CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Afd. motie 302.21

RAAD 7 juli 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Voorjaarsnota 2021 en vaststellen enkele begrotingswijzigingen VN2021-0176841.887 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Afdoening motie

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 22 maart 2022 Ruimtelijke ordening Van Doorninck Ruimte en Duurzaamheid, bestuurszaken.RD@amsterdam.nl Afdoening motie 302.21 van het lid Van Dantzig (D66), Naoum Néhmé (VVD) en Boomsma (CDA)

Geachte leden van de gemeenteraad, In de vergadering van de gemeenteraad van 07-07-2021 heeft uw raad bij de behandeling van agendapunt 3, Kennisnemen van de Voorjaarsnota 2021, motie 302.21 van raadsleden Van Dantzig (D66), Naoum Néhmé (VVD) en Boomsma (CDA) aangenomen waarin het college gevraagd wordt om: 1. Samen met het Havenbedrijf en Rijkswaterstaat de mogelijkheden voor het toevoegen van wonen op het water te onderzoeken en daarbij: a. samen met partijen met ervaring in stedenbouw op water te onderzoeken op welke manier het bestaande regelgevend kader kan worden aangepast om bouwen op water verder te stimuleren; b. hierbij ook de nautische kwaliteit en ruimte voor bedrijvigheid in acht te nemen c. een locatieonderzoek te verrichten naar in ieder geval de kansen voor permanente en tijdelijke bouw op het water voor IJburg fase 3 en Havenstad; 2. Met marktpartijen in gesprek te gaan over onder welke voorwaarden zij mogen bouwen op water; 3. Samen met marktpartijen te onderzoeken op welke plekken in de stad op water nog meer kan worden gebouwd; 4. Samen met het Havenbedrijf en Rijkswaterstaat te zoeken naar een, al dan niet tijdelijke, innovatieplek waar geëxperimenteerd kan worden met grootschalige woningbouw op het water Samenvatting beantwoording Naar aanleiding van de motie is er een verkennend onderzoek gedaan naar de potentie van bouwen op water binnen Amsterdam.

In dit onderzoek is gesproken met externe (private bedrijven, Havenbedrijf, Rijkswaterstaat) en interne experts. De focus lag op de locatiestudie en op ‘grootschalig bouwen op water’ (GBOW). In de locatiestudie (bijlage figuur 6, p.9 en volgend) zijn acht type locaties binnen Amsterdam onderzocht, waaronder de locaties die expliciets genoemd zijn in de motie. Van die acht is er slechts één (IJburg 3) die op lange termijn geschikt zou kunnen zijn voor grootschalig bouwen op

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 22 maart 2022 Pagina 2 van 4

water. Deze locatie ligt echter buiten de gemeentegrenzen van Amsterdam en is ook wat betreft andere aspecten zeer complex. Het college kiest er niet voor in te zetten op grootschalig bouwen op het water omdat voor alle mogelijke locaties op korte en middellange termijn geldt dat gezien het intensieve gebruik van het water, en andere ambities voor en afspraken over het gebruik van dat water, het niet mogelijk is een locatie voor GBOW aan te wijzen zonder recent vastgestelde ruimtelijke kaders en/of gemaakte afspraken te herzien. Op de lange termijn (dwz op zijn vroegst na 2040) kan de locatie IJburg 3 verder verkend worden, de resultaten hiervan moeten dan geborgd worden in toekomstige ruimtelijke kaders zoals een toekomstige omgevingsvisie. Vormen van bouwen op water De indieners van de motie geven aan dat door ontwikkelingen in de markt het nu mogelijk is om grootschaliger, efficiënter en ook voor de betaalbare segmenten woningbouw op het water te realiseren. Met het oog op het tekort aan beschikbare bouwgrond, de enorme druk op de woningmarkt en de veelheid aan water dat Amsterdam rijk is zien de raadsleden kansen voor woningbouw op het water. In de praktijk onderscheiden we drie vormen van bouwen op water: woonboten, kleinschalige drijvende woningen (zoals het project ‘Schoonschip’) en grootschalig bouwen op water (GBOW, drijvende wijken).

We zijn bij het onderzoek ingegaan op GBOW omdat: 1) voor woonboten in de watervisie is opgenomen dat uitbreiding van het aantal plekken ongewenst is, en het aantal plekken beperkt is (minder dan 3000 plekken in de hele stad) 2) voor kleinschalig bouwen op het water zijn geen belemmeringen (watervisie ziet kansen), maar dat het gezien de vorm door dit type project geen verlichting van de druk op de woningmarkt te verwachten is. Wel zijn dit type projecten innovatief (met name op duurzaamheidsgebied), en genereren ze positieve aandacht. Het onderzoeksrapport laat zien dat GBOW de enige drijvende vorm van bouwen is om grootschaliger, efficiënter, en (deels) voor het betaalbare segment te bouwen. Het is namelijk de enige drijvende vorm die kansen biedt voor gestapelde bouw en dus hogere dichtheden (70 woningen per hectare). Dit in tegenstelling tot kleinschalige ontwikkelingen als Schoonschip en de Waterbuurt op Steigereiland (beiden 25 woningen per hectare). Status van GBOW GBOW is theoretisch mogelijk en wetenschappelijk onderzocht, maar deze bouw- en ontwikkelvorm is nog niet in de praktijk gebracht waardoor sluitende antwoorden nog niet gegeven kunnen worden ten aanzien van de financiën, de techniek en het juridische deel.

Financiële- en duurzaamheidsaspecten van GBOW Het financiële beeld lijkt op het moment licht negatief, maar gezien dit type wijk nog nooit gebouwd is zijn daar lastig definitieve conclusies over te trekken. De onzekerheid zit vooral in de kosten van het aanleggen van drijvende openbare ruimte. Waar Schoonschip en Waterbuurt nog geheel gebruik maken van voorzieningen op land is het bij een drijvende wijk het idee alle openbare ruimte en voorzieningen ook drijvend uit te voeren. Het aanleggen/beheren van de

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 22 maart 2022 Pagina 3 van 4

openbare ruimte is de verantwoordelijkheid van de gemeente. De (financiële) gevolgen van het ontwikkelen van drijvende openbare ruimte zijn onduidelijk. Qua duurzaamheid is het ook onduidelijk of GBOW beter is dan bouwen op land. Op sommige aspecten scoort GBOW duidelijk beter (waterberging en overstromings-risico) maar wat betreft een aantal andere aspecten hangt dit af van de uitvoering van het bouwwerk zelf, of is het nog niet duidelijk (hittebestendigheid bijvoorbeeld). Locatie onderzoek GBOW (en pilot) GBOW heeft een aanzienlijke ruimtevraag. Het bestaat uit aan elkaar geschakelde drijvende platforms (typisch 90x90 meter) die één groot drijflichaam vormen. Een volwaardige openbare ruimte is hier integraal onderdeel van. Uit de locatiestudie blijkt dat gezien het intensieve gebruik van het Amsterdamse water, en andere ambities voor en afspraken over het gebruik van dat water, het niet mogelijk is een locatie voor GBOW aan te wijzen zonder recent vastgestelde ruimtelijke kaders en/of gemaakte afspraken te herzien. Ook voor een pilotplek voor GBOW lijkt om dezelfde redenen niet direct ruimte beschikbaar te zijn. Op de zeer lange termijn zou het gebied tussen Amsterdam en Almere (IJburg III) een optie kunnen zijn. Dit gebied valt echter buiten de gemeentegrenzen van Amsterdam, in beheergebied van Rijkswaterstaat.

Rijkswaterstaat geeft desgevraagd aan geen mogelijkheden ziet voor GBOW. Water wat hier gebruikt zou worden zou ook ‘vereffend’ (elders teruggeplaatst) moeten worden. Daarnaast zou de IJmeerlijn mogelijk randvoorwaardelijk zijn voor deze locatie. Een locatie met vele afhankelijkheden en onzekerheden en daarom voorlopig niet realistisch. Zie voor de kaart van de locatiestudie het bijgevoegde rapport, figuur 6. Verdere ontwikkelingen en kansen Desondanks is het de moeite waard ontwikkelingen op het gebied van drijvend bouwen te blijven volgen, ruimte te blijven bieden aan innovatieve en kleinschalige ontwikkelingen, en mee te doen met onderzoek (bijvoorbeeld het onderzoek Floating Future). Op die manier kan GBOW in toekomstige stedenbouwkundige kaders en in overleg met buurgemeenten in de toekomst opnieuw worden afgewogen. Nu volgt de puntsgewijze beantwoording van het gevraagde in de motie. 1.

Samen met het Havenbedrijf en Rijkswaterstaat de mogelijkheden voor het toevoegen van wonen op het water te onderzoeken en daarbij:

a)

samen met partijen met ervaring in stedenbouw op water te onderzoeken op welke manier het bestaande regelgevend kader kan worden aangepast om bouwen op water verder te stimuleren;

Het bestaande regelgevend stedenbouwkundig kader lijkt geen belemmering te vormen voor GBOW. Het proces is analoog aan bouwen op land. Om GBOW mogelijk te maken zou het dus allereerst moeten worden opgenomen in een omgevingsvisie. Alleen het splitsen van appartementen op het water is juridisch nu nog niet goed mogelijk. b) hierbij ook de nautische kwaliteit en ruimte voor bedrijvigheid in acht te nemen Het havenbedrijf (PoA) geeft aan dat “Nautische kwaliteit, ruimte voor bedrijvigheid en duidelijke spelregels waarbinnen onze haven de functie kan vervullen die Amsterdam en de regio verwachten zijn niet verenigbaar

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 22 maart 2022 Pagina 4 van 4

met aanvullende woonfuncties in dit gebied”. “De schaarse nautische ruimte in zetten voor wonen op het water is daarmee zeer onwenselijk” (Port of Amsterdam). Het IJ, IJmeer, en het Noordzeekanaal vallen onder centraal nautisch beheer (Rijkswaterstaat) en bedrijvigheid en nautische activiteit zijn hier leidend. Rijkswaterstaat geeft aan in haar beheergebied geen mogelijkheden te zien voor GBOW, en dat water gebruikt voor bouwen op het water elders ‘vereffend’ moet worden. c) een locatieonderzoek te verrichten naar in ieder geval de kansen voor permanente en tijdelijke bouw op het water voor IJburg fase 3 en Havenstad; De locatiestudie wijst uit dat er op de korte en middellange termijn geen ruimte is binnen de stadsgrenzen. Binnen de locatiestudie is met extra aandacht gekeken naar Havenstad en IJburg. Voor IJburg III, het deel tussen IJburg II en Almere geldt dat dit gebied buiten de gemeentegrenzen valt, en dat de beheerder Rijkswaterstaat desgevraagd geen mogelijkheden ziet voor GBOW. Water wat hier gebruikt zou worden zou ook ‘vereffend’ (elders teruggeplaatst) moeten worden. Daarnaast zou de IJmeerlijn mogelijk randvoorwaardelijk zijn voor deze locatie. Een locatie met vele afhankelijkheden en onzekerheden en daarom voorlopig niet realistisch, op lange termijn zou deze locatie wel verder verkend kunnen worden. 2.

Met marktpartijen in gesprek te gaan over onder welke voorwaarden zij mogen bouwen op water; Blue21 is het bedrijf dat het meest vergevorderd is in (het onderzoeken van) GBOW. In gesprek met Blue21 is GBOW onderzocht en afgezet tegen traditionele vormen van drijvend bouwen en bouwen op land. In deze gesprekken zijn technische-, locatie-, duurzaamheids-, en financiële aspecten aan bod gekomen. 3.

Samen met marktpartijen te onderzoeken op welke plekken in de stad op water nog meer kan worden gebouwd;

De locatiestudie heeft gekeken naar locaties in de hele stad (niet alleen IJburg III en Havenstad). Volgens de locatiestudie is er geen ruimte voor een GBOW project. De informatie uit het gesprek met Blue21 diende als basis voor gesprekken die gevoerd zijn met ambtenaren (stedenbouwkundigen en specialisten op het gebied van het Amsterdamse watergebruik) van de gemeente Amsterdam en andere specialisten over een mogelijke geschikte locatie voor GBOW. De resultaten van deze locatiestudie zijn weergegeven op een kaart in het rapport (figuur 6). 4.

Samen met het Havenbedrijf en Rijkswaterstaat te zoeken naar een, al dan niet tijdelijke, innovatieplek waar geëxperimenteerd kan worden met grootschalige woningbouw op het water

Naar aanleiding van de gesprekken met Bleu 21 en de specialisten binnen de gemeente is een locatieonderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek zijn de mogelijkheden voor een permanente locatie onderzocht. Om dezelfde redenen dat er geen locatie kan worden gevonden voor GBOW is er binnen de scope van het beantwoorden van de motie ook geen plek gevonden voor een “innovatieplek”. Om dit definitief uit te sluiten zou meer onderzoek nodig zijn. Dit lijkt echter niet opportuun gezien de conclusie dat er voor een grootschaliger vervolg van zo’n pilot op korte en middellanger termijn geen locatie gevonden kan worden.

Het college beschouwt de motie hiermee als afgehandeld. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Marieke van Doorninck Wethouder ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid Bijlagen 1) Rapport ‘Verkenning mogelijkheden grootschalig bouwen op water in Amsterdam’

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11476232/1