Afd. moties 233.21 245accent.21 246.21 en 256.21
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Afdoening motie
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 26 oktober 2021 Democratisering Rutger Groot Wassink CTO Innovatieteam, bestuurszaken.cto@amsterdam.nl Afdoening moties 233, 245’, 246 en 256 over de nieuwe referendumverordening
Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief informeert het college u over de afdoening van de moties die zijn aangenomen bij het besluit over de hoofdpunten van de referendumverordening. In de raadsvergadering van 21 april jl. heeft u ingestemd met de hoofdpunten voor een nieuwe referendumverordening, en daarbij een aantal moties aangenomen. Over de voorgenomen uitvoering van deze moties hebben wij u geïnformeerd per brief van 5 oktober jl. In deze brief doen wij de moties formeel af. Gelijktijdig bieden wij u de nieuwe referendumverordening aan ter vaststelling. Motie 233.21 van de leden lid Flentge en Vroege inzake zo min mogelijk belemmeringen bij het starten van een referendum In deze motie wordt gevraagd om de procedure van ‘voorhang’ bij collegebesluiten zo ruim en maximaal mogelijk te hanteren, waarbij het doel is dat Amsterdammers een referendum kunnen starten over zoveel mogelijk besluiten die zij van belang vinden en daarbij zo min mogelijk formele belemmeringen te laten gelden.’ Reactie van het college: Het college beschouwt de wens de procedure van ‘voorhang’ maximaal te hanteren in lijn met de verplichting die het college heeft conform artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet om ”….indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente (…) In dat geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de
gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.” Naast deze verplichting van het college ligt er ook een mogelijkheid voor de gemeenteraad zelf, die kan vragen een voorgenomen besluit voorgelegd te krijgen om de wensen en bedenkingen te kunnen uiten. Op het moment dat een besluit wordt voorgehangen voor wensen en bedenkingen, is het besluit referendabel (behoudens de uitzonderingen). Het college beschouwt deze motie hiermee als afgedaan.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 26 oktober 2021 Pagina 2 van 4
Motie 246.21 van het lid Vroege inzake Stadsdeel Referendum Deze motie verzoekt het college: – In kaart te brengen welke besluiten genomen door een stadsdeel, niet zijnde raadsbesluiten, ook referendabel gemaakt zouden kunnen worden. – Tevens de wenselijkheid en impact op besluitvormingsprocessen aan te geven. – Voorstellen hiertoe te betrekken bij de doorontwikkeling Bestuurlijk Stelsel. Het dagelijks bestuur ontleent zijn bevoegdheden aan het college. Dit is vastgelegd in de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam. Een dagelijks bestuur heeft daarbij twee soorten bevoegdheden: gemandateerde en gedelegeerde bevoegdheden. Deze bevoegdheden zijn vastgelegd in vorenstaande Verordening. Voor het nieuwe bestuurlijk stelsel is een verordening in voorbereiding die deze verordening zal vervangen: de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022. De taken en bevoegdheden worden op dit moment uitgebreid bekeken en in het begin van 2022 vastgesteld, door middel van bijlagen bij de nieuwe verordening. In het geval bevoegdheden zijn gedelegeerd, gaat de bevoegdheid en eindverantwoordelijkheid in zijn geheel over naar het dagelijks bestuur of voorzitter van het dagelijks bestuur. In dat geval zijn de besluiten niet referendabel. Bij besluiten die in mandaat genomen zijn, is het college formeel bevoegd. Het is dus mogelijk over deze besluiten een referendum te organiseren.
Dit zou kunnen gebeuren in het geval het besluit, dat gemandateerd is aan het stadsdeel, door het college vanuit haar formele bevoegdheid wordt voorgelegd aan de raad voor wensen en bedenkingen. Dit zal in de praktijk echter naar verwachting zelden het geval zijn. Het college is echter met de indiener van mening dat het wenselijk kan zijn om voor een vraagstuk dat op een specifiek stadsdeel (of stadsdelen) betrekking heeft, de mogelijkheid te creëren dat Amsterdamse burgers daarover een referendum kunnen vragen in hun specifieke gebied. Hiervoor wordt om die reden in de nieuwe referendumverordening gelegenheid geboden. Er zijn raadsbesluiten en besluiten die voor wensen en bedenkingen worden voorgelegd die vooral impact hebben op een specifiek stadsdeel, zoals ondergrondse parkeergarages of een nieuw theater. Deze raadsbesluiten zijn, net als andere raadsbesluiten, referendabel (tenzij sprake is van een uitzonderingsgrond). In die gevallen bestaat de reguliere mogelijkheid om een referendum te starten. De procedure is hierbij als volgt: een groep Amsterdammers doet op basis van een voorgenomen raadsbesluit een inleidend verzoek tot het houden van een referendum, waarvoor zij 1000 ondersteuningsverklaringen moeten ophalen. Vervolgens bepaalt de raad of het besluit impact heeft voor de gehele stad of vooral binnen een bepaald stadsdeel/bepaalde stadsdelen.
De raad besluit vervolgens in welke stadsdelen gestemd mag worden over het referendum (minimaal in 1 stadsdeel). Dit is in de concept verordening geregeld.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 26 oktober 2021 Pagina 3 van 4
Een tweede route kan zijn dat het dagelijks bestuur van het stadsdeel en/of de stadsdeelcommissie een verzoek aan het college en de raad doet indien zij vinden dat een onderwerp dat speelt in hun stadsdeel referendabel zou moeten zijn. Indien de raad hiermee instemt, dan dient de raad dit apart te agenderen en kunnen inwoners vervolgens een verzoek tot het houden van een referendum starten. De raad bepaalt dan vervolgens, conform de reguliere procedure, in welke stadsdelen over het referendum gestemd mag worden. Bij de implementatie van het nieuwe bestuurlijk stelsel zal deze mogelijkheid actief onder de aandacht worden gebracht bij de stadsdeelbesturen en de stadsdeelcommissies. Het college beschouwt deze motie hiermee als afgedaan. Motie 256.21 van het lid De Grave-Verkerk over het evalueren van een nieuwe referendumverordening De motie verzoekt het college: - Drie jaar na de invoering van een nieuwe referendumverordening de werkwijze en de resultaten op de beoogde doelstelling te evalueren; - Een instrumentarium te ontwikkelen voor een meting op beide punten (werkwijze en resultaten) en op deze punten tevens een nulmeting te houden voorafgaand aan invoering van een nieuwe verordening. De voorgestelde evaluatie na drie jaar is opgenomen in de conceptverordening (artikel 32) Daarnaast is begonnen met het ontwikkelen van een nulmeting.
De nulmeting zal in het voorjaar van 2022 gehouden worden, als ook de nieuwe referendumverordening van kracht is. Voor de doelstellingen die ter evaluatie voorliggen, wil het college zich baseren op de doelen uit de hoofdpuntennotitie. Het hoofddoel is om burgers in staat stellen direct betrokken te zijn bij publieke besluiten die genomen moeten worden in de stad Amsterdam. Nevendoelen zijn: zeggenschap voor iedereen vergroten, burgerschap en betrokkenheid versterken, debat en dialoog in de stad tussen burgers en politici stimuleren en zorgen voor inclusiviteit. Het hoofddoel en de nevendoelen en de in onderzoeken beschreven positieve effecten worden verder gekwantificeerd ten behoeve van de nulmeting. Daarbij zijn indicatoren de mate van zeggenschap is die mensen nu ervaren, hoeveel burgerschap en betrokkenheid ze nu hebben, hoeveelheid debat en dialoog op dit moment plaatsvindt en hoe breed op dit moment het deelnemersveld is aan deze discussies. Er is begin 2021 een onderzoek gedaan naar het gebruik van het volksinitiatief. Ook de conclusies daaruit betrekken we in de nulmeting. De kosten voor het (extern) uitvoeren van de evaluatie zal worden belegd in de begroting van Democratisering. Het college beschouwt deze motie hiermee als afgedaan.
Motie 245’.21 van het lid Vroege over evaluatie referendum De motie Vroege inzake evaluatie referendum verzoekt het Presidium in ieder geval het eerste afgeronde referendum extern te laten evalueren en hierbij zowel de doelstelling van de verordening als het gevolgde proces te onderzoeken. De motie verzoekt het college van Burgemeester en Wethouders voorstellen te doen deze evaluaties zowel in de Verordening als in de Begroting te verankeren.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 26 oktober 2021 Pagina 4 van 4
Het college zal bij het presidium informeren of het presidium voornemens is een evaluatie te organiseren na het eerste referendum. Indien het presidium aangeeft deze evaluatie uit te willen voeren, kan deze worden opgenomen in de definitieve verordening en zal hiervoor ruimte worden gezocht binnen de begroting van het onderdeel Democratisering. Het college geeft in overweging dat met de evaluatie na drie jaar ook al in belangrijke mate wordt voorzien in de behoefte tot evaluatie. Het is daarom wellicht wenselijk de evaluatie van een eerste referendum vooral te richten op de praktische verbeterpunten. Het college beschouwt deze motie hiermee als afgedaan. Ik ga ervan uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Rutger Groot Wassink Wethouder Democratisering
Bijlagen 1. Motie 233.21 van de leden lid Flentge en Vroege inzake zo min mogelijk belemmeringen bij het starten van een referendum 2. Motie 246.21 van het lid Vroege inzake Stadsdeel Referendum 3. Motie 256.21 van het lid De Grave-Verkerk over het evalueren van een nieuwe referendumverordening 4. Motie 245’.21 van het lid Vroege over evaluatie referendum
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl