AM Eindnotitie consultatie-Alternatieve transportrechten en use-it-or-lose-it
Tekst van het document
Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/22/178980 / Documentnr. ACM/INT/471407
Openbaar
rechtvaardigen, omdat hij altijd plausibel kan maken deze in de toekomst te gaan benutten. Om deze reden stelt zij dat de toepassing van UIOLI niet effectief zal zijn.
Randvoorwaarden toepassing UIOLI Naast de discussie over de vraag wat UIOLI bij kan dragen aan het verbeteren van de benutting van het net benoemen verschillende respondenten randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden voordat UIOLI toegepast kan worden. Meerdere respondenten halen aan dat er duidelijker omschreven moet worden onder welke voorwaarden de netbeheerder UIOLI mag toepassen. Zij geven aan dat er duidelijker gedefinieerd moet worden waaraan de onderbouwing van de aangeslotene moet voldoen om aan te tonen dat de gecontracteerde capaciteit niet onnodig is. Dit is van belang om te voorkomen dat er willekeur ontstaat tussen netbeheerders wanneer zij UIOLI toepassen en wanneer niet. Groenleven benoemt als aanvullende voorwaarde dat er een overgangsregeling nodig is voor bestaande grootverbruikers en dat er een uitzondering gemaakt dient te worden voor cablepooling. Statkraft en Solarfields benoemen ook dat er expliciet rekening gehouden moet worden met toepassingen als cablepooling en MLOEA. De vertraagde realisatie van een van de partijen bij dergelijke overeenkomsten mag er volgens hen niet voor zorgen dat de gezamenlijke aansluiting beperkt wordt. In aanvulling hierop benoemt Solarfields dat de netbeheerder flexibel moet zijn bij het toepassen van UIOLI om onvoorziene omstandigheden in het realisatieproces op te kunnen vangen.
De DDCA en ProRail benoemen dat het voorstel onvoldoende rekening houdt met partijen die een grote groei voorzien in hun elektriciteitsverbruik. ProRail voegt hieraan toe dat er een uitzondering opgenomen zou moeten worden voor diensten met grote maatschappelijke waarde.
4.5.2 Reflectie ACM De ACM acht het van belang dat UIOLI toegepast kan worden in een situatie waarin sprake is van schaarse netcapaciteit. In deze gevallen kan dit bijdragen aan betere en snellere benutting van ongebruikte transportcapaciteit. Wanneer UIOLI toegepast kan worden, betekent dit tegelijkertijd dat aangeslotenen er niet meer altijd vanuit kunnen gaan dat zij recht houden op gecontracteerde capaciteit die zij momenteel niet gebruiken. Dit komt neer op een beperking van de rechten die aangeslotenen op dit moment hebben. De ACM onderkent dat een aantal respondenten terughoudend heeft gereageerd op de suggestie om UIOLI mogelijk te maken. Binnen de huidige context van steeds schaarser wordende netcapaciteit acht de ACM het echter van groot belang om, onder voorwaarde van zorgvuldigheid en proportionaliteit, het gecontracteerd transportvermogen van aangeslotenen te beperken als sprake is van evident ongebruikte capaciteit. De ACM acht het redelijk om in het geval dat er sprake is van ongebruikte capaciteit, en er geen concrete plannen zijn om deze te gebruiken, de netbeheerder de transportcapaciteit kan beperken. Indien de aangeslotene concrete plannen heeft om de tot nog toe ongebruikte capaciteit te gebruiken, dient de aangeslotene dit, in beginsel, binnen een termijn van twee jaar te doen.
Indien het voor de aangeslotene niet mogelijk is om de ongebruikte capaciteit binnen die termijn te gebruiken, bijvoorbeeld door een (onvoorziene) langere doorlooptijd van het realiseren van een project, dient de aangeslotene dit aan te tonen. Zo wordt voorkomen dat onnodig, en onnodig lang, beslag wordt gelegd op schaarse transportcapaciteit. De ACM onderzoekt op dit moment via het codewijzigingsvoorstel GOTORK de mogelijkheden om UIOLI op korte termijn mogelijk te maken in congestiegebieden en welke voorwaarden hieraan verbonden moeten worden (zie paragraaf 3.2). In deze paragraaf zet de ACM de uitgangspunten uiteen die zij zal hanteren bij het beoordelen van dit voorstel en zal zij hierbij de in de voorgaande paragraaf benoemde aandachtspunten adresseren. Nut van UIOLI Het afroepen van een congestiegebied, en het bepalen of aanvullende aansluitingen mogelijk zijn, gebeurt in veel gevallen voordat er daadwerkelijk sprake is van fysieke congestie. De netbeheerder roept het
17/21
Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/22/178980 / Documentnr. ACM/INT/471407
Openbaar
congestiegebied daarentegen af op basis van een schatting van de toekomstige fysieke belasting van het net, die hij onder andere baseert op de huidig vergeven transportcapaciteit en aanvragen daarvoor. De netbeheerder schat in hoeverre aangeslotenen in de toekomst gebruik zullen maken van hun gecontracteerd transportvermogen. Het deel van het gecontracteerd transportvermogen waarvan de netbeheerder verwacht dat dit niet gebruikt zal worden mag niet meegerekend worden bij het schatten van de toekomstige belasting. De verwachting dat capaciteit in de toekomst niet gebruikt zal worden biedt netbeheerders echter onvoldoende garantie dat dit in de praktijk ook daadwerkelijk niet zal gebeuren. Dit betekent dat de netbeheerder voor de capaciteit waarvan hij verwacht dat deze niet gebruikt zal worden een onzekerheidsmarge hanteert die wordt meegenomen bij de schatting van het fysieke netgebruik. Het geschatte fysieke netgebruik neemt hierdoor toe. Wanneer het om substantiële hoeveelheden ongebruikte capaciteit gaat, kan dit grote gevolgen hebben voor de beschikbare transportcapaciteit in een net en dus de inschatting of sprake zal zijn van fysieke congestie.
De ACM constateert dat het wegnemen van gecontracteerd transportvermogen de onzekerheid over het gebruik hiervan verlaagt en dat daarmee door individuele aangeslotenen ‘gereserveerde’ transportcapaciteit uitgegeven kan worden aan andere partijen. Eerst overleg voor toepassing UIOLI Om zorgvuldige toepassing van UIOLI mogelijk te maken acht de ACM het van belang dat de netbeheerder in overleg treedt met de aangeslotene alvorens UIOLI wordt toegepast. Op basis van dit overleg dient te worden vastgesteld of op dit moment sprake is van niet noodzakelijke, ongebruikte capaciteit. De netbeheerder initieert dit overleg zodra deze constateert dat een significante hoeveelheid transportvermogen de voorgaande periode niet gebruikt is, bijvoorbeeld aan de hand van het historische verbruik afgezet tegen het totale gecontracteerde vermogen. Vervolgens is het aan de aangeslotene om concreet aan te tonen dat deze ongebruikte capaciteit noodzakelijk is of binnen een redelijke termijn zal zijn. Bijvoorbeeld aan de hand van (groei)prognoses, veranderingen in de bedrijfsvoering, voorgenomen nieuwe installaties, vergunning aanvragen, getekende leveringsovereenkomsten etc.
Indien de aangeslotene niet of onvoldoende aannemelijk maakt dat de ongebruikte gecontracteerde capaciteit noodzakelijk is en geen plannen heeft om de ongebruikte capaciteit binnen een redelijke termijn te gebruiken, acht de ACM het redelijk dat de netbeheerder UIOLI kan toepassen. Bij het bepalen van wat een redelijke termijn is dient rekening gehouden te worden met de periode dat de netcapaciteit ongebruikt blijft en hoe dit zich verhoudt tot het groeipad van de transportvraag van de aangeslotene. Gedurende de gehele periode tot aan het volledige gebruik van de gecontracteerde transportcapaciteit leidt ongebruikte transportcapaciteit namelijk tot inefficiënt netgebruik en belemmert dit het ontsluiten van netcapaciteit voor andere verzoekers om transport. De ACM acht het onwenselijk dat partijen transportcapaciteit significant eerder contracteren dan noodzakelijk. Op dit moment overweegt de ACM daarom een basistermijn van twee jaar op te nemen waarbinnen eventuele uitbreidingen gereed moeten zijn en de ongebruikte gecontracteerde transportcapaciteit gebruikt dient te worden. Gegeven het feit dat de verwachte realisatietermijnen van uitbreidingsinvesteringen sterk uiteenlopen voor verschillende aangeslotenen zal de basistermijn van twee jaar niet in alle gevallen redelijk zijn.
Voor investeringstrajecten met een (onvoorzien) langere doorlooptijd is zekerheid over de beschikbaarheid van transportcapaciteit ook verder dan twee jaar in de toekomst noodzakelijk. In gevallen waarbij de basistermijn geen redelijke termijn vormt bepaalt de netbeheerder, in overleg met de aangeslotene, wat in dat specifieke geval een redelijke termijn is. Om de noodzaak van een redelijke termijn langer dan de basistermijn te onderbouwen dient de aangeslotene concreet aan te tonen welke stappen er gezet zijn, en gaan worden richting volledig gebruik, van de transportcapaciteit en hoe het verwachte verbruik zich zal ontwikkelen. Indien een aangeslotene op basis van concrete prognoses aantoont dat hij (het grootste deel van) zijn gecontracteerde transportvermogen zal gaan gebruiken, is er geen aanleiding voor toepassing van UIOLI door de netbeheerder. 18/21
Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/22/178980 / Documentnr. ACM/INT/471407
Openbaar
Bijstelling gecontracteerd transportvermogen Indien de netbeheerder UIOLI toepast, ziet de ACM twee mogelijkheden op basis waarvan het nieuwe gecontracteerde transportvermogen wordt bepaald. In de eerste plaats kan het nieuwe gecontracteerde vermogen worden bepaald op basis van concrete transportprognoses van de aangeslotenen. Indien de aangeslotene dergelijke informatie niet heeft, kan de netbeheerder het nieuwe gecontracteerde transportvermogen ten tweede gelijkstellen aan de maximale piekvraag in een bepaalde periode, bijvoorbeeld de afgelopen één of twee jaar. Ingang en gevolgen nieuw gecontracteerd transportvermogen Indien de netbeheerder UIOLI toepast, laat de netbeheerder de aangeslotene op ondubbelzinnige wijze weten op welk moment het gecontracteerde transportvermogen wordt bijgesteld. De netbeheerder kan dit bijvoorbeeld doen op de dag na de vaststelling dat sprake is van ongebruikte capaciteit. De bijstelling van het gecontracteerde transportvermogen kan ervoor zorgen dat de aangeslotene een lager transporttarief zal gaan betalen dan hij deed op basis van zijn oude gecontracteerde transportvermogen.
Geen toepassing UIOLI voor essentiële voorzieningen Met het oog op de nationale veiligheid en het goed functioneren van maatschappelijke voorzieningen wil de ACM het niet toestaan om UIOLI toe te passen op vitale processen en infrastructuur zoals vastgesteld door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. Ook zal het toepassen van UIOLI in ieder geval niet toegestaan worden op installaties van de Dienst Justitiële Inrichtingen, ziekenhuizen en openbaar vervoersbedrijven, waarbij het substantieel en ongepland wijzigen van het beschikbare transportvermogen direct van invloed is op het functioneren van maatschappelijke voorzieningen. Deze uitzondering is vergelijkbaar met de uitzondering bij congestiemanagement (zie artikel 9.43, vierde lid, van de Netcode). Voor de volledigheid wijst de ACM erop dat de netbeheerder in deze situatie uiteraard wel in overleg kan gaan met deze aangeslotenen over het eventueel verlagen van hun gecontracteerde transportvermogen. Toepassing alleen in (dreigende) congestiegebieden De toepassing van UIOLI wil de ACM koppelen aan de vraag of sprake is van een (dreigend) congestiegebied. Indien sprake is van congestie acht de ACM het maatschappelijk onwenselijk dat er beslag wordt gelegd op schaarse transportcapaciteit zonder dat die capaciteit wordt gebruikt of er concreet zicht is op gebruik.
Dit zorgt ervoor dat andere partijen geen gebruik meer kunnen maken van het net, terwijl daarvoor feitelijk nog wel ruimte is. In deze situatie acht de ACM toepassing van UIOLI mogelijk en wenselijk. Enkel bij onnodig gecontracteerd transportvermogen De ACM vindt dat UIOLI alleen toegepast mag worden in het geval van evident ongebruikte capaciteit. Dit kan gekoppeld worden aan een bepaald percentage - bijvoorbeeld 50% - van de gecontracteerde transportcapaciteit, en/of aan een concrete ondergrens in ongebruikte MW.
4.6
Overige punten
4.6.1 Groeps(A)TO’s Verschillende respondenten hebben in hun consultatiereacties gewezen op het mogelijk maken van groeps(A)TO’s of transportovereenkomsten voor groepen. Hoewel de ACM niet is ingegaan op deze vorm van transportrecht in haar consultatie, staat de ACM positief tegenover het mogelijk maken hiervan. Groeps(A)TO’s en transportovereenkomsten voor groepen worden ook onderzocht in het kader van het
19/21
Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/22/178980 / Documentnr. ACM/INT/471407
Openbaar
LAN.6 De ACM ziet veel potentie in deze vorm van transportrechten en ziet de uitkomsten van het onderzoek met belangstelling tegemoet. Om groeps(A)TO’s en/of transportovereenkomsten voor groepen uiteindelijk goed te regelen is een codewijziging nodig. NBNL is reeds gestart met de eerste verkenning voor een codewijziging. Wanneer de ACM dit voorstel ontvangt zal zij hier voortvarend mee aan de slag gaan. De ACM vindt het belangrijk dat bij een codewijziging in ieder geval de volgende uitgangspunten in acht worden genomen: In de eerste plaats dient sprake te zijn van een vrijwillig initiatief van een groep aangeslotenen om transportvermogen te delen. Het is dus aan aangeslotenen om een vorm van dit transportrecht te initiëren. De netbeheerder kan daarover adviseren, maar heeft geen actieve rol en kan aangeslotenen ook niet dwingen. Deze vorm van transportrecht vereist dat een groep aangeslotenen een bepaald transportvermogen deelt. Dit vermogen zal lager zijn dan de totale som van het individuele piekverbruik van partijen binnen de groep. Hierdoor delen partijen een transporttarief en zullen zij individueel minder transportkosten betalen, ten gunste van het beperken van de netbelasting. De groep partijen zorgt er zelfstandig voor dat zij hun gezamenlijk gecontracteerde vermogen niet overschrijden.
Dit vereist dat partijen gedetailleerd inzicht hebben in hun gezamenlijke energieverbruik en dat zij dit op elkaar af kunnen stemmen. Hiervoor is gedetailleerde informatie over het energieverbruik van partijen binnen de groep nodig, over gebruik, opwek en/of opslag.
4.6.2 Meer inzicht in netbelasting nodig Verschillende respondenten hebben in hun consultatiereacties gewezen op het feit dat netbeheerders onvoldoende inzicht zouden hebben in de precieze belasting van het net. Dit zou met name bij lagere netvlakken spelen. De ACM herkent dit punt. Het blijkt bijvoorbeeld ook uit congestierapporten. Om congestiemanagement te verbeteren en bijvoorbeeld tijdsgebonden transportrechten goed mogelijk te maken, is het nodig dat netbeheerders gedetailleerd inzicht hebben in hun netbelasting. De ACM roept netbeheerders daarom op om dit inzicht te verbeteren, bijvoorbeeld door extra meters te plaatsen, zodat duidelijk wordt op welk moment en op welke wijze hun netten worden belast. Dit voorkomt dat netbeheerders onnodig congestiemanagementmaatregelen inzetten en zorgt ervoor dat zij beter inzicht krijgen in wanneer sprake is van piekbelasting en op welke momenten er nog ruimte is op hun net. Ook zorgt verbeterd inzicht ervoor dat netbeheerders kunnen werken met tijdsgebonden transportrechten. Tenslotte kan beter inzicht in het net de noodzaak van het toepassen van UIOLI beperken. De ACM overweegt om adequaat inzicht in de belasting van het net als vereiste te stellen voor de onderbouwing van de noodzaak van het toepassen van UIOLI.
De ACM zal op korte termijn contact opnemen met netbeheerders over de wijze waarop zij het inzicht in hun netbelasting kunnen verbeteren en op welke wijze zij dit zullen regelen.
4.6.3 Overige vormen van ATR De ACM beschrijft in de consultatie flexibele, tijdsgebonden en gecombineerde transportrechten. Naast deze transportvormen zijn er nog andere vormen van ATR denkbaar. Meerdere respondenten hebben hierover ideeën gedeeld in de consultatiereacties. Een veelgenoemde transportvorm is de hiervoor al beschreven groeps(A)TO. De ACM geeft hier een kort overzicht van aanvullende ideeën die de respondenten hebben ingebracht. De ACM zal deze ideeën in overweging nemen bij de verdere uitwerking van ATR. LC Energy en NWEA/Energie Samen/Holland Solar beschrijven een flexibel transportrecht met een concrete invulling van een minimale transportgarantie. Deze transportvorm wordt in Groot-Brittannië al toegepast onder de benaming Active Network Management. Active Network Management werkt op basis van een Last In First Off principe. Aanvragers krijgen een contract waarmee zij een deel van de tijd kunnen worden afgeschakeld door de netbeheerder. De afschakelmomenten staan hierin niet vast. De afschakeltijd is een percentage van de totale gecontracteerde transportcapaciteit. Voor elke nieuwe 6
Zie paragraaf 2.1.7 van het LAN.
20/21
Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/22/178980 / Documentnr. ACM/INT/471407
Openbaar
aanvrager is dit percentage hoger dan voor de voorgaande aanvrager. Dit proces gaat door totdat de beschikbare transportcapaciteit volledig is verdeeld. Nobian en VEMW beschrijven een vergelijkbare transportvorm, waarbij een aangeslotene voor x% van de tijd recht op de gecontracteerde transportcapaciteit tegen een korting van y%. VA, EEW en AEB zien een ontwikkeling met decentrale opslag van energie, die in de basis bedoeld is om het net meer te balanceren. Volgens hen is een transportvorm die grotere hoeveelheden transport aan energieopslag toestaat in geval van grote schommelingen op het net wenselijk. NBNL ziet meerdere mogelijke vormen van ATR. Zo zouden situationeel onderbreekbare transportrechten overbelasting tijdens onderhoud en storingen kunnen voorkomen. Daarnaast is het voor NBNL denkbaar om een deel van de resterende transportcapaciteit op dagbasis te veilen, vergelijkbaar met hoe dat gebeurt op de landgrensoverschrijdende verbindingen. Vattenfall beschrijft flexibele transportrechten waarbij de toegang tot het net wordt beperkt onder voorwaarden die vooraf tweezijdig zijn besproken en contractueel zijn vastgelegd. Deze voorwaarden kunnen bijvoorbeeld worden vastgesteld op basis van de marktprijs van stroom.
21/21