Artikel 2.10a APV (gebruiks-herplaatsingsverbod geldautomaten) definitief .pdf
Tekst van het document
Artikel 2.10a gebruiks-/herplaatsingsverbod geldautomaten 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde een gebruiks/herplaatsingsverbod bevelen van een geldautomaat als daar een plofkraak of poging tot plofkraak op heeft plaatsgevonden. 2. De burgemeester trekt het verbod in als door de rechthebbende van de geldautomaat: a. een veiligheidsonderzoek is uitgevoerd waarin de risico’s van de geldautomaat zijn onderzocht, en b. maatregelen naar aanleiding van het veiligheidsonderzoek worden getroffen die naar het oordeel van de burgemeester voldoende zijn om het risico op een nieuwe plofkraak tegen te gaan. 3. De burgemeester draagt zorg voor het aanbrengen van een afschrift van het bevel tot het verbod tot gebruik/herplaatsing op de geldautomaat, of in de directe nabijheid daarvan. 4. De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het bevel wordt aangebracht.