CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Afd. motie 400accent.22

RAAD 9 november 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Begroting 2023 van de gemeente AmsterdamVN2022-0336578.364 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 6 december 2022 Sociale Zaken Rutger Groot Wassink Werk Participatie Inkomen (bestuurszaken.wpi@amsterdam.nl) Iedereen Kans op Werk en Reactie motie 400’ van de leden Hoogtanders, Namane en Boomsma t.a.v. het verhogen van de ambities ‘mensen aan het werk’

Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief informeert het college u over het volgende. Amsterdam is een stad met veel kansen, een ruim aanbod aan scholing, veelzijdig aanbod van werk en een bloeiende economie. Voor veel mensen is Amsterdam een aantrekkelijke stad waar ze zich ontwikkelen, hun leven vorm kunnen geven zoals zij dat willen, met werk dat voldoening geeft en de zekerheid biedt van een toereikend inkomen. Helaas geldt dit niet voor iedereen. Er is een te grote groep Amsterdammers die minder kansen krijgt op betaald werk en daardoor minder zeker is in hun bestaan. We zien dat de sociale zekerheid die bedoeld is om mensen bestaanszekerheid te bieden, door de complexiteit van het systeem steeds vaker de bestaanszekerheid van kwetsbare groepen ondermijnt. Daarnaast is het bedrag van de bijstandsuitkering laag en zijn de kosten voor levensonderhoud toegenomen. De bestaanszekerheid van een grote groep Amsterdammers staat onder druk. De kern van deze brief is dat het college zich de komende vier jaar hard maakt voor meer ondersteuning aan mensen in de bijstand om de stap naar werk te zetten. We zetten € 20 miljoen in om extra te investeren en (intensieve en langdurige) begeleiding te bieden naar werk voor wie dat nodig heeft, een steeds grotere groep van de Amsterdamse bijstandsgerechtigden heeft deze extra ondersteuning nodig.

We bouwen voort op de aanpak die is ontwikkeld met Meer Kans op Werk in de vorige collegeperiode, onder meer door uitbreiding van de jobcentres en een Focusaanpak te starten. De huidige regionale arbeidsmarkt is zeer krap en blijft dat waarschijnlijk ook nog wel even. Door te investeren in de ontwikkeling van loopbaanpaden en om- en bijscholing in met name tekortsectoren, wordt er bijgedragen aan de vraag van werkgevers voor nieuw personeel en investeren we in duurzame uitstroom uit de bijstand. Dit doen we o.a. door extra te investeren in het Regionaal Werkcentrum. Ook starten we een aantal nieuwe dingen op. Zo starten we een experiment met een uitstroompremie, gaan we aan de slag met een werkbonus via werkgevers en onderzoeken we hoe we onzekerheden rondom het inkomen van mensen weg kunnen nemen als ze de stap naar werk zetten. Het doel van onze inspanningen is dat we zoveel mogelijk drempels wegnemen voor mensen om aan het werk te gaan.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 6 december 2022 Pagina 2 van 17

Iedereen Kans op Werk Betaald werk is nog steeds de belangrijkste weg naar een beter bestaan. Maar de weg naar werk is voor veel mensen met een uitkering niet direct begaanbaar. Het college vindt dat iedereen die wil en kan werken, die kans moet krijgen. Betaald werk zorgt voor inkomen maar is nog zoveel meer. Het draagt bij aan het gevoel van eigenwaarde, een (sociaal) netwerk en heeft daarmee ook een belangrijke maatschappelijke waarde. Het college gunt iedereen een kans op werk. In Amsterdam zijn momenteel 35.642 op dit moment (week 48) mensen afhankelijk van een bijstandsuitkering. Al heel veel minder dan een aantal jaar geleden, maar toch is dit nog te veel. In een stad als Amsterdam, met zoveel aanbod aan werk, zouden maximaal 30.000 bijstandsgerechtigden moeten zijn. Zeker nu, met de enorme vraag naar personeel. De arbeidsmarkt is krapper dan ooit tevoren, met bijna 60.000 openstaande vacatures in de regio Amsterdam. De regio Groot-Amsterdam heeft op dit moment de krapste arbeidsmarkt van Nederland1. In sommige sectoren is dat al langer het geval, denk aan de zorg, techniek, ict en het onderwijs, maar het treft nu een veel breder spectrum van de economie. En toch staan er nog veel Amsterdammers aan de kant. Mensen die willen en kunnen werken maar aan wie de huidige arbeidsmarkt geen plek biedt. De markt lost dit niet zelf op. Er is meer aan de hand en er is meer nodig.

Daarom legt het college na het programma Meer Kans op Werk (2019-2022), de focus op ‘Iedereen Kans op Werk’. Met Meer Kans op Werk is de dienstverlening aan bijstandsgerechtigden fundamenteel verbeterd waardoor mensen sneller en breder gebruik kunnen maken van alle ondersteuningsmogelijkheden. De kern van Iedereen Kans Op Werk is dat we naast het verder verbeteren van de dienstverlening nu extra gaan investeren in mensen. Dit doen we door middel van om- en bijscholing, ook als iemand een bijstandsuitkering ontvangt, en door een ruimere inzet van loonkostensubsidie en jobcoaching. Maar we gaan bijvoorbeeld ook aan de slag met een focusaanpak, we gaan experimenteren met een uitstroompremie en we blijven deeltijdwerk stimuleren. Om wie gaat het? Door de grote uitstroom de afgelopen jaren en de daling van het bijstandsbestand, zien we dat het aandeel bijstandsgerechtigden dat minder makkelijk werk vindt en langdurig afhankelijk is van een bijstandsuitkering, relatief toeneemt. En dit zal de komende jaren alleen maar verder toenemen.

1

https://www.werk.nl/imagesdxa/regio_in_beeld_2022_groot_amsterdam_tcm95-442411.pdf

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 6 december 2022 Pagina 3 van 17

We krijgen de komende jaren te maken met een steeds grotere groep bijstandsgerechtigden die meer en intensievere ondersteuning nodig heeft bij het vinden van werk op de reguliere arbeidsmarkt en/of die aangepaste arbeid nodig heeft. Dit gaat vooral om de groep die langdurig in de bijstand zit. Om deze groeiende groep aan het werk te helpen en te houden zal de dienstverlening van de gemeente mee moeten groeien. Het bijstandsbestand daalt dus maar de inspanning die per individuele bijstandsgerechtigde nodig is, stijgt. Om meer mensen aan het werk te helpen, moeten we onze focus nog meer dan tot nu toe leggen op de begeleiding van mensen die moeilijker aan het werk komen, al langer aan de kant staan en vaak aangewezen zijn op passend werk. Een groep die tot ongeveer 2050 elk jaar toeneemt zijn werknemers die door de gemeente worden ondersteund. Het gaat hierbij vooral om werknemers die aan het werk zijn met begeleiding (vaak in de vorm van jobcoaching) en voor wie meestal ook loonkostensubsidie (LKS) wordt ingezet om de werkgever te compenseren voor een lagere productiviteit. Dit komt doordat werkzoekenden met een dergelijke ondersteuningsbehoefte sinds 2015 niet meer kunnen instromen in de Wajong en/of Wet sociale werkvoorziening (Wsw).

Wanneer zij in dienst komen bij een werkgever hebben zij hierbij veelal duurzaam ondersteuning nodig, zowel om hun bestaande werk goed te kunnen doen en zich zo mogelijk te ontwikkelen, als richting nieuw werk wanneer hun dienstverband afloopt. We zien dat herbemiddeling voor deze mensen heel vaak nodig is. Afhankelijk van de daling van het bijstandsbestand zal deze doelgroep in verhouding een steeds groter onderdeel uitmaken van de mensen in de bijstand. Dat betekent ook dat de gemeente vaak langdurige betrokkenheid zal houden bij een deel van de mensen die wel aan het werk zijn en uit de uitkering, maar daar wel ondersteuning bij nodig hebben. Deze mensen verdwijnen dus niet helemaal uit beeld. In 2023 gaat het om ongeveer 5 procent van de totale groep. Dat kan afhankelijk van hoe de daling van het aantal bijstandsgerechtigden zich doorzet de komende jaren oplopen naar 10 tot 15 procent op de lange termijn. Dit college legt zich er niet bij neer dat mensen met minder kans op werk langdurig afhankelijk van de bijstand moeten blijven. Iedereen die wil en kan werken, ook al is het perspectief verder weg, willen we een kans geven op betaald werk. Dat betekent dat we zullen moeten investeren in

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 6 december 2022 Pagina 4 van 17

mensen, op een andere manier dan we tot nu toe hebben gedaan. En als er een moment is om dit te doen is het nu. We hebben enorme opgaven in de stad, zowel in de maatschappelijke sectoren als in alle andere sectoren is er een grote roep om personeel. We hebben chauffeurs nodig voor het leerlingenvervoer, we hebben monteurs nodig voor de zonnepanelen en isolatie van huizen, we hebben mensen nodig die in de zorg willen werken en we hebben mensen nodig die de stad laten draaien, zowel in de horeca als in de logistiek. Financiering van de bijstand Duurzaam perspectief op werk is goed voor de Amsterdammer, maar ook van belang voor de financiering van de bijstand. Want ook al gaat het op dit moment goed met de uitstroom uit de uitkering in Amsterdam, we hebben ons financieel tekort op het uitkeringsbudget (BUIG) nog niet helemaal ingelopen. Om daar te komen zou de omvang van ons bestand gelijk moeten zijn aan wat het verdeelmodel voor de BUIG voorspelt aan uitkeringsgerechtigden in Amsterdam. Amsterdam wijkt daarvan af omdat wij onder andere een relatief groot aandeel mensen langdurig in de bijstand hebben. Onderzoek wijst uit dat hoe langer in de bijstand hoe moelijker het is om uit te stromen. Dat maakt onze opdracht niet eenvoudig, maar des te relevanter.

Aandachtspunt is ook dat in de verdeling van het bijstandsbudget over gemeenten onvoldoende rekening houdt met grootstedelijkheid, waardoor grote gemeenten met een centrumfunctie minder ontvangen dan zij nodig hebben. Wat gaan we nog meer doen? Met deze brief informeer ik u over de hoofdlijnen van de aanpak Iedereen Kans op Werk (IKOW) en de acties die we willen nemen. In deze brief ligt de focus op wat wij als gemeente kunnen doen om de Amsterdamse bijstandsgerechtigden naar werk te begeleiden en welke investering daarvoor nodig is. Maar dit is niet het enige wat nodig is om meer mensen aan het werk te krijgen en iets te doen aan de grote vraag van de arbeidsmarkt. Daarom ontvangt u eind dit jaar ook de voortgangsbrief van het programma Duurzame Stad, Duurzame Banen, onderdeel van de aanpak Duurzaam Economisch Herstel. Daarnaast ontvangt u begin 2023 een brief over het Regionaal Werkcentrum (RWC). We willen als gemeente ook bijdragen aan de vraag van de arbeidsmarkt naar personeel, daarom werken we in de regio nauw samen met diverse partners. Dit doen we onder meer door extra te investeren in het Regionaal Werkcentrum (RWC). Hier zetten we ons samen met de partners in de regio in voor brede werkgevers- en werknemersdienstverlening in de Amsterdamse arbeidsmarktregio.

De samenwerking met het RWC komt in deze brief ook aan de orde omdat dit bijdraagt aan het realiseren van de ambities van Iedereen Kans op Werk. Immers, om onze doelstellingen te bereiken moeten we als gemeente samenwerken met onze partners. Dat zijn zowel werkgevers, opleiders, stadsdelen als maatschappelijke organisaties. U wordt in het eerste kwartaal van 2023 geïnformeerd over hoe het college de regie pakt in de aanpak van de personeelstekorten en welke projecten daarop lopen. Dit naar aanleiding van motie 471 van het raadslid Namane cs. Over de integrale aanpak personeelstekorten. Belangrijk in dit verband is ook de investering die het college doet in de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt. Vanuit preventief oogpunt is het belangrijk dat Amsterdamse kinderen en jongeren toekomstbestendig onderwijs krijgen en daarmee een goede start op de arbeidsmarkt. Dit start al in het primair en voortgezet onderwijs en het mbo speelt hierbij een bijzondere rol. Ook de inzet op leven lang ontwikkelen maakt hier onderdeel van uit. De afgelopen 8 jaar heeft Amsterdam met de MBO-Agenda en de Uitvoeringsagenda’s Inzetten op Jongeren in

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 6 december 2022 Pagina 5 van 17

een Kwetsbare Onderwijspositie en Onderwijs-Arbeidsmarkt geïnvesteerd in toekomstbestending en innovatief mbo-onderwijs in onze stad. Ook dit college hecht veel waarde aan goed mboonderwijs en heeft besloten de MBO-Agenda voort te zetten. In het voorjaar zal de raad worden geïnformeerd over de nieuwe beleidsplannen. Ook zal de raad in het eerste kwartaal van 2023 een brief ontvangen over de inzet van het college om de bestaanszekerheid van Amsterdammers te verbeteren. Amsterdammers in de bijstand, maar ook minima die met een baan net op of onder het bestaansminimum leven, zitten vaak in een complexe en precaire inkomenssituatie van uitkering, toeslagen en aanvullende inkomensregelingen. Mensen die financiële stress ervaren, komen in een overlevingsmodus terecht en hebben weinig ruimte in het hoofd om na te denken over de toekomst. Een stap naar (parttime) werk betekent een verandering van het inkomen die het hele financiële kaartenhuis overhoop kan trekken. Deze onzekerheid over de inkomenseffecten van de stap naar betaald werk kan Amsterdammers ervan weerhouden om die stap te zetten. Dit gaat om mensen die al minder zelfredzaam zijn en die het meest last hebben van de gevolgen van het complexe stelsel van sociale zekerheid. We gaan voor zover in ons vermogen ligt, er alles aan doen om ervoor te zorgen dat een stap naar werk geen stap in financiële duisternis is.

Die stappen werkt het college parallel aan de aanpak ‘Iedereen kans op werk’ uit in een agenda over bestaanszekerheid. Tot slot, werkt het college ook nog aan een actieplan gesubsidieerd werk, zoals in het Amsterdam Akkoord 2022-2026 aangekondigd. Hierover ontvangt u in het tweede kwartaal van 2023 meer informatie. Iedereen Kans Op Werk Verder bouwen op opbrengst Meer Kans Op Werk We beginnen niet bij nul. Zoals gezegd is de afgelopen jaren met het Programma Meer Kans op Werk (MKOW) geïnvesteerd in een fundamentele verbetering en vernieuwing van de dienstverlening aan Amsterdammers. Dat werpt zijn vruchten af. De omvang van het uitkeringsbestand is gedaald van 40.281 begin 2019 naar 35.642 op dit moment (week 48). De omvang van het uitkeringsbestand was in jaren niet zo laag als op dit moment. De komende jaren bouwen we verder op de ervaring, opbrengst en geleerde lessen van MKOW. Dat lichten we hieronder toe.

We hebben een nieuw startproces ingericht om mensen die een uitkering aanvragen sneller en intensiever te ondersteunen richting de arbeidsmarkt. We wachten niet meer op een definitief besluit op het recht op de uitkering, wat soms 2 maanden kan duren, maar bieden mensen een vliegende start. Na een snelle eerste screening krijgen mensen met vermoedelijk recht op een

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 6 december 2022 Pagina 6 van 17

uitkering direct ondersteuning naar werk. Vervolgens krijgen mensen de eerste zes maanden intensieve dienstverlening gericht op werk en inkomenszekerheid. De Amsterdammer heeft dan veel contact met de klantbegeleider en inkomensbegeleider, en neemt deel aan trajecten of andere instrumenten. Als het mogelijk is, proberen we meteen een match te maken met passende vacatures van het WSP. Om het persoonlijk contact te faciliteren zijn er in de stad drie jobcenters opgezet: fysieke locaties waar mensen in een ontspannen setting terecht kunnen voor informatie over vacatures en andere instrumenten en door medewerkers van het jobcentre worden gecoacht. We zien dat intensieve en brede dienstverlening direct vanaf de start helpt om instroom en langdurig verblijf in de bijstand te beperken. We zien uit klanttevredenheidsonderzoeken dat persoonlijk contact en nabijheid wordt gewaardeerd. De komende periode gaan we jobcentres ook openstellen voor mensen die al langer een bijstandsuitkering hebben en op zoek zijn naar werk. Daarnaast willen we de activiteiten van het jobcentre uitbreiden, bijvoorbeeld door meer fysiek contact te organiseren tussen werkzoekenden en werkgevers zoals met een minibanenmarkt. Amsterdammers die al langer in de bijstand zitten, komen via de cohortaanpak weer goed in beeld.

We zien dat mensen die al lang in de bijstand zitten wel degelijk kunnen uitstromen naar werk als we meer aandacht geven, brede professionele ondersteuning bieden en meer instrumenten beschikbaar stellen. Van de ongeveer 18.000 mensen aan wie de cohortdienstverlening is afgerond, is ongeveer 16% uit de uitkering gestroomd, waarvan een derde naar betaald werk. Hoewel het doel van 25% (nog) niet is gehaald, weten we wel dat de aanpak effectief is, juist voor de uitstroom naar werk. In de cohortgebieden was de uitstroom naar werk onder langdurig bijstandsgerechtigden maar liefst 50% hoger dan onder dezelfde groep bijstandsgerechtigden in niet-cohortgebieden in dezelfde periode. Van het stedelijk cohort Economisch Daklozen is maar liefst 40% van de mensen uit de uitkering gestroomd waarvan bijna de helft naar betaald werk. Door de coronacrisis kon de cohortaanpak niet helemaal worden uitgevoerd zoals we hadden beoogd. We moesten de focus in de dienstverlening in 2020 en 2021 verschuiven, o.a. voor het afhandelen van de Tozo- en bijstandsaanvragen en voor de snelle herbemiddeling naar werk van mensen met recente werkervaring, om langdurige bijstandsafhankelijkheid te voorkomen. We zetten de cohortaanpak voort. Na afronding in alle gebieden zal de essentie van deze werkwijze worden opgenomen in reguliere dienstverlening. Waar we komend jaar nieuw mee starten is de Focusaanpak.

De systematiek van de cohortaanpak gaan we niet alleen inzetten voor mensen die langdurig in de bijstand zitten, maar ook voor andere groepen waarvan we verwachten dat extra aandacht tot een hogere uitstroom kan leiden. Denk aan parttime werkenden. Een deel van hen wil en kan meer uren werken maar toch gebeurt het niet. Daar kunnen we actiever in bemiddelen. We hebben een beter en actueler beeld gekregen van de situatie van alle Amsterdamse bijstandsgerechtigden, en dat houden we bij. Dat beeld hebben we bovendien gedigitaliseerd. Dat biedt de mogelijkheid om mensen sneller en meer gericht dienstverlening te bieden. Daar is afgelopen zomer ervaring mee opgedaan met het zogenaamde Zomeroffensief. Door specifieke werkconsulenten zijn bulkvacatures opgehaald bij het Werkgeversservicepunt en deze zijn digitaal gematcht op het profiel van bijstandsgerechtigden. Deze bijstandsgerechtigden kregen vervolgens rechtstreeks van de consulent een aanbod en deze consulent verzorgt dan de bemiddeling met de werkgever. Op deze manier komen vacatures veel sneller onder de aandacht van bijstandsgerechtigden dan wanneer dit wordt uitgezet via de klantbegeleider. Die houdt vervolgens ruimte over om aandacht te geven aan mensen die meer intensieve aandacht en begeleiding naar werk nodig hebben. We gaan het digitaal matchen van vacatures voortzetten.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 6 december 2022 Pagina 7 van 17

Samenwerking met de sociale basis en maatschappelijk initiatief Er is een groep bijstandsgerechtigden voor wie de bestaande, reguliere ondersteuning richting werk en opleiding onvoldoende past. Het reguliere aanbod is voor hen te complex door diverse omstandigheden zoals taal, leervermogen, of de thuissituatie. Zij zijn vaak wel actief en bekend bij organisaties of maatschappelijke initiatieven in de buurt (sociale basis). De sociale basis kan een belangrijke vindplaats en springplank zijn voor hun verdere ontwikkeling. De afgelopen jaren is verkend hoe organisaties in de sociale basis bijstandsgerechtigden op een meer laagdrempelige manier kunnen ondersteunen richting werk en opleiding. Het gaat vaak om kleinschalige initiatieven, in de haarvaten van wijken en buurten, waarin scholing en stages in de eigen omgeving worden aangeboden. Zoals het Educatiecentrum Oost (EC-O) dat zich richt op gecertificeerde beroepsgerichte cursussen en trainingen voor bewoners die in het reguliere beroepsonderwijs niet terecht kunnen. Of de coöperatie Samen aan de Slag in Nieuw-West die met lokale banenmarkten bijstandsgerechtigden in contact brengt met werkgevers in de buurt. We willen dergelijke lokale initiatieven versterken en waar mogelijk verbinden aan de stedelijke infrastructuur.

Daarmee maken we optimaal gebruik van de kennis en kunde op lokaal niveau en benutten we tegelijk de mogelijkheden op stedelijk niveau. Het college wil deze samenwerking met dit soort lokaal, informeel initiatief bij de bemiddeling van bijstandsgerechtigden naar werk en opleiding de komende jaren verder verkennen. Wat gaan we doen  We stellen intensieve dienstverlening, waaronder de jobcenters, beschikbaar voor alle bijstandsgerechtigden.  We starten de focusaanpak waarbij we gericht extra ondersteuning bieden aan specifieke groepen bijstandsgerechtigden.  We benutten digitale matching op vacatures zodat klantbegeleiders meer tijd hebben voor persoonlijke dienstverlening.  Verder verkennen samenwerking met de organisaties in de sociale basis en maatschappelijk initiatief.

De nieuwe ambities De komende vier jaar staan vier nieuwe ambities centraal om te investeren in de kansen van iedereen op werk. Ambitie 1: We investeren in scholing en werkzekerheid van Amsterdammers die aan het werk gaan. Hierbij zetten we onder meer in op het versterken van de positie van Amsterdamse bijstandsgerechtigden met gerichte om- en bijscholing. Daarbij hoort ook dat we meer werken vanuit het perspectief op de lange termijn. Zodat mensen ook een duurzame positie op de arbeidsmarkt kunnen krijgen. Ambitie 2: We investeren in Amsterdammers die extra ondersteuning nodig hebben. Hierbij hoort dat we onderzoeken voor wie extra begeleiding nodig is en welke vorm van begeleiding het beste past. Dit kan gaan over de inzet van instrumenten als loonkostensubsidie en intensieve begeleiding zoals jobcoaching. Ambitie 3: We investeren in de inkomenszekerheid van Amsterdammers die de stap naar werk zetten.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 6 december 2022 Pagina 8 van 17

Mensen die voor inkomen lang afhankelijk waren de bijstand bieden we ondersteuning bij de stap naar werk en het inzicht in wat dit voor hun financiën betekent. We proberen zo te voorkomen dat die onzekerheid over inkomen een belemmering om te gaan werken is.

Ambitie 4: Stimuleren en waarderen van een stap naar werk Naast het vergroten van inkomenszekerheid, wil het college mensen financieel belonen bij de stap naar werk. Daarmee willen we mensen stimuleren en financieel waarderen als zij richting betaald werk gaan. Hieronder wordt per ambitie een toelichting gegeven en kort beschreven wat we gaan doen. Dat zijn soms nieuwe initiatieven, maar het kan ook zijn dat bepaalde dienstverlening wordt geïntensiveerd of versneld. Ambitie 1: Vergroten van werkzekerheid voor mensen die aan het werk gaan De Nederlandse arbeidsmarkt vertoont momenteel grote krapte, die steeds nijpender wordt en inmiddels in iedere sector voelbaar is. Hoewel de netto arbeidsparticipatie na de coronacrisis weer oploopt, staan tegenover 143 vacatures momenteel nog altijd 100 werkzoekenden.

De arbeidsmarkt verandert steeds sneller, met grote gevolgen voor de competenties die van werknemers worden verwacht. De vele verschuivingen in werkgelegenheid in en tussen diverse sectoren als gevolg van de coronapandemie en de economische transities (o.a. in relatie tot de klimaatdoelen), komen daar nog bij. Veel Amsterdamse bijstandsgerechtigden kunnen en willen werken maar hun opleidingsniveau sluit niet aan of werkervaring ontbreekt. Tegelijkertijd zijn veel werkgevers nog onvoldoende in staat of bereid vacatures aan te passen aan het profiel van de werkzoekenden of te investeren in de langere termijn, de focus ligt op een snelle match met het schaap met de 5 poten. Dat is niet realistisch. Ook werkgevers moeten bewegen. Ze kunnen kijken wat wel past en gericht investeren in wat ontbreekt, de functie op de persoon passen, of iemand anders laten doorgroeien zodat aan de onderkant een vacature ontstaat. Hierdoor houdt de arbeidsmarkt afstand tot veel werkzoekenden.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 6 december 2022 Pagina 9 van 17

Om- en bijscholing Om meer bijstandsgerechtigden kans op werk te bieden, gaan we ons inzetten om het profiel van bijstandsgerechtigden op de arbeidsmarkt te versterken door middel van om- en bijscholing. Het aanbod voor om- en bijscholing in de arbeidsmarktregio is enorm, maar ook versnipperd. Voor bijstandsgerechtigden is het vaak lastig om de juiste opleiding te vinden gericht op werk dat bij de eigen talenten past. En om een traject te vinden dat haalbaar en betaalbaar is in combinatie met de uitkering. Daarom ontwikkelen we samen met onze partners in het Regionaal Werk Centrum (RWC) één herkenbaar loket voor al het aanbod gericht op oriëntatie, scholing en matching binnen een sector. Daarnaast ontwikkelen we vanuit het Regionaal Werkcentrum samen met opleidingsinstellingen en brancheorganisaties loopbaanpaden richting de belangrijkste tekortsectoren (Bouw& Techniek, Zorg & Welzijn, ICT en Vervoer en Logistiek). Veel vacatures vragen minimaal mbo-niveau 3 of 4, wat voor bijstandsgerechtigden te hoog is. Idee van de loopbaanpaden is trajecten te ontwikkelen richting functies op mbo niveau Entree of niveau 1 zodat mensen op eigen niveau kunnen instappen met perspectief op verdere groei. Het Werkgevers Servicepunt zet nog meer in op het afsluiten van werkgeversarrangementen met individuele werkgevers die een baangarantie bieden.

Daarbij kan bijvoorbeeld de opleidingscomponent worden bekostigd. Daarnaast zetten we eigen trajecten in zoals interne- en externe leerstages, Amsterdamwerkt! en de Werkbrigade en ontwikkelen we in samenspraak met werkgevers voorschakeltrajecten naar concrete vacatures. Zo bieden we meer mogelijkheden aan Amsterdammers met een bijstandsuitkering om het eigen profiel te versterken en zo meer kans te maken op een duurzame uitstroom uit de uitkering. Helaas zien we dat de praktijk van veel werkgevers nog weerbarstig is. Zij blijven traditionele eisen stellen qua opleidingsniveau (mbo 3 of 4), werkervaring en werktijden, waardoor een meer laagdrempelige instap lastig blijft. Zelfs zij-instromers met het gewenste mbo-niveau worden lang niet altijd passend bevonden. Dit vraagt dus ook om bereidheid, creativiteit en inzet bij werkgevers om functies op dit niveau open te stellen of te creëren, bijvoorbeeld via jobcarving. We weten dat het gericht benaderen en ondersteunen van lokale werkgevers om mensen uit de buurt een kans te geven, effectief kan zijn. Waar mogelijk maken we hier gebruik van om zo tot passende matches te komen. We blijven werkgevers hierover adviseren en gaan onderzoeken of innovatieve methodes als ‘open hiring’ een toevoeging kunnen zijn op het bestaande aanbod.

Daarnaast onderzoeken we of we de (administratieve) belemmeringen voor werkgevers kunnen wegnemen wanneer deze kansen voor Amsterdammers in de weg staan. Laaggeletterdheid zet een deel van de werkzoekenden op een achterstand. Om duurzaam inzetbaar te zijn voor de arbeidsmarkt is voldoende beheersing van taal, rekenen en basale digitale vaardigheden nodig. Onder laagopgeleide werkzoekenden heeft meer dan 25%2 moeite met een van deze basisvaardigheden. Dit kan een belangrijke barrière zijn om weer aan het werk te komen, maar ook voor deelname aan om- en bijscholingstrajecten. Om het potentieel van deze werkzoekenden beter te benutten zetten we in op educatie in basisvaardigheden en de toegankelijkheid van om- en bijscholingstrajecten. Vanuit een nieuw beleidskader voor laaggeletterdheid en volwasseneneducatie werken we acties om basisvaardigheden van werken en werkzoekenden te versterken verder uit. De uitwerking wordt in de loop van 2023 aan u voorgelegd.

2

SER-rapport Samen werken aan taal (2019)

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 6 december 2022 Pagina 10 van 17

Het versterken van het profiel van bijstandsgerechtigden vergt een investering in mensen voor een wat langere termijn. Dat betekent dat investeren in om- en bijscholing van bijstandsgerechtigden zich niet direct zal uit betalen in uitstroom naar werk en lagere uitkeringslasten voor de gemeente. De investering betaalt zich op de iets langere termijn uit. Werkzekerheid Naast het vergroten van de kans op werk, willen we bevorderen dat mensen duurzaam uitstromen naar werk. Een vijfde van de mensen die uit de uitkering stroomt is binnen een jaar weer terug. In de financieringssystematiek van de Participatiewet (BUIG) zit een prikkel om mensen zo snel mogelijk te laten uitstromen naar werk. Maar snelle uitstroom is niet altijd duurzame uitstroom. De arbeidsmarkt biedt mensen weinig zekerheid. Het werk dat voor bijstandsgerechtigden direct toegankelijk is, biedt vaak onvoldoende perspectief voor de lange termijn. Het is veelal ongeschoold werk, vaak in flexconstructies en het gaat vaak om werk dat gevoelig is voor conjuncturele schommelingen. Tegelijkertijd is iedere werkervaring relevant, ook kortdurende werkervaring. Als we (her-) instroom in de bijstand willen voorkomen, is ontwikkelperspectief voor de lange termijn essentieel.

Voorkomen van (her-)instroom in de bijstand betekent dat wanneer een betaalde baan/werk om wat voor reden dan ook ophoudt, er direct begeleiding is naar nieuw werk. Dat vraagt een extra inspanning. Het Regionaal Werkcentrum (RWC) biedt ondersteuning gericht op werk-naar-werk. Door een gerichte werkgeversdienstverlening (i.s.m. het Werkgeversservicepunt) en via partners binnen het Regionaal Werkcentrum als de vakbonden en het UWV, krijgen we in beeld waar werkloosheid op korte of lange termijn dreigt. Binnen het Regionaal Werkcentrum is het dienstverleningsaanbod van alle partners beschikbaar en zijn er bovendien middelen voorhanden vanuit het rijk om trajecten naar ander werk, waaronder om- en bijscholing, te organiseren. De focus ligt daarbij op de tekortsectoren in onze arbeidsmarktregio. Naast voorkomen van werkloosheid door werk-naar-werk-begeleiding, kijken we ook naar het voorkomen van instroom in de bijstand. Als we naar de instroomcijfers kijken, zien we dat gemiddeld 13% van de totale instroom in de bijstand uit de WW komt. Dus daar valt nog winst te behalen. In 2020 zijn we samen met UWV de pilot max WW gestart. In deze pilot heeft een gezamenlijk team van UWV en WPI WW-gerechtigden, die mogelijk in aanmerking komen voor de bijstand, in de laatste 3 maanden van de WW-uitkering intensieve begeleiding richting werk geboden.

Van de WW-gerechtigden die dienstverlening hebben ontvangen uit de pilot is er 23% minder doorgestroomd dan in de controlegroep. Echter beperkingen in de regelgeving rondom gegevensuitwisseling tussen UWV en Amsterdam hebben impact gehad op de effectiviteit en efficiëntie van de pilot. De selectie van WW-gerechtigden, die risico liepen om door te stromen naar de bijstand, kostte enorm veel capaciteit en inspanningen. En ondanks die inzet was het bereik van deze doelgroep nog steeds niet volledig. Amsterdam en UWV willen graag een vervolg geven aan deze pilot, maar willen daarvoor wel ruimte krijgen van het ministerie om deze pilot op meer efficiënte wijze vorm te kunnen geven. Hierover lopen al gesprekken met het ministerie. Begeleiding na uitstroom naar werk Zoals hierboven is gezegd, investeren we met om- en bijscholing in het versterken van het profiel van Amsterdammers in de bijstand, zodat zij meer kans maken op duurzame uitstroom naar werk en de kans op terugval in de uitkering kleiner wordt. De focus ligt dus niet meer zozeer op snelle uitstroom maar naar duurzame uitstroom naar werk. We moeten ons er echter bewust van zijn dat om- en bijscholing niet voor alle bijstandsgerechtigden een oplossing is. Sommige mensen zijn er meer bij gebaat om zich op de werkvloer te ontwikkelen en met werkervaring hun profiel

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 6 december 2022 Pagina 11 van 17

versterken. Er is vanuit de Participatiewet geen wettelijke basis om deze Amsterdammers na uitstroom uit de uitkering te begeleiden. Hoewel werkgevers hier vaak om vragen en hoewel we weten dat we hiermee uitval kunnen voorkomen. Ook zouden we dan beter kunnen anticiperen als het werk toch niet passend blijkt te zijn en op tijd werk-naar-werk-bemiddeling inzetten. Die mogelijkheid is er wel met nadrukkelijke instemming van de betrokkene. We gaan verkennen hoe we dit actiever kunnen inzetten en op wat voor manier we een vinger aan de pols kunnen houden. We heb inmiddels uitvoering gegeven aan de ambitie uit Samen Sterker uit de crisis om een werkbonus te ontwikkelen om mensen duurzaam aan het werk te houden. In oktober is een pilot gestart met 3 uitzendorganisaties. Zij bieden een dienstverband aan bijstandsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Deze doelgroep kan veelal alleen de stap naar ongeschoold werk maken, waarbij er vaak een beperkt perspectief is voor de langere termijn. Omdat uitval uit werk een reëel risico is voor deze doelgroep, biedt het uitzendbureau extra ondersteuning tijdens het dienstverband. Als iemand stabiel in zijn werk zit, dan wordt gekeken hoe het profiel van de werknemer verder versterkt kan worden, zodat hij een vervolgstap in zijn carrière kan maken.

Het uitzendbureau kan een bonus verdienen als het profiel van de werknemer aantoonbaar is versterkt (bijvoorbeeld d.m.v. scholing) en het uitzendbureau kan een bonus verdienen als de werknemer vervolgens ook een vervolgstap maakt naar een functie met meer perspectief. Met deze pilot wil Amsterdam in beeld brengen wat er nodig is en werkt om in die eerste stappen op de arbeidsmarkt te werken aan het perspectief voor langere termijn. Daarbij is een belangrijk uitgangspunt om ook partners in de arbeidsmarkt hiervoor in te zetten. Wat gaan we doen  Extra investeren in het versterken van het profiel van Amsterdammers in de bijstand (met onder andere aandacht voor basisvaardigheden)  Versterken samenwerken RWC/werk-naar-werk-bemiddeling  Verruimen pilot Max WW  Verkennen begeleiding op de werkvloer  Verkennen mogelijkheden ondersteuning aan Amsterdammers na uitstroom uit de uitkering  Uitvoeren van de pilot Werkbonus

Ambitie 2: Investeren in Amsterdammers die extra ondersteuning nodig hebben Zoals in de inleiding van deze brief genoemd wordt de groep die langdurig ondersteuning nodig heeft vanuit de gemeente steeds groter. Dit zijn voor een deel Amsterdammers die voorheen in aanmerking kwamen voor een Wajong of WSW-uitkering. Zij vallen sinds 2015 onder de Participatiewet en onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het gaat hierbij om de Amsterdammer die graag wil werken maar niet op eigen kracht werk vindt of kan behouden en een extra steuntje in de rug nodig heeft. Op basis van het Uitvoeringsbesluit Sociaal Werk uit 2018 heeft de raad aangegeven om zoveel mogelijk samen te werken met bedrijven, sociale firma’s en andere organisaties om invulling aan deze opgave te geven. Via de Sociaal Werkkoepel zijn op dit moment meer dan 650 werkgevers betrokken, en 100 werkgevers zijn lid van de Sociaal Werkkoepel. Zij bieden samen aan ongeveer 1.700 Amsterdammers werk.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 6 december 2022 Pagina 12 van 17

Als we het aantal mensen in de bijstand blijvend verder omlaag willen brengen kan dat niet zonder extra investering en dat betekent concreet meer inzet van de instrumenten loonkostensubsidie en begeleiding (bijvoorbeeld in de vorm van een jobcoach). Maar we kijken ook naar hoe we nog beter samen met werkgevers, zoals via de Sociaal Werkkoepel en het WSP, meer mensen naar werk kunnen begeleiden. Voor een deel van de mensen die uitstromen, zijn deze instrumenten slechts tijdelijk nodig, voor een deel van de mensen kunnen we ervan uitgaan dat zij voor een lange tijd, wellicht wel altijd, ondersteuning van de gemeente nodig hebben. Dit betekent dus dat als meer mensen gaan werken, ook de groep toeneemt waarvoor de gemeente blijvend een inspanning moet leveren. Dit geldt ook voor mensen die naar gesubsidieerd werk gaan. Deze Amsterdammers zijn aan het werk, onafhankelijk van de uitkering, maar als gemeente blijf je een lijntje houden en ook ondersteuning bieden naar regulier werk wanneer dat aan de orde is. Daarmee neemt het werk van de gemeente dus niet af, maar in sommige opzichten juist toe. Op het eerste gezicht is het niet altijd duidelijk of iemand een extra ondersteuningsbehoefte heeft. Dit blijkt vaak pas gaandeweg, soms nadat mensen meerdere keren werk zijn misgelopen of kwijtgeraakt.

Het doel is dit sneller en in de praktijk in beeld te krijgen door al in een veel eerder stadium en voor veel meer mensen de ondersteuningsinstrumenten in te gaan zetten. In de praktijk kunnen we dan ondervinden met hoeveel ondersteuning iemand regulier aan het werk kan (blijven). Dit doen we onder meer door interne werkbegeleiding en de inzet van jobcoaching. Een aandachtspunt hierbij is de financiering. Bij de invoering van de Participatiewet in 2015 is er door het rijk voor gekozen de middelen voor de loonkostensubsidie toe te voegen aan het BUIG budget en deze middelen via het landelijk verdeelmodel te verdelen. Naar nu blijkt leverde dat een financieel voordeel op voor Amsterdam, omdat het aandeel in BUIG groter was dan het aandeel in de LKS. Met ingang van 2022 is de financiering gewijzigd en worden de kosten voor LKS vergoed op basis van feitelijke realisatie. Het nadeel is voor 2022 becijferd op ongeveer 8 miljoen euro. Dit betekent niet persé dat Amsterdam te weinig doet aan LKS, maar alleen dat er een verschil is tussen het aandeel in de BUIG en het aandeel in de LKS. Het betekent wel dat er een financiële prikkel is om LKS meer en breder in te zetten. Immers, het aan het werk helpen van iemand die een uitkering had met behulp van LKS levert een besparing op aan uitkeringslasten (in de BUIG), terwijl de LKS zelf volledig wordt vergoed.

Een knelpunt hierbij is echter wel dat de kosten voor begeleiding níet worden vergoed door het rijk en door de gemeente zelf moet worden gefinancierd. Daar moeten we een goed evenwicht in vinden. Onze ambitie is om jaarlijks meer Amsterdammers die zonder ondersteuning niet kunnen werken, aan het werk te helpen én houden. Dit is een flinke opgave, want naast deze groei moeten we ook de mensen die in die periode hun werk verliezen weer aan het werk helpen. Bovendien vraagt het om een verhoogde inspanning van de werkgeversdienstverlening wanneer we meer Amsterdammers met de inzet van LKS bij reguliere werkgevers aan de slag willen helpen. We gaan meer Amsterdammers die langdurig in de bijstand zitten ondersteuning aanbieden. De verwachting is dat een deel van de mensen deze ondersteuning (bijvoorbeeld LKS) enkel als opstap nodig heeft om na verloop van tijd zelfstandig (minimaal) het wettelijk minimumloon te kunnen verdienen. Hiermee verwachten we vanaf 2023 jaarlijks meer mensen uit de bijstand te kunnen laten stromen naar regulier werk. Ook de mogelijkheden van het wetsvoorstel Breed Offensief dat naar verwachting eind 2022 door de Eerste Kamer wordt aangenomen worden benut. Daarin wordt het bijvoorbeeld mogelijk om ook na de start van een dienstverband loonkostensubsidie aan te vragen, wanneer blijkt dat iemand dit nodig heeft.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 6 december 2022 Pagina 13 van 17

Zowel werk met ondersteuning van loonkostensubsidie en/of jobcoaching als gesubsidieerd werk kunnen voor mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt een opstap zijn naar betaald werk. Hoe dit precies vorm krijgt wordt in een aparte raadsbrief met u gedeeld. Hierbij wordt ook het nog uit te werken actieplan gesubsidieerd werk meegenomen. En gaan we nader in op de samenwerking met Pantar, sociale firma’s en het bedrijfsleven. Wat gaan we doen  Professionalisering om sneller inzicht in specifieke ondersteuningsbehoefte van de Amsterdammer;  Loonkostensubsidie (LKS) en jobcoaching wordt ingezet voor een grotere groep bijstandsgerechtigden die op dit moment niet in staat zijn zelfstandig het WML te verdienen, dit als opstap naar (regulier) passend werk;  Er komt een actieplan gesubsidieerd werk in het tweede kwartaal van 2023;  Samen met werkgevers onderzoeken hoe zij kunnen worden ontlast in het  administratieve proces, risico’s t.a.v. kandidaten en de complexiteit van het matchingsproces. Ambitie 3: Ondersteuning t.a.v. inkomens- en bestaanszekerheid bij de stap naar werk. Amsterdammers in de bijstand, maar ook minima met een baan net op of onder het bestaansminimum, zitten vaak in een complexe en precaire inkomenssituatie van uitkering, toeslagen en aanvullende inkomensregelingen.

Als er sprake is van financiële stress verkeren mensen in een overlevingsmodus waarbij weinig ruimte in het hoofd is om na te denken over de toekomst. Een stap naar werk betekent een verandering van het inkomen die het financiële evenwicht laat wankelen. De onzekerheid over de inkomenseffecten kan Amsterdammers er van weerhouden betaald aan het werk te gaan. Voor een structurele verbetering van de inkomens- en bestaanszekerheid van mensen is het rijk aan zet. Er is een fundamentele herziening nodig van het sociale zekerheidsstelsel, het toeslagen- en belastingstelsel en een fundamenteel andere visie op de Participatiewet. Alleen dan wordt er structureel iets gedaan aan de bestaanszekerheid van Amsterdammers. Ondertussen moeten we, voor zover in ons vermogen ligt, er als gemeente alles aan doen om ervoor te zorgen dat een stap naar werk geen stap in financiële duisternis is. We gaan daarom investeren in persoonlijke inkomensdienstverlening aan bijstandsgerechtigden. Amsterdammers kunnen in een persoonlijk gesprek met een klantbegeleider die gespecialiseerd is in inkomensvraagstukken meer inzicht krijgen in de inkomenseffecten bij een stap naar werk. Bijvoorbeeld over welke regelingen wegvallen of behouden blijven, hoe het zit met toeslagen, wat er onder aan de streep over blijft en hoe dat zich op termijn ontwikkelt.

We willen samen met de buurtteams kijken hoe mensen die onafhankelijk worden van de bijstand daar blijvend op kunnen worden begeleid. Voor mensen die parttime aan het werk gaan, gaan we de inkomstenverrekening vereenvoudigen zodat mensen eerder inzicht krijgen in de effecten van werk op hun maandelijkse financiële plaatje. Ook onderzoekt het college ‘makkelijke-terugkeer-in-de-bijstand-garanties’. Ruimere terugkeeropties dan we nu al hebben. We denken bijvoorbeeld aan een ‘stop-knop’. Daarmee kunnen Amsterdammers die uitstromen naar werk de uitkering (tijdelijk) stopzetten. Wanneer het werk eindigt kunnen zij hun uitkering weer makkelijker, met een sterk gereduceerde gegevensuitvraag, aanzetten. Daarmee proberen we de bureaucratische drempel en bijbehorende onzekerheid om kortdurend werk aan te gaan te verlagen. We denken ook aan het verruimen van

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 6 december 2022 Pagina 14 van 17

de periode waarin mensen weer eenvoudig in de uitkering kunnen stromen zonder uitgebreide gegevensuitvraag. Samen met wethouder Moorman werk ik aan brief over de inzet van het college om de bestaanszekerheid van Amsterdammers te verbeteren. Hierin worden aanvullende acties uitgewerkt rondom inkomenszekerheid en inkomensstabiliteit. Die acties hebben tot doel het waarborgen van financiële bestaanszekerheid voor alle Amsterdammers.

Wat gaan we doen  Intensiveren van persoonlijke inkomensdienstverlening aan bijstandsgerechtigden.  Vereenvoudigen inkomstenverrekening parttimers.  Eenvoudiger en ruimere terugkeeropties in de bijstand  Uitwerking van de Agenda Bestaanszekerheid voor Iedereen

Ambitie 4: Stimuleren en waarderen van een stap naar werk Zoals hierboven beschreven ervaren mensen financiële onzekerheid en drempels om een stap naar betaald werk te zetten. Naast het vergroten van de hun bestaanszekerheid zoals hierboven beschreven, wil het college mensen financieel belonen bij de stap naar werk. Daarmee willen we mensen stimuleren en financieel waarderen als zij richting betaald werk gaan. Experiment uitstroompremie We starten een experiment waarbij mensen die de stap naar betaald werk zetten financieel worden beloond. We verwachten dat bijstandsgerechtigden die we ondersteunen zich naar vermogen inzetten om werk te verkrijgen. Jaarlijks zetten vele duizenden deze stap, zowel naar deeltijdwerk als naar werk waarmee iemand uitstroomt uit de bijstand. Een financiële premie kan ervoor zorgen dat meer mensen deze stap zetten of dat zij deze stap sneller zetten. Waar mensen extra kosten ervaren als gevolg van uitstroom of hogere lasten, worden zij hierin met een uitstroompremie tegemoet gekomen. In die zin kan een premie eraan bijdragen dat bijstandsgerechtigden zich beter gesteund en gewaardeerd voelen in hun stap naar werk. Met de hoogte van een premie kunnen we eventueel ook stimuleren dat mensen kiezen voor werk in een (tekort-)sector die eerder niet voor hen voor de hand lag.

Om uitstroom financieel te stimuleren met een premie bestaan verschillende opties. Deze worden momenteel getoetst op juridische en organisatorische uitvoerbaarheid. De uitwerking hiervan wordt op een later moment aan u voorgelegd. Deeltijdwerk Voor veel mensen kan deeltijdwerk een eerste stap zijn op de arbeidsmarkt. Om werkvaardigheden op te doen en vandaaruit door te groeien naar meer uren werk of naar ander werk dat beter aansluit bij hun wensen en mogelijkheden. Voor anderen is parttime werk het maximaal haalbare, bijvoorbeeld vanwege medische omstandigheden. De mogelijkheden in de Participatiewet om financieel iets over te houden aan deeltijdwerk zijn karig en versnipperd. Het college vindt het belangrijk dat mensen met een bijstandsuitkering die parttime gaan werken, er ook financieel beter van worden. Daarom hebben we in Amsterdam de bijverdienpremie. Hiermee kan een bijstandsgerechtigde met deeltijdwerk een- of tweemaal in een jaar een premie ontvangen; jongeren met deeltijdwerk ontvangen een premie bij uitstroom of

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 6 december 2022 Pagina 15 van 17

nadat ze 27 zijn geworden. We verstrekken de bijverdienpremie tot eind 2023. Het rijk is voornemens om de mogelijkheden voor bijverdienen in de bijstand wettelijk te verruimen. Onze intentie is om de gemeentelijke regeling tot die tijd voort te zetten. Ook deeltijdwerkenden zonder bijstand kunnen in Amsterdam ondersteuning krijgen om hun arbeidsmarktpositie te verbeteren. Het college zet zich hiervoor in via het RWC en de dienstverlening aan zogenoemde NUG’ers (niet-uitkeringsgerechtigden) en werkende minima. Wat gaan we doen  Experiment uitstroompremie opzetten  We blijven deeltijdwerk stimuleren en blijven daarbij lobbyen voor bij het rijk voor een verruiming van de mogelijkheden voor bijverdienen in de bijstand

Monitoring van de resultaten Met deze brief wordt u geïnformeerd over de ambities voor de komende jaren. We zijn ambitieus en denken dat dit kan. Zoals we inmiddels weten kunnen we echter geen garanties geven over de haalbaarheid van de ambities. We hebben dat de afgelopen jaren ervaren met de coronacrisis en diverse lockdowns en de energiecrisis waar we nu middenin zitten. Bovendien zal het effect van de oplopende inflatie ook pas in de loop van 2023 duidelijk gaan worden. Dit betekent dat we ook gedurende de komende vier jaar goed blijven monitoren hoe het gaat met onze ambities. We sturen bij als dat nodig is. We zullen uw raad dan ook periodiek informeren over de voortgang. Dat doen we via de Voortgangsrapportage WPI die tweemaal per jaar zullen worden opgesteld, de eerste in het voorjaar 2023 en via de P&C cyclus. Daarnaast zullen we u 1 keer per jaar per brief informeren over de stand van zaken van het actieplan Iedereen Kans op Werk.

Actieve lobby rijk Voor een structurele verbetering van de inkomens- en bestaanszekerheid is aanpassing van weten regelgeving noodzakelijk. Het rijk is hierbij dus aan zet en pakt die handschoen tot nu toe slechts beperkt op. Ik zet mij samen met collega-bestuurders al langere tijd in voor een fundamentele herziening van zowel het sociale zekerheidsstelsel, het toeslagen- en belastingstelsel en een fundamenteel andere invulling en visie in de Participatiewet. De komende periode richt ik de lobby inzet op:  Fundamentele herzien van de Participatiewet. De Participatiewet is het laatste vangnet binnen de sociale zekerheid. Dat betekent dat mensen zich binnen dit vangnet ervan verzekerd moeten zijn dat hun bestaansminimum is gewaarborgd. Maar ook dat er zicht moet zijn om een stap verder te kunnen zetten. We zien al langere tijd, ook al voor de coronacrisis en de huidige koopkrachtcrises, dat de bestaanszekerheid van een steeds grotere groep onder druk staat. Dat betekent dat steeds meer mensen onvoldoende financiële middelen hebben om in het bestaan te kunnen voorzien én om mee te kunnen doen. Daarom moet er stevig worden ingezet op de stabiliteit en zekerheid voor mensen die niet aan de slag kunnen, maar er mag en moet ook ruimte zijn voor persoonlijke ontwikkeling om een stap verder te kunnen zetten.

Ook zien we dat de sociale zekerheid die bedoeld is om mensen bestaanszekerheid te bieden, door de complexiteit van het systeem steeds vaker de bestaanszekerheid van kwetsbare groepen ondermijnt. Daarom pleiten we al langer voor een fundamentele herziening van de sociale zekerheid in het

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 6 december 2022 Pagina 16 van 17

algemeen en van de Participatiewet in het bijzonder. Inmiddels is het kabinet gestart met een traject tot verbetering van de Participatiewet. Het kabinet geeft aan dat gelet op de complexiteit van het sociale zekerheidsstelsel een zorgvuldige aanpak nodig is. Die aanpak loopt langs twee sporen, waarbij in het eerste spoor relatief eenvoudig te realiseren aanpassingen in de wet worden gedaan om die meer te kunnen toespitsen op de situatie van de bijstandsgerechtigde. Planning is dat het wetsvoorstel hiervoor begin 2023 gereed is voor de uitvoeringstoets. Het tweede spoor is de fundamentele herziening van de Participatiewet met focus op bestaanszekerheid, perspectief/integraliteit en handhaving. Daarnaast ontvangen gemeenten al jarenlang structureel te weinig middelen voor reintegratie van de mensen die een beroep doen op de bijstand. Zeker met het oog op de toenemende groep mensen die blijvend en langdurig ondersteuning nodig heeft, is dat niet langdurig houdbaar. Het is pijnlijk en onnodig dat er mensen langs de kant staan terwijl werkgevers staan te springen om personeel. Om de fundamentele mismatch op de arbeidsmarkt op te lossen is meer nodig dan wat we nu als gemeente Amsterdam kunnen doen.

Het college pleit daarom al langer bij het kabinet voor fundamentele herziening van het stelsel, zowel het stelsel van de sociale zekerheid, de Participatiewet als het arbeidsmarktbeleid. De situatie op de arbeidsmarkt vraagt om meer sturing. Het rapport van de commissie Borstlap (van begin 2020!) heeft een scherpe analyse gegeven van de benodigde hervorming van de arbeidsmarkt. Dat gaat om een totaalpakket van thema’s die onderling samenhangen. Die onderlinge samenhang vraagt om een regie en om schaken op meerdere borden (aanpassen wet- en regelvorming, afspraken met relevante (branche)partijen, nieuwe samenwerkingsvormen in de arbeidsmarktregio’s). Het kabinet doet wat aanzetten in deze richting, maar maakt de inzet nog niet concreet. Terwijl de urgentie groot is. De tekorten in maatschappelijke sectoren zijn enorm, en bovendien staat een aantal grote noodzakelijke ambities onder druk (klimaat en energie). Er moet blijvend geïnvesteerd worden in om- en bijscholing en belemmeringen voor mensen moeten worden weggenomen om de overstap naar een andere sector te maken, zoals het hebben van een inkomen tijdens omscholing. Als er geen serieus werk wordt gemaakt van de krapte en mismatch op de arbeidsmarkt, blijven er teveel mensen onnodig aan de kant en kunnen veel ambities van het kabinet zo de koelkast in.

Dit alles vraagt in Den Haag het doorbreken van bestaande wetgeving, serieus uitvoering geven aan het advies van de commissie Regulering van Werk, maar ook voldoende geld beschikbaar stellen om in de re-integratie van mensen te kunnen intensiveren naar het niveau (landelijk structureel € 1,5 miljard) dat volgens onderzoek van Berenschot3 daarvoor nodig is. Ik blijf het rijk dan ook oproepen om echt werk te maken van het verbeteren van de bestaanszekerheid van mensen en echt werk te maken van de noodzakelijke herziening van de arbeidsmarkt. Zonder deze investeringen blijven te veel mensen onnodig langs te kant staan.

Ten slotte

3

Onderzoek Berenschot april 2021 – Beschikbare en benodigde middelen Participatiewet https://www.berenschot.nl/media/knsh32rk/berenschot-beschikbare-en-benodigde-financi%C3%ABlemiddelen-participatiewet.pdf

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 6 december 2022 Pagina 17 van 17

Het college is voornemens ongeveer € 20 miljoen te alloceren voor de periode 2023-2026 voor het uitvoeren van de ambities die in deze brief zijn opgenomen. Voor alle voorgestelde intensiveringen wordt voor de dekking gekeken naar de middelen coalitieakkoord, de reguliere begroting en de egalisatiereserve conjunctuur en inkomensdeel. Voor een afgewogen voorstel hoe deze inzet kan worden gedekt volgt een dekkingsvoorstel bij de voorjaarsnota waarbij het totaal van de investeringen in beeld wordt gebracht. Het college beschouwt hiermee tevens motie 400’ van het lid Hoogtanders cs. over het verhogen van de ambities ‘mensen aan het werk’ als afgedaan.

In de hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd,

Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Rutger Groot Wassink Wethouder Sociale Zaken

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12278931/1