CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Afd. motie 657.21

RAAD 15 september 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van wachtlijsten bij Hulp bij het huishouden. VN2021-0250345.001 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Bijlagen Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 14 december 2021 Zorg Simone Kukenheim Onderwijs, Jeugd & Zorg, Stefan Carr, s.carr@amsterdam.nl 1 Analyse instroom nieuwe cliënten Hbh in Amsterdam 2018-2020 2 Advies Cliëntbelang Amsterdam Wachtlijsten hulp bij huishouden en en afhandeling motie nr. 657.21 van de leden Van Pijpen, La Rose, N.T. Bakker en Kiliç: “Pal staan voor de hulp bij het huishouden; zorg voor wie het nodig heeft.”

Geachte leden, In de brief die ik op 25 mei 2021 aan u gestuurd hebt informeerde ik u over de toegenomen wachtlijsten bij hulp bij huishouden (Hbh) en de voorgenomen maatregelen ter bestrijding daarvan. Ik moet u helaas berichten dat de wachtlijst in de afgelopen maanden verder is toegenomen. Dat gaat ons aan het hart en vormt een van onze grootste zorgen. Immers een schoon en leefbaar huis is de basis van een zelfstandig bestaan, en dat willen we bieden aan alle Amsterdammers die daar niet zelf in kunnen voorzien. Voor urgente cliënten wordt een uitzondering gemaakt: zij kunnen meteen in zorg genomen worden. U heeft over de wachtlijsten bij Hbh gesproken in de commissie ZJS en in de raadsvergadering van 15 september 2021. Dankzij de motie 657.21 die u heeft aangenomen heb ik opnieuw de verschillende mogelijkheden overwogen om cliënten met hogere inkomens naar vermogen te laten bijdragen in hun zorg zonder het principe van de Wmo als algemeen beschikbare voorziening te laten varen. Met deze brief informeer ik u over: 1 de huidige stand van de wachtlijsten Hbh; 2 de meerjarenbegroting Hbh; 3 de stand van zaken van de voorgenomen maatregelen daartegen; 4 andere relevante ontwikkelingen bij Hbh; 5 de afhandeling van motie nr. 657.21 van de leden Van Pijpen, La Rose, N.T.

Bakker en Kiliç: “Pal staan voor de hulp bij het huishouden; zorg voor wie het nodig heeft.” 1 Stand van zaken wachtlijst Op 25 mei 2021 heb ik u geïnformeerd dat de instroombeperking op hulp bij huishouden die per 1 oktober 2020 door het college is ingesteld tot een wachtlijst heeft geleid, en welke maatregelen het college daarom wilde treffen. Naar aanleiding hiervan heeft u over dit onderwerp gesproken in de commissie ZJS en in de raadsvergadering van 15 september 2021, waar u de motie 657.21 heeft aangenomen.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 14 december 2021 Pagina 2 van 11

Zoals gezegd is de wachtlijst verder toegenomen. Dit was voorzien, maar feit blijft dat vele honderden Amsterdammers die onze hulp nodig hebben daar lang op moeten wachten. Gelukkig kunnen we nog steeds urgente cliënten, die voldoen aan door de gemeente gepubliceerde criteria voor urgentie, meteen in zorg nemen. Andere cliënten die zich melden en wel zorg behoeven, maar niet urgent, komen op de wachtlijst. Per 1 november 2021 stonden er 1468 cliënten op de wachtlijst. Ongeveer 13% hiervan, 187 cliënten, zijn aangemerkt als potentieel urgent. Op dit moment worden cliënten in zorg genomen die in december 2020 op de wachtlijst zijn gekomen. De wachttijd voor de cliënten die nu het langste wachten is tien maanden. Het tempo waarin cliënten in zorg worden genomen is één maand aan wachtenden per drie maanden. Gezien de beschikbare middelen (voor 2022 en 2023) verwachten we vanaf 2022 op een iets hoger tempo door te kunnen gaan met het in zorg nemen van cliënten op de wachtlijst: één maand aan wachtenden per twee maanden. Voor cliënten die nu (per 1 december 2021) een Hbh aanvraag doen bedraagt de verwachte wachttijd één jaar en elf maanden. Datum aanmelding oktober 2020 november 2020 december 2020 januari 2021 april 2021 juli 2021 oktober 2021 januari 2022

Datum in zorg (verwacht) apr-jun 2021 jul-sep 2021 okt-dec 2021 jan-feb 2022 jul-aug 2022 jan-feb 2023 jul-aug 2023 jan 2024

(verwachte) Wachttijd 6-8 maanden 8-10 maanden 10-12 maanden 1 jaar 1 jaar en 3 maanden 1 jaar en 6 maanden 1 jaar en 9 maanden 2 jaar

Aantal cliënten op wachtlijst 0 ca 200 ca 450 682 1.029 1.179 1.362 1.550

Tabel 1: wachtlijst en wachttijd

De groei van de wachtlijst is duidelijk afgenomen na de eerste drie maanden. Hiervoor zijn de volgende verklaringen: - sinds 1 april 2021 worden naast urgente cliënten ook mensen van de wachtlijst opgenomen; - de wachtlijst wordt tussentijds opgeschoond, er vallen mensen uit waarvan de aanvraag vervallen is; - het vooruitzicht van een lange wachtlijst maakt dat sommige mensen van een aanvraag voor Hbh afzien zodat het totaal aantal aanmeldingen afneemt. De feitelijke wachttijd voor cliënten die nu op de wachtlijst staan hangt af van verschillende ontwikkelingen: i. de ontwikkeling van de instroom (en, in mindere mate, van de uitstroom); ii. de mate waarin cliënten op de wachtlijst tussentijds andere oplossingen vinden; iii. de beschikbaarheid van budgetten; iv. de beschikbaarheid van personeel.

2 Meerjarenbegroting Hbh

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 14 december 2021 Pagina 3 van 11

Meerjarenbegroting Hbh

2021

2022

2023

2024

Begroting

€ 43.282.385,-

€ 42.873.264,-

€ 41.393.901,-

€ 39.532.197,-

€ 1.667.724,-

€ 2.100.000,-

Incidentele toevoeging In 2021: najaarsnota 2021 In 2022/23: begroting 2022

€ 1.511.239,-

Toevoeging Weesp

-

€ 1.264.613,-

€ 1.264.613,-

€ 1.264.613,-

€ 44.793.624,-

€ 45.805.601,-

€ 44.758.514,-

€ 40.796.810,-

-

Verwacht voorstel bij Viermaandsrapportage 2022

Totaal

Tabel 2: Meerjarenbegroting Hbh

Door de incidentele toevoeging in 2021 bij de Najaarsnota hebben we in 2021 meer nieuwe cliënten zorg kunnen bieden dan waar op grond van de oorspronkelijke begroting rekening mee gehouden moest worden. Daardoor kunnen er niet alleen urgente cliënten opgenomen worden, maar sinds 1 april 2021 ook cliënten van de wachtlijst, zij het in geringere mate dan dat de wachtlijst aangroeit. De toevoeging bij de Begroting 2022 uit de egalisatiereserve Wmo maakt dat de aanbesteding uitvoerbaar blijft: de teruggang in middelen van 2021 naar 2022 van 0,5% geeft geen onoverkomelijke problemen voor overdracht van cliënten. In 2023 zal er op basis van de huidige meerjarenbegroting een relatief grote afname van het aantal cliënten nodig zijn: 2,3 %. Het beschikbare budget voor 2024 betekent ten opzichte van 2023 een teruggang in budget van 8,9%. Daarmee is het niet of nauwelijks mogelijk in 2024 nieuwe cliënten in zorg te nemen: ook geen urgente cliënten. De actuele ontwikkelingen bij het Rijk ten aanzien van het abonnementstarief en compensatie voor de aanzuigende werking ervan geven echter goede hoop dat er vanuit het Rijk aanvullende middelen zullen komen dan wel inhoudelijke maatregelen waardoor de baten zullen stijgen of de lasten dalen (zie ook onder 3.1: Lobby richting Rijk).

3 Stand van zaken eerder genomen maatregelen In de raadsinformatiebrief van 25 mei 2021 noemde ik een vijftal maatregelen die het college genomen heeft om de wachttijd te verkorten. Bij deze wil ik u graag op de hoogte brengen van de stand van zaken van deze maatregelen. 3.1 Lobby richting Rijk Het college blijft bij het Rijk pleiten voor hervorming van het abonnementstarief en/of compensatie voor de groei in aanvragen die het abonnementstarief heeft veroorzaakt. Dit doen wij samen met een groot aantal andere gemeenten en de VNG die van dit onderwerp een speerpunt gemaakt heeft. U heeft een afschrift ontvangen van de brief die ik op 25 mei 2021 aan de minister van VWS heb gestuurd.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 14 december 2021 Pagina 4 van 11

In reactie daarop is het ministerie vanuit zijn rol als interbestuurlijk toezichthouder het gesprek met ons aangegaan over onze wachtlijst en over de voorgenomen maatregelen met betrekking tot hogere inkomens. Er zijn nog geen uitkomsten van deze gesprekken. Voor een inhoudelijke reactie op onze brief heeft het ministerie van VWS in september aangegeven daarmee te willen wachten tot de monitor abonnementstarief verschenen is; bovendien gaven zij aan in afwachting te zijn van de uitkomsten van de kabinetsformatie. De Monitor Effecten Abonnementstarief is inmiddels gepubliceerd op 25 oktober 2021 en wordt nu nader bestudeerd. Bij de openbaarmaking ervan aan de Tweede Kamer heeft de minister van VWS aangegeven dat uit de Monitor blijkt dat van het abonnementstarief een aanzuigende werking uitgaat, met een oplopend effect waarmee vanaf 2022 geen rekening is gehouden. Daarom, zegt de minister, zal het Rijk vanaf 2022 met inhoudelijke en/of financiële maatregelen moeten komen. Maar dat is aan een nieuw kabinet, aldus de minister. In zijn brief aan de Tweede Kamer (kenmerk: 32697401017844-DMO) zegt de minister letterlijk dat: “... de kosten van het abonnementstarief in 2020 nagenoeg gelijk zijn aan de raming ten tijde van het regeerakkoord in 2017.

Tegelijkertijd acht ik de kans reëel dat de extra toestroom ook in 2021 zodanig doorstijgt dat de kosten hoger zullen liggen dan was verwacht ten tijde van de invoering. In het licht van de motie Hijink c.s. verwacht ik dat aanvullende maatregelen nodig zullen zijn. Dit kunnen zowel financiële als inhoudelijke (kostenbesparende) maatregelen zijn, of een combinatie daarvan. In het bestuurlijk overleg heb ik met de VNG afgesproken dat we gezamenlijk uitwerking geven aan deze maatregelen. Een nieuw kabinet kan vervolgens op basis van de geschetste mogelijkheden een definitief besluit nemen”. Zowel vanuit Amsterdam als de VNG denken wij met VWS mee over de ontwikkeling van een werkbaar en toekomstbestending alternatief voor het abonnementstarief en over maatregelen die gemeenten meer sturing kunnen geven bij de toegang. Deze ontwikkeling vergt echter tijd, en voorgenomen maatregelen kunnen pas goed worden bekeken en beoordeeld in het licht van de resultaten van het onderzoek naar de houdbaarheid van de Wmo (opdracht namens VWS en VNG, verwacht in het 2e kwartaal 2022). Daarom dringen we voor de korte termijn aan op financiële compensatie. Dit geheel pakken wij samen met een groot aantal andere gemeenten en de VNG gezamenlijk op.

De inzet van Amsterdam is dat zorg beschikbaar moet blijven voor iedereen die het nodig heeft, maar dat de gemeenschap de hulp niet moet hoeven betalen voor mensen die zich dat zelf kunnen veroorloven. Tegelijkertijd moet het systeem niet te ingewikkeld worden en geen extra administratieve belasting betekenen voor kwetsbare inwoners. De bedoeling daarbij is dat de opdracht tot een nadere uitwerking op basis van uitgangspunten meegenomen kan worden in de huidige kabinetsformatie. 3.2 Inzet op inkomensafhankelijke toegang Ik heb u in mei laten weten dat de groei van Hbh aanvragen zeer waarschijnlijk te wijten is aan de groeiende toestroom van cliënten met hogere inkomens. Wij hebben een analyse gedaan van de instroomcijfers uitgesplitst naar inkomen. Daaruit blijkt dat het aantal aanvragen Hbh vanuit hoge en middelhoge inkomens sinds 2019 inderdaad sterk is gegroeid. Ons vermoeden dat de groei sinds 2019 grotendeels en mogelijk zelfs geheel is veroorzaakt door de invoering van het abonnementstarief wordt daarmee bevestigd. Ik verwijs u graag naar bijlage 1 bij deze brief voor meer informatie over deze analyse.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 14 december 2021 Pagina 5 van 11

Ik heb onderzocht of het mogelijk was om een hoger inkomen te beschouwen als een bron van (financiële) zelfredzaamheid. We hebben een werkwijze ontwikkeld om aanvragen van Hbh niet op grond van inkomen, maar op grond van financiële zelfredzaamheid af te wijzen. Hierbij is het uitgangspunt dat een cliënt die voldoende financieel zelfredzaam is om Hbh zelf te kunnen betalen, en bovendien in staat is dat zelf te organiseren, geen Hbh krijgt toegekend. Zo bereiken we een verkorting van de wachtlijst en kunnen Amsterdammers met een lager inkomen sneller de zorg krijgen die zij nodig hebben. Bij deze werkwijze kan de zorgaanbieder tijdens de intake de cliënt vragen of deze in staat is om Hbh zelf te betalen. Dit gesprek kan gevoerd worden zonder het direct over iemands inkomen te hebben. Indien een cliënt aangeeft Hbh zelf te kunnen betalen, kan een zorgaanbieder de cliënt op deze grond afwijzen. Met deze werkwijze wilde ik de grenzen opzoeken van wat juridisch toelaatbaar is zonder die grenzen te overschrijden. Voor- en nadelen van dit scenario Specifiek van deze werkwijze is de mogelijkheid de aanvraag van een cliënt op basis van (financiële) zelfredzaamheid daadwerkelijk af te wijzen.

Het voordeel van deze werkwijze zou zijn dat we geen geld hoeven besteden aan cliënten die zelf kunnen voorzien in de financiering van hun zorgbehoefte en onze hulp bij de organisatie daarvan ook niet nodig hebben, zodat we geld uitsparen om te besteden aan cliënten die onze hulp wel nodig hebben. Deze werkwijze is uiteindelijk juridisch onvoldoende verdedigbaar bevonden, omdat de minister van VWS recentelijk expliciet heeft benoemd dat een interpretatie van zelfredzaamheid die ook financiële zelfredzaamheid omvat niet toegestaan is onder de Wmo 2015. Dat deed hij op 22 juli 2021 in een schrijven aan de gemeente Krimpen aan de IJssel naar aanleiding van hun afwijzing van cliënten met een hoger inkomen. Daarnaast heeft u met het aannemen van motie 657.21 (Van Pijpen c.s.) aangegeven een dergelijk scenario niet wenselijk te achten. Om invulling aan die motie te geven heb ik drie andere scenario’s ontwikkeld, die u kunt lezen onder punt 5. 3.3 Intensieve monitoring van instroom en uitstroom Om beter te kunnen prognosticeren hoe het verloop zal zijn van de wachtlijst en de wachttijd binnen de gegeven financiële kaders is de laatste maanden frequent gemonitord hoe deze zich ontwikkelen. Ook is het hierdoor mogelijk gemaakt om aanbieders te laten weten in welke tempo cliënten van de wachtlijst verantwoord opgenomen kunnen worden.

Het aantal personen op de wachtlijst en de wachttijd nemen nog steeds toe, maar minder snel dan voorheen (vgl Tabel 1). Vanaf 2022 kan het tempo van het in zorg nemen van cliënten op de wachtlijst iets worden opgevoerd naar één maand aan cliënten in twee maanden. De verwachting is dat het totaal aantal cliënten op de wachtlijst zich in de loop van 2022 zal stabiliseren tussen 1600 en 2000.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 14 december 2021 Pagina 6 van 11

Tabel 3: Toestroom rechthebbenden

Het algemene beeld is dat de toestroom geleidelijk daalt (dit zijn de cliënten die zich aanmelden voor zorg en er ook recht op hebben, maar voor een deel op de wachtlijst komen): zie tabel 3. Vermoedelijk komt deze daling doordat het vooruitzicht van een wachttijd langer dan een jaar ontmoedigend werkt.

Tabel 4: Instroom nieuwe cliënten in zorg

De instroom (dat zijn de mensen waar de zorg bij gestart wordt) neemt ook af (zie tabel 4). De afname sinds begin 2020 is vrij gestaag, afgezien van de extra dip bij de start van de coronapandemie. De instroom bestaat sinds Q4 van 2020 voor het grootste deel uit urgente cliënten (gemiddeld ca 100 personen per maand). Daarnaast is er sinds april 2021 steeds een contingent cliënten die in een bepaalde periode op de wachtlijst zijn gekomen. Hierbij treedt duidelijk uitval op: lang niet iedereen op de wachtlijst wil uiteindelijk, als ze eenmaal aan de beurt zijn, ook hulp. Een kleine instroom komt van enkele voormalige Pgb-cliënten en voormalige Hbh-OGGZ-cliënten.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 14 december 2021 Pagina 7 van 11

De relatief constante uitstroom is iets groter dan de instroom, waardoor er per saldo een kleine teruggang is in de totaaluitgaven voor Hbh, zoals ook nodig is om binnen de financiële kaders te blijven. 3.4 Inzet op training voor toegang Vanaf eind november 2021 zal een training worden aangeboden aan de Hbh-aanbieders en de buurtteams specifiek over toegang tot Hbh. Beide deze partijen vormen immers toegang tot Hbh: de Hbh-aanbieders voor cliënten die alleen Hbh nodig hebben, de buurtteams voor cliënten die ook andere voorzieningen behoeven. Om deze training te ontwikkelen is input opgehaald bij de zorgaanbieders over hoe zij momenteel de toegang tot Hbh uitvoeren. Inmiddels is een programma opgesteld en een nieuwe leidraad voor de toegang ontwikkeld aan de hand waarvan de training gegeven zal worden. De training zal aandacht geven aan de onderdelen van de toegang en gesprekstechnieken. 3.5 Verlichting door inzet informele zorg In samenwerking met de netwerkorganisatie Platform Informele Zorg Oost is in stadsdeel Oost een pilot uitgevoerd om cliënten op de wachtlijst die daar belangstelling voor hebben, in contact te brengen met een vrijwilliger van een lokale organisatie die burenhulp biedt. Deze biedt geen hulp bij huishouden, maar voorziet in een aantal flankerende functies: een wandeling, een praatje, een klusje in huis of in de tuin, signaleren hoe het met iemand gaat.

Het aantal aanmeldingen bleef zeer beperkt. De verklaring is duidelijk: burenhulp kan eventueel aangeboden worden naast Hbh, maar aanvragers van Hbh willen hulp bij huishouden ontvangen en voelen zich niet geholpen met aanvullende vrijwillige dienstverlening. De conclusie van de pilot is dan ook dat het geen zin heeft om aanvullende vrijwillige dienstverlening aan te bieden aan mensen die op de wachtlijst staan voor hulp bij huishouden. 4 Andere relevante ontwikkelingen 4.1 Personeelstekort en campagne Tot de uitbraak van de corona-pandemie in maart 2020 speelden personeelstekorten in Hbh een belangrijke rol. De pandemie veroorzaakte een beweging op de arbeidsmarkt, met als gevolg dat werknemers van getroffen sectoren als horeca en Schiphol gingen solliciteren op een baan in de zorg. Daar kwam in oktober 2020 nog de instroombeperking bij, waardoor de behoefte aan personeel afnam. Nu de maatschappij weer open gaat en de eerder getroffen sectoren zich weer oprichten, rapporteren aanbieders dat het weer veel moeilijker is geworden om aan voldoende geschikt personeel te komen, ondanks de nog steeds geldende instroombeperking. Dit leidt er incidenteel zelfs toe dat een aanbieder een urgente cliënt moet doorgeleiden naar een collega-aanbieder. Op 1 november 2021 is daarom de campagne Zorg voor Amsterdam gelanceerd.

Dit is een imagoen wervingscampagne voor hulp bij huishouden (Hbh) in de gemeente Amsterdam. Zorg voor Amsterdam is een initiatief van de gezamenlijke gecontracteerde aanbieders Hbh, financieel ondersteund door de gemeente. De campagne bestaat uit televisiespots op AT5 en videoverhalen die via een online-campagne worden verspreid. Na de eerste 30 dagen had de campagne ongeveer 25 sollicitanten opgeleverd. Zie voor nadere informatie en de videoverhalen: https://www.zorgvoor.amsterdam/

4.2 Inkoop

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 14 december 2021 Pagina 8 van 11

Op 3 november 2021 is de aanbesteding gepubliceerd voor de nieuwe inkoop van Hbh vanaf 2022. Hier bent u recentelijk over geïnformeerd. In het kader van de aanpak van de wachtlijsten zijn hierbij de volgende onderdelen van belang: - Er wordt ingezet op contractering van kwalitatief sterke organisaties, daarom is een minimumscore op de kwaliteitscriteria vereist; - In zowel de uitvraag op de gunningscriteria als ook in de ontwikkelopgaven voor de komende jaren is van rechtmatige toegang een speerpunt gemaakt, om zoveel mogelijk te bevorderen dat de zorg alleen wordt toegekend aan de mensen die het nodig hebben; - Door de beweging naar gebiedsgericht werken te maken wordt beoogd dat er intensiever samen wordt gewerkt met lokale partijen en informele partners, met de bedoeling dat er zo veel mogelijk zorg preventief of in het voorveld afgevangen kan worden. Net als rechtmatige toegang is gebiedsgericht werken een speerpunt waar zowel in de gunningscriteria als in de ontwikkelopgaven aandacht voor wordt gevraagd. Met het honoreren van voorkeuren om alleen in sommige maar niet alle stadsdelen te werken zal het aantal aanbieders per stadsdeel verminderen. Daarmee wordt een eerste stap gezet in de richting van het gebiedsgericht werken.

5 Afhandeling van motie nr. 657.21 van de leden Van Pijpen, La Rose, N.T. Bakker en Kiliç: “Pal staan voor de hulp bij het huishouden; zorg voor wie het nodig heeft.” De raad heeft op 15 september 2021 de motie nr. 657.21 aangenomen van de leden Van Pijpen, La Rose, N.T. Bakker en Kiliç: “Pal staan voor de hulp bij het huishouden; zorg voor wie het nodig heeft.”, waarin het college wordt verzocht: 1. Pal te staan voor de algemene voorziening Hulp bij het Huishouden en de lobby, alleen en in gezamenlijkheid in VNG verband, intensief te voeren: voor de afschaffing van het abonnementstarief, voldoende financiële tegemoetkoming voor gemeenten bij de uitvoering van de Wmo eventueel met mogelijkheid van inkomensafhankelijke eigen bijdrages; 2. De Wmo, en de Hbh als onderdeel daarvan, een algemene voorziening is; toegankelijk voor alle Amsterdammers op basis van hun zorg- en ondersteuningsvraag en dat inkomensafhankelijke toegang geen onderdeel van de onder punt 1 genoemde lobby noch een lange termijnoplossing is. 3. De wijze waarop inkomen van aanvragers wordt meegewogen bij de oplossing van noodsituaties als gevolg van groeiende wachtlijsten in 2021 en 2022 nader wordt uitgewerkt in scenario’s en deze alvorens toe te passen met de raad worden gedeeld.

1 Pal staan voor Hulp bij huishouden Aankaarten bij het Rijk van financiële compensatie en hervorming van het abonnementstarief staan hoog op de agenda van het college, met de uitdrukkelijke bedoeling de zorg te borgen voor de Amsterdammers die daarvoor van de gemeente afhankelijk zijn. Zoals boven genoemd onder paragraaf 3.1, Lobby richting Rijk, is de VNG maar ook de gemeente Amsterdam in gesprek met het ministerie van VWS over compensatie voor het abonnementstarief. Daarnaast brengen wij samen met de VNG de problemen ten gevolge van het abonnementstarief onder de aandacht bij het Rijk. Ook geven wij, in gezamenlijkheid met de VNG en andere gemeenten, inbreng voor de hervorming van het abonnementstarief door een toekomstig kabinet. 2 Hbh als algemene voorziening

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 14 december 2021 Pagina 9 van 11

U heeft het college verzocht Hbh te beschouwen als een algemene voorziening, omdat Hbh voor alle Amsterdammers die dat nodig hebben beschikbaar moet zijn; bovendien heeft u aangegeven dat een inkomensafhankelijke toegang geen lange termijnoplossing kan zijn en dat het niet als lobby-instrument mag worden ingezet. Mede hierom zien wij af van het scenario genoemd onder paragraaf 3.2, Inzet op inkomensafhankelijke toegang, waarin een cliënt kan worden afgewezen op grond van financiële zelfredzaamheid. Het college blijft zich inspannen om binnen de financiële kaders te zorgen dat alle Amsterdammers die op de gemeente zijn aangewezen ook de hulp krijgen die ze nodig hebben. 3 Scenario’s over financiële zelfredzaamheid in de toegang tot Hbh Totdat wij compensatie ontvangen van het Rijk voor de stijgende kosten ten gevolge van het abonnementstarief vindt het college het belangrijk om zoveel als mogelijk te doen om de wachtlijsten terug te dringen. Om te zorgen dat Hbh zo veel mogelijk terechtkomt bij de mensen die deze zorg en ondersteuning het hardst nodig hebben, heb ik drie scenario’s ontworpen waarin financiële zelfredzaamheid wordt meegenomen in de toegang tot Hbh, die juridisch niet controversieel zijn en geen onderdeel van een lobby richting het Rijk uit zouden maken. Het scenario dat ik eerder had ontwikkeld maar dat nu is afgevallen, leest u onder 3.2.

Scenario 1 (voorkeursscenario): Financieel zelfredzame cliënten aansporen vrijwillig af te zien van Hbh Zorgaanbieders en buurtteams wijzen cliënten op de mogelijkheid om Hbh zelf te organiseren en op de voordelen daarvan, voor henzelf en voor hun mede-Amsterdammers. Tijdens het aanmeldgesprek zal een zorgaanbieder of buurtteam de cliënt wijzen op de lange wachtlijsten en het gebrek aan personeel bij de zorgaanbieders. In het gesprek zal aan de cliënt verder worden meegegeven dat wanneer deze zelf middelen heeft om Hbh te organiseren, dat de cliënt via de particuliere route zelf sneller hulp geregeld kan hebben en dat deze hulp mogelijk ook meer conform de eigen wensen van de cliënt kan zijn. Tevens zal bij dat gesprek een oproep worden gedaan aan cliënten die de mogelijkheden hebben zelf in Hbh te voorzien om van de aanvraag af te zien. Daarmee kunnen de schaarse middelen en het beperkte personeel worden ingezet voor cliënten die niet de financiële mogelijkheden hebben zelf in Hbh te voorzien eerder aan de beurt komen. Voor- en nadelen Het voordeel van deze maatregel is dat we hiermee het grootste effect op de instroom verwachten. De gemeente raamt het effect van deze aanpak ruw op zo’n 50% van het potentieel aan cliënten dat de hulp zelf zou kunnen betalen en regelen. Dat zou in vergelijking met de situatie van 2020 een lagere instroom opleveren van 279 cliënten per jaar.

Het nadeel van deze werkwijze is dat deze ongebruikelijk is: de gemeente doet een beroep op de cliënt om geen gebruik te maken van een voorziening waar een cliënt wel recht op heeft. Dat gebeurt bovendien bij monde van onze aanbieders en de buurtteams, die namens de gemeente een moreel appèl op cliënten moeten doen. Daar zit iets ongemakkelijks in. Andere gemeenten die met dergelijke maatregelen hebben gewerkt rapporteren echter dat hun welvarender cliënten begrip tonen voor selectie op financiële zelfredzaamheid. Onze aanbieders en buurtteams moeten nog wel getraind worden in deze nieuwe werkwijze. Daardoor zal deze werkwijze op zijn vroegst pas op 1 januari 2022 in kunnen gaan.

Scenario 2: Communicatiecampagne om Hbh zelf te regelen

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 14 december 2021 Pagina 10 van 11

Een tweede scenario is om gemeentelijke communicatie-activiteiten in te zetten over de lange wachtlijsten en over de mogelijkheid zelf particulier Hbh te regelen. De gemeente kan folders maken, de website herinrichten en contact zoeken met alle mogelijke verwijzers om cliënten die het zelf kunnen betalen ook aan te sporen om dat te doen. Zorgaanbieders kunnen cliënten een folder meegeven met daarin informatie over de lange wachtlijsten en de mogelijkheden om Hbh zelf te regelen via particuliere hulp. De bedoeling is dat cliënten nog voor het toegangsgesprek van een aanvraag afzien. Voor- en nadelen Het voordeel van dit scenario in vergelijking met de vorige is dat zorgaanbieders hun huidige werkwijze bij de intake niet hoeven aan te passen, in het bijzonder op het gevoelige onderdeel van het morele appèl. Het nadeel is dat dit scenario vermoedelijk minder kostenbesparing en verkorting van de wachtlijst op zal leveren. Ook is het oncomfortabel dat de gemeente deze werkwijze, om cliënten met een hoog inkomen te vragen zélf Hbh te regelen, zo nadrukkelijk op schrift stelt. Mogelijk leidt dat zelfs tot een grotere aanwas van aanvragen Hbh en heeft deze werkwijze een averechts effect. Daarnaast zal materiaal ontwikkeld moeten worden en zullen verwijzers over deze nieuwe werkwijze geïnformeerd moeten worden, wat tijd zal kosten.

Scenario 3: Geen aanvullende maatregelen Een derde scenario is om ervoor te kiezen op dit moment geen aanvullende maatregelen te nemen. De huidige wachtlijst is al een belangrijk instrument dat ervoor zorgt dat sommige aanvragers van Hbh afzien van hulp, of zelf toch Hbh weten te organiseren via de particuliere route of hun eigen netwerk. Aanbieders rapporteren dat sommige cliënten op de wachtlijst geen hulp meer behoeven op het moment dat zij aan de beurt zijn, omdat zij alsnog een eigen oplossing hebben gevonden. Voor- en nadelen We weten niet zeker welk effect aanvullende maatregelen zullen hebben. De wachtlijst zelf werkt immers al als een belangrijk instrument om mensen met een hoog inkomen die zelf Hbh kunnen organiseren te stimuleren van een aanvraag voor Hbh af te zien; zijn aanvullende maatregelen dan nog de moeite waard? Daar staat tegenover dat de wachtlijst en wachttijd zodanig lang zijn en de situatie voor veel Amsterdammers daarmee al zo schrijnend, dat we als gemeentebestuur in ieder geval al het mogelijke willen hebben gedaan om de schaarse middelen eerder ten goede te laten komen aan kwetsbare Amsterdammers met een kleine portemonnee dan aan Amsterdammers die de voorziening ook wel zelf kunnen organiseren en betalen.

Advies Cliëntenbelang Amsterdam Op verzoek van het college heeft Cliëntenbelang Amsterdam (CBA) een advies uitgebracht over de bovengenoemde scenario’s (zie bijlage 2). CBA herkent dat het toegenomen zorggebruik door mensen met hoge en middelhoge inkomens ertoe leidt dat mensen met lagere inkomens van hulp verstoken blijven. CBA meent dat gezien de ernst van de situatie de gemeente de mogelijkheden om bij te sturen moet benutten. CBA vindt het echter belangrijk dat gemeentelijke voorzieningen primair toegankelijk zijn op grond van een inhoudelijke beoordeling van de ondersteuningsvraag. CBA geeft aan het tweede scenario het meest passend te vinden en beveelt deze aan, omdat het ontmoedigen van aanvragen van inwoners met financiële draagkracht exclusief de taak en verantwoordelijkheid van de gemeente is. De gemeente moet de ongemakkelijkheid daarvan voor lief nemen, vindt CBA. CBA ontraadt het eerste scenario nadrukkelijk, met als reden dat het

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 14 december 2021 Pagina 11 van 11

ontmoedigen van burgers om zorg aan te vragen op gespannen voet staat met de laagdrempeligheid die buurtteams en aanbieders naar inwoners moeten uitstralen. Conclusie Het college kiest voor het eerste scenario, waarin we financieel zelfredzame cliënten bij de toegang stimuleren om af te zien van het aanvragen van Hbh. De huidige wachttijd voor nieuwe cliënten Hbh is zodanig lang dat het college graag alle mogelijke oplossingen wil inzetten om de wachtlijst in te korten. Met dit scenario verwachten we het grootste effect op de wachtlijst. Daarnaast verwachten we meer resultaat van een persoonlijk gesprek dan van communicatieuitingen op andere kanalen. Omdat dit in een gesprek tussen aanbieder en aanvrager wordt besproken, lopen we niet het risico dat schriftelijke uitingen van de gemeente een eigen leven gaan leiden. Het college neemt het advies van Cliëntenbelang niet over. Het College meent dat het in de geest van de Wmo is om cliënten aan te spreken op hun zelfredzaamheid en vindt dat financiële zelfredzaamheid daar onderdeel van uitmaakt. Het voorkeursscenario sluit niemand uit, het wordt aan de beoordeling van cliënten zelf overgelaten of zij hun aanvraag bij nader inzien willen intrekken.

Omdat het college gezien de uitspraken van de minister goede hoop heeft dat het hier een tijdelijke noodmaatregel betreft vindt het college een communicatiecampagne, dat een lange nasleep kan hebben, minder geschikt. Het college wil de raadsleden bedanken voor hun betrokkenheid en actieve meedenken om tot een passende oplossing te komen voor de Amsterdammers die aangewezen zijn op huishoudelijke hulp van de gemeente. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Simone Kukenheim Wethouder Zorg

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10960659/1