Afd. moties 514 en 515.23
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan:
Portefeuillehouder(s): Behandeld door
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 26 maart 2024 Democratisering Rutger Groot Wassink D&I, Stedelijk Team Participatie, participatie@amsterdam.nl
Onderwerp
Monitoring Participatie
Datum Portefeuille(s)
Geachte leden van de gemeenteraad, De afgelopen periode hebben we als college op verschillende manieren geïnvesteerd in samenwerkingsvormen met bewoners en bewonersplatforms. De geleerde lessen voor betere participatie zijn opgeschreven in het beleidskader participatie en in 2021 door uw raad vastgesteld. Daarbij gaan we niet voor meer participatie, maar betere participatie waarbij afwegingen vooraf bewust worden gemaakt en helder zijn voor alle betrokkenen. Betere participatie waarbij: afwegingen over participatie vooraf bewust worden gemaakt en helder zijn voor alle betrokkenen; vooraf expliciet een bestuurlijke afweging is gemaakt over het participatieproces; vanaf de start duidelijkheid is over het doel waarmee van de participatie, de rol van bewoners en wat we met hun inbreng doen; en het perspectief van de betrokkenen in de uitwerking, uitvoering én bijstelling centraal staan. Ons beleid over hoe we samenwerken met de stad is nu vertaald naar een participatieverordening, die in mei dit jaar aan u wordt voorgelegd. Als u besluit de participatieverordening vast te stellen, legt de gemeente voor het eerst in een verordening spelregels vast over hoe ze burgers invloed geeft en eigenaarschap verleent bij het maken van plannen en beleid. In deze nieuwe fase is het ook nodig om een goede manier te ontwikkelen om uitgevoerde participatietrajecten te monitoren.
Dit is van belang omdat we willen weten hoe ons beleid en de nieuwe verordening in de praktijk uitpakken en hoe Amsterdammers participatietrajecten waarderen, zodat we daarvan kunnen leren. Daarom is de afgelopen periode gewerkt aan het opzetten van de monitoring van participatie. U heeft op 19 juli 2023 een tweetal moties aangenomen en het college heeft daarnaast een tweetal toezeggingen over het monitoren gedaan. Ik neem u in deze brief graag mee in de manier waarop het college hieraan uitvoering heeft gegeven en ik informeer u graag over onze ambitie om tot een volwaardige jaarlijkse staat van participatie te komen. Ik start graag met dit laatste onderwerp.
Participatieverordening: meten is ook weten
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 26 maart 2024 Pagina 2 van 8
Het afgelopen jaar hebben we hard gewerkt om bestaand beleid over participatie te vertalen in een participatieverordening. U ontvangt, conform met u gemaakte afspraken, in mei de allereerste participatieverordening. Die verordening bestaat uit een set aan basisafspraken voor drie vormen van participatie: bewonersparticipatie, overheidsparticipatie en netwerkparticipatie. De concept-verordening wordt in mei dit jaar ter vaststelling aan u voorgelegd. De basis van deze verordening is bestaand beleid. Op basis hiervan hebben we parallel aan de totstandkoming van de verordening ook onderzocht of we tot inzicht in de staat van participatie kunnen komen. Hoe doen we het eigenlijk? Hoe vaak? Waar? Door wie? Wat kunnen we leren? Wat kan er beter? Hoe wordt het gewaardeerd? Kortom: wat weten we eigenlijk over de manier waarop we participatie vormgeven, hoe het wordt gewaardeerd en wat we kunnen, willen en moeten leren om ons te verbeteren? Eerste onderzoek naar Amsterdamse participatiepraktijk Dat betekent dat het college in beeld wil brengen hoe participatie wordt uitgevoerd, maar ook hoe dit door Amsterdammers wordt beleefd. Ik deel graag met u een eerste onderzoek naar (het monitoren van) participatie dat in opdracht van het college door het bureau Necker is uitgevoerd.
De resultaten zijn in het rapport ‘ontwikkeling participatiemonitor gemeente Amsterdam’, in december 2023 opgeleverd en de rapportage is als bijlage bij deze brief gevoegd. Voor het eerst is wat er allemaal gebeurt aan participatie op één plek in beeld gebracht en is data hierover gebundeld. Het is allesbehalve compleet. Dat komt omdat veel (kwantitatieve) data over participatie momenteel nog niet wordt gegenereerd of gestructureerd wordt bijgehouden. Dat wil het college verbeteren. Het onderzoek was ook de aanleiding om te kiezen voor een zo doelgericht mogelijke eerste set aan indicatoren, aangezien onze informatie nog niet op orde is. Op die manier kunnen we van een eenmalig onderzoek in 2023 vanaf 2024 de stap zetten naar meerjarige monitoring van de participatiepraktijk. We kiezen voor een eerste set aan indicatoren die via een digitaal dashboard eenvoudig beschikbaar gesteld kunnen worden. Dit dashboard is gelinkt aan afspraken die we in de participatieverordening voorstellen. We presenteren u vandaag de 0-meting. Dit is nog niet het eindproduct. Wel is het een basisproduct dat jaarlijks met u en met de stad aangescherpt kan worden zodat we dankzij de staat van participatie kunnen leren en verbeteren.
Dat doen we overigens ook vanuit de praktijk in de participatiewerkplaats, waar bewoners, participatieprofessionals en ambtenaren in co-creatie al werkende weg monitoren, leren, agenderen en ook het vakmanschap zo verder versterken. Conclusies en aanbevelingen In de rapportage doet Necker zowel aanbevelingen voor participatie in Amsterdam als aanbevelingen voor het monitoren. Beide type aanbevelingen zijn overgenomen of in lijn met reeds ingezette acties en de opgestelde concept participatieverordening. Voor participatie bevelen de onderzoekers aan om niet vast te houden aan het (format) participatieplan en zo ruimte te houden voor flexibiliteit. In de concept verordening is in lijn met deze aanbeveling het genoemde format niet vereist. Een volgens de verordening opgesteld participatieplan kan vele vormen hebben zo lang de vereiste zes onderdelen hierin opgenomen
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 26 maart 2024 Pagina 3 van 8
zijn. Necker beveelt verder vier onderdelen aan waarover bij participatie altijd van tevoren afspraken zouden moeten worden gemaakt. In de concept verordening zijn drie onderdelen opgenomen als vereisten aan het participatieplan. De bestuurlijke betrokkenheid staat ook beschreven in de participatieverordening: het vaststellen van een participatieplan en het wegen van de opbrengsten is altijd een bestuurlijke verantwoordelijkheid.
Zoals door Necker aanbevolen maken we de kaders van een traject zichtbaar en zo begrijpelijk mogelijk voor bewoners. Zo is in de concept verordening opgenomen dat alle participatieplannen en alle eindverslagen van trajecten openbaar toegankelijk worden gepubliceerd. Hiervoor is op OpenAmsterdam een plek ingericht. Daarnaast worden de formats voor zowel het participatieplan als het eindverslag opgesteld als publieksversie, waarin kaders en keuzes zo begrijpelijk mogelijk worden toegelicht. Ook is zoals door Necker aanbevolen in de concept verordening ruimte voor de ambitie op inclusieve en representatieve participatie. Hierover zijn meerdere bepalingen opgenomen. Ook beveelt Necker aan bij het monitoren het bewonersperspectief te betrekken. In de structurele monitor staat hoe participatie door Amsterdammers wordt ervaren centraal. Ook zijn de aspecten waarop we monitoren zoals door Necker aanbevolen begrensd. Dit doen we door vooral aspecten te monitoren die gericht zijn op wat we met de participatieverordening willen bereiken. Door een centrale plek in te richten op OpenAmsterdam voor participatieplannen en eindverslagen maken we ook een start met de aanbevolen centrale registratie.
Zoals aanbevolen en al voorgenomen volgen we in de structurele monitor niet alleen burgerparticipatie, maar ook hoe de afspraken over netwerkparticipatie en overheidsparticipatie worden uitgevoerd en hoe dit wordt beleefd. Van onderzoek naar monitor: op weg naar een staat van de Amsterdamse participatiepraktijk De eerste versie van het kwantitatieve dashboard hebben we gebouwd. Dit vormt de basis voor de monitor en het is zo gebouwd dat het op een online omgeving openbaar toegankelijk gemaakt kan worden. Hier is een prototype voor gemaakt, dat is gevuld met data die al beschikbaar was of in het uitgevoerde onderzoek is verzameld. Het prototype voor de online omgeving kunt u hier bekijken: Dashboard De staat van participatie De ervaring van bewoners, maatschappelijk initiatiefnemers en buurtplatforms staat in het monitoren centraal. In 2024 maken we daarom ook een start met de evaluatie van een beperkt aantal trajecten op de verschillende beleidsterreinen. Instrumentarium voor het evalueren van trajecten met bewoners wordt gelijktijdig ontwikkeld en getest. De resultaten voegen we toe aan het dashboard. En zo kunnen we het dashboard op verschillende niveaus en verschillende manieren uitbreiden en uitbouwen. Daarbij benoemen we graag dat we voor een groeimodel kiezen, omdat we met bestaande capaciteit deze verbeterslag organiseren.
We willen dat bestaande capaciteit prioriteit geeft aan adequate uitvoering van het huidige participatiebeleid en na besluitvorming door uw gemeenteraad, van de integrale participatieverordening. Jaarlijks willen we de gegevens uit het online dashboard gaan aanvullen met gericht kwalitatief onderzoek en evaluaties. Het college stelt voor uw raad vanaf 2024 over de staat van participatie te informeren en zo ook bij de voorgenomen jaarlijkse evaluatie van de participatieverordening, in
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 26 maart 2024 Pagina 4 van 8
de eerste drie jaar na inwerkingtreding te ondersteunen. In 2027 kan een nieuw college op basis van nut en noodzaak over het vervolg van het monitoren van participatie een besluit nemen. Motie 514: doelgroepen in participatieplan In de vergadering van 19 juli 2023 heeft uw raad motie 514 aangenomen van het lid Broersen (Volt). In motie 514 wordt het college gevraagd om bij de vertaling van het beleid naar de participatieverordening onder artikel 4 (participatieplan) een doelgroepenplan mee te nemen als eis voor de inhoud van het participatieplan. Het college onderstreept het belang om drempels zoveel mogelijk weg te nemen die ondervertegenwoordigde groepen ervaren om aan participatietrajecten mee te doen. Dit is een belangrijk doel van ons participatiebeleid en de verordening. Daarbij streven we naar participatietrajecten die zo inclusief en zo representatief mogelijk zijn. In de concept-verordening is als eis voor de inhoud van het participatieplan opgenomen dat moet worden toegelicht op welke inwoners en belanghebbenden de participatie zich richt. In het verplichte participatieplan is een onderdeel opgenomen waarin beschreven wordt op welke wijze representativiteit én inclusiviteit wordt bereikt. In het eveneens verplichte verslag moeten de resultaten worden beschreven van de inspanningen die zijn verricht om dit te bereiken.
Daarnaast benadrukt het college dat om participatietrajecten die zo inclusief en representatief mogelijk te laten zijn, niet alleen duidelijke regelgeving nodig is. Dit vraagt vooral ook voor de ambtenaren die participatie uitvoeren om duidelijke handvaten voor het ‘'hoe'. Om hier beter in te worden hebben we eind 2022 een eerste ‘stappenplan participatieproces’ opgezet en verder ontwikkeld. Dit is een ondersteunende online tool die ambtenaren kunnen raadplegen voor de verschillende fasen van een participatietraject: verkennen, een plan maken, uitvoeren en reflecteren. In de eerste fase ‘verkennen’ instrueert de tool ambtenaren om alle doelgroepen in beeld te krijgen. Ook geeft de tool tips om tot een aanpak te komen die beter aansluit bij ook voor de gemeente moeilijker te bereikbare bewoners. Op die manier staat het vooraf nadenken over doelgroepen, waar in motie 514 terecht belang aan wordt gehecht, ook in de werkwijze voor participatie centraal die op basis van het participatiebeleid en de verordening is ontwikkeld. Het college heeft als volgt uitvoering gegeven aan de motie. 1. In concept-verordening, die in mei 2024 ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt aangeboden, is (artikel 5, lid d) als eis voor de inhoud van het participatieplan opgenomen dat moet worden dat moet worden toegelicht op welke inwoners en belanghebbenden de participatie zich richt. 2.
In de concept-verordening nemen we in de toelichting een link op naar het stappenplan participatieproces, dat op basis van het participatiebeleid en de verordening is ontwikkeld. In de ontwikkelde werkwijze is vooraf nadenken over doelgroepen een belangrijke eerste stap bij het uitvoeren van een participatieproces. 3. In de concept-verordening nemen we in de toelichting een uitleg op over hoe de inspanning om inclusiviteit en representativiteit in participatietrajecten te bereiken eruit kan zien. Het college beschouwt hiermee motie 514 als afgedaan.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 26 maart 2024 Pagina 5 van 8
Motie 515: doelgroepen in participatieplan In de vergadering van 19 juli 2023 heeft uw raad motie 515 aangenomen van het lid Broersen (Volt). In motie 515 wordt het college gevraagd: 1. Om in het proces rond de vertaling van het beleidskader participatie naar de participatieverordening te onderzoeken of tot een werkbaar instrument kan worden gekomen om relevante kenmerken van deelnemers bij te houden rondom stadsbrede vraagstukken en beleid met participatieniveau meedenken, samenwerken of meebepalen zonder dat dit afbreuk doet aan de laagdrempeligheid van het participatietraject; 2. Om te onderzoeken welke kenmerken relevant zijn; 3. Om hiervan verslag te doen aan de raad. Een belangrijke waarde uit ons participatiebeleid is dat we ons inspannen om het perspectief van alle Amsterdammers op wie een plan of project impact heeft te vertegenwoordigen in de opbrengsten van een participatietraject. Tegelijkertijd deelt het college de constatering van het lid Broersen dat de mate waarin groepen in een participatietraject vertegenwoordigd zijn vaak erg van elkaar verschilt. Uit onderzoek en ervaring weten we deze verschillen algemeen zichtbaar zijn bij participatietrajecten en dat dit zich niet beperkt tot onze stad. Daarbij zijn er specifieke groepen waarvan bekend is dat het lastiger is hen bij participatieprojecten te betrekken.
Bekende ondervertegenwoordigde groepen zijn bijvoorbeeld jongeren, minder mobiele ouderen, of bewoners met een praktische opleiding, een lager inkomen of een migratieachtergrond. Omdat we weten dat het vaak om dezelfde groepen gaat, is in de voorgestelde participatieverordening dan ook (artikel 4, lid d) een inspanningsverplichting opgenomen om specifiek bekende ondervertegenwoordigde groepen toch te betrekken. Het Stedelijk Team Participatie heeft een verkenning uitgevoerd naar het gevraagde instrument, de resultaten hiervan worden hieronder toegelicht. De belangrijkste conclusie van deze verkenning is dat dit instrument ons meer kan leren over de doelgroepen die we bereiken en wat voor inspanningen daarbij het meest succesvol zijn als we daar aan de voorkant inspanning en interventie op organiseren. Maar hoewel het college meerdere kansen ziet voor een dergelijk instrument, zijn er ook een aantal zeer belangrijke risico's. Vanwege deze risico’s acht het college het algemeen invoeren van een instrument voor het bijhouden van kenmerken op dit moment niet verstandig en zelfs onwenselijk. Een belangrijk risico voor een instrument voor het registreren van kenmerken is allereerst het risico op wettelijke overtredingen van privacyrechten (de AVG).
Er zijn belangrijke beperkingen aan het type kenmerken dat je mag registreren, die vooral van belang zijn omdat ze gelden voor een aantal kenmerken van bekende ondervertegenwoordigde groepen. Zo is het niet toegestaan om een aantal kenmerken zoals iemands etnische achtergrond en inkomen te registreren als dit herleidbaar is naar een persoon. Ten tweede is het registreren van kenmerken gebonden aan de zogeheten ‘doelbepaling’: je moet kunnen aantonen waarom het nodig is deze specifieke gegevens te verzamelen. Om te weten of er een instrument mogelijk is dat aan de wettelijke eisen voldoet is verder praktijkonderzoek nodig. Ook voor de laagdrempeligheid van een traject vormt het instrument een risico. In motie 515 is het behoud van laagdrempeligheid door het raadslid als voorwaarde opgenomen. In de motie wordt voorgesteld met een korte vragenlijst te werken. Dit is voorgelegd aan een aantal ervaren ambtenaren, ervaringsdeskundigen en relevante wetenschappers. Het algemene advies is dat elke
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 26 maart 2024 Pagina 6 van 8
als ‘officieel’ ervaren registratie van kenmerken, deelnemers kan en zal afschrikken. Er lijkt op die manier sprake te zijn van een wederzijdse afhankelijkheid: hoe nauwkeuriger je kenmerken meet, hoe hoger de drempel om mee te doen wordt. Dit zou met name gelden voor bewoners uit bekende ondervertegenwoordigde groepen. Daarom acht het college het onwenselijk om kenmerken te gaan registreren met bijvoorbeeld vragenlijsten. Tot slot wordt in motie 515 gevraagd een instrument te onderzoeken dat werkbaar is. Aan deze voorwaarde kan een algemeen instrument niet voldoen. Het structureel bijhouden van kenmerken van deelnemers bij alle trajecten is momenteel niet risicoloos realiseerbaar zonder dat het met meer zekerheid leidt tot een groter bereik en/of meer betrokkenheid. Daarom acht het college het niet wenselijk om een dergelijk instrument voor alle trajecten in te voeren. Juist die groep die we willen bereiken, wordt mogelijk afgeschrikt als we gaan registreren. Samenvattend blijkt uit het onderzoek dat een instrument om relevante kenmerken bij te houden kansen geeft maar ook grote risico’s kent. Daarom kiezen we ervoor om kenmerken niet structureel te gaan registreren bij participatietrajecten. Wel maken we de inspanning op diversiteit expliciet en ook controleerbaar. In de monitor zijn een aantal indicatoren opgenomen die specifiek ingaan op diversiteit.
Deze indicatoren zijn geclusterd onder het doel ‘we betrekken een diverse groep Amsterdammers’ en gebaseerd op de afspraken uit de participatieverordening over de inspanning op inclusiviteit en representativiteit. In het dashboard houden we bij of in het participatieplan van tevoren duidelijk gedefinieerd is wie er worden betrokken. Ook volgen we hoe in het eindverslag gerapporteerd wordt over de resultaten van de inspanning op diversiteit. Tot slot onderzoeken we door middel van een steekproef hoe goed de analyse van doelgroepen (in het participatieplan) aansluit bij de aanpak die uiteindelijk is gemaakt en uitgevoerd (uit het eindverslag). Daarnaast wordt diversiteit als thema met prioriteit onderzocht voor het kwalitatieve deel van de monitor in 2025. op inclusiviteit en representativiteit zijn lastig te meten. Toch kunnen we ons voorstellen dat u hier als raad meer inzicht over wenst. Het college raadt aan om hier zeer terughoudend in te zijn en om alle 'officiële' manieren van registratie te vermijden. Wel biedt het college aan om dit samen met u op kleine schaal verder te onderzoeken. Indien u dit wenst kunnen we verder onderzoek doen, naar de meer laagdrempelige vormen om relevante kenmerken in beeld te krijgen die zijn verkend.
Denk bijvoorbeeld aan het (vrijwillig) opsteken van een hand op een bijeenkomst, nadat de gemeente toelicht waarom het voor dit onderwerp belangrijk is dat bepaalde groepen vertegenwoordigd zijn en dus graag meer leert over wie er met welke kenmerken deelnemen. Op die manier leren we ook meer over hoe een dergelijk instrument wordt ervaren door bewoners en of het wel of geen drempel opwerpt. Ook kunnen we zo vanuit de praktijk ondervinden welke inspanning dit vraagt en wat het oplevert. Als u dit verder wenst te onderzoeken, gaat het college graag met u in gesprek over de trajecten waarvoor u dit wenst en welke doelgroepen u hierbij belangrijk vindt. We kunnen dit onderzoek doen in maximaal drie trajecten die in 2024 worden uitgevoerd en u over de resultaten informeren bij de oplevering van de monitor in 2025. Het college geeft samengevat als volgt uitvoering aan de motie: 1. Het gevraagde onderzoek is uitgevoerd. Uit de verkenning blijkt dat een instrument om relevante kenmerken bij te houden niet werkbaar is om voor alle trajecten in te voeren omdat inspanning en resultaat niet in verhouding staan, bovendien werkt het mogelijk
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 26 maart 2024 Pagina 7 van 8
zeer drempelverhogend en brengt uitvoering van deze motie maatschappelijke en juridische risico’s met zich mee. 2. Indien u dit wenst biedt het college aan om in 2024 in maximaal drie trajecten meer laagdrempelige manieren om kenmerken in beeld te krijgen te onderzoeken. Ook biedt het college aan dat u aandraagt voor welke trajecten u beter in beeld wilt krijgen wie er is betrokken en welke doelgroepen u voor het onderwerp het meest belangrijk acht. 3. Relevante kenmerken zijn afhankelijk van het specifieke plan of project. Deze baseren we op (kenmerken van) groepen die impact ondervinden van het specifieke plan of project, die volgens de voorgestelde verordening moeten worden opgenomen in het participatieplan, om het beste aan de doelbepaling vanuit privacy-wetgeving te kunnen voldoen. 4. In het dashboard van de monitor voegen we specifieke indicatoren toe over diversiteit, zodat we in de volgende monitor in 2025 zo goed mogelijk kunnen rapporteren over de resultaten op de inspanning op de kwaliteit en over de ervaringen van het bereiken en betrekken van meer diverse doelgroepen bij participatietrajecten. Daarmee beschouwt het college motie 515 als afgedaan. Toezegging Rekenkamer Participatieparagraaf In 2022 heeft de Rekenkamer een onderzoek uitgevoerd naar (het gebruik van) de participatieparagraaf.
Naar aanleiding van dit rapport heeft u in de raadsvergadering van 21 december 2022 besloten om de drie aanbevelingen uit het rapport over te nemen. Ook heeft u het college gevraagd om een plan van aanpak te maken voor de opvolging van de aanbevelingen en te rapporteren over de resultaten als de aanbevelingen zijn uitgevoerd. 1. Ga na hoe participatie in de praktijk wordt opgezet In het onderzoek naar de ontwikkeling van een structurele participatiemonitor is naast een documentanalyse ook in een steekproef van 16 trajecten onderzocht hoe participatie in de praktijk wordt opgezet. De resultaten van dit onderzoek zijn vervat in het rapport ‘ontwikkeling participatiemonitor gemeente Amsterdam’ in de bijlage bij deze brief. Hoe participatie in de praktijk wordt opgezet wordt bovendien vanaf 2024 structureel gevolgd in de jaarlijkse monitor over de staat van participatie in Amsterdam. 2. Verbeter de paragraaf als sturingsinstrument Er is een nieuwe instructie gemaakt voor het invullen van de paragraaf, die ingaat op de verschillende momenten in een proces waarop de paragraaf kan en moet worden ingevuld (vooraf, tijdens en na een proces). Deze instructie wordt met ambtenaren uit verschillende directies verder aangescherpt om goed aan te sluiten bij de uitvoeringspraktijk. Ook wordt een aparte participatieparagraaf ingericht in voordrachten voor het Dagelijks Bestuur.
De aanpassingen zijn voorbereid maar om technische redenen nog niet doorgevoerd, dit wordt voor de zomer van 2024 verwacht. 3. Monitor de participatieparagrafen De participatieparagraaf is opgenomen als vast onderdeel in het kwantitatieve dashboard over de staat van participatie en wordt op die manier vanaf 2024 structureel gemonitord. Hiermee beschouwt het college de toezegging als afgedaan.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 26 maart 2024 Pagina 8 van 8
Toezegging Methode Duisenberg Bij de behandeling van de begroting 2023 is op 1 november 2022 in de raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit het rapport ‘burgerparticipatie bij woningbouw’ besproken. Dit rapport is opgesteld volgens de methode Duisenberg. Naar aanleiding van het rapport is door het college toegezegd om de aanbevelingen uit het rapport over te nemen. Hierover heeft het college u geïnformeerd met de raadsbrief ter afdoening van de toezegging, die uw raad op 31 oktober 2023 in de raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting heeft besproken. Hier heeft het college aanvullend op de brief toegezegd, om voor de monitor met een indicator te komen die de ervaring van bewoners bij participatietrajecten over woningbouw in beeld brengt. De beleving van (procedurele rechtvaardigheid door) bewoners in participatietrajecten is het centrale doel van de participatieverordening en daarom ook centraal opgenomen in het dashboard. Hiervoor is het nodig om trajecten met bewoners te evalueren, dit wordt momenteel niet structureel gedaan en legt een grote belasting op de uitvoeringsorganisatie voor participatie. De komende periode wordt daarom, zoals hierboven beschreven, dit jaar een start gemaakt met een beperkt aantal trajecten op verschillende beleidsterreinen. Ook een (beperkt) aantal trajecten over wonen zal op die manier met bewoners worden geëvalueerd.
Over de resultaten informeren wij u bij bespreking van de monitor in april 2025.
Tot slot wordt er een technische sessie voorbereid in mei 2024 waarin u vragen kunt stellen en de monitoring van participatie verder wordt toegelicht. Ik ga ervan uit u langs deze weg eerst voldoende te hebben geïnformeerd en ik zie uit naar de bespreking in uw commissie en in de raad.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Rutger Groot Wassink Wethouder Democratisering
Bijlage 1. Rapport ‘Ontwikkeling Participatiemonitor gemeente Amsterdam’
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl