CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Afd. Motie 383.24

RAAD 9 oktober 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Interpellatie van de leden Kreuger c.s. inzake Raad van State zet streep door Amsterdamse beleid passagiersvaart4.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door

Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 25 februari 2025 Varen Wethouder Alexander Scholtes Wilfred Schilt, w.schilt@amsterdam.nl Stefan van den Heuvel, stefan.van.den.heuvel@amsterdam.nl Mogelijke richtingen voor een nieuw passagiersvaartbeleid

Geachte leden van de gemeenteraad, U heeft op 9 oktober 2024 een interpellatiedebat gevoerd naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van 25 september 2024 over het passagiersvaartbeleid. In dit debat heb ik toegezegd bij u terug te komen met mogelijke richtingen voor het nieuw te maken beleid. Op 6 december 2024 ontving u een brief met een duiding van de uitspraak en de mogelijke gevolgen daarvan voor het huidige passagiersvaartbeleid. Deze tweede brief gaat over de mogelijkheden voor nieuw passagiersvaartbeleid. Over de inhoud van beide brieven ga ik graag met u in gesprek. Wat leest u in deze brief? De brief is opgebouwd uit vijf onderdelen. Allereerst leest u waarom de uitspraak van de Raad van State noodzaakt tot het maken van nieuw passagiersvaartbeleid. Aansluitend volgt een overzicht van doelstellingen, overwegingen en ontwikkelingen die hieraan richting geven. Ten derde worden mogelijke richtingen, maatregelen en elementen van een nieuw passagiersvaartbeleid beschreven. Ik wil namens het college de komende periode op een zorgvuldige manier en in goed overleg met de raad en de sector tot nieuwe beleidskeuzes komen. Ik beschrijf in deze brief welke mogelijkheden en richtingen ik zie en geef aan waar nader onderzoek nodig is. Ook zal ik de verschillende plannen van reders bestuderen en meenemen. Het college maakt nu dus nog geen nieuwe beleidskeuzes.

Ten vierde schets ik het proces en de planning om tot nieuw beleid te komen. De brief eindigt met een overzicht van maatregelen en acties die nu al of in de komende tijd - dus nog voordat het nieuwe beleid van kracht is - genomen worden. 1. Waarom nieuw passagiersvaartbeleid? De Raad van State heeft geoordeeld dat de onderbouwing voor het volumebeleid van 550 vergunningen onvoldoende is. De besluiten van het college om de exploitatievergunningen van reders een bepaalde looptijd te geven zijn vernietigd. Als gevolg daarvan voldoet de huidige situatie niet meer aan de Europese Dienstenrichtlijn.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

25 februari 2025 Pagina 2 van 11

Zolang er een vergunningenplafond is, mogen exploitatievergunningen geen onbepaalde looptijd hebben. Deze strijdigheid moet het college opheffen. Er is daarom een nieuw stelsel voor exploitatievergunningen nodig. Vanwege de verwevenheid met andere beleidsterreinen, zoals ligplaatsvergunningen, en het gebruik van op- en afstapplekken moet het gehele passagiersvaartbeleid worden herzien. Nadere analyse van de uitspraak van de Raad van State Tijdens het interpellatiedebat heb ik u toegezegd om een nadere analyse uit te voeren van de uitspraak van de Raad van State. Het doel hiervan is om de handelingsperspectieven voor de gemeente inzichtelijk te maken. De huidige gemeenteadvocaat Dirkzwager heeft deze analyse uitgevoerd. Bijgaand bij deze brief treft u deze analyse aan. Als de gemeente wil vasthouden aan een volumebeleid dan kan zij dat naar oordeel van de Raad van State baseren op het in het geding zijnde belang van de vlotte en veilige doorvaart en het eerlijk verdelen van de beschikbare ruimte op het water en de aangrenzende kades. Daarbij geldt dat, zo stelt de gemeenteadvocaat, nader onderzoek nodig is waaruit blijkt dat het volumebeleid daadwerkelijk zal leiden tot de bedoelde effecten voor de doorvaart en de verdeling van de beschikbare ruimte.

Bovendien moet de gemeente dan ook maatregelen nemen voor de pleziervaart, of alsnog aantonen dat het volumebeleid uitsluitend voor het (gehele) segment passagiersvaart noodzakelijk is, en dat maatregelen voor de pleziervaart geen effect hebben in relatie tot deze belangen. Ook andere belangen - zoals leefbaarheid - kunnen volgens de gemeenteadvocaat aan het volumebeleid ten grondslag worden gelegd, mits de gemeente op basis van onderzoek kan onderbouwen dat ook deze andere belangen noodzaken tot een vorm van volumebeleid. Tot nu toe heeft de gemeente niet aannemelijk kunnen maken dat hier sprake van is. ’En ook hier geldt dat de gemeente de invloed van andere gebruikers (pleziervaart, illegale passagiersvaart, transport over water) en het effect van maatregelen op die andere gebruikers moet meenemen’. Om nu een goed onderbouwde keuze ten aanzien van een volumebeleid te kunnen maken, moet de gemeente volgens de gemeenteadvocaat in de eerste plaats onderzoeken wat de problemen (zullen) zijn op het water en waardoor en door welke gebruikers deze worden veroorzaakt. Op basis daarvan kan vervolgens worden bepaald voor welke belangen en voor welke gebruikers een volumebeleid nodig en effectief is. Het college ziet in de uitspraak en in de nadere analyse geen aanleiding om opnieuw te kiezen voor een volumebeleid met 550 vergunningen.

Er bestaat geen quick fix om het beleid te repareren. Alleen uitgebreid nieuw onderzoek naar de huidige situatie op- en aan het water kan leiden tot passende en goed onderbouwde maatregelen voor de passagiersvaart. Het college sluit daarbij een nieuw volumebeleid voor exploitatievergunningen niet uit, maar zoekt, gezien de zwaarte van de maatregel, de onzekerheid voor de reders én onzekerheid over de mogelijkheden om een dergelijk beleid succesvol te onderbouwen, nadrukkelijk eerst naar andere, minder ingrijpende maatregelen.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

25 februari 2025 Pagina 3 van 11

2. Welke overwegingen neem ik mee voor het nieuwe passagiersvaartbeleid? Bij het opstellen van het nieuwe beleid neem ik een aantal overwegingen mee. De raad heeft in 2019 met de Nota Varen Deel 1 vijf doelstellingen vastgesteld voor het vaarbeleid. Daarnaast zijn er sinds 2019 ontwikkelingen geweest die ook een plek moeten krijgen in het nieuwe passagiersvaartbeleid. Tenslotte zijn er bestaande dilemma’s waar het nieuwe beleid antwoord op moet geven. Hier is ook met reders over gesproken. Uit deze gesprekken zijn waardevolle voorstellen gekomen die serieus worden overwogen en onderzocht op haalbaarheid. Wat waren de doelstellingen van het vaarbeleid? Het uitgangspunt van Nota Varen Deel 1 was een duurzaam, evenwichtig, rechtvaardig gebruik van wal en water door de verschillende gebruikers (pleziervaart, passagiersvaart, transport over water). De doelstellingen zijn destijds als volgt vertaald: -

-

-

-

Voldoende ruimte voor bewoners door het aantal vaarbewegingen en boten te beheersen en door het spreiden van plezier- en passagiersvaart. Beheersen drukte en vermindering overlast: de toenemende drukte op het water maakt dat het stedelijk milieu en de leefbaarheid onder druk staan. Vanuit oogpunt van duurzaamheid worden emissie-eisen gesteld. Verdeling schaarse ruimte: de capaciteit van de grachten is beperkt. Dat maakt dat er keuzes gemaakt moeten worden voor wie er ruimte wordt geboden en in welke mate. Het is voor de gemeente van belang dat er in ieder geval voldoende ruimte is voor pleziervaart, waar ook bewoners in het bijzonder aan hechten, en voor goederenvervoer over het water. Bescherming van het karakter van de grachten als historisch erfgoed: de grachtengordel is UNESCO werelderfgoed. De uitstraling en het karakter dienen behouden te worden. Filevorming op het water en massatoerisme passen niet bij dat karakter en doen af aan het monumentale visitekaartje van de stad dat de grachtengordel zou moeten vormen. Waarborgen vlotte en veilige doorvaart: Te veel boten op de grachten brengen de vlotte en veilige doorvaart in gevaar. Dat is een algemeen aandachtspunt - waarbij op specifieke knelpunten bijzondere maatregelen nodig zijn.

Ik ga graag in gesprek met u of deze doelstellingen nog actueel zijn of aangepast moeten worden voor het nieuw te maken beleid. Dit biedt een kans op nog beter aan te sluiten op andere stedelijke ambities zoals de Omgevingsvisie, de Aanpak Binnenstad, de Visie Bezoekerseconomie en Amsterdam maakt Ruimte. Daarbij realiseer ik mij dat de onderbouwing van doelstellingen nadere aandacht behoeft, zeker daar waar deze ook in juridische zin moeten overtuigen als belang dat ten grondslag ligt aan beleid. Voorstellen reders Vanuit reders zijn de afgelopen jaren verschillende voorstellen gedaan voor nieuwe maatregelen en passagiersvaartbeleid: Zo hebben de klassieke reders een voorstel ingediend genaamd ‘Grip op de gracht’. Zij hebben ook een meer recent voorstel met hun visie voor de grachten aan mij gepresenteerd. Vanuit een ander deel van de reders is een voorstel gekomen om de exploitatievergunning afhankelijk te maken van het in bezit hebben van een ‘Amsterdamse boot’.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

25 februari 2025 Pagina 4 van 11

Een groep reders met historische salonvaartuigen heeft ook voorstellen gepresenteerd. Deze en andere voorstellen, samen met de uitkomsten van eerdere overlegstructuren zoals het Innovatielab en de Dialoogtafels uit 2018, zal ik (opnieuw) bekijken, onderzoeken en meenemen in het nieuw te maken beleid. Ontwikkelingen sinds 2019 Het terugdringen van zwaar wegverkeer op kwetsbare kades en bruggen is sinds 2019 nog belangrijker geworden. Daarvoor heeft de gemeente in 2021 een 7,5 tonszone ingesteld en gelden er op diverse plekken beperkingen voor zwaar wegverkeer. Dit zorgt ervoor dat transport over water een steeds grotere rol zal krijgen. Tegelijkertijd is de druk van het toerisme groter geworden. De balans tussen toeristische drukte en een leefbare stad voor Amsterdammers is, met name in de binnenstad, verstoord geraakt. De passagiersvaart in Amsterdam is met ruim zes miljoen passagiers per jaar een grote toeristische attractie. Uit de Grachtenmonitor 2024 blijkt een flinke groei van het aantal vaarbewegingen ten opzichte van 2023. De activiteiten van de vergunde passagiersvaart kende in het rapportageseizoen 2023-2024 een toename van 27 procent ten opzichte van het vorige seizoen en een toename van 23 procent ten opzichte van 2019, het jaar voor corona. Dilemma’s Een beleid dat alle belangen optimaal dient bestaat niet.

Dit leidt tot een aantal dilemma's die ook onderling verbonden zijn. Zo staan de belangen van Amsterdammers soms tegenover die van de bezoekerseconomie. Een open markt zonder volumebeleid heeft het voordeel dat bepaalde juridische problemen ontweken worden en de reders minder onzekerheid hebben, omdat hun vergunningen niet meer tijdelijk zijn. Tegelijkertijd is onzeker in welke mate de rondvaart in een open markt zal groeien, en wat dat betekent voor de drukte op het water en bij voorzieningen. Uit de gesprekken die ik met de branche heb gevoerd komen deze dilemma’s ook duidelijk naar voren. Een deel is voor een open markt en een deel ziet in een open markt de drukte, overlast en onderlinge concurrentie alleen maar toenemen. Ook staan de belangen van de klassieke reders en de belangen van nieuwkomers of groeiende ondernemingen soms tegenover elkaar. Met name bij de toegang tot op- en afstaplocaties lopen de belangen uiteen. Het is druk in Amsterdam, zoals ook de Raad van State recent oordeelde. Door deze drukte is er beperkt ruimte voor nieuwe voorzieningen, zoals ligplaatsen en op- en afstapplekken. Het verkrijgen van een ligplaats is wat het college betreft primair de verantwoordelijkheid van de reders zelf. Op- en afstaplocaties kunnen echter niet door reders worden aangevraagd of aangelegd.

De gemeente moet hiervoor ruimte reserveren of creëren, waarbij concurrentie ontstaat met andere ruimtelijke claims op het water en de kades. Er is een groot tekort aan alternatieve ligplaatsen voor woonboten die moeten wijken vanwege kadewerkzaamheden. Ook moet er nog een nieuwe plek worden gevonden voor de Ponthaven, de gemeentelijke vloot voor baggeren en drijfvuilvissen en de haven van THOR-nautisch toezicht.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

25 februari 2025 Pagina 5 van 11

Het college zoekt nog geschikte locaties voor de binnenvaart en voor het uitbreiden van transport over water. Daarnaast is voldoende ruimte voor Amsterdammers op, aan en in het water essentieel. In een steeds verder verdichtende stad is dit van grote waarde, niet alleen voor recreatie, maar ook als verkoeling bij toenemende hitte. Deze claims concurreren met de wensen van de reders om de uitbreiding van het aantal voorzieningen, voor zover er al ruimte beschikbaar is. De bestaande voorzieningen zijn voor een belangrijk deel al vergeven aan de klassieke reders die hun posities gedurende een lange tijd, vaak al decennia, hebben opgebouwd in deze stad. Andere reders hebben echter ook belang bij voorzieningen. Daarnaast zie ik dat door de toename van het aantal reders de druk op de openbare op- en afstapplekken is toegenomen. Een aantal van deze plekken wordt op een intensieve manier gebruikt waarvoor ze niet zijn ingericht. Wachtplaatsen op het water ontbreken, net als ruimte voor op- en afstappen op de kades en voorzieningen als toiletten, met overlast voor burgers tot het gevolg. Door een schaarste aan openbare op- en afstapplekken in het centrum ontstaat claimgedrag, waardoor sommige op- en afstapplekken niet meer toegankelijk zijn voor concurrenten.

De ruimtelijke vraag overstijgt zodoende op verschillende punten het beschikbare aanbod aan voorzieningen en ruimte, waardoor een zorgvuldige afweging noodzakelijk is. Hoe de belangen van de klassieke reders, hospitality-reders, nieuwkomers, groeiende partijen maar zeker ook de overige gebruikers van het water met elkaar verenigd moeten worden, is een van de belangrijkste problemen die in het nieuw te maken beleid moet worden geadresseerd. In de afweging en balans tussen verschillende gebruikers van het Amsterdamse binnenwater, en daarmee de verdeling van de schaarse ruimte, kan dit leiden tot een andere afweging dan voorheen. De huidige aanpak met venstertijden voor transportvaartuigen beperkt bijvoorbeeld de ruimte voor transport van goederen over water. Door meer prioriteit te geven aan transport ontstaan kansen om logistieke stromen van de weg naar het water te verplaatsen. Dergelijke integrale afwegingen zullen veel nadrukkelijker naar voren komen in het nieuwe passagiersvaartbeleid. 3. Welke instrumenten kan de gemeente inzetten? Het college kan verschillende instrumenten inzetten om aan de doelstellingen van het passagiersvaarbeleid te voldoen. Voor het nieuwe passagiersvaartbeleid zullen de gemaakte keuzes mede afhankelijk zijn van de uitkomsten van verschillende onderzoeken die gepland staan in 2025 en gesprekken met belanghebbenden.

Eerdere suggesties van reders worden hierin ook meegenomen, zoals ’Grip op de gracht’, het voorstel om exploitatievergunningen alleen aan boten met een vaargeschiedenis in Amsterdam toe te kennen, de voorstellen namens de historische salonboten en uitkomsten van het Innovatielab en de Dialoogtafels uit 2018. Waar mogelijk ga ik eerst maatregelen testen en onderzoeken.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

25 februari 2025 Pagina 6 van 11

Hieronder wordt een aantal categorieën van mogelijke maatregelen toegelicht. De onderstaande lijst is niet uitputtend. Sommige maatregelen kunnen mogelijk al eerder worden ingevoerd Deze worden beschreven in hoofdstuk 5 van deze brief. Verkeersmaatregelen Bij een toename van het aantal passagiersvaartuigen en vaarbewegingen zijn aanvullende verkeersmaatregelen op drukke dagen waarschijnlijk noodzakelijk om het gebruik van de grachten te reguleren en drukte op knelpunten te voorkomen. U kunt hierbij denken aan eenrichtingsverkeer, lengtebeperkingen voor vaartuigen op bepaalde grachten, voorrangsregelingen bij knelpunten en het scheiden van verkeersstromen of vaartuigtypes. De handhaafbaarheid zal hierbij uiteindelijk doorslaggevend zijn. Met dynamisch verkeersmanagement op het water is het in de toekomst naar verwachting ook mogelijk om meer gerichte maatregelen te nemen op de drukste dagen van het jaar. Hiervoor loopt al een onderzoek in samenwerking met TNO. Reguleren gebruik van openbare op- en afstapplekken Het intensieve gebruik van een aantal openbare op- en afstapplekken zorgt voor diverse problemen. In Nota Varen Deel 2 is reeds aangegeven dat het gebruik van openbare steigers op termijn niet meer kosteloos zal zijn. Het beprijzen alleen is niet afdoende om alle problemen op te lossen.

Ik onderzoek momenteel ook of een aantal plekken in het centrum alleen beschikbaar gemaakt kan worden voor ontheffing-houders die de plekken niet intensief mogen gebruiken. Dit kan ervoor zorgen dat de plekken voornamelijk voor groepsvervoer beschikbaar zijn en overlast wordt voorkomen. Tijdens het vaarseizoen 2024 zijn gedurende de pilot op- en afstappen op de Oudezijds Voorburgwal venstertijden en een reserveringssysteem getest. Uit de evaluatie van de pilot blijkt dat de maatregelen effect hebben, maar ook een negatieve impact hebben op de bedrijfsvoering van reders. In 2025 zal ik doorgaan met het testen van nieuwe maatregelen die het gebruik van openbare open afstapplekken verder reguleren. Zo ben ik voornemens om aankomend vaarseizoen hosts in te zetten op de drukste op- en afstapplekken om te stimuleren dat regels worden nageleefd en om kwalitatief onderzoek te doen. Strengere en meer uitgebreide voorwaarden voor vergunninghouders Aan het verkrijgen en het gebruiken van een exploitatievergunning zijn diverse voorwaarden verbonden. In de exploitatievergunning staan al voorwaarden over welstand, versterkt geluid en veiligheid. Ik laat onderzoeken of er aanvullende regulerende voorwaarden kunnen worden opgenomen waaraan vergunninghouders moeten voldoen.

Bijvoorbeeld over het gebruik van open afstapplekken, het gedrag van schippers en personeel, het tegengaan van overlast, omgang met afval en alcoholgebruik aan boord.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

25 februari 2025 Pagina 7 van 11

Ook onderzoek ik betere manieren om ervoor te zorgen dat de aan de vergunning verbonden voorwaarden worden nageleefd, bijvoorbeeld door de voorwaarden beter handhaafbaar te maken of door zwaardere consequenties aan de overtreding ervan te verbinden. Voor het verkrijgen van een vergunning zijn door reders ook een aantal interessante suggesties gedaan. Vanuit een deel van de reders een voorstel gepresenteerd om enkel exploitatievergunningen voor rondvaartboten te verlenen met een historie in Amsterdam. Al dit soort voorstellen worden gewogen op (juridische) haalbaarheid en wenselijkheid. Convenant met reders In de raadsinformatiebrief over de voortgang van het passagiersvaartbeleid van februari 2024 heb ik aangegeven dat het college positief staat tegenover een eerder voorstel van reders om een gezamenlijk convenant te sluiten. Hierin kunnen afspraken worden opgenomen over met name het gedrag van schippers, alcoholgebruik aan boord en toegang tot en omgang met openbare open afstapplekken. Heldere afspraken met de branche kunnen mogelijk verregaand ingrijpen door de gemeente voorkomen. Het voordeel hiervan is dat de branche zelf het voortouw neemt zonder regelgeving vanuit de gemeente. Het nadeel van afspraken in een convenant is dat deze lastig afdwingbaar en handhaafbaar zijn.

Bovendien is het de vraag in hoeverre een convenant de kans heeft effectief te zijn in een open markt met nieuwe toetreders, zeker als niet iedereen eraan deelneemt. Volumebeleid Omdat een vergunningstelsel voor de passagiersvaart onder de EU-Dienstenrichtlijn valt zijn er twee opties voor het uitgeven van exploitatievergunningen. Een systeem met een beperkt aantal vergunningen met een beperkte looptijd (een volumebeleid) of een systeem zonder een maximumaantal, maar met vergunningen voor onbepaalde tijd (een open markt). Het invoeren van volumebeleid kan een effectieve maatregel zijn, met grote gevolgen voor de bedrijfsvoering van reders. Zoals eerder in deze brief aangegeven heeft het de voorkeur van het college om een maatregelenpakket te vinden zonder een volumebeleid zoals we dat kennen. Als blijkt dat de doelstellingen van de gemeente niet of in onvoldoende mate met andere maatregelen bereikt kunnen worden (en deze doelstellingen belangrijk genoeg zijn om de maatregel te verantwoorden) kan een vorm van volumebeleid alsnog worden overwogen.

4. Hoe ziet het proces eruit om te komen tot nieuw passagiersvaartbeleid? Het nieuwe beleid moet zorgvuldig worden opgesteld. Dit vraagt om een proces met ruimte voor uitgebreid onderzoek en participatie. Welke onderzoeken gaat de gemeente doen om het nieuwe beleid te onderbouwen? Voor welk beleid de gemeente ook kiest: de maatregelen die uit dat beleid volgen moeten goed onderbouwd worden, noodzakelijk en proportioneel zijn. Dat betekent ook dat het college een aantal (aanvullende) onderzoeken laat doen. Denk daarbij aan onderzoeken naar de door bewoners en andere ondernemers ervaren overlast op- en om het water, de herkomst van deze overlast, en het effect van schroefwerking op kwetsbare kades.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

25 februari 2025 Pagina 8 van 11

Ook wil het college een marktonderzoek doen naar de te verwachten ontwikkeling van de passagiersvaart bij een open markt en het functioneren van zo'n markt in relatie tot de schaarste aan voorzieningen. Deze onderzoeken zullen bijdragen aan de onderbouwing en daarmee de juridische houdbaarheid van nieuwe maatregelen. Ook geven de onderzoeken informatie die gebruikt kan worden voor de afweging of een maatregel wenselijk en proportioneel is. De onderzoeken moeten er ook voor zorgen dat het nieuwe beleid toekomstbestendig is. Hoe werkt het college samen met de belanghebbenden? Het vaardossier in Amsterdam heeft een complexe geschiedenis. De verhoudingen tussen de gemeente en belanghebbenden, zoals reders met verschillende bedrijfsmodellen, transportbedrijven, bewoners en brancheverenigingen, staan regelmatig onder druk. Het vaarbeleid is in de kern een vraagstuk van verdeling van schaarse ruimte, waardoor een besluit van de gemeente altijd ‘winnaars en verliezers’ kent. Dit heeft geleid tot een reeks juridische procedures. Inmiddels heb ik met een groot deel van de passagiersvaartreders de ontstane situatie besproken. Ook is er vanuit de gemeente intensief contact met andere gebruikers van het water zoals de transportsector. Alle partijen hebben aandachtspunten meegegeven voor het vervolg.

In deze ronde van gesprekken is opnieuw gebleken dat de belangen binnen de sectoren sterk uiteenlopen. In navolging van deze eerste gespreksronde span ik mij in om bij het tot stand komen van het nieuwe passagiersvaartbeleid een goede samenwerking met de diverse belanghebbenden te creëren en te behouden. De gemeentelijke Participatieverordening biedt daarvoor houvast. De gemeente zal tevens opdracht geven aan een extern en onafhankelijk bureau, gespecialiseerd in bemiddelen tussen partijen en strategisch omgevingsmanagement, om dit traject te begeleiden1. Wanneer is het nieuwe beleid van kracht? Ik gebruik het vaarseizoen van 2025 om verschillende onderzoeken uit te voeren en het participatietraject te starten. Eind 2025 zijn de onderzoeksresultaten gereed en kan het beleid verder worden vormgegeven. Dit zal zorgvuldig en in samenspraak met de belanghebbenden gebeuren. Het is niet haalbaar om voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 nieuw beleid vast te stellen. Het volgende bestuur zal hierover een besluit nemen. Dat betekent dat het nieuwe beleid, afhankelijk van de gekozen maatregelen, op zijn vroegst in het vaarseizoen van 2027 van kracht zal zijn. Het moratorium op de uitgifte van nieuwe exploitatievergunningen wordt verlengd Het college heeft op 23 september 2024 een moratorium afgekondigd op de afgifte van exploitatievergunningen voor passagiersvaart.

Dit betekent dat er tot 25 september 2025 geen nieuwe exploitatievergunningen worden verleend. 1

Het college beschouwt hiermee de tijdens het interpellatiedebat van 10 oktober 2024 aangenomen motie ‘Amsterdam vaart beter met de branche’ van lid Garmy (fractie Volt) als afgedaan.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

25 februari 2025 Pagina 9 van 11

Omdat het nieuwe beleid op zijn vroegst in het vaarseizoen 2027 van kracht is, zal het college onderzoeken of het moratorium verlengd kan worden tot en met december 2026. 5. Welke acties neem ik in de overgangsfase totdat het nieuwe beleid van kracht is? Niet alles komt stil te liggen door de uitspraak van de Raad van State. Ik ga door met het ontwikkelen van beleid en maatregelen tegen bestaande problemen en de implementatie hiervan hoeft niet altijd tot de bekrachtiging van het nieuwe passagiersvaartbeleid in 2027 te wachten. Uitgifte van ligplaatsvergunningen Het college heeft, zoals in de brief van 6 december 2024 aangegeven is, naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State besloten om de looptijd van alle geldige exploitatievergunningen weer om te zetten naar onbepaalde tijd. Ligplaatsen hadden een looptijd die gebaseerd is op de looptijden van de exploitatievergunningen. Ligplaatsvergunningen zijn schaarse vergunningen omdat er slechts een beperkt aantal ligplaatsen in openbaar water aanwezig is. Op basis van de huidige stand van de jurisprudentie worden dergelijke schaarse vergunningen niet voor onbepaalde tijd uitgegeven. Het college zal pas een besluit nemen over de nieuwe looptijden van ligplaatsvergunningen nadat nieuw beleid voor exploitatievergunningen is vastgesteld.

Dit heeft geen gevolgen voor de geldigheid van de huidige ligplaatsvergunningen omdat de eerste ligplaatsvergunningen pas in 2028 aflopen. Nieuwe of gewijzigde ligplaatsvergunningen zullen tijdelijk een looptijd krijgen van zes jaren. Met het vaststellen van nieuw beleid zal ook worden besloten of deze looptijd aanpassingen behoeft. Exclusieve op- en afstaplocaties Er is nieuw beleid nodig voor exclusieve op- en afstapplekken. Reders geven aan veel behoefte te hebben aan duidelijkheid over de verdeling van en toegang tot exclusieve op- en afstapplekken. In de raadsinformatiebrief van 28 februari 2024 over dit onderwerp heb ik een aantal acties aangekondigd ten aanzien van het op- en afstappen. Deze acties kunnen grotendeels doorgang vinden. Het onderzoek naar een marktconform tarief voor de huur van exclusieve op- en afstapplekken is bijna afgerond. Daarnaast zullen er enkele onderzoeken worden uitgezet die in de eerste helft van 2025 kunnen worden afgerond. Op basis van het marktconforme tarief en de uitkomsten van de onderzoeken kunnen gesprekken worden gevoerd met de vier reders die momenteel gebruik maken van de exclusieve op- en afstapplekken waarvan de bestaande huurcontracten zijn opgezegd. De verwachting is dat deze gesprekken voor het zomerreces kunnen aanvangen. De herindeling en ontwikkeling van nieuwe steigers in het Open Havenfront gaat ook door.

Dit biedt op termijn mogelijkheden voor reders die nu nog geen gebruik maken van exclusieve plekken in het Open Havenfront.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

25 februari 2025 Pagina 10 van 11

Met nieuw op- en afstapbeleid moet de gemeente een balans vinden tussen het faciliteren van nieuwe toetreders in een open markt en de rechten van bestaande bedrijven. Bij de ontwikkeling van beleid voor op- en afstappen zal de gemeente waar mogelijk de nadruk leggen op rust en rechtszekerheid. Een randvoorwaarde hierbij is dat de markt tegelijkertijd toegankelijk is voor nieuwkomers. Om dit aspect vorm te geven is er behoefte aan extra onderzoek naar juridische kaders voor het aangaan van privaatrechtelijke overeenkomsten met betrekking tot locaties en faciliteiten voor rederijen. Daarnaast zal het college een economisch onderzoek laten verrichten naar het functioneren van de markt voor rondvaart waarin de huidige marktordening inclusief het op- en afstappen wordt betrokken. Openbare op- en afstaplocaties In 2024 is gestart met een verkenning van mogelijke nieuwe op- en afstaplocaties voor de passagiersvaart buiten het centrum met een focus op de stadsdelen Zuid, Oost en rondom het IJ. Deze verkenning heeft in 2024 al enkele nieuwe plekken opgeleverd aan het IJ en in de Boerenwetering nabij de Rai. Het doel is om door middel van spreiding van de op- en afstapplekken aan te sluiten bij de meerkernige bezoekerseconomie en de spreiding van voorzieningen. De hospitality-reders hebben aangegeven behoefte te hebben aan meer openbare op- en afstaplocaties buiten het centrum.

Het betreft hier met name gebruik voor incidenteel afmeren. Daarnaast heeft een aantal van de klassieke reders een inventarisatie gemaakt van mogelijke locaties rondom het IJ. Het college werkt samen met de betrokken stadsdelen om geschikte locaties te identificeren en vervolgens te realiseren. Tegengaan van All-you-can-drink concepten In de Visie Bezoekerseconomie 2035 geeft het college aan dat het af wil van commerciële partijen die in de publieke ruimte in de binnenstad hun geld verdienen aan “plat toeristisch vermaak: vermaak waarbij geen enkele rekening wordt gehouden met Amsterdammers die in de stad wonen, leven of werken”. Een voorbeeld hiervan zijn de all-you-can-drink concepten; rondvaarten met een open bar waarbij het onbeperkt nuttigen van alcohol een onderdeel is van de ticketprijs. Overmatige alcoholgebruik is een van de belangrijkste oorzaken van overlast in de stad, ook op het water. Het college werkt aan concrete maatregelen om deze overlast ook op het water tegen te gaan. Voor de vergunde passagiersvaart wordt daarom gewerkt aan meer beperkende maatregelen en voorwaarden met betrekking tot alcoholgebruik, al dan niet op grond van de Alcoholwet. Ook de mogelijkheden om alcoholgebruik bij convenant te reguleren worden onderzocht. Het college wil deze maatregelen en mogelijkheden nog voor het zomerreces nader uitwerken.

Welstand Welstandsbeleid blijft een belangrijk onderdeel van het beleid voor passagiersvaart. Het college meent dat het huidige welstandsbeleid een belangrijke bijdrage levert aan het beeld van de historische grachtengordel. Felle kleuren, reclame en afwijkende vormen dragen bij aan een onrustig beeld op de grachten.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

25 februari 2025 Pagina 11 van 11

Nu, met de huidige situatie dat vergunningen gelden voor onbepaalde tijd, is er geen natuurlijk moment dat ook huidige vaartuigen moeten voldoen aan de welstandcriteria. Ik onderzoek of en op welke wijze dit alsnog kan plaatsvinden en in hoeverre dat wenselijk is. In de brief van 28 februari 2024 heb ik al toegezegd dat het college bekijkt of de Welstandsnota in specifieke gevallen te gedetailleerd is en moet worden aangepast. Tot slot Het college streeft naar een toekomstbestendig beleid dat recht doet aan de belangen van alle betrokkenen en dat bijdraagt aan een leefbare, veilige en duurzame stad. Ik zie uit naar een constructief gesprek met uw raad om gezamenlijk de koers voor de toekomst te bepalen. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Alexander Scholtes Wethouder Varen

Bijlage - Analyse Afdelingsuitspraak rondvaartbeleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15290019/1