CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 13 december 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennis te nemen van de 'Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen' (VN2023-023555)10.404 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen Versie november 2023

Inhoud

2

Voorwoord 

3

Inleiding 

6

1  Het belang van een Amsterdamse Agenda Bestaanszekerheid 

9

2  Visie op bestaans­zekerheid: wat willen we bereiken? 

15

3

Wat doen we?

19

4

Wat is er ook voor nodig? 

32

Voorwoord Bestaanszekerheid is de essentie van een solidaire stad en een van de sociale grondrechten. In artikel 20 van de Grondwet staat: De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid. De bestaanszekerheid van een steeds grotere groep staat de afgelopen jaren echter onder druk. Wie naar Amsterdam kijkt, ziet een welvarende stad, waar de economie na de coronapandemie snel is opgeveerd, een stad met een grote diversiteit aan mensen die een goed bestaan opbouwen. We zien echter ook een keerzijde. Al te lang heeft een deel van de Amsterdammers moeite om rond te komen, ook mensen die (net) boven het sociaal minimum leven. Zij kunnen niet profiteren van de mogelijkheden die onze stad biedt. Stress door een te laag inkomen of onzekerheid over hulp, toeslagen en schulden zorgen niet alleen voor een maatschappelijke achterstand, maar ook voor gezondheidsproblemen. Dit leidt tot toenemende ongelijkheid in Amsterdam en in het hele land.

3

Dit concludeerde recent ook de Commissie sociaal minimum: financiële bestaanszekerheid gaat niet al­ leen om voldoende inkomen, maar het stelsel moet ook voorspelbaarder en toegankelijker, zodat huis­ houdens ook echt krijgen waar ze recht op hebben. Op Prinsjesdag is de verhoging van het kindgebonden budget en de huurtoeslag aangekondigd. Dat is mooi, maar het blijft pleisters plakken, het is niet de structu­ rele investering in bestaanszekerheid die nodig is. We proberen in Amsterdam al jaren waar mogelijk de scherpe randen van de Participatiewet af te vijlen. Zo hebben we in het Amsterdamse experiment met de bijstand geëxperimenteerd met een bijverdienpremie en deze na het experiment voortgezet. Daarnaast hebben we onlangs de zoektermijn voor jongeren ge­ wijzigd. Ook laten we al sinds 2018 giften tot €1.200 buiten beschouwing en is deze giftendrempel onlangs verhoogd naar €1.800. Via ons armoedebeleid ont­ wikkelden we een steeds uitgebreider en ruimhartiger pakket aan lokale regelingen. Maar het is niet genoeg. Want, waar deze regelingen een extra steun in de rug zouden moeten zijn in bijzondere omstandigheden, zijn ze steeds meer een noodzakelijk onderdeel van het bestaansminimum geworden. Zoals ook het ­recente rapport van de Commissie sociaal minimum laat zien, is het sociaal minimum te laag om van rond te kunnen komen.

En doordat de uitkering of het minimum­loon moet worden aangevuld met toeslagen

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

en andere regelingen, is het voor mensen ook ­onvoorspelbaar wat ze elke maand te besteden hebben. Het stuit ons tegen de borst dat minima­ regelingen inmiddels een fundament voor bestaans­ zekerheid zijn geworden in plaats van een middel om de gevolgen van armoede te compen­seren. Dit schooljaar hebben we de inkomensgrens voor onze kindregelingen verhoogd van 130 procent van het sociaal minimum naar 150 procent. Er was breed draagvlak voor die maatregel en dat kenmerkt onze solidaire stad. Maar het is tegelijkertijd zeer zorgwek­ kend dat dit nu nodig is. Het laat zien dat het huidige sociaal minimum volstrekt niet toereikend is. De grote afhankelijkheid van lokaal minima­beleid leidt boven­ dien tot onwenselijke ­verschillen in de bestaanszeker­ heid van inwoners van verschillende gemeenten. Noodzakelijke structurele verbeteringen blijven te lang uit. Bovenop de maatregelen die we afgelopen 5 jaar al hebben ingezet, gaan we waar mogelijk ver­ beteringen realiseren om de bestaanszekerheid van onze inwoners fundamenteel te versterken. Wij willen een overheid zijn die niet uitgaat van een rationele systeemwereld, maar die rela­tioneel is en uitgaat van de behoefte van mensen. We willen naast Amster­ dammers staan die ondersteuning het hardst nodig hebben en hen toegankelijke en transparante dienst­ verlening bieden, gebaseerd op vertrouwen.

4

We hebben voor de totstandkoming van deze agenda gesproken met Amsterdammers en diverse samen­­ werkingspartners in de stad. Zij vertelden ons wat we kunnen doen om iedereen een waardig ­bestaan te geven. Dat begint met voldoende (financiële) mid­ delen, maar ook met de zekerheid dat de gemeente helpt bij problemen. Ook gaven ze aan dat bestaans­ zekerheid breder is dan een solide ­sociaal zekerheids­ stelsel en ook gaat over toegankelijke gezondheids­ zorg, betaalbare woningen, schone lucht. Met deze agenda zetten we een ­scherpere koers richting een sociaal beleid dat humaan is en een overheid die ­relationeel is en kwetsbare inwoners de hand reikt. Onze ambities zijn groot, en we willen die realiseren met kleine, maar betekenisvolle stappen. Zolang de Rijksoverheid geen garanties biedt op bestaanszeker­ heid voor iedereen blijven wij extra doen wat we kunnen en inzetten op verbeteren wat we al doen. We willen daarmee een voorbeeld zijn voor alle betrok­ kenen in het veld en waar mogelijk ook met nieuwe partners samenwerken. In Amsterdam moet de norm zijn: alle inwoners hebben een zeker bestaan. Wethouder Rutger Groot Wassink Wethouder Marjolein Moorman

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

Inleiding

Inleiding Met deze agenda ‘Bestaanszekerheid voor Iedereen’ laat het college zien hoe het bijdraagt aan een betere basis voor een waardig bestaan voor alle Amsterdammers. Dat begint met voldoende (financiële) middelen om van te leven, maar gaat ook over een solide en eenvoudig sociaal stelsel. Dat kunnen we als gemeente niet allemaal zelf oplossen. Het voeren van inkomenspolitiek is voorbehouden aan het Rijk, maar omdat structurele landelijke maatregelen uitblijven moeten we als gemeente steeds vaker ontstane gaten dichten. Dat doen we op eigen initiatief, maar ook omdat het Rijk dat vraagt (bijv. energietoeslag en eenverdienersproblematiek). Dat levert steeds vaker dilemma’s op, omdat we moeten afwegen waar we wel kunnen bijspringen en waar niet.

Ook de Commissie sociaal minimum signaleerde dat gemeenten steeds meer taken hebben gekregen, en dat de onderlinge verschillen hierdoor onwenselijk groot zijn geworden. Steeds vaker worden gelijke ge­ vallen ongelijk behandeld. Daar bovenop zien we dat een stapeling aan landelijke en lokale regelingen leidt tot extra afhankelijkheid van het systeem en systeemstress. Niet iedereen beschikt immers over het doenvermogen om alle regelingen te vinden en er gebruik van te maken. De steeds verdergaande compartimentering van armoede (kinderarmoede, energie­armoede, menstruatiearmoede, etc.) zorgt daarnaast voor extra complexiteit en het plakken van steeds meer en steeds grotere pleisters in plaats van het aanpakken van het onderliggende probleem. Voor de fundamentele en structurele hervormingen is het Rijk nu aan zet en daar vragen we voortdurend aan­ dacht voor. Ondertussen blijven we kijken in onze eigen werkwijze, beleid en regels waar we al kunnen zorgen voor vereenvoudigingen en verruimingen. In de afgelopen jaren hebben we op diverse terreinen waardevolle en vernieuwende maatregelen genomen waar we trots op zijn. We doen al veel en willen dat ook continu verbeteren. Deze agenda bevat de lopende initiatieven voor bestaanszekerheid die in de afgelopen periode al zijn gestart en daaraan voegen we nieuwe initiatieven toe.

We brengen daarmee samenhang aan in onze inzet om specifiek de financiële bestaanszekerheid van Amsterdammers te

6

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

versterken. We beginnen in deze agenda met de domeinen waar we als gemeente een directe invloed op hebben. Onze uitgangspunten zijn: vertrouwen in mensen & verruimen van beleid, behoefte Amster­ dammer centraal, focus op specifieke doelgroepen en vereenvoudigen van regels en systemen. Vertrouwen is al langer zoveel mogelijk de basis voor de verschillende onderdelen van ons beleid. Met deze agenda willen we vertrouwen als uitgangspunt ­toepassen in het hele inkomensdomein, ook waar dat wringt met de Participatiewet of andere regelgeving. We schromen in ons lokale beleid niet om de randen van wetgeving op te zoeken. Als we zelf niet op een hulpvraag kunnen inspelen, dan helpen we de Amsterdammer verder richting andere hulp die nodig is. We zetten binnen onze dienstverlening in op per­ soonlijke gesprekken, waarin we oog hebben voor de gehele situatie van de persoon. Financiële problemen gaan vrijwel altijd gepaard met stress en hebben daar­ door een brede impact.

Totstandkoming Om tot concrete acties voor deze agenda te komen hebben we een beroep gedaan op de aanwezige kennis in de stad. In sessies met inwoners met erva­ ringskennis, hulpverleners en andere experts hebben we g ­ esproken over de huidige situatie en knelpunten en ook over de meest urgente en kansrijke verbeter­ mogelijkheden. Belangrijke vraagstukken waren op welke manieren zichtbaar is dat bestaanszekerheid in Amsterdam onder druk staat, waar het systeem knelt, wat de (gewenste) rol van de overheid is en wat wij nu

7

als gemeente (extra) kunnen doen om bestaanszeker­ heid voor alle Amsterdammers te versterken. We hebben met een kritische blik gekeken naar de situ­ atie in onze stad en op basis van praktijkervaringen en wetenschappelijke kennis inzichten opgedaan. Daar­ naast hebben we deelnemers van het Amsterdams Netwerk Ervaringsdeskundigen en de Participatieraad betrokken. We blijven nieuwe maatregelen in samen­ spraak met al deze partijen ontwikkelen.

Leeswijzer Deze agenda bestaat uit vier onderdelen: • Paragraaf 1: Wat zien we in de stad? Het belang van een Amsterdamse Agenda Bestaanszekerheid. • Paragraaf 2: Wat vinden we van bestaanszeker­ heid? Onze visie op bestaanszekerheid en wat nodig is om het te realiseren. • Paragraaf 3: Wat doen we? Per speerpunt lichten we een aantal acties toe die al in ontwikkeling zijn of die gaan starten. • Paragraaf 4: Wat is nodig om bestaanszekerheid ­volledig te garanderen? Een oproep voor snelle ­acties van het Rijk. De acties die we in deze agenda presenteren zijn geen sluitstuk. We blijven voortdurend kijken waar extra inzet nodig is en waar nodig scherpen we de agenda aan. Ook blijven we ons inzetten voor aanpassingen in landelijke wet- en regelgeving en beleid. De paragraaf over de uitgangspunten voor onze lobby richting het Rijk is een cruciaal onderdeel van deze agenda.

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

1

Het belang van een ­Amsterdamse ­Agenda Bestaans­zekerheid

Het belang van een Amsterdamse Agenda Bestaanszekerheid Landelijke ontwikkelingen De zorgen over bestaanszekerheid zijn niet van vandaag of gisteren, maar de laatste tijd zien we de noodzaak om extra op bestaanszekerheid in te zetten hand over hand toenemen. Recente onderzoeken tonen aan dat de inkomenspositie van steeds meer mensen onder druk staat en structurele verbeteringen nog te lang op zich laten wachten, bijvoorbeeld de herziening van het toeslagenstelsel. De Nationale Ombudsman stelde eind 2022 dat minima in de knel zitten en door de ondergrens zakken. Het sociaal minimum is ontoereikend, mensen kunnen geen buffers opbouwen en de regels in het sociaal domein zijn veel te ingewikkeld. De landelijke koopkrachtmaatregelen dit jaar waren ongekend en boden voor veel mensen uitkomst, maar toch raamde het Centraal Planbureau (CPB) onlangs dat bij ongewijzigd beleid het aantal personen in armoede in Nederland volgend jaar weer stijgt tot 5,7% van de bevolking en het aantal kinderen in armoede zelfs tot 7,0%1. Dat is een stijging van 20% van het aantal huishoudens dat onder de ­armoedegrens leeft.

Onderzoek van het Nibud laat zien dat een aantal groepen2 al langere tijd niet de inkomens­ ondersteuning krijgen die ze nodig hebben om rond te komen. Naast deze kwantitatieve toename van ­armoede ziet het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat ook de zorgen over financiën toenemen. In 2022 maakte 29% van de volwassenen zich veel zorgen over hun financiële toekomst, terwijl het in 2021 nog om 21% ging. Met name jongeren en ­alleenstaande ouders maken zich veel zorgen over hun toekomstige financiële situatie. Zorgen over niet rond kunnen komen en schulden gaan vaak gepaard met een opeenstapeling van ­andere problemen bijvoorbeeld op het terrein van ­gezondheid en jeugdzorg. Het CBS ziet dat ­huishoudens met problematische schulden vaker met ­jeugdzorg te maken hebben (5,8%) dan huishoudens zonder problematische schulden (2,8%). Ook vanuit dit perspectief is er alle reden om in te zetten om bestaanszekerheid.

2

Het gaat om jongeren tot 21 jaar met bijstandsuitkering of minimumloon, stellen met een bijstandsuitkering met twee

1 Dit kalenderjaar gaat het om respectievelijk 4,8% en 6,2%, maar een deel van het huidige beleid

9

of meer kinderen van 12 jaar en ouder, mensen met een

gericht op de laagste en middeninkomens valt volgend jaar weg. Overigens hanteert het CPB het

minimuminkomen, werkende minima en hoge zorgkosten, en

(lagere) landelijk sociaal minimum en werken we in Amsterdam met een hogere inkomensnorm.

mensen met een flexibel inkomen. Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

Dat bestaanszekerheid nu niet voor iedereen gegaran­ deerd is, is recent nog eens duidelijk onderbouwd in de rapporten ‘Een zeker bestaan’ van de Commissie sociaal minimum.3 De commissie laat zien dat bijna alle huishoudtypes op het minimum maandelijks tekort komen, tot vele honderden euro’s. Daarbij valt onder andere op dat stellen meer tekort komen dan alleen­ staanden. En dat de tekorten groter zijn bij huis­ houdens met kinderen, en verder oplopen op als er meer oudere kinderen zijn. Op basis van haar bevin­ dingen doet de commissie een nadrukkelijke ­oproep aan de Rijksoverheid om niet langer te wachten met het aanpakken van het probleem van ­financiële te­ korten bij huishoudens met een inkomen op het so­ ciaal minimum. Hun besteedbaar inkomen moet om­ hoog. Op de langere termijn adviseert de commissie om aanpassingen door te voeren die het stelsel voor­ spelbaarder, toegankelijker en beter ­uitvoerbaar maken. Ook dat is urgent, maar deze ­aanpassingen vragen tijd en zorgvuldige politieke ­besluitvorming, voorbereiding en uitvoering. Dit sluit aan bij de conclusie van de IBO (Inter­departe­ mentaal Beleidsonderzoek) Vereenvoudiging Sociale Zekerheid dat het stelsel van sociale zekerheid een­ voudiger moet. Het IBO laat zien dat er een brede groep mensen is voor wie de sociale zekerheid inge­ wikkeld is.

De soms verstrekkende ­gevolgen van het complexe systeem maken ­aan­passingen noodzakelijk: het moet makkelijker.4

Bestaansonzekerheid in Amsterdam Wat zijn de gevolgen hiervan in Amsterdam? Vanuit het Amsterdams Armoedebeleid is de afgelopen jaren het pakket aan minimavoorzieningen steeds meer ­uitgebreid en wordt er met de partijen in de stad steeds beter samengewerkt om alle Amsterdammers die daar recht op hebben te ­bereiken. Er zijn meer­ dere voorzieningen die gericht zijn op participatie en kunnen meedoen in de stad. In 2021 maakte 74% van de huishoudens met recht op voorzieningen hier ge­ bruik van. Eenoudergezinnen en huishoudens met bij­ stand als belangrijkste inkomensbron worden het best bereikt. Desondanks is er naast al deze inzet ook een aantal zorgelijke trends te zien. Het verschil in participatie en leefsituatie tussen de gemiddelde Amsterdammer en Amsterdamse bijstandsgerechtigden is in de periode 2020-2022 gegroeid. Ook verkeerden Amsterdamse bijstandsgerechtigden minder vaak dan gemiddelde Amsterdammers in (zeer) goede gezondheid en voelden ze zich vaker sociaal geïsoleerd. In 2022 nam dit verschil tussen bijstandsgerechtigden en niet-­bijstandsgerechtigden toe in plaats van af.5 De meest recente Armoedemonitor (over 2020) laat voor het eerst sinds 2014 een toename zien van het aantal minimahuishoudens ten opzichte van het jaar ervoor.

3 Commissie sociaal minimum, Een zeker bestaan I en II, van respectievelijk 30 juni en 28 september 2023.

5

O&S, Staat van de Stad Amsterdam XII

4 IBO Vereenvoudiging Sociale Zekerheid, Moeilijk makkelijker maken, maart 2023.

10

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

Voor 2021 verwachten we een verdere toename van het aantal minimahuishoudens en dat komt niet door het verhogen van de inkomensnorm voor de minima­ regelingen naar 130% van het sociaal minimum. De definitieve cijfers volgen in de Armoedemonitor 2022, die eind van dit jaar worden gepubliceerd. Een belangrijke ontwikkeling is dat als gevolg van de hoge inflatie en de energiecrisis de vaste lasten (energie, wonen en ­dagelijkse boodschappen) voor veel mensen tot ­problematische hoogte zijn gestegen. Dat geldt in het bijzonder voor het leven in Amsterdam. Een steeds groter deel van het inkomen gaat naar noodzakelijke vaste lasten, waardoor er te weinig over­ blijft voor ­andere uitgaven. Via de succesvolle aanpak Geregelde Betaling, waarmee de betaling van vaste lasten wordt geregeld, weten we in bijna alle gevallen woningontruiming te voorkomen. Toch zorgen flexibele inkomsten, het ontbreken van financiële buffers en complexe toeslagen te vaak nog voor onzekerheid over het bestaan. Met onze minimaregelingen verzachten we de armoede voor Amsterdammers waar we kunnen. Schrijnend is ook dat lagere middeninkomens soms minder bestedingsruimte hebben dan huishoudens met een inkomen op het sociaal minimum.

Toeslagen zijn inkomensafhankelijk en bouwen (snel) af bij een inkomen boven het sociaal minimum, omdat de ­normbedragen voor dat sociaal minimum sinds jaar en dag zijn gebaseerd op een inkomensnorm (het ­wettelijke minimumloon). Het besteedbaar inkomen van huishoudens met lage middeninkomens is steeds vaker ontoereikend. De Commissie sociaal minimum pleit daarom voor een paradigmaverschuiving.

Normbedragen voor het sociaal minimum moeten niet langer worden gebaseerd op een inkomensnorm (een bepaald percentage van het wettelijk minimumloon), maar op basis van minimaal noodzakelijke uitgaven worden vastgesteld. De problematiek van de lagere middeninkomens laat zien dat het systeem van de sociale zekerheid zo ­complex is dat die in plaats van te ondersteunen juist stress toevoegt. Anna Custers (lector Armoede ­interventies aan de Hogeschool van Amsterdam) ­beschrijft dat mensen niet langer alleen stress ervaren van geldzorgen, maar van het systeem.6 Deze systeemstress is zelfs een wezenlijk onderdeel van wat het hebben van schulden of het leven in armoede zo stressvol maakt. Systeemstress kan ervoor zorgen dat mensen gevangen komen te zitten in de bijstand. De stap zetten naar betaald (parttime) werk brengt ­bijvoorbeeld zoveel onzekerheden met zich mee, dat mensen die stap niet aan durven. Onderzoek van het Kenniscentrum Ongelijkheid laat vervolgens zien dat dit complexe systeem van mensen vraagt om te weten hoe je met instanties om gaat en je ten opzichte van deze instanties moet gedragen. Mensen hebben als het ware instantiekapitaal nodig.7 Zonder instantie­ kapitaal komen ze niet bij de juiste hulp of ­ondersteuning terecht.

6

Anna Custers (Hogeschool van Amsterdam), Armoede in een rijk land, april 2023.

7

Kenniscentrum Ongelijkheid, Programma (On)zeker bestaan in de stad, januari 2023.

11

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

We zijn ons er als college ook van bewust dat het ons als gemeente niet altijd lukt alle Amsterdammers de juiste ondersteuning te bieden. Het onderzoeksrap­ port Knellende Mechanismen8 over de lessen die we als gemeente kunnen trekken uit het Toeslagen­ schandaal, liet zien dat een deel van de Amsterdamse professionals onvoldoende ruimte ­ervaart om knel­ lende situaties te agenderen en maatwerk te bieden. Ter uitvoering van de aanbevelingen uit het rapport, zijn we bezig onze dienstverlening verder te verbe­ teren en maatwerk structureel in te bedden in de ­gemeentelijke organisatie en de ­uitvoerende ­organisaties daaromheen. Dat staat ook in deze Agenda Bestaanszekerheid centraal.

Uitkomsten expertsessies Deze agenda is tot stand gekomen samen met ­deskundigen uit onze stad. In sessies met experts en inwoners met ervaringskennis hebben we de huidige situatie, knelpunten en de meest urgente en kansrijke verbetermogelijkheden besproken. We stelden ­belangrijke vragen over bestaanszekerheid in de stad en de rol van de overheid, zowel aan de inwoners als aan wetenschappers. Dit leverde inzichten op in de uitdagingen die mensen in hun dagelijks leven en werk ervaren, en feedback over waar het systeem ­tekortschiet. We deelden ook onze agenda met leden van het Amsterdams Netwerk Ervaringsdeskundigen en de Participatieraad.

8

Ook uit de expertsessies bleek dat de sociale ­zeker­heid zo complex is geworden dat dit problemen oplevert. Complexiteit levert systeemstress op, waar de overheid zelf medeverantwoordelijk voor is. Veel mensen redden zich prima, maar juist voor kwetsbare burgers moet de overheid er zijn en dat is op dit ­moment geen garantie. Een ander aandachtspunt was de bejegening van mensen die ondersteuning nodig hebben door de overheid. Armoede gaat vaak gepaard met schaamte en hulp vragen is een enorme stap om te zetten. De overheid zou mensen die hulp vragen daarom ­altijd moeten benaderen vanuit vertrouwen, en de ­hulpvraag bekijken vanuit het volledige beeld van de persoonlijke situatie. De overheid kan vertrouwen geven door zelf uit te gaan van vertrouwen. Dat raakt aan de (aanpassing en toepassing van) regels (minder nadruk op controle, humaner bijstandsbeleid) maar ook aan de bejegening en de toon waarop het ­gesprek wordt gevoerd.

Hogeschool Utrecht, Hogeschool van Amsterdam en Universiteit Utrecht, Knellende Mechanismen, februari 2023.

12

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

Uitkomsten gesprekken over bestaanszekerheid in Amsterdam Grootste schuldeiser

€30.000,Grotere slagkracht

Eigen verantwoordelijkheid burger

Van het kastje naar de muur

Landelijke overheid

Door het Rijk gezien als uitvoeringsorganisatie

Afstand en ongelijkwaardigheid

Maatschappelijke organisaties

Wantrouwen in burger

Aanvullend op overheid

Herkenbaar

Signalerende rol naar het Rijk

Dichtbij

Noodzakelijke hervormingen duren lang

Gemeente Amsterdam

Systeem heel complex

Beperking door behoefte aan regels en kaders Persoonlijk contact Niet-gebruik regelingen

Gebrek aan overzicht en perspectief

Brieven met plichten en sancties

Veranderingen en oplossingsrichtingen

Ervaringsdeskundigen

Inzetten ervaringskennis

Maatwerk verder ontwikkelen Van rechtmatig naar doelmatig

Zo veel mogelijk zelfregie van de burger

Inzetten op preventie

Mensbeeld Amsterdammers

Multiproblematiek

Angst, schaamte, vernedering Systeemstress Van rationele naar relationele overheid

Balans tussen ruimte en regels

Respect, vertrouwen gelijkwaardigheid

Slechts schakel of het verschil maken? Houding en bejegening

Professionals

Ontwikkeling en ondersteuning medewerkers

Toets beleid en leer

Moraliseren en aannames doen

De vraag stellen: wat heeft u nodig?

Amsterdammers Wantrouwen in overheid

Meer budget nodig

Gebrek aan capaciteit voor maatwerk

Leveren van data Samenwerking met praktijk en overheid Wet

Wetenschappers

Rapport

Budgetten ontschotten

Budgetten Afhankelijkheid

Onzekerheid in werkveld (complexe wet- en regelgeving)

Onderzoek, experiment en evaluatie

Lonen omhoog toeslagen omlaag

Flexibele budgetten

2

Visie op bestaanszekerheid: wat willen we bereiken?

Visie op bestaans­ zekerheid: wat willen we bereiken? Het college wil dat alle Amsterdammers de zekerheid hebben van een waardig bestaan. Voldoende inkomen om rond te kunnen komen is daarvoor een basisvoorwaarde. Waar het landelijke wetgeving betreft, zijn we vaak met handen gebonden. Toch willen we als college er zijn voor die Amsterdammers die onze ondersteuning het hardst nodig hebben. Juist voor hen moeten de basisvoorwaarden voor bestaanszekerheid goed geregeld zijn. We onder­ schrijven het essay Bestaanszekerheid als belofte van de VNG met de volgende fundamentele beloftes als leidraad:9

•

• • • •

Inkomen is weer genoeg om van te leven en alle sociale basisvoorzieningen van te kunnen betalen. Zoals een adequaat niveau van minimumloon en bijstand én een voorspelbaar systeem. Iedereen ontwikkelt mee in de maatschappij. Iedereen is nodig en werken moet lonen. De overheid vertrouwt inwoners en wordt betrouwbaar. Regels en systemen zijn dienend aan mensen. Er is integraliteit in beleid, met samenhang tussen alle leefgebieden.

Dit houdt in dat inwoners moeten kunnen rekenen op een toegankelijke en betrouwbare overheid, die ­ervoor zorgt dat de basisvoorwaarden voor bestaans­ zekerheid geregeld zijn, zoals voldoende en voorspel­ bare (financiële) middelen van bestaan, ­huisvesting en toegang tot goede zorg. Een overheid die niet alleen wijst op eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaam­ heid en controleert, maar vertrouwen geeft, in mensen investeert en hen verder helpt. Mensen die op de bij­ stand en op armoederegelingen zijn aangewezen hebben niet veel keuze en zijn in grote mate afhanke­ lijk van de gemeente. Het is belangrijk in onze om­ gang met burgers niet uit te gaan van een klantbena­ dering. In onze bejegening moet er meer nadruk op komen dat we als overheid naast onze burgers staan, dat het gaat om inwoners van de stad die aankloppen voor hulp voor begeleiding inkomen, armoede en werk. Bijstand moet genoeg zijn voor een bloemetje op tafel. Tegelijkertijd realiseren we ons dat we niet ie­ dereen bereiken met de voorzieningen die er zijn. Denk aan groepen zoals daklozen of ongedocumen­ teerden die ook dringend hulp nodig hebben, maar

9 Vereniging Nederlandse Gemeenten, Bestaanszekerheid als belofte, maart 2023.

15

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

waarvoor we als gemeente niet altijd alles kunnen op­ lossen. Armoedebeleid is in onze visie geen bestaans­ zekerheid, maar is bedoeld voor de extra (financiële) ruimte en armslag voor een waardig leven en voor ­bepaalde doelgroepen of situaties, zoals een ­laptopregeling voor middelbare scholieren uit ­huishoudens die minder bedeeld zijn. Bovenop de Bijstand. Geen ‘overleven’ maar leven. De komende jaren gaan we door met de noodzakelijke onder­ steuning vanuit armoedebeleid en schuldhulp­ verlening. Daarover is een uitgebreidere toelichting gegeven in de beleidsbrief ‘Armoede en Schulden’. In onze visie is de overheid een relationele overheid, die vertrouwen geeft, in mensen investeert en hen verder helpt. In onze visie op sociale Bijstand is Bijstand een recht, geen gunst. Bijstand is een recht om be­ staanszekerheid te bieden aan mensen die daartoe zelf (tijdelijk) niet in staat zijn. De afgelopen decennia zijn inwoners door de overheid vooral met wantrouwen te­ gemoet getreden. In beleid en ­uitvoering willen we de mensbeelden aanpassen en uitgaan van vertrouwen in mensen en handelen vanuit compassie. Om dat funda­ ment van bestaanszekerheid daadwerkelijk te kunnen bieden is een fundamentele herziening nodig van het sociale stelsel.

Vooruitlopend op landelijke aanpas­ singen zetten we lokaal al een aantal uitgangspunten centraal om de bestaanszekerheid van onze inwoners te versterken: we werken vanuit vertrouwen, we ver­ eenvoudigen regels en ­systemen en we verruimen voorzieningen waar dat kan. Vanuit een menswaardigeen mensgerichte ­benadering sluiten we het sociale stelsel in Amsterdam op deze uitgangspunten aan.

16

Daarmee geven we een eerste invulling aan het ­principe van omgekeerd medebewind10 dat de VNG ­introduceert in het essay over bestaanszekerheid. En omarmen we het brede perspectief op bestaans­ zekerheid dat ook Divosa11, de Denktank Nederland 204012 en de Commissie sociaal minimum hanteren. We zorgen bij de ontwikkeling van deze Agenda Bestaanszekerheid dat onze diverse programma’s, ­acties en interventies onderling samenhangen en ­elkaar versterken. Het gaat daarbij met name om Iedereen Kans Op Werk, de aanpak Kansengelijkheid, de Amsterdamse Aanpak Dakloosheid en de Amsterdamse nota gezondheidsbeleid. In deze Agenda Bestaanszekerheid focussen we ­specifiek op financiële bestaanszekerheid. Als basis moet iedereen in staat zijn om zich te voorzien van elementaire levensbehoeften, maar ook om mee te kunnen doen in de maatschappij. Het brede sociale stelsel moet daaraan bijdragen en zorgen dat ­iedereen voldoende buffers heeft om tegenslagen op te kunnen vangen. De Commissie sociaal minimum heeft dit als volgt samengevat:

10 In het omgekeerd medebewind signaleren en agenderen gemeenten, komen ze samen met het rijk tot beleid en voert het rijk wetten in om de signalen te vertalen naar wetten en uitvoering. 11 Divosa, Meerjarenplan Divosa 2023-2025: De uitvoering aan zet, februari 2023. 12 Denktank Nederland 2040, Nederland 2040: een toekomstbeeld, juni 2023.

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

Bestaanszekerheid en financiële bestaanszekerheid, schematische weergave

Bestaanszekerheid Gezonde sociale relaties

Positie op de arbeidsmarkt Zingeving

Gelijke kansen in het onderwijs

Passende woning

Financiële bestaanszekerheid

Doelen van het stelsel van sociaal minimum brede definitie zoals gevolgd door Commissie sociaal minimum

17

Goede gezondheid Voldoende inkomen om in elementaire behoeften voor levensonderhoud te voorzien Omgang met schulden Voldoende inkomen voor maatschappelijke participatie

Voldoende Financiële buffers om tegenvallers op te vangen

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

3

Wat doen we?

Wat doen we? We gaan door met stappen zetten in het versterken van de bestaanszekerheid van Amsterdammers met een inkomen op of rond het minimum. We bouwen voort op wat al is ingezet in de vorige collegeperiode. We blijven deze agenda steeds bijstellen en aanvullen.

Uitgangspunt 1: Uitgaan van vertrouwen en verruimen regels en beleid Amsterdammers met een laag inkomen die gebruik maken van landelijke en gemeentelijke voorzieningen worden vaak geconfronteerd met een systeem dat niet alleen ingewikkeld is, maar ook teveel gebaseerd is op wantrouwen en controle. Het maken van een fout kan iemand duur komen te staan. Juist mensen die langdurig moeten rondkomen van een (te) laag ­inkomen ervaren stress en maken daardoor soms ­onbedoeld fouten of keuzes die zij anders niet zouden maken. Wrang genoeg zijn het juist deze mensen die hulp van de overheid nodig hebben maar die door diezelfde overheid regelmatig verder in schulden en problemen komen. Wij vertrouwen Amsterdammers en bejegenen hen als gelijke Amsterdam wil een stad zijn die niet alleen zegt ­vertrouwen te hebben in haar bewoners maar hen dat vertrouwen ook echt geeft. Dat uitgangspunt staat al langer centraal in ons beleid. Binnen de schuld­ hulpverlening leverde dat al waardevolle resultaten op. In 2019 lanceerden we het programma Schulden­ rust, waarmee we inzetten op het voorkomen, klein houden en oplossen van schulden. Door in een zo vroeg ­mogelijk stadium hulp te bieden, vermindert de stress en krijgen mensen weer perspectief.

Een instru­ ment als de Pauzeknop, waarmee schuldeisers een pas op de plaats maken zodra iemand zich meldt voor hulp en onze inzet rond sociaal incasseren, zijn daarin ­succesvol gebleken. De gemiddelde schuld waarmee mensen zich melden bij de schuldhulp­verlening ligt in

19

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

Amsterdam al meerdere jaren rond de €26.000, terwijl dat landelijk ca. €40.000 is. Het toegankelijker maken van onze brede dienst­ verlening willen we verder doorzetten. Bijvoorbeeld door minder bewijsstukken te vragen en door vaker met de Amsterdammers in gesprek te gaan en te ­luisteren naar wat hen beweegt. Zonder daarbij vooraf te vragen hun hele hebben en houden met ons te delen als dat niet nodig is. Ook blijven we de inzet van maatjes en buddy’s stimuleren. Bejegening Het sociaal zekerheidsstelsel is de afgelopen decennia te veel in het teken komen te staan van wantrouwen en controle. De nadruk daarop in wet- en regelgeving werkt ook door in de uitvoering en uit zich in de ma­ nier waarop burgers tegemoet worden getreden. Een klantbenadering is teveel de leidraad geworden. Daar willen we, ook in het taalgebruik binnen onze organi­ satie, definitief vanaf stappen. In deze agenda en in toekomstige uitingen zullen we de term klant niet langer gebruiken. Daarnaast is onze uitdaging om medewerkers te stimu­ leren niet de knellende wet- en regelgeving als uit­ gangspunt te nemen, maar de situatie van de burger die hulp vraagt. We willen onze professionals daarin ondersteunen, mede door een caseloadverlaging.

Tegelijkertijd beseffen we dat dit een cultuuromslag is die tijd kost en vraagt om al anders te werken nog voordat de formele kaders (met name de Participatiewet) zijn gewijzigd.

20

In het jaarverslag over 2022 van de Ombudsman Metropoolregio Amsterdam staat dat Amsterdammers die problemen met de gemeente hadden, aangeven dat zij het contact met de gemeente het liefst ­vermijden omdat zij dit vaak als onprettig ervaren. De Ombudsman geeft aan dat contact met de ­gemeentelijke organisatie voor Amsterdammers het ­risico met zich mee brengt dat ze te maken krijgen met mensen die hen een ‘systeemvinkje’ geven, niet luisteren, ­vooringenomen zijn en dat ontkennen als ze erop worden aangesproken. Daarom staan er in deze agenda verschillende maatregelen die ervoor zorgen dat we vaker het gesprek zullen voeren met Amster­ dammers en hun situatie centraal stellen. We trainen alle medewerkers in de Amsterdamse Maatwerk Methode en zorgen voor extra capaciteit om beter en vaker het gesprek met onze inwoners te kunnen voeren. We zijn het met de Ombudsman eens dat persoonlijke gesprekken leiden tot betere dienstverlening. We monitoren en onderzoeken, ook samen met erva­ ringsdeskundigen, uitvoerig hoe de kwaliteit van de bejegening binnen onze dienstverlening zich ontwik­ kelt en hoe we deze verder kunnen verbeteren. We in­ tensiveren onze inzet zodat onze dienstverlening toe­ gankelijker, eenvoudiger en effectiever wordt. Het uitgangspunt is om betrokken Amsterdammers daarbij een stem te geven en procesoptimalisaties vanuit hun behoeften mogelijk te maken.

Besteedbaar inkomen Ook mensen met een (laag) middeninkomen hebben door hoge kosten soms moeite om rond te komen.

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

Dat geldt in het bijzonder voor inwoners in onze stad, waar vaste lasten als huur (in de vrije sector) en energie soms bovengemiddeld hoog zijn. Dat deze Amsterdammers vanwege hun inkomen volledig zijn uitgesloten van voorzieningen vinden wij onwenselijk en te kort door de bocht. De NoordAs heeft onlangs een manifest gepubliceerd voor toetsen op besteedbaar inkomen. Daarin roept het de gemeente op om een toetsingsroute toe te voegen voor mensen die aangeven dat ze door onver­ mijdbare hoge kosten niet rond kunnen komen. Ook zij moeten volgens De NoordAs recht hebben op voor­ zieningen. We nemen deze oproep ter harte en zullen in de komende periode verkennen op welke manier en voor wie het mogelijk en noodzakelijk is om toet­ sing op besteedbaar inkomen in te zetten. Ook gaan we onderzoeken in hoeverre er sprake is van een ar­ moedeval bij verschillende Amsterdamse huis­ houdtypen en wat mogelijke oorzaken en oplossings­ richtingen hierbij zijn. Sociaal incasseren De afgelopen jaren hebben we in Amsterdam stappen gezet in de omslag van uitgaan van controle (de ­nadruk in de Participatiewet ligt op rechtmatigheid)

21

naar uitgaan van vertrouwen. We voeren als gemeente een sociaal incassobeleid en maken ons daar ook bij andere partijen hard voor. In 2021 zijn we ­toegetreden tot de Schuldeiserscoalitie. Daarmee hebben we ons gecommitteerd aan het uitvoeren en stimuleren van een menswaardig incassobeleid. Sinds begin 2022 nemen we daarnaast bijstandsschulden mee in ­minnelijke regelingen, als er geen sprake is van fraude of grove schuld. Zo geven we blijk van vertrouwen en bieden we mensen perspectief. In de komende ­periode blijven we ons eigen incassobeleid door­ ontwikkelen, met als uitgangspunt een ­mensgerichte benadering. Iedereen heeft het recht om een fout te maken Iedere Amsterdammer heeft het recht om een fout te maken, zo benadrukte de burgemeester dit jaar in haar toespraak over de Staat van de Stad. Met ­laagdrempelige dienstverlening ondersteunen we Amsterdammers waar mogelijk bij het voorkomen van fouten. In ons handhavingsbeleid is het accent de ­afgelopen jaren verschoven van repressie naar ­preventie. Als iemand toch onbedoeld een fout maakt, hebben we daar begrip voor en zadelen we de Amsterdammer niet op met onnodig grote schulden of sancties. We maken in Amsterdam een nog scherper

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

­ nderscheid tussen onbewust oneigenlijk ­gebruik o van voorzieningen en bewust misbruik. Hiervoor ­verruimen en vereenvoudigen we onze ­regels. We maakten al een begin met het verhogen van de giften­ grens in de bijstand naar €1.800. Ook hebben we af­ stand gedaan van de preferente positie als schuldeiser die we bij een minnelijke schuldsanering hebben. In de komende periode geven we verder vorm aan deze actielijn. Dit sluit tevens aan bij het ­initiatiefvoorstel ‘Amsterdams recht op herstel van een fout’ van het lid Hofland.13

manier wordt begeleiding meer ingericht rondom de vraag van de persoon en kunnen we integraal kijken naar wat nodig is. We maken hiervan steeds meer onze ­structurele werkwijze. Door middel van het principe Continu Leren en Verbeteren, monitoren we voort­ durend de kwaliteit van onze dienst­verlening om deze te verbeteren.

Cultuuromslag Werken vanuit vertrouwen en de Amsterdammer ­bestendigen we in ons beleid. De omslag om meer ­mensgericht in plaats van systeemgericht te werken kost echter tijd. Het professionaliseren en ­opleiden van medewerkers in de komende periode is een speerpunt. Via de Amsterdamse Maatwerk Methode zoeken we oplossingen die passen bij ­persoonlijke ­situaties. Dit jaar trainen we alle medewerkers werk, participatie en inkomen op de toepassing van de Amsterdamse Maatwerk Methode. Daarmee leren zij om het perspectief van de persoon die aanklopt voor (financiële) hulp als uitgangspunt te nemen. Op die

13 Het initiatiefvoorstel bestaat uit een aantal voorstellen om als gemeente fundamenteel anders om te gaan met Amsterdammers, met name voor Amsterdammers die voor hun inkomen afhankelijk zijn van de overheid. Gemeenten moeten meer gaan handelen vanuit vertrouwen, ook als dat betekent dat er iemand misbruik van het recht op een fout kan maken.

22

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

? Concrete acties

23

!

Wat

Waarom

Verhogen giftendrempel (ingevoerd per 1 maart 2023)

Met een hogere giftendrempel krijgen bijstandsgerechtigden meer mogelijkheden om met hulp uit het eigen netwerk financiële problemen het hoofd te bieden en schulden te voorkomen.

Doorontwikkelen Pauzeknop

Samen met de NVVK, het ministerie van SZW, het CJIB en de gemeenten Eindhoven en Den Haag werken we aan de ontwikkeling van een Landelijke Pauzeknop. Het instrument zorgt voor schuldenrust door alle incassoactiviteiten (tijdelijk) stop te zetten.

Uitbreiden aanpak Vroegsignalering

Via vroegsignalering zorgen we dat we oplopende betalingsproblemen voorkomen. Door nieuwe pilots en projecten te organiseren zorgen we voor verdere verbeteringen om schuldenrust te realiseren. Een actuele pilot is dat DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) betalingsachterstanden aan ons doorgeeft.

Doorontwikkelen aanpak Schuldenvrije Buurt

We ondersteunen meer lokale initiatieven, met name in de Masterplangebieden, die zich richten op het versterken van vertrouwen en het terugdringen van financiële problemen. Het doel is dat we Amsterdammers met schulden beter bereiken doordat informele netwerken beter benut worden. Ook bieden we maatwerk op het gebied van schuldhulpverlening.

Uitbreiden financiële educatie

We zetten extra in op financiële voorlichting op scholen in het voortgezet onderwijs. We herijken ons huidige aanbod en zetten in op uitbreiding. Daarvoor doen we in 2024 een nieuwe aanbesteding.

Doorontwikkelen aanpak Jongeren Schuldenvrije Start

We evalueren de aanpak Jongeren Schuldenvrije Start (JSS) en herijken de werkwijze, mede gelet op de recente halvering van de MSNP. Via JSS beogen we dat jongeren sneller schuldenvrij zijn, minder schuldenstress ervaren en kunnen werken aan hun toekomstdoelen. Die uitgangspunten blijven centraal staan.

Verlagen schuldenlast

We verkorten de aflostermijnen voor bijstandsschulden die onbedoeld zijn ontstaan. Zo bieden we perspectief en lossen we schulden eerder op.

Herijken Handhaving

We gaan nog scherper onderscheid maken tussen bewust misbruik en onbewust oneigenlijk gebruik. Mensen die een foutje maken bestempelen wij niet als fraudeur. We gaan de hoogte van de boetes verder matigen. Hiermee geven we een Amsterdamse invulling aan het fraudebegrip sociale zekerheid in Nederland (waarbij iedere schending van de inlichtingenplicht fraude is). Deze maatregel is buitenwettelijk.

Uitgaan van vertrouwen

We gaan in onze dienstverlening uit van vertrouwen in de Amsterdammer. Waar uitgaan van vertrouwen dilemma’s oplevert met knellende regelgeving, krijgt dit doorlopend aandacht in de uitvoering van ons werk. Voor zowel medewerkers van WPI als in de samenwerking met partners in de stad zoals buurtteams en de GGD. Medewerkers worden onder anderen getraind in de Amsterdamse Maatwerk Methode. We zorgen bijvoorbeeld dat het opvragen van gegevens een bijstandsaanvraag niet onnodig vertraagt. Ook wordt de uitvraag van bewijsstukken bij bijstandsaanvragen gereduceerd. Daarnaast doen we mee met het project Gezin & Geld.

Verkennen van de mogelijk­ heden van toetsing op besteedbaar inkomen

Door onvermijdbare hoge kosten hebben sommige mensen, hoewel ze een inkomen boven de minima-norm hebben, te weinig middelen om fatsoenlijk rond te komen. Aansluitend op het manifest over toetsing op besteedbaar inkomen van de NoordAs gaan we verkennen op welke manier en voor wie deze methodiek uitkomst kan bieden.

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

Uitgangspunt 2: Uitgaan van de behoeften van de Amsterdammer Een bijstandsaanvraag is een hulpvraag. De afgelopen jaren lag de nadruk op controle van de rechtmatigheid van de aanvraag. We willen dat een bijstandsaanvraag wordt gezien als een vraag om hulp en dat er ook ­aandacht is voor de situatie achter de vraag en de context waarin iemand zich bevindt. We willen uitgaan van de behoefte van de Amsterdammer en passen de dienstverlening daar beter op aan. Dit sluit aan bij de bevindingen uit de recent ­afgeronde evaluatie van het Amsterdamse Experiment met de Bijstand, waar in vier jaar tijd een grote groep Amsterdammers in de bijstand meer begeleiding en persoonlijke aandacht kreeg en minder druk werd ­gelegd op solliciteren. Uit de evaluatie komt naar voren dat persoonlijke aandacht, vertrouwen en ­professionalisering van de medewerkers cruciaal zijn in het succesvol begeleiden van mensen in de ­bijstand. Hier zetten we extra op in door de caseload te verlagen, zodat er meer tijd is voor het gesprek met inwoners die om hulp vragen. Met de Amsterdamse Maatwerk Methode (AMM) werken we al zoveel mogelijk volgens dit principe. Daar gaat men uit van de vraag van de Amsterdammer in plaats van regelgericht toepassen van de wet- en ­regelgeving.

Sinds 2019 wordt met deze methodiek gewerkt en worden steeds meer medewerkers hierin getraind in het hele sociaal domein, ook bij buurt­ teams. De Amsterdamse Maatwerk Methode is erop gericht om samen te doen wat helpt, zodat de

24

Amsterdammer verder kan. Hierbij wordt gewerkt vanuit het perspectief van de Amsterdammer. Als professionals er met inzet van de Amsterdamse Maatwerk Methode toch niet uitkomen, of als de ­complexiteit te groot is, kunnen zij terecht bij het Doorbraakteam. Dit team is samengesteld uit professio­ nals met kennis van het brede sociaal ­domein. Het Doorbraakteam kan analyseren waarom een situatie vastloopt, extra hulp inschakelen en maatwerkoplos­ singen helpen realiseren. Ook heeft het Doorbraak­team indien nodig contact met landelijke uitvoeringsorganisa­ ties. Met een uitgebreidere t­ oepassing van de AMM en een bejegening op basis van vertrouwen zou de exper­ tise van het Doorbraakteam steeds minder vaak nodig moeten zijn. We blijven daarop inzetten en evalueren de invoering en de werking van de AMM periodiek. Ook de buurtteams staan dichtbij de Amsterdammer. Zij hebben daarom een belangrijke rol in het bereiken van Amsterdammers met een hulpvraag. Ze bereiken vaak ook mensen die niet bij de overheid (durven) aankloppen. Als gemeente willen we Amsterdammers die bijstand en/of armoederegelingen aanvragen maximaal ontzorgen. Buurtteams kunnen bij uitstek on­ dersteuning bieden om alle juiste regelingen en hulp te vinden. Ook hebben ze goede contacten en in­ gangen bij informele netwerken en lokale initiatieven.

Gezamenlijk gaan we kijken hoe we nog beter kunnen samenwerken met informele partijen om Amsterdam­ mers die hulp nodig hebben in beeld te krijgen.

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

Concrete acties

25

?

!

Wat

Waarom

Meer tijd voor begeleiders Inkomen voor persoonlijke gesprekken met inwoners vanuit een breed perspectief

Als er meer tijd is voor het gesprek met de Amsterdammer, kunnen we ingaan op de volledige inkomenssituatie, in plaats van dat de focus ligt op het recht op bijstand. We starten hiermee in de Masterplangebieden en in samenwerking met buurtteams.

Doorontwikkelen digitale dienst­ verlening zodat Amsterdammers meer regie en inzicht krijgen over hun inkomen

Binnen MijnAmsterdam krijgen inwoners inzicht in alle zaken die aan Werk en Inkomen zijn gerelateerd, zoals de status van aanvragen en uitkeringsspecificaties.

Invoeren jaarlijkse persoonlijke gesprekken met elke debiteur

Mensen die maandelijks aflossen op een bijstandsschuld, moeten leven van het absolute sociale minimum. In jaarlijkse gesprekken gaan we focussen op de mate waarin het aflossen van een schuld meedoen in de samenleving belemmert.

Invoeren nazorggesprekken met zelfstandig ondernemers 3-6 maanden na beëindiging Bbz (besluit bijstand­ verlening zelfstandigen)

Na beëindiging van de Bbz-uitkering gaan we met de ondernemer in gesprek over hoe het gaat en of verdere ondersteuning nodig is. Waar nodig zetten we voor ondernemers met een laag inkomen andere instrumenten in om ondernemerschap te versterken of belemmeringen weg te nemen.

Doorontwikkelen pilot één-overheidsloket

Bij het ‘één-overheidsloket’ kunnen inwoners terecht voor integrale dienstverlening voor kwesties waar meerdere overheidspartijen bij betrokken zijn. Bij een succesvolle pilot zorgen we voor meer locaties waar de succesvolle elementen worden toegepast.

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

Uitgangspunt 3: Focus op specifieke ­doelgroepen Sommige groepen of gebieden in de stad zijn extra kwetsbaar en hebben daarom extra ondersteuning nodig. De groep daklozen is de afgelopen jaren meer divers geworden, maar de begeleiding, financiële steun en opvang is daarop nog niet voldoende ­aangepast. Terwijl ook zij geraakt worden door de ­oplopende kosten voor levensonderhoud. Naast de ­geïntensiveerde stedelijke aanpak ‘Versterking aanpak dakloosheid’ (d.d. 11 juli 2023), is ook vanuit deze Agenda Bestaanszekerheid extra aandacht voor deze groep nodig.

Vanuit het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid15 wordt met aanvullende Rijksmiddelen nog extra ingezet om bestaanszekerheid en kansengelijk­ heid te versterken voor Amsterdammers in kwetsbare stedelijke gebieden. De Nationaal Actieplangebieden hebben een lange looptijd (de komende 20 jaar) en een brede focus. In kwetsbare gebieden in Amsterdam (Noord, Nieuw-West en Zuidoost) zorgen we dat acties gericht op bestaanszekerheid in het ­bijzonder goed geborgd worden. We hebben ook aandacht voor lokale informele initiatieven en het ­vergroten van bereik van bewoners.

Ondernemers zijn hard geraakt tijdens de coronacrisis, maar het aantal ondernemers in de stad neemt weer toe. Het college zet zich in om de bestaanszekerheid van de kwetsbare ondernemers duurzaam te ­versterken14. De lessen van Actieplan Veerkracht bieden aanknopingspunten om onze eigen dienst­ verlening aan ondernemers weer verder te ontwik­ ke­len en aan te scherpen. De nadruk ligt op om- en bijscholing, ondersteunen bij het vinden van een part­ timebaan in loondienst en bieden van ­specialistische schuldhulpverlening bij financiële ­problemen. Ook kunnen alle ondernemers met een ­inkomen tot 130 procent van het sociaal minimum zich blijven ­aanmelden voor coaching, werksessies en/of de workshop ‘Gun jezelf een doorstartplan’.

Het kader ‘Sociale basis’, dat de komende maanden wordt uitgewerkt, heeft een belangrijke rol in het ­informeren en bereiken van alle Amsterdammers waarbij de bestaanszekerheid onder druk staat. De ­sociale basis is het fundament van ons stelsel voor zorg, ondersteuning en meedoen. Dit gebeurt met laagdrempelige ondersteuning en door vertrouwen te winnen via sleutelfiguren en ervaringsdeskundigen. Vanuit de sociale basis wordt in het kader van ­bestaanszekerheid ingezet vanuit de thema’s armoede en schulden, participatie (naar werk) en het versterken van basisvaardigheden.

15 Het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid is in juli 2022 gelanceerd. Via het programma investeren verschillende ministeries in de aanpak van opstapelende problemen. Er zijn met name middelen voor betere volkshuisvesting, het voorkomen 14 Brief ‘Eindevaluatie Actieplan Veerkracht’, 30 mei 203.

26

van jeugdcriminaliteit en de aanpak van armoede en schulden.

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

Concrete acties

27

?

!

Wat

Waarom

Intensiveren begeleiding (economisch) daklozen

We zorgen voor meer financiële zekerheid door begeleiding en schuldhulpverlening uit te breiden. Dit is onderdeel van de intensivering van de Amsterdamse Aanpak Dakloosheid.

Ontwikkelen pilot ‘Bijstand in 1 dag’ voor daklozen

In een pilot gaan we een werkwijze uitproberen waarin binnen 1 dag duidelijk is of iemand recht heeft op een uitkering of niet. Ook kunnen we sneller doorverwijzen als dat nodig is.

Versoepelen doorverwijzing ondernemers van Bbz naar de Participatiewet, inclusief de omzetting van de aanvraagdatum Bbz

Bij afwijzing van een Bbz-aanvraag, verwijzen we ondernemers naar de Participatiewet. De aanvraagdatum van het Bbz geldt daar voortaan ook als aanvraagdatum voor de Participatiewet. Zo reduceren we systeemstress en voorkomen we (oplopende) schulden of problemen.

Uitbreiden minimadoelgroep door ophoging inkomensgrenzen (120%-130%, kindregelingen 150%)

Per 1 januari 2023 is de inkomensgrens voor de minimaregelingen verhoogd van 120% naar 130% voor alle minimaregelingen. Verder wordt per schooljaar 2023-2024 de inkomensgrens voor kindregelingen verhoogd naar 150% van het sociaal minimum voor de duur van twee schooljaren.

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

Uitgangspunt 4: Vereenvoudigen systeem, ­aanvraagproces, regels Mensen ervaren meer zekerheid als het systeem en ­regelingen te doorgronden zijn. Duidelijkheid en ­voorspelbaarheid zijn cruciaal. Het sociale stelsel, met regelingen, toeslagen en vergoedingen is door de jaren heen echter steeds ingewikkelder geworden. Deze ingewikkeldheid leidt tot extra stress: ­systeemstress. Deze komt nog bovenop de financiële stress van het leven in armoede en maakt het mensen onnodig moeilijk. Leven wordt dan overleven. Daarom is het vereenvoudigen van het systeem en het bieden van perspectief en rust een belangrijk ­focuspunt van deze agenda. De afgelopen jaren hebben we verschillende maatregelen genomen om regelingen eenvoudiger en flexibeler te kunnen toekennen. Zoals het experiment met de Bijstand. Ruim een derde (34%) van het totaal aantal Amster­ dammers dat mogelijk recht heeft op de bijstand maakt hier geen gebruik van, terwijl ze hier wel recht op hebben.16 Het is gissen naar de reden daarvoor. Een deel redt het ­mogelijk zelf, maar waar­schijnlijk ziet ook een deel van de potentieel rechthebbenden af van aanvragen van bijstand uit wantrouwen of angst voor ‘het ­systeem’. Dat willen we voorkomen. In het onderzoeksprogramma ‘Een (on)zeker bestaan in de stad’ van de HvA in samenwerking met het Kenniscentrum Kansengelijkheid wordt ­ingegaan op

de redenen van niet-gebruik bijstand. We willen met die uitkomsten meer gaan doen aan vertrouwen en laagdrempelige dienstverlening zodat meer Amsterdammers er ­gebruik van kunnen maken. Werk is uiteindelijk de meest duurzame weg naar ­bestaanszekerheid. Maar de stap naar werk vanuit de bijstand is soms een drempel. Met de aanpak Iedereen Kans Op Werk investeert het college in ­bredere ondersteuning, scholing en werkzekerheid van Amsterdammers die aan het werk (willen) gaan. We introduceren voor een laagdrempelige overgang naar werk de ‘Garantieknop’. Zodat wanneer werk toch niet uit pakt zoals gedacht iemand binnen een jaar makkelijker kan terugvallen op de bijstand. Andere concrete voorbeelden waarmee we systeem­ stress al reduceren zijn het Mini-Maatwerkbudget en het Maatwerkbudget. Deze ­instrumenten zijn geïntro­ duceerd om ­doorbraken te realiseren in complexe of vastgelopen situaties waarbij dat via de gebaande paden niet kan. Zo kunnen professionals flexibel ­inspelen op en ­rekening houden met specifieke ­situaties en behoeften. Om ons eigen systeem en regels te vereenvoudigen is het doen van onderzoek belang­ rijk. We gaan daarom onderzoek doen naar de ­armoede­val en de mogelijke uitwerking daarvan op verschillende huishoudens in onze stad.

16 ‘Niet-gebruik algemene bijstand in Amsterdam’, OIS, juni 2022.

28

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

Een voorbeeld van hoe burgers (onbedoeld) in de knel komen tussen (landelijke) regelingen is de kwestie ‘Gemiste toeslagen’, ook wel ‘Eenverdienersproblematiek’ genoemd. Het gaat daarbij om een complexe fiscaaltechnische kwestie, die speelt bij gezinnen van wie één partner geen inkomen heeft, en de andere een loongerelateerde UWV-uitkering (WW/TW/WIA) die voor een gezin lager ligt dan het sociaal ­minimum. Dit komt met name door de afbouw van de algemene heffingskorting van de minst­ verdienende partner. Het netto-inkomen van deze gezinnen kan door de gemeente ­aangevuld worden tot bijstandsniveau. Maar door die aan­ vulling valt het bruto-inkomen hoger uit dan het wettelijk sociaal minimum, waardoor deze ge­ zinnen toeslagen (huur- en zorgtoeslag) mislopen of terug moeten betalen.

29

De Centrale Raad van Beroep heeft in september 2022 bepaald dat gemeenten deze mensen moeten compenseren vanuit de bijstand. Het Rijk heeft vervolgens een complex handelings­ perspectief voor gemeenten en voor burgers ge­ schetst. Gedupeerde gezinnen hebben ­weliswaar recht op bijzondere bijstand, maar moeten deze zelf aanvragen en veel bewijsstukken overleggen. Gemeenten moeten dan vervolgens exact ­berekenen hoeveel deze gezinnen gecompen­ seerd kunnen worden. In Amsterdam willen we dit in lijn met deze Agenda Bestaanszekerheid eenvoudiger ­oplossen. We hebben daarvoor een werkwijze ontwikkeld waarmee Amsterdammers met ­aanvullende bijstand automatisch een forfaitair bedrag aan compensatie ontvangen. Waar meer nodig is, leveren we maatwerk.

In het traject van de herijking van de Participatiewet heeft Amsterdam, samen met andere gemeenten, ­aangegeven waar regels knellen en waar vereen­ voudiging nodig is. De nadruk van de wet ligt nog steeds op het nakomen van verplichtingen door ­bijstandsgerechtigden en daarop controleren als ­overheid. Zolang een fundamentele herziening van de wet uitblijft, kijken we in ons lokale beleid waar we al kunnen vereenvoudigen en versoepelen. Zo zullen we minder bewijsstukken opvragen en doorlooptijden verkorten. Zo weten Amsterdammers sneller waar ze aan toe zijn en ervaren zij meer (inkomens)zekerheid.

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

Concrete acties

30

?

!

Wat

Waarom

Vereenvoudigen inkomstenverrekening

Bijstandsgerechtigden krijgen met inkomstenverrekeningen te maken als zij parttime gaan werken en hun loon onder de bijstandsnorm ligt. Dan hebben ze recht op aanvullende bijstand tot die norm. De systematiek van inkomstenverrekening gaan we vereenvoudigen en automatiseren zodat inwoners zo veel mogelijk worden ontlast. Een voorwaarde is dat ze van dit verrekenproces geen negatieve financiële gevolgen ondervinden.

Invoeren Garantieknop voor bijstands­ gerechtigden die aan het werk gaan

Voor bijstandsgerechtigden die aan het werk gaan wordt de uitkering voortaan tijdelijk (voor een jaar) administratief stopgezet. Daarnaast laten we de kinderopvangtoeslag doorlopen. Als het werk toch niet uitpakt zoals gehoopt, kan iemand makkelijker opnieuw een beroep doen op de bijstand, zonder opnieuw een aanvraag te moeten doen (ook onderdeel van aanpak Iedereen Kans Op Werk).

Vereenvoudigen proces bijzondere bijstand (BB)

De komende periode gaan we het proces om bijzondere bijstand aan te vragen verder vereenvoudigen. We vereenvoudigen de draagkrachtregels en maken daarmee ook digitaal aanvragen eenvoudiger. Verder verkennen we het vereenvoudigen van de inzet van bijzondere bijstand bij eventuele calamiteiten. Hierdoor kan een grotere groep Amsterdammers een beroep doen op de bijzondere bijstand.

Uitbreiden slimme samenwerkingen via relevante data-uitwisselingen

We gaan structureel interne samenwerkingen uitbreiden via slimme uitwisseling van gegevens, o.a. met dienst Belastingen (gemeente). Deze samenwerking heeft al opgeleverd dat voor meer minima gemeentelijke heffingen automatisch worden kwijtgescholden. We kijken ook of we het bereik van minimaregelingen kunnen vergroten en nog beter op elkaar kunnen afstemmen. Daarnaast stemmen we gemeentebreed het sociale incassobeleid verder op elkaar af. Uiteraard wordt hierbij zorgvuldig rekening gehouden met de privacyregels.

Vergroten bereik minimaregelingen en (bijzondere) bijstand

Om Amsterdammers te bereiken blijven we methodes inzetten die hun waarde hebben bewezen, zoals inzet van de Flying Squad, samenwerking met buurtteams, lokale media, jaarlijkse campagnes en het netwerk van intermediairs. Daarnaast kijken we waar we nog meer kunnen samenwerken met informele netwerken. In het onderzoeksprogramma ‘Een (on)zeker bestaan in de stad’ van het Kenniscentrum Kansengelijkheid worden redenen van niet-gebruik verkend. Zodra daar meer inzicht in is, kijken we op welke andere manieren we niet-gebruik kunnen tegengaan.

Onderzoeken in hoeverre sprake is van een armoedeval is bij verschillende Amsterdamse huishoudtypen

Sommige huishoudens kunnen te maken hebben met een armoedeval als het inkomen stijgt. Samen met de HvA onderzoeken we in welke mate dit bij verschillende Amsterdamse huishoud­ typen speelt, wat de meest voorkomende oorzaken zijn en welke mogelijke oplossings­ richtingen er zijn.

Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

4 31

Wat is er ook voor nodig? Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

Wat is er ook voor nodig? Als lokaal bestuursorgaan moeten we erkennen dat we geen volledige bestaanszekerheid kunnen realiseren voor iedereen. Daarom blijven we het Rijk bij elke gelegenheid wijzen op de noodzaak van een fundamentele herziening van de Participatiewet en het sociale zekerheidsstelsel in brede zin. Op lokaal niveau zien wij waar het knelt. Samen met de G4 (grote gemeenten) en de VNG trekken we op om fundamentele knelpunten landelijk aan te kaarten en hoog op de agenda van een nieuw kabinet te krijgen. En zo een eerste invulling te geven aan het eerder genoemde ‘omgekeerd medebewind’ dat de VNG heeft geïntroduceerd in het essay Bestaanszekerheid als belofte.

32

We vragen van het Rijk om socialer bijstandsbeleid dat uitgaat van vertrouwen in de burger. Waar de overheid garant staat voor voldoende bestaanszekerheid en geen ingewikkeld stelsel hanteert die alle financiële ­risico’s via de bankrekening van de burger laat lopen. Hieronder beschrijven we wat de belangrijkste maat­ regelen zijn die wij als eerste nodig vinden. Afhankelijk van landelijke ontwikkelingen en signalen uit de praktijk houden we oog voor nieuwe knel­ punten en brengen deze onder de aandacht bij het kabinet en andere relevante partijen.

Een toereikend sociaal minimum Het belangrijkste is dat het sociaal minimum en het wettelijke minimumloon moeten worden verhoogd, zodat mensen kunnen rondkomen van een minimum­ inkomen en een financiële buffer kunnen opbouwen. We sluiten aan bij de aanbevelingen van de Commissie sociaal minimum om op korte termijn het besteed­baar inkomen van huishoudens op het sociaal minimum te verhogen. Ook blijven we aandacht vragen voor de situatie van ouderen met een onvolledige AOW. De Aanvullende Inkomens­voorziening Ouderen (AIO) is niet toereikend en wordt bovendien lang niet altijd aangevraagd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13550321/1