de gemeente om na te gaan of deze buitensporige prijszetting, uitsluitingspraktijken en prijsdiscriminatie vormen. Dit vereist uitgebreide verzoeken om informatie en, op basis van de verzamelde informatie, ingewikkelde en tijdrovende economische beoordelingen die de Commissie onevenredig belastend acht gezien de beperkte impact, de geografische reikwijdte en de grensoverschrijdende effecten van de vermeende praktijken.

(37)

U stelt dat de Commissie u, om het onderzoek van de klacht te vergemakkelijken, enige richtsnoeren had moeten verstrekken over de concrete gedragingen die moeten worden onderzocht en over het benodigde concrete bewijsmateriaal.

(38)

De beslissing van de Commissie om de klacht in deze zaak af te wijzen, hangt echter niet alleen af van het ontbreken van bewijs of van het ontbreken van voldoende concrete gedragingen. Zij is tevens gestoeld op de beperkte impact, de geografische reikwijdte en de grensoverschrijdende effecten, waardoor de onderzoeksmaatregelen waarschijnlijk onevenredig zouden zijn, en op het feit dat de nationale rechterlijke instanties en de Nederlandse Mededingingsautoriteit goed geplaatst lijken om de kwestie te behandelen, zoals hieronder wordt uiteengezet. 4.3. De nationale rechtbanken en de Nederlandse Mededingingsautoriteit zijn goed geplaatst om de aan de orde gestelde kwesties te behandelen 4.3.1.

(39)

Nationale rechtbanken

De Nederlandse rechtbanken zijn goed geplaatst om de in uw klacht aan de orde gestelde kwesties te behandelen. 6

(40)

Zoals uiteengezet in de punten 12 tot en met 18 en punt 44 van de mededeling betreffende de behandeling van klachten, zou een vermeende inbreuk beter op nationaal niveau kunnen worden behandeld, indien de gevolgen van de gelaakte praktijken in wezen beperkt blijven tot het grondgebied van één lidstaat of, wat de klacht betreft, tot één stad (Amsterdam) (zie punt (28)).

(41)

De nationale rechters zijn goed geplaatst om de kwestie te behandelen, met name wanneer reeds een vordering bij hen is ingesteld. Zoals het Gerecht heeft geoordeeld, pleiten redenen van proceseconomie en van een goede rechtsbedeling er in deze omstandigheden voor dat de zaak wordt onderzocht door de rechter die reeds van verwante kwesties kennis heeft genomen.11

(42)

Zoals in de brief tot afwijzing van uw klacht is aangegeven, is het Amsterdamse erfpachtstelsel reeds meermaals voor de Nederlandse rechter aangevochten (weliswaar niet uit het oogpunt van het mededingingsrecht, voor zover de Commissie bekend is)12. Bijgevolg zouden de Nederlandse rechtbanken goed geplaatst zijn om het erfpachtstelsel ook vanuit het oogpunt van het mededingingsrecht te beoordelen.

(43)

De Nederlandse rechtbanken zijn met name goed geplaatst om bewijs van de vermeende inbreuk te verkrijgen, de nodige feitelijke informatie te verzamelen en uw rechten te beschermen.

(44)

U bent het niet eens met de conclusie van de Commissie dat de Nederlandse uitspraken die in de brief tot afwijzing van uw klacht worden genoemd, wel verband houden met het erfpachtstelsel, maar betrekking hebben op andere feiten dan die welke in uw klacht worden genoemd. Het feit dat de nationale rechtbanken het erfpachtstelsel reeds hebben beoordeeld, zij het niet vanuit het oogpunt van het mededingingsrecht, betekent echter niet dat zij dit niet meer op grond van het mededingingsrecht mogen beoordelen. De Nederlandse rechtbanken, die reeds vertrouwd zijn met het erfpachtstelsel, zijn in staat om een op het mededingingsrecht gebaseerde vordering efficiënt te onderzoeken.

(45)

De Nederlandse nationale rechtbanken kunnen artikel 102 VWEU toepassen, hebben de bevoegdheid om schadevergoeding toe te kennen voor inbreuken op artikel 102 VWEU en zijn doorgaans beter geplaatst dan de Commissie om de door u gevraagde voorlopige maatregelen te nemen. U heeft niets aangevoerd waaruit blijkt dat het Nederlandse recht geen rechtsmiddel biedt dat de nationale rechter in staat stelt uw rechten uit hoofde van het mededingingsrecht op bevredigende wijze te waarborgen. U heeft de nadruk gelegd op de hoge kosten en de lange duur van een gerechtelijke procedure, maar dat betekent niet dat uw rechten onbeschermd zouden zijn. 4.3.2.

(46)

De Nederlandse Mededingingsautoriteit

U stelt ook dat de Commissie de zaak had moeten doorverwijzen naar de Nederlandse Mededingingsautoriteit en dat zij heeft nagelaten de redenen

11

Zaak T-70/15 , Trajektna luka Split/Commissie, EU:T:2016:592, punt 49.

12

Arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 20 september 2011 (ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6895) en arrest van de Nederlandse Hoge Raad van 29 april 2016 (ECLI:NL:HR:2016:769). 7

hiervoor uiteen te zetten of de Nederlandse Mededingingsautoriteit te verzoeken de zaak te onderzoeken. (47)

Er is echter geen wettelijke bepaling die de Commissie tot een dergelijke verwijzing verplicht. Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad13 creëert een systeem van parallelle bevoegdheden waarin de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten (“NMA's”) van de lidstaten nauw samenwerken om de mededinging te beschermen. Anders dan u beweert, bestaat er echter geen verwijzingssysteem voor antitrustklachten. De Commissie en een NMA kunnen over de toewijzing van zaken overleg plegen en overeenstemming bereiken - met name wanneer een of beide autoriteiten belangstelling tonen voor de zaak, hetgeen hier niet het geval is - maar de Commissie kan een zaak niet doorverwijzen naar een NMA, laat staan een NMA opdracht geven een zaak te onderzoeken.

(48)

Niettegenstaande het bovenstaande heeft de Commissie in het kader van het European Competition Network de Nederlandse Mededingingsautoriteit van de klacht in kennis gesteld.

(49)

U stelt ook dat de Nederlandse Mededingingsautoriteit de mededingingsregels niet heeft gehandhaafd wanneer kwesties met betrekking tot het erfpachtstelsel onder haar aandacht zijn gebracht. U heeft echter informatie14 verstrekt waaruit blijkt dat de Nederlandse Mededingingsautoriteit tot de conclusie is gekomen dat de vermeende beperking ten aanzien van notarissen die deelnemen aan de overdrachtsregeling (punt (10)) in strijd kan zijn met de mededingingsregels, waardoor de gemeente ertoe zou worden aangezet de overdrachtsregeling open te stellen voor andere notarissen15.

(50)

In elk geval moet worden vastgesteld dat het besluit van een NMA om geen onderzoek in te stellen over een bepaalde aangelegenheid dat geen beoordeling van de inbreuk op de artikelen 101 en 102 VWEU bevat, niet tot gevolg kan hebben dat de Commissie wordt verplicht een onderzoek in te stellen16.

(51)

Er zij ook op gewezen dat de toetsing van besluiten van NMA’s uitsluitend een zaak is van de nationale rechtbanken en niet van de Commissie.17

(52)

Ten slotte mag de Commissie, zoals vermeld in overweging 18 van Verordening nr. 1/2003, niet worden belet een klacht wegens gebrek aan belang voor de Unie af te wijzen, ook al heeft geen enkele andere mededingingsautoriteit haar voornemen kenbaar gemaakt om de zaak te behandelen.

13

Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1).

14

Bij e-mail van 8 januari 2021 heeft u de Commissie ervan in kennis gesteld dat de Nederlandse Mededingingsautoriteit bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van de gemeente betreffende de exclusieve deelname aan de erfpachtakten van de notarissen uit de Ring Amsterdamse Notarissen. U vermeldt deze kwestie ook in uw antwoord op de brief tot afwijzing van uw klacht.

15

https://www.acm nl/nl/publicaties/meer-notarissen-mogen-erfpachtakten-amsterdam-afsluiten

16

Zaak T-355/13, easyJet Airline/Commissie, EU:T:2015:36, punt 28, en zaak T-480/15, Agria Polska e.a./Commissie, EU:T:2017:339 , punt 77.

17

Zaak T-355/13, easyJet Airline/Commissie, EU:T:2015:36, punt 20, en zaak T-70/15, Trajektna luka Split/Commissie, EU:T:2016:592, punt 34. 8

5.

CONCLUSIE

(53)

6.

Om de hierboven uiteengezette redenen en na zorgvuldig onderzoek van uw opmerkingen naar aanleiding van de brief op grond van artikel 7, lid 1, bevestigt de Commissie haar conclusie dat er onvoldoende redenen zijn om verder onderzoek te verrichten naar de vermeende inbreuken. Uw klacht wordt daarom afgewezen op grond van artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 773/2004. VOLGENDE PROCEDURELE STAPPEN 6.1. Recht van beroep

(54)

Tegen dit besluit kan overeenkomstig artikel 263 VWEU beroep tot nietigverklaring worden ingesteld bij het Gerecht van de Europese Unie. 6.2. Vertrouwelijke informatie

(55)

De Commissie kan een kopie van dit besluit toezenden aan de gemeente. Bovendien kan de Commissie besluiten dit besluit of een samenvatting daarvan op haar website openbaar te maken18.

(56)

Indien u van mening bent dat bepaalde delen van dit besluit vertrouwelijke informatie bevatten, wordt u verzocht […] hiervan in kennis te stellen (e-mail: […]) binnen twee weken na ontvangst van dit besluit, met duidelijke vermelding van de informatie die u als vertrouwelijk beschouwt. U wordt ook verzocht aan te geven waarom bepaalde informatie volgens u vertrouwelijk moet worden behandeld.

(57)

Als u niet binnen die termijn reageert, mag de Commissie ervan uitgaan dat dit besluit geen vertrouwelijke informatie bevat en op de website van de Commissie kan worden gepubliceerd of aan de gemeente kan worden toegezonden.

(58)

In de gepubliceerde versie van dit besluit kan uw identiteit op uw verzoek worden verborgen indien dit noodzakelijk is voor de bescherming van uw rechtmatige belangen. Voor de Commissie Margrethe VESTAGER Uitvoerend vicevoorzitter

18

Zie punt 150 van de mededeling van de Commissie inzake goede praktijken voor procedures op grond van de artikelen 101 en 102 VWEU (PB C 308 van 20.10.2011, blz. 6).

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11344093/1