Amsterdamse jongeren op de arbeidsmarkt 2022_def.pdf
Tekst van het document
Factsheet Februari 2024
Amsterdamse jongeren op de arbeidsmarkt in 2022
Deze factsheet laat zien hoe het ging met Amsterdamse jongeren op de arbeidsmarkt in 2022. Het jaar 2022 stond in het teken van herstel van de werkgelegenheid na de coronacrisis, toen relatief veel jongeren hun werk verloren in Amsterdam. In 2022 zijn veel jongeren weer aan het werk, maar veel verschillen die er voor de crisis waren blijven in stand.
Kernpunten • In 2022 had gemiddeld 73% van de jongeren (15 t/m 26 jaar) betaald werk. In 2021 was dit nog 67%. • De arbeidsparticipatie is net als voor corona het hoogst onder hbo/wo opgeleide jongeren (83%) en het laagst onder jongeren zonder startkwalificatie (60%). • De achterstand van jongeren zonder startkwalificatie is wel afgenomen doordat vooral deze groep vaker werkt. Er gingen in deze groep vooral meer jongeren naast hun opleiding werken, het gaat niet om VSV’ers. • Van de jongeren zonder startkwalificatie ging vooral de groep zonder migratieachtergrond vaker werken, waardoor het verschil in participatie tussen jongeren met (68%) en zonder migratieachtergrond (80%) wat groter werd. • De jeugdwerkloosheid nam af van 12,4% in 2021 naar 8,8% in 2022. Daarmee ligt de werkloosheid wel nog boven het niveau van voor corona (2019; 8,1%). Vergeleken met voor corona zijn er dus zowel meer jongeren aan het werk als op zoek naar werk (werkloos). • Ook het aantal jongeren met een uitkering is in 2021 en 2022 gedaald en bleef in 2023 stabiel op een laag niveau. In juli 2023 hadden 690 jongeren een ww-uitkering en 1.730 jongeren een bijstandsuitkering.
Percentage jongeren met betaald werk stijgt van 67% naar 73% in 2022 Van de 154.000 Amsterdamse jongeren van 15 t/m 26 jaar had in 2022 73% betaald werk. In 2021 was dit nog 67%. De zogeheten netto arbeidsparticipatie ging daarmee van het laagste niveau in jaren naar het hoogste niveau in jaren. In 2022 lag de arbeidsparticipatie van jongeren boven het niveau van voor corona (2019; 70%).
Netto arbeidsparticipatie 15-26 jarigen, G4 steden en NL 90 80 70
67
73
74
77 71 66
69
74 62
67
60 50
Landelijk steeg de participatie van jongeren naar 77%. In de vier grote steden ligt deze doorgaans lager. Vergeleken met landelijk en de andere G4 steden verloren jongeren in Amsterdam relatief vaak hun werk tijdens corona doordat hier veel jongeren werken in getroffen sectoren als de horeca en toerisme. Na corona (tussen 2021 en 2022) zien we ook weer een relatief sterk herstel in Amsterdam.
40 30 20
10 0
% Amsterdam Nederland Rotterdam 2021
Utrecht 2022
Den Haag
Jongeren zonder startkwalificatie vaker aan het werk Vooral jongeren zonder startkwalificatie (max. een vmbo of mb0 1 diploma) zijn vaker aan het werk dan tijdens én voor corona. De arbeidsparticipatie van deze jongeren ligt in 2022 op 60%, in 2019 was dit nog 53%. De toename betreft vooral jongeren die naast hun opleiding aan het werk zijn gegaan. Tussen de 80%-90% van deze groep gaat naar school. Daarnaast gingen in deze groep vooral jongeren zonder migratieachtergrond vaker aan het werk. Hierdoor is het verschil in participatie tussen jongeren met en zonder migratieachtergrond groter dan voor corona. In 2022 heeft 80% van de jongeren zonder migratieachtergrond werk, tegenover 67% van de jongeren met migratieachtergrond. Onder jongeren met een Marokkaanse (64%), Nederlands-Caribische (64%) en Turkse achtergrond is de participatie het laagst. Dat vooral schoolgaande jongeren vaker aan het werk gingen zien we ook terug in de relatief sterk toegenomen participatie van 1522 jarigen.
Netto arbeidsparticipatie Amsterdamse 15-26 jarigen vrouwen
72
mannen
2019 (precovid)
74
15-22
65
23-26
82
max. vmbo/mbo 1
2021 (covid)
60
havo/vwo, mbo 2 t/m 4
72
hbo/wo
83
migr. achtergrond
67
2022 (post80 covid)
geen migr. achtergrond
totaal 15-26
%
73 40
50
60
70
80
90
100
Detailhandel, horeca en uitzendbureaus blijven belangrijkste sectoren Eind 2022 hadden 93.000 Amsterdamse jongeren een baan als werknemer. Hoewel er de afgelopen jaren veel schommelingen plaatsvonden, zijn de belangrijkste sectoren voor jongeren in 2022 dezelfde als voor corona (2019). De meeste jongeren werken nog steeds in de groot- en detailhandel (w.v. 83% detailhandel), de horeca (w.v. 85% eet- en drinkgelegenheden) en de zakelijke dienstverlening (w.v. 82% uitzendbureaus). Het aantal jongeren met werk in de horeca is vergeleken met 2019 toegenomen. Ook het aantal jongeren met een baan in een van de sectoren die na de grote drie het belangrijkst zijn nam toe. Als we kijken naar subsectoren (SBI-2 digit) dan groeide het aantal jonge werknemers het hardst in eet- en drink-gelegenheden (+1.290), onderwijs (900), IT (+520), holdings (+520), sport en recreatie (+360) en verpleging met overnachting (+300).
Jongeren met baan als werknemer per sector, 2019-2022 Groot- en detailhandel 20.890 Horeca 15.810 Zakelijke dienstverlening
15.280 Advisering en onderzoek 9.760 Zorg 7.870 Informatie en communicatie 5.460 Onderwijs 3.940 Cultuur, sport en recreatie 3.060 0 december '19
december '20
10.000
20.000
december '21
30.000
december '22
Jeugdwerkloosheid daalt van 12,4% naar 8,8% In 2022 waren gemiddeld 10.800 jongeren werkloos. Zij hadden geen betaald werk, waren daar wel naar op zoek en konden binnen twee weken beginnen. Het werkloosheidspercentage lag op 8,8%. Dat is veel lager dan in 2021 (12,4%). In tegenstelling tot de arbeidsparticipatie ligt de werkloosheid wel nog boven het niveau van voor corona (2019; 8,1%). Dit betekent dat er zowel meer jongeren aan het werk zijn als op zoek naar werk (werkloos). Het aandeel jongeren dat kan en wil meedoen op de arbeidsmarkt neemt dus toe. Onder schoolgaande jongeren ligt de werkloosheid op 11%, tegenover 6% onder niet-schoolgaande jongeren. De verschillen tussen de stadsdelen zijn wat groter dan in 2019. In West en Nieuw-West steeg de werkloosheid relatief sterk ten opzichte van 2019. Vooral in Centrum nam deze af. Naar schatting gaat het in 2022 ongeveer om de volgende aantallen werkloze jongeren per stadsdeel: Centrum 500; West 1.600; Nieuw-West 2.100; Zuid 1.000; Oost 2.000; Noord 1.400; Zuidoost 2.000.
Jeugdwerkloosheid per stadsdeel, 2019
Ontwikkeling jeugdwerkloosheid, 2019-2022 vrouwen
8
mannen
2019 (precovid)
10
15-22 jaar
11
23-26 jaar
6
max. vmbo/mbo 1
12
havo/vwo, mbo-2 t/m 4
10
hbo/wo
2021 (covid)
6
schoolgaand
11
niet schoolgaand
6
migr. achtergrond
2022 (postcovid)
10
geen migr. achtergrond
7
totaal 15-26
%
9 0
5
10
Jeugdwerkloosheid per stadsdeel, 2022
15
20
25
Zowel schoolgaande als niet-schoolgaande jongeren hebben vaker werk In arbeidsmarktonderzoek wordt de bevolking vaak onderverdeeld in de beroepsbevolking (werkenden en werkzoekenden) en de niet-beroepsbevolking (niet werkend of werkzoekend). Voor jongeren is het ook belangrijk om mee te nemen of ze een opleiding volgen. Een precies beeld hiervan ontstaat als we alle jongeren indelen in zes groepen op basis van het volgen van opleiding, werk en werk zoeken.
Figuur 1 hieronder laat de absolute omvang van deze groepen zien. In figuur 2 (linksonder) zien we dat er in 2022 onder al deze groepen een verschuiving was naar het hebben van werk. De groep jongeren die in opleiding is en daarnaast werkt werd groter (blauw), terwijl de groep schoolgaande werkzoekende jongeren kleiner werd (geel), net als de groep die alleen in opleiding is en daarnaast niet werkt (lichtblauw). Onder niet-schoolgaande jongeren werd de groep werkzoekenden (oranje) en de groep die niet werkt of werkzoekend is (rood) kleiner. Hierdoor werd de groep niet-schoolgaande werkenden (donkerblauw) absoluut gezien groter, al bleef deze verhoudingsgewijs even groot omdat er meer schoolgaande jonge werkenden bij kwamen. 1. Amsterdamse jongeren naar voornaamste activiteit (15-26 jaar), 2022 en ontwikkeling t.o.v. 2021
alle Amsterdamse jongeren 154.900 +12.800 niet-beroepsbevolking
beroepsbevolking 123.300 +12.500
31.600 -1.700
werkzaam
werkzoekend
niet werkzaam,
112.500 +25.400
10.800 -2.900
niet werkzoekend
In opleiding en aan het werk
Aan het werk en niet in opleiding
Werkzoekend en in opleiding
Werkzoekend en niet in opleiding
66.100
46.400
7.900
2.900
+10.100
+5.200
-1.000
-1.900
niet in opleiding en niet werkend/werkzoekend
In opleiding 26.200
5.400
+900
-2.700
Minder inactieve jongeren, groep nog het grootst in West en Nieuw-West In alle stadsdelen nam het aandeel inactieve jongeren (rood) af in 2022, maar net als in 2021 is dit aandeel nog relatief groot in West (5%; 8% in 2021) en Nieuw-West (5%; 7% in 2021). In Noord daalde het aandeel inactieve jongeren relatief snel (van 7% naar 4%). In Noord (70%), Oost (67%), Nieuw-West (67%) en Zuidoost (66%) wonen de meeste schoolgaande jongeren (gemiddeld 65%). In deze stadsdelen is de groep schoolgaande werkzoekenden (geel) ook relatief groot. In Zuidoost is de groep het grootst (8%), gevolgd door Nieuw-West en Noord (6%). In West wonen relatief weinig schoolgaande jongeren (60%), maar de groep schoolgaande werkzoekenden is hier verhoudingsgewijs vrij groot (5%). Slechts 2% van alle jongeren is niet-schoolgaand en werkzoekend (oranje). Dit percentage is iets hoger in Zuid (3%), waar ook relatief veel jongeren niet schoolgaand zijn. 3. Per stadsdeel, 2022
2. Amsterdamse jongeren in zes groepen 100 90 80
23 4 29
70
5 3 6
6 3 6
100
4 2 5
80 29
29
29
60
50
50 42
40
39
40
43
30
30
20
20
10 0
20 2019
18 2020
18 2021
17 2022
10
%
0
2 23
31 5
4 2 6
21 8
33
28
24
30
46
44
43
15
18
21
16
West Nieuw-West Zuid
Oost
Noord
Zuidoost
5 2 5
5 2 6
33
25
34
70
60
40
2 0 4
90
40 48
40
12
15
Centrum
22
42
%
Aantal jongeren met een uitkering stabiel in 2023 Over het gebruik van uitkeringen zijn recentere cijfers beschikbaar over arbeidsparticipatie en werkloosheid. Om een zo volledig mogelijk beeld te geven worden de cijfers over uitkeringen weer gegeven tot en met juli 2023.
Met de sterke groei van het aantal werkende jongeren nam in 2022 ook het aantal jongeren met een uitkering sterk af. In 2023 bleef dit redelijk stabiel.
In juli 2023 hadden 690 jongeren een WWuitkering en 1.730 een bijstandsuitkering. Het aantal jongeren met een WW-uitkering is hiermee op het niveau voor corona (2019). Het aantal jongeren in de bijstand zette na corona de dalende trend voort die in 2019 was gestart, maar deze daling is in 2023 voorlopig gestopt. Wel is de gemiddelde instroom in de bijstand per maand in 2023 (70 jongeren) kleiner dan in 2019 (110 jongeren). Dit geldt ook voor de uitstroom: gemiddeld 60 jongeren per maand in 2023 en 121 jongeren per maand in 2019.
Aantal jongeren met een WW-/bijstandsuitkering, 2019-juli 2023 3500 3000 2500 2000 1500 1000 500 0 2019
De doorstroom vanuit de WW naar de bijstand is zeer beperkt.
2020
2021
2022
Bijstand
WW
2023
62% van de jongeren in de bijstand heeft geen startkwalificatie Wanneer we kijken naar jongeren met verschillende opleidingsniveaus zien we dat de samenstelling van de bijstandspopulatie stabiel is gebleven over de afgelopen jaren.
Jongeren met een bijstandsuitkering naar opleidingsniveau, 2019-juli 2023
Het grootste deel van de jongeren in de bijstand heeft geen startkwalificatie (62% in juli 2023).
60
Gedurende de coronapandemie nam het aandeel hbo/wo opgeleide jongeren met een bijstandsuitkering toe tot 8% in de zomer van 2020, om vervolgens weer te dalen tot 4% in 2023.
40
70
50
30 20 10 0 2019
2020
max. vmbo/mbo-1
2021
2022 havo/vwo, mbo2-4
2023 hbo/wo
In stadsdeel Noord het hoogste aandeel jongeren met bijstand In de stadsdelen Noord, Nieuw-West en West wonen relatief gezien de meeste jongeren met een bijstandsuitkering. In Noord gaat het om meer dan 2% van de jongeren, terwijl dit gemiddeld voor de stad 1,3% is.
Aandeel jongeren met bijstandsuitkering per gebied, juli 2023
Vergeleken met voor de coronapandemie is vooral in West het aandeel jongeren met een bijstandsuitkering toegenomen. Hier nam tijdens corona het aantal jongeren in de bijstand sterk toe en is het sindsdien minder sterk afgenomen.
In Nieuw-West wonen de meeste jongeren met een bijstandsuitkering In grote lijnen wonen in de gebieden waar relatief de meeste jongeren met een bijstandsuitkering wonen ook in absolute zin de meeste jongeren met een bijstandsuitkering.
Aantal jongeren met bijstandsuitkering per gebied, juli 2023
In Nieuw-West wonen de meeste jongeren met een bijstandsuitkering. Dit hangt vooral samen met het aantal jongeren dat hier woont. OudWest, de Baarsjes valt hoog uit doordat daken thuislozen hier geregistreerd staan op een postadres.
Colofon In opdracht van
Onderzoek & Statistiek
Werk, Participatie en Inkomen
Weesperstraat 113
1018 VN Amsterdam Auteurs Sjors Verhaar Feiko de Grip
onderzoek.amsterdam.nl T: 020 251 0333 6