CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Afd. motie 358 373.23

RAAD 7 juni 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Actualiteit inzake onderkeldering en verzakking van een pand aan de Van Eeghenstraat3.567 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Afdoening motie

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 1 oktober 2024 Ruimtelijke Ordening, Volkshuisvesting Wethouder Van Dantzig, wethouder De Jager Ruimte & Duurzaamheid (bestuurszaken.rd@amsterdam.nl) Afdoening motie 358 van de leden Van Renssen (GL) c.s. en motie 373 van de leden Boomsma (CDA) en Van Renssen (GL) / grondwateronderzoek Van Eeghenstraat e.o. en toezegging aan het lid Van Renssen (TA2024-000251)

Geachte leden van de gemeenteraad, In de vergadering van de gemeenteraad van 8 juni 2023 heeft uw raad bij de behandeling van het agendapunt Actualiteit inzake onderkeldering en verzakking van een pand aan de Van Eeghenstraat, motie 358 van de raadsleden Van Renssen (GL), Alberts (SP), Boomsma (CDA), Minderhoud (PvdA) en Kabamba (Lijst Kabamba) aangenomen. Daarin wordt het college gevraagd om: ‘• Een uitgebreid onderzoek uit te voeren naar de grondwaterstand en ondergrondse constructies in de Vondelparkbuurt, aan de gehele zuidzijde van het Vondelpark. • Geen vergunningen voor afwijken van het bestemmingsplan en/of omgevingsplan (binnenplans en buitenplans) te verlenen voor ondergrondse constructies op grond van artikel 5.3 van het bestemmingsplan Grondwaterneutrale bestemmingsplan of de Wabo, totdat de resultaten van het onderzoek aan de raad zijn gerapporteerd en besproken, omdat tot die tijd voor de Vondelparkbuurt niet met zekerheid kan worden gesteld dat het grondwaterneutraal kan worden uitgevoerd. • Zo nodig daartoe de Beleidsregel Grondwaterneutrale kelders op aan te passen.’ In diezelfde vergadering bij de behandeling van hetzelfde onderwerp heeft uw raad motie 373 van de raadsleden Boomsma en Van Renssen aangenomen.

Daarin wordt het college gevraagd om: ‘Zodra uit het nog uit te voeren onderzoek zou blijken dat er sprake is van gezondheidsrisico’s of andere ruimtelijke belangen die in het geding zijn, op basis daarvan een planologische regeling vast te stellen waarmee geen vergunningen verstrekt worden voor nieuwe kelders tenzij is aangetoond dat dit geen extra risico’s oplevert.’ Vanwege de samenhang tussen beide moties, wordt de behandeling hiervan in deze brief samengenomen. Dit heeft helaas langer geduurd dan voorzien, waarvoor onze excuses. Reden hiervoor is onder meer dat onderzoeksgebieden moesten worden bepaald en afgebakend, onderzoeksvragen opgesteld, de metingen en bevindingen helder gemotiveerd, en maatregelen en aanbevelingen geformuleerd en beoordeeld op effect en haalbaarheid. Hieronder wordt toegelicht hoe het college uitvoering geeft aan beide moties. Het college doet dit overigens vanzelfsprekend in nauwe afstemming met de betrokken portefeuillehouders van de stadsdelen waar het hier om gaat.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 1 oktober 2024 Pagina 2 van 8

Motie 358: het uitgevoerde grondwateronderzoek Aangezien ook de stadsdeelcommissie van stadsdeel Zuid om een onderzoek naar de grondwaterstand in het gebied heeft gevraagd, hebben wij samen met portefeuillehouder Vink namens het dagelijks bestuur van stadsdeel Zuid opdracht gegeven aan Waternet tot het uitvoeren van het grondwateronderzoek. De resultaten zullen dan ook tevens aan de stadsdeelcommissie van het stadsdeel worden aangeboden. Vóór dat wij ingaan op de resultaten van het grondwateronderzoek, moet nog wel het volgende worden opgemerkt. Motie 358 verzoekt een uitgebreid onderzoek uit te voeren naar de grondwaterstand en ondergrondse constructies in de Vondelparkbuurt, maar vraagt tevens om hieraan voorafgaand geen vergunningen voor afwijken van het bestemmingsplan en/of omgevingsplan te verlenen voor ondergrondse constructies op grond van het bestemmingsplan Grondwaterneutrale bestemmingsplan of de Wabo, totdat de resultaten van het onderzoek aan de raad zijn gerapporteerd en besproken. Het college kan geen uitvoering geven aan dit onderdeel van de motie. Voor een dergelijk verstrekkend besluit als dit onderdeel van de motie vraagt, is namelijk geen juridische of feitelijke basis.

Natuurlijk kan beleid worden gewijzigd als daarvoor voldoende concrete aanleiding is, maar de raadsbrede zorgen naar aanleiding van het ‘dossier Van Eeghenstraat’ zijn daarvoor niet voldoende. Het beleid voor het bouwen van kelders in de stad is na zorgvuldige voorbereiding vastgesteld. De basis hiervoor is rapport “Grondwatereffecten van onderkeldering in Amsterdam, modelstudie vier deelgebieden” uit 2019. Dit is vervolgens vertaald naar het ‘ Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam’, vastgesteld door uw raad op 20 januari 2021. Het Afwegingskader is vervolgens weer juridisch omgezet in het paraplubestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders dat u op 6 oktober 2021 heeft vastgesteld en de beleidsregels van het college over dit onderwerp d.d. 7 september 2021. Dat er zich het laatste jaar onverwachte ontwikkelingen hebben voorgedaan in het gebied zoals aan de Koningslaan en de Van Eeghenstraat, is buitengewoon vervelend en voor de direct betrokkenen ingrijpend. De oorzaken van deze situaties zijn echter in de eerste plaats niet (direct) helder en een directe relatie met het zorgvuldig tot stand gekomen beleid voor het bouwen van kelders, lijkt onwaarschijnlijk. Dat blijkt ook uit het uitgevoerde onderzoek, waarover later in deze brief meer. Om in deze situatie dan over te gaan tot hetgeen de motie op dit punt vraagt, is daarmee niet verdedigbaar.

Onder bouwinspecteurs wordt breed gedeeld dat er heel verschillende oorzaken kunnen zijn voor verzakkingen/scheuren. Dat maakt ook dat we niet te snel – zonder harde feiten – conclusies moeten trekken. Een tweede opmerking over de motie die wij willen maken is dat dat we alleen een grondwateronderzoek hebben laten uitvoeren en niet de ondergrondse constructies hebben onderzocht. Hierbij zou dan eerst moeten worden bepaald welke onderzoeksvragen hierbij passen en welk gebied dan precies onderzocht zouden moeten worden. Daarbij liepen wij tegen vragen en beperkingen aan, waardoor we hebben geconcludeerd dat het onderzoeken van alle bestaande ondergrondse constructies (in het nader te bepalen onderzoeksgebied) niet bijdraagt aan de feitelijk relevante gegevens voor de beoordeling van de vraag of er aanleiding is het geldende beleid voor kelders te herzien. Daarbij heeft ook meegespeeld:

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

-

-

Datum 1 oktober 2024 Pagina 3 van 8

Dat een dergelijk onderzoek erg arbeidsintensief én tijdrovend is en nooit volledig wordt. Niet alleen moeten alle in het verleden verleende bouw-/omgevingsvergunningen worden geraadpleegd, maar ook moet de feitelijk uitvoering worden gecontroleerd (hoe controleer je of een kelder die 50 jaar geleden is gebouwd 3 of 4 meter diep ligt?) en gedocumenteerd. Want een vergunning alleen zegt nog niet alles over de uitvoering. Dat het beleid voor het bouwen van elke nieuwe kelder sinds 2021 voorschrijft dat dit grondwaterneutraal dient te gebeuren, wat betekent dat de grondwaterstand niet of nauwelijks verandert, waar mogelijk verbetert en/of dat er geen negatieve grondwatereffecten optreden. Daarbij is het toekomstige klimaat (2050 klimaatscenario) als uitgangspunt aangehouden. Ook is als uitgangspunt hierbij genomen dat een onderkeldering van 50% tot uiteindelijk 100% van de woningen kan optreden, waarbij gebruik is gemaakt van informatie over de aanwezigheid van open/gesloten bouwblokken, het doorlaatvermogen (kD) van de bodem en modelberekeningen.

Een onderzoek naar de ondergrondse constructies kost dus erg veel tijd en kan nooit volledig zijn, waarbij de dan uiteindelijk geïnventariseerde hoeveelheid informatie geen wezenlijke relevante bijdrage levert aan de vraag of beleidsaanpassing overwogen moeten worden. Er komt nog bij dat hiervoor samenwerking met en medewerking van alle private eigenaren noodzakelijk is. Wij hebben hier dan ook noodgedwongen van af moeten zien. En dan nu het grondwateronderzoek zelf. Onderzoeks- en vergelijkingsgebied grondwateronderzoek Er is Waternet niet alleen gevraagd te kijken naar de zuidkant van het Vondelpark (stadsdeel Zuid), maar ook het noorden van het Vondelpark (stadsdeel West) mee te nemen. Dit om vergelijkingen te kunnen maken. Tevens is gevraagd de onderzoeksresultaten te vergelijken met twee andere 19e-eeuwse gebieden rond een (laaggelegen) park, te weten het Sarphatipark in stadsdeel Zuid en het Oosterpark in stadsdeel Oost. Zo kan inzichtelijk worden gemaakt of er sprake is van een unieke situatie rond het Vondelpark. Onderzoeksvragen Wij hebben Waternet negen onderzoeksvragen meegegeven. Deze zijn terug te vinden in paragraaf 2.2 van het onderzoeksrapport. De belangrijkste elementen hierbij waren: 1. Breng de grondwaterstanden in de onderzoeksgebieden in beeld over de afgelopen 20 jaar. 2.

Is de bouw van relatief veel kelders op de een of andere manier terug te zien in de metingen? 3. Zijn er conclusies te trekken over perioden van droogstand van houten funderingspalen in de onderzoeksgebieden? 4. Zijn de onderzoeksresultaten in de gebieden vergelijkbaar of afwijkend? 5. Is er reden tot zorg en zo ja, welke dan? En als die zorgen er zijn, welke aandacht of maatregelen zijn dan wenselijk? Resultaten onderzoek Het onderzoeksrapport bevat aan het begin een uitgebreide samenvatting. De belangrijkste bevindingen zijn daar opgenomen. Hieronder volgt een weergave van de meest wezenlijke onderdelen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 1 oktober 2024 Pagina 4 van 8

Analyses gemiddeld hoogste grondwaterstand en gemiddeld laagste grondwaterstand De analyses zijn gebaseerd op de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG), en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG,) en het verschil hiertussen. Er zijn berekeningen gemaakt voor de periode 2003-2012 en 2013-heden. Over het algemeen is het verschil tussen deze twee periodes voor zowel de GHG als de GLG gering. De gemeten kleine verschillen zijn in Amsterdam niet bijzonder. De invloed van kelders Ondanks dat er veel kelders zijn gebouwd in de buurt, is nergens sprake van een aaneengesloten front en dus is de invloed van de kelders relatief klein. Er zijn in een stedelijk gebied zoveel factoren die van invloed zijn op de grondwaterstand dat een relatief klein effect van vele niet aaneengesloten kleine kelders niet is te onderscheiden van andere effecten zoals dat van drainerende riolering of meer natte jaren in één van de beschouwde periodes. In deze studie zijn in ieder geval geen afwijkingen tussen de twee bestudeerde periodes te vinden die wijzen op invloed van de kelders.

Grondwateronderlast Vondelpark Er is sprake van grondwateronderlast rondom het Vondelpark (grondwateronderlast is het ervaren van ernstige hinder als gevolg van te lage grondwaterstanden, die ontstaat als de grondwaterstand zich permanent of periodiek onder de houthoogte bevindt) en daardoor mogelijke schade aan de houten funderingen. De belangrijkste oorzaak van de lage grondwaterstanden is de onderbemaling in het park om het peil van de waterpartijen laag te houden en daarmee te voorkomen dat het park te nat wordt. Ten zuiden van het park neemt de kans op onderlast iets af bij grotere afstand tot het park. De gemiddelde onderlast is niet significant toegenomen de afgelopen twintig jaar. Het is niet aan te geven hoelang de houten funderingen (theoretisch) hebben droog gestaan. Vergelijking met Sarphatipark en Oosterpark In het onderzoek zijn naast de omgeving van het Vondelpark ook die van het Sarphatipark en Oosterpark meegenomen, allen laaggelegen stadsparken. De mate van onderlast rond het Vondelpark en het Sarphatipark lijken vergelijkbaar.

De achterliggende oorzaken verschillen echter deels voor wat betreft de theoretische houthoogten (zie hieronder kopje ‘Uitleg gebruikte gegevens houten paalfunderingen’), het peil van de vijvers en de aanwezigheid van polderriolen in de omgeving (een polderriool is een drainerend riool dat is aangelegd ter vervanging van oude sloten in poldergebieden, waarvan de inhoud door middel van gemalen wordt verplaatst). Rondom het Oosterpark lijkt de kans op onderlast kleiner dan bij de andere parken, omdat de theoretische houthoogte meestal lager lijkt en er meer op beton gefundeerde panden zijn. Uitleg gebruikte gegevens hoogte houten funderingspalen De feitelijke bovenkant van de houten funderingspalen van veel gebouwen is vaak niet exact bekend. In het onderzoek van Waternet is gebruik gemaakt van een archiefonderzoek uit de periode 2007-2013 (funderingsherstel en kelderbouw ná 2013 zijn niet verwerkt in de database). Hierbij zijn veel oude bouwvergunningen en oude bouwtekeningen bekeken en in een database opgenomen. Daarbij is ook gebruik gemaakt van schattingen. Het verschil tussen werkelijke

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 1 oktober 2024 Pagina 5 van 8

houthoogte (uit metingen) en de archiefwaarde kan enkele decimeters zijn, zowel hoger als lager. Daarom wordt in het onderzoeksrapport over de ‘theoretische houthoogte’ gesproken. Conclusies grondwateronderzoek Op basis van de bovenstaande bevindingen is er volgens de onderzoekers geen reden om kelderbouw te verbieden en/of het Afwegingkader grondwaterneutrale kelders (vertaald in het paraplubestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders en de beleidsregels van het college over dit onderwerp) aan te passen. Daarbij is leidend dat in de studie geen afwijkingen tussen de twee bestudeerde periodes zijn gevonden die wijzen op invloed van de kelders. Het Afwegingskader grondwaterneutrale kelders zorgt ervoor dat de situatie zoals die was in 2021 blijft en er kelders gebouwd kunnen blijven worden, zonder dat de situatie verslechtert. Uit de analyse volgt dat de grondwaterstand rond de drie parken erg laag is en met name rond het Vondelpark en Sarphatipark, met mogelijke risico’s op grondwateronderlast. Dat is reden tot zorg. Rondom het Oosterpark lijkt de kans op onderlast kleiner dan bij de beide andere parken, omdat de theoretische houthoogte meestal lager is en er ook meer op beton gefundeerde panden zijn. Mogelijke maatregelen volgens het rapport De gemeente heeft een grondwaterzorgplicht in het openbaar gebied.

In dat kader worden door Waternet ook lokaal infiltratiemaatregelen getroffen. De gebieden rond het Vondelpark en Sarphatipark komen ook in aanmerking voor infiltratievoorzieningen (voorafgegaan door onderzoek naar de effectiviteit), maar alleen als dat gepaard gaat met andere werkzaamheden zoals rioolvervanging (doelmatigheid). In het onderzoeksgebied rond het Vondelpark is de afgelopen 30 jaar al veel riolering vervangen c.q. hersteld en is de komende 30 jaar -op een enkel stuk na- dus niet snel weer aan de beurt. Echter in de komende jaren (planperiode 2022-2027 Omgevingsprogramma Riolering) zal ook de “staat van het grondwatersysteem” stadsbreed uitgewerkt worden en meegewogen worden bij de planning van werkzaamheden. Hoe dat vorm gaat krijgen, is nog niet bekend. Andere maatregelen vanuit de grondwaterzorgplicht worden vanuit dit onderzoek niet aanbevolen. Wettelijk is het zo geregeld dat de eigenaar van een pand zelf verantwoordelijk is voor de grondwaterstand onder het eigen perceel en voor de staat van het gebouw, dus ook de fundering. Een eigenaar kan ook zelf vaststellen of sprake is van grondwateronderlast door allereerst uit te zoeken hoe diep de houten fundering zit door middel van archiefonderzoek, dan wel funderingsonderzoek waarbij een stukje van de fundering wordt opgegraven.

Het is daarnaast mogelijk om op eigen terrein water te infiltreren, mits dat niet leidt tot overlast/schade bij derden. Ook kunnen eigenaren semi-collectief maatregelen treffen. Aanbevelingen uit het rapport Het onderzoeksrapport doet drie aanbevelingen: 1. Er is geen volledig en betrouwbaar overzicht van hoogtes van houten paalfunderingen in de stad. Om op termijn toch een vollediger bestand op te bouwen, wordt aanbevolen deze digitaal vast te leggen, samen met gepland funderingsherstel of bouw van een kelder (na verlening nieuwe omgevingsvergunningen).

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 1 oktober 2024 Pagina 6 van 8

2. Om de feitelijke effectiviteit van grondwaterneutrale kelders te meten, wordt aanbevolen om bij een aantal kelders peilbuizen te laten plaatsen waarin zo lang mogelijk voor en circa 3 jaar na de bouw hoogfrequent wordt gemeten. 3. Voor het onderzoeksgebied ten zuiden van het Vondelpark wordt aanbevolen het cumulatief effect van de bestaande kelders te berekenen met behulp van een grondwatermodel en te toetsen of dit (extra) grondwateroverlast of -onderlast tot gevolg heeft gehad. Reactie college op conclusies, maatregelen en aanbevelingen onderzoek Het college is in de eerste plaats blij met het gedegen en inzichtelijke onderzoek naar een zeer ingewikkeld en technisch onderwerp. We kunnen ons ook vinden in de heldere conclusie dat er geen reden is om kelderbouw te verbieden en/of het beleid hiervoor aan te passen. Het probleem zit niet bij het juridisch planologisch/ruimtelijk beleid voor kelders. Wel is sprake van zorgelijke grondwaterstanden. Wij delen de opvatting in het onderzoek dat deze rond de lagergelegen parken met (doelmatige) maatregelen nauwelijks te beïnvloeden zijn op zodanige wijze dat dit (spoedig) effect heeft op het voorkomen van het droogvallen van houten paalfunderingen. Daar willen we dan ook niet toe overgaan. Uit het onderzoek is verder ook niet gebleken dat er sprake is van gezondheidsrisico’s of andere ruimtelijke belangen die in het geding zijn.

Er is dan ook geen aanleiding om uitvoering te geven aan motie 373 waarin werd gevraagd een planologische regeling vast te stellen waarmee geen vergunningen verstrekt worden voor nieuwe kelders, tenzij is aangetoond dat dit geen extra risico’s oplevert. Met het voorgaande beschouwen wij de moties 358 en 373 als afgehandeld. De voorgestelde aanbevelingen willen wij overnemen. Daarbij maken we enig voorbehoud, omdat we de aanbevelingen nog aan het uitwerken zijn. Daarbij worden ook aspecten als kosten, hoe deze te dekken en capaciteit meegenomen. Mogelijk vraagt dit om nadere besluiten als de aanbevelingen helemaal zijn uitgewerkt. Zodra hier meer over bekend is, zullen wij u hierover informeren. Geen aansprakelijkheid gemeente voor mogelijke schade funderingen De bevindingen in het onderzoek van Waternet over de lage grondwaterstand hebben de vraag opgeroepen of de gemeente aansprakelijk zou kunnen zijn voor mogelijke schade aan funderingen van panden rondom de onderzochte parken ten gevolge van grondwateronderlast. Aansprakelijkheid van de gemeente voor de hier bedoelde schade kan alleen kan worden aangenomen als er een norm of wettelijke verplichting zou zijn geschonden, die strekt tot voorkoming van de schade. Er is geen reden om aan te nemen dat dat het geval is.

De grondwatertaak van de gemeente houdt in dat de gemeente doelmatige maatregelen moet nemen in het openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit is kort gezegd een inspanningsverplichting om maatregelen te nemen tegen de gevolgen van zowel te lage als te hoge grondwaterstand, voor zover die maatregelen doelmatig zijn.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 1 oktober 2024 Pagina 7 van 8

Bouwkundige oplossingen zoals funderingsherstel en andere maatregelen op het eigen perceel zijn voor rekening van de perceel eigenaren. Uit het rapport van Waternet volgt dat de mogelijkheden voor de gemeente om nog invloed uit te oefenen op de lage grondwaterstanden in de bebouwde gebieden rondom de laaggelegen parken beperkt zijn. Het rapport behandelt wel enkele maatregelen in het openbaar gebied die nadelige gevolgen van grondwateronderstand zouden kunnen beperken, en die daarom in principe doelmatig zijn, waaronder maatregelen tot infiltratie van regenwater in de openbare ruimte als maatregel ter beperking van een te lage grondwaterstand. Funderingsaanpak Aanvullend op de aanbevelingen uit het rapport van Waternet is onderzocht hoe de gemeente desgewenst aanvullende ondersteuning kan bieden aan gebouweigenaren met kwetsbare funderingen, zowel voor de onderzochte parken als voor de hele stad. Omdat funderingsproblemen niet alleen in Amsterdam spelen, zijn er gesprekken met het Rijk over een nationale funderingsaanpak en het verbeteren van financieringsmogelijkheden. Hiermee is ook de toezegging van wethouder Van Dantzig op 13 maart 2024 in de raadscommissie RO aan het lid Van Renssen (TA2024-000251) om ambtelijk dat gesprek aan te gaan, afgedaan.

Uit deze gesprekken bleek ook dat het Fonds Duurzaam Funderingsherstel, waar eigenaren die het funderingsherstel niet kunnen financieren terecht kunnen, landelijke dekking krijgt. Daarnaast is uit deze gesprekken een samenwerking met het Rijk ontstaan, waardoor zij hebben meegedacht bij het opstellen van de scenario’s voor een Amsterdamse funderingsaanpak. De genoemde scenario’s inclusief de kosteninschattingen zijn door een adviesbureau ontwikkeld en variëren in de mate van gemeentelijke betrokkenheid en ambitieniveau. Ze lopen op van informatievoorziening tot directe ondersteuning van funderingsherstel. Deze Amsterdamse scenario’s sluiten aan bij de voorgestelde nationale funderingsaanpak. Scenario 1 voorzetting van het huidige reactieve handhavingsbeleid waarbij het initiatief bij de gebouweigenaar blijft, wat minimale kosten en personele inzet voor de gemeente betekent, maar geen op toename van kennis of voorbereiding toekomstige ontwikkelingen. De gemeentelijke website wordt uitgebreid met algemene informatie over funderingen. Kosteninschatting: € 50.000 eenmalig voor loket en minimaal € 110.000 structureel voor Toezicht en Handhaving (1 fte). Scenario 2 voorziet in het informeren van bewoners en in gerichte regie rondom het Vondelpark en Sarphatipark, wat ook resulteert in kennisverrijking van deze gebieden en de aanpak, maar blijft stadsbreed reactief.

Voorts uitbreiding van het funderingsloket inclusief aanspreekpunt. Kosteninschatting: € 1,9 miljoen over 4 jaar en minimaal € 110.000 structureel voor Toezicht en Handhaving (1 fte). Scenario 3 biedt stadsbreed inzicht in de funderingsproblematiek en een proactieve gedifferentieerde aanpak in risicobuurten, wat de gemeente voorbereidt op toekomstige stadsbrede ontwikkelingen en op termijn een kostenefficiënte aanpak. Vraagt op korte termijn om fors extra budget en personeel. Kosteninschatting: € 10,1 miljoen (inclusief 5,5 fte) over 10 jaar en minimaal€ 380.000 structureel voor loket en Toezicht en Handhaving (inclusief 3,5 fte).

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 1 oktober 2024 Pagina 8 van 8

Scenario 3+ voegt hieraan toe dat subsidiëring van funderingsherstel wordt overwogen wat de kosten aanzienlijk zou verhogen. Extra kosten zijn afhankelijk van inzet. Bijvoorbeeld bij 5% van de risicopanden, 30% subsidie van herstelkosten, 1 fte voor circa 20 jaar, extra kosten grofweg € 10,3 miljoen. Zie voor uitgebreide beschrijving het bijgevoegde rapport: Scenario’s voor een funderingsaanpak Gemeente Amsterdam, door Aveco de Bondt van 20 augustus 2024. Het adviesbureau beveelt vanuit een technische invalshoek aan om in te zetten op scenario 3 aangezien dit scenario het beste aansluit bij het risicoprofiel van de funderingen in Amsterdam, dat als hoog wordt ingeschaald. Dit vraagt om een meer proactieve en gerichte aanpak. Op dit moment zijn er binnen de gemeente echter geen middelen beschikbaar om de funderingsaanpak verder te ontwikkelen en een hoger scenario dan scenario 1 te realiseren. Hetgeen in lijn is met het landelijke uitgangspunt dat eigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor de staat van de fundering van hun huis. Mocht er voor de nationale funderingsaanpak budget worden gevonden om gemeenten en/of huiseigenaren bij funderingsaanpak te ondersteunen, ontstaat er een nieuwe situatie.

Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Reinier van Dantzig Wethouder Woningbouw en Stedelijke Ontwikkeling

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14676050/1