Afschrift brief OR inzake rapport ombudsman.pdf
Tekst van het document
Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam t.a.v. mevrouw Femke Halsema - Burgemeester en t.a.v. mevrouw Thea de Vries – wnd. Gemeentesecretaris Amstel 1 1011 PN Amsterdam Datum Ons kenmerk Kopie aan Bijlage Onderwerp
04 november 2025 OR-dossier 25-51 – Rapport Ombudsman Gemeenteraad Geen Formeel verzoek om inzage en bestuurlijke verantwoording inzake rapport ombudsman Melden met vertrouwen
Geachte burgemeester Halsema, Geachte mevrouw De Vries, Het Dagelijks bestuur van de Ondernemingsraad (OR) van de gemeente Amsterdam heeft met grote teleurstelling kennisgenomen van het artikel in De Telegraaf van 30 oktober 2025 over het rapport van de Amsterdamse ombudsman inzake Bureau Integriteit. De inhoud en de beschreven gang van zaken roepen bij de OR ernstige zorgen op over transparantie, vertrouwen en sociale veiligheid binnen onze gemeentelijke organisatie. De OR heeft de afgelopen maanden herhaaldelijk verzocht om informatie over het onderzoek van de ombudsman Melden met vertrouwen, en specifiek gevraagd of de betreffende stukken door de waarnemend gemeentesecretaris met de OR konden worden gedeeld. Ons is telkens meegedeeld dat er geen documenten voorhanden waren. Tot onze verbazing blijkt echter uit recente mediaberichten dat er wel degelijk een (concept)rapport aanwezig was, dat bovendien reeds op 15 september jl. door de ombudsman aan de bestuurlijke leiding van de gemeente Amsterdam zou zijn verstrekt. Tijdens de laatste overlegvergadering (OV) op 16 oktober 2025 heeft de waarnemend gemeentesecretaris ontkend over een daadwerkelijk conceptrapport te beschikken, maar stelde dat er een concept naar de gemeente was gestuurd – zonder conclusies – slechts gericht op controle van de feiten.
De waarnemend gemeentesecretaris verklaarde voorts dit niet met de OR te willen delen, ook niet onder embargo. Nu blijkt uit de diverse publicaties dat er wel degelijk een conceptrapport met conclusies en aanbevelingen aan de gemeente is gezonden waarover de gemeente ontstemd is in verband met zaken zoals hoor en wederhoor, de representativiteit van de onderzoeksgroep, de helderheid en consequentie van de probleemstelling en de helderheid van de gebruikte definities. De OR is hierover zeer teleurgesteld. Het achterhouden van dergelijke essentiële informatie tast het wederzijds vertrouwen aan en belemmert de OR ernstig in de uitvoering van haar wettelijke taak.
Ondernemingsraad Gemeente Amsterdam
Datum 4 november 2025 Kenmerk OR-dossier 35-51 Pagina 2 van 7
Wettelijke grondslag voor inzage De OR beroept zich hierbij op artikel 31 juncto artikel 28 van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR). Deze bepalingen verplichten de werkgever om de OR tijdig en volledig te informeren over alle aangelegenheden die de onderneming betreffen, en de OR in staat te stellen zijn taak naar behoren te vervullen. In dit geval raakt het rapport rechtstreeks aan het welzijn, de psychosociale arbeidsbelasting, sociale veiligheid en het vertrouwen van medewerkers — thema’s die nadrukkelijk onder de toezichts- en adviesbevoegdheid van de OR vallen (vgl. art. 28 lid 3 WOR en de Arbowet, art. 3 lid 2). Een beroep op vertrouwelijkheid vormt geen geldige grond om de OR-inzage te onthouden. De OR kan, indien nodig, de informatie onder geheimhouding ontvangen (art. 20 WOR). Weigering is slechts toegestaan bij zwaarwegende dienstbelangen, die in dit geval niet aannemelijk zijn. Wij verzoeken u daarom, op grond van artikel 31 WOR, om de OR-inzage te verlenen in het conceptrapport van de ombudsman – desnoods onder geheimhouding – alsmede in eventuele begeleidende correspondentie tussen de gemeente, het presidium en de ombudsman. Relevantie voor de taak van de OR De problematiek die in het rapport aan de orde zou komen, raakt direct aan de psychosociale arbeidsbelasting, het integriteitsklimaat en het vertrouwen in de organisatie.
De OR heeft de wettelijke en maatschappelijke verantwoordelijkheid om hier toezicht op te houden, en om te kunnen adviseren over maatregelen die een veilige werkomgeving bevorderen. Het uitblijven van openheid over de bevindingen van de ombudsman voedt, zoals eerder door de OR is aangegeven, het wantrouwen van medewerkers richting het bestuur. Juist in deze context is transparantie cruciaal voor herstel van vertrouwen. Vragen van de Ondernemingsraad Het genoemde artikel roept bovendien de volgende vragen op, waarop de OR graag een feitelijk en schriftelijk antwoord ontvangt: 1. Inhoud en strekking: a. Welke kernbevindingen en aanbevelingen bevat het rapport Melden met vertrouwen van de ombudsman, en hoe heeft het college — in het bijzonder de burgemeester en de (waarnemend) gemeentesecretaris — deze bevindingen beoordeeld en verwerkt in het bestuurlijke besluitvormingsproces? b.
Kan worden toegelicht op welke wijze de burgemeester en de gemeentesecretaris bij de totstandkoming en beoordeling van het rapport betrokken zijn geweest, en hoe daarbij is gewaarborgd dat de onafhankelijkheid van de ombudsman, zoals vastgelegd in de artikelen 81p en 81q van de Gemeentewet, volledig is gerespecteerd? De OR acht deze toelichting noodzakelijk om te kunnen toetsen of bestuurlijke interventies of reacties invloed hebben gehad op de inhoud, publicatie of interpretatie van het rapport, temeer daar de conclusies direct raken aan de sociale veiligheid, het integriteitsklimaat en het vertrouwen van medewerkers binnen de gemeentelijke organisatie. Inzage in de kernbevindingen en bestuurlijke beoordeling van het rapport is derhalve noodzakelijk om vast te stellen of de wettelijke waarborgen voor onafhankelijkheid en transparantie daadwerkelijk zijn nageleefd. 2. Openbaarheid en transparantie: a. Kan het rapport van de ombudsman, inclusief de onderliggende stukken, op grond van de artikelen 31 juncto 28 van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) aan de ondernemingsraad worden verstrekt – geheel of gedeeltelijk, desnoods onder geheimhouding en met een
Ondernemingsraad Gemeente Amsterdam
Datum 4 november 2025 Kenmerk OR-dossier 35-51 Pagina 3 van 7
vastgestelde termijn of anonimisering – zodat de OR zijn wettelijke toezichts- en adviesrol kan uitoefenen op het gebied van integriteit, sociale veiligheid en vertrouwen binnen de organisatie? De WOR verplicht de werkgever om de OR tijdig en volledig te informeren over alle aangelegenheden die het welzijn van werknemers raken, en artikel 20 WOR biedt de mogelijkheid om gevoelige informatie onder geheimhouding te delen. Aangezien het rapport direct betrekking heeft op de werking van Bureau Integriteit en daarmee op het integriteits- en veiligheidsklimaat binnen de gemeentelijke organisatie, is inzage door de OR niet slechts wenselijk maar wettelijk vereist. 3. Onderbouwing van de bevindingen: a.
Welke overwegingen hadden de burgemeester en de (waarnemend) gemeentesecretaris ten aanzien van de onderzoeksmethode, de gebruikte bronnen en de betrouwbaarheid van de bevindingen van de ombudsman, en op welke feitelijke gronden zijn deze vragen of bezwaren gebaseerd? De OR acht het van belang te begrijpen waarom de bestuurlijke leiding van de gemeente Amsterdam aanleiding zag om zich uit te laten over de onderzoeksmethode van een onafhankelijk toezichthouder, aangezien de Gemeentewet (artikelen 81p en 81q) nadrukkelijk bepaalt dat de ombudsman zijn taak zonder enige bestuurlijke inmenging uitoefent en dat de gemeenteraad verantwoordelijk is voor het waarborgen van die onafhankelijkheid. De Algemene wet bestuursrecht (artikelen 3:2, 3:3 en 3:9) verplicht bestuursorganen bovendien om zorgvuldig te handelen, zich te baseren op juiste en volledige informatie, en geen oneigenlijke belangen te laten meespelen bij het nemen of beïnvloeden van besluiten. Wanneer door bestuur of ambtelijke leiding vragen worden gesteld over de inhoud, bronnen of betrouwbaarheid van een onafhankelijk onderzoek, is het noodzakelijk te kunnen toetsen of deze vragen voortkwamen uit legitieme zorg over de methodologie of uit bestuurlijke of reputatie-overwegingen.
De wijze waarop onafhankelijke onderzoeken worden bejegend door de bestuurlijke leiding van de gemeente Amsterdam heeft immers directe invloed op het vertrouwen van medewerkers in de bestuurlijke integriteit en de geloofwaardigheid van interne meldprocedures. 4. Onderzoeksmethode en waarborgen: a. Welke onderzoeksmethode is door de ombudsman toegepast, en welke bezwaren heeft het college of de ambtelijke top hiertegen geuit? b. Is de kritiek uitsluitend methodologisch van aard, of speelden ook bestuurlijke of reputatiebelangen een rol? De OR acht het van belang te toetsen in hoeverre het bestuur of de ambtelijke leiding invloed heeft uitgeoefend op de wijze van totstandkoming of beoordeling van een onafhankelijk onderzoek, aangezien dit rechtstreeks raakt aan de wettelijke waarborgen voor zorgvuldigheid, transparantie en onafhankelijkheid van toezicht binnen de gemeentelijke organisatie. 5. Bestuurlijke omgang met het rapport: a.
Waarom is ervoor gekozen om het rapport van de ombudsman niet, zoals gebruikelijk bij onafhankelijke onderzoeken, te voorzien van een bestuurlijke reactie en te delen met de ondernemingsraad, maar in plaats daarvan te verzoeken om aanpassing of intrekking? De OR wijst erop dat bij onafhankelijke onderzoeken binnen de gemeentelijke organisatie in de regel een bestuurlijke reactie volgt, waarmee de bevindingen worden erkend, weerlegd of van context voorzien, zodat transparantie en bestuurlijke verantwoording zijn gewaarborgd. Het achterwege
Ondernemingsraad Gemeente Amsterdam
Datum 4 november 2025 Kenmerk OR-dossier 35-51 Pagina 4 van 7
laten van zo’n reactie en het niet delen van de rapportage met de OR roept de vraag op of hiermee is gehandeld in overeenstemming met de wettelijke plichten inzake zorgvuldigheid, informatievoorziening en onafhankelijkheid. De Gemeentewet (artikelen 81p en 81q) schrijft voor dat de ombudsman zijn taak volledig onafhankelijk uitoefent, zonder bestuurlijke inmenging, en dat de gemeenteraad verantwoordelijk is voor een onpartijdige en transparante uitvoering van die functie. Daarnaast verplicht de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 3:2, 3:3 en 3:46) bestuursorganen tot een zorgvuldige voorbereiding van besluiten, een zuivere belangenafweging en een deugdelijke motivering van het bestuurlijk handelen. Door geen bestuurlijke reactie te geven maar wel invloed uit te oefenen op de verschijningsvorm van het rapport, kan de indruk ontstaan dat deze beginselen niet zijn nageleefd. De OR heeft het wettelijke recht om tijdig en volledig geïnformeerd te worden over aangelegenheden die het welzijn, de integriteit en de sociale veiligheid van medewerkers raken. Het niet delen van het rapport met de OR is daarmee in strijd met de informatieplicht die de werkgever jegens de OR heeft, en belemmert de OR in de uitvoering van zijn toezichtstaak. 6. Beïnvloeding en aanpassingen: a.
Welke concrete aanpassingen, wijzigingen of verzoeken tot intrekking zijn aan de ombudsman voorgesteld, door wie zijn deze initiatieven genomen, en op basis van welke inhoudelijke of procedurele argumentatie? De OR wil hiermee vaststellen in hoeverre de behandeling van het rapport heeft plaatsgevonden binnen de grenzen van de wettelijke onafhankelijkheid die de ombudsman toekomt op grond van artikelen 81p en 81q van de Gemeentewet, waarin is vastgelegd dat de ombudsman zijn taak zonder enige bestuurlijke inmenging uitvoert en de gemeenteraad verantwoordelijk is voor het waarborgen van die onafhankelijkheid. Daarnaast bepaalt de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 3:2, 3:3 en 3:9) dat bestuursorganen verplicht zijn om zorgvuldig te handelen, geen oneigenlijke belangen te laten meespelen en zich ervan te vergewissen dat besluiten of interventies gebaseerd zijn op juiste en volledige informatie. De OR vraagt derhalve hoe bij de besluitvorming over eventuele aanpassingen of intrekkingen van het rapport concreet rekening is gehouden met deze wettelijke kaders, en hoe is gewaarborgd dat de onafhankelijkheid en integriteit van het onderzoek niet onder druk zijn komen te staan. 7. Rolverdeling en belangen: a.
Welke specifieke rollen en verantwoordelijkheden hebben de burgemeester, de (waarnemend) gemeentesecretaris, Bureau Integriteit, de griffie en het presidium vervuld bij de behandeling en besluitvorming rond het rapport van de ombudsman? De OR acht het, mede gelet op de wettelijke kaders, noodzakelijk om helderheid te verkrijgen over de feitelijke rolverdeling en besluitvorming in dit proces. De Gemeentewet (artikelen 81p en 81q) schrijft voor dat de gemeentelijke ombudsman zijn taak volledig onafhankelijk en zonder enige bestuurlijke inmenging uitoefent, terwijl de gemeenteraad zorg dient te dragen voor een onpartijdige en onafhankelijke uitvoering van deze functie. Daarnaast verplicht de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 3:2, 3:3 en 3:9) bestuursorganen om zorgvuldig te handelen, geen oneigenlijke belangen te laten meespelen, en zich ervan te vergewissen dat besluiten of oordelen gebaseerd zijn op een juist en volledig feitencomplex. Tegen deze achtergrond wil de OR inzicht krijgen in de feitelijke betrokkenheid van de genoemde
Ondernemingsraad Gemeente Amsterdam
Datum 4 november 2025 Kenmerk OR-dossier 35-51 Pagina 5 van 7
functionarissen en organen, teneinde te kunnen toetsen of de wettelijke waarborgen voor onafhankelijkheid, zorgvuldigheid en belangen-scheiding zijn nageleefd. b. Op welke wijze is binnen dit proces gewaarborgd dat bestuurlijke, ambtelijke en politieke belangen strikt zijn gescheiden van de onafhankelijke controlefunctie van de ombudsman, en welke maatregelen zijn genomen om iedere schijn van beïnvloeding of belangenverstrengeling te voorkomen? De OR wijst erop dat de Gemeentewet (artikelen 81p en 81q) de onafhankelijkheid van de gemeentelijke ombudsman nadrukkelijk waarborgt en elke vorm van bestuurlijke inmenging uitsluit. Daarnaast verplicht de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 3:2, 3:3 en 3:9) bestuursorganen om zorgvuldig te handelen, geen oneigenlijke belangen te laten meespelen en besluiten te baseren op juiste en volledige informatie. Tegen deze wettelijke achtergrond acht de OR het noodzakelijk te toetsen hoe deze onafhankelijkheid en zorgvuldigheid in de praktijk zijn geborgd, en of binnen de bestuurlijke behandeling van het rapport sprake is geweest van een transparante en rechtmatige scheiding tussen bestuurlijke verantwoordelijkheid en onafhankelijke controle. 8. Tijdlijn en transparantie van het proces: a.
De OR verzoekt hierbij een volledige en gedetailleerde tijdlijn te ontvangen van de relevante gebeurtenissen – inclusief de momenten van ontvangst, bespreking, beoordeling, intrekking en verdere besluitvorming rond het rapport – zodat de bestuurlijke gang van zaken transparant kan worden getoetst en inzichtelijk wordt hoe het proces feitelijk is verlopen. 9. Zorgvuldigheid en onafhankelijkheid van integriteitsonderzoeken: a. Op welke wijze kan de gemeentesecretaris aantonen dat Bureau Integriteit — waarvan de onafhankelijkheid en zorgvuldigheid momenteel onderwerp van kritiek zijn — zijn onderzoeken op een objectieve, transparante en niet-selectieve wijze uitvoert? b. Welke concrete waarborgen zijn getroffen om te voorkomen dat integriteitsonderzoeken binnen de gemeentelijke organisatie de schijn wekken van beïnvloeding, belangenverstrengeling of selectieve toepassing? c. Hoe wordt gegarandeerd dat dergelijke onderzoeken uitsluitend plaatsvinden op feitelijke, proportionele en zorgvuldig vastgestelde gronden, en dat zij niet kunnen worden ingezet op een wijze die het vertrouwen of de rechtsbescherming van medewerkers ondermijnt? De OR wijst erop dat integriteitsonderzoeken binnen de overheid moeten voldoen aan de wettelijke beginselen van zorgvuldigheid, objectiviteit en rechtsbescherming.
De Ambtenarenwet 2017 (artikelen 6 en 7) verplicht de werkgever zorg te dragen voor een integere organisatie en een veilig werkklimaat, waarin medewerkers beschermd worden tegen onzorgvuldige of onevenredige behandeling bij integriteitskwesties. Daarnaast volgt uit de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 3:2, 3:3, 3:4 en 3:9) dat bestuursorganen verplicht zijn zorgvuldig te handelen, geen oneigenlijke belangen te laten meewegen, belangen evenwichtig af te wegen en zich te vergewissen van de juistheid van de feiten waarop besluiten of onderzoeken zijn gebaseerd. Deze wettelijke bepalingen brengen met zich dat integriteitsonderzoeken niet selectief of beleidsmatig gestuurd mogen worden, maar uitsluitend mogen plaatsvinden op basis van toetsbare en transparante criteria. De OR stelt deze vragen in het kader van zijn wettelijke taak om toe te zien op het welzijn, de integriteit en de sociale veiligheid van medewerkers, zoals neergelegd in artikel 28 juncto 31 van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR). Op grond daarvan is het noodzakelijk dat de OR inzicht
Ondernemingsraad Gemeente Amsterdam
Datum 4 november 2025 Kenmerk OR-dossier 35-51 Pagina 6 van 7
verkrijgt in de waarborgen die gelden voor de uitvoering en controle van integriteitsonderzoeken binnen de organisatie. Afschrift aan de gemeenteraad Aangezien de ombudsman een onafhankelijk orgaan ten dienste van de gemeenteraad is, en de gemeenteraad eindverantwoordelijk is voor het stelsel van interne en externe controle, acht de OR het noodzakelijk om de raad van deze brief afschrift te doen toekomen. De OR doet dit op grond van artikel 23 lid 3 WOR, dat bepaalt dat de raad (als toezichthoudend orgaan) op de hoogte moet zijn van omstandigheden die van wezenlijk belang zijn voor het functioneren van de onderneming en haar medewerkers. De raad heeft bovendien de wettelijke taak om toezicht te houden op het goed functioneren van de ombudsman en de borging van tegenmacht binnen de gemeentelijke organisatie. Verzoek De OR verzoekt u nadrukkelijk om: 1. Binnen vijf werkdagen na dagtekening van deze brief inzage te verlenen in het rapport van de ombudsman (of de meest recente conceptversie) en onderliggende documenten, desnoods onder geheimhouding met einddatum; 2. De hierboven gestelde vragen inhoudelijk schriftelijk te beantwoorden; 3. Een tijdlijn te verstrekken van de gebeurtenissen rondom het rapport; 4. De OR actief te betrekken bij de vervolgstappen rond de bevindingen over Bureau Integriteit, in het kader van haar wettelijke taak inzake sociale veiligheid en integriteit.
De OR spreekt de wens uit dat dit moment wordt benut om transparantie en vertrouwen te herstellen binnen de organisatie. Het niet delen van essentiële informatie over integriteitsvraagstukken ondermijnt niet alleen de rechtspositie van de OR, maar ook het vertrouwen van duizenden medewerkers in de zorgvuldigheid van hun werkgever. Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet. Namens het Dagelijks Bestuur van de Ondernemingsraad van de gemeente Amsterdam, met instemming van de meerderheid van de Ondernemingsraad, Met vriendelijke groet,
René Bijnaar Voorzitter Ondernemingsraad Gemeente Amsterdam
Rob Kling Secretaris Ondernemingsraad Gemeente Amsterdam
Ondernemingsraad Gemeente Amsterdam
Datum 4 november 2025 Kenmerk OR-dossier 35-51 Pagina 7 van 7
Met vriendelijke groet namens het Dagelijks bestuur van de OR,
Rene Bijnaar,
Rob Kling
Voorzitter
Secretaris
Ondernemingsraad Gemeente Amsterdam
Ondernemingsraad Gemeente Amsterdam