CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Afd. moties 183 187 188 189 190 198 199 200 201 202 224.21

RAAD 31 maart 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen en bespreken van het collegebesluit over de ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam 2050 en het bijbehorend ontwerp-Omgevingseffectrapport. Nr. VN2021-0008152.008 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Afdoening motie

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 25 mei 2021 Ruimtelijke Ordening Marieke van Doorninck Ruimte & Duurzaamheid (bestuurszaken.RD@amsterdam.nl) Afdoening moties 183_21, 187_21, 188_21, 189_21, 190_21, 198_21, 199_21, 200_21, 201_21, 202_21, 224_21

Geachte leden van de gemeenteraad, In de vergadering van de gemeenteraad van 31-02-2021 heeft uw raad bij de behandeling van agendapunt 23 (Kennisnemen en bespreken van het collegebesluit over de ontwerpOmgevingsvisie Amsterdam 2050 en het bijbehorend ontwerp-Omgevingseffectrapport. Nr. VN2021-000815) de een aantal moties aangenomen die betrekking hebben op de Omgevingsvisie. Deze moties zijn meegenomen bij de verwerking van de zienswijzen op de ontwerpomgevingsvisie en de Nota van Beantwoording Zienswijzen. De door uw raad vastgestelde moties sluiten aan op ingebrachte zienswijzen van burgers, instellingen, overheden, bedrijven en andere belanghebbenden. De meeste moties en zienswijzen hebben betrekking op de vijf strategische keuzes en zijn overwegend ondersteunend van toon. Uit de moties en zienswijzen blijkt dat deze strategische keuzes en de daaraan gekoppelde waarden breed gesteund worden. De moties en veel zienswijzen bevatten ook kritische vragen, zorgen of ongenoegen. Dat is begrijpelijk, omdat de omgevingsvisie ruimte biedt aan groei en de grote transities van de stad. De leefomgeving van Amsterdam staat onder druk en verandert, net als in andere steden. Dat geeft ongemak, onzekerheden en ook botsende ruimteclaims.

De omgevingsvisie kan de veranderingen en de spanningen niet wegnemen, maar biedt wel een richtinggevend kader om alles in goede banen te leiden en er samen mee aan de slag te gaan. De oorzaak van veel ongemak ligt in het punt dat de som van alle doelen en ambities simpelweg niet past, met conflicterende ruimteclaims als gevolg: we willen de landschappen groen en rustig houden, maar sporters, recreanten en evenementen ook ruimte bieden. We willen de stad niet te vol maken, maar iedereen wel een woning bieden. We moeten de beperkte ruimte in de stad met meer mensen zien te delen. Keuzes worden de komende jaren scherper, we moeten eerlijk zijn in wat er niet (meer) kan. Uit veel zienswijzen blijkt dat mensen bezorgd zijn daarbij iets kwijt te raken. We hopen dat we die zorgen goed adresseren in de Nota van Beantwoording Zienswijzen. Samenvattend heeft het proces waarmee we samen met de stad deze omgevingsvisie hebben opgesteld, geleid tot breed begrip voor de uitdagingen waar we voor staan én tot draagvlak voor

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 25 mei 2021 Pagina 2 van 5

de strategische keuzes over de manier waarop we die uitdagingen gaan oppakken. De aanpassingen n.a.v. de zienswijzen en moties hebben de omgevingsvisie verrijkt en evenwichtiger gemaakt. Daarnaast bieden de zienswijzen en moties ook waardevolle input voor het vervolg. Hieronder is per motie toegelicht hoe het college uitvoering geeft aan de betreffende motie. 183_21 Motie Kiliç (Denk) waarin het college gevraagd wordt In de Omgevingsvisie over Amsterdam 2050 voldoende rekening te houden met de vraag naar begraafplaatsen voor onbepaalde tijd en dit als onderdeel op te nemen in de Omgevingsvisie over Amsterdam 2050. Het college geeft als volgt uitvoering aan de motie: In de omgevingsvisie wordt in de paragraaf ‘Volkstuinen, begraafplaatsen, crematoria’ de intentie uitgesproken om voldoende rekening te houden met de vraag naar grafrust voor onbepaalde tijd. 187_21 Motie Ernsting (GroenLinks) en de Jager (D66) waarin het college gevraagd wordt burgerberaden inclusief en transparant op te zetten, zodat elke Amsterdammer die er voor wordt ingeloot er ook ten volle aan mee kan doen, onder andere door deze raden actief te begeleiden en toegang te geven tot ambtelijke ondersteuning.

Het college geeft als volgt uitvoering aan de motie: In de omgevingsvisie wordt in het hoofdstuk 21.‘Agenda Open Stadmaken’ het belang van burgerberaden benoemt en daarbij aangegeven dat deze inclusief en transparant worden opgezet. 188_21 Motie Ernsting (GroenLinks) , De Jager (D66) en Biemond (PvdA) waarin het college gevraagd wordt bij verdichting van suburbane gebieden in te zetten op meer een verschuiving van mobiliteit naar fiets en (fijnmazig) OV en te streven naar meer functiemenging om zo een grotere spreiding en nabijheid van voorzieningen te stimuleren. Het college geeft als volgt uitvoering aan de motie: In de omgevingsvisie wordt in verschillende hoofdstukken ingezet op de verschuiving in de mobiliteit naar fiets en OV en naar het meer functiemenging met een spreiding en nabijheid van voorzieningen. Zo wordt in het hoofdstuk 3 ‘Amsterdam naar 2050’ het belang van nabijheid en verdichting van de stad in relatie tot de mobiliteitstransitie benoemd. In de paragraaf ‘Mobiliteit en ruimte’ is de ambitie om te ontwikkelen op basis van nabijheid verder uitgewerkt. In de strategische keuzes voor een ‘Meerkernige ontwikkeling’, ‘Groeien binnen grenzen’ en ‘Duurzaam en gezond bewegen’ is dit gedachtegoed verder uitgewerkt.

En in hoofdstuk 7 ‘Ruimtelijk programmatisch kader’ is deze visie verder ruimtelijk uitgewerkt in een samenhangend fiets en openbaar vervoernetwerk met daaraan gekoppelde gemengde verstedelijking. In hoofdstuk 19 ‘Hoe we aan de stad werken’ is de ambitie benoemt om stevig te sturen op de samenhang tussen tijdige investeringen in openbaarvervoer en fietsverbindingen en grote ontwikkelingen. 189_21 Motie Ernsting (GroenLinks) en Biemond (PvdA) waarin het college gevraagd wordt de inrichtingsprincipes voor een autoluwe stad voor wat betreft de openbare ruimte verder extra te vergroenen met zowel structuurgroen als snippergroen, zodat iedereen in een groene omgeving kan wonen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 25 mei 2021 Pagina 3 van 5

Het college geeft als volgt uitvoering aan de motie: In de omgevingsvisie zijn in het hoofdstuk ‘Vijf strategische keuzes’ bij ‘Rigoureus vergroenen’ meer voorbeelden gegeven van hoe vergroening op een innovatieve manier mogelijk is. In de paragraaf ‘Openbare ruimte’ zijn inrichtingsprincipes voor groen benoemd. Daarbij wordt, verwezen naar het Puccini Handboek Groen. 190_21 Motie De Jager (D66) en Naoum Néhme (VVD) waarin het college gevraagd wordt in de Omgevingsvisie te laten zien welke ruimte voor bedrijvigheid nodig is in de stad en in de regio en hoe regionale samenwerking/sturing helderheid gaat scheppen voor bedrijven. EN 202_21 Motie Biemond (PvdA) waarin het college gevraagd wordt in de Omgevingsvisie expliciet aandacht te geven aan behoud en stimulering van werkgelegenheid in de maakindustrie en productieve bedrijven in Amsterdam en regio. Daarbij aan te geven hoe dat vorm krijgt de komende jaren, onder andere in transformatielocaties. Het college geeft als volgt uitvoering aan de motie: In de omgevingsvisie wordt in het hoofdstuk 3.’Amsterdam naar 2050’ de opgaven wat betreft werkgelegenheid in de maakindustrie en de productieve bedrijvigheid benoemd. In hoofdstuk 4.’Vijf strategische keuzes’ is bij ‘Meerkernige ontwikkeling’ is meer gelegd nadruk gelegd op het ontwikkelen van nieuwe gemengde kenniskwartieren en stationskwartieren.

Bij ‘Groeien binnen grenzen’ wordt benoemt dat we ruimte voor stadverzorgende en productieve bedrijvigheid in de stad willen behouden. In hoofdstuk 5. ‘Metropoolregio’ is de inzet voor een meer evenwichtige ontwikkeling van de regio toegelicht en hoe daar op regionaal aan gewerkt wordt. Zo worden er per deelregio in de MRA kwalitatieve economische profielen opgesteld die helpen om de vestiging van bedrijven te laten aansluiten bij de eigen kracht en identiteit van de verschillende delen, en bij het complementair zijn aan elkaar. De kaart ‘Economische structuur’ geeft inzicht in de verschillende economische milieus in de stad en de daaraan gekoppelde opgaven. In de paragraaf ‘economie’ is het ruimte bieden aan productie economie in de stad nadrukkelijker als ambitie benoemd. Daarbij wordt het deels nieuwe instrumentarium toegelicht, dat uitwerking geeft aan de Bedrijvenstrategie en er op gericht is om de ruimtevraag in stad en regio in goede banen te leiden. 198_21 Motie Biemond (PvdA) waarin het college gevraagd wordt het beheer van de bestaande stad en de ontwikkeling van de leefbaarheid een centralere rol te geven in de omgevingsvisie. Het college geeft als volgt uitvoering aan de motie: In de omgevingsvisie wordt veel aandacht besteed aan het beheer van de bestaand stad en aan de leefbaarheid.

Zo wordt in H1 ‘Amsterdam in de wereld’ aandacht besteed aan de leefbaarheid die op sommige punten onder druk is komen te staan. Ook worden de opgaven ten aanzien van beheer en leefbaarheid van de bestaande stad benoemd in het hoofdstuk 3.’Amsterdam naar 2050’. In hoofdstuk 4 worden de beheer en leefbaarheidsopgaven gekoppeld aan verschillende strategische keuzes ‘Verdichten binnen grenzen’, ‘Rigoureus vergroenen’ en ‘Samen stadmaken’.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 25 mei 2021 Pagina 4 van 5

199_21 Motie Biemond (PvdA) waarin het college gevraagd wordt te verkennen welke afspraken er mogelijk zijn om tot woningbouw programmeringsafspraken en betaalbaarheid te komen binnen de MRA. Het college geeft als volgt uitvoering aan de motie: In MRA-verband maakt het college zich in het portefeuillehoudersoverleg Bouwen en Wonen sterk voor het opschroeven van de woningbouwproductie en voor een groter aandeel van sociale- en middenhuur woningen. Ook in de Verstedelijkingsstrategie, waar Rijk en regio samen aan werken, is het een belangrijk onderwerp. Twee belangrijke onderdelen van het verstedelijkingsconcept zijn de polycentrische ontwikkeling van de regio, waarmee wordt bedoeld dat de verschillende kernen in de regio een hoog voorzieningenniveau verkrijgen en hun economisch potentieel maximaal benutten, en het tegengaan van ruimtelijke segregatie. Dit laatste is alleen mogelijk als elke gemeente bouwt voor lage en middeninkomens en de woningen in de bestaande voorraad ook betaalbaar blijven. Over dit laatste punt hebben we afspraken gemaakt met het Rijk in de Woondeal 200_21 Motie Biemond (PvdA) waarin het college gevraagd wordt een uitvoeringsstrategie en investeringsplan te ontwikkelen bij deze omgevingsvisie. Het college geeft als volgt uitvoering aan de motie: De omgevingsvisie biedt een fasering op hoofdlijnen.

Daarin geeft de gemeente per fase van tien jaar aan welke grote gebiedsontwikkelingen voorzien worden en welke investeringen in groen en infrastructuur daarbij horen. Verder gaat het college van B&W aan de slag met het opstellen van een uitvoeringsagenda die voor het einde van 2021 gereed moet zijn. Dit voornemen is ook opgenomen in de raadsvoordracht voor de vaststelling van de Omgevingsvisie. De Uitvoeringsagenda bevat voorstellen voor een optimale doorwerking van de Omgevingsvisie als kader voor beleid en projecten in de fysieke leefomgeving, via instrumentarium als een integraal stedelijk programma; integrale gebiedsprogramma’s en de ontwikkeling van een Monitoringsplan voor de omgevingsvisie. Het integraal stedelijk programma ondersteunt integrale afwegingen op stedelijk niveau vanuit ruimtelijk, financieel en programmatisch perspectief en richt zich op de samenhang en fasering van investeringen en ruimtelijk-programmatische ontwikkeling. Daarnaast moet de uitvoeringsagenda zicht bieden op een concretisering en prioritering van de in de omgevingsvisie benoemde uitwerkingsopgaven en inzicht bieden in de financiële consequenties van de uitvoeringsagenda.

201_21 Motie Biemond (PvdA) waarin het college gevraagd wordt in de realisatie van de stedelijke bouwopgave een volgordelijkheid aan te brengen en te starten met realisatie van de bouwopgave waar het OV de verdichting kan dragen. Het college geeft als volgt uitvoering aan de motie: In de omgevingsvisie is het principe van volgtijdelijkheid in het starten met realisatie van de bouwopgave gekoppeld aan de draagkracht van de OV- en fietsbereikbaarheid, benoemt in het hoofdstuk 9. De indicatieve fasering op hoofdlijnen is daar ook op gebaseerd. Daarin is per fase van tien jaar aangegeven welke welke grote gebiedsontwikkelingen voorzien worden en welke

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 25 mei 2021 Pagina 5 van 5

investeringen in groen en infrastructuur daarbij horen. In een nog op te stellen uitvoeringsagenda zal worden uitwerkt wat er nodig is om te sturen op deze volgtijdelijkheid in de praktijk. 224_21 Motie Boomsma (CDA) waarin het college gevraagd wordt om in de Omgevingsvisie als prominente doelstelling te verwerken om de schoonheid van de stad en omgeving te koesteren, beschermen, versterken en vergroten. Het college geeft als volgt uitvoering aan de motie: In de omgevingsvisie wordt in een inleidende tekst ‘De schoonheid van Amsterdam’ de traditie van het streven naar schoonheid en kwaliteit als overkoepelende ambitie stevig neergezet.

Het college beschouwt de moties hiermee als afgehandeld. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Marieke van Doorninck Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10416914/1