AnnuleringChanoeka-concertinConcertgebouw (1)
Tekst van het document
Uw gegevens Naam E-mail Telefoonnummer Organisatie Op welke vergaderdatum wilt 12-11-2025 u een schriftelijke inbreng doen? Bij welk agendapunt wilt u een schriftelijke inbreng doen?
Ingekomen stukken
Wat is het onderwerp waarover u een schriftelijke inbreng wilt doen?
Geachte voorzitter, Geachte leden van de gemeenteraad, Hierbij verzoek ik u formeel om de bijgevoegde open brief, gericht aan de burgemeester van Amsterdam en gedateerd 7 november 2025, in behandeling te nemen en te agenderen voor bespreking in de gemeenteraad, dan wel in de desbetreffende raadscommissie. De brief betreft de annulering van het Chanoeka-concert in het Koninklijk Concertgebouw, en de daaropvolgende publieke reactie van de burgemeester. Gezien: de ongekende maatschappelijke impact hiervan, de toenemende onveiligheid die Joodse Amsterdammers in de stad ervaren, en de verantwoordelijkheid van de gemeente in het beschermen van de rechten, veiligheid en zichtbaarheid van minderheden, acht ik het noodzakelijk dat de gemeenteraad zich expliciet over deze kwestie buigt. Ik verzoek u de brief te agenderen, zodat: de Raad zich kan uitspreken over de wijze waarop het stadsbestuur hiermee is omgegaan; de positie van Joodse Amsterdammers in dit dossier met volle aandacht kan worden behandeld; zo nodig een debat of onderzoek kan worden ingesteld naar de rol van de gemeente in het kader van nationale culturele instellingen en de omgang met antisemitisme. Graag verneem ik van u in welke vergadering de brief wordt behandeld. Indien gewenst ben ik bereid mondeling toe te lichten via inspreken in de commissie- of raadsvergadering.
U kunt hier uw schriftelijke bijdrage uploaden
Halsema.25.11.07.pdf
Verzenden Afhandeling Referentienummer
0418-4455
OPEN BRIEF Mevrouw Femke Halsema Burgemeester van Amsterdam Amstel 1 1011 PN Amsterdam Amsterdam, 7 november 2025 Betreft: Reactie op uw brief van 6 november 2025 omtrent annulering Chanoekaconcert Geachte burgemeester, Met diepe zorg en niet geringe ontzetting heb ik kennisgenomen van uw brief van 6 november 2025 aan minister Amichai Chikli - een brief die, indien zij niet door een door de Kroon benoemde burgemeester was ondertekend, men zou kunnen aanzien voor het product van een departement dat zich slechts met papier bezighoudt en niet met mensen van vlees en bloed. De minister stelde een redelijke, eerlijke en hoogst terechte vraag: waarom is een Joods religieus-cultureel evenement, het Chanoeka-concert, door het Koninklijk Concertgebouw geannuleerd? Uw antwoord daarop legt een pijnlijk patroon bloot: opnieuw een weigering om de kwetsbaarheid van de Joodse gemeenschap onder ogen te zien, en een ontstellende neiging om morele verantwoordelijkheid te verhullen achter een scherm van technische en procedurele formules. Graag geef ik u hieronder mijn volledige reactie. Een ontstellende weigering om verantwoordelijkheid te erkennen U schrijft dat de gemeente “geen rol” heeft omdat de juridische en operationele verantwoordelijkheid bij het Concertgebouw zou liggen.
Maar juist hierin treft men de kern van de zaak: wanneer een nationaal cultureel instituut in uw stad - niet één, maar twee keer - besluit een Joods evenement te annuleren, uitsluitend omdat het Joods is of een Joodse artiest betreft, dan is dit geen kwestie van loketten, regels of 1 van 6
paragraafjes. Het is een morele crisis die een burgemeester niet naast zich neer kan leggen zonder haar ambt te verarmen tot ceremonieel decor. Een burgemeester die werkelijk antisemitisme bestrijdt, verschuilt zich niet in de coulissen van formele bevoegdheden wanneer Joden worden geraakt. Zij treedt naar voren, zij spreekt, zij verdedigt. In plaats daarvan is uw brief doortrokken van een defensieve terugtocht, terwijl de situatie juist vraagt om moed en morele ruggegraat. Een verbijsterend gebrek aan empathie: een moreel vacuüm In uw brief heb ik vergeefs gezocht naar één enkel teken van empathie met de Joodse Amsterdammers die door deze beslissing worden getroffen. Geen woord van medeleven. Geen erkenning van schade. Geen reflectie op de uiterst gespannen context van antisemitisme in deze stad. En dan suggereert u - aan de vooravond van de herdenking van Kristalnacht - dat de verwijzing naar de vervolging van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog “despicable” zou zijn. Dat woord valt zwaar - en het valt verkeerd. Minister Chikli verwees niet lichtvaardig naar de Holocaust. Hij verwees naar de vernietiging van 75% van de Nederlandse Joden - de hoogste moordgraad van West-Europa. Dat is geen retoriek. Dat is geschiedenis. Dat is het gas dat in de straten hangt van de stad die u nu bestuurt.
Dat u deze verwijzing acht als instrumentalisering getuigt niet van sterkte, maar van een pijnlijk gebrek aan historisch en moreel inzicht. Het verwijt van ‘druk’ en ‘intimidatie’: een morele omkering Het is hoogst ongepast dat u de zorgen van een Israëlische minister, die terecht wijst op de uitsluiting van Joden in Amsterdam, afschildert als “druk uitoefenen” of “intimidatie”. Joden hebben nooit geheerst over Amsterdam. Zij hebben geen machtspositie gehad van waaruit zij u zouden kunnen intimideren. De insinuatie dat Joodse zorgen een vorm van buitenlandse inmenging vormen, is een echo van retoriek die in Europa rampen heeft gebracht.
2 van 6
De minister riep u niet tot de orde. Hij vroeg u om rechtvaardigheid, om solidariteit met een kleine en kwetsbare gemeenschap. Uw voorstelling van zaken als buitenlandse politieke bemoeienis is niet alleen misplaatst — zij is schadelijk. Misbruik van het begrip ‘artistieke vrijheid’ als schild U schrijft dat u niet wilt treden in “artistieke vrijheid”. Maar niemand vraagt u dat. Dat is niet het strijdtoneel. Het besluit om het Chanoeka-concert te annuleren had niets te maken met kunst. Het had alles te maken met het weren van een Israëlische Joodse zanger. Wanneer een Joods religieus-cultureel evenement wordt geweigerd, is het niet slechts “misleidend” om dit onder artistieke vrijheid te scharen - het is een weigering om de werkelijkheid onder ogen te zien. Het is een politiek en moreel besluit dat uitsluitend Joden heeft getroffen. En u verschuilt zich achter een principe dat hier volstrekt irrelevant is. Procedurele schuilkelders in plaats van moreel leiderschap U schrijft dat u “geen artiesten selecteert” en “geen interne beslissingen van het Concertgebouw kunt overrulen”. Maar deze formalistische houding gaat voorbij aan uw primaire taak: het beschermen van alle Amsterdammers tegen uitsluiting, en zeker van een gemeenschap die historisch disproportioneel is vervolgd.
Een burgemeester die werkelijk optreedt tegen antisemitisme zegt: “Deze beslissing raakt de Joodse gemeenschap onevenredig hard. Ik betreur dit en zal mij inspannen herhaling te voorkomen.” Maar u zei: “Het ligt niet in mijn bevoegdheid.” Dat is geen leiderschap. Dat is bureaucratische onverschilligheid, een bestuursstijl die in tijden van morele crisis altijd op de verkeerde kant van de geschiedenis belandt. Een weigering om te benoemen wat werkelijk gebeurde Minister Chikli benoemt precies wat waar is: •
een Joods concert werd geweigerd,
•
omdat de zanger Joods en Israëlisch is,
3 van 6
•
en dat gebeurde in een stad die ooit haar eigen Joden in de steek liet met
desastreuze gevolgen. Maar uw brief behandelt dit alsof het een administratieve miscommunicatie betrof. Dat is geen misverstand — het is een ernstige vorm van morele verblinding. Conclusie: een dieptepunt in het bestuurlijk omgaan met antisemitisme Uw brief is geen verdediging van democratische waarden. Zij is geen bescherming van kunst. Zij is geen voorbeeld van bestuurlijke neutraliteit. Zij is een ontkenning van verantwoordelijkheid, gegoten in formele taal, koel van toon, afstandelijk van aard - precies de mentaliteit waarin antisemitisme in Amsterdam gedijt. De minister van Israël zei terecht: zwijgen is medeplichtigheid En uw brief bevestigt precies dat punt. Ik verzoek u dringend om uw brief te heroverwegen, uw positie te verduidelijken, en alsnog verantwoordelijkheid te nemen voor de bescherming van Joods leven in Amsterdam — niet alleen in woorden, maar in daden. En laat er geen misverstand over bestaan: na de belediging van Holocaustoverlevenden bij de opening van het Nationaal Holocaustmuseum op 10 maart 2024, de Maccabi-pogrom van 2024, de verstoring van de 7-oktoberherdenking in 2023, in een stad waar Joodse bewoners in metro en tram worden bespuugd en Joodse gezinnen niet langer durven te voet naar de synagoge te gaan, bent u die verantwoordelijkheid niet slechts verschuldigd — u bent haar moreel verplicht.
In tijden waarin de fundamenten van beschaving wankelen, wordt van leiders niet gevraagd dat zij zich verschuilen achter reglementen, maar dat zij de storm in de ogen zien en kiezen voor wat juist is. Amsterdam verdient geen burgermoeder die de vlam van het Joodse leven laat flikkeren, maar iemand die haar beschermt tegen de windstoten van haat. Want wanneer een stad weigert haar Joodse burgers te verdedigen, dan begeeft zij zich op de hellingen van een morele afgrond waaruit naties in het verleden niet zonder littekens zijn teruggekeerd.
4 van 6
5 van 6
6 van 6