CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Afd moties 53 22 en 186 22

RAAD 26 januari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de achtste updatebrief Strategie naar een stad zonder aardgas VN2021-0359614.764 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Afdoening motie

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 31 mei 2022 Duurzaamheid en Deelnemingen Voor en achternaam collegelid of –leden Ruimte en Duurzaamheid (bestuurszaken.RD@amsterdam.nl) Afdoening motie 53 van leden Groen (GroenLinks) en Vink (D66) inzake juridisch en financieel instrumentarium duurzame warmtebronnen en motie 186 van leden Boomsma (CDA), Nadif (GroenLinks), Vink (D66) en Kreuger (JA21) inzake het onderzoeken van juridische en contractuele mogelijkheden

Geachte leden van de gemeenteraad, In de vergadering van de gemeenteraad van 26 januari 2022 heeft uw raad bij de behandeling van de achtste updatebrief Strategie naar een stad zonder aardgas motie 53 van leden Groen (GroenLinks) en Vink (D66) inzake juridisch en financieel instrumentarium duurzame warmtebronnen aangenomen waarin het college gevraagd wordt om: 1. een overzicht te maken van de juridische en financiële mogelijkheden die de gemeente privaatrechtelijk als aandeelhouder WPW en of publiekrechtelijk als gemeente Amsterdam heeft om er voor te zorgen dat: a. ontwikkelaars en woningbouwcorporaties nieuwbouw op een door de gemeente te bepalen type warmtebron aansluiten; b. leveranciers van warmte dienen te voldoen aan bovenwettelijke eisen voor de mate van duurzaamheid van hun product; 2. het middel ‘samenwerkingsafspraken’ bij het opstellen van dit overzicht te betrekken; 3. de gemeenteraad hierover te rapporteren uiterlijk in december 2022. In de vergadering van de gemeenteraad van 17 februari 2022 heeft uw raad bij de discussie over het bericht dat het AEB biomassa laat aanvoeren van grotere afstand, motie 186 aangenomen van de leden Boomsma (CDA), Nadif (GroenLinks), Vink (D66) en Kreuger (JA21) inzake het onderzoeken van juridische en contractuele mogelijkheden.

Met deze motie wordt het college gevraagd om te onderzoeken welke juridische en contractuele mogelijkheden de gemeente als 50% aandeelhouder WPW heeft om te bepalen welke bronnen toegang mogen hebben tot het warmtenet van WPW. Zoals bij het préadvies aangegeven door de toenmalige wethouder Deelnemingen zal deze motie gevoegd beantwoord worden met motie 53.22.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 31 mei 2022 Pagina 2 van 11

Het College geeft als volgt uitvoering aan de moties. Daarbij merken wij op dat hier geen afweging wordt gemaakt om bepaalde mogelijkheden al dan niet in te zetten. Daarover kunnen wij desgewenst op een later moment met uw vergadering van gedachten wisselen. Verder gaat deze beantwoording uit van de huidige stand van zaken en wetten. Bijvoorbeeld met de in voorbereiding zijnde Wet Collectieve Warmtesystemen (WCW, ook wel Warmtewet 2.0) krijgt de gemeente mogelijk meer (publiekrechtelijke) invloed op de inrichting van warmtesystemen in buurten. Vooralsnog is onduidelijk wanneer deze wet, en met welke regeling in werking zal treden. Zodra de tekst voor deze wet definitief is, kan bekeken worden of het antwoord op de gestelde vragen verandert. Afbakening Het eerste dictum van motie 53 gaat in zekere zin over invloed op twee kanten van de onderneming van Westpoort Warmte BV (WPW): welk product de (a) klanten van WPW afnemen en (b) de kenmerken van het product dat WPW bij haar leveranciers inkoopt. Vervolgens worden drie groepen van invloed genoemd: (1) privaatrechtelijk als aandeelhouder WPW, (2) publiekrechtelijk als gemeente en (3) financieel. Het tweede dictum roept op expliciet de samenwerkingsafspraken met woningcorporaties te betrekken bij de beantwoording.

Omdat de samenwerkingsafspraken gesloten worden tussen gemeente, woningcorporaties en huurderskoepels, kan de gemeente hiermee niet direct sturen op wat warmtebedrijven doen of inkopen. De gemeente is geen partij in de afspraken. Op inkoopvraag (b) kan daarmee niet gestuurd worden. Motie 186.22 handelt in wezen over dezelfde vraag als de tweede vraag van motie 53. Echter, het te onderzoeken instrumentarium is iets breder. Het beslaat net als motie 53 juridische mogelijkheden van de gemeente als aandeelhouder. Daarnaast wordt in het dictum expliciet gevraagd naar contractuele mogelijkheden van de gemeente als aandeelhouder om te bepalen welke bronnen toegang mogen hebben tot het warmtenet van WPW. Dit zal bij deelvraag v meegenomen worden. Al met al leiden beide moties tot zeven te onderzoeken vragen. juridisch aandeelhouder publiekrechtelijk wat kiezen klanten WPW? i ii wat koopt WPW in? v vi

financieel iii vii

samenwerkingsafspraken iv n.v.t.

Ad 53 dictum 1. Een overzicht van de juridische en financiële mogelijkheden Deelvraag i. Hoe kan de gemeente als aandeelhouder WPW er voor zorgen dat ontwikkelaars en woningbouwcorporaties bij nieuwbouw op een door de gemeente te bepalen type warmtebron aansluiten? Alvorens deze deelvraag (en deelvraag v) te beantwoorden, is het goed om uiteen te zetten welke overeenkomsten er zijn die bepalen hoe WPW inzake duurzaamheid kan opereren. Dit betreft: 1. de afspraken tussen aandeelhouders en WPW, vervat in een aandeelhoudersovereenkomst. 2. de warmteleveringsovereenkomst tussen WPW en AEB.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 31 mei 2022 Pagina 3 van 11

3. de statuten van WPW Bij de raadsvoordracht van 10 februari 2021 bent u middels de brief Go-besluit voorgenomen verkoop AEB geïnformeerd over afspraken die met Vattenfall gemaakt zouden gaan worden over WPW. Deze afspraken zijn contractueel vastgelegd in een aandeelhoudersovereenkomst. Enkele van de belangrijkste afspraken die gemaakt zijn, zijn: - Betaalbaar: WPW kent een gematigd prijsbeleid dat tot de laagste van Nederland behoort; - Duurzaam: de onderneming streeft naar een volledig CO2 vrije warmtevoorziening in 2040. Middels een lineair pad daalt de CO2 uitstoot per geleverde gigajoule warmte van 26,9 kg in 2019 naar 0 kg in 2040; - Groei netwerk: er wordt gestreefd naar groei van het netwerk met als basis de Transitievisie warmte en de Warmtemotor. - Toekomstbestendig: binnen de kaders van onder andere betrouwbaarheid, betaalbaarheid en lopende overeenkomsten, biedt WPW ruimte voor innovatieve bronnen, zodat toekomstbestendigheid van het warmteproduct ondersteund wordt; - De onderneming streeft transparantie inzake haar strategie en activiteiten na. WPW zal onder andere elk jaar een publiek toegankelijk jaarverslag maken dat de Amsterdammer informeert over de afgelopen periode, en dat ook vooruitblikt; - De aandeelhouders zullen onder meer sturen op de strategie en beleid van WPW.

Belangrijke en/of strategische besluiten van WPW worden aan de aandeelhouders voorgelegd die daarover in unanimiteit dienen te beslissen (‘consensusmodel’); - De governance van WPW wordt verrijkt met een raad van commissarissen (RvC). De aandeelhouders stellen hiermee een kader; zij sturen op de doelstelling. De aandeelhouders hebben geen instrument om de uitvoering direct te sturen. De directie voert uit binnen het vastgestelde kader. De aandeelhouders kunnen het kader bijstellen, waarna de directie haar bedrijfsvoering voortaan binnen het nieuwe kader zal dienen uit te voeren. De tweede set afspraken is vastgelegd in een zogenaamde warmteleveringsovereenkomst (WLO). Hierover bent u bent per brief met dagtekening 8 juni 2021 door ons geïnformeerd. Sinds 1999 hebben WPW en het AEB (of haar voorloper: de gemeente) afspraken gemaakt over de levering van warmte door het AEB aan WPW. De afspraken lopen tot 2047. Die afspraken waren daarvoor vastgelegd in drie WLO’s, aangevuld met addenda en annexen. De partijen zijn het met elkaar eens dat de gemaakte afspraken verduidelijkt konden worden. Dat is ook wenselijk in het licht van de verkoop van AEB. Dat is gelukt. Er is nu één alomvattende overeenkomst tussen WPW en AEB, zonder stelsel van latere toevoegingen en verbijzondering. Hoofdpunten zijn:  De belangrijkste discussie was over de leveringsexclusiviteit van AEB.

De interpretaties van de oude WLO’s liepen ver uiteen. Er is nu vastgelegd dat WPW de eerste 40MWth basislast die zij nodig heeft bij het AEB inkoopt. Als WPW meer dan 40MWth basislast1 warmte nodig 1 Met basislast wordt bedoeld de hoeveelheid warmte die WPW bijna altijd nodig heeft om aan klanten te leveren.

Dus ook in de zomer als er geen verwarmingsvraag is. Basislastbronnen leveren dus zeer vaak een constante hoeveelheid warmte. Dit in tegenstelling tot bronnen voor de pieklast. Sommige pieklastbronnen gaan maar een paar keer per jaar aan, alleen aan als het echt koud is buiten, en alle verwarmingen vol draaien.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

  

Datum 31 mei 2022 Pagina 4 van 11

heeft, is zij niet verplicht dit bij AEB in te kopen. Gezien de groeiprognoses van WPW betekent dit dat er rond 2025 ruimte ontstaat voor de toevoeging van nieuwe basislastbronnen. Zolang het totaal aan geleverde warmte voldoet aan de afgesproken CO2 routekaart2, mag AEB binnen die basislast schuiven met de haar beschikbare bronnen. Ondanks de exclusiviteit op 40MWth, kan WPW al gelijk tot 2MWth aan kleine lokale duurzame bronnen toevoegen. WPW beslist over toevoeging van nieuwe bronnen. Haar rulebook3 en de CO2 routekaart dienen daarbij als uitgangspunt. Dit betekent o.a. dat WPW streeft naar de inkoop van warmte met een optimale balans van betrouwbaarheid, duurzaamheid en prijsniveau. Momenteel is er één tarief dat WPW aan AEB betaalt voor warmte - voor elk moment van de dag, ongeacht het seizoen. AEB en WPW spreken dit jaar over het aanpassen van die tariefstructuur. Er is geen verplichting tot een bepaalde uitkomst.

Voor de gemeentelijke ambities is het van belang dat de CO2 routekaart onderdeel is van deze hernieuwde afspraken. Verder is het goed dat er duidelijkheid is over wanneer er ruimte is voor nieuwe basislastbronnen. Dat helpt bij het nadenken over de toekomstige warmtevoorziening in de stad. Ten slotte is het fijn dat invoeding door enkele kleine duurzame bronnen al gelijk is toegestaan. Dit stimuleert innovatie en past bij de plannen van sommige lokale initiatieven. De derde “overeenkomst” zijn de statuten van WPW. Hieronder wordt meer specifiek op enkele bepalingen ingegaan. Voor de invloed-op-duurzaamheid-discussie is met name het proces rondom de totstandkoming van de meerjarenstrategie van belang. Middels strategische meerjarenplannen hebben aandeelhouders invloed op het beleid van de onderneming. Indien beide aandeelhouders het met elkaar eens zijn en de RvC ziet hier vanuit haar rol als hoeder van de continuïteit van de onderneming geen bezwaar tegen, kan de aandeelhoudersvergadering de directie een beleid opleggen om voortaan bepaalde bronnen wel of niet te gebruiken.

Terug naar deelvraag i: Hoe kan de gemeente als aandeelhouder WPW er voor zorgen dat ontwikkelaars en woningbouwcorporaties bij nieuwbouw op een door de gemeente te bepalen type warmtebron aansluiten? Uiteraard bepaalt WPW niet wat haar potentiële klanten kiezen. WPW kan niemand dwingen haar product te kopen. Echter, door bepaalde zaken niet of juist wel aan te bieden, heeft WPW invloed op de keuzemogelijkheid van ontwikkelaars en woningbouwcorporaties. Vanuit aandeelhoudersperspectief is de vraag daarmee meer: heeft een aandeelhouder invloed op specifieke kenmerken van het product dat de onderneming aan potentiële klanten aanbiedt? Samengevat is het antwoord op deze vraag: de directie kan specifieke aanbiedingen voor producten doen aan potentiële klanten, zonder dat zij dit aan aandeelhouders hoeft voor te leggen. Middels de strategie hebben aandeelhouders wel invloed op het beleid van de onderneming. 2 Het CO

2 gehalte per geleverde gigajoule warmte daalt in een lineaire lijn van 26,9 kg naar 0 kg in 2040.

3 In het rulebook van WPW staan de voorwaarden en bepalingen omtrent invoeding van nieuwe warmtebronnen op

het warmtenet van WPW.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 31 mei 2022 Pagina 5 van 11

De rechten en plichten van aandeelhouders worden primair bepaald door de statuten van een onderneming en Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (rechtspersonen). Verder kunnen er overeenkomsten zijn die invloed hebben op welke beïnvloedingsmogelijkheden een aandeelhouder heeft. Een voorbeeld is een aandeelhoudersovereenkomst. Hierin spreken aandeelhouders onderling af hoe zij met bepaalde zaken omgaan. In joint venture WPW dienen alle aandeelhoudersbesluiten unaniem genomen te worden. De inrichting van het ondernemingsbestuur (de governance) bij WPW is in lijn met het Burgerlijk Wetboek. In bijgevoegde statuten wordt in artikel 17.1 gesteld dat de directie de onderneming bestuurt. Voor sommige besluiten dient zij goedkeuring te krijgen van de raad van commissarissen (RvC) of de aandeelhouders (artikel 20.1 en 20.2). Dit betreft vooral besluiten van grote financiële waarde. De RvC en aandeelhouders worden volgens de statuten niet betrokken bij directiebesluiten die gaan over het vaststellen van bijvoorbeeld trajecten en capaciteit van aan te leggen infrastructuur, de bijdrage in de aansluitkosten die nieuwe klanten aangeboden krijgen, of het type warmte dat de onderneming aan een nieuwe klant aanbiedt. Alleen investeringen die meer dan € 10 miljoen afwijken van wat er opgenomen is in het jaarplan worden voorgelegd aan de aandeelhouders. Als het goed is, zal dat zelden gebeuren.

Het meest operationele besluit waar aandeelhouders bij betrokken zijn is de jaarlijkse vaststelling van het jaarplan (art. 19.6). Dit plan bevat primair een exploitatiebegroting, investeringsplan en financieringsplan. Indien daar bepaalde investeringen in zijn opgenomen die ongewenst zijn, kan een aandeelhouder tegen vaststelling van het plan stemmen. De directie zal daarop met een aangepast plan dienen te komen. Het getuigt van goed aandeelhouderschap indien een aandeelhouder in de voorafgaande periode met mede-aandeelhouders, directie en RvC in overleg treedt om een dergelijke situatie te voorkomen. Omdat de statuten in artikel 19 voorschrijven dat de onderneming ook een strategisch ontwikkelingsplan, een strategisch masterplan en een meerjaren (ondernemings)plan opstelt, zijn dat de momenten om zo’n gesprek te voeren. Indien de gemeente wenst dat ontwikkelaars en woningbouwcorporaties bij nieuwbouw op een bepaald type warmtebron aansluiten, kan dat bij de totstandkoming van deze plannen kenbaar gemaakt worden. Indien de partijen hier overeenstemming over bereiken, ontstaat er een nieuw beleid / strategie van de onderneming. De discussie zal breder gevoerd worden dan alleen over type warmtebron bij nieuwbouw.

De gevolgen van zo’n besluit voor bijvoorbeeld reeds bestaande klanten, potentiële klanten in bestaande bouw, leveringszekerheid, prijsniveau voor nieuwe en bestaande klanten, duurzaamheid, financieel rendement, etc. zullen hier ook bij betrokken worden. Zo heeft de RvC een wettelijke plicht om alle bij de onderneming betrokken belangen in ogenschouw te nemen bij haar afwegingen. Zij mogen niet één deelbelang laten prevaleren als dit ongewenste gevolgen heeft voor de onderneming. Ook (gevolgen voor) reeds gesloten overeenkomsten met klanten en leveranciers en de afspraken gemaakt in de aandeelhoudersovereenkomst worden bij zo’n heroverweging betrokken. Hetzelfde geldt voor de warmteleveringsvergunning die WPW heeft van de Autoriteit Consument en Markt. Nieuw beleid dient deze vergunning (en eventuele andere “licenses to operate”) niet in gevaar te brengen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 31 mei 2022 Pagina 6 van 11

Indien beide aandeelhouders menen dat een directie of RvC ten onrechte uitvoering van een aandeelhoudersbesluit niet uitvoeren of tegenhouden, dan kunnen zij de directie of RvC ontslaan. De nieuwe functionarissen zullen geselecteerd worden op hun bereidheid het gevraagde wel uit te voeren. Dit is uiteraard een verstrekkende route. Belanghebbenden kunnen proberen dit aan te vechten bij de Ondernemingskamer. Alternatief is dat middels artikel 20.6 aan de goedkeuringenlijst van de aandeelhoudersvergadering wordt toegevoegd dat zij dient in te stemmen met het te gebruiken type bron bij nieuwbouw. Als onze mede-aandeelhouder het daar mee eens is, kan dit type besluit voortaan geagendeerd worden.

Deelvraag ii. Kan de gemeente er met haar publiekrechtelijke rol voor zorgen dat ontwikkelaars en woningbouwcorporaties bij nieuwbouw op een door de gemeente te bepalen type warmtebron aansluiten? Warmteplan In het Bouwbesluit 2012 is de bevoegdheid neergelegd voor de gemeenteraad om een warmteplan vast te stellen. Een warmteplan regelt de aansluitplicht op een energiesysteem in een bepaald gebied. In het warmteplan zijn de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu vastgelegd. Volgens het Bouwbesluit 2012 is afwijking van de aansluitplicht mogelijk als het alternatieve energiesysteem tenminste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu heeft. De gemeente kan dus niet dwingend een bepaald type warmtebron voorschrijven. Het instrument warmteplan heeft de gemeente op meerdere plekken ingezet. Zo zijn er een aantal warmteplannen in Amsterdam waarin uit wordt gegaan van de levering van warmte aan een warmtenet door een collectief WKO, gecombineerd met warmtepompen en soms aquathermie. Ook is recent een warmteplan vastgesteld dat inzet op gebruik van warmte geleverd door datacentra en bodemenergiesystemen, soms gecombineerd met het gebruik van (retourwarmte van) een reeds bestaand hoogtemperatuurnet.

Met het warmteplan kan ook gestuurd worden op de wens de uitstoot van CO2, NO2 en fijnstof te beperken en om geluidsoverlast van bijvoorbeeld warmtepompen te voorkomen. Dit heeft tot gevolg dat de plaatsing van individuele pellet- en houtkachels en van individuele warmtepompen als alternatief op de aansluiting van het warmtenet wordt ontmoedigd. De praktijk leert dat niet elke ontwikkelaar of woningbouwcorporatie uiteindelijk kiest voor het collectieve systeem dat is gebaseerd op het warmteplan. Zij kunnen er voor kiezen een individueel systeem te realiseren indien dat minstens even duurzaam is. Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet gaan de regels van het Bouwbesluit 2012 op in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In het Bbl komt de aansluitplicht op grond van een warmteplan niet terug en vervalt het instrument warmteplan. In de bruidsschat is een overgangsrechtelijke bepaling opgenomen, op grond waarvan reeds vastgestelde warmteplannen hun werking houden. De gelijkwaardigheidsbepaling komt wel terug in het Bbl. Bij de beoordeling van de gelijkwaardigheid wordt rekening gehouden met de energiezuinigheid en het milieu. Het warmteplan houdt

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 31 mei 2022 Pagina 7 van 11

zijn werking na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit is geregeld in het Invoeringsbesluit Omgevingswet. Op elk moment na inwerkingtreding van de Omgevingswet kunnen de regels uit het warmteplan in het omgevingsplan worden opgenomen (en aangepast). Onder de omgevingswet is in de overgangsregeling bepaald dat de warmteplannen hun werking houden. In juni 2020 is de Wet collectieve warmtevoorziening (WCW) gepubliceerd voor consultatie. Met dit wetsvoorstel wordt ingezet op de groei en verduurzaming van collectieve warmtenetten. Het wetvoorstel gaat ervan uit dat de Omgevingswet in werking is getreden. Het instrument warmteplan komt niet in de WCW voor, in plaats daarvan introduceert de WCW het ‘warmtekavel’. De gemeente kan een kavelbesluit nemen en daarmee een warmtekavel aanwijzen. Binnen het warmtekavel heeft een aan te wijzen warmtebedrijf de taak een warmtenet aan te leggen. In de WCW zijn reductiedoelstellingen voor CO2 opgenomen. In de WCW zijn elementen herkenbaar uit het huidig instrument ‘warmteplan’. Gebieden waar nu warmteplannen gelden worden op grond van overgangsrecht aangemerkt als warmtekavel. Het is niet duidelijk wanneer de WCW met welke exacte bepalingen in werking treedt.

Concessieovereenkomsten en erfpacht Naast de hierboven beschreven publiekrechtelijke instrumenten geldt dat in Amsterdam in een aantal met respectievelijk WPW en Vattenfall gesloten concessieovereenkomsten ook privaatrechtelijk afspraken zijn gemaakt over aansluitverplichtingen bij gronduitgifte. Deze overeenkomsten zijn gesloten tussen WPW, Vattenfall, enkele ontwikkelaars en woningcorporaties, en de gemeente. Op grond hiervan worden ontwikkelaars van nieuwbouw via de gronduitgiftevoorwaarden verplicht om aan te sluiten op een distributienetwerk van WPW of Vattenfall. De warmte die vervolgens wordt afgenomen, zal afkomstig zijn uit de bron(nen) waarmee het betreffende distributienetwerk gevoed wordt. De concessies sturen zodoende op of ontwikkelaars al dan niet dienen aan te sluiten op wat WPW of Vattenfall leveren. De gemeente kan warmtepartijen niet via de afgesloten concessies dwingen warmte met bepaalde kenmerken aan te bieden. Zoals u bekend worden momenteel de openstaande concessies van WPW geëvalueerd. Dit gaat mogelijk leiden tot aanpassingen voor de nog openstaande verplichtingen. Hierover zult u apart geinformeerd worden. Naar verwachting gebeurt dat dit jaar.

Deelvraag iii. Welke financiële mogelijkheden heeft de gemeente om er voor zorgen dat ontwikkelaars en woningbouwcorporaties bij nieuwbouw op een door de gemeente te bepalen type warmtebron aansluiten? Voor nieuwbouwwoningen geeft de gemeente geen subsidie om aardgasvrij te worden – zij dienen dit sowieso te worden. Als uitzondering nam op 21 december 2021 ons college het wijzigingsbesluit corporatiesubsidie duurzame nieuwbouw Strandeiland en Buiksloterham. Deze subsidie dient om hen te compenseren voor extra ontwikkelkosten vanwege een lage te realiseren milieuprestatiegebouwwaarde, nul-op-de-meter woningen en/of een voedselvermalersysteem. In het besluit is geen voorwaarde opgenomen om bepaalde bronnen wel of niet te gebruiken. De gemeenteraad kan de regeling aanpassen zodat dit voor nieuwe aanvragen wel gebeurt. Ook kan

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 31 mei 2022 Pagina 8 van 11

een nieuwe subsidieregeling gemaakt worden die bijvoorbeeld een hogere aansluitbijdrage compenseert vanwege bepaalde warmtebronnen. Desgewenst kan dit uitgebreid worden naar andere gebieden en / of andere partijen dan corporaties.

Deelvraag v. Hoe kan de gemeente als aandeelhouder WPW er voor zorgen dat leveranciers van warmte dienen te voldoen aan bovenwettelijke eisen voor de mate van duurzaamheid van hun product, danwel dat bepaalde warmte niet door WPW ingekocht wordt? De gemeente heeft als aandeelhouder WPW alleen invloed op WPW. De te beantwoorden vraag wordt daarmee: Hoe kan de gemeente als aandeelhouder WPW er voor zorgen dat WPW dient te voldoen aan bovenwettelijke eisen voor de mate van duurzaamheid van hun product, danwel dat bepaalde warmte niet door WPW ingekocht wordt? Het antwoord op deze vraagt volgt het antwoord op de eerste vraag. Aandeelhoudersinvloed op dit onderwerp loopt ook via de strategie van de onderneming. Bijvoorbeeld bij strategische plannen kunnen aandeelhouders hier invloed op uitoefenen. Over dit specifieke onderwerp hebben zoals aangegeven de aandeelhouders de directie als kader meegegeven dat de door WPW te leveren warmte dient te voldoen aan bovenwettelijke eisen. Zij dient er voor te zorgen dat de CO2 uitstoot van de warmte die WPW aan haar klanten levert middels een lineair besparingspad daalt naar nul in 2040. Het is aan de directie in te vullen hoe zij dit doet. Jaarlijks dient zij verantwoording af te leggen over de vorderingen.

Ook bij dit onderwerp geldt: deze afspraak kan worden aangepast indien de beide aandeelhouders het met elkaar eens zijn en de RvC vanuit haar verantwoordelijkheid akkoord is. Vanwege motie 186.22 wordt hierbij extra gekeken naar de mogelijkheden contractueel invloed als aandeelhouder uit te oefenen. De aandeelhouders sluiten geen (warmte-inkoop)contracten af. De enige overeenkomsten betreffende WPW waar de gemeente rechtstreeks contractpartij is, zijn financieringsovereenkomsten waarmee de gemeente geld aan WPW uitleent, en de aandeelhoudersovereenkomst gesloten met Vattenfall Warmte NV. De financieringsovereenkomst gaat over looptijden, rentepercentages en andere typische financieringsafspraken. “Inhoudelijke” zaken worden in dit type overeenkomst niet afgesproken. De aandeelhoudersovereenkomst met Vattenfall daarentegen bevat wel afspraken over bijvoorbeeld duurzaamheid, prijsbeleid, etc. Dat is hierboven reeds aangegeven. Indien daar overeenstemming met Vattenfall over bereikt kan worden, kan deze overeenkomst aangepast worden om zo aan de directie verdere kaders mee te geven. Een verbod om bepaalde bronnen toe te laten tot het warmtenet van WPW zou zodoende vastgelegd kunnen worden. Een nog meer dwingende stap is om dit op te nemen in de statuten van de onderneming4.

De uitwerking van zo’n bepaling is identiek: de aandeelhouders zullen geen directiebesluiten goedkeuren die niet in lijn zijn met dergelijke bepalingen. De directie zal dergelijke voorstellen dan ook niet doen.

4 WPW levert aan nieuwbouw én bestaande bouw. Een verbod op HT of MT bronnen raakt dus rechtstreeks de mo-

gelijkheid om in bestaande bouw te leveren (zonder de warmte eerst verder op te waarderen).

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 31 mei 2022 Pagina 9 van 11

Een en ander laat onverlet dat bestaande contracten met derden niet automatisch vervallen of zich aanpassen. WPW en AEB hebben in 1999 een warmteleveringsovereenkomst met elkaar gesloten die loopt tot 2047. Daar staat bijvoorbeeld geen verbod in voor AEB om biomassawarmte te leveren. AEB mag binnen kaders van voornamelijk CO2 uitstoot en betrouwbaarheid zelf bepalen uit welke bronnen zij warmte levert aan WPW. Indien WPW (vanwege bijv. aangepaste statuten) wil dat een bepaalde bron niet meer gebruikt wordt, zal ze met AEB tot een vergelijk dienen te komen. Zeker als dit betekent dat AEB inkomsten misloopt of investeringen versneld dient af te schijven, zal zij hiervoor gecompenseerd willen worden.

Deelvraag vi. Kan de gemeente er met haar publiekrechtelijke rol voor zorgen dat leveranciers van warmte dienen te voldoen aan bovenwettelijke eisen voor de mate van duurzaamheid van hun product? Het antwoord op deelvragen ii en vi overlappen elkaar deels, danwel is er een interactie tussen beide vragen. In aanvulling op het gestelde bij ii geldt het volgende. De huidige Warmtewet geeft gemeenten bij geen enkel onderwerp bevoegdheden om warmteleveranciers iets op te leggen. De gemeente lobbyt voor de mogelijkheid om in de nieuwe Warmtewet bovenwettelijke eisen op mogen te leggen. Vooralsnog is dat niet in de concepttekst opgenomen. Ook andere wetten bepalen niet dat een gemeente invloed heeft op de mate van duurzaamheid van warmtelevering. Wel kan de gemeente bij het tenderen van nieuwbouw inschrijvende ontwikkelaars (privaatrechtelijk) laten scoren op duurzaamheid door bijvoorbeeld meer punten toe te kennen naarmate een ontwikkelaar inschrijft met een lagere BENG dan de wettelijke BENG-norm. De BENG waarmee de ontwikkelaar inschrijft, moet, indien de ontwikkelaar de betreffende tender wint, ook worden gerealiseerd. Dit kan er toe leiden dat de betreffende ontwikkelaar, om de BENG waarmee hij heeft ingeschreven te kunnen realiseren, gebruik moet maken van een zeer duurzame warmtebron zoals bijvoorbeeld bodemwarmte.

Deelvraag vii. Welke financiële mogelijkheden heeft de gemeente om er voor zorgen dat leveranciers van warmte dienen te voldoen aan bovenwettelijke eisen voor de mate van duurzaamheid van hun product? De gemeente subsidieert warmtebronnen of warmteleveranciers niet. Als extra duurzaamheid extra geld kost, en de gemeente is bereid hiervoor te betalen, dan willen warmteproducenten vast extra duurzame warmte produceren. De SDE(+(+) rijkssubsidies zijn hier voorbeelden van. Zonder deze subsidies was er bijvoorbeeld geen duurzame warmte uit de verbranding van resthout. Als de gemeente hier een andere subsidieregeling naast zet of op stapelt, kan de hoeveelheid duurzame warmte gestimuleerd worden. Dat vergt het nodige uitzoekwerk op het gebied van staatssteun en mededingingsrecht, maar als het Rijk het mag met SDE++, dan zijn er ook mogelijkheden voor gemeenten te verwachten. Omdat dergelijke subsidies al snel (tientallen) miljoenen per bron vergen, is dit een instrument dat de gemeentebegroting hoogstens met mate kan dragen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 31 mei 2022 Pagina 10 van 11

Ad 53 dictum 2. Een overzicht van de juridische en financiële mogelijkheden met het middel ‘samenwerkingsafspraken’ De samenwerkingsafspraken komen tot stand door onderhandeling tussen gemeente, corporaties en huurderskoepels. De sturingsmogelijkheden van de gemeente op de activiteiten van de corporaties liggen verankerd in de Woningwet. Het primaire doel van deze wet is het nader reguleren van de activiteiten van en het toezicht op woningcorporaties. De Woningwet regelt verder een aantal zaken rond samenwerking tussen gemeente, huurdersorganisatie en woningcorporatie. Onderdeel van deze verankering is de inbedding van het presteren van corporaties in het lokale beleid door een cyclus van gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid, activiteitenoverzicht (het bod) en prestatieafspraken. Corporaties zijn verplicht naar redelijkheid een bijdrage te leveren aan de volkshuisvestelijke doelen van de gemeente. De afspraken zijn uiteindelijk het resultaat van onderhandeling tussen de drie partijen. Omdat de samenwerkingsafspraken gesloten worden tussen gemeente en woningcorporaties, kan de gemeente hiermee niet direct sturen op wat warmtebedrijven doen of inkopen. Deze zijn geen partij in de afspraken. Deelvraag iv.

Hoe kan de gemeente er middels de samenwerkingsafspraken voor zorgen dat woningbouwcorporaties bij nieuwbouw op een door de gemeente te bepalen type warmtebron aansluiten? Middels de samenwerkingsafspraken kan de gemeente trachten woningcorporaties in bepaalde situaties alleen bepaalde warmte te laten gebruiken. Bijvoorbeeld bij nieuwbouw alleen warmte uit lage temperatuurbronnen. Per saldo zal er al snel een situatie ontstaan als bij deelvraag iii. Indien een gemeentelijke wens vergaande financiële gevolgen heeft voor een corporatie (bijvoorbeeld omdat het leidt tot een hogere bijdrage aansluitkosten te betalen aan de warmteleverancier), zal deze afspraak naar verwachting alleen tot stand komen als de gemeente voldoende financiële compensatie biedt. Het college beschouwt de motie hiermee als afgehandeld. Bovenstaande inventarisatie beschouwt vooral de juridische / formele mogelijkheden die de gemeente heeft om duurzaamheid bij collectieve warmtesystemen te beïnvloeden. Zoals aangegeven in de inleiding van deelvraag i is hiervan bijvoorbeeld bij de toetreding tot WPW gebruik gemaakt. Het opstellen van warmteplannen of het stellen van bovenwettelijke duurzaamheidseisen bij nieuwbouw zijn andere voorbeelden. Tegelijkertijd probeert de gemeente ook op niet formele wijze partijen te bewegen de kant op te bewegen die de gemeente wenst.

Onder andere door in gesprekken onze visie te benadrukken, en dit te blijven herhalen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 31 mei 2022 Pagina 11 van 11

Over deze toepassingen zullen wij binnenkort nader van gedachten wisselen met elkaar. Met motie 54.22 van de leden Groen en Vink inzake versneld uitfaseren niet-duurzame warmtebronnen door middel van juridische garanties vraagt u onder andere namelijk om afspraken op te nemen over het verduurzamen van de warmtebronnen. De in deze brief genoemde instrumenten geven de mogelijkheden daartoe aan. Een afhandelingsbrief van motie 54.22 kan u daarom spoedig verwachten. Hetzelfde geldt voor motie 367.21 van de leden Van Renssen en Groen inzake Temperatuur, zo laag mogelijk! Het eerste dictum komt grotendeels overeen met het in deze brief beantwoordde. Het tweede dictum vraagt om een bespreking met de gemeenteraad van suggesties voor aanpassingen inclusief consequenties daarvan. Met vriendelijke groet, namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Marieke van Doorninck wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid Bijlagen 1. Statuten Westpoort Warmte BV

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11616697/1