CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 10 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026 (VN2025-011570)5.170 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026

Juli 2025

2

Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026

Introductie Met een kwalitatief goed voorschools aanbod willen we alle Amsterdamse peuters optimale ontwikkelkansen bieden. Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo, met eigen talenten en behoeftes. Voorschools aanbod stimuleert deze ontwikkeling van peuters, in de omgeving waar zij opgroeien. Daarnaast draagt het bij aan een goede start op de basisschool. Aanvullend op de wettelijke eisen die het Rijk stelt aan voorschoolse educatie (zie bijlage I), stelt de gemeente Amsterdam extra voorwaarden ter verbetering van de kwaliteit van het voorschools aanbod in onze stad. Deze voorwaarden zijn opgenomen in de Amsterdamse standaard voor voorschools aanbod in hoofdstuk 1. Samen met de voorschoolaanbieders heeft de gemeente Amsterdam een gedeelde ambitie op goed kwalitatief voorschools aanbod in Amsterdam. Dit is vertaald in 12 bouwstenen die concreet maken wat goede kwaliteit in de praktijk betekent. De bouwstenen zijn te vinden in hoofdstuk 2. De Amsterdamse standaard voor voorschools aanbod (hoofdstuk 1) en de bouwstenen voor kwaliteit in de praktijk (hoofdstuk 2) vormen samen het Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026. De gemeente is continu in gesprek met kinderopvangorganisaties over de kwaliteit van het Amsterdamse voorschools aanbod. Dit profiel vormt hiervoor een leidraad.

Ook vormt het de basis voor het waarderingskader dat wordt gebruikt door de inspectie kinderopvang (GGD) om te toetsen of deze kwaliteitsstandaard ook wordt bereikt.

Totstandkoming van het Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026 Het Amsterdams profiel voorschools aanbod (voorheen: Amsterdams Profiel Jonge Kindvoorziening) is in 2015-2016 ontwikkeld tijdens een reeks werksessies met verschillende betrokkenen. Hierbij waren aanbieders van voorschoolse educatie, deskundigen van onder andere de iPABO en het ROC Amsterdam, trainers van de basistraining voorschoolse educatie, en beleidsadviseurs en toezichthouders van de gemeente Amsterdam betrokken. In september 2023 is op basis van inhoudelijke gesprekken met aanbieders en specialisten uit het veld een aangescherpte versie opgesteld. De drie oorspronkelijke bouwstenen (organisatie-, groeps- en individueel niveau) zijn geïntegreerd in één geheel. In 2025 hebben we het profiel in een nieuw jasje gestoken en wordt het formeel het gemeentelijke beleidskader voor kwalitatief voorschools aanbod in Amsterdam vanaf 2026.

3

Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026

Inhoud Hoofdstuk 1 Amsterdamse standaard voor voorschools aanbod

4

Hoofdstuk 2 De bouwstenen

6

1 Visie en basishouding 2 Taalniveau professional en kennis over taalontwikkeling 3 Continuïteit, stabiliteit en groepsmanagement 4 Aanpak en educatief aanbod 5 Rijke speelleeromgeving inclusief buitenruimte 6 Kindvolgsysteem 7 Ambulante ondersteuningsstructuur 8 Leven lang ontwikkelen 9 Ouderbetrokkenheid en thuisbetrokkenheid 10 Doorgaande lijn 11 Diversiteit en inclusie 12 Gezond eten en bewegen

7 8 9 10 11 12 13 14 15 17 18 19

Bijlage I wettelijke eisen Rijk voorschoolse educatie

20

4

Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026

Hoofdstuk 1 Amsterdamse standaard voor voorschools aanbod Aanbod Iedere voorschoolgroep biedt elk jaar minimaal 640 uur per jaar voorschools aanbod. Dit betekent dat kinderen minstens 16 uur per week naar de voorschool kunnen. Locaties die meer dan 40 weken per jaar open zijn, kunnen het aantal uren voorschools aanbod over het jaar verdelen.

Vve-programma en goede kwaliteit personeel Alle Amsterdamse voorscholen werken met een vve-programma dat is opgenomen in de lijst van erkend effectieve interventies van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Om goed aan te kunnen sluiten bij de ontwikkelingen in de stad, is in opdracht van de gemeente Amsterdam de ‘Basistraining voor- en vroegschoolse educatie’ ontwikkeld. Het doel van de training is pedagogisch medewerkers kennis en vaardigheden aan te reiken zodat zij peuters optimale ontwikkelkansen kunnen bieden in de omgeving waar zij opgroeien en kunnen voorbereiden op ‑de basisschool. Om het voorschools aanbod goed neer te zetten, is het belangrijk dat pedagogisch medewerkers minimaal startbekwaam zijn. We bedoelen hiermee dat de vaste medewerkers de Amsterdamse basistraining voor voorschoolse educatie hebben afgerond of dat ze een volledig programmacertificaat hebben van een door het NJi erkend programma voor voorschoolse educatie. Een pedagogisch medewerker die in opleiding is bij een van bovengenoemde trainingen mag al ingezet worden naast een minimaal startbekwame pedagogisch medewerker. Ook dient iedere pedagogisch medewerker op de voorschool aanvullend op de wettelijke taaleisen te beschikken over het niveau B1/F2 voor schriftelijke taalvaardigheid.

De coach voorschoolse educatie (ve-coach) ziet erop toe dat de pedagogisch medewerkers het voorschool programma op een vakkundige manier uitvoeren. Deze heeft hiervoor, aanvullend op de wettelijke voorwaarden, een coachingopleiding bij het ABC gevolgd. De ve-coach kan de werkzaamheden als ‘meewerkend coach’ doen waarbij de coach zelf een pedagogisch medewerker is die de aanvullende taak heeft de kwaliteit in de eigen groep te waarborgen. De inzet van de boventallige coach wordt berekend op basis van het aantal kinderen met een voorschooladvies per locatie: 10 uur per kind met een advies, maar minimaal 80 uur per jaar.

5

Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026

Samenwerking met onderwijs Voorschools aanbod heeft als doel dat peuters een goede start maken op de basisschool. Een sterke samenwerking tussen de voorschool en de basisschool draagt bij aan het vergemakkelijken van de overstap. Voorscholen en vroegscholen1 in de buurt stemmen het pedagogisch klimaat en het educatief handelen zichtbaar op elkaar af. Een belangrijke schakel in het versterken van het contact tussen de voorschool en de vroegschool zijn de meewerkend coach en de vve-coördinator, eventueel aangevuld met de combinatiefunctionaris. Dit is een medewerker die werkt in de voorschool én in groep 1 en 2 van de basisschool en daarmee helpt bij het creëren van een doorgaande lijn naar het basisonderwijs.

Extra ondersteuningsbehoefte Een belangrijk uitgangspunt is dat alle peuters, in de buurt waar ze wonen, optimale ontwikkelkansen krijgen. Dit betekent dat een peuter in de eigen buurt voorschools aanbod krijgt. Om aan te kunnen sluiten bij extra ondersteuningsbehoefte van kinderen, investeert de voorschool in de zorgstructuur, bijvoorbeeld door medewerkers te trainen op het gebied van zorg en (boventallige) inzet van een coach of zorgcoördinator. Daarnaast brengen we expertise naar de groep waar het kind zit, bijvoorbeeld door begeleiding en inzet van externe deskundigen. Sommige peuters hebben te maken met een (ernstige) ontwikkelachterstand. Deze kinderen kunnen met een verwijzing van het Ouder- en Kind Team (OKT) een aangepast ontwikkelaanbod volgen bij een kinderopvangzorggroep in de buurt. Een pedagogisch medewerker van de kinderopvang draait samen met een medewerker vanuit de aanvullende jeugdhulp de groep. Ook is er een nauwe samenwerking met het OKT en de Jeugdgezondheidszorg en speciale aandacht voor ouder- en thuisbetrokkenheid.

1 Kleutergroepen op de basisschool

6

Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026

Hoofdstuk 2 De bouwstenen De bouwstenen die zorgen voor een stevige kwaliteit van voorschools aanbod zijn: 1. Visie en basishouding 2. Taalniveau professional en kennis over taalontwikkeling 3. Continuïteit, stabiliteit en groepsmanagement 4. Aanpak en educatief aanbod 5. Rijke speelleeromgeving inclusief buitenruimte 6. Kindvolgsysteem 7. Ambulante ondersteuningsstructuur 8. Leven lang ontwikkelen 9. Ouderbetrokkenheid en thuisbetrokkenheid 10. Doorgaande lijn 11. Diversiteit en inclusie 12. Gezond eten en bewegen De gemeente vertrouwt op de professionaliteit van organisaties om de inhoud naar eigen visie in te vullen. Alle bouwstenen uit het profiel moeten aanwezig zijn, maar de organisatie kan zelf bepalen hoe en eventueel bouwstenen toevoegen. Dit vraagt om eigenaarschap en inhoudelijke aansturing binnen organisaties. Per bouwsteen wordt aangegeven hoe hier invulling aan kan worden gegeven op organisatie-, groeps- en individueel niveau.

7

Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026

Bouwsteen 1

Visie en basishouding

Organisatie Van de organisatie wordt verwacht dat zij een visie hebben op de ontwikkeling en opvoeding van jonge kinderen. Deze visie wordt zichtbaar uitgedragen door de professionals in hun basishouding naar kinderen en ouders. De visie is opgenomen in het beleid van de organisatie. Ook is beschreven hoe de visie aansluit op het gebruikte vve-programma. Het beleid wordt periodiek geëvalueerd en geactualiseerd.

Groep Vanuit de opgestelde visie volgt een basishouding van professionals die ertoe leidt dat ieder kind zich optimaal kan ontwikkelen. Een voorwaarde voor het overgaan tot ontwikkelingsstimulering is een emotioneel veilig klimaat. Dit wordt onder andere gecreëerd door continuïteit en stabiliteit, maar ook door pedagogisch handelen af te stemmen op de kinderen. Op de groep komen diverse kinderen vanuit diverse achtergronden en met verschillende (zorg)behoeften elkaar tegen. Zij spelen met elkaar en leren van elkaar. De professionals faciliteren de interactie tussen de kinderen wat leidt tot het bevorderen van de groepscohesie.

Individueel Iedere professional op de groep beschikt over een basishouding waarin sensitieve responsiviteit, een open houding, het stimuleren van positieve relaties tussen de kinderen en zorgen dat ieder kind zich gezien voelt centraal staan. Deze basishouding laat de professional gedurende de hele dag zien, dus ook buiten de gerichte voorschoolactiviteiten. De sensitieve responsiviteit draagt bij aan een veilige omgeving waar zowel kinderen als ouders zich welkom voelen. De professional zorgt dat het kind zich gezien voelt door nieuwsgierig te zijn naar de inbreng van de kinderen. Ook speelt de professional in op de initiatieven van het kind door goed te observeren. De professional ziet waar een kind op betrokken is en waar diens interesse naar uitgaat, welk ontwikkelingsniveau en leerstijl het kind heeft en hoe de relatie met andere kinderen is. De professional stemt het handelen af op de signalen van het kind door non-verbale signalen te herkennen. De professional neemt de tijd om te verwoorden waar het kind mee bezig is en geeft, indien van toepassing, uitleg.

8

Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026

Bouwsteen 2

Taalniveau professional en kennis over taalontwikkeling

Organisatie De organisaties waarborgen dat de professionals die worden ingezet op de groep in het bezit zijn van het vereiste taalniveau. Dit kan aantoonbaar worden gemaakt door een taalcertificaat of beroepskwalificatie. De organisatie zorgt ervoor dat professionals over voldoende kennis beschikken van de taalontwikkeling bij jonge kinderen, bijvoorbeeld door coaching.

Groep Op de groep is de speelleeromgeving talig en uitdagend ingericht. Dat wil zeggen dat deze ruimte biedt voor betekenisvolle interacties tussen kinderen onderling.

Individueel De professional heeft kennis over de taalontwikkeling van het jonge kind. De professional zet deze kennis in bij activiteiten en bij het bieden van een talige omgeving. Tevens heeft de professional kennis over de wijze waarop het jonge kind een tweede taal verwerft. Ook kan de professional verschillende didactische vaardigheden en technieken inzetten om effectief woorden aan te leren en met woorden te werken tijdens verschillende (spel)situaties. De professional zorgt voor een interessant aanbod op de groep. Er worden doelgerichte activiteiten aangeboden met betrekking tot de taalontwikkeling, zoals taal-denkgesprekken, interactief voorlezen en woordenschatverwerving.

9

Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026

Bouwsteen 3

Continuïteit, stabiliteit en groepsmanagement

Organisatie De organisatie voert een personeelsbeleid gericht op kwaliteit en continuïteit. Bij de inzet van tijdelijk personeel zorgt de organisatie ervoor dat zij werken volgens de visie van de organisatie.

Groep Jonge kinderen hebben baat bij continuïteit en stabiliteit. Een vaste groep van leeftijdsgenoten bevordert bijvoorbeeld de kwaliteit van interactie tussen kinderen onderling. Op de groep wordt gestreefd naar vaste (stam)groepen, bekende gezichten, het inzetten van vaste professionals en een vast dagritme. De locatie draagt zorg voor zoveel mogelijk stabiliteit en beperkt wisselingen in de samenstelling van de groep waar mogelijk.

Individueel De professional zorgt voor een herkenbaar dagritme en betrekt kinderen bij het maken van afspraken en regels. De professional zet hiertoe efficiënt groepsmanagement in wat zichtbaar is in de dagelijkse organisatie. De professional werkt effectief samen met collega’s. Er worden afspraken gemaakt over de samenwerking en taakverdeling waar de professional zich aan houdt. Deze afspraken worden geëvalueerd en indien nodig bijgesteld. De professional organiseert het groepsmanagement zo dat er ruimte is voor vrij, begeleid en geleid spel. Zowel zelfstandig als in kleine groepen kinderen.

10

Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026

Bouwsteen 4

Aanpak en educatief aanbod

Organisatie De organisatie heeft een visie gericht op ontwikkelingsgericht werken.

Groep Op de groep wordt gewerkt aan de brede ontwikkeling van het kind. Dit gebeurt vanuit een holistische kijk op de ontwikkeling van het jonge kind. Bij de aanpak op de brede ontwikkeling zijn in ieder geval de vier ontwikkeldomeinen zoals beschreven door SLO (taal, rekenen, sociaalemotioneel en motorisch) specifiek te herkennen. Op de groep is het aanbod op maat (passend) en wordt rekening gehouden met kinderen die zich anders of minder ontwikkelen. Dit betekent dat de professionals beschrijven wat zij met de groep en de individuele kinderen willen bereiken en hoe zij aan deze doelen gaan werken. Dat wordt vertaald naar een dag-/weekplanning en jaarplanning. De behoeften van de kinderen staan centraal en daarom kan worden afgeweken van de planning indien wenselijk. De professionals hebben zicht op de brede ontwikkeling van de kinderen en handelen bewust om het kind een stap verder te brengen in de ontwikkeling. Er is een goede mix van vrij, begeleid en geleid spel zichtbaar op de groep. De cyclus van opbrengstgericht werken (OGW) biedt de medewerkers reflectie op hun aanpak en aanbod.

Individueel De professional heeft kennis van de ontwikkeling van het jonge kind op alle ontwikkeldomeinen. Kinderen ontwikkelen zich spelenderwijs. Kinderen krijgen van de professional ruimte om alleen en met elkaar te spelen. Door goed te observeren herkent de professional in welk stadium van de ontwikkeling het kind zit. Hier wordt op ingespeeld door beredeneerde keuzes te maken en deze ook over te brengen naar collega’s en ouders. De professional biedt activiteiten die aansluiten bij de ontwikkeling, interesse en leerstijl van het jonge kind. Ook wordt rekening gehouden met de begeleiding die het kind nodig heeft om te komen tot de volgende stap in de ontwikkeling. De professional kan kinderen van verschillende niveaus, op bijvoorbeeld het gebied van taal, aan elkaar koppelen met als doel ontwikkelingsstimulering binnen de ‘kleine groep’. De professional zorgt voor een interessant aanbod op de groep door kansen te grijpen en te creëren. Hierbij worden de fasen van de cyclus van opbrengstgericht werken (OGW) toegepast en overlegt met collega’s.

11

Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026

Bouwsteen 5

Rijke speelleeromgeving inclusief buitenruimte

Organisatie Organisaties vertalen hun visie op de ontwikkeling van het jonge kind naar een rijke speelleeromgeving. Daarnaast dragen de organisaties de verantwoordelijkheid voor het faciliteren van de rijke speelleeromgeving, zoals het beschikbaar stellen van ruimten die voldoen en het faciliteren van voldoende materialen. Hieronder valt ook de inrichting van de buitenruimte.

Groep In de binnen- en buitenruimte is een rijke speelleeromgeving voor jonge kinderen waar alle ontwikkelingsgebieden aan bod kunnen komen. De speelleeromgeving is zowel taalrijk als divers. Materialen uit de buitenwereld worden naar binnen gehaald. Tevens is er ruimte voor bewegingsactiviteiten. De ruimte is zo ingericht dat kinderen zich zoveel mogelijk zelfstandig kunnen bewegen en hun gang kunnen gaan. Er is sprake van een balans tussen uitdaging en veiligheid. De binnenruimte beschikt over verschillende speel-/leerhoeken, zoals een huishoek, lees of een themahoek. De inrichting nodigt uit tot spel en is ondersteunend aan het thema gericht werken. De buitenruimte biedt ook volop kansen om te ontwikkelen, waarbij rekening wordt gehouden met verschillende ontwikkelingsfasen en interesses van kinderen.

Individueel De professional biedt kinderen een rijke speelleeromgeving waar zij, zowel binnen als buiten, zoveel mogelijk zelfstandig kunnen ontdekken en spelen. De omgeving is zo ingericht dat deze tegemoe komt aan verschillende interesses en ontwikkelingsstadia en bijdraagt aan de brede ontwikkeling van kinderen. De speelleeromgeving wordt ingericht met een variatie aan hoeken/ plekken waar kinderen verschillende typen spel kunnen spelen. In deze hoeken/plekken zijn diverse materialen die het spel en de taal van het kind ondersteunen en stimuleren.

12

Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026

Bouwsteen 6

Kindvolgsysteem

Organisatie Organisaties besluiten met welk kindvolgsysteem wordt gewerkt. Ook dragen de organisaties er zorg voor dat de professionals over voldoende kennis van het kindvolgsysteem beschikken op groepsniveau.

Groep Kinderen worden gevolgd aan de hand van het kindvolgsysteem dat door de organisatie is gekozen. Voor het gebruiken van het kindvolgsysteem zijn voorzieningen aanwezig op de locatie, bijvoorbeeld een laptop/ computer/tablet. Aan iedere groep is een sleutelfiguur gekoppeld die beschikt over expertise van het kindvolgsysteem. De overige professionals op de groep beschikken over de kennis en vaardigheid voor het uitvoeren van een observatie. Het kindvolgsysteem brengt de brede ontwikkeling in beeld en biedt de basis voor een beredeneerd aanbod. Minimaal 2x per jaar dient de ontwikkeling van een kind in beeld gebracht te worden met een registratie of rapportage. Op basis van de observaties in het kindvolgsysteem worden ouders geïnformeerd over hoe het kind zich binnen de voorziening ontwikkelt.

Individueel De professional kan werken met het gebruikte kindvolgsysteem en kan op basis van observaties dit kindvolgsysteem gebruiken met als doel een passend aanbod voor ieder kind te maken. De professional kan een observatie uitvoeren op de vier ontwikkeldomeinen zoals beschreven door SLO (taal, rekenen, sociaal-emotioneel en motorisch). De professional kan doelen en een plan van aanpak formuleren voor de hele groep en voor kleine groepen kinderen.

13

Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026

Bouwsteen 7

Ambulante ondersteuningsstructuur

Organisatie De organisaties dragen zorg voor een zorgstructuur als een kind extra ondersteuning nodig heeft. Deze concrete zorgstructuur sluit aan op de algemene zorgstructuur die beschikbaar is in de wijk of stad, zoals het Ouder- en Kindteam (OKT). Hierbij is het duidelijk welke stappen gezet kunnen worden en wanneer externe organisaties worden ingeschakeld. Organisaties faciliteren de samenwerking tussen hun locaties en partners uit de buurt waaronder wijkteams. Op deze wijze ontstaat er aansluiting tussen de verschillende leefdomeinen waarin kinderen opgroeien. De wijze waarop organisaties de structuur vormgeven kan verschillen. Het resultaat dient te zijn dat de professional zich, bij het vormgeven van de extra ondersteuning voor het kind, gesteund voelt. De organisatie draagt zorg voor scholing en training op het gebied van zorg zoals ‘Kinderen die opvallen’, gespreksvoering met ouders en de diverse vervolgtrainingen. Ook scholen zij de professionals met regelmaat in het gebruik van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.

Groep De locatie beschikt over een netwerk in de buurt. Er is bijvoorbeeld afstemming met de Ouder- en Kindadviseur (OKA) en jeugdverpleeg­ kundige. Voor kinderen met specifieke behoeften en/of zorg wordt waar mogelijk samengewerkt met externe professionals, zoals een logopedist of fysiotherapeut. Dit wordt zoveel mogelijk gedaan in samenspraak met ouders.

Individueel De professional kent het normale verloop van de ontwikkeling van jonge kinderen en signaleert wanneer het kind extra ondersteuning nodig heeft. Daarbij kijkt de professional naar de brede context waarin het kind opgroeit. Wanneer het kind meer ontwikkelondersteuning nodig heeft dan de organisatie zelf kan bieden, kan een deskundige meekijken. De professional is in staat de ondersteuningsbehoefte van het kind met ouders te bespreken op basis van feitelijke waarnemingen en ontvangt hierin begeleiding en scholing vanuit de organisatie. Vervolgens weet de professional de ondersteuning zo te regelen dat het kind zich zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen. Dit kan binnen of buiten de eigen organisatie. Hierbij kan de professional gebruik maken van de ‘menukaart zorg’. De professional kent de mogelijke signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Ook weet de professional welke stappen genomen moeten worden bij het vermoeden van kindermishandeling of huiselijk geweld. Hierbij kan de professional gebruik maken van de sociale kaart of de meldcode volgen. De professional kan de ouders benaderen als expert van hun kind.

14

Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026

Bouwsteen 8

Leven lang ontwikkelen

Organisatie Binnen de organisatie is sprake van een lerende cultuur. Er is aandacht voor het stimuleren van de ontwikkeling van de professionals en ook de organisatie zelf ontwikkelt zich voortdurend. De organisatie is op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in het vakgebied en vertaalt dit naar beleid, speelleeromgeving, et cetera. Professionals op de groep worden in staat gesteld om kwaliteit te kunnen bieden. Hiervoor draagt de organisatie zorg voor voldoende bij- en nascholing en coaching. Dit geldt ook voor tijdelijke professionals. Onderdelen van een lerende cultuur zijn enerzijds het uitvoeren van zelfevaluaties en anderzijds het scholen en begeleiden van professionals. Organisaties hebben een visie op de inzet van de pedagogisch beleids­ medewerker/ve-coach (voorschoolse educatie). Jaarlijks wordt een opleidingsplan vastgesteld waarin staat op welke wijze de kennis en vaardigheden van de professionals worden gestimuleerd (wettelijke eis). De organisatie neemt geen genoegen met enkel startbekwame medewerkers maar streeft ernaar de vaste medewerkers door te laten ontwikkelen tot vakbekwaam. Startbekwaam betekent dat zij minimaal beschikken over de Basistraining vve of gelijkwaardig.

Onder vakbekwaam wordt verstaan dat de professional geschoold is door verschillende aanvullende trainingen en coaching zoals kopof programmatrainingen of trainingen in vve-instrumenten (KIJK!, Logo 3000) of andere aanvullende trainingen zoals de training ouderbetrokkenheid, training 2-jarigen op de voorschool et cetera.

Groep De coaching en bijscholing van professionals is altijd gericht op wat zich afspeelt op de groep, oftewel op waar de knelpunten liggen. Hierbij wordt ook rekening gehouden met het vve-programma.

Individueel De professional is minimaal startbekwaam en in staat tot uitvoering van het vve-programma en de diverse vve-instrumenten. Daarnaast wordt van de professionals verwacht dat zij samenwerken met collega’s van binnen en buiten de eigen organisatie. Daarom is het van belang dat de professional beschikt over vaardigheden in communicatie, samenwerking, overleg en conflicthantering. De professional blijft zich ontwikkelen door deel te nemen aan trainingen en coaching. De professional staat open voor de eigen ontwikkeling en deelt de visie op kwaliteit van de organisatie. De professional kan kritisch reflecteren op de gekozen aanpak of het aanbod met behulp van de zes bouwstenen van reflecteren.

15

Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026

Bouwsteen 9

Ouderbetrokkenheid en thuisbetrokkenheid

Organisatie De organisatie heeft een visie op ouderbeleid waarin zowel ouder­ participatie, ouderbetrokkenheid als thuisstimulering naar voren komen. De uitvoering van dit ouderbeleid is afgestemd op de behoefte van de ouderpopulatie en eventueel gekoppelde basisschool. Deze visie vertaalt zich in een structuur voor ouderbetrokkenheid waarin taken en verantwoordelijkheden duidelijk zijn benoemd. In het beleid wordt beschreven hoe de organisatie is ingericht, zodat op locatieniveau toegewerkt kan worden naar de doelen van de gemeentelijke visie op ouderbetrokkenheid. Het concrete ouderbeleid (of ouderwerkplan) op de locatie is gemaakt op basis van een ouderanalyse. In het ouderbeleid wordt beschreven hoe naar de genoemde doelen toegewerkt wordt en wat de belangrijkste speerpunten zijn op basis van educatief partner­ schap met ouders en gelijkwaardigheid in gesprek met de ouders. In de kwaliteitscyclus van de organisatie maakt de aanbieder gebruik van informatie over het effect van het beleid op ouderbetrokkenheid.

Groep Op de groep wordt binnen de kaders van het opgestelde ouderbeleid samengewerkt met ouders. Het doel hierbij is dat alle ouders van peuters in staat zijn om samen met de voorschool hun rol te pakken bij de stimulering van de ontwikkeling van hun kind. Het is de bedoeling dat alle ouders weten hoe het educatieve programma in elkaar zit, wat hun kind doet op de voorschool, hoe het staat met de ontwikkeling van hun kind en wat zij thuis aan ontwikkelingsstimulering kunnen doen. Ouders worden gezien als de experts van hun eigen kind. Ouders kunnen met vragen over de ontwikkeling en het welzijn van hun kind terecht bij de professionals (pedagogisch medewerkers en eventuele overige professionals) en voelen zich serieus genomen en gesteund. Ouders worden geprikkeld om de ontwikkeling van hun kind ook thuis te stimuleren en krijgen daar ook handvatten voor aangereikt.

>

16

Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026

Individueel De professional werkt er samen met andere collega’s naar toe dat alle ouders van peuters in staat zijn om samen met de voorschool hun rol te pakken bij de stimulering van de ontwikkeling van hun kind. De professional bespreekt de wederzijdse verwachtingen tijdens het intakegesprek. De professional betrekt de ouders bij wat er op de dag is gebeurd en zorgt voor een goede overdracht op de dag. Ouders worden actief benaderd en betrokken om actief deel te nemen aan activiteiten op de voorschool. Hierbij worden de 3 V’s ingezet (verkennen, verbinden en verrijken). De professional verkent wie de ouder is, wat de ouder belangrijk vindt in de opvoeding en welke zorgen er spelen. Vervolgens komt het verbinden door op zoek te gaan naar het gezamenlijke belang. Bij het verbinden kijkt de professional of en hoe de werkwijze en visie op de groep aansluiten bij de verwachtingen van de ouder. Dan komt het verrijken, waarbij de professional op zoek gaat naar activiteiten die de ouder zou kunnen inzetten om de ontwikkeling van het kind (nog beter) te stimuleren. De professional draagt zorg voor een goede, respectvolle en vertrouwde relatie met de ouders. De professional informeert ouders met regelmaat over de ontwikkeling van hun kind.

In het contact met ouders gaat de professional op zoek naar manieren die voor beide partijen het meest passend zijn zodat er een samenwerking ontstaat waarbij ouder en professional naast elkaar staan. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de thuiscultuur van de ouder en het kind. Professionals zijn cultuursensitief.

17

Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026

Bouwsteen 10 Doorgaande lijn Organisatie De organisaties zijn verantwoordelijk voor een goede samenwerking en afstemming met de basisschool. Men kent elkaar en er worden afspraken gemaakt over de doorgaande lijn, zoals over thema’s, activiteiten en het kindvolgsysteem. Ook worden afspraken gemaakt over de wijze waarop de overdracht plaatsvindt. Met kindgegevens wordt zorgvuldig omgegaan, conform de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Dit mag geen blokkade vormen voor de samenwerking met de basisschool en de uitwisseling van kindgegevens tussen voorschool en basisschool.

Groep Er wordt gestreefd naar een doorgaande lijn van de voorschool naar de basisschool. Dit betekent dat voorschool en basisschool afstemmen over het aanbod (leerlijn), de aanpak (pedagogisch en didactisch) en zorg over het kind (aansluiting bij behoefte van het kind en de ouder). Voor alle kinderen geldt dat er overdracht plaatsvindt naar de basis­ school. Hierbij worden in ieder geval de geregistreerde gegevens uit het kindvolgsysteem en kenmerkende informatie over het kind overgedragen. Deze gegevens worden aangevuld met het uniforme overdrachtsformulier of vergelijkbaar. Als er sprake is van zorg vindt een warme overdracht plaats. De warme overdracht vindt zoveel mogelijk in een gezamenlijk gesprek met ouders en basisschool plaats, eventueel aangevuld met bij het kind betrokken hulpverlener(s).

Individueel De beroepskracht weet welke informatie noodzakelijk is voor een goede overdracht en kan daarbij het uniforme overdrachtsformulier gebruiken of vergelijkbaar.

18

Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026

Bouwsteen 11 Diversiteit en Inclusie Organisatie Elk kind heeft het recht zich te ontplooien in een omgeving die gekenmerkt wordt door gelijkwaardigheid en respect voor diversiteit. Iedereen heeft het recht op actieve participatie in kindercentra van hoge kwaliteit, vrij van elke vorm van discriminatie (VN-verdrag over de Rechten van het Kind, artikel 2. (1989). Diversiteit en Inclusie is opgenomen in de visie, het pedagogisch beleidsplan en het personeelsbeleid van de organisatie. De visie en het beleidsplan zijn bij voorkeur opgesteld, nadat ouders en personeelsleden uit alle lagen van de organisatie, zijn betrokken. De organisatie heeft niet alleen een visie, maar ook ambities ten aanzien van het thema. Er is aandacht voor bewustwording over het thema en de benodigde kennis en vaardigheden.

Groep Op de groep is zichtbaar de buitenwereld naar binnen gehaald. Zo is het speelmateriaal divers en inclusief. In de inrichting komen naast de verschillende culturen ook verschillen in gender, gezinssamenstellingen, huidskleur en diversiteit in de breedste zin terug. Op de groep zijn voor ouder en kind herkenbare voorwerpen aanwezig. Er wordt naast herkenning ook aandacht besteed aan de verschillen of het ‘onbekende’ en (on)zichtbare beperkingen.

Individueel De professional heeft een open houding en is zich bewust van de diversiteit in de wijk. Verschillen tussen kinderen en ouders worden gezien als kans in plaats van uitdaging. De professional haalt de buitenwereld naar binnen door de kinderen kennis te laten maken met verschillende culturen, rituelen en overtuigingen.

19

Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026

Bouwsteen 12 Gezonde kinderopvang Organisatie Een gezonde leefstijl draagt bij aan de ontwikkeling van kinderen en reduceert gezondheidsrisico’s op latere leeftijd. De organisatie stelt een beleid op gericht op het bevorderen van gezonde kinderopvang zoals een beleid gericht op bewegen, voedingsbeleid en traktatiebeleid. De organisatie draagt zorg voor een gezonde omgeving waarin kinderen worden uitgedaagd tot bewegen.

Groep De kinderen op de groep krijgen gezonde voeding aangeboden. Dagelijks is voldoende aandacht voor bewegen, waarbij voldoende differentiatie en variatie in het aanbod is. Beweegactiviteiten beperkt zich niet enkel tot het buitenspelen en het spelen in de speelzaal/gymlokaal maar worden ook in de andere activiteiten toegevoegd. Gezonde leefstijl is ook onderdeel van de ouderbetrokkenheid.

Individueel De professional is in staat om bewegingsactiviteiten aan te bieden en stimuleert kinderen om te bewegen.

20

Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026

Bijlage I Wettelijke eisen Rijk voorschoolse educatie Wat staat er in de Wet kinderopvang?

Pedagogisch beleidsplan De houder van het kindercentrum stelt een pedagogisch beleidsplan op. Hierin is opgenomen: • Hoe het voorschools aanbod wordt vorm gegeven. • De visie op ontwikkeling van jonge kinderen en hoe het vve-programma hierbij aansluit. • Hoe het voorschools aanbod een bijdrage levert aan de taalspraakontwikkeling, de ontluikende rekenvaardigheden/cognitieve ontwikkeling, de grove en fijne motorische ontwikkeling en de sociaalemotionele ontwikkeling. • Hoe de ontwikkeling van de kinderen wordt gevolgd. • Hoe het beredeneerd aanbod tot stand komt op basis van de resultaten van dit kindvolgsysteem. • De inrichting van de groepsruimte en buitenruimte en hoe dit een rol speelt in het aanbieden van het voorschools aanbod (dit gaat dus verder dan enkel de verschillende speelhoeken benoemen). • De wijze waarop de ouders betrokken worden bij de voorschoolse educatie. • Hoe de samenwerking met en overdracht naar het basisonderwijs is vormgegeven. • Hoe de kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar 960 uur vve kunnen ontvangen. • Hoeveel uur er sprake is van effectief vve aanbod. Maximaal 6 uur per dag mag worden gerekend tot effectief vve-aanbod. Een voorwaarde van effectief vve-aanbod is dat op deze uren er niet afgeweken wordt van de beroepskracht kind ratio.

Het pedagogisch plan moet voor het onderdeel van de voorschoolse educatie jaarlijks worden geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.

Opleidingseisen pedagogisch medewerkers De professionals op de voorschoolgroep hebben een vakopleiding afgerond die specifiek is gericht op pedagogische vaardigheden. In de cao-kinderopvang staat omschreven welke opleidingen hieronder vallen. De professionals op de voorschoolgroep moeten een scholing hebben gevolgd gericht op ontwikkelingsgericht werken in de voorschoolse educatie en die ten minste kennis en vaardigheden omvat met betrekking tot: • het werken met programma’s voor de voor- en vroegschoolse educatie;

21

Amsterdams profiel voorschools aanbod 2026

• het stimuleren van de ontwikkeling van het jonge kind, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling; • het volgen van de ontwikkeling van peuters en het hierop afstemmen van het aanbod van voorschoolse educatie; • het betrekken van de ouders bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen; • het vormgegeven aan de inhoudelijke aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en aan een zorgvuldige overgang van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie dit kan als onderdeel van de vakopleiding zijn volbracht of als nascholing van tenminste 12 dagdelen. In de nadere toelichting op het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie is opgenomen dat naast een geschoolde en gecertificeerde mede­ werker voorschoolse educatie een medewerker mag worden ingezet die de vve-training volgt. Deze medewerker dient wel over een beroepskwalificatie te beschikken. De pedagogisch medewerker voorschoolse educatie dient daarnaast te beschikken over taalniveau 3F/B2 op lezen en mondelinge taalvaardigheid.

Opleidingsplan • De houder stelt jaarlijks een opleidingsplan vast waarin in elk geval staat op welke wijze de kennis en vaardigheden van de pedagogisch medewerkers worden onderhouden en verder worden ontwikkeld. • De houder geeft aantoonbaar uitvoering aan het opleidingsplan. • De houder evalueert het opleidingsplan jaarlijks en stelt het zo nodig aan de hand hiervan bij.

VRM25-0710

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15896971/1